Toppers (poëzie)

Het aanbod Nederlandstalige poëzie voor kleuters is niet erg uitgebreid. Gelukkig zijn er meer dan voldoende kwaliteitsvolle versjes te vinden om onze kleuters mee te laten kennismaken. We hebben hieronder onze favoriete poëziebundels bij elkaar gebracht, telkens met een versje uit de bundel erbij. De bundels zijn alfabetisch op naam van de auteurs geordend. Zoek de boeken zeker eens op in de plaatselijke bibliotheek of boekhandel. Onderstaande poëzieprentenboeken zijn werkelijk om van te blijven snoepen, voor kleuters zowel als voor volwassenen.

Jij & ikHet uitgangspunt voor deze verzenbundel die 100 gedichten voor jonge en oudere kinderen bevat is de natuur. Want er is wel erg veel moois te zien en wie goed om zich heen kijkt, kan bij die natuur ook heel wat vragen stellen: Kan de zee ademen zoals wij? Nemen dieren ooit vakantie?
Om de aandacht voor de natuur te stimuleren en antwoord te geven op dat soort vragen zocht Riet Wille een heleboel gedichten bij elkaar bv. van Bette Westera, van Van de Vendel en van nog vele anderen. Uiteraard heeft de auteur ook enkele gedichten van zichzelf opgenomen. Grappige en tegelijkertijd ook sfeervolle illustraties in kleur of zwart-wit maken het geheel af. Met dit boek maakt de samensteller duidelijk hoe belangrijk schoonheid is zowel wat de natuur als wat de taal (poëzie) betreft.

Wille, R. (2018). Jij en ik en al het moois om ons heen. Leuven: Davidsfonds.


Haren vol banaanPrettige poëziebundels voor kleuters zijn tot onze grote spijt niet dik gezaaid. En dat is niet eens de enige reden waarom ‘Haren vol banaan’ onze aandacht verdient. Erik van Os is met zijn tientallen boeken en jaren ervaring een quality label geworden. Als je daar dan de frisse illustraties van Noëlle Smit aan toevoegt, heb je wat moois in handen. ‘Haren vol banaan’ bundelt liedjes en versjes over kinderlijke observaties en fratsen. De kinderen in dit boek tekenen op het vensterraam, schminken hun knuffels en willen alles behalve schattig gevonden worden. Dat concept kennen we al sinds de eerste bundels van Annie M.G. Schmidt, maar goed uitgevoerd blijven deze jonge schelmen bekoren. Kleuters zullen grinniken om de ondeugende versjes en genieten van het ritmische taalspel. Van Os weefde tussen alle gekheid enkele originele ideeën die ook jonge kinderen aan het denken zullen zetten, zoals in het gedicht ‘Wie deed dat?’: Met een zwarte stift / het woordje IK geschreven / op het keukenraam. // Hoe kan mama weten / dat IK dat heb gedaan? / Ik is niet mijn naam. // Iedereen kan zo wel heten: / mijn papa, mijn broer, / mijn beer, mijn konijn. // Iedereen kan IK wel zijn. Enkele teksten werden samen met Lot van Os en Floor Minnaert op muziek gezet. De cd die achteraan het boek zit bijgesloten zal familieritjes met de wagen en uitgelaten namiddagen in de kleuterklas wat extra klank en kleur bezorgen.

Van Os, E. (2018). Haren vol banaan. Amsterdam: Rubinstein.


Waarom ik altijd nee zeg

Het donker is een wonder

De zon
gaat onder.

De lichten
zijn gedoofd.

Het donker
is een wonder.

Wat je ziet
zit in je hoofd.

Adam, F. (2001). Waarom ik altijd nee zeg. Amsterdam: Querido.


Als de bomen straks gaan rijden

HERFST IN HET BOS

Herfst
in het bos.
Elk blaadje
krijgt een blos.
Elk blaadje
maakt zich los.

Uit al dat oranje,
purper en paars
vallen kastanjes
als knikkers omlaag.

Adam, F. (2011). Als de bomen straks gaan rijden. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Ik was de zeeIk was de zee
en jij was de golven.
Ik was de moeder en
ik was de wolven.
Ik vrat je op
van teen tot top
van top tot teen
met een laagje rood bessensap
over je heen.
Ik was een smulpaap
en jij was lekker.
Jij was een droom
en ik was de wekker.
Of, bimbom,
andersom.

Biemans, I. (1989). Ik was de zee. Amsterdam: Querido.


De kast van StienHET BOEK

Een hond die vliegt,
een kraai die praat,
een meisje dat door muren gaat.

Een stoel van sneeuw,
een huis dat zweeft,
een tafelpoot die leeft.

Een lieve leeuw,
een gouden vlecht,
een jongen die nooit vecht.

In een boek is alles echt.

De Pelseneer, R. (2011). De kast van stien. Wielsbeke: De Eenhoorn.


stappe stappe stepdruk op de knop
deuren open
kaartjes kopen

kaartje ping
trambel riiinggg

vlak bij de ruit
nog niet eruit
nog verder, duizend verder rijden,
gezellig hè, zo met z’n beiden?

‘t mooiste soort auto, weet je, mam,
vind ik de tram

Diekmann, M. (1993). Stappe stappe step. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


ik zie je wel, ik hoor je welSchone handjes
Schone tandjes
Schoon gezicht
De dag gaat dicht
Uit is het licht
Hallo, zegt het bed
Ben je daar weer?
Want ik dacht net
Die komt niet meer
Kom er maar lekker onder gekropen
Morgen vroeg gaat er weer een dag open

Diekmann, M. (2008). Ik zie je wel, ik hoor je wel. Amsterdam/Antwerpen: Querido.

 


Ik zie lichtjes in je ogenSPINNENWEB

hokus pokus spinnenweb
ik kan toveren
kijk eens wat ik heb
een spin
met op zijn rug een kruis
dit doosje is zijn huis
de spin
kruipt door het gaatje
hokus pokus spinnenweb
nu hangt hij aan een draadje

Hagen, H. & M. (1988). Ik zie lichtjes in je ogen. Amsterdam: Van Goor.


Jij bent de liefsteLIEFSTE

Ik zoek een woord
een heel nieuw woord
een woord dat niemand kent
ik zoek een woord
dat zeggen wil
dat jij de liefste bent

Hagen, H. & M. (2002). Jij bent de liefste. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Van mij en van jouLUISTER

luister
wie sluipt er
door het duister
twee groene lichtjes
de ogen van de kat
de zwarte kat
die in het donker
alles ziet
alleen
zijn eigen ogen niet

Hagen, H. & M. (2007). Van mij en van jou. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Nooit denk ik aan niets

Door de uitgesproken muzikaliteit is deze bundel bijzonder geschikt om uit voor te lezen. Het taalplezier druipt ervan af. Een uniek poëzieprentenboek, eentje waar een kind van groeit, en een volwassene zich een blij kind bij voelt. (Patrick Jordens in De Morgen)

VEREN
van alle veren die ik vind
maak ik mijzelf een vogel
hocus pocus icarus
ik word een verenkind
ik leer zwemmen in de lucht
en duiken in de wind

Hagen, H., Hagen, M. & Dematons, C. (2015). Nooit denk ik aan niets. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Twee kusjes in een doosjeTwee kusjes in een doosje,
Ze houden zich heel stil.

Het is een kadootje,
Voor wie het hebben wil.

Het doosje is een grapje,
Ik stop het bij de heg.

Als iemand het open doet,
Waaien de kusjes weg.

Kruit, J. (2002). Twee kusjes in een doosje. Assen: Maretak.


alle-kinderen-een-abc-van-gemene-versjes.jpguit gemene versjesKuhl, A. (2016). Alle kinderen: een abc van gemene versjes. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


Kom erbij! Versjes voor jou en mijZand en water door elkaar
hand erin en roeren maar,
hand eruit, het is al klaar.
Wat een troep – wat maak je daar?

Kuiper, N. (2010). Kom erbij! Versjes voor jou en mij. Amsterdam: Leopold.

 

 


WTS_cassette.inddNarcis

Ze droeg haar gele zonnehoed,
ze droeg haar groene jas.
Ze wiegde op de zuidenwind,
zo stond ze in het gras.
Ze keek voorzichtig naar de zon,
ze was vandaag zo blij.
Het leek  wel of ze zeggen wou:
‘De winter is voorbij.’

