Nieuw in de boekhandel

Herfst 2019

9200000107730815Eigenlijk is dit een tekstloos prentenboek want er wordt maar één woord in gebruikt: Stop! Het verhaal is eenvoudig: twee meisjes zijn op weg naar het containerpark en ze hebben hun bakfiets hoog opgeladen met oud ijzer. Ze zijn nog maar net vertrokken of een megamonster brult hen toe: Stop! De zusjes kopen vrije doorgang door het afgeven van een voorwerp uit de bakfiets. En dat gebeurt telkens opnieuw wanneer er weer een felgekleurd megamonster hun pad kruist. Het groene monster is tevreden met een halsketting van kookgerei, het volgende monster kickt op een oude kachel en kachelpijp die hij als pijp of muziekinstrument kan gebruiken, nog een ander verleent doorgang voor een fiets die als bril kan dienst doen en een vierde – een vuurspuwend monster – wordt helemaal blij van een halsketting gemaakt van een roestige zaag en een aantal kamwielen. En zo gaat het verder tot de bakfiets helemaal leeg is. Bij het laatste monster lijkt het kleine zusje weggegeven te worden maar wat er dan gebeurt … Het boek heeft een groot formaat en dat is superhandig voor gebruik in de klas. De felgekleurde monsters zien er angstaanjagend maar ook prachtig uit. De vele details op de prenten dragen zeker bij aan het verhaalplezier en tonen op een speelse manier hoeveel spullen die we weggooien een tweede leven kunnen krijgen. De voorste en achterste schutbladen staan volgetekend met … oud ijzer.

Janssen, M. (2019). Stop! Monsters! Rotterdam: Lemniscaat.


het_boek_is_bang-minIn een boekenreeks bestemd voor peuters kunnen boeken ook gevoelens hebben; we hadden al een boos, een vermoeid en een verliefd boek, deze keer is het boek bang. Opnieuw speelt kleine muis een rol en nodigt die de ‘kijker’ uit tot interactiviteit. De ‘kijker’ moet ervoor zorgen dat het boek niet langer bang is door het water te laten drinken, geluiden van buitenaf thuis te wijzen, het nachtlampje aan te knippen, enz. Het boek – niet meer dan een groen vlak met ogen, neus en mond – staat telkens rechts en heeft een uitgesproken mimiek. Doorheen het boek ziet de ‘kijker’ het effect van zijn acties en neemt de angst van het boek zichtbaar af. Op de linkerbladzijde staan de tekst en de kleine muis die de ‘kijker’ aanspreekt. Een boek waarmee peuters zich kunnen vereenzelvigen terwijl ze zelf de troostende rol aannemen. 

Ramadier, C. (2019). Het boek is bang. Wielsbeke: De Eenhoorn.


9200000108382637Eise houdt veel van dieren en lezen over dieren doet hij het liefst. De buurjongen van Eise, Hubert-Jan, is rotverwend. Hij moet maar iets zeggen en zijn moeder loopt al naar de winkel om het voor hem te kopen. Daarom ook heeft Hubert-Jan hokken vol dieren waarnaar hij niet omkijkt. Maar ook Eise mag natuurlijk niet in de buurt van de dieren komen of er voor zorgen. Dus broedt Eise op een plan. Hij zal voor zichzelf een dier vinden dat Hubert-Jan niet heeft en dolgraag wil. Na drie dagen keert Eise terug van de kale berg … Veldkamp is een prentenboekenauteur die op een schijnbaar eenvoudige manier een taalrijk verhaal vertelt. Tel daarbij de illustraties van Alice Hoogkamp en je bent zeker van een parel van een prentenboek!

Veldkamp, T. (2019). Draken zijn niet te koop. Rotterdam: Lemniscaat. 


os9789047711421Sprookjes blijven een boeiend gegeven in de kinderliteratuur. Kevin Crossley-Holland heeft uit de verzameling van Grimm elf dierensprookjes gekozen. Daar zijn er bekende bij zoals ‘De Bremer stadsmuzikanten’, ‘De wolf en de zeven geitjes’ of ‘Het winterkoninkje en de beer’. Maar ook minder bekende sprookjes komen aan bod waarmee het fijn (opnieuw) kennismaken is. Denk aan ‘Oude Sultan’, ‘De heggenkoning’ of ‘De vos en het paard’. De sprookjes zijn met behoud van de oorspronkelijke elementen lichtjes geactualiseerd en de gehanteerde taal is een taal die bij ‘sprookjes’ past. Maar wat vooral voor dit boek doet kiezen, zijn de prachtige, levendige illustraties van Susan Varley (Zij tekende ook het ondertussen klassiek geworden prentenboek Derk Das blijft altijd bij ons). Elk sprookje bevat 1 paginagrote illustratie en daarnaast een hoop kleinere waaruit veel oog voor detail blijkt. Denk aan de sprekende houding van de vos in verschillende sprookjes, het oog van de uil die het muizenhol moet bewaken, de fladderende vogels, de manier waarop de ganzen hun nek buigen, het vrolijke egelkoppel met hun blauwe broekjes aan, … Een klassiek sprookjesboek waaruit men heerlijk kan voorlezen. 

Crossley-Holland, K. (2019). De dieren van Grimm. De mooiste sprookjes. Rotterdam: Lemniscaat.


9200000114277973De grote muizenfamilie – 14 muisjes – van auteur Iwamura is in Japan wereldberoemd en begint hier stilaan ook zijn plaats te verwerven. Dit boek vertelt het verhaal van zaadje tot vrucht. De muizenfamilie stopt een pompoenpit in de grond nadat ze de grond eerst helemaal klaar gemaakt hebben door te spitten, te schoffelen en te rijven. Dan begint het wachten … Wanneer het zaadje sterk genoeg is, ontkiemt het en steekt het groene plantje zijn kopje boven de aarde. Vanaf dan moet je het een beetje beschermen zodat de blaadjes niet opgegeten worden, de bloemen vrucht kunnen dragen, enz. Wanneer je lang genoeg gewacht hebt, dan groeit er een prachtige pompoen. Klassiek geïllustreerd prentenboek in warme kleuren waarin antropomorfe muizen de groei van zaad tot vrucht nauwgezet volgen en ondersteunen. 

