Prentenboeken ‘Winkelen’

De voorzijde van dit uitklapboek (leporello) is een traditioneel huis met puntdak dat bij het openklappen een volledige winkelstraat vormt. Elk winkelhuis heeft een flapje onderaan en een flapje bovenaan het huis. Er valt dus veel te ontdekken. Het onderste flapje geeft het interieur van de winkel weer, het bovenste laat zien of de bovenverdieping bij de winkel behoort ofwel dat daar iemand woont. Deze leporello moet het op de eerste plaats van de illustraties hebben. Ze zijn kleurrijk, bevatten heel veel details en (dieren)personages en doen lichtjes ‘retro’ aan. Het boek bevat geen verhaal, wel korte tekstjes op de achterzijde van de flapjes die het dagelijkse leven beschrijven. Op de achterzijde van de leporello is een tegenhanger van een winkelstraat m.n. een park uitgewerkt (zonder flapjes).

Arrhenius, I.P. (2018). De winkelstraat. Haarlem: Gottmer.


Heerlijk boek in groot formaat om peuters en kleuters bewust te laten stilstaan bij de herkomst van en de vele verschillende producten die in de supermarkt te vinden zijn. Op de linkerbladzijde is er een grote overzichtsplaat waarop allerlei producten per categorie (zuivel, groenten en fruit, bakkerij, drogisterij, zuivel,  …) afgebeeld en benoemd zijn. Op de rechterbladzijde worden bepaalde producten uitgelicht en wordt bij die producten extra informatie gegeven zoals waar fruit groeit, waar chocola vandaan komt of waarvoor een product als ‘zwarte zeep’ het gebruikt kan worden. Uit het laatste voorbeeld blijkt dat die informatie niet altijd even relevant is.  Daarom lijkt het meer aangewezen om samen met de kinderen te beschrijven wat je ziet en daarbij relevante informatie te geven. De illustraties zijn wel duidelijk en zoals steeds bij I.Arrhenius in een vrolijke toon.

Arrhenius, I.P. (2023). Naar de supermarkt. Haarlem: Gottmer.


Een thuiswerkende papa wordt door zijn dochtertje in zijn werk gestoord wanneer ze luid en duidelijk roept Ik heb honger! Een beetje schuldbewust en zelf ook hongerig begint de papa in de keuken naar eten te zoeken, maar dat blijkt er niet te zijn. Dan maar snel naar de supermarkt. Ondertussen heeft het meisje thuis al iets eetbaars opgescharreld dat onder de bank op de grond lag, iets uit haar vaders jaszak gevist om op te eten en ook in de kinderwagen heeft ze nog wat lekkers gevonden. Al haar vondsten deelt ze vrolijk met de hond. Resultaat: wanneer ze na het bezoek aan de supermarkt thuiskomen en haar papa haar iets te eten voorzet, roept het meisje luid en duidelijk: ‘Ik heb geen honger!’ Leuk en eenvoudig verteld stapelverhaal met veel humor waaraan kleuters plezier zullen beleven daarbij erg genietend van de vele herhalingen in dit stapelverhaal.

Parker, C. & Cacciapuoti, A. (2026). Ik heb honger. Haarlem: Gottmer.


Het donkere gat in het midden van de weg trekt de aandacht van jonge Charlie. Hij beslist meteen het gat mee te nemen naar huis, maar onderweg ontdekt hij dat zo’n gat in zijn broekzak of in zijn rugzak toch niet zo plezierig is als hij had verwacht. Er is vast wel iemand anders die het gat kan gebruiken, bedenkt hij. Charlie loopt het hele dorp rond, maar niemand is echt geïnteresseerd. De kleermaakster, noch de botenbouwer, noch de verkoper van spinnen en reptielen kan hij met het gat plezieren. Na nog een aantal andere pogingen besluit Charlie dat zo’n gat echt nutteloos is en legt hij het terug waar hij het heeft gevonden. De tekst stopt net voor het einde, waar we in de laatste prenten een nieuwsgierig konijn zijn hol zien vinden. Heerlijke ontknoping van een verhaal dat zich heel de tijd tussen fantasie en realiteit afspeelt. De creativiteit ervan sluit aan bij de manier van denken van jonge kleuters en zal vast ook een glimlach toveren op de mond van de voorlezer.

