Prentenboeken ‘Beginnende geletterdheid’

Vanaf het eerste knisperboekje waar je als baby mee speelt, ben je aan het leren lezen. Het hoeft geen betoog dat voorlezen en kinderen van een rijk boekenaanbod voorzien uitgelezen manieren zijn om jonge kinderen verder voor te bereiden op leren lezen. In die zin draagt alles wat je op deze website kan vinden bij tot de beginnende geletterdheid van jonge kinderen. In onderstaande lijst nemen we enkel boeken op die gericht zijn op nadenken over taal, letters, klanken en woorden. De mogelijkheden zijn erg breed, maar naar gewoonte namen we enkel onze favorieten op. Een lijst met must haves voor tweede en derde kleuterklassen dus!

ABC-BOEKEN

550x747

Na drie jaar bijna obsessief werken heeft de Nederlandse Charlotte Dematons haar nieuwe solowerk af. Zo doorsnee als de titel ‘Alfabet’ klinkt, zo uitzonderlijk is dit fenomenale prentenboek. Elke prent verbeeldt talloze woorden die met een bepaalde letter van het alfabet beginnen. Het is moeilijk in te beelden hoe verregaand Dematons het concept heeft uitgewerkt tot je het ziet. Nooit eerder bulkte een ‘woordeloos’ prentenboek van zoveel ongebreideld taalplezier. In Dematons favoriete prent zit bijvoorbeeld een nijl­paard in een nest met een nachtpon aan haar nagels Napels-geel te lakken. Zo schuilen er niet minder dan 3000 woorden in de gedetailleerde prenten. Onze taal dwingt sommige illustraties tot eindeloze details, andere letters laten dan weer heel wat ruimte. Elke keer opnieuw heeft Dematons andere manieren gezocht om de woorden in de beelden met elkaar te verbinden, soms verrassend, soms schijnbaar evident. De letterdief op de cover heet ‘Alfabet’ en weeft de bladzijden aan elkaar.
Dematons zou Dematons niet zijn als ze niet talloze culturele verwijzingen, details en grapjes in haar prenten zou integreren. Hoe meer je het boek ter hand neemt, hoe indrukwekkender het wordt. Je blijft zoeken, ontdekken en glimlachen bij de vondsten. De uitgever ontwikkelde een website met de woordenlijsten en een app waarmee je de prenten kan scannen. Ze vullen het boek mooi aan en bevestigen de eindeloze mogelijkheden, maar gun ‘Alfabet’ de eerste keer jouw onbevangen blik. Enkel zo kom je dicht bij de rechtlijnige en fantasierijke kijk van Dematons en die van kinderen, voor wie ze het boek uiteindelijk gemaakt heeft.

Dematons, C. (2020). Alfabet. Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.

data58745503-ca3a8a


Schermafbeelding 2020-06-14 om 20.47.09Uitgeverij Boycott heeft een patent op opvallende boeken die de klassieke tekst en illustraties overstijgen. Dat wordt meteen duidelijk bij de cover van dit boek waarop een gapend meisje met wijd opengesperde mond staat. Elke bladzijde bevat een illustratie en een letter uit het alfabet. De letters worden telkens verbonden met een activiteit die te maken heeft met het slaapritueel of met weetjes over dieren en hun slaapgewoontes. Denk bijvoorbeeld aan K voor knikkebollen, L voor luiaard, S voor snurken, …
Bij welke letter val jij in slaap? Dat is de hamvraag die  aan het begin van het boek aan de lezer wordt gesteld. Menig kind zal zich uitgedaagd voelen om zo lang mogelijk te luisteren naar de ‘slaapverwekkende’ weetjes. Wakker blijven is de boodschap, maar volwassen voorlezers weten maar al te goed hoe heerlijk verhaaltjes voor het slapengaan kinderen in slaap kunnen wiegen. Een uitdagend boekje dus waarbij de lezer niet kan verliezen.

Minhós Martins, I. & Kono, Y. (2019). ABZzz… een slaapverwekkend alfabet. Amsterdam: Boycott.