Iwamura, K. (2019). 14 muisjes en de pompoen. Hasselt – New York – Amsterdam: Clavis.


dit-is-uil“Welkom in het bos. We gaan een heel bijzonder dier ontmoeten.” Zo begint Dit is uil, een prettig interactief prentenboek voor peuters en jonge kleuters waarin ze kennismaken met een uil die veel moeite heeft om wakker te worden. De tekst is uitnodigend en op maat van peuters gesneden. De verteller activeert de kinderen door hen te vragen om de uil te kriebelen, het licht uit te doen, een maan te tekenen, enz. Omdat niet alles volgens plan verloopt, zullen jonge kleuters er zeker ook om moeten lachen. Bovendien leren ze ook wat het betekent om een nachtdier te zijn. De tekeningen zijn groot en eenvoudig, vooral de karakteristieke uil zal jonge kinderen aanspreken. Een tof boek dus dat van een voorleesmoment een ware beleving zal maken. 

Walden, L. (2019). Dit is uil. Utrecht: Veltman Uitgevers. 


slaap lekkerTerwijl een volwassen stem de kleine Rein vlot probeert te laten gaan slapen, heeft de jongen zelf nog een hele agenda af te werken. Elke aanmoediging in de trant van ‘Slaap lekker!’ wordt namelijk beantwoord met een op te lossen probleem, want Rein heeft het nog te warm om te kunnen slapen, of net te koud, hij heeft dorst, moet zijn knuffels nog in bed leggen, … Naarmate de to-dolijst van Rein langer wordt, groeit duidelijk het ongeduld bij de volwassene. Naast de situatie is het vooral de herhaling die het gevoel van herkenning bij zowel kinderen als volwassenen zal versterken. We krijgen telkens opnieuw dezelfde sobere slaapkamerdeur in zwart-witte lijnen te zien, met onderaan vraag en antwoord van de volwassene en het kind. Als we de pagina omslaan, krijgen we over twee pagina’s verspreid een kleurrijke tekening van Reins slaapkamer te zien. Over de zwarte lijnen van de realiteit schildert De Leeuw in felle kleuren de fantasie van de jonge Rein. De stijl van De Leeuw is wat soberder dan we van hem gewend zijn, maar het tekenplezier en het gevoel voor fantasie spatten nog steeds van de tekeningen. Het hoeft je ten slotte niet te verbazen dat we opgetogen zijn over dé oplossing in het verhaal: Rein valt namelijk pas in een diepe slaap nadat hij een boek heeft gelezen waarin al zijn fantasierijke ideeën samenkomen. Geweldig!

De Leeuw, M. (2019). Slaap lekker! Tielt: Lannoo.


9200000110990295Een naïeve schildpad, een slimme muis en een bang konijn moeten vanuit het bos terug naar huis door een ‘kronkelige kreek’. ‘Toch niet door de kronkelige kreek’, zegt het bange konijn, ‘daar zitten krokodillen’. Maar de muis zegt dat dat niet klopt en legt aan de schildpad uit hoe je krokodillen kan herkennen. Ondertussen zie je op de paginagrote illustraties verschijnen wat de muis beschrijft: knobbelige ruggen, zwiepende staarten en scherpe klauwen. Het trio lijkt zich van geen kwaad bewust tot muis beschrijft dat je erg moet opletten niet in de bek van een krokodil terecht te komen want als die dichtklapt … Op dat moment kijkt het trio rond en moeten ze rennen voor hun leven. Ze zijn dus terug waar ze begonnen zijn en besluiten dan via een andere weg naar huis te gaan, maar zitten daar geen … Spannend cirkelverhaal met veel verrassende humor op niveau van de doelgroep. Bijzonder bewerkte schutbladen die voor- en achteraan verschillend zijn. Na het lezen van het boek wordt duidelijk waarom. 

Lambert, J. (2019). Krokodillenalarm. Utrecht: Veltman Uitgevers. 


5d5cc_9789045123639_cvrMisschien denken jullie nu: het zoveelste verhaal over slapen gaan en dat klopt ook wel. Alleen heeft dit verhaal een originele insteek. Zeven jonge pinguïns moeten naar bed maar hebben daar – hoe kan het ook anders – helemaal geen zin in. Ze kijken stilletjes overal rond en ontdekken een rode draad. Het lijkt het uiteinde van die draad. Die vraagt dus om gevolgd te worden. Dat doen de wakkere pinguïns met veel plezier. De draad leidt hen overal naar toe, over het ijs, onder water, door de sneeuw, … maar echt te pakken krijgen ze hem niet. Tot er een monster hun pad kruist … Hoewel zachtroze tinten de cover overheersen is dit absoluut geen zeemzoeterig boek. Integendeel, een variatie aan  tinten die bij pinguïns en hun leefwereld passen en de mooie tekst zorgen voor veel verhaalplezier. 

Beck, F. (2019). Onder de wol. Amsterdam: Querido. 


frontImagesLinkEigenlijk wil muis een omelet bakken maar omdat ze geen ei heeft, wil ze er één lenen bij haar buurman merel. Die zit nu net ook zonder eieren maar hij wil muis wel wat bloem lenen. Samen met een ei zou daar toch een lekker dessert van kunnen komen. Dus besluiten ze met z’n tweeën naar slaapmuis te gaan om daar een ei te lenen. Jammer genoeg heeft die enkel boter maar geen ei. Dan maar met z’n allen naar mol. Ook bij hem geen ei, wel suiker. Hetzelfde verhaal bij egel die wel appels wil geven voor een appeltaart. Wasbeer kan wel kaneel geven en hagedis rozijnen en gelukkig is er dan nog vleermuis: zij heeft nog een ei te geef. Samen maken ze een deeg en uil leent zijn oven om de taart te bakken. Als die klaar is moet ze in 9 verdeeld worden en dat is niet eenvoudig… Dit stapelverhaal werd in verzen geschreven die vrolijk vertaald zijn door Michaël De Cock. Een plezier om voor te lezen want de kleuters zeggen al snel de herhalingen mee. Af en toe worden ze verrast door een andere zinswending en dat maakt dit stapelverhaal net dat tikje origineler. De eerder naïeve illustraties sluiten erg mooi aan bij het verhaal en zorgen voor een sfeervol geheel. Het boek is uitgegeven bij een nieuwe uitgeverij die zegt kwaliteit hoog in het vaandel te dragen. Met dit prentenboek maken ze die doelstelling alvast waar. 

Cali, D. (2019). Goeiemorgen, beste buur. Brussel: Tiptoe print. 


