Nieuw in de boekhandel

JUNI 2021

1200x835Een bonte bende van vijf goede vrienden houdt ervan om samen een wandelingetje te maken. Bij het omslaan van elke kartonnen pagina – pagina’s die aan het begin heel smal zijn en steeds verbreden naar het einde toe – verdwijnt telkens één van de vrienden. Waar is de hond toch naartoe? En waar is Konijn? Ook Koe is weg? Koehoe? Uiteindelijk zien we enkel nog een lege wei. Wat is er gebeurd? Iedereen is foetsie? Heel mysterieus allemaal … Zo wordt de spanning voor de allerjongste lezers opgedreven tot de vijf vrienden op de laatste pagina samen in beeld springen: KIEKEBOE! De eenvoudige opbouw gecombineerd met het universele kiekeboesucces en de grappige dierenfiguren maken van dit kartonboekje een plezierige aanwinst voor elke baby- en peuterboekenkast.

Delwart, C. (2021). Waar is iedereen? Antwerpen: Oogappel.


9789021426280Het hele slaapritueel is netjes afgrond: de deur staat op een kier en het nachtlampje zorgt voor schemerlicht in de kamer. Toch kan jonge Mats niet slapen. Klinkt bekend? Joukje Akveld laat het jongetje met z’n knuffel door het huis sluipen, op zoek naar het lekkerste bed om in te slapen. Z’n omzwervingen brengen hem langs de bedden van z’n jongere en oudere broer en dat van z’n ouders. Zelfs het kussen van de hond des huizes en het stro in het konijnenhok worden uitgetest. Wanneer die geen soelaas bieden trekt Mats naar buiten … Het zal je niet verbazen dat uiteindelijk Mats’ ogen wel erg zwaar worden en er maar één bed de ideale plek blijkt om heerlijk in slaap te vallen. Het concept van dit verhaal kennen we van Joke Van Leeuwens ‘Waarom lig jij in m’n bedje’ uit 2011, wat alleen maar bevestigt dat het herkenbare stapelverhaal nog niets aan kracht is verloren. Liset Celie zorgde voor bijhorende illustraties in zachte schemerkleuren.

Akveld, J. (2021). Het lekkerste bed. Amsterdam: Volt.


frontImagesLink-1Er komt iemand nieuw in de stad wonen. ‘Een meisje’, zegt de verteller maar ze ziet er eerder uit als een fantasiediertje met een olifantenslurf en konijnenoren. Het is meteen duidelijk dat het meisje van een andere planeet komt, want ze heeft er geen flauw benul van waarom iedereen altijd maar op een scherm of schermpje tuurt en waarvoor dat nuttig zou kunnen zijn. Ze wil nieuwe vrienden maken en spelen maar met al die schermen heeft niemand aandacht voor het meisje. Ze besluit haar tanden eens in een scherm te zetten. Wie weet krijgt ze dan duidelijkheid. Jammer genoeg komt die duidelijkheid er niet maar wat smaken die schermen lekker! Een na één verorbert het meisje alle schermen van de stad. Dan gebeurt waarop ze al zolang hoopte – andere kinderen willen met haar spelen. De plot van het verhaal is wel een beetje flauw, maar het verhaal zelf wordt leuk verteld en is heftig geïllustreerd. De illustraties bestaan uit een dubbele pagina vol beweging en kleur of zijn een enkele pagina groot maar telkens opnieuw zetten ze  een hedendaagse stad neer zij het dan dat die bevolkt wordt door antropomorfe dieren. Soms bestaan de illustraties uit enkele raampjes waardoor een inkijk in de stad gegeven wordt. Het verhaal speelt in op een actueel thema: schermgebruik en laat zien wat er kan gebeuren wanneer het scherm je leven beheerst.

Docherty, E. (2021). Schermdiefje. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.

MEI 2021

550x606Heel af en toe krijg je een boek in handen en komen tegelijk de woorden ‘wauw’ en ‘ongezien’ spontaan in je op. Die eerste indruk wordt enkel bevestigd eens je ‘Machtige Min’ van naderbij bekijkt. Kleine Min woont samen met vier tantes in een piepklein huisje, helemaal achteraan in een tuin. Ze is onder de indruk van de stoere avonturen waarover haar tantes ’s avonds bij kampvuurlicht vertellen. Daarom ook trekt ze er op een nacht zelf op uit. Al snel wordt ze door een oehoe meegenomen, die haar vertelt over een gevaarlijk monster in de tuin dat voor chaos bij alle dieren zorgt. Min gaat de uitdaging aan om de dieren te helpen en weet op geheel eigen wijze het monster te temmen. Van dat moment af aan wordt het verhalenrepertoire van de tantes uitgebreid met het sterke verhaal van Machtige Min. Het sprookjesachtige verhaal charmeert door de dromen en heldendaden van een klein meisje dat met grote goesting de wereld wil ontdekken. Door haar kleine gestalte krijgen we het uitbundige bloeien van een tuin en zijn vele bewoners vanuit een bijzonder perspectief te zien. De show wordt daarbij gestolen door de kleurrijke illustraties van Melissa Castrillon die van bloemen en planten in de tuin overweldigende schouwstukken maakt.

Castrillon, M. (2021). Machtige Min. Amsterdam: Boycott.


550x579Chris Haughton is wereldbekend geworden met z’n innemende prentenboek ‘Mama kwijt’. Met een gelijkaardig recept maakte hij enkele andere prentenboeken die – hoewel verdienstelijk – het oorspronkelijke succes niet leken te kunnen evenaren. Gelukkig is er nu ‘Misschien’, Haughtons nieuwste prentenboek waarin hij zijn gekende ingrediënten weer ideaal weet te doseren.
Wanneer drie jonge apen door hun moeder hoog in de bomen worden achtergelaten met de boodschap ‘Wat jullie ook doen, ga NIET naar de mangoboom. Daar lopen tijgers.’ weet de geoefende lezer al dat hij die mangoboom vast nog wel te zien zal krijgen. De dynamiek op weg naar de mangoboom is al even hilarisch als herkenbaar. Beetje bij beetje overtuigen de jonge apen elkaar dat het ‘misschien’ toch niet zo erg is om enkel wat dichter te gaan … of om gewoon eens naar de boom te kijken … of om slechts één mango te plukken of … Zo worden grenzen stelselmatig verlegd en wordt de spanning mooi opgedreven tot – zoals de moeder voorspeld had – de tijgers daadwerkelijk verschijnen. Een spannende scene ontvouwt zich waarbij de drie waaghalzen ternauwernood aan de dood kunnen ontsnappen. Even later stemt het mama aap tevreden dat ze haar drie jongelingen ‘braaf’ terugvindt op de vertrouwde tak waar ze hen had achtergelaten. De verschrikte gezichten verraden het geheime avontuur dat de lezer ook kent. ‘Misschien’ hebben ze hun les nu geleerd …? Heerlijk verhaal met rood-blauwe illustraties die vooral dankzij de expressie van de drie kornuiten echt kostelijk zijn. En zo hebben we Haughtons succesrecept op z’n best: een herkenbaar, grappig, spannend, kleurrijk en expressief prentenboek dat gelezen en herlezen kan worden.

Haughton, C. (2021). Misschien. Haarlem: Gottmer.


9789002272929_lrMet de decennialange ervaring in het kinderboekenvak, hoeft het niet te verbazen dat Ed Franck en Thé Tjong-Khing met veel metier de vrienschapsverhalen van Panda en Eekhoorn weten uit te werken. In de zes korte verhalen over de twee vrienden passeren heel wat emoties de revue: ze zijn samen bang, maken ruzie, beleven plezier, missen elkaar, zijn nieuwsgierig … Het leven zoals het is dus in het bos waar Eekhoorn en Panda elkaar steeds opnieuw vinden. Jonge kinderen zullen zich goed kunnen inleven in de verhalen die hen vast ook op weg zullen helpen bij het benoemen van gevoelens. Zowel de taal als de illustraties zijn mooi in hun eenvoud.

Franck, E. (2021). Een vriend, wat is dat? Leuven: Davidsfonds/Infodok.


lou_en_lily_-_kriebeltenen-minKriebeltenen is het eerste prentenboek in een nieuwe reeks over het leven van twee kleuters, Lou en Lily. In dit verhaal heeft Lily nieuwe schoenen nodig. Ze mag van haar mama kiezen welke ze wil. Wauw! Lily begint meteen te dromen : wil ze schoenen met hakken, of dansschoenen of wandelschoenen of … ? Er is zoveel keuze! Samen met haar beste vriend probeert ze een hele reeks schoenen uit. Lou heeft snel gekozen, maar voor Lily is dat veel moeilijker … Een prettig verhaal dat mooi aansluit bij de interesses en de leefwereld van jonge kleuters.

Dieltiens, K. (2021). Lou en Lily. Kriebeltenen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


UnknownWeinig prentenboeken voor kleuters durven het aan om te spelen met de chronologie van het verhaal. ‘Er lag een trommeltje in het gras’ maakt tijdssprongen net tot centraal onderwerp door de levensloop van een kistje in beeld te brengen. Sebas koopt dat kistje op de rommelmarkt, maar het valt onderweg naar huis uit zijn fietszak. Zo komt het in het gras terecht. Op dat moment beginnen de sprongen in de tijd. Het kistje behoorde namelijk tevoren toe aan oma Lina bij wie het een hele geschiedenis kende die start in haar kindertijd in Afrika. Maar ook nadat het kistje in het gras terecht is gekomen, staat het nog een heel leven te wachten. Het verhaal toont de reis van een eenvoudig kistje, dat verbonden is met mensenlevens en tezelfdertijd mensenlevens verbindt. Jonge kinderen die graag verzamelen en hechten aan bijvoorbeeld speelgoed van hun ouders, zullen zich zeker herkennen in het bovendien door Sanne te Loo erg sfeervol geïllustreerde prentenboek. Auteur Edward Van de Vendel slaagt er alweer in om met weinig woorden een rijk en gelaagd verhaal uit te tekenen.

Van de Vendel, E. (2020). Er lag een trommeltje in het gras. Antwerpen: Querido.


869x1200‘Het fortuin van Fausto’ is vorig jaar al uitgegeven, maar we zijn zo enthousiast over het prentenboek dat we het met plezier hier alsnog onder de aandacht brengen. In het door Oliver Jeffers geïllustreerde en geschreven verhaal leren we de hebzuchtige Fausto kennen. Hij eigent zich zonder enige schroom achtereenvolgens een bloem, een schaap, een boom en een wei toe. Telkens voelt hij zich even tevreden met z’n nieuwe aanwinst, maar vervolgens heeft hij al snel een nieuwe verovering op het oog. Zijn hebzucht neemt doorheen het verhaal steeds grotere proporties aan: ook een bos en een meer moeten eraan geloven. Jeffers brengt de aanzwellende grootheidswaan prachtig in beeld met sobere illustraties die dankzij de witruimte en handig perspectiefgebruik het machtsvertoon versterken. Uiteindelijk breekt Fausto z’n tanden stuk wanneer hij de zee probeert te domineren … Noch het personage van Fausto, noch de uitgesproken waarden in het verhaal zijn nieuw, toch hoeft het geen betoog dat ook in 2021 de gedachte niet genoeg kan uitgedragen worden. Feit dat Jeffers erin slaagt die bevattelijk te maken voor kleuters en die bovendien in een erg mooie vorm heeft verwerkt overtuigt eens te meer. Je kan de Engelstalige versie volledig bekijken via volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=hB9_7r0Wjrg.

Jeffers, O. (2020). Het fortuin van Fausto. Utrecht: De Fontein.


847x1200Het mysterie van de verdwenen sokken is een wereldbekend fenomeen. Hoewel we doorgaans sokken per twee dragen, lijken er in de wasmachine telkens exemplaren op onverklaarbare wijze te verdwijnen. Waar zijn die toch naartoe? Justyna Bednarek heeft een verhalenbundel geschreven waarin ze het wel en wee van 10 van die verdwenen sokken in kaart brengt. Gedreven door de onderzoeksdrang van kleine Bee, leren we de levensloop van uiteenlopende sokpersonages kennen. Daarbij laat de auteur haar fantasie de vrije loop: de sokken worden zelfs filmster en detective. De illustraties zijn al even prettig, kleurrijk en fantasierijk als de opzet van de bundel. Met deze verhalenbundel haal je dus complexloos voorleesplezier in huis, waar je meerdere dagen zoet mee bent.

Bednarek, J. (2020). Het grote voorleesboek over verdwenen sokken. Amsterdam: Volt.


1200x1200Het meisje op de cover viert binnenkort haar verjaardag. Daar hoort een nieuwe outfit én een kappersbeurt bij. Onderweg naar het kapsalon zien we al talloze coupes de revue passeren. Eens in de kappersstoel wordt het register helemaal opengetrokken: terwijl het meisje in een boekje kijkt, overschouwt ze ook de brede keur aan kapsels die haar vrienden en familieleden hebben uitgekozen. De keuze is eindeloos! Zou ze kiezen voor vlechtjes, knotjes, een stoere high fade of krullen? Wil ze haar haar kort of lang, verkiest ze een brede of een smalle coupe? Als lezer sta je versteld van de mogelijkheden, wat echt een kracht is van dit boek: de makers slagen erin om met het alledaagse onderwerp tot de verbeelding te spreken. Ze trekken je wereld open en verbreden je blik. Jonge kleuters – die wel vaker gefascineerd zijn door haar en kapsels – zullen vast hun gading vinden in dit prettige verhaal. Het jonge meisje kiest uiteindelijk voor een natuurlijke look? Wat verkies jij?

Lee, H. (2020). Mijn haar! Antwerpen: Pelckmans.


550x650Het uitgangspunt van dit verhaal is een situatie die we allemaal wel kennen: aan het einde van een gezellig etentje, volgt de confrontatie met een grote stapel afwas. Om de beurt haalt ieder van de elf vrienden een reden aan waarom hij/zij het opruimwerk niet kan leveren. Het werk wordt doorgeschoven tot een enorme stapel bij Bij terechtkomt … Zoals de titel het al weggeeft, biedt ‘Kleintje’ heel wat wiskundige kansen. De eerste met een excuus – Beer – is namelijk ook de grootste in het gezelschap en de laatste – Bij – is de kleinste. De kleurrijke prenten van Barbara De Wolf in – haar ondertussen al erg herkenbare – collagestijl brengen het verhaal op een prettige manier in beeld. Benieuwd welke wiskundige geesten een oplossing voor dit probleem kunnen bedenken? Je kan de auteur alvast aan het werk zien via volgende link:

De Wolf, B. (2020). Kleintje. Amsterdam: Ploegsma.


HenryWanneer Henry vanuit z’n steriel witte woonkamer naar de prachtige natuur buiten kijkt, krijgt hij het idee om wat van die natuurlijke schoonheid in huis te halen. Hij begint bescheiden met een houten tafel en stoelen, maar heeft al snel de smaak naar meer te pakken. Terwijl hij bladzijde na bladzijde zijn kamer verder aankleedt, ziet de lezer het uitzicht stelselmatig verschralen. Daarenboven passen zijn vrienden dezelfde methode toe, omdat ze zijn huis werkelijk prachtig vinden. De natuur ziet er stilaan even kil en kaal uit als Henry’s kamer aan het begin van het verhaal. Hoewel de boodschap hier erg duidelijk is, wordt het boek nergens moraliserend. Daar dragen zonder twijfel de stijlvolle illustraties in rood en groen toe bij. De vormen van de meubels laten dezelfde leemtes achter in de natuur, wat een kijkspel uitlokt dat het ernstige onderwerp meteen ook wat lichter maakt. De uitsnijdingen versterken het contrast tussen de binnen- en buitenwereld van Henry, die uiteindelijk besluit naar de ruimte te trekken om met een schone lei te kunnen starten. Hij is vastberaden z’n adembenemende uitzicht te behouden, maar zal hem dat ook lukken? Jacques en Lise hebben stilaan een eigen recept: hun prentenboeken bevatten veelal open eindes die jonge kinderen aan het denken durven te zetten. De tekst is spaarzaam, maar ontlokt altijd interactie met wat er in de tekeningen te zien valt. De suggestieve prenten in een beperkt aantal kleuren trekken telkens een herkenbare en tegelijk eigen wereld op. Met ‘Henry’ hebben de jonge illustratoren in elk geval hun recept mooi uitgebalanceerd.

Jacques & Lise (2020). Henry. Kalmthout: Pelckmans.


550x764Hoe zou je je gedragen wanneer je op een dag wakker wordt en een aapje blijkt te zijn?! Zou je nog stil willen zitten, welk eten zou je willen en hoe moet het dan als er in de klas een verhaal wordt voorgelezen? Dit is het uitgangspunt van het leuk geïllustreerde prentenboek met korte stukjes tekst tussen de illustraties. Elk kind gedraagt zich wel eens als een aapje. Elk kind is wel eens moe en wil dan – net zoals het aapje in dit boek – echt niks meer. De manier waarop auteur en illustrator samenwerken om het kind dat een aapje is geworden, in beeld te brengen, zorgt voor een hoge mate van herkenbaarheid en zal ongetwijfeld doen glimlachen omwille van de vele apenstreken. Een dynamisch prentenboek zowel op het vlak van de tekst, de lay-out en de illustraties in heldere kleuren.

 Baldinucci, L. (2020). Een dag vol APENSTREKEN. Hasselt-New York-Amsterdam: Clavis.


550x546 ‘Ukkie’ heeft haar naam niet gestolen: ze is namelijk de allerkleinste van een kudde jaks en dat bevalt haar allerminst. Ukkies moeder maant haar aan tot geduld, maar Ukkie wil zo snel als mogelijk groot zijn! Ze probeert snel te groeien door veel te lezen, te sporten en te eten, maar niets lijkt te helpen. Tot Ukkie ontdekt dat grootsheid niet bepaald een kwestie van gestalte is … In een noodsituatie wordt Ukkie net omwille van haar kleine gestalte de held van de kudde. Het verhaal is – hoewel lichtjes voorspelbaar – herkenbaar voor kleuters en kan als uitgangspunt dienen om rond talenten te werken. Maar het zijn vooral de heerlijke illustraties van Kate Hindley die de show stelen! De grijze en helblauwe tinten nemen de lezer mee op reis naar ijskoude bergtoppen, die mooi contrasteren met de warme en gemoedelijke sfeer in de kudde jaks. De logge dieren weten echt te charmeren met hun kleurrijke mutsen en expressieve lichaamstaal. Bovendien zorgde Bette Westera er als vertaler voor dat de rijmende tekst nooit geforceerd aanvoelt.

Fraser, L. (2020). Ukkie. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


doe_die_deur_dicht-minHoewel op het eerste gezicht de sfeer van een brasserie uit de jaren 50 eerder iets lijkt wat jonge ouders kan aanspreken, slaagt Koen Van Biesen er in zijn nieuwe prentenboek in om een humoristisch verhaal te brengen waar kleuters vast ook plezier aan zullen beleven. De cover van het prentenboek verbeeldt een deur die de lezer opentrekt aan het begin van het verhaal. Een sticker op die deur waarschuwt nochtans: ‘mensen niet toegelaten’. En zo brengt de lezer het verhaal zelf op gang … Twee honden zitten in ‘Brasserie Bulldog’ rustig te lezen en te werken tot er ergernis ontstaat over de deur die bij dit hondenweer opengelaten wordt. Hoewel de aanvang erg herkenbaar is, worden de gevolgen van die open deur hoe langer hoe surrealistischer. De illustraties met collagetechniek in bruintinten doen wat retro aan en zullen kleuters zeker aanspreken dankzij hun expressiviteit en de brede keur aan hondenrassen die de revue passeren. Daarnaast heeft Van Biesen ook heel wat taalhumor verweven in het verhaal. Zo bericht ‘Het Algemeen Wafblad’ over het weer om geen hond door te jagen en kan de tekst die in de brasserie ophangt – ‘Duik eens in een boek’ – steeds letterlijker opgevat worden. We zijn er zeker van: ook jij zal helemaal ‘in dit verhaal’ geraken.

Van Biesen, K. (2020). Doe die deur dicht. Wielsbeke: De Eenhoorn.


550x425Een hele reeks dieren is samen op weg naar hun nieuwe huis. Dat huis ligt volgens de pijl op de cover 4 meter verder, net zo lang als deze bijzonder mooi uitgegeven leporello in uitgevouwen versie. Een elastiek achteraan houdt het geheel samen, waardoor je het boek ook kan lezen wanneer je niet meteen 4 meter ter beschikking hebt. Ondanks de beperkte afstand hebben de dieren duidelijk keuzes moeten maken, want ze verhuizen enkel wat ze kunnen dragen. Dat leidt tot grappige beelden van onder andere een neushoorn met een auto in z’n nek, flamingo’s met sokken over hun kop en een stinkdier dat tactisch de kluis weet te beschermen, terwijl een konijn die voorttrekt. Van den Heuvel heeft een fijnzinnige tekenstijl die de ogen moeiteloos naar de details in de tekeningen leidt. Toch schuilt de climax van het verhaal niet in de details, maar moet je daarvoor bij de poten van het dier zijn dat zo groot is, dat het niet om de pagina’s past … Een leporello is sowieso een bijzondere ontdekking voor jonge kinderen, de dierenstoet met allerlei geestige details zal dat ongetwijfeld ook zijn.

Van den Heuvel, P. (2020). De verhuisdieren. Haarlem: Gottmer.