Nieuw in de boekhandel

AUGUSTUS 2022

Kalm aanHet gebeurt al te vaak dat we als volwassenen de kleine wonderen niet zien in de natuur om ons heen. Dat maakt het dan ook moeilijk kinderen hierop attent te maken. Daar wil dit boek – zowel bruikbaar voor kinderen als voor volwassenen – iets aan doen: per dubbele pagina vind je een grote (of een aantal kleinere) illustratie(s) van zo’n groot of klein natuurwonder. 50 in het totaal. Denk aan een vlinder die uit zijn cocon kruipt, een eekhoorn die wintervoorraad verzamelt, een boom die verandert naargelang de seizoenen, een oogverblindende zonsondergang, een lieveheersbeestje dat opstijgt, … Per illustratie is ook beknopt informatie voorzien. Achteraan vind je een lijst met andere natuurboeken waarmee je die info kan uitdiepen en uitbreiden. Het is duidelijk dat dit boek zijn doel bereikt: mensen erop attent maken dat ze veel meer ‘zien’ wanneer ze echt kijken, zeker als ze dat buiten doen.

Williams, R. (2022). Kalm aan. Rust in een drukke wereld. 50 natuurverwonderverhalen. Rotterdam: Lemniscaat.


dit is mijn boomtOp een dag besluit een eekhoorn terwijl hij zijn wintervoorraad verzamelt dat de boom waarin hij denappels en andere eetbare dingen opbergt, ‘zijn’ boom is. Vanaf dat ogenblik verandert het leven van de eekhoorn. Hij lijkt voor niks meer tijd te hebben dan voor het beschermen van ‘zijn boom’ en ‘zijn denappels’. Eerst bouwt hij een walletje rond zijn boom. Maar nog is de hebzuchtige eekhoorn niet tevreden. Dus bouwt hij een hoge muur rond zijn boom en terwijl hij tussen de vier muren tegen zijn boom zit, bedenkt hij dat aan de andere kant van de muur wel eens grotere of betere denappels zouden kunnen liggen. Dus neemt hij een ladder en klimt erop om over de muur te zien. Wat hij ziet, is verbijsterend: een heleboel eekhoorns die rond rennen en wintervoorraad verzamelen en er gelukkig uit zien … Het verhaal is uitermate geschikt voor kleuters die ook erg de neiging hebben iets als ‘van hen’ te beschouwen zeker op het moment dat een andere kleuter interesse in hetzelfde toont. Zonder zich op het moraliserende pad te begeven, slaagt dit boek erin de kleuters een spiegel voor te houden. En wie in die spiegel wil kijken, ziet hoe hebzucht tot jaloezie kan leiden.

Tallec, O. (2022). Dit is mijn boom. Wielsbeke: De Eenhoorn.


SchoenbekZoals je op de cover kan zien geven de enorme bek en de plompe kop de schoenbekooievaar een bizarre aanblik. Terwijl Schoenbek hongerig de jacht op vis opent, zetten de andere vogels in het Afrikaanse moeras hun eigen superioriteit in de kijker. Zadelbekooievaar vindt haar kleurrijke snavel veel prachtiger, Bonte Ijsvogel acht zijn verfijnde kop met kuif een stuk aantrekkelijker, Kleine Zilverrijger zet de eigen voeten in de kijker en Afrikaanse Zeearend benadrukt hoeveel sierlijker hij vliegt. Terwijl die indrukwekkende vogels het druk hebben met hun ijdelheid laat Schoenbek zich niet van de wijs brengen en slaagt die er zelfs nog in hun leven te redden door de aanval van een krokodil te verijdelen. Met schaamrood op de wangen schrikken de criticasters op, maar Schoenbek heeft niets van het geroddel opgepikt en is alweer onverstoorbaar verder op zoek naar vis. Wat een heerlijk eenvoudig én origineel verhaal! De moraal is niet ver te zoeken, maar wordt nergens op een belerende toon geëxpliciteerd. Alle aandacht gaat naar de kleurenpracht en natuurrijkdom van het Afrikaanse moeras, de inspiratiebron van Joukje Akveld. De Zuid-Afrikaanse illustrator Piet Grobler brengt met veel kleur en dynamiek het leven tussen de vogels in beeld. Een voorleesvoltreffer voor jonge kleuters.