9789051167184_frontDat boeken je vleugels kunnen geven, weet iedereen die van lezen houdt. In dit verhaal wil een kleine jongen, Lucas, echt vliegen. Telkens wanneer hij een geschenk mag kiezen, wil hij vleugels. Maar daarmee écht vliegen lukt hem natuurlijk niet. Tot zijn mama hem op een dag een boek geeft en zegt: ‘Er zijn ook andere manieren om te vliegen, Lucas.’ En dat klopt, want hoe meer Lucas leest, hoe meer hij ontdekt en te weten komt. Zowel echte werelden als fantasiewerelden gaan via boeken voor hem open. Lucas vindt het heerlijk en weet van geen ophouden. Hij verslindt hele bibliotheken en de berg boeken waarop hij zit om te lezen wordt zo hoog dat er een takel nodig is om hem zijn eten te bezorgen. Zijn boekenberg wordt beroemd en mensen komen van overal om die berg te bewonderen. Het verhaal is leuk geschreven en wordt ook warm in beeld gebracht. De illustraties kunnen inspirerend werken om te dromen over bestemmingen die je al lezend zou kunnen bereiken. Een dergelijk boek laat kleuters stilstaan bij het belang en het plezier van zelf lezen.

Bonilla, R. (2019). De boekenberg. Rijswijk: De Vier Windstreken. 


9789089673046_frontDe man met ogen zo groen als de baai van de zee waarin hij een paalwoning heeft, vindt op een dag een fles met daarin het zinnetje ‘zoek de schat’. Hoewel hij aanvankelijk helemaal niet van plan is dat te doen, laat dat zinnetje hem niet meer los. Meinderts verwoordt het zo: ‘ … een gefluisterd zinnetje dat als een treintje onafgebroken rondjes reed in zijn hoofd: zoek de schat, zoek de schat, …’ Dus breekt hij zijn huis af, bouwt een schip van dat hout en vertrekt. Na 7 dagen komt hij aan op een eiland waar hij door een vrouw wordt opgewacht. Hij belooft de vrouw niet te vertrekken vooraleer hij de schat gevonden heeft. Maar ‘zo gul als de zee altijd voor hem was geweest, zo gierig leek het land’. Hoe hij ook zocht behalve hopen potscherven vond de man niets. De vrouw was verrukt over de scherven en gaf ze een plaats in haar huis. Het waren er zoveel dat haar huis helemaal vol geraakte. Wanneer de man op het punt staat, zijn zoektocht op te geven vindt hij een houten kist en dan slaat de twijfel toe. Het verhaal vertelt dat geluk vaak heel dichtbij ligt maar dat je je ogen moet openen om dat te zien. In die zin is dit een eerder filosofisch prentenboek dat aanleiding kan geven om het gesprek aan te gaan over ‘wat is een schat voor jou?’. Naast de eerder poëtische en taalrijke tekst zijn er de erg kleurrijke, bladvullende illustraties van Sanne te Loo die er perfect in slaagt enerzijds de exotische sfeer van het verhaal weer te geven zonder te overdrijven en anderzijds de gevoelens van de man die langzaam de moed opgeeft in prenten te vertalen. Het volledige prentenboek voorgelezen door de auteur: https://www.youtube.com/watch?v=rN4VsiTPCcA

Meinderts, K. (2019). De man met de zeegroene ogen. Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.


9200000114043050Grappig verteld en geïllustreerd prentenboek over een voor kleuters zeer herkenbaar thema: delen. Beer vindt drie paddenstoelen in het bos en Wezel is bereid ze klaar te maken. Zowel Beer als Wezel vinden dat ze 2 paddenstoelen mogen opeten. De ene omdat hij ze geplukt heeft, de ander omdat hij ze klaargemaakt heeft. En ook hier “Als 2 honden vechten om één been …”. Vos passeert langs het huis van Beer en Wezel en steelt een paddenstoel. Probleem opgelost zou je denken, maar dan blijken er 3 aardbeien als dessert te zijn … Het verhaal is grappig, herkenbaar en heeft een open einde. De illustraties zijn af en toe bizar – zo heeft het huis van Beer en Wezel geen muren. Het bestaat uit in het bos verspreid staand meubilair. Dat maakt het Vos uiteraard gemakkelijk een paddenstoel te pikken. De tekst bevat veel snelle dialogen en laat zich goed voorlezen.

Mühle, J. (2019). Eén voor jou, twee voor mij. Haarlem: Gottmer.


CV-Draak-zonder-titel.inddDrie een beetje dommige ridders beloven de koning dat ze de draak zullen verslaan. In het donker gaan ze op weg bij het licht van een kaars. Draken zijn volgens de ridders heel herkenbaar, dus als ze een schaduw zien, stormen ze erop af. Maar de ene keer gaat het om een berg worteltjes bewaakt door slapende konijnen, de volgende keer om vogels die met hun staart omhoog op een palmboom slapen of drie beren slapend tegen een boom vol eekhoorns, kortom, ze vinden de draak niet. Dus besluiten de ridders dat de draak ongetwijfeld al op de vlucht geslagen is toen hij hen zag naderen. Dat zullen ze melden aan de koning en dan… Met felle kleuren geïllustreerd wanneer de kaars het tafereel verlicht, de overige bladzijden enkel in blauw en zwart – het is tenslotte nacht – , zorgen ervoor dat de spanning wordt opgebouwd. De ridders spreken in rijm zonder dat het stoort en de slimme vondsten van op een draak gelijkende slapende dieren die door de ridders voor een draak worden aanzien, zorgen voor veel grappige momenten in het boek.

Timmers, L. (2019). Waar is de draak? Amsterdam: Querido.


