Prentenboeken Oorlog en vrede

JONGE KLEUTERS

Steen voor steenDit tekstloze kartonboek brengt op een erg duidelijke manier in beeld wat er gebeurt wanneer je de hand reikt aan onbekenden. Een muis plukt een bloem die op een muur groeit en doet op die manier een steen uit de muur vallen. Zo ontdekt de muis samen met haar vriendjes dat er achter de muur ook nog wereld is. Steen voor steen breken ze de muur af en komen zo bij een groot water terecht. Op de andere oever van dat water ontdekken ze voor hen onbekende dieren. Dus bouwen ze met de stenen een brug en zo kan een ontmoeting plaatsvinden. Eenvoudig verhaal met eenvoudige illustraties dat geschikt is voor jonge kleuters en hen doet stilstaan bij anders-zijn, vriendschap en samenwerken. Drie niet zo eenvoudige thema’s voor jonge kinderen.

Ferri, G. (2016). Steen voor steen. Rijswijk: De Vier Windstreken.


imagineDe tekst staat in groot lettertype afgedrukt bij de kleurige prenten, die het verhaal vertellen over een postduif die vredestakjes rondbrengt naar verschillende vogelsoorten. De vogelsoorten in het boek hebben geen ruzie met elkaar, maar vechten juist onderling, binnen hun eigen soort. De boodschap is voor elke vogelsoort echter hetzelfde: stop met vechten en ruzie maken en wees lief voor elkaar. Deel met elkaar. En op het moment dat dat lukt, zie je dat de vogelsoorten in het boek gaan samenwerken en samenkomen.

Lennon, J. (2017). Imagine. Amsterdam: Leopold.


OUDERE KLEUTERS

Cooper-VolgDeVlinder_Samsara BooksDe vluchtelingenproblematiek op een voor kleuters verteerbare manier in een prentenboek gieten, is een kunst. Helen Cooper en Gill Smith slagen daar wonderwel in. Het boek begint in donkere kleuren en toont een broertje en een zusje die met een bootje ergens aan land komen. Ze vinden daar een onderkomen en het jongetje slaagt er snel in om naar buiten te gaan en de schaduwen in zijn hoofd te dempen met al het moois wat buiten te zien en te beleven valt. Het meisje wil niet naar buiten, blijft verdrietig onder haar dekentje zitten en is lusteloos hoe haar broertje ook aandringt. Op een dag brengt het jongetje een vlinder binnen. Nog wil het meisje niet naar buiten, maar de vlinder ook niet meer. En met de vlinder leert het meisje langzaam terug de kleuren zien. Het boek weet de emoties van de jongen en het meisje door het kleurgebruik in de illustraties echt te treffen. Daardoor is het ook een hoopvol boek geworden dat ellende én geluk een plaats weet te geven. Je krijgt een inkijk als je surft naar: https://www.samsarabooks.com/boeken/volg-de-vlinder/.

Cooper, H. (2021). Volg de vlinder. Amsterdam: Samsara.


1188x1200Het werkwoord ‘tellen’ in de titel van dit boek heeft 2 betekenissen. Enerzijds duidt het op de idee dat elke vluchteling moet geholpen worden, ‘meetelt’ dus. Anderzijds wordt het verhaal in dit boek opgebouwd aan de hand van de cijfers van 1 tot en met 10. Op het einde van het verhaal zijn er 10 vriendjes om mee te spelen in het nieuwe land. Bij het begin is er 1 boot om de zwarte rookpluimen en het puin te ontvluchten. Want dat is wat een moeder en haar drie kinderen doen. Daarna zijn er 2 handen die het gezin op een grote boot helpen. Daar krijgen ze 3 maaltijden en aan land gekomen zijn er 4 bedden. En ga zo maar door. Toch ligt de sterkte van dit boek meer in de sobere maar sprekende illustraties van Barroux dan in de tekst. In grove penseelstreken en sprekende kleuren maken jonge kinderen kennis met een voor hen nieuwe wereld. Het einde van het boek wordt jammer genoeg lichtjes moraliserend door de vraagstelling: Hoe kan jij vluchtelingenkinderen helpen? Op de laatste bladzijde staat een lijstje met vluchtelingenorganisaties. Als kennismaking met de vluchtelingenproblematiek is dit boek zeker de moeite waard. Het boek wordt integraal voorgelezen door de auteur zelf op: 20 juni – Wereld Vluchtelingendag: Iedereen telt mee! | Rubinstein.

Kurman, H. & Barroux (2020). Iedereen telt mee! Amsterdam: Rubinstein.


550x763Het leven gaat z’n gewone gangetje in de kippenren: de kippen hebben elk hun plek, ze worden goed gevoed en weten wat er van hen wordt verwacht. Op een dag wordt die rust verstoord door een groep capibara’s op de vlucht voor jagers. De kippen vertrouwen die wilde dieren voor geen haar en geven uiteindelijk enkel toe aan het verblijf van de capibara’s als die zich aan enkele strakke regels houden. Stukje bij beetje brokkelt het wantrouwen af en leren de dieren elkaar kennen. Het eenvoudige verhaal brengt mooi in beeld hoe bedreigend de andere kan lijken én hoe verrijkend diezelfde kan zijn eens je je openstelt om die toch te leren kennen. De tekst bij het verhaal is spaarzaam, wat de illustraties in bruin- en grijstinten met enkele rode accenten de volle ruimte geeft om de sfeer van het boek te bepalen. En dat doen ze met verve! In de eerste helft van het boek zie je in de expressie van de dieren de verschrikking en begrijp je ook hoe de twee werelden met elkaar contrasteren. Tegelijk zie je in de aandoenlijke illustraties vooral ook het hoge aaibaarheidsgehalte van zowel de kippen als de capibara’s. Wat ook prettig is voor de jonge lezers, is dat in het verhaal het goede voorbeeld net door de allerjongsten wordt gegeven. Soderguit heeft een soms moeilijk bespreekbaar onderwerp op bijzonder zachte wijze vertaald naar een toegankelijk en lief kinderverhaal.

Soderguit, A. (2021). De capibara’s. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


550x552‘Op een dag kwam er een raar dier aan. Hij zag er stoffig, moe, verdrietig en bang uit. Hij had een grote koffer bij zich.’ Zo begint dit ogenschijnlijk eenvoudige boek dat het thema vreemdeling/vluchteling – een thema dat uit onze maatschappij niet meer weg te denken valt – voor jonge kinderen behapbaar maakt. Het rare groen-blauwe dier ontmoet drie andere dieren: een Vos, een Haas en een Kip, die alleen maar vragen stellen over zijn koffer. In de vreemdeling zelf lijken ze niet geïnteresseerd. Het antwoord van de vreemdeling – in de koffer zit een theekopje, een tafel, een stoel en een huis met zicht op zee – wordt als leugenachtig gebrandmerkt. Van zodra de erg vermoeide vreemdeling in slaap valt, breken de drie – Haas protesteert wel even dat het niet hun koffer is – zijn koffer open en vinden een theekopje en een foto waarop het huis met zicht op zee, de stoel en de tafel te zien zijn. Deze confrontatie opent Vos, Haas en Kip de ogen. Ze begrijpen dat ze echt te ver zijn gegaan door te snuffelen in iemands bezittingen en de koffer stuk te maken. Dat willen ze terug goed maken. Gelukkig maar want wanneer de vreemdeling wakker wordt, voelt die alleen maar ongeloof tot … Hoewel de boodschap van dit verhaal echt nergens uitdrukkelijk aan bod komt, zorgt het samenspel tussen de illustraties en de tekst ervoor dat dit verhaal tot vanzelfsprekende conclusies bij dit thema leidt. De illustraties met beperkt kleurgebruik zijn van een sobere eenvoud. De herinneringen van de vreemdeling in sepiatinten spreken voor zich. Het verhaal doet nadenken en confronteert de lezer met zichzelf: is hij Vos of Haas of Kip of alle drie?

Naylor-Ballesteros, C. (2020). De koffer. Haarlem: Gottmer.


Groen en rood maken ruzieDe groene hagedissen – erg beweeglijk en wendbaar – en de rode rechthoeken – sterk en stevig – hebben ruzie. Waarom? Dat weet niemand. Maar er komt wel oorlog van. Tot op een dag een kleine rode rechthoek roept dat ze moeten ophouden. En zo plots als die oorlog begonnen is, stopt hij ook weer. Het prentenboek is sterk visueel en heeft daarom ook maar weinig tekst nodig. Die beperkte tekst vormt een aanzet voor verder fantaseren. Door het kleurgebruik – enkel rood en groen – en de manier waarop groen en rood met elkaar in de clinch gaan, is haast voelbaar wat echte oorlog betekent en hoeveel aangenamer het is in vrede te leven. Het boek kan gebruikt worden als uitgangspunt voor een gesprek over oorlog en vrede, maar dat hoeft niet. Soms komen prentenboeken beter tot hun recht als de boodschap er niet te sterk uitgehaald wordt.  

Antony, S. (2018). Groen en rood maken ruzie. Hasselt: Clavis.


De muis en de muurZoals je op de cover kan zien, trippelt Muis over een grote bakstenen muur. Onderweg komt ze verschillende dieren tegen: Bange Kat, Oude Beer, Vrolijke Vos, … Niemand van hen lijkt nog te weten waar die gigantische muur vandaan komt, maar één ding is voor hen wel duidelijk: ze durven zich niet naar de andere kant van de muur te begeven, omdat het daar hoogstwaarschijnlijk gevaarlijk is. Muis kan haar nieuwsgierigheid toch niet bedwingen en vliegt uiteindelijk op de rug van Hemelsblauwe Vogel naar de andere kant van de muur. De schoonheid die ze daar ontdekt, had Muis zich niet kunnen inbeelden. Dit kleurrijk vormgegeven verhaal met treffende woordkeuze spoort kleuters aan hun natuurlijke zin voor ontdekking en verwondering te blijven verkennen, liever dan die om te zetten in angst en onzekerheid. Een aanrader!

Teckentrup, B. (2018).  De muis en de muur. Haarlem: Gottmer.


550x457Het Franse zangersduo MadameMonsieur was op zoek naar een liedje voor het Eurosongfestival 2018. Tijdens die zoektocht zijn ze gestoten op het verhaal van Mercy die geboren werd op het reddingsschip Aquarius. Van dat verhaal maakte het duo een liedje (468) Mercy zo heet ik – YouTube en van dat liedje werd uiteindelijk dit prentenboek gemaakt. Edward Van de Vendel creëerde een zinvol geheel van de waargebeurde feiten om de problematiek van vluchtelingenkinderen zoals Mercy onder de aandacht te brengen. De illustraties van de hand van Saskia Halfmouw slagen erin zowel de dreiging – van de oorlog, de verwoestingen, de onzekerheid in Afrika – als de hoop – er is leven mogelijk – weer te geven. Het kleurgebruik is beperkt maar sprekend. Een fijne manier om een moeilijke maar actuele problematiek onder de aandacht te brengen.

Madame Monsieur (2020). Mercy, zo heet ik. Wielsbeke: De Eenhoorn.


840x1200Voor vluchtelingenkinderen is er een constante dreiging – in de illustraties verzinnebeeld door zwarte raven die overal aanwezig zijn – zowel in hun thuisland waar ze omwille van oorlog of hun economische situatie moeten vertrekken als in het land waar ze een tweede thuis hopen te vinden en waar ze niet door iedereen met open armen ontvangen worden. Het boek geeft mooi weer naar welke ‘eenvoudige’ dingen vluchtelingenkinderen verlangen: een dag zonder angst, samen met je vrienden terug naar school zoals vroeger, touwtje springen met vriendinnen, … Daarnaast schept het in tekst en illustraties de sfeer die hoort bij de aankomst in een nieuw land: onwennig, alleen, lieve mensen, boze blikken, … Uiteindelijk is er de gewenning aan het nieuwe land met een nieuwe taal, nieuwe vrienden en geen zwarte raven meer maar witte duiven in een zonnige lucht. Het boek gaat dus duidelijk van donkerte naar licht zonder moeilijke kwesties te ontlopen of in zwart-wit te denken.

Van Hest, P. (2017). Op de vlucht. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


OnderweWat alle dagen in de berichtgeving terugkomt, wordt op kindermaat vertaald in dit prentenboek. De waarheid wordt niet geschuwd, maar we krijgen ze te zien door de ogen van een jonge vluchtelinge die samen met haar moeder haar eigen land ontvlucht. Er is sprake van een lange bootreis, treinen en grenzen en daarbij wordt bv. de vergelijking gemaakt met de vogels waarvoor geen landsgrenzen bestaan. Toch is er ook hoop in dit boek. In de eerste plaats d.z. de vastberadenheid, het doorzettingsvermogen en de troost die de moeder altijd weer biedt. Maar zeker ook door het open einde waarin de jonge vluchteling de hoop uitspreekt terecht te kunnen komen in een land waar plaats is voor hen. Kleurgebruik en illustraties in eerder gedempte kleuren ondersteunen de tekst en schetsen zonder woorden een beeld van de dingen waarmee vluchtelingen in aanraking komen. Echt een bijzonder boek!

Sanna, F. (2016). Onderweg. Leuven: Davidsfonds.


Max en de toverstenenMax, een rotsmuis, leeft in een grote rotsmuizengemeenschap op een eiland in zee. Ze leven mee met de seizoenen en zijn best tevreden. Op een dag ontdekt Max in een rotsspleet een fonkelende (maan)steen. Zo’n steen wil iedereen wel … Vanaf dat moment splits de vertelling en kan je kiezen voor een goed einde – voor elke maansteen krijgt het eiland een mooi versierde steen terug – of een slecht einde – de muizen plunderen de berg die instort en zo zijn ze hun leefomgeving kwijt. Hoewel beide opties redelijk kort door de bocht zijn, bieden ze toch de mogelijkheid om met de kleuters het gesprek aan te gaan over de milieuproblematiek, natuur en hebzucht.

Pfister, M. (1997). Max en de toverstenen. Een verhaal met een goed en een slecht einde. Rijswijk: De Vier Windstreken.


Ssst, luisterVoor wie houdt van de illustraties van Tony Ross is dit boek een pareltje. De boodschap van het verhaal is vrij eenvoudig, maar het duurt wel even voor die duidelijk wordt. Daarvoor moet de toehoorder zijn medewerking verlenen. Het is immers zo lawaaierig op de wereld dat de belangrijke mededeling van de spitsmuis ‘Als we zouden luisteren naar elkaar, zou er vrede zijn.’ haast niet gehoord wordt. Dat nare omgevingslawaai wordt – zoals gezegd – door de illustrator mooi in beeld gebracht en ook de lay-out van de tekst speelt hier zijn rol.

Willis, J. (2004). Ssst, luister. Amsterdam: Sjaloom.


Jij begon, nee jij!Wie naar aanleiding van de Internationale Vredesdag met één of meerdere kleuters het gesprek wil aangaan over de onzin van oorlog en ruzie maken vindt in dit boekje een prachtig uitgangspunt. Twee monstertjes wonen elk aan één kant van een berg. Ze hebben elkaar nog nooit echt ontmoet maar spreken met elkaar door een holte in de berg. Op een avond zegt het blauwe monster tegen het rode monster: ‘De zon gaat onder, de dag is voorbij.’ Het rode monstertje is het daarmee niet eens en zegt: ‘Sukkel, je bedoelt zeker dat de nacht begint.’ En zo krijgen ze ruzie. Het gaat van kwaad naar erger: eerst ruziën ze enkel met woorden, daarna beginnen ze stenen te gooien en ze houden niet op tot de nacht valt. Dan staan ze plots oog in oog met elkaar want ze hebben al stenen gooiend de ganse berg afgebroken. ‘De nacht begint,’ zegt het blauwe monstertje. ‘Wat je zei klopt,’ zegt het rode, ‘De dag is voorbij.’ Samen kijken ze naar de zonsondergang en samen hebben ze een beetje spijt dat er nu geen berg meer is.

McKee, D. (2005). Jij begon! Nee, jij! Amsterdam: Ploegsma.


Mijn twee dekensOok kleuters worden geconfronteerd met beelden van verkleumde en wezenloos voor zich uitkijkende vluchtelingen. Maar hoe kun je hen begrip laten opbrengen voor deze mensen en hen laten aanvoelen wat zij doormaken. Het voorliggende prentenboek helpt daarbij. Het probeert met erg mooie illustraties in warme kleuren en gerichte tekst een beeld te schetsen van hoe vluchtelingen zich voelen. De ik-figuur in dit prentenboek is een Afrikaans meisje dat zich thuis in een deken wikkelt dat ze zelf maakt van woorden en geluiden die ze kent uit haar land van herkomst. Het deken heeft vooral warm-gele en rode kleuren. In het land waar ze aanbeland is, is alles vreemd: de mensen, de planten, de dieren, het eten, de klanken, …Op een dag sluit ze vriendschap met een meisje dat haar woorden leert in de taal van het nieuwe land. Het Afrikaanse meisje herhaalt en herhaalt die woorden tot ze zich eigen heeft gemaakt. Dan kan ze met die woorden een nieuwe deken weven in haar hoofd. Een deken in de lichtgroene en lichtblauwe tinten van haar nieuwe land.

Kobald, I. (2016). Mijn twee dekens. Een vluchteling komt bij ons wonen. Antwerpen: De Vries-Brouwers.


krokodil_op_weg_naar_beterOp een dag gebeurt er een ramp in het oerwoud waar krokodil altijd gelukkig is geweest. Dus besluit hij te vertrekken. Op een boot vaart hij naar een nieuw thuisland. waar dat zal zijn, weet Krokodil niet. De grote steden waar hij terecht komt, bevallen hem niet. De bewoners roepen lelijke dingen naar Krokodil en willen hem er duidelijk niet bij hebben. Doodmoe gaat hij steeds verder en verder en valt in slaap op het strand. Wanneer hij wakker wordt is hij het voorwerp van zorg en liefde van een ganse muizenkolonie (Gullivers’ reizen zijn hier niet veraf). Hij vindt het heerlijk bij de muizen en helpt hen met dingen waarvoor zij te klein of te zwak zijn. Er is één ding: hij zou zo graag zijn familie terugzien. En dat lukt ook… Erg kleurrijke illustraties die de gevoelens van Krokodil duidelijk in beeld brengen. Het boek weet zonder te moraliseren de vluchtelingenproblematiek op een realistische manier onder de aandacht te brengen. Op de voorste schutbladen zien we Krokodil in zijn bootje. Op de achterste schutbladen zien we een olifant in een gelijkaardig bootje.

Slegers, J. (2019). Krokodil op weg naar beter. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Blauwen tegen RooienDe broers Blauwbaard en Roodvonk zijn al jarenlang beduchte tegenstanders. De strijdvaardige kreten van hun ridders liegen er niet om: ‘Blauw is goed! Rood moet dood!’ en ‘Rood is groot! Blauw moet dood!’ De kloof tussen hun twee burchten lijkt onoverbrugbaar. Wanneer de blauwen en de rooien op een ochtend de vallei betreden om voor de zoveelste keer hun moordlustige plannen waar te maken, komen de blauwen een zwart riddertje en de rooien een groen riddertje tegen. De jonge veroveraars nodigen elk een groep ridders uit om mee te spelen met hun bosspel. Nostalgische herinneringen naar hun eigen kindertijd maken dat de ridders ingaan op de uitnodiging van de kinderen om hen naar de overwinning te helpen. De plezierige strijdvaardigheid van kinderen tijdens een bosspel komt in schril contrast te staan met de agressieve bloeddorstigheid van de rooien en de blauwen. Het spel leidt de boze ridders helemaal af van hun oorspronkelijke plannen. De volgende dag hebben ze zelfs meer zin in nog een spel dan in een nieuw gevecht. ‘De blauwen tegen de rooien’ is zonder twijfel een verfrissend prentenboek. Het verhaal bevat de stoere elementen van een klassiek ridderverhaal, maar heeft ook onverwachte wendingen die nergens belerend worden. Illustrator Benjamin Leroy heeft zich duidelijk helemaal kunnen uitleven. De dynamisch geïllustreerde ridders en de donkere vallei ogen gevaarlijk terwijl de dravende tekst de adrenaline verder aanwakkert. De frisse kleuren en het naïeve staartenspel van de jonge spelers zorgen voor evenwicht. Een prettig voorleesverhaal!

Leroy, B. (2020). De blauwen tegen de rooien. Haarlem: Gottmer.


SamenAxel Scheffler is – vooral dankzij zijn bekendste figuur ‘De Gruffalo’ – een wereldberoemde kinderboekenillustrator. Vorig jaar gebruikte hij zijn naam en faam om de non-profitorganisatie ‘Three Peas’ te ondersteunen. Hij nam het initiatief om ‘Samen’ uit te geven, een prentenboek waarvan een deel van de opbrengst gaat naar de organisatie die vluchtelingen uit oorlogsgebieden ondersteunt. Dit jaar werd het prentenboek ook in het Nederlands uitgegeven en daar kunnen we niet anders dan blij om zijn. Het uitgangspunt is erg aantrekkelijk: niet minder dan 38 topillustratoren van over heel de wereld hebben elk verbeeld op welke manier je zachtaardig kan omgaan met anderen. In de indrukwekkende namenlijst bespeuren we ook onze eigenste Ingrid Godon en Gerda Dendooven. De suggesties in het boek zijn even eenvoudig als wezenlijk voor een warme samenleving: van lachen naar elkaar, over helpen als iemand in problemen zit tot iedereen hartelijk groeten. De rijke illustraties zijn een lust voor het oog terwijl de ideeën de lezers aanmoedigen om er samen wat van te maken. Aanrader!

Scheffler, A. e.a. (2020). Samen. Rotterdam: Lemniscaat.


The day war cameDe dag waarop de oorlog toeslaat, komt voor het jonge meisje in dit verhaal totaal onverwacht. De ochtend verloopt zoals gewoonlijk met een broertje dat thuis in slaap wordt gewiegd en een tekenles op school. Na de middag slaat plots een aanval op het dorp een gat in het leven van het meisje. Van haar familie en haar thuis blijft niets meer over, er is enkel nog oorlog. Ze onderneemt op haar eentje de huiveringwekkende vlucht naar de andere kant van de wereld, waar zij in eerste instantie niet welkom wordt geheten. Nadat een lerares haar een plaats in de klas weigert, wordt die vervolgens wel aangeboden door een jongetje uit de klas die haar een lege stoel aanbiedt. Zo eindigt het verhaal met een nieuw begin voor het hoofdpersonage.

In 2016 weigerde Groot-Brittannië asiel aan 3000 vluchtelingenkinderen. Nicola Davies schreef uit protest een gedicht, dat het startpunt was van de campagne ‘3000 chairs’. Verschillende kunstenaars tekenden een stoel als symbool voor een plaats voor ieder kind in het onderwijs. Hetzelfde gedicht leidde tot het prentenboek ‘The Day War Came’. De poëtische stijl van de tekst en de ietwat naïeve tekenstijl van Rebecca Cobb verzachten de realiteit van het verhaal, zonder die uit de weg te gaan. Het einde legt de hoop in de handen van kinderen. Wij kunnen starten met hen het boek aan te bieden. Een deel van de opbrengst van de verkoop gaat naar ‘Help Refugees’. Meer info vind je via deze link.

Davies, N. (2018). The Day War Came. London: Walker Books.