Milne, A. (1994). Winnie de Poeh. De volledige verzameling verhalen en gedichten. Londen: Methuen Children Books.


s avonds laatDe vertrouwde verzen van Annie M.G. Schmidt krijgen dankzij de nieuwe illustraties van Marije Tolman een tweede leven.

Een fragment:
De kleine eendjes dromen van het kroos en van het water
en al de leeuweriken dromen zomaar, over later.
Jazeker, als het klokkenspel tien uren heeft gespeeld,
dan heeft dat gekke mannetje al zijn dromen uitgedeeld.
Nog ééntje is er over, met veel roze en veel blauw.
Als jij vanavond slapen gaat, dan is die droom voor jou.

Schmidt, A.M.G. & Tolman, M. (2015). ’s Avonds laat. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


nachtwensjesautomaatDe titel van dit langwerpige, kartonnen prentenboek dekt perfect de lading: net voor het slapengaan kan je dit boek inschakelen om elke dag opnieuw een andere nachtwens samen te stellen. De bladzijden zijn in vier stroken gesneden die je los van elkaar kan omslaan. Elke nachtwens bestaat uit vier zelf te bepalen delen. Terwijl je rechts je eigen nachtwens samenstelt, komt er links een aangepaste prent tevoorschijn. Zo kom je bijvoorbeeld tot: Sluit je oogjes / mijn donzig kuikentje / zoals de geur van melk en honing / in een oude sok. Voor de knappe poëzie hoef je dit boek niet ter hand te nemen, maar voor het gezellige taalplezier tijdens het slaapritueel eens te meer. Je bent er een hele kindertijd zoet mee, want dit boek bevat 20.000 verschillende versjes.

Slosse, N. (2013). De nachtwensjesautomaat. Sint-Niklaas: Abimo.


mijn_fijne_geluidenboekjeGeluiden uit het dagelijkse leven inspireerden Edward Van de Vendel tot dit fijne geluidenboekje
voor jonge kinderen.

Het kleinste geknal
en het stilste gespat
schuilt in het schuim
om je heen
in het bad.

Van de Vendel, E. & De Leeuw, M. (2013). Mijn fijne geluidenboekje. Wielsbeke: De Eenhoorn.


blij

Er verschijnen jammer genoeg niet al te vaak goede poëziebundels voor kleuters. Voor de allerjongsten is het eens te meer een uitdaging om kwaliteitsvolle versjes te vinden. Daar heeft Elly van der Linden de afgelopen 10 jaar gelukkig wat verandering in gebracht. De bundel ‘Blij’ verzamelt twaalf eenvoudige versjes over blijdschap voor peuters vanaf 2 jaar. De blije versjes die inhoudelijk aansluiten bij de leefwereld van peuters, gaan telkens over de dieren die ernaast met een fleurige collagetechniek geïllustreerd werden door Greet Bosschaert. De auteur heeft aandacht voor rijke woordenschat en eenvoudig ritme. Ze daagt de toehoorder ook uit door enkele versjes in de vorm van een vraag te gieten. Zo gaat het versje over de kever en de bij op de wip, waarbij de kever lacht en de bij droevig kijkt, als volgt: “want hoe komt dat bijtje / veilig weer omlaag / als het kevertje zwaarder is? / dat is een moeilijke vraag!” Een aanwinst voor onze instapklassen dus.

Van der Linden, E. (2009). Blij. Clavis.


morgen komt de zon weer opSPOREN

kleine koude kattenvoetjes
en sporen van een fiets
pootjes van een vogel
verder zie ik niets
de lucht is wit vol vlokken
geen kleur en geen geluid
stil sta ik te kijken
de winter op mijn huid
ik aarzel, zal ik? mag ik?
durf ik het te doen?
dan maak ik bijna plechtig
een afdruk met mijn schoen

Van Hooft, M. (2012). Morgen komt de zon weer op. Hasselt/Amsterdam: Clavis.


CV_9789044822403.inddAchterop-zit-kind

Het fijnste plekje dat ik ken
is achter mama’s rug,
op de fiets naar school
en ‘s middags weer terug.

Ik voel de zon,
ik voel de wind.
Ik ben een
achterop-zit-kind.

Mama trapt,
en ik doe niets
‘t Is heerlijk op de fiets.

Van Hooft, M. (2014). Cadeautjes in de lucht. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


Ozo heppie en andere versjesALLE WRIEMELDIERTJES
alle wiebeldiertjes
alle kruip- en kriebeldiertjes
zitten verstopt in het hoge gras.
Ik zou maar op mijn tenen lopen
als ik jou was.

Van Leeuwen, J. (2004). Ozo heppie en andere versjes. Amsterdam: Querido.

 

 

 


Ik weet wat ik worden wil

Kapper

Later word ik kapper
ik ben het aan het leren
ik maak mijn papa knapper
met knippen wassen scheren

rustig blijven zitten hoor
anders knip ik in uw oor

ik ben de allerbeste kapper
kijkt u maar, u bent al klaar
u bent zo echt veel knapper
met die happen uit uw haar.

Van Os, E. & Van Lieshout, E. (2008). Ik weet wat ik worden wil. Haarlem: Gottmer.


Niets liever dan jijHet is niet echt heel erg
maar leuk is het niet.
Het is meer zoiets
als pech gehad,
een kruimeltje
verdriet.

Als papa koffie wil
en je mama thee
– je bent in een café –
en ze vragen: ‘wat wil jij?’
Dan wil je het liefste appelsap
maar daar krijg je
geen koekje bij.

Van Os, E. & Van Lieshout, E. (2016). Niets liever dan jij. Amsterdam: Querido.


Dood-gewoon

Iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken en toch is ‘de dood’ geen gewoon thema. Bette Westera en Sylvia Weve maakten met Dood-gewoon een buitengewone verzenbundel waarin jong en oud telkens opnieuw langs de bijzondere teksten en illustraties kunnen verdwalen.

Voornumaals
Was ik er al voor ik bestond?
Bestond ik al voor ik er was?
Ik loop een poos op aarde rond
en eindig als een hoopje as
of als gebeente in de grond.
Dan keer ik weer naar waar ik was,
terug naar waar ik mij bevond
voor het gevoel dat ik bestond
en iemand werd of iemand was.

Westera, B. & Weve, S. (2014). Dood-gewoonHaarlem: Gottmer.


Klop klop ben je daar?Alle eendjes krijgen
spetter spatter spater
zwemles in het water.
Eentje
is net als ik:
kopje onder,
wat een schrik.
Eendje,
wil je mijn zwemband om?
dan kunnen we samen blijven
drijven.

Wille, R. (2009). Klop klop klaar… ben je daar? Tielt: Lannoo.


De deur is moeMMM… EEN BOEK

In een kleurboek
dansen wasco’s,
in een fotoboek
leven foto’s.

In een sprookjesboek
zit een tovenaar,
bij een liedjesboek
hoort een gitaar.

Maar het leukste is
oma’s kookboek
want daarin zit
een pannenkoek

Wille, R. (1997). De deur is moe. Verzen op een kier. Averbode: Averbode.


die hoed zit goed

bij de boer

weet je wat ik hoor?
zoem zoem zoem.
tok tok tok.
boe boe boe.
mei mei mei.
roe koe koe.

weet je wat ik hoor?
een bij.
een kip.
een koe.
een lam.
een duif.

weet je wat ik hoor?
een koor in mijn oor.

Wille, R. (2013). Die hoed zit goed. Wielsbeke: De Eenhoorn.


In de Rinkel winkelSpeel je mee
met het ABC?
Neem een W en een C
dat is een toilet,
een B en een H wordt op borstjes gezet.
Neem een T en een V
of een D, V en D
daar kijk je graag naar,
een C en een D
is luisteren maar.
De letter B staat eenzaam bij
een Belgische nummerplaat
een N en een L samen
als het om Nederland gaat.
AUB
dit was een versje met het ABC.

Wille, R. (2017). In de Rinkelwinkel. Wielsbeke: De Eenhoorn.


ieder uur een avontuurIk wil heel het jaar
Tot het donker buiten spelen
Ik wil elke week
Hutten bouwen in de schuur
Ik wil elke dag
Mensen redden in kastelen
Ik wil ieder uur
Ieder uur een avontuur

Van Pamelen, F. (2017). Ieder uur een avontuur. Antwerpen: Zwijsen.