763Het langwerpige formaat van dit boek is ideaal voor het onderwerp want per dubbele bladzijde krijg je een dwarsdoorsnede van een bus vol reizigers te zien. Het verhaal ‘Met de bus’ is op zich erg eenvoudig: een meisje gaat (voor het eerst?) alleen met de bus naar haar oma. Op de bus stappen allerlei dieren in en uit: een luiaard zit te slapen, een familie egels stapt op wanneer 2 hazen in schooluniform uitstappen, er zit ook een beer op de bus, … Het meisje draagt een rood jasje en heeft een mandje bij zich. Dan stapt de wolf op! Oei! Het meisje deelt de koekjes die ze bij zich heeft met haar medereizigers en dan opeens is alles zwart wanneer de bus door een tunnel rijdt. Gelukkig niets gebeurd! Dan is het misschien de vos die echt gevaarlijk is? Als geen ander weet Dubuc met haar fijne lijnenspel een spanningsboog uit te tekenen doorheen een verhaal. Wat het grappigste is in het boek is de krant die steeds door iemand anders gelezen wordt en eigenlijk laat weten wat er op de volgende bladzijde gaat gebeuren. Een grapje dat volwassen (voor)lezers ongetwijfeld zullen waarderen én kunnen doorgeven aan de luisteraars/kijkers. Zoals op de eerste bladzijde mama het meisje uitzwaait, staat op de laatste bladzijde oma op het meisje te wachten. De cirkel van het verhaal is rond en over die busreis is heel wat te vertellen! 

Dubuc, M. (2019). Met de bus. Amsterdam: Querido.


9789025878221_frontKinderen interesseren voor kunst is niet altijd even eenvoudig. Aan de hand van dit boek van Kaatje Vermeire zou het volgens ons echt wel eens kunnen lukken kinderen te laten stilstaan bij wie Monet was. Het verhaal van Monet wordt door Kaatje Vermeire in beeld en taal weergegeven. Je ziet hem als kleine jongen aan zee waar hij onder de indruk raakt van de verschillende kleuren. Verderop in het boek zie je hem als schilder samen met andere schilders in een atelier. Maar waar Monet het meest van houdt is buitenshuis schilderen. Juist daarom maakt hij de mooiste dingen vanaf het moment dat de tuin van zijn huis in Giverny tot volle bloei komt. De taal van het boek is eerder poëtisch en niet zo eenvoudig. Maar samen met een voorlezer en de illustraties moet het lukken. De illustraties van Kaatje Vermeire sluiten mooi aan bij het impressionisme van Monet waar kleuren ook vervloeien en het schilderij slechts een indruk van het werkelijke leven wil zijn. De wereldberoemde waterlelies in zijn tuin in Giverny samen met de lelies, de blauwe regen en al het moois dat Monet daar tot groei en bloei bracht, krijgen hun plaats in dit boek. Het werd i.s.m. het Kunstmuseum Den Haag uitgegeven bij de tentoonstelling over Monet die daar loopt tot februari 2020. Naast een prentenboek dat kinderen wil warm maken voor kunst is het ook een heuse leidraad bij de tentoonstelling. 

Vermeire, K. (2019). De tuin van Monet. Amsterdam: Leopold & Den Haag: Kunstmuseum


issun-boshi-COVER-CBIcinori is een illustratieduo met een eigen studio en uitgeverij in Parijs. Dankzij hun indrukwekkende pop-up boeken en unieke grafische vormgeving werden ze gevraagd door o.a. New York Times en Centre Pompidou. Sinds kort is het kinderboek Issun Boshi: De jongen die zo klein was als een kinderduim van hun hand ook in het Nederlands beschikbaar. Het illustratiewerk bij het klassieke Japanse sprookje is ronduit indrukwekkend. In vier kleuren (oranje en geel contrasterend met fel blauw en zwart) nemen ze je op eigentijdse manier mee in de sfeer van het eeuwenoude Japanse sprookje. Het verhaal is herkenbaar sprookjesachtig en exotisch tegelijkertijd. De jongen zo klein als een kinderduim – Issun Boshi – is de wonderlijk uitgekomen wens van een koppel dat hun kinderwens ei zo na had opgegeven. Na een liefdevolle kindertijd trekt hij op avontuur met een soepkommetje als boot en een naald als zwaard. Zijn tocht door wildernis en langs een machtig monster brengt hem uiteindelijk bij een prachtige prinses, die hem aanvankelijk als een soort levende pop beschouwt. Langzaam maar zeker groeit hun liefde tot enkel zijn gestalte als laatste tussen hun ware liefde instaat … Naast het sterke verhaal dat eeuwen en continenten heeft overwonnen en de eigentijdse illustraties heeft het boek ook nog eens een goede tekst. Dit prentenboek neemt tijd om een sprookje in typische vertelstijl en atypische illustraties aan kinderen te vertellen. En dat maakt Issun Boshi een meerwaarde voor iedere boekenkast.

Icinori (2019). Issun Boshi. De jongen die zo klein was als een kinderduim. Amsterdam: Boycott.


het-orkest-chloe-perarnau-9789492986115De jonge uitgeverij Boycott heeft duidelijk oog voor boeken die ook wij mooi kunnen vinden. ‘Het orkest’ is een groot zoek- en kijkboek waarin verschillende muzikanten op uiteenlopende plaatsen in de wereld op reis zijn. De orkestleden sturen ansichtkaarten naar hun dirigent waarin ze telkens toelichten wat ze op reis allemaal beleven. Aangezien er binnen een paar weken een optreden staat gepland, reist de dirigent zijn muzikanten achterna om hen zo snel als mogelijk te verzamelen. Het is aan de lezer om op basis van de ansichtkaarten de dirigent te helpen alle muzikanten terug te vinden. Op de rijke prenten van reisbestemmingen als Porto, Tokio, Rio de Janeiro, …  is telkens heel wat te beleven. Je ziet hoe talloze mensen naast en met elkaar hun leven leiden en hoe de muzikanten daar op hun beurt hun plaats in vinden. Vooraan in het boek zie je alle muzikanten met hun instrumenten; de oplossingen van de gerichte zoekopdrachten vind je achteraan in het boek. De prenten bieden echter ruim inspiratie om verder te zoeken en te blijven ontdekken. 

Perarnau, C. (2019). Het orkest. Amsterdam: Boycott.


9200000113162443Ook 35 jaar na de eerste uitgave, blijven de verhalen van de oude Pettson en zijn kat Findus populair bij kinderen en voorlezers. De boeken ogen klassiek, maar de gedetailleerde tekeningen blijven knap en de verhalen hebben niets aan vertelkracht verloren. In ‘Kun jij dat, Pettson?’ daagt de enthousiaste Findus de eerder bedachtzame Pettson uit in handelingen waar hij zelf erg goed in is: snel lopen, springen, op handen staan, in bomen klimmen, … De pogingen van Pettson om Findus te evenaren leiden tot enige hilariteit. Gelukkig is ook Pettson ergens erg goed in, namelijk in het bedenken van plannetjes om Findus te verrassen … De prachtige tekeningen van de boerderij en de omliggende natuur gecombineerd met de warme vriendschap tussen Findus en Pettson zijn bijzonder charmant en maken van dit boek een hartverwarmend voorleesverhaal voor winterse avonden.  

Nordqvist, S. (2019). Kun jij dat, Pettson? Leuven: Davidsfonds Infodok.


September 2019

os9789047711759De muis op de cover opent het verhaal met de lichtjes arrogante uitspraak van de titel: ‘Ik ben een tijger’. Enkele andere dieren proberen hem met redelijke argumenten te overtuigen van zijn gebrek aan tijgerlijke eigenschappen, maar ze moeten het onderspit delven. Wanneer een paginagrote tijger op het toneel verschijnt, verwacht de lezer doorslaggevende argumenten, maar ook die raken de muis niet. De muis lijkt niet van zijn stuk te brengen en doet zelfs de grote tijger twijfelen aan zijn eigen identiteit. Wanneer de muis zijn spiegelbeeld ziet in het water, verandert zijn standpunt, maar blijft hij verbazen.
De expressief geïllustreerde dieren dragen het verhaal en ondersteunen de absurditeit van de uitspraken. Toch zullen kleuters zich ook kunnen identificeren met de uitspraken van de kleinste figuur in het gezelschap die grootmoedig een plaats in de groep zoekt. Heerlijk grappig verhaal met veel taalspel waar kind en voorlezer blij van zullen worden. 

Newson, K. (2019). Ik ben een tijger. Rotterdam: Lemniscaat.


os9789047710714_optJosefien ontmoet tijdens haar vertrouwde wandeling in het bos een imposante tijger. Na de eerste verbaasde aanblik, voelt Tijger meteen ook vertrouwd aan en ze neemt hem mee naar haar huis in de stad, waar ze snel vrienden worden. Zoals te verwachten valt, wennen buitenstaanders een stuk moeilijker aan de tijger in hun omgeving, wat enkele grappige beelden oplevert. Toch gaan ook zij na verloop van tijd overstag en ze sluiten het prachtige zachtaardige dier in hun hart. Maar wanneer de tijger stilaan kleur verliest en echt ziek begint te worden, moet Josefien een moeilijke beslissing nemen … De stijl van de ervaren Jan Jutte is herkenbaar, maar is meer dan ooit overtuigend. De huiselijke en kleurrijke illustraties van Josefien en de tijger zijn hartverwarmend en maken hun vanzelfsprekende vriendschap bijna tastbaar. De spaarzame tekst is nagenoeg overbodig, want de thema’s gemis, vriendschap en troost spreken de lezer rechtstreeks in de illustraties aan. Bekijk hier de trailer: 

Jutte, J. (2019). Tijger. Rotterdam: Lemniscaat.


sport_is_niks_voor_jou-minDe boodschap dat sporten gezond is, kan je vandaag de dag onmogelijk gemist hebben. Fitbits en personal trainers zijn er om de vergeetachtigen onder ons daaraan te herinneren. Het prentenboek ‘Sport is niks voor jou’ gooit het over een andere boeg. Het belicht het sociale aspect van sporten, want wie goed is in een sport vindt al snel aansluiting en zelfs bewondering bij een groep teamgenoten. In het verhaal valt er bij elke sport wel een kind uit de boot, dat vervolgens het advies ‘sport is niks voor jou’ krijgt. Gelukkig blijkt er voor elk karakter en ieder soort lichaam toch een sport te bestaan waar die goed in kan zijn. De Italiaanse makers van dit verhaal vertellen uitbundig: de tekst draaft zo snel als de sportievelingen en de illustraties zijn dikwijls komisch. Het geheel is bijna als een strip opgevat, met meerdere situaties op een bladzijde en korte teksten ter ondersteuning. Of sport iets voor jou is of niet, doet er dus eigenlijk niet toe. Alle kinderen zullen plezier kunnen vinden in dit verhaal. Als ze er bovendien ook met vertrouwen door gaan sporten, is dat uiteraard mooi meegenomen. 

Baruchello, P. (2019). Sport is niks voor jou. Wielsbeke: De Eenhoorn.


van_je_ras_ras_ras-minWat zijn we blij met deze twee kartonboekjes met peuterversjes van Riet Wille. Het concept van beide boekjes is hetzelfde: op elke dubbele pagina vind je een eenvoudig versje van vier regels vergezeld van een kleurrijke aquarel van de hand van Ingrid Godon. Die laatste weet de typische verhoudingen en bewegingen van peuters goed te treffen in paginagrote tekeningen met witte achtergrond. Het geheel oogt eenvoudig en fris, perfect toegankelijk dus voor peuters. 
Toch zijn het vooral de versjes die de show stelen: ze sluiten aan bij de belevingen van peuters en zijn ritmisch en spelen met klanken.

1234-geen_hoedje_van_papier-min_1De covers van de twee boeken geven het verschil tussen beide weg: het ene boekje bevat acht versjes over schoenen, het andere over hoofddeksels. Uit ‘Van je ras ras ras twee voetjes in een plas’:

Wat ik met die sportschoen doe?
Het bandje open en weer toe.
Zo komt er een muziekje uit
met een krsss krsss krsss geluid. 

Wille, R. (2019). Van je ras, ras, ras twee voetjes in een plas. Wielsbeke: De Eenhoorn.
Wille, R. (2019). 1, 2, 3, 4 geen hoedje van papier. Wielsbeke: De Eenhoorn.


9200000107459844De auteur en illustrator van dit prentenboek is Chris Haughton die het alom gewaardeerde Mama kwijt gemaakt heeft. Ook nu weer weet hij op een mooie en prettige manier een verhaal te vertellen over een kleine krab die onder begeleiding van een volwassen krab haar eerste schuine passen in de zee zet. Dat dat niet zo evident blijkt te zijn, wordt snel duidelijk. Maar Kleine Krab raapt al zijn moed bij elkaar en zet de stap. De beloning is een prachtige onderwaterwereld waar Kleine Krab niet genoeg van krijgt. De kern van het verhaal ‘iets al dan niet durven’ is zeer herkenbaar voor de doelgroep. Het verhaal is verteld in korte zinnen en de emoties van Kleine Krab zijn duidelijk af te lezen van de illustraties. Een tikje overbodig is er aan het verhaal ook nog een kleine ‘les’ verbonden: wie echt wil, kan zijn dromen waarmaken.

Haughton, C. (2019). Komt goed, kleine krab. Haarlem: Gottmer.


61849006_171981453808213_7188759924791505197_nDe titel verraadt het niet meteen, maar Dit is mijn papa is een origineel zoekboek waar een jong dier telkens op zoek moet naar zijn papa. Daarbij is er de keuze tussen 4 prenten en die keuze is niet altijd vanzelfsprekend. Denk bv. aan kleine bever die tussen 4 dieren met grote knaagtanden zijn papa moet zoeken of aan de rups die een prachtige vlinder als papa heeft of aan de huisjesslak van wie enkel het kopje van de papa uit zijn huisje steekt. Per dier worden telkens 4 bladzijden besteed: op de eerste linkerpagina zie je het dierenjong, op de rechterpagina de prenten van 4 mogelijke papa’s. Op de daaropvolgende dubbele bladzijde zie je bv. het kleine slakje over het grote huis van papaslak glijden. De tekst is beperkt tot twee zich steeds herhalende zinnen: ‘Wie is mijn papa?’  – ‘Dit is mijn papa!’. De illustraties van Mies van Hout spreken weer voor zich en het fantastische kleurgebruik maakt dit kartonzoekboek echt wel tot één van de betere (de beste?) in zijn soort. 

Van Hout, M. (2019). Dit is mijn papa! Haarlem: Gottmer.


417N6ql3O7L._SR600,315_PIWhiteStrip,BottomLeft,0,35_SCLZZZZZZZ_Cirkel woont bij de waterval en krijgt daar op een dag bezoek van Vierkant en Driehoek. Ze besluiten verstoppertje te spelen; je mag je overal verstoppen behalve achter de waterval. Driehoek doet dat toch en dat is het begin van een spannende zoektocht voor Vierkant en Cirkel die uiteindelijk Driehoek terugvinden. Maar ze zijn er alle drie zeker van dat er nog iemand achter die waterval zat. Wie zou dat zijn? In dit derde deel van een ‘vormencyclus’ voor kleuters staat Cirkel centraal. Maar ditmaal hoort bij Cirkel ook een echt verhaal m.n. over bang zijn in het donker. Dat ‘donker’ is overal aanwezig in het boek en neemt ook toe naarmate Vierkant en Cirkel verder doordringen achter de waterval. Tegen een witte achtergrond maakt de illustrator enkel gebruik van aarde- en sepiatinten wat de spanning nog verhoogt. En in die duisternis zijn de sprekende ogen van de drie vormen die elkaar altijd aankijken fenomenaal uitgewerkt. 

Barnett, M. & Klassen, J. (2019). Cirkel. Haarlem: Gottmer. 


5d130_9789045123653_cvrFabeltje de hond is de liefste van de hele wereld. Dat weet iedereen: zijn baasje, zijn bazin en Fabeltje zelf ook. Maar Fabeltje begint te twijfelen of dat nog wel zo is als op een dag zijn plaats wordt ingenomen door baby Benjamin. Fabeltje staat niet langer in het middelpunt van alle aandacht. Zijn kussens worden nu voor de baby gebruikt, de hondenmand verhuist naar een hoek van de kamer … Wanneer op een dag de buurman de wenende Benjamin in de lucht steekt en zegt ’Wat een kabaal! Pas maar op of je gaat naar de wolven!’ begint het bij Fabeltje te dagen. Op een nacht vertrekt hij stilletjes met Benjamin op zijn rug naar de wolven. Die zien dat lekkere hapje wel zitten. Maar dan komt Fabeltje tot inkeer en zegt aan de wolven dat hij dat lekkere hapje alleen maar kwam tonen en dat het enkel voor hemzelf bestemd is. Daarop start een wilde achtervolging die eindigt met een stevige lik van Fabeltje over het gezicht van Benjamin die het allemaal even leuk vindt. Samen keren ze naar huis terug en lossen ze de situatie op zodat iedereen weer weet dat Fabeltje de liefste is: Dat wist de baas met het korte haar. Dat wist de baas met het lange haar. En dat wist de baas zonder haar.‘ Leuk verhaal over de gevoelens die de komst van een baby in een gezin kan teweegbrengen. De spanning wordt mooi opgebouwd en aangehouden. De illustraties van het bekende echtpaar Schubert vormen een meerwaarde voor het boek. Hun beelden – in terugkerende kleurnuances – brengen Fabeltje en Benjamin echt tot leven en geven het verhaal een wat sprookjesachtig aanzien waardoor het plan van Fabeltje (om Benjamin door de wolven te laten opeten) verteerbaarder wordt. 

Wolz, A. (2019). Naar de wolven. Amsterdam: Querido.


9200000109830129Norman is een doodgewone jongen tot hij op een dag prachtige vleugels in de mooiste kleuren krijgt. Norman probeert de vleugels onmiddellijk uit en ontdekt dat vliegen superfijn is. Maar eens geland vraagt hij zich af wat zijn ouders wel zullen zeggen van zijn vleugels en besluit ze te verstoppen onder een dikke jas die hij niet meer uitdoet. Daardoor kan Norman een heleboel dingen niet meer doen: zwemmen, hardlopen, op een springkasteel, … Zijn ouders betreuren dat en blijven zo lang en zo lief op Norman inpraten dat hij uiteindelijk zijn geheim prijsgeeft. Net op dat moment ontdekt Norman dat er veel kinderen zijn die altijd hun jas aanhouden. Hoe zou dat komen? De heel bekende en in veel prentenboeken tot leven gebrachte boodschap ‘iedereen is anders’ wordt in dit verhaal op een originele, fijnzinnige en prettige manier verteld. Het feit dat Norman zulk een prachtige vleugels krijgt geeft in eerste instantie helemaal niet de indruk dat zoiets vervelend is. Tot Norman zijn jas niet meer durft uitdoen. Vanaf dat moment stemt het boek tot nadenken en dan … is het doel bereikt. 

Percival, T. (2019). Helemaal Norman. Mechelen: Baekens Books.


frontImagesLinkPloef is de hond van Edward. Ze zijn al bevriend zolang Edward zich kan herinneren: ze hebben heel veel samen gespeeld. Maar nu wil Ploef alleen nog maar stilletjes dromen van wat geweest is. Als Edward met hem buiten wil spelen, laat hij Edward rennen en blijft hij zelf met zijn kop op zijn poten liggen. Uiteindelijk komt Ploef niet meer van Edwards bed. De auteur beschrijft op een prachtige manier hoe de hond Ploef voelt dat Edward nerveus en bang is voor het einde dat nu snel nadert. Wanneer Ploef sterft, krijgen we ook inkijk in de verwardheid en het verdriet van Edward. Het boek biedt een sterk verhaal over afscheid nemen van een lievelingsdier. Voor vele kleuters is dat vaak de eerste confrontatie met de dood. Samen met de prachtige, sfeervolle illustraties in de ‘juiste’ tinten krijg je als lezer/verteller een boek dat werkelijk beklijft.

Dekko, E. & Kanstad Johnsen, M. (2019). Ploef. Brussel: Tiptoe Print.


9789044836318_frontKoning Mier heeft niks omhanden. De zorgmieren zorgen, de poetsmieren poetsen, de koningin legt eitjes en ga zo maar door. Alleen Koning Mier zit daar maar op zijn troon. Omdat hij zelf vindt dat dat niet langer kan, besluit Koning Mier weg te lopen. Er is toch niemand die hem zal missen. Koning Mier pakt zijn koffertje en vertrekt. Hij weet eigenlijk niet zo goed waar de reis heen gaat, maar hij stapt dapper verder. Zo belandt hij in een oude kolenmijn waar hij uitgeput van de lange tocht in slaap valt. Ondertussen loopt in de mierenkolonie alles in het honderd en niemand weet hoe dat komt tot de koningin ontdekt dat haar man – die altijd rust brengt – weg is. In een lange rij gaan de mieren naar hem op zoek en vinden hem uiteindelijk ook. Slapend brengen ze hem terug naar de kolonie waar Koning Mier in zijn eigen bed ontwaakt. Iedereen is benieuwd naar wat hij te vertellen heeft en omdat de beschrijving van de plek die hij gevonden heeft zo lyrisch is, besluit de kolonie om dan maar naar die plek te verhuizen. Het verhaal heeft niet zoveel om het lijf behalve dan het feit dat het een aanleiding is om binnen te kijken in het reilen en zeilen van een mierenkolonie. Het leven onder de grond in de kolonie wordt duidelijk geïllustreerd en kan helpen bij het leren kennen van het leven van insecten.

Demyttenaere, B. & Berenschot, M. (2019). Koning Mier. Hasselt: Clavis.


frontImagesLink-1De jonge dieren in dit informatieve prentenboek zijn opscheppers, of toch minstens bijzonder trots op hun papa’s. Elk op hun beurt beweren ze namelijk dat hun papa de grootste is. Zo vertelt een jonge Alaska eland over de lange poten en het indrukwekkende gewei van zijn vader, maar wordt hij vervolgens overtroefd door de dominantie van de imposante berggorilla. De grootte en de kracht van de dieren wordt voor kleuters geïllustreerd aan de hand van vergelijkingen met herkenbare objecten: een lederschildpad is zo groot als een bed en een reuzenmanta zo groot als een laken dat de vloer van de woonkamer bedekt. Verder ontdekken we in de korte teksten ook allerhande andere wetenswaardigheden. Leuk om te weten is bijvoorbeeld dat walrussen kunnen blozen en dat elke orkafamilie een eigen dialect heeft. Naarmate je de pagina’s omslaat, worden de dieren steeds groter, maar elk van die indrukwekkende dieren wordt aan het einde van het boek het nakijken gegeven door de blauwe vinvis. De pointe is ook wel grappig, omdat mama (en niet papa) vinvis blijkbaar de allergrootste is. De informatieve weetjes op maat van jonge kinderen gecombineerd met de herkenbare trots van kinderen op hun ouders maken dit boek op zich al de moeite waard. En toch zijn het vooral de prachtige houtsneden van Henriëtte Boerendans die de show stelen en overtuigen om het boek in huis of in de klas te halen.

Boerendans, H. (2019). Mijn papa is het grootst. Haarlem: Gottmer.


Wij-eten-hier-geen-klasgenootjesTirza Rex is zenuwachtig voor haar eerste schooldag. Hopelijk wordt het een toffe dag en kan ze snel vrienden maken! De lezer herkent meteen een aantal typische voorbereidingen: de schooltas met roze pony’s en bijhorende brooddoos met een overdreven lading aan gesmeerde boterhammen worden gepakt. Toch kon dat haar niet voorbereiden op wat zij totaal onverwacht in het klaslokaal aantreft: kinderen! De kleine dinosaurus kan niet aan hen weerstaan en eet in één hap de hele klas op. De juf doet haar onmiddellijk de kinderen opnieuw uitspuwen onder het motto ‘Wij eten hier geen klasgenootjes’. De afspraak wordt meegedeeld alsof het een regel is van het niveau ‘Wij gooien afval in de vuilnisbak’. Daarna begint een moeizaam proces, want het is natuurlijk niet evident om vrienden te maken met iemand die je de hele tijd wil opeten. De situaties zijn werkelijk hilarisch, want op geen enkel moment wordt gerept over het feit dat een dino in de klas toch uitzonderlijk is. En dat is meteen ook waar dit verhaal naartoe leidt. Eens Tirza door schade en schande haar nefaste gewoonte afleert, wordt ook zij deel van de – voor de rest trouwens ook superdiverse – klasgroep. In Amerika is dit prentenboek een absolute bestseller; ongetwijfeld zullen ook bij ons kleuters smullen van dit grappige verhaal.

Higgins, R.T. (2019). Wij eten hier geen klasgenootjes. Haarlem: Gottmer.


Hallo-Teckel-Tom‘Hallo Teckel Tom!’ is het eerste boek in een nieuwe reeks verhalen over een jonge teckel, geschreven door Bette Westera en geïllustreerd door Noëlle Smit. In dit openingsverhaal ontmoeten we Tom samen met zijn moeder en kleine broertjes en zusjes in een kartonnen doos die in het midden van een grote woonkamer staat. De grappige details in de tekeningen verraden de grote fascinatie van de bewoners voor teckels. Tom staat als jonge pup te popelen om de wijde wereld achter de kartonnen muren te ontdekken, maar wanneer hij door twee vaders uitverkoren wordt om als verjaardagscadeau voor hun dochter te fungeren, is hij een stuk minder enthousiast. De wereld wordt nu plots wel héél groot en onbekend. De kennismaking met de jarige Saar is onwennig en start met wat grappige misverstanden, maar tegen het einde van het verhaal kunnen Saar en Tom elkaar dan toch – letterlijk en figuurlijk – verstaan.
Het verhaal heeft nog niet veel om het lijf, maar het is goed geschreven en wordt versterkt door het perspectief van de hond. Noëlle Smit slaagt erin om Teckel Toms perspectief ook in de kleurrijke tekeningen te laten terugkomen. Zo zien we hoe de kleine teckel in twee grote handen terechtkomt en hij angstig opkijkt naar zijn nieuwe baasje. Wij zijn alvast gewonnen voor de charmes van de kleine teckel en zijn benieuwd naar het vervolg.

Westera, B & Smit, N. (2019). Hallo Teckel Tom! Haarlem: Gottmer.


Wakker blijven!_1Voor de vele kinderen die beweren dat ze nog niet moe zijn en dus nog niet willen slapen is dit prentenboek een voltreffer. Een kleine uil met grote ogen – die op de cover schijnbaar open en dicht gaan – legt op de eerste bladzijde uit hoe dit boek werkt: zolang je het boek niet uit hebt, hoef  je niet naar bed. maar dan mag je niet met je ogen knipperen. telkens je met je ogen knippert moet je een bladzijde omslaan. De uil geeft opdrachtjes/suggereert hoe je het knipperen kunt tegen gaan: staren, turen naar psychedelische cirkels die in het boek zijn opgenomen, je ogen opensperren, je ogen met je vingers open houden, …Maar uiteindelijk knipper je toch en wordt een bladzijde omgedraaid. Bijna bij de laatste bladzijde aanbeland, zie je als het ware alles kleiner worden (omdat je ogen toevallen): op die pagina’s zijn twee zwarte strepen te zien die steeds dichter bij elkaar komen. En op de laatste bladzijde? Daar mag je eindelijk slapen! Een grappig voorleesboek uitermate geschikt voor het slapen gaan. Boektrailer: 

Rosenthal, A.K. (2019). Wakker blijven. Utrecht: De Fontein.


14 muisjesWie op een prettige en originele manier jonge kinderen verschillende aspecten van de lente wil laten ontdekken, zit met dit boek aan het juiste adres. Een muizenfamilie – groter dan een kerngezin – bereidt zich voor op een picknick in de vrije natuur. Nadat ze alles hebben klaargemaakt en ingepakt, gaan ze op weg. Door het bos waar ze mezen hun jongen zien voeden, langs de sloot vol kikkerdril, in de wei met allerlei insecten en vlinders, … de lente komt in volle pracht aan bod in dit eenvoudige verhaal. Prettig is ook dat de kleuter betrokken wordt omdat hij/zij vragen moet beantwoorden en op de illustraties bepaalde dingen moet zoeken tijdens het vertellen. Wie goed naar de muizen kijkt, weet vrij snel wie wie is op de volgende bladzijden. Het kleurgebruik – veel groen en geel – roept naast de fijne, gedetailleerde tekeningen de lentesfeer helemaal op.

Iwamura, K. (2019). 14 muisjes gaan picknicken. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


Ik help de brandweerDit vrolijke boek geeft een inkijk in het werk van de brandweer. Dat is leuk want heel veel kleuters zijn gefascineerd door de brandweer. Finne, een brandweervrouw, leidt je rond en laat je helpen. Ze start met de uitleg waarom ze die uitrusting – een helm, handschoenen, …- tijdens haar werk nodig heeft. Ze toont hoe snel alles moet gaan wanneer een oproep binnenloopt. Zo snel dat je zelfs met knipperlichten en huilende sirene door het rode licht mag rijden. De slang uitrollen is best zwaar werk. Dus kan Finne daarbij je hulp wel gebruiken. En wanneer de brand dan geblust is, is iedereen tevreden. Het boek bevat op haast elke bladzijde een opdracht bv. de helm dichtklappen, de brandweerwagen besturen, helpen bij het uitrollen van de waterslang, enz. Het boek bevat een beperkte hoeveelheid tekst. De illustraties zijn kleurrijk en duidelijk. Ze maken het boek ook geschikt voor de jongste kleuters.

Boets, J. (2019). Ik help… de brandweer. Antwerpen: Oogappel.


Het vrolijke vogelboekHoewel ‘Het vrolijke vogelboek’ eigenlijk bedoeld is voor de tweede graad van de basisschool, is het als informatief boek zeker ook bruikbaar in de lagere klassen en in de kleuterschool. Dat heeft alles te maken met de fantastische illustraties waarop zoveel vogels te zien zijn. De bijhorende tekst vertelt een heleboel wetenswaardigheden over heel veel verschillende grote en kleine vogels. Je krijgt antwoord op heel veel vragen.  Bv. Hoe zit het met de veren van de eksters, hun vleugels, hun snavels? Wanneer en hoeveel eieren legt een roodborst? Bouwt een flamingo een nest en hoe komt het dat die flamingo zo’n bijzondere roze kleur heeft? Kortom: heel veel informatie waarvan je als volwassene ook nog wat kan opsteken, vind je in dit boek waarvan jonge kinderen vooral de illustraties zullen waarderen en oudere kinderen de informatie.

Zommer, Y. (2019). Het vrolijke vogelboek. Rotterdam: Lemniscaat.


mijn_handen_dansen_-_mijn_mondje_is_een_rondjeWat je allemaal kunt doen met je handen en je mond, ontdek je als peuter spelenderwijs in dit stevige kartonboek. Het is eigenlijk een bundeling van twee eerder verschenen kartonboekjes rond handen en mond van dezelfde auteur. De rijmpjes en teksten zijn kort en zijn altijd vergezeld van een illustratie waarop een jong kind de handelingen uitvoert al dan niet vergezeld van één of meerdere knuffelbeesten. daarom geeft dit boekje niet alleen aanleiding tot taalontwikkeling maar wordt de taalontwikkeling ondersteund door motoriek, een bewezen meerwaarde. De figuren op de illustraties zijn eenvoudig en door een zwarte omlijning erg duidelijk. Erg geschikt om 1 op 1 met je peuter te doen of als tussendoortjes in de kleuterklas bv. tijdens het wachten bij de kapstok.

Wille, R. (2019). Mijn handen dansen. Mijn mondje is een rondje. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Zo slapen dierenMensen slapen en dieren natuurlijk ook. Maar slapen alle dieren op dezelfde manier. Duidelijk niