Prentenboeken ‘Kleding, schoenen & kapsels’

KLEDING

Mijn truiKonijn wil zijn nieuwe trui niet aandoen: ze is stom en ze prikt. Boos legt hij de trui weg. Muis ziet de trui wel zitten en wil ze proberen, kip gelooft dat die trui haar goed als jurk zal passen, ezel denkt aan een muts en wolf aan een onderbroek, schaap denkt een nieuw hemdje te bemachtigen en ga zo maar door. Alle dieren krijgen steeds meer plezier in het kledingstuk. Alle dieren behalve konijn. Hij wordt hoe langer hoe bozer. Uiteindelijk besluit konijn dat het zijn trui is. Ze is nu wel breder en langer geworden, maar dat geeft niks meer. Herkenbaar verhaal voor peuters die soms om niet te achterhalen redenen een bepaald kledingstuk helemaal niet aan willen trekken. De gezichtsuitdrukkingen en de lichamen van de dieren spreken boekdelen!

Poussier, A. (2007). Mijn trui. Amsterdam: Van Goor.


bloterik‘Bloterik’, de hoofdpersoon in dit verhaal is een heel normaal jongetje. Hij trekt goed zijn plan, stoort zich niet aan zijn vier grote zussen of aan zijn overbezorgde ouders. Het enige wat hij niet wil is: kleren aandoen. Wat hij ook aantrekt, hij vindt dat geen enkel kledingstuk prettig zit. Dus loopt hij in zijn blootje op zijn sneakers door het leven. Zijn opa vindt dat allemaal best want die draagt zijn bril ook niet ondanks het feit dat hij vreselijk verziend is. Op een dag plukt opa een grote blauwe trui uit een appelboom in de tuin. Bloterik trekt ze aan en … hij trekt ze nooit meer uit, want ze zit meteen goed. Leuk verhaal over het gevoel dat kleding kan geven. Veel grappige passages zeker waar opa meespeelt. In zijn onhandigheid doet die opa wat denken aan Opa Pettson die ook de meest creatieve oplossingen bedenkt. Plezier gegarandeerd.

Büchner, S. (2018). Bloterik. Amsterdam: Ploegsma.


Oei een vlekDe antropomorfe apen in dit fantasieverhaal dragen witte truien, nieuwe truien die mama Aap gekocht heeft voor haarzelf, Papa Aap en Kleine Aap. Mama vraagt met aandrang de truien netjes te houden. Maar dat is niet zo gemakkelijk als je zo graag bessen eet. Om de vlek uit hun truien te verwijderen, proberen Papa en Kleine Aap allerlei dingen: wegvegen, door het gras rollen, door de blubberwei lopen, … Jammer genoeg komen er alleen maar meer vlekken bij. Ze besluiten naar huis terug te keren en om Mama Aap gunstig te stemmen, plukken ze onderweg extra bessen voor haar. Dat was niet nodig geweest, want ondertussen maakte Mama Aap zich al behoorlijk zorgen om hen. Dus omhelst ze hen stevig bij aankomst. Dat zorgt ervoor dat ook mama’s trui niet meer onberispelijk wit is. Grappig geïllustreerd verhaal recht uit de leefwereld van jonge kinderen.

Praagman, M. (2015). Oei! Een vlek. Amsterdam: Leopold.


Het dingOp een dag ziet de olifant iets vreemds bij het meer liggen, het is rood en wit gestreept. Hij besluit ‘het ding’ als hoed te gebruiken. De krokodil lacht hem ermee uit en ziet eerder een cape in ‘het ding’. Schaap vindt het een goed passende rok, eend meent dat het een sjaal is en mier ziet er een dekentje in. Met uitzondering van mier lopen alle dieren boos weg nadat ze zijn ‘uitgelachen’ en ‘het ding’ hebben weggegooid om te gaan mokken in het bos. Net wanneer mier gezellig onder haar dekentje zit, komen de andere dieren terug om ‘het ding’ en hun interpretatie ervan op te eisen. Gevolg: ‘Het ding’ scheurt! Dan komt er een jongetje uit het meer en vraagt zich af waar zijn onderbroek is gebleven. Wanneer de dieren dat horen zijn ze niet meer geïnteresseerd in ‘het ding’. Dit stapelverhaal is niet alleen helder verteld, het is ook grappig. De illustraties zijn – erg toepasselijk – gemaakt met naald en draad in verschillende stofjes (met daarop verschillende labeltjes bv. 100% katoen). Op die manier ziet schaap er echt wollig uit en is de rits in de bek van de krokodil een grappige manier om de gevaarlijke tanden voor te stellen. Ook de lay-out is aangepast aan de inhoud: recht, schuin of in boogjes gedrukt!