Akveld, J. (2022). Schoenbek. Amsterdam: Querido.


mees en molIn deze heerlijke verhalenbundel worden de verhoudingen tussen Mees en Mol geschetst doorheen dagelijkse gebeurtenissen en de vragen die daarbij rijzen. Mees is een optimistische vogel die houdt van ‘flierefluiten’ en dingen ontdekken. Mol heeft een veel terughoudender karakter, is voorzichtig en soms zelfs wat droevig. Doorheen de dagelijkse gebeurtenissen waarin Mees en Mol elkaar ontmoeten groeit hun vriendschap. Ze voeren mooie dialogen bv. over de vraag of sneeuwklokjes de lente inluiden. De optimistische Mees vindt van wel, voorzichtige Mol twijfelt want ‘De grond is nog hard hoor, en de wind guur.’ Ook taal komt aan bod: Mees legt aan Mol het woord ‘aanwippen’ uit en die dialoog vormt alweer een mooi verhaal. De meeste verhalen blijven dicht bij de natuur omdat dat de biotoop is van Mees en Mol, zij het dat Mees hoog in de bomen en de lucht verblijft en Mol meestal onder de grond. Toch ontdekken ze heel dikwijls elementen die hen in hun verschillend-zijn verbinden. Leuke verhalen die 5-jarigen zeker zullen weten te boeien. Een aantal van die verhalen zijn zeker ook geschikt om dagelijkse ‘wachtmomenten’ in de kleuterklas op te vrolijken. De illustraties van de hand van Marije Tolman maken het geheel af.

Biessels, C. (2022). Tussen Mees en Mol. Amsterdam: Van Goor.


mijn boomIn ‘Mijn boom’ worden jonge lezers door de verteller uitgenodigd om alle geheimen van de grote boom in de tuin te ontdekken. Vanop afstand ziet de boom er kalm uit, maar wie tussen de wortels of de bladeren gaat kijken, ontdekt een en al bedrijvigheid. Pagina na pagina kunnen de kleinste kinderhanden achter de flapjes het bruisende leven van de mieren, de mol, de uilen, de poes, de eekhoorn, de wormen, de kabouters, de bijen … in en rond de boom verkennen. De verteller houdt belofte, want op elke pagina kan je in de kleine details verschillende verhaallijnen ontdekken met de boom en zijn bewoners in de hoofdrol. De allerkleinsten zullen met plezier de dieren benoemen, maar bij nader kijken zullen ook ervarener lezers opmerken hoe alle personages met elkaar verbonden zijn door die ene prachtige boom. Zo tilt Dubuc het niveau van het doorsnee kartonboekje omhoog en hebben wij er een mooi geschenkboekje bij.

Dubuc, M. (2022). Mijn boom. Amsterdam: Querido.


9789047713944_frontDavids beste vriend vertelt vol liefde over hem. Met de kleurrijke bos bloemen in zijn haar is hij een opvallende verschijning, maar de vrolijke en zachtaardige jongen is werkelijk door iedereen geliefd, zelfs door de voor bloemen allergische juf. Op een dag begint David de bloemblaadjes te verliezen tot hij enkel nog prikkelige takken op z’n hoofd overhoudt. De blozende bloemenjongen wordt een bleke verschijning aan wiens takken z’n klasgenoten schrammen overhouden. Gelukkig heeft hij z’n beste vriend die de schrammen er graag bijneemt en tegelijk een manier zoekt om David te helpen. De bloemen die hij samen met enkele andere vrienden knutselt, brengen de oude David niet helemaal terug, maar toveren wel terug een glimlach op z’n gezicht. Tot er uiteindelijk tussen de papieren versies een nieuwe bloem, mooier dan ooit, in Davids haar verschijnt … Jarvis weet in dit zachtmoedige prentenboek een heel spectrum aan gevoelens op een zeer eenvoudige manier samen te brengen. De uitgepuurde illustraties in zachte kleuren op een witte achtergrond versterken de evolutie van Davids gevoelens terwijl het vertelperspectief van het klasgenootje de vriendschap heel meeleefbaar maakt. Zonder het verdriet sentimenteel of expliciet te maken weet de auteur feilloos de juiste snaar te raken. Die boodschap zullen ook jonge lezers moeiteloos oppikken.

Jarvis. (2022). De jongen met bloemen in zijn haar. Rotterdam: Lemniscaat.


Schermafbeelding 2022-08-23 om 21.26.48In het midden van de nacht kunnen de slapende jungledieren het gedaver van een stoet met niet minder dan tien vrolijke olifanten niet negeren. Het enthousiaste gezelschap is uitgelaten op weg naar een dansfeest. De andere dieren sluiten spontaan aan bij de uitbundige optocht die steeds feestelijker wordt dankzij ballonnen, muziek, eten … Naarmate de stoet aanzwelt, groeit ook de verwachting van een ongezien spetterend dansfeest. Totdat ze op hun bestemming aankomen … De zwierige tekenstijl van Van Straaten leent zich perfect voor dit soort vrolijke taferelen. Onvermijdelijk ontstaat ook bij de toehoorder een glimlach op het gezicht en zo vallen uiteindelijk het onderwerp en de beleving van dit verhaal helemaal samen. Heerlijk lezen heet dat dan!