Canby, K. (2019). Er zit een gat in de weg. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


In ‘Naar de markt’ bewijst Noëlle Smit eens te meer de kracht van woordeloze prentenboeken. We kennen Smits illustraties van ‘Fiet wil rennen’ en ‘Supervrienden’, maar zonder een auteur om rekening mee te houden, durft zij duidelijk meer. Dit verhaal heeft op het eerste gezicht niet veel om het lijf: een jong meisje doet met haar moeder boodschappen op de markt. Toch gebeurt er dusdanig veel in de tekeningen, dat je als volwassene niet veel zelf zal moeten vertellen. Samen met het meisje, kunnen de kleuters hun ogen ruim de kost geven. Jonge kleuters zullen genieten van de herkenbare situaties en handelswaren, terwijl wat oudere kleuters eindeloos kleine verhaallijnen kunnen blijven ontdekken. Dit is een prentenboek om nu aan te schaffen om er daarna vele jaren plezier aan te beleven. De uitgeverij maakte een trailer die meer van het prentenboek prijsgeeft: https://www.youtube.com/watch?v=tCGeEb_Y5Hw.

Smit, N. (2017). Naar de markt. Amsterdam: Querido.


We hebben al vaak bericht over de boeken van Bibi Dumon Tak en ook nu weer ligt een vrolijk boek voor. Een klein winkelwagentje wil dolgraag weten waar alle spulletjes en boodschappen terecht komen. Op een avond ziet het de kans schoon om te ontsnappen uit de winkel en samen met een krop sla, een pakje wasknijpers, vuilniszakken, een busje peper, een zak hondenbrokken, een doosje eieren en een stokbrood dat op het allerlaatste moment nog in het karretje springt, beginnen ze aan een nachtelijk avontuur. Dat wordt heel vaak en vlot in dialoogvorm verteld. Samen met de kleine grapjes  – denk aan de peper die voortdurend ‘sorry’ zegt omdat hij het winkelkarretje aan het niezen maakt of de eieren die op veel manieren hun vrees uitdrukken niet heelhuids uit dit avontuur te komen… – zorgt dit voor een tekst waarin het karretje en de boodschappen erin echt tot leven komen. Ze krijgen trouwens in de illustraties van Noëlle Smit ook letterlijk een gezicht. Haar illustraties zijn uitdagend want soms is het echt zoeken waar het kleine karretje zich in de nachtelijke wereld met veel blauw – en groentinten bevindt. Uiteindelijk  – na een regenbui, een steile brug, een trap, snelle auto’s – verlangen het karretje en de boodschappen erin terug naar de veilige winkel. Daar komen ze uiteindelijk ook aan d.z. de hulp van een rij grote winkelkarren. Dit is een boek waarin je altijd opnieuw wil kijken.

Dumon Tak, B. & Smit, N. (2026). Het winkelkarretje. Amsterdam: Rubinstein.


Tip de kleine krokodil mag samen met zijn mama boodschappen doen. Mama is heel gehaast en zenuwachtig – het enige wat ze wil is haar boodschappenlijstje afwerken. Maar Tip kijkt goed om zich heen, ziet allerlei grote dingen, enge dingen, vreemde schaduwen en vraagt telkens: ‘Mama, wat is dat?’ Maar hij krijgt geen antwoord. Tot mama in de bloemenwinkel oog in oog staat met de eigenaar, een Tyrannosaurus Rex. Mama vraagt nu zelf: ‘Wat is dat?’ Maar Tip heeft er geen problemen mee want Kruimel, de zoon van de Tyrannosaurus Rex zit bij hem in de klas. Repeteerverhaal dat stilstaat bij angst voor het onbekende maar toch een luchtige, vrolijke toon weet te hanteren. Speelse illustraties in diverse technieken met veel humor ondersteunen het verhaal ten volle.

Praagman, M. (2014). Mama, wat is dat? Amsterdam: Leopold.


Manu gaat met zijn mama naar de supermarkt. Bij de ingang ruikt hij een vreemde geur en ontdekt dat er een leeuw – met een jas aan en een hoedje op – in de struiken verstopt zit. Maar zijn mama gelooft hem niet. Net zoals de winkelende mensen wil de leeuw ook eten, maar dan wel mensenvlees en bij voorkeur kinderen. Ook wanneer ze in de winkel de leeuw tegenkomen, gelooft Manu’s mama hem niet: ‘Dat is gewoon een man met een baard.’ Maar Manu ziet het gevaar en weet alle kinderen van de leeuw te redden. Daarvoor moet hij wel vindingrijk zijn. Zo mikt hij bv. een blik erwtjes in de muil van de leeuw net wanneer die op het punt staat een peuter uit een winkelkarretje mee te grissen. Uiteindelijk slaagt hij er ook in de leeuw naar de Noordpool te verbannen. De leuke illustraties zijn in zachte kleuren neergezet. Het taalgebruik is rijk ook al zijn de zinnen eerder kort omdat dit boek een deeltje is uit ‘Tijgerlezen’, een reeks bedoeld voor beginnende lezers.

Valverde, M. (2023). Een leeuw in de supermarkt. Amsterdam: Querido.


Esmaa is een Marokkaans-Nederlands meisje dat tijdens de grote vakantie met haar familie op bezoek gaat in Marokko, meer bepaald in de buurt van Marrakech. De bijzondere Noord-Afrikaanse sfeer in het dorp, op de markt in Marrakech, … springt van de bladzijden. Zoals op elke markt is het ook op de markt van Marrakech druk en is er zoveel te zien. In die drukte raakt Esmaa haar mama kwijt. Eerst is ze niet ongerust, want ze zou haar mama zeker en vast herkennen aan haar nieuwe paarse djellaba. Maar bij nader toezien dragen heel veel vrouwen zo’n paarse djellaba. Dus roept Esmaa de hulp in van de marktkramers. Zij nemen haar mee naar de waarzegster en de acrobaten. Die moedigen haar aan om op het topje van hun menselijke piramide te gaan staan (een ideetje van de waarzegster). Van daaruit ziet Esmaa haar mama en ziet Esmaa’s mama haar ook. Eind goed, al goed dus. Een voor veel kleuters ongetwijfeld herkenbaar prentenboek maar ditmaal in een andere culturele context en dat werkt verfrissend voor een al vaak herhaald thema.

Boersen, L. & Elbaamrani, H. (2020). Duizend-en-een paarse djellaba’s. Haarlem: Gottmer.


Boer Boris heeft het graan geoogst, de koeien gemolken en de mais gesneden. Dus wil hij naar de markt om zijn producten te verkopen. Maar het is niet eenvoudig om op de markt te geraken want steeds opnieuw komt Boer Boris verbodsborden tegen: verboden te wandelen, verboden te fietsen, verboden voor motors, … Gelukkig is Boer Boris slim! Dit boek is het vijfde deel in de ‘Boer Boris-reeks’ van uitgeverij Gottmer. De uitgeverij voorziet als toemaatje een kleurplaat en een knipplaat om een ‘Boer Boris-kijkdoos’ van te maken (gratis op haar website het PDF-bestand downloaden).

Van Lieshout, T. (2016). Boer Boris gaat naar de markt. Haarlem: Gottmer.


‘Vos en Zoon Staarten’ is een vermaarde staartenwinkel die al generaties lang van vader op zoon wordt doorgegeven. De winkel is een gevestigde waarde die deftige dieren van heinde en ver in allerhande staarten voorziet: werkstaarten, bruilofsstaarten, verjaardagsstaarten en zelfs staarten voor de eerste schooldag. Zoon Robbie draait als jonge snaak mee in de winkel, maar vindt het klassieke gebeuren maar niets. Hij ziet meer mogelijkheden in nieuwe creaties als stekelige slijmstaarten of elastische pluisstaarten, maar die ideeën categoriseert Robbies vader steevast onder malligheid. Tot een bijzondere klant in de winkel een uitzonderlijke staart komt zoeken … De grote aantrekkingskracht van dit prentenboek zit hem in de rijkelijke en kleurrijke illustraties die de hele wereld van vader en zoon Vos optrekken. De lezer krijgt zicht op het reilen en zeilen van een drukbezochte winkel en leert ook de buurt kennen waarin de winkel zich bevindt. Bij herlezing leer je de personages en hun omgeving steeds beter kennen. Dat maakt van ‘Vos en zoon’ een prettig en gelaagd boek dat telkens opnieuw kan voorgelezen worden.

Donnelly, P. (2023). Vos en zoon. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


Storm gaat met zijn mama en zijn jongere tweelingzusjes naar de supermarkt. En Storm stopt nooit met vragen. Zijn mama zegt het antwoord niet te weten – vermoedelijk omdat ze voort wil maken – en dus stelt Storm zijn vragen maar aan de supermarktmanager Albert. Die heeft op alles een antwoord. Zo vertelt Albert wat er allemaal moet gebeuren voor het voedsel in de rekken ligt. Op de vraag van Storm waarom het op sommige plaatsen in de supermarkt zo koud is of de vraag waarom er op zoveel producten ‘zebrastrepen’ staan of … Albert legt alles geduldig uit. Zo komen niet zo alledaagse onderwerpen als hergebruiken, invriezen en bewaren, transport, geld, … aan bod. Super! Is een veelzijdig prentenboek. Jongere kinderen kunnen erin aanwijzen en benomen, oudere kleuters zullen plezier beleven aan de vragen die Storm stelt en aan het verhaal dat vlot voor te lezen is. Gedetailleerde illustraties zorgen voor volle pagina’s met herkenbare producten en herkenbare winkelsituaties.

Ramakers, S. & de Vink, M. (2023). Super! Amsterdam: Van Holkema & Warendorf.


In de ‘non-fictie-reeks’ Willewete kan een boekje over de winkel uiteraard niet ontbreken. Je komt er alles te weten over verschillende winkels en over hoe mensen vroeger – voor er winkels bestonden – aan hun spullen kwamen. Verschillende woorden zoals kringloopwinkel of slogan worden uitgelegd. In het boek zit een strip en zoals altijd in deze reeks een miniquiz om bij jezelf te ontdekken of je alles goed onthouden en begrepen hebt. De uitklappagina’s maken het geheel wat spannender. De illustraties zijn paginagroot en kleurrijk.  

Ramakers, S. & Rosendaal, L. & Senden, M. (2024). Naar de winkel. Hasselt: Clavis.


Olivia wil haar mama het perfecte verjaardagscadeau geven. Ze heeft van haar zus opgevangen dat mama heel blij zou zijn met ‘harig, wollig, bollig, mollig’. Olivia weet absoluut niet wat dat is maar is vastbesloten het te vinden. Ze gaat in heel veel winkels langs – zo heeft de bakker wel bolletjes maar ze zijn niet harig of mollig. De rariteitenwinkel heeft wel iets ‘rarigheden’, maar geen harigheden en ga zo maar door. Overal vangt Olivia bot, maar telkens krijgt ze wel iets kleins mee als een soort troostprijs en die kleinigheden zullen haar goed van pas komen wanneer ze op een bepaald moment iets harigs, wollig, klein van een dak ziet rollen. De tekst – vertaald door Bette Westera – beslaat enkele regels per pagina en is van een hoog niveau. Kleuters zullen hier met heel wat nieuwe woorden kunnen kennismaken. Zo’n taalrijkdom! Daarnaast zijn er de prachtige, expressieve illustraties van Alemagna waarop heel veel te ontdekken valt en waarop Olivia in haar knalroze jas er telkens uitspringt.

Alemagna, B. (2026). Een bijzonder wolletje bol. Amsterdam: Boycott.


Riet Wille heeft een heleboel leuke versjes op haar naam staan. Dat taal echt haar ding is, blijkt nog maar eens in dit boek vol raadsels, taalspelletjes en ‘echte’ teksten voor beginnende lezers. Het concept is eenvoudig. Opa winkelt bij de lokale handelaars – elke winkelier krijgt een dubbele pagina met een grappige illustratie, de tekst van het gesprek tussen winkelier en opa (op rijm) en een slogan. Daarna gaat opa naar het park om even uit te blazen. Hij besluit zijn winkeltocht met aankopen in de dierenwinkel, bij de slager en de bloemist. Thuis gekomen laat hij zijn aankopen bewonderen door oma. Maar … wie weet nog wat opa waar gekocht heeft. En waarom zie je in het park wel eens een eendje in zijn eentje? Veel zoekspelletjes dus, gesprekken die gemakkelijk met 2 personen kunnen gevoerd worden – ook met kleuters die nog niet kunnen lezen, kunnen bedenken wat je in een winkel zegt – en ook verschillende taaljargons waarmee een kleuter kennismaakt. Denk aan: slogantaal, rijmen, dialoog, … Prettig boek om voor te lezen en samen met kleuters te ‘doen’.

Wille, R. (2017). In de Rinkelwinkel. Wielsbeke: De Eenhoorn.