Servant, S. (2014). Het ding. Wielsbeke: De Eenhoorn.


De kriebelsjaal van kleine uilWil je kunnen meeleven met het hoofdpersonage van een verhaal dan moet je dat eerst leren kennen. Kleine Uil houdt bv. van rekenen of van racen met zijn step. Kleine Uil vertelt ook waarvan hij niet houdt en de oranje sjaal is iets waarvan hij niet houdt. Kleine Uil heeft daar goede redenen voor want de sjaal kriebelt, is veel te lang en veel te oranje. Maar zijn moeder heeft hem wel speciaal voor hem gebreid. Niet zo gemakkelijk dus om er vanaf te geraken. Eerst probeert hij de sjaal aan opa te geven door hem als geschenklint rond opa’s cadeau te binden, dan bindt hij de sjaal aan een koffer met een verre eindbestemming, maar niks helpt want mama ontdekt het steeds weer. Op een dag gaat Kleine Uil met de klas op stap naar de dierentuin en wanneer hij ’s avonds terugkomt is de sjaal verdwenen. Mama Uil doet nog moeite om de sjaal terug te vinden maar tevergeefs. Een nieuwe sjaal dan maar. Gelukkig mag Kleine Uil de wol zelf kiezen en hij kiest niet voor oranje en niet voor kriebelig. Heerlijk boek met minimale illustraties in de kleuren oranje en groen/petroleumblauw waar op de witte bladzijden veel plaats is voor Kleine Uil of voor de oranje sjaal. En voor wie het echt wil weten: de oranje sjaal kreeg in de dierentuin nog een erg goede bestemming.

Feeney, T. (2013). De kriebelsjaal van Kleine Uil. Amsterdam: The House of Books.


Waar is mijn sok?Met dit zoekboek nodigt de auteur peuters en kleuters uit om aandacht te schenken aan het thema ‘aankleden’. Een jongetje komt uit bad en de lezer moet op zoek naar de kledingstukken van het jongetje. Onderaan de dubbele bladzijde bevindt zich één regel tekst waarin de vraag gesteld wordt naar een bepaald kledingstuk van het jongetje. Hoe die kledingstukken eruit zien, ontdek je pas op de volgende bladzijde waar het jongetje ze aan heeft getrokken. Per dubbele pagina strekt zich een illustratie uit – acht in het totaal in volgorde van het aankleden  – waarin het jongetje te zien is. Hij is telkens één kledingstuk verder. Daarnaast bevatten de prenten ook nog vele andere nevenfiguren. Ze leiden de aandacht wel enigszins af omdat het er zoveel zijn, omdat ze grappig zijn of omdat ze over de bladzijde wervelen … Denk aan allerlei dieren met kledingstukken aan (bv. een slang in een roze trui), denk aan een konijn dat een trui zit te breien van een schaap, of denk aan een poes die wegrent met een onderbroek op haar kop. Verder zijn er twee honden die vechten om een jeansbroek, zit er een krokodil in bad en houdt een hond een ooglapje in zijn bek … Te veel om op te noemen dus. En dat betekent ook veel zoekwerk. Mogelijk wat te moeilijk voor peuters maar zeker een bron van plezier voor kleuters.

Ten Cate, M. (2011). Waar is mijn sok? Rotterdam: Lemniscaat.


Mannetje Jas‘Mannetje Jas’ is de naam die de mensen geven aan de eenzame koukleum die zijn huis niet uitkomt, omdat hij het altijd zo koud heeft. Op een dag trekt Mannetje Jas alle kleren aan die hij kan vinden om in de stad wat extra jassen te kopen. Hij koopt in de winkel drie jassen om boven elkaar aan te trekken, maar nog heeft hij het koud. Dus koopt hij een stapel schapenwollen dekens en laat een kleermaker er jassen van maken. Die trekt hij aan boven de jassen die hij al gekocht heeft. Iedereen op straat blijft verwonderd staren naar het dik ingepakte Mannetje dat het nog steeds koud heeft. Dus brengen de mensen al hun oude jassen en ook die trekt Mannetje Jas aan. Hij is nu groter dan een huis en kogelrond. Maar wanneer hij terug zijn huis wil binnengaan, lukt dat niet meer door al die jassen. Dus maakt hij van zichzelf een jassenhuis en stookt tussen de jaspanden de kachels. De mouwen dienen als schouwen. Op een dag wil een man hem iets laten zien. Mannetje Jas aarzelt even maar laat zich dan toch op een vrachtwagen laden en tot zijn grote verbazing ontmoet Mannetje Jas na een lange rit … Vrouwtje Jas. Ze kletsen honderduit, zo veel dat ze het er warm van krijgen en één na één hun jassen kunnen uitdoen. Heerlijk verteld verhaal waarin ‘jassen’ echt de hoofdrol spelen. De illustraties zijn kleurrijk en bevatten veel leuke details, bv. de hoofddeksels van de mensen op straat, de bedrukking van de verschillende, veelkleurige  jassen …

Posthuma, S. (2006). Mannetje Jas. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Kasper de kleermakerKasper de bever is een handige Harry. Hij kan niet alleen schilderen, timmeren, tuinieren, bakken, dingen herstellen en fietsen repareren. Kasper heeft dringend een nieuwe schort nodig en besluit die zelf te naaien als een heuse kleermaker. Het verhaal volgt Kasper doorheen de verschillende stappen die hij moet nemen om tot het eindresultaat – de schort – te komen. En dat lukt! De laatste bladzijden bevatten het patroon van de schort zodat de kleuters er bv.in de klas zelf mee aan de slag kan. De warme tekeningen zijn ondersteund door een beknopte maar duidelijke tekst. Af en toe zijn er grappige details zoals Kasper die zelf een bad neemt in de tobbe waar in hij net voordien de lap stof heeft uitgewassen.

Klinting, L. (2013). Kasper de kleermaker. Utrecht: Veltman. 


Verkeerde sokkenDat dit zo’n schitterend prentenboek is geworden, is op de eerste plaats te danken aan illustrator Marije Tolman. De cover alleen al toont dit aan: Sam te midden van heel veel verschillende sokken met zelf twee verschillende sokken aan. Het eenvoudige verhaal gaat over Sam die zich afvraagt waarom je altijd 2 dezelfde sokken moet aantrekken. Het antwoord van zijn moeder – dat is nu eenmaal zo – bevredigt Sam niet. Hij beslist om voortaan met 2 verschillende sokken door het leven te gaan. Dat is minder saai en suf. Zijn voorbeeld krijgt navolging: eerst enkel in zijn klas, dan in de school en ook in de sportclub en ook … Wanneer ongeveer de hele wereld 2 verschillende sokken draagt, besluit Sam dat hij 2 dezelfde sokken zal dragen. De kracht van dit verhaal zit in het feit dat Sam er zelf voor kiest uniek of anders te zijn. Dat maakt Sam onbevreesd voor de reacties van anderen.

Van ’t Hek, Y. (2014). Verkeerde sokken. Amsterdam: Leopold.


Van wie is die sok?‘Van wie is die sok?’ is een uitgave van de peuterreeks ‘Van wie is …?’. Na hoeden, huizen, staarten en auto’s gaan we in dit boek op zoek naar kledingstukken van sprookjesfiguren. De peuters krijgen telkens een ander kledingstuk naast vier sprookjesfiguren te zien. Aan hen om te raden wie het bikinitopje, de jurk, het schort, … toebehoort. Bij de laars is duidelijk enkel de reus een schoen kwijt, maar bij de broek moet je toch al beter kijken of die nu van de dwerg, de piraat of de prins is. De blote billen van de dwerg gecombineerd met het raadspelletje zal heel wat peuters bekoren, maar de echte kwaliteit van dit boek schuilt in de kleurrijke illustraties van Charlotte Dematons, telkens op de volgende bladzijde. Daar zie je namelijk de sprookjesfiguur op het moment dat die het kledingstuk kwijtraakt. Geef je ogen de kost, want in deze tekeningen die een dubbele pagina beslaan, kan je heel wat grappige details en verwijzingen vinden. Dematons kan zich als geen ander inleven in de fantasierijke wereld van jonge kinderen en sprookjes. Om alle verwijzingen en grapjes te ontdekken, heb je een scherper oog en meer kennis dan die van peuters nodig. Een boek dus waarvan het concept aansluit bij peuters, maar dat pas tot zijn recht komt bij oudere kleuters die de sprookjes kennen en kunnen ontfutselen welke mysterieuze hand op elk van de tekeningen een kledingstuk weg graait.

Akveld, J. (2018). Van wie is die sok? Haarlem: Gottmer.


SCHOENEN

Van je ras ras ras‘Spetter spatter spetter spat
mijn voetjes worden toch niet nat.
Dus zingen ze van ras, ras, ras,
twee laarsjes dansen in een plas.’

(…)

Dit is maar één voorbeeld uit de leuke versjes die Riet Wille hier bij elkaar geschreven heeft rond alles wat je aan je voeten kunt doen. Dat kunnen mama’s hoge hakken zijn, dat kunnen schoenen met velcro zijn die zo’n mooi geluidje maken bij het openen en sluiten, dat kunnen sandalen zijn … Kortom te veel om op te noemen. Komt daarbij dat de versjes interactief zijn waardoor je er leuke bewegingen op kunt maken. De illustraties zijn eenvoudig maar sprekend. Superleuke versjes voor peuters en kleuters!

Wille, R. (2019). Van je ras ras ras twee voetjes in een plas. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Lou en Lily kriebeltenenKriebeltenen is het eerste prentenboek in een nieuwe reeks over het leven van twee kleuters, Lou en Lily. In dit verhaal heeft Lily nieuwe schoenen nodig. Ze mag van haar mama kiezen welke ze wil. Wauw! Lily begint meteen te dromen : wil ze schoenen met hakken, of dansschoenen of wandelschoenen of … ? Er is zoveel keuze! Samen met haar beste vriend probeert ze een hele reeks schoenen uit. Lou heeft snel gekozen, maar voor Lily is dat veel moeilijker … Een prettig verhaal dat mooi aansluit bij de interesses en de leefwereld van jonge kleuters.

Dieltiens, K. (2021). Lou en Lily. Kriebeltenen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Ik wil dieElla’s schoenen zijn versleten en ze mag met mama naar de winkel om nieuwe schoenen te kopen. Ella weet meteen wat ze wil: mooie rode schoenen met een bandje over haar wreef. Maar de rode schoenen zijn haar maat niet. Ella geeft niet toe en beweert dat de schoenen goed zitten. Na lang aandringen – een een slecht gehumeurde winkeljuf – koopt mama de rode schoenen. Ella houdt ze meteen aan om naar oma te gaan. Hoe langer Ella de schoenen draagt, hoe pijnlijker haar voeten worden. Eerst haar grote teen, dan haar kleine teen, dan haar hielen, dan al haar tenen. Oma vindt Ella’s schoenen supermooi. Ella durft de schoenen niet uitdoen maar dan gaat ze naar het toilet. Stiekem doet ze daar de mooie rode schoenen van haar voeten. Dan gaat ze met beide pijnlijke voeten in het toilet staan en spoelt door. Hoe heerlijk voelt dat aan haar voeten?! Maar dan moeten de schoenen terug aan en volgt de lange weg naar huis. Thuisgekomen barst ze in tranen uit en wanneer mama haar voeten ziet, huilt die mee. Gelukkig heeft Ella haar oude schoenen nog.

Dros, I. (2019). Ik wil die. Houten: Van Holkema & Warendorf.


De schoenen van mamaWarre, een driejarige kleuter, belooft zijn mama op de markt dicht bij haar te blijven. Hij bedenkt dat het goed is mama’s schoenen in de gaten te houden. Maar dan is er een speelgoedkraam die zijn aandacht trekt, gelukkig … hij ziet mama’s schoenen nog. Die lopen langs de snoepjeskraam – Warre krijgt een snoepje voor in zijn mandje en eentje voor in zijn mond – , langs de groentekraam – een radijsje in zijn mand – en de bloemenkraam. Zoveel bloemenkopjes op de grond. Warre raapt ze op. Er ligt zelf een bloemkopje op de schoen van mama. ‘Wil jij daar wel eens afblijven, ‘ zegt een boze stem. Oh wat is dat nu: mama is uit haar schoenen gestapt – er zit een andere mevrouw in. Warre loopt de weg terug. Eerst probeert hij het gezicht van mama te vinden tussen de gezichten van al die mensen op de markt. Maar dan concentreert hij zich opnieuw op de schoenen. En dat loont … Zowel Warre als mama zijn superblij!

L’Ecluse, L. (2012). De schoenen van mama. Wielsbeke: De Eenhoorn.


HAAR & HOEDEN

De prinses met de lange harenIn een arm land wordt een prinses geboren. Ze heeft prachtig haar. Alleen … haar haren groeien zo snel dat al gauw een zwembad met 9 dames nodig is om het te kunnen wassen. Haar haren worden zo zwaar dat ze die in 2 koffers mee moet zeulen en de koffers worden zo zwaar dat er een sterke man uit het circus moet komen om die koffers te dragen. Maar de koning wil niet dat de prinses haar haren afknipt – ze zullen een bron van rijkdom zijn wanneer de prinses zal trouwen. Wanneer de huwelijkskandidaten opdagen met prachtige geschenken, begrijpt de prinses dat dit goed is voor het land. Zelf is ze echter verliefd op de sterke man die haar koffers draagt. Stilletjes muizen zij en de sterke man er van onder … naar het circus. Leuk verhaal met vlotte illustraties in inkt en waterverf die erg goed de sfeer van het verhaal en het humeur van de prinses weergeven.

Van Haeringen, A. (2004). De prinses met de lange haren. Amsterdam: Leopold.


Sam en Bennie bij de kapperDe haren van Sam zijn veel te lang. Ze zijn zo lang dat ze haar hondje Bennie haast niet meer kan zien. Samen gaan ze naar de kapper die het geen probleem vindt dat Bennie mee in de kapperszaak komt. Maar wanneer de kapper Sam begint te knippen, begint Bennie luid te blaffen. Hij denkt dat de kapper Sam pijn doet en dat wil hij niet laten gebeuren. Het meisje Sam en haar hondje Bennie zijn onderwerp van een Clavis-reeks. Samen beleven ze de dingen die de kleuters ook beleven zoals naar school of naar de bib gaan, haren laten knippen, leren zwemmen, enz. Leuk geïllustreerde en voor de doelgroep herkenbare prentenboeken.

Koppens, J. (2019). Sam en Bennie bij de kapper. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


Idje wil niet naar de kapperIdje heeft een reusachtige bos krulhaar en dat vindt hij superleuk. Hij kan er dingen in verstoppen, figuren mee maken zoals een olifant of broccoli en hij kan er ook zichzelf achter/in verschuilen. Op een dag vindt zijn mama dat hij nu echt naar de kapper moet. Idje verzint allerlei uitvluchten maar niks helpt. Tot Idje – eerder toevallig – met zijn grote bos haar de hond van het gezin die van de trap valt een zachte landing bezorgt. Mama vindt hem een held en laat zich vermurwen: ‘naar de kapper gaan we later wel eens. Zullen we naar de bioscoop gaan?’. Prettig verteld verhaal met illustraties die erg duidelijk maken welke de belangrijkste voordelen van zo’n reusachtige bos haren zijn.

Middelkoop, M. (2019). Idje wil niet naar de kapper. Amsterdam: Rose Stories.


Mijn haarHet meisje op de cover viert binnenkort haar verjaardag. Daar hoort een nieuwe outfit én een kappersbeurt bij. Onderweg naar het kapsalon zien we al talloze coupes de revue passeren. Eens in de kappersstoel wordt het register helemaal opengetrokken: terwijl het meisje in een boekje kijkt, overschouwt ze ook de brede keur aan kapsels die haar vrienden en familieleden hebben uitgekozen. De keuze is eindeloos! Zou ze kiezen voor vlechtjes, knotjes, een stoere high fade of krullen? Wil ze haar haar kort of lang, verkiest ze een brede of een smalle coupe? Als lezer sta je versteld van de mogelijkheden, wat echt een kracht is van dit boek: de makers slagen erin om met het alledaagse onderwerp tot de verbeelding te spreken. Ze trekken je wereld open en verbreden je blik. Jonge kleuters – die wel vaker gefascineerd zijn door haar en kapsels – zullen vast hun gading vinden in dit prettige verhaal. Het jonge meisje kiest uiteindelijk voor een natuurlijke look? Wat verkies jij?

Lee, H. (2020). Mijn haar! Antwerpen: Pelckmans.


Kapper TomKapper Tom is erg populair. Iedereen wil door hem geknipt worden. In ‘coupe à la kom’ is hij een meester. Jammer genoeg valt op een dag ‘de kom’ stuk en de klandizie neemt zienderogen af. Tot kapper Tom eens op bezoek gaat bij buurvrouw Kaat in haar antiquariaat. Daar ontdekt hij heel veel nieuwe spullen waarmee hij iemand een bepaald haarmodel kan geven. En zo komt alles nog goed … Zeker ook met Tom en Kaat. Verhalen over kappers zijn niet dik gezaaid en dat maakt dit verhaal dus origineel. Ook de illustraties – soms enigszins cartoonesk – zijn sterk. Dat kan niet altijd gezegd worden van de tekst op rijm (dat soms wel eens hapert). Gelukkig maakt de schrijver wel gebruik van woordgrapjes die door de doelgroep zeker gesmaakt zullen worden. De illustraties bevinden zich altijd op de rechterbladzijde en vele ervan zijn uitklapbaar. Dan vind je op de bovenliggende bladzijde de afbeelding van het voorwerp waarmee Tom knipt en als je de bladzijde dan openslaat zie je het resultaat van Toms kapperskunsten. Grappig en origineel verhaal.

Hovart, A. & De Vos, D. (2020). Kapper Tom. Antwerpen: Van Halewyck.


geen hoedje van papierStevig kartonboekje met per dubbele bladzijde een afbeelding met een ‘hoofddeksel’ en een vierregelig versje erbij. De hoofddeksels zijn zeer gevarieerd want ‘alles’ kan een hoofddeksel zijn: een handdoek, een muts, een helm, zelfs een grote buil, … Veel meer dus dan een ‘hoedje van papier’. De versjes zijn speels en herkenbaar en zeer goed aangepast aan de peuterleeftijd. De illustraties zijn eenvoudig zonder simpel te worden. Superleuke versjes voor peuters en kleuters!

Wille, R. (2019).1, 2, 3, 4. Geen hoedje van papier. Wielsbeke: De Eenhoorn.


De hoedMeneer Jolig is een ijdeltuit die in de stad Grauw woont en het liefst van al wil opvallen. Hij onderneemt daartoe verschillende pogingen maar die mislukken jammerlijk. Tot de dag dat hij een oranje-wit-blauw gestreepte verkeerskegel als hoed gaat dragen. Dat heeft impact, want niet alleen worden dergelijke verkeerskegels grote mode, de hele stad tooit zich in oranje wit en blauw. Dus zet Mr. Jolig zijn hoed terug af. Vooral de illustraties laten het verschil zien tussen origineel zijn en opgaan in de massa. De tekst is vrij eenvoudig en beknopt. Het verhaal zou ook zijn plaats kunnen krijgen in het BC Anders zijn.

Granados Niubo, D. (2014). De hoed. Antwerpen: De Vries-Brouwers.


Ik wil mijn hoed terugDe vertellijn in dit stapelverhaal is supereenvoudig: beer is zijn rode punthoed kwijt en vraagt aan alle dieren of ze zijn hoed niet gezien hebben. Alle dieren antwoorden ontkennend ook het konijn dat toch duidelijk een rode punthoed draagt. Dat laatste realiseert Beer zich maar later. Hij haast zich terug en confronteert Konijn. De tekst vermeldt niet hoe dat gebeurt. Wel zie je op de illustratie enkele gebroken takjes en is er Eekhoorn die aan Beer vraagt waar het konijn met de rode hoed gebleven is. Het antwoord van Beer is even eenvoudig als veelzeggend: ‘Ik heb nergens een konijn gezien. Ik zou nooit een konijn opeten. En hou nou op met je gevraag.’ Tekst en tekeningen – in voornamelijk aardetinten met uitzondering van rood voor het konijn – liggen in elkaars verlengde en versterken elkaar op die manier.

Klassen, J. (2011). Ik wil mijn hoed terug. Haarlem: Gottmer.


Een niet zo hippe hoedHarbet de hond heeft lang geleden een mooie muts van zijn oma gekregen. Het is een fijne muts, ze houdt zijn oren warm en kriebelt niet. Maar de andere dieren lachen hem uit met zijn muts en zeggen dat het een ‘oude muts’ is. Harbet houdt er niet van uitgelachen te worden en doet er werkelijk alles aan om met de laatste hoedenmode mee te zijn maar niets helpt; de dieren blijven lachen of roepen ‘oude hoed’. En dan doet Harbet iets spectaculairs  – hij loopt blootshoofds – en zet zo een nieuwe trend. Mooi samenspel van eerder beknopte tekst (waarvan de zinnen dikwijls doorlopen op de volgende bladzijde – wat echt uitnodigend is) en zeer gedetailleerde mooie tekeningen van hoofddeksels, dieren en alles wat voor hoofddeksel door kan gaan. De auteur gebruikt ook verschillende lettertypes vooral waar ze duidelijk wil maken hoe erg Harbet wordt uitgelachen.

Gravett, E. (2018). Een niet zo hippe hoed. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.