Van Straaten, H. (2022). Tien olifanten op weg naar een dansfeest. Amsterdam: Leopold.


heerlijke honing‘Heerlijke honing’ is een rijkelijk geïllustreerde vertaling van een kinderversje van Margaret Wise Brown, een bekende Amerikaanse kinderboekenschrijfster uit het begin van de vorige eeuw. In het versje maken Beer en Vlinder een dag én een nacht lang ruzie om tot het besluit te komen dat je toch maar beter geen ruzie zoekt met Vlinder. Die omkering is geestig en spreekt tot de verbeelding. Die ruimte voor verbeelding wordt door Marije Tolman dankbaar ingevuld met bijzonder sferige en droomachtige illustraties. In de tekeningen zien we hoe Beer ervandoor gaat met de heerlijk zoete honingboterham van Vlinder en dat komt hem duur te staan. In zijn zoektocht naar meer stuit hij op een enorme zwerm vlinders die hem het stelen willen afleren. De kleurrijke illustraties met een glansrol voor de vlinders zijn een lust voor het oog. Gelukkig laat Tolman op haar beurt ook ruimte voor verbeelding, omdat tussen droom en daad en dag en nacht nooit helemaal duidelijk wordt wat er zich tussen het duo afspeelt.

Tolman, M. (2022). Heerlijke honing. Amsterdam: Querido.


MEI 2022

550x609Marit Törnqvist heeft haar tijd genomen om met haar nieuwe werk ‘Schildpad en ik’ voor het voetlicht te treden en daar kunnen we alleen maar dankbaar om zijn. Hoe je het verhaal ook draait, met welk perspectief je het ook bekijkt, hoeveel keer je de prenten ook bekijkt: naarmate je meer ziet, stapelen ook de vragen zich op. Het raamverhaal zelf is helder: een grootvader vertelt zijn vijfjarige kleinzoon hoe hij zelf als vijfjarig jongetje in een land ver van hen af een schildpad kreeg voor z’n verjaardag. Aanvankelijk hebben de twee het heerlijk samen, maar naarmate Schildpad groeit en de jongen ouder wordt, wordt het ook moeilijker om Schilpad een plaats te geven in z’n leven. Als je aan het einde van het verhaal zijn leven beschouwt, dan is het duidelijk dat de mooiste periodes net die waren waarin het lukte om samen met Schildpad gelukkig te zijn: spelend als kind, op reis in z’n thuisland, bij de ontmoeting met de liefde van z’n leven, met z’n gezin en als trotse grootvader met z’n kleinzoon op de schoot. Je zou kunnen denken dat dit verhaal over ‘sense of belonging’ eerder volwassenen adresseert, maar niets is minder waar. Samen met volwassenen zullen jonge kinderen ook geïntrigeerd zijn door de enorme schildpad aan een leiband, zullen ze zich ook afvragen of het duo uiteindelijk ‘voor het leven’ vrienden blijven en zullen ze hun hart verwarmen aan de intimiteit van een grootvader die over z’n leven vertelt aan z’n kleinzoon. Voeg daar de typerende en schilderachtige illustraties van Törnqvist aan toe die telkens fijngevoelig de sfeer weten te vangen en je hebt alweer een te koesteren prentenboek voor op de boekenplank.

Törnqvist, M. (2022). Schildpad en ik. Amsterdam: Querido.


9789047713838_frontSuus kondigt aan dat zij een verrassing heeft voor haar vriend August. Terwijl Suus straalt van enthousiasme, zie je de schrik August om het hart slaan. De twee vrienden zijn namelijk elkaars tegenpolen: terwijl avontuurlijke Suus houdt van rennen en springen, verkiest August rust en veiligheid. Hij houdt dus ook helemaal niet van het oncontroleerbare van verrassingen. Zijn fantasie slaat op hol en hij ziet allemaal wilde activiteiten voor ogen die Suus typeren. Gelukkig kent Suus haar vriend goed genoeg om een verrassing op zijn maat gesneden te voorzien … Het angstaanjagende van verrassingen is veel kinderen niet vreemd. De manier waarop Miriam Bos die herkenbare beleving uitwerkt, is hartverwarmend. Het bos waarin de eekhoorn en de vos wonen is prachtig kleurrijk met een breed scala aan groentinten en felroze en oranje accenten. In de illustraties waarin de personages worden voorgesteld, laat Bos meer witruimte waardoor alle aandacht gaat naar de twee persoonlijkheden van wie de lichaamstaal boekdelen spreekt. Terwijl jonge kinderen de vrienden leren kennen, ontdekken ze de Suus of August in zichzelf, maar zien ze vooral hoe je als vriend onderlinge verschillen kan overstijgen.

Bos, M. (2022). Help! Een verrassing! Rotterdam: Lemniscaat.


550x766In dit prachtige boek wordt het wonderlijke leven van bijen met veel liefde en fascinatie geïllustreerd en beschreven. Het boek start na de winter wanneer het bijenvolk in zijn kast terug tot leven komt. Bladzijde na bladzijde wordt in maximum vier lijntjes per bladzijde beschreven wat je op die bladzijde of dubbele pagina ziet gebeuren. Zo is er de beschrijving van de manier waarop de bijen van bloem tot bloem vliegen, en met lijfjes vol stuifmeel terug naar de kast vliegen. Ook het bestuivingsproces krijgt vier lijntjes:

Ze knoeien dat poeder
in de bloemen die bloeien
en in elke bloem
begint een vruchtje te groeien.

Die vier regeltjes staan onder een bloesemtak waaraan een gele citroen hangt te blinken. Op de bladzijde ernaast zie je aan diezelfde tak hoe de bloesem verandert in  piepkleine vruchtjes. Het wordt steeds duidelijker: dankzij de bijen wordt de tuin een voorraadkast vol lekkernijen voor dier en mens. Je ziet de imker aan het werk bij zijn bijenkast tussen de bloemen. Je ziet op een uitklapbare pagina een familie werken en oogsten in de moestuin. Op de achterzijde van die uitklapbare pagina werd achtergrondinfo verzameld. Denk aan informatie rond de verschillende soorten bijen, hun nesten, het belang van nectar en stuifmeel, hoe bestuiving echt in zijn werk gaat … Die informatie biedt antwoord op de vragen die ongetwijfeld bij de kleuters zullen rijzen. Een aanrader voor elke kleuterbibliotheek.

Webber, J. (2022). Het begint met een bij. Ontdek hoe een kleine bij de wereld tot bloei brengt. Zeist: Christofoor.


isbn-9789026160264_front_cover_1Freek mag met zijn papa naar het formule1-circuit. De auto’s razen voorbij – optrekken, schakelen, afremmen – dat geeft een boel lawaai. Slecht voor het gehoor, dus moet Freek een koptelefoon opzetten. Vreselijk vindt hij dat! Om hem te troosten krijgt hij een hotdog met veel ketchup en mag hij in papa’s nek zitten. Geen superidee want die ketchup druipt natuurlijk … Papa  zet Freek even terug op de grond, maar het is zo druk dat Freek zijn papa opeens niet meer ziet. Hij dringt door de benen van de vele toeschouwers naar voren om alles goed te kunnen zien. Dan  ontdekt hij een hond op het circuit. Die moet gered worden … Een verhaal over een origineel onderwerp met leuke, veelkleurige illustraties en een verrassend einde.

Upperman, I. (2022). Weg! Utrecht: De Fontein.


1033x1200In het oorspronkelijke Russische volkssprookje ‘De oliebol’ ontsnapt een oliebol aan een heleboel gulzige dieren die hem graag willen opeten tot de sluwe vos er toch in slaagt. Dit boek is een soort herwerking daarvan. Een vader van een gezin van 7 vraagt wie er een pannenkoek wil. Iedereen natuurlijk! En iedereen wil natuurlijk ook eerst een stukje. Maar dat is zonder de pannenkoek zelf gerekend. Die wil helemaal niet opgegeten worden en rolt de deur uit wanneer hij omhoog gegooid wordt. Dat is het vrolijke begin van een stapelverhaal waarin de pannenkoek een heleboel dieren zoals de vos, de eend, de egel, de das, de haan, … te vlug af is. Maar het sprookje blijft niet duren want het everzwijn is de pannenkoek uiteindelijk te slim af. Samen met de auteur heeft illustrator Sophie Pluim van dit verhaal een boek gemaakt waarin alle dieren en mensen echt tot leven komen, waarin de natuur een belangrijke plaats krijgt – de pannenkoek rolt door het bos – en waarin een sprookjesachtige sfeer hangt die echt kan bekoren.

Fisscher, T. (2021). Wij willen een pannenkoek! Zeist: Christofoor.


550x642Aron wil dolgraag een huisdier, maar bij elk concreet voorstel zien zijn ouders een reden om er niet op in te gaan: geen tijd voor een hond, geen plaats voor een konijn, een giraf is een te gek idee … Zoals jonge kinderen dat kunnen, blijft Aron zijn ouders onophoudelijk bestoken met zijn huisdierwens tot papa hem bij wijze van grapje een ingepakte aardappel cadeau doet. Aron ziet er de humor niet meteen van in en laat de aardappel aanvankelijk links liggen. Uiteindelijk vindt hij het zicht van die verlaten aardappel toch maar sneu en besluit hij Aardappel in zijn spel te betrekken. Dan krijgen we een reeks van heerlijke illustraties uit Arons dagelijkse leven, dat op slag een stuk vrolijker aandoet nu hij er een nieuw speelmaatje bij heeft. Voor de lezer is de creativiteit waarmee Aardappel meespeelt prettig om te volgen. Helaas is zo’n aardappel geen lang leven beschoren en bij het zien van Arons verdriet wanneer Aardappel wordt begraven, stellen de ouders dan toch voor een hamster in huis te halen. Ondertussen heeft Aron daar natuurlijk geen interesse meer in … Je merkt het aan de verhaallijn: de makers slagen erin om herkenbare gevoelens en handelingen van een kind te combineren met vrolijke fantasie-elementen. De aandoenlijke illustraties nemen de lezer mee in de affectie van Aron voor z’n aardappelvriend die met kleine ingrepen heel expressief en met momenten zelfs grappig uit de hoek komt. Aan het einde zien we hoe Aron van z’n eenzaamheid verlost is en hoe Aardappel daar een cruciale rol in speelt.

Lacey, J. (2022). Aron en Aardappel. Haarlem: Gottmer.


550x596Elke zonovergoten weekend- of vakantiedag zijn lange files en overladen treinen het onweerlegbare bewijs van de populariteit van ‘een dag aan zee’. Velen kennen het gevoel van kindsbeen af: zand tussen de tenen, met de benen in het zilte water, languit liggen op kleurrijke handdoeken, vliegers hoog in de lucht, verkoelende ijsjes op de tong … De ingrediënten van zo’n dag aan zee zijn niet nieuw, maar toch is het elke keer opnieuw genieten. Net dat gevoel weet Noëlle Smit te verbeelden in ‘Aan zee’. Zoals in ‘Naar de markt’ en ‘In de tuin’ toont ze in 12 grote prenten de herkenbare gang van zaken, dit keer van een uitje naar zee. De fans zullen personages herkennen en kunnen opnieuw meeleven met herkenbare activiteiten en zoeken naar details in de prenten. Zonnig prentenboek waarin je samen met kinderen kan uitkijken naar een zeedag of die net kan herbeleven.

Smit, N. (2022). Aan zee. Amsterdam: Querido.


550x624De zonnige cover van ‘Ik mis Milo’ toont meteen wat een bijzondere band het hoofdpersonage met z’n huisdier heeft. Het kleurrijke plaatje klopt helemaal: de jongen geniet van een stralende dag met z’n huisdier en speelmaatje dicht bij hem. Dat beeld wordt in de eerste drie zinnen al gebroken: “Ik mis Milo. Milo is mijn schildpad. Of nee, hij wás mijn schildpad.” Terwijl de omgeving even zonnig blijft, is de jongen helemaal overmand door verdriet. In wat volgt, wordt dat gemis steeds tastbaarder. De jongen kan enkel aan Milo denken en ziet alleen nog wat er niet meer is. De mensen om hem heen proberen hem te troosten, maar dat maakt de eenzaamheid van zijn verdriet enkel groter. Gelukkig houden ze vol en weet z’n moeder uiteindelijk hoe ze het verdriet kan verzachten … Al is het gemis nooit helemaal weg. Pim Lammers en Sanne te Loo maakten met ‘Ik mis Milo’ een prachtig boek over missen, dat erin slaagt het verdriet te vangen zonder ooit sentimenteel of zwaarmoedig te worden. In tegendeel: ze doen het gevoel alle eer aan in een fris en kleurrijk verhaal.  

Lammers, P. (2022). Ik mis Milo. Amsterdam: Querido.


550x478Terwijl een kleine groenling ongelukkig op een tak zit rond te kijken, zijn de andere vogels druk in de weer. De uitbundige lente is in het land en dat kan je vooral horen: “Alle vogels zingen, kirren, koeren, gillen, gieren, tjilpen, snateren, krassen, klepperen en tjotteren.” Hoe kan die kleine groenling treurig zijn middenin dit levendige landschap vol jonge vogels die enthousiast de lente verwelkomen? Hij heeft een groenlingvrouwtje op het oog om een nest mee te maken, maar hij is te verlegen om het haar te vragen. Zijn oplossing zal voor veel kinderen herkenbaar zijn: wat als de merel het nu eens in zijn plaats vraagt? Temidden van het lawaaiige gekwetter schreeuwt hij zijn vraag: “Zou jij aan dat groen-ling-vrouwtje wil-len vra-gen of ze met mij ook een nest-je wil be-gin-nen?” De merel denkt de vraag begrepen te hebben: “Of ik aan het stoere kauwtje wil vragen of hij op het hoofd van een ekster wil gaan springen?” En weg is de merel … De groenling hoort het misverstand en vliegt de merel achterna. Eens de merel bij de kauw aankomt, speelt zich hetzelfde tafereel af. Zo stapelen de misverstanden zich op tot wel 10 vogels elkaar achterna vliegen en steeds luider discussiëren. Uiteindelijk snoert de groenling de vogels de bek en stelt hij zelf de oudste vraag die onze literatuur rijk is: “Alle vogels zijn al een nestje begonnen, behalve jij en ik … Wil jij met mij …” In die ene zin komt de schoonheid van de liefde, onze taal en de natuur samen. Om diezelfde reden is dit een prentenboek om in je hart te sluiten: in een levendige taal en met een strak opgebouwd verhaal zien we de prachtige natuur en de jonge liefde ontluiken. Voeg daar de humor van de misverstanden en de kleurrijke prenten aan toe en je weet weer waarom lezen fan-tas-tisch is.

Schutten, J.P. (2022). Het verlegen vogeltje. Haarlem: Gottmer.


9789025775865_frontBeeld je even een jong kind in dat gehurkt boven het gras met een takje in de grond zit te graven. Of kijk eens verder naar het kind dat een vlinder achternagaat. Zie je hoe nog een ander kind op het huisje van een slak tikt? “Hé, beestjes! in de tuin” weet die sfeer van ontdekken in een zonovergoten tuin helemaal te vangen. Het kartonboekje bevat zeven versjes over evenveel kriebeldiertjes. Zo eenvoudig als het concept is, zo heerlijk is het genieten van de speelse versjes in het boek. Elle van Lieshout en Erik van Os bewijzen eens te meer met wat een metier ze voor de doelgroep kunnen schrijven. De versjes kriebelen, zoemen en fladderen net als de personages die ze bezingen. Het frisse ritme en het spel met klanken maken het prettig om de versjes voor te lezen: “ik spin, ik spin een spinnenweb omdat ik daar zo’n zin in heb”. Marieke ten Berge weet met slechts één of twee kleuren per diertje de pagina’s op te fleuren. Wat een vrolijk boek om erbij te hebben!

Van Os, E. & Van Lieshout, E. (2022). Hé, beestjes! in de tuin. Haarlem: Gottmer.  


550x652Wie dit boek openslaat, wordt meteen aangeraden om het lezen op te geven. De verteller kan de titel alleen maar bevestigen: “Daar zit je dan. Met dit saaie boek in je hand.” Qua staaltje omgekeerde psychologie kan dat tellen, want net die uitspraak maakt je als lezer nieuwsgierig. Terwijl je verder leest, speelt de verteller dat trucje steeds sterker uit: “LAATSTE WAARSCHUWING! DIT WORDT SAAI!” Doordat de verteller je als lezer met een resem vragen blijft uitdagen, wordt de leeservaring net actiever dan gewoonlijk. Meer nog: door te brullen als een dinosaurus, met het boek te schudden, een high five te geven … wordt de lezer zelfs een personage in dit zogenaamde saaiste verhaal ter wereld. Ondertussen blijven we ook geprikkeld door de fantasierijke illustraties van Trui Chielens in haar typerende vintage-stijl. De hele sfeer van het boek wordt op de cover goed verbeeld: terwijl er wordt geroepen dat het boek saai is, krijg je eenhoorns en glitters.

Gielis, S. (2022). Het saaiste boek ter wereld. Tielt: Lannoo.


998x1200Mevrouw Das en Meneer Ping zijn buren. Terwijl haar huis en tuin getypeerd worden door weelderigheid en kleurrijke chaos, doet zijn huis net heel strak en sober aan. De totaal andere stijl intrigeert de buren wel. De klassieke tegenpolen trekken elkaar aan en stap voor stap integreren ze de wereld van de ander in die van zichzelf. Zo wordt het huis van Meneer Ping steeds kleurrijker en wint dat van Mevrouw Das aan structuur. Aanvankelijk stevenen ze op twee evenwichtige huizen af, maar de klepel slaat door waardoor de huizen na een tijd in niets meer op de oorspronkelijke versies lijken. In hun enthousiasme voor elkaars wereld, dreigen Mevrouw Das en Meneer Ping zichzelf wat te verliezen. Gelukkig begrijpen ze snel wat ze echt willen: samen zijn. Rindert Kromhout brengt een klassiek liefdesverhaal op maat van jonge kinderen. Nergens wordt dit verhaal sentimenteel. Het is net verfrissend dat er onderweg wat wrevel ontstaat en dat die meteen verdwijnt van zodra de buren zich herinneren wat de ander net zo bijzonder maakt. Stenvert heeft in uitgebreide illustraties zichzelf overtroffen: de contrasten tussen de twee geliefden worden tot in het detail uitgewerkt. Het hartverwarmende verhaal kan zoals de meeste goed uitgewerkte liefdesverhalen gelezen en herlezen worden.

Kromhout, R. (2022). Mevrouw Das Meneer Ping. Amsterdam: Leopold.


9789462916173_frontNa “Pokko heeft een trommel” konden we niet anders dan het nieuwe prentenboek van Matthew Forsythe snel ter hand nemen. Ook in ‘Emma’ is het genieten van een ironische ondertoon en de verbeelding van het leven in het bos in zachte oranje- en bruintinten. Emma is een wijze jonge muis die ervan houdt te verdwalen in haar fantasie terwijl ze leest of tekent in de geborgenheid van haar huis. Haar rustige leventje wordt geregeld opgeschrikt door de doldwaze initiatieven van haar vader. Ze heeft al heel wat meegemaakt met hem, maar wanneer hij een grote kat als gast in huis neemt, kan ze niet denken dat het ook dit keer goed zal aflopen. Terwijl vader zich van geen kwaad bewust lijkt, wordt de spanning door de dreigende ogen van de kat opgedreven. Dat contrast zorgt voor heel wat hilariteit. De expressie van de grote genoegzame kat contrasteert heerlijk met de reacties van een relaxte vader en een strak gespannen Emma. Vader en dochter krijgen allebei gelijk: de kat is niet te vertrouwen én ook dit avontuur loopt goed af.

Forsythe, M. (2022). Emma. Wielsbeke: De Eenhoorn.


301564_grande.jpgEen ode aan de natuur, op die manier kun je dit prentenboek wel samenvatten. Muis maakt een jaar lang een reis door het bos om al zijn vrienden te ontmoeten. Op die manier ontdekt Muis maand na maand de invloed van de seizoenen op het bos. De reis start in januari met een bezoek aan de grijze Eekhoorn. Een beetje later is het tijd om Egel uit zijn winterslaap te wekken, want de lente is in het land. In mei is het heerlijk picknicken tussen de boshyacinthen en samen met Spitmuis bessen plukken in augustus is ook heerlijk. De reis van Muis eindigt in de houten woonwagen van Vos. Daar zitten Muis en Vos – hoe vreemd dat ook mag lijken – gehuld in een warme deken samen gezellig te praten bij een kampvuur. In december vieren alle bosbewoners feest bij de overgang naar een nieuw jaar. Op bijna elke dubbele bladzijde is een ‘boswoning’ te zien. Die woningen zijn wel erg antropomorf, maar ze spreken aan omdat je er kan binnengaan door een flapje (deur of muur) te openen en dan een compleet andere wereld ontdekt. Elke ‘woning’ ziet er niet alleen anders uit maar heeft ook een verschillende indeling en inrichting. Er is het spiegelpaleis om feest te vieren in december, een soort ‘strand – of badhuis’ bij de rivier in het bos wanneer het warm is en heerlijk zwemmen in de rivier, een boomhut met een schommel, … Er is een heleboel te ontdekken op de vrij natuurgetrouwe illustraties. De gehanteerde taal – vier lijnen per dubbele bladzijde – volgt het trage ritme van de seizoenen en is beschrijvend. In april giet het van de regen. Ik heb mijn rode laarzen aan. In de kersenboom tussen de bloesem wacht ik tot de buien overgaan. Tegelijkertijd nodigt ze uit tot ‘vertragen’. Een voorbeeld voor de maand december: Van januari tot december, een heel jaar is voorbijgegaan. Ik zit op mijn stoepje en mijmer wat… Intussen begint de kringloop van voren af aan. Het rijm stoort niet. Achteraan in het boek is een dubbel bladzijde ‘Een jaar in het bos’ waarin kort per maand de belangrijkste natuurfenomenen beschreven worden. Daarnaast vind je op 1 bladzijde ook nog summiere informatie over ‘de vrienden van Muis’. Denk aan Egel, Eekhoorn, Mol, … Prettig boek om elke maand opnieuw in te kijken en de natuur te ontdekken. 

Snow, W. (2022). Het bos van Muis. Zeist: Christofoor.


APRIL 2022

1164x1200Het recept van Mühles kartonboekjes met het aandoenlijke konijn in de hoofdrol is ondertussen bekend: peuters worden in interactie met Klein Konijn uitgedaagd om deel te nemen aan een herkenbare activiteit of ritueel. Zo bracht hij eerder boekjes uit rond badtijd, slapengaan en troosten na een val. In Nog even samen spelen kunnen onze jongste lezers enkele eenvoudige spelletjes spelen met Klein Konijn. Samen spelen ze ‘kiekeboe’, spetteren ze in bad, schommelen ze hoog de lucht in en laten ze een knuffel boven het hoofd vliegen. Voor de allerjongsten is het heerlijk om de dagelijkse activiteiten terug te zien in de belevingen van Klein Konijn. De interactie geeft taal aan de spelletjes en daagt uit tot het beleven van de kleine verhaaltjes. Zo blijft de reeks een fijne manier voor peuters om de eerste stappen in de rijke boekenwereld te zetten.

Mühle, J. (2022). Nog even samen spelen. Haarlem: Gottmer.


waar-dient-het-voor00.jpgTiptoe Print brengt poëtische prentenboeken op de Nederlandstalige boekenmarkt die anders de weg niet zouden vinden. Je zou kunnen denken dat ze zo bij boeken terechtkomen die om duidelijke reden ongewenst zijn bij grotere uitgeverijen, maar net het omgekeerde is het geval. Sinds enkele jaren worden we keer op keer blij verrast door de selectie van de uitgeverij. Waar dient het voor? is een prentenboek zoals je er nog niet eerder een in je handen had. De auteur verkent het antwoord op de vraag die het boek ook als titel draagt: ‘Waar dient het voor?’ Om een antwoord te geven start hij met materialen die we allemaal kennen en waarvan het nut ook bekend is. Zo weten we bijvoorbeeld allemaal waar een sleutel, een stoel of een lamp voor dient. Stukje bij beetje wordt de lezer aan de hand van de schijnbaar eenvoudige vraag in de war gebracht. Zo gebruiken we soms een stoel als een ladder, hebben sommige zaken talloze functies en zijn bij andere zaken de functies helemaal niet duidelijk. Moet iets eigenlijk nut hebben? En wat is het nut dan van mensen? Je merkt het al: verschillende filosofische vragen passeren de revue terwijl het prentenboek nooit de speelse toon verliest waarop kinderen rechtstreeks worden aangesproken. De bijzonder kleurrijke illustraties van Madalena Matoso spelen daarbij ook een grote rol. Zin om op een plezierige manier kinderen aan het denken te zetten? Ontdek dan snel de verschillende functies van een prentenboek als Waar dient dit voor?.