519x840Moeilijk te zeggen of dit boek nu een prentenboek of een verzenbundel is. We houden het op een combinatie van beide. Want voor elke letter van het alfabet (zowel de blokletter als de leesletter staat afgebeeld) wordt een dier gekoppeld aan een beeld en een versje. Wat de versjes of gedichten betreft slaagt B.Westera erin de dieren doorheen de woorden te laten leven. Ze lenen zich uitstekend om luidop gelezen te worden en liggen ook goed in het gehoor. Dit vraagt om een voorbeeld. Hier komt de ‘Olifant’:

Olifant
De hele kudde volgt mij op de voet.
We gaan op zoek naar water, met z’n allen.
Ik ken het uitgestrekte landschap goed.
Ik weet precies waar regen is gevallen.
Ik ben de oma van het stel, het alleroudste vrouwtje.
Als oma ben je heel belangrijk, iedereen vertrouwt je.
Ik ken de grond, ik weet de weg, ik heb me nooit vergist.
We gaan op zoek naar water en we vinden het beslist.

Westera staat in de verzen ook stil bij andere aspecten die aan de dieren gekoppeld zijn. Bv. het feit dat er nog maar weinig neushoorns zijn omdat ze bejaagd worden voor hun hoorns omwille van het medicijn dat ervan gemaakt wordt. Of bij hun naam. Xenopus of klauwkikker want ‘xenopus’ betekent ‘vreemde poten’. Daarnaast zijn er de prachtige houtsneden van Henriëtte Boerendans. Denk niet aan zwart-wit, maar aan houtsneden in heldere, warme kleuren. Elke illustratie is een kunstwerk op zich. Dat in een boek op groot formaat en het feit dat op de linkerbladzijde rondom de letters en het vers veel witruimte is gelaten, zorgt voor een extra mooi effect. Achteraan in het boek zijn de dieren nog eens alfabetisch opgelijst met extra aanvullende weetjes die kleuters zeker zullen interesseren. Tot slot: het boek is prachtig uitgegeven met een roodlinnen band en met veel aandacht voor de layout.  Een juweeltje…

Westera, B. (2016). Aap Beer Zebra. Haarlem: Gottmer.


550x426Wie niet houdt van brave kinderboeken met een moraliserend sausje, moet zeker eens kijken naar dit alfabetboek. Het alfabet zit in de namen van de kinderen die de pechvogels van dienst zijn. De betreffende letter is een blokletter die in het rood gedrukt is. De titel van het boek zegt het zelf al: het zijn ‘gemene versjes’. Vooral omdat de omstaanders kinderen zijn die zonder blikken of blozen kijken naar wat een ander kind overkomt. Een voorbeeld:
Alle kinderen schaatsen op de vijver
Behalve Beatrijs, die zakt door het ijs.
Op de bijhorende illustratie zie je de andere kinderen gewoon schaatsen terwijl er een meisjeshoofd uit een wak in het ijs steekt. De illustraties bij de versjes doen de omvang van wat er gebeurt pas echt doordringen. Met hun humor zorgen ze er tegelijkertijd ook voor dat de scherpe kantje van de gemene versjes wat bijgevijld worden. De prenten laten zien dat sommige situaties behoorlijk gevaarlijk kunnen zijn. Maar toch valt vooral de ‘coole’ houding van de andere kinderen op. De kijker/toehoorder van dit boek moet over elke situatie een eigen mening vormen want elke vorm van moralisering ontbreekt (gelukkig). Enkel bij de letter ‘O’ kun je heel even – en dan nog enkel als je het wil – horen dat lachen om andermans ongeluk, leedvermaak dus, niet zo fijn is.
Alle kinderen lezen dit boek.
Behalve Octaaf, die is veel te braaf.
Een origineel en verfrissend boek.

Kuhl, A. (2016). Alle kinderen: een abc van gemene versjes. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


9200000036222439Wie op zoek is naar een originele manier om letters te ontdekken, is met dit boek aan het juiste adres. Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum Amsterdam, stelt aan de hand van de 26 letters van het alfabet een klein deeltje van zijn collectie voor. Op elke  linkerbladzijde zie je de betreffende letter staan (in blokletter en leesletter) en ook het betreffende woord. Om bij het begin te beginnen: A en a is van appel. Op de rechterbladzijde krijg je dan een schilderij waarop een appel te zien is. Het verrassende daarbij is het feit dat het dan eens niet om een superronde en supergave supermarktappel gaat maar om wat wij nu een ‘biologische’ appel zouden noemen. UnknownNiet zo rond en gaaf dus. Verder zijn er nog verrassende woorden. Bv. de letter ‘g’ krijgt als woord ‘gebed’ en dan de afbeelding van een biddende vrouw. De letter ‘q’ staat voor de beeldhouwer Quellinus wiens prachtige beeld van een hazewind wordt afgebeeld. We zegden het al: in dit boek ontdek je letters op een niet stereotiepe manier. Dat houdt natuurlijk ook in dat er soms wel wat uitleg nodig is. Zeker ook voor jonge kinderen. Het boek eindigt met een overzicht van alle kunstobjecten waarop de ABC-afbeeldingen te vinden zijn. Op die manier kun je het ook als leidraad gebruiken wanneer je het museum bezoekt.

Pijbes, W. (2015). Rijksmuseum ABC. Amsterdam: Rubinstein.


os9789047712305We spelen met letters in een lange rij-  we zeggen de klank en het rijmpje erbij- doe je mee?
Op dit principe is dit klank-alfabetboek gebaseerd. Je luistert naar klanken zoals ‘i in ik’ maar ‘ie in fiets’; je luistert naar het rijm dat erbij hoort en je kijkt naar de letter die duidelijk in de afbeelding zit. Het mag duidelijk zijn dat niet alleen de 26 letters van het alfabet aan bod komen maar ook nog 14 andere klankcombinaties. De illustraties zijn zoals we gewend zijn van de Schuberts, mooi, gedetailleerd en hartveroverend. Er is steeds een grote illustratie bij de letter of de klankcombinatie zelf bv. oe voor oehoe. Maar de rest van de bladzijde is opgefleurd met allerlei kleine herkenbare illustraties . Bv. voor de ‘oe’ een kleine tekening van een koe, een poes, een schoen, een hoed, …. Voor deze bespreking hebben we ons op een oude uitgave gebaseerd maar gelukkig komt er een herdruk in juni.

Keuper-Makkink, A. (2009). Kijk mijn letter. Groningen: Noordhoff.


550x742Macfarlane en natuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De auteur is o.m. bekend van zijn trilogie over de natuur waarin hij bergtoppen (Hoogtekoorts, deel 1), de wilde natuur (De laatste wildernis, deel 2) en de door mensen beïnvloede natuur (De oude wegen, deel 3) beschrijft. Dit boek wil vooral de liefde voor de natuur bij kinderen opwekken en bestaat uit 20 ‘betovergedichten’ die kinderen laten kennismaken met planten en dieren. De inleiding die Macfarlane voor dit boek schreef verklaart de titel. Hij geeft daarin aan dat hij op een dag ontdekte dat woorden begonnen te verdwijnen uit de woordenschat van kinderen. Het gebeurde zo geleidelijk dat niemand het eerst opmerkte. Het waren de woorden die je gebruikt voor de je omringende natuur: adder, akelei, braamstruik, otter, ijsvogel, … De hedendaagse kinderen gebruiken die woorden niet meer omdat ze zo weinig buiten komen en daarom verdwijnen die woorden dan ook. Het voorliggende boek wil deze woorden opnieuw introduceren. Op de rechterbladzijde zie je een prachtige, natuurgetrouwe afbeelding van de bewuste plant of het bewuste dier (in actie). Op de linkerbladzijde een met kleinere illustraties verlucht gedicht dat dat dier beschrijft. De auteur speelt met letters – er is een dubbele bladzijde waarop een prachtige slinger leesletters te zien is . Meer nog elke strofe van de poëtische tekst die bij elk dier hoort begint met de opeenvolgende letters van de naam van het dier. Een voorbeeld:
Otter gaat rivier in, vanuit stilstand(…)
Toverdier laat adem stokken, harten kloppen (…)
Turbozwemmer is een zilverzoeker (…)
Ergens altijd al een otter willen zijn (…)
Ren dan naar de oever , otterdromer (…)
Een prachtig initiatief van Macfarlane dat uitgemond is in een heus geschenkboek waarvan de vertaling in handen was van Bibi Dumon Tak die niet aan haar proefstuk toe is. Heerlijk voor kinderen én volwassenen.

Macfarlane, R. & Morris, J. (2019). Verloren woorden. Amsterdam: Querido.
 


NADENKEN OVER WOORDEN

9789058385697Ooit bestond er een land waar de stilte heerst. Spreken kan er alleen als je woorden koopt. Alle woorden worden er gemaakt in ‘de grote woordfabriek’. Sommige woorden zijn heel duur, andere goedkoop en soms, heel soms, vliegen er woorden door de lucht en met wat geluk kun je die vangen. Florian, het hoofdpersonage van dit boek, heeft er drie gevangen en die wil hij geven aan Siebelle die ‘onuitsprekelijk’ lief is. Florian heeft een vijand, Oscar. Hij heeft rijke ouders en heeft een heleboel woorden gekocht om zijn liefde aan Siebelle te verklaren en haar te imponeren.  Gelukkig is Siebelle meer onder de indruk van ‘pannenlapje’, ‘kersenrood’ en ‘stoelendans’… Op de paginagrote illustraties zijn overal letters te vinden. Bovendien komen er steeds meer rode en oranje accenten in de bruintinten naarmate het duidelijker wordt dat Siebelle de liefde van Florians leven is. En zo eindigt dit verhaal in woord en beeld in een zachte warmte.

De Lestrade, A. (2009). Het land van de grote woordfabriek. Wielsbeke: De Eenhoorn.


550x561De muis op de cover opent het verhaal met de lichtjes arrogante uitspraak van de titel: ‘Ik ben een tijger’. Enkele andere dieren proberen hem met redelijke argumenten te overtuigen van zijn gebrek aan tijgerlijke eigenschappen, maar ze moeten het onderspit delven. Wanneer een paginagrote tijger op het toneel verschijnt, verwacht de lezer doorslaggevende argumenten, maar ook die raken de muis niet. De muis lijkt niet van zijn stuk te brengen en doet zelfs de grote tijger twijfelen aan zijn eigen identiteit. Wanneer de muis zijn spiegelbeeld ziet in het water, verandert zijn standpunt, maar blijft hij verbazen. De expressief geïllustreerde dieren dragen het verhaal en ondersteunen de absurditeit van de uitspraken. Toch zullen kleuters zich ook kunnen identificeren met de uitspraken van de kleinste figuur in het gezelschap die grootmoedig een plaats in de groep zoekt. Heerlijk grappig verhaal met veel taalspel waar kind en voorlezer blij van zullen worden.

Newson, K. (2019). Ik ben een tijger. Rotterdam: Lemniscaat.


550x644Vos en Haas zijn ondertussen twee erg bekende figuren in kinderboekenland. Hier zetten schrijfster Sylvia Vanden Heede en illustrator Thé Tjong-Khing zich in om 250 woorden te verklaren aan de hand van zes verhalen over Vos en Haas. Eén van de woorden is – hoe kan het anders in een net uitgegeven boek  – ‘quarantaine’. Maar ook eenvoudige woorden als ‘ster’ of ‘spin’ worden verklaard naast nog heel veel andere minder gebruikte zoals ‘dozijn’. Het boek is opgevat zoals de andere in de reeks. Paginagrote illustraties waar de tekst doorheen gedrukt werd, zorgen ervoor dat dit ‘kijkwoordenboek’ ook een echt prentenboek is. Wie al een voorproefje wil kan op de website van uitgeverij Lannoo, de auteur zelf zien voorlezen uit het Kijkwoordenboek ( www.lannoo.be en klik dan door via ‘kijkwoordenboek’).

Vanden Heede, S. (2020). Vos en Haas: Het kijkwoordenboek. Tielt: Lannoo.


550x773Riet Wille heeft een heleboel leuke versjes op haar naam staan. Dat taal echt haar ding is, blijkt nog maar eens in dit boek vol raadsels, taalspelletjes en ‘echte’ teksten voor beginnende lezers. Het concept is eenvoudig. Opa winkelt bij de lokale handelaars – elke winkelier krijgt een dubbele pagina met een grappige illustratie, de tekst van het gesprek tussen winkelier en opa (op rijm) en een slogan. Daarna gaat opa naar het park om even uit te blazen. Hij besluit zijn winkeltocht met aankopen in de dierenwinkel, bij de slager en de bloemist. Thuis gekomen laat hij zijn aankopen bewonderen door oma. Maar … wie weet nog wat opa waar gekocht heeft. En waarom zie je in het park wel eens een eendje in zijn eentje? Veel zoekspelletjes dus, gesprekken die gemakkelijk met 2 personen kunnen gevoerd worden – ook met kleuters die nog niet kunnen lezen, kunnen bedenken wat je in een winkel zegt – en ook verschillende taaljargons waarmee een kleuter kennismaakt. Denk aan: slogantaal, rijmen, dialoog, … Prettig boek om voor te lezen en samen met kleuters te ‘doen’.

Wille, R. (2017). In de Rinkelwinkel. Wielsbeke: De Eenhoorn.


een_toren_dozen-minAan de hand van 10 dozen met een verschillende inhoud, speelt R.Wille in dit boek taalspelletjes. Per doos is een dubbele bladzijde voorzien waarop de inhoud van de doos te zien is. Per voorwerp – het zijn er steeds 8 – is een versje voorzien. Dat is een raadselversje. Wanneer de kleuter die versjes kan oplossen weet hij om welk voorwerp het gaat en wie weet kan hij de doos zelf ook benoemen wanneer hij alle versjes oplost. Zo is er een juwelendoos, een snoepdoos, een letterdoos, een insectendoos, een frullendoos, … (Voor wie het niet lukt: Oplossingen zijn achteraan in het boek te vinden.) Een voorbeeldje uit de insectendoos:
eerst een ei,
dan een rups.
die vreet blaadjes op
en verandert in een pop.
als die haar vleugels open slaat,
fladdert er iets
wat bloemen en tuinen nog fleuriger maakt.
De illustraties bevatten uiteraard ook aanwijzingen om de raadsels op te lossen. Taalspel gegarandeerd!

Wille, R. (2019). Een toren dozen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


SPELEN MET WOORDEN & KLANKEN (‘HAKKEN & PLAKKEN)

889x1200De uitgangsvraag van dit prentenboek is: op wie gelijk ik? De ik-figuur die deze vraag stelt is Tolikrolivaar, het kind van papa Krokovaar (krokodil en ooievaar) en mama Tijgofant (tijger en olifant). Je erft dus altijd een deeltje van verschillende mensen. En zo komen verschillende dieren aan bod. De achtergronden waarin de verschillende dieren functioneren zijn een ander boeiend aspect in dit boek juist omdat die zo verschillend zijn. Denk aan de lucht en het weiland voor de ooievaar en het ondiepe en diepere water voor de krokodil. Verder speelt dit verhaal met taal wat het uitermate geschikt maakt voor de oudste kleuters. 

Hoogstad, A. (2016). Mijn oma is een ooievaar. Rotterdam: Lemniscaat.


1200x1192Kinderen leren spelen met taal kan op vele manieren. Het concept dat dit boek hanteert, is er een van. Het boek bevat afbeeldingen van 7 boerderijdieren(gans, lam, kalf, puppy, big, poes en kip). Maar elke bladzijde kan in het midden opengevouwen worden zodat de voor- of de achterkant van een bepaald dier bv. een lam kan gecombineerd worden met de voor- of achterkant van een ander dier bv. een puppy. Die combinatie kan je dan een nieuwe naam geven. In dit geval bv. lampy. Op die manier ontstaan de vreemdste dieren. Want wat is een ‘kaam’ of een ‘lalf’. Heel veel gekke mogelijkheden en veel spelplezier dat er dan ook nog eens voor zorgt dat kleuters ontdekken dat taal een door mensen ontwikkeld concept is. Het kleurrijke boek is gedrukt op stevig karton en kan dus ook door peuters gemakkelijk gehanteerd worden.

Murphy, M. (2016). Gaggetje. Rotterdam: Lemniscaat.


DE WONDERE WERELD VAN SCHRIFTELIJKE TAAL

een-wereld-van-verhalen-9789089672209‘Een wereld van verhalen’ is zonder twijfel een van de mooiste prentenboeken die het afgelopen jaar zijn uitgegeven. Het meisje op de cover ontmoet tijdens een zeiltocht op een zee van woorden een kleine jongen, die er wat treurig bij staat. Ze neemt hem mee op avontuur langs de eindeloos boeiende wereld van verhalen. De lezer ziet hoe de fantasierijke verhalenwereld de kleine jongen bladzijde na bladzijde een kleurrijker en magischer leven bezorgt. De illustraties zijn grotendeels opgebouwd uit tekstfragmenten uit de klassieke jeugdliteratuur. Dat maakt dat dit relatief eenvoudige verhaal bij elke lezing nieuwe ontdekkingen te bieden heeft. Elke boekenliefhebber – ongeacht de leeftijd – zal verheugd zijn met deze prachtige ode aan verhalen. ‘For imagination is free.’
Bekijk ook de trailer bij het boek, je zal het je niet beklagen:

Winston, S. (2016). Een wereld van verhalen. Hoorn: Hoogland en van Klaveren.


550x559Eten is de naam van een klein, schattig jongetje met een krullenbol. Op een dag wordt Eten gevangen genomen door een hongerig monster. Dat monster ziet er enerzijds kwaadaardig uit maar heeft anderzijds ook een roze vacht. Het monster besluit dat hij zo’n lekkere brok wil delen met zijn vrienden en nodigt hen uit. De vrienden schrijven terug en geven het roze monster ook aanwijzingen hoe hij Eten moet bereiden: vetmesten, met veel zout, … Eten voelt het gevaar komen wanneer het monster hem met zout begint te bestrooien en overhaalt het monster met hem in zee te gaan zwemmen. Dan wordt hij toch echt gepekeld! Zo ontdekt het monster hoe plezierig spelen met het jongetje kan zijn en besluit hem niet klaar te maken. Maar dan staan zijn vrienden aan de deur … Het verhaal is grappig en spannend tegelijk. De vrolijke illustraties boordevol details zoals spiekbriefjes die je zelf kunt openvouwen, sluiten naadloos aan bij de tekst. Op de schutbladen vind je monsterrecepten terug bv. een recept voor slijmsoep. En… hebben de toehoorders begrepen waarom het jongetje ‘Eten’ heet?

Yarlett, E. (2019). Monstermaaltijd. Utrecht: Veltman Uitgevers. 


550x714Een poëziebundel mocht in onze lijst natuurlijk niet ontbreken. We hebben gekozen voor een bundel die over dieren handelt en dan nog specifiek over evenhoevigen. Tot droefheid trouwens van de okapi die zich gediscrimineerd voelt. De verschillende gedichten nemen verschillende vormen aan: een contactadvertentie, een interview, een overlijdensbericht, … Dat zorgt voor veel leesplezier. Komt daarbij dat doorheen de gedichten ook informatie over de dieren wordt meegegeven. Nergens te veel, nergens te weinig. Zoals zo vaak bij Dumon Tak: de juiste dosis in de juiste vorm – soms ook doordenkertjes. En de titel van de bundel? Die komt uit de contactadvertentie die de wilde kameel plaatst. Er zijn immers nog weinig wilde kamelen en in de Gobiwoestijn zijn ook weinig andere dieren voorhanden. Daarom:

‘mag ook een hele harem zijn.
Tam niet gewenst,
(want te veel vermenst).
Ben jij, of zijn jullie, de ware(n)?
Laat dan een boodschap achter in het zand.
We zijn nog maar met duizend,
het is zo stil en leeg hier
en mijn hart staat al te lang in brand.’

Tel hierbij dan nog de schitterende illustraties van Annemarie van Haeringen. Bij elk dier opnieuw treft ze de juiste toon. Bv. door van de onyx alleen nog een heel vage potloodschets te maken – het dier is zo goed als uitgestorven, of door een giraf te tekenen met een laddertje tegen zijn nek en zonder kop, zo lang is zijn nek. Een erg geslaagde poëziebundel!

Dumon Tak, B. (2018). Laat een boodschap achter in het zand. Amsterdam/Antwerpen: Querido.