Vieira Mendes, J. M. (2022). Waar dient het voor? Brussel: Tiptoe Print.


1186x1200Boer Boris viert feest, want de prentenboekenreeks bestaat 10 jaar. Fans zullen niet teleurgesteld worden, want ook in het vijftiende deel Boer Boris en de luchtballon vinden we de vaste waarden terug. Passend bij de periode van het jaar vindt Boris een bijzonder ei aan de rand van het veld. Tot zijn grote verbazing verschijnt er geen boerderijdier maar een pinguïn uit het ei. Reden genoeg voor Boris om een reis naar de Zuidpool te organiseren. Na rijp beraad wordt de luchtballon als geschikt vervoersmiddel uitgekozen. Al wie in de mand past, trekt mee naar de Zuidpool om de jonge pinguïn naar huis te brengen. Vanuit de lucht ziet de wereld er prachtig uit: de vrolijke bende geniet van de kleurrijke tulpenvelden rond de boerderij, het mozaïek aan daken boven de stad en de indrukwekkende dieren in Afrika en in de oceaan. De reis bereikt zijn hoogtepunt wanneer de pinguïns de jonge telg met warmte opnemen in hun ijskoude leefomgeving. Boris en zijn kornuiten zijn alweer een avontuur rijker en de prentenboekenmarkt heeft er een kleurrijk, welluidend en vrolijk verhaal bij. Alle initiatieven rond het jubileumjaar vind je terug via volgende link: https://gottmerkinderboeken.nl/boerboris10jaar/.

Van Lieshout, T. (2022). Boer Boris en de luchtballon. Haarlem: Gottmer.


61a0be805d3c7a136c6099f1Merel heeft dringend eten nodig, maar wil haar eieren niet alleen achterlaten. Misschien kan Muis even oppassen tijdens haar afwezigheid? Dat idee inspireert meteen enkele andere bevriende dieren. Handig toch, zo’n oppasmuis? Al snel heeft Muis vier jonge eekhoorns en eieren van niet minder dan drie nesten onder haar hoede. Alsof dat nog niet genoeg is dragen de enthousiaste eekhoorns nog enkele gevonden eieren aan. De oppasmuis heeft de handen vol tot de dieren een na een hun kroost komen ophalen. Maar van wie zou dat laatste ei kunnen zijn? Kan dat echt van Das zijn, zoals die beweert? Dit eenvoudige verhaal is voor jonge kinderen herkenbaar én spannend. Net als het verhaal zelf zijn ook de illustraties erg zacht uitgewerkt. De zorgzame muis en haar vrienden ogen lief dankzij hun zachte bruin- en groentinten. Fijn boek om deze tijd van het jaar aan jonge kleuters voor te lezen.

Pauli, L. (2022). De oppasmuis. Haarlem: Gottmer.


9789493228696_VRK-1De eerste aanblik van Daan hijskraan wekt meteen nieuwsgierigheid. Torenhoog kijkt de enorme hijskraan boven alles en iedereen uit. Elke avond komen talloze bevriende vogels bij Daan uitrusten en de nacht doorbrengen. Wat hoog in de lucht op de arm van zo’n kraan gebeurt kunnen we van beneden niet zien, maar met prettige inzoomprenten krijgt de lezer toch inkijk in de gezellige boel die de vogels ervan maken. Met dit soort perspectieven maakt de illustrator tegelijk het eenzame gevoel van een kraan met het hoofd in de wolken erg inleefbaar. Daans vrienden zijn erg trouw, maar zijn verlangen naar een omgeving zonder eenzame hoogte wordt een concrete droom wanneer een tropische vogel over een woud met hoge, hoge bomen vertelt. Het verhaal komt op een hoogtepunt wanneer zwermen vogels Daans droom op wonderlijke wijze in vervulling brengen … Dit bijzondere verhaal over vriendschap, dromen en thuishoren wordt in grote prenten verbeeld die telkens alle ruimte geven aan de verschillende omgevingen waarin de hijskraan terechtkomt. Dat maakt van Daan hijskraan een innemend verhaal voor dromers en liefhebbers van kranen, die gelukkig ook in groten getale terug te vinden zijn onder kleuters. Bekijk het bladerfilmpje:

Van Diepen, A. (2022). Daan hijskraan. Amsterdam: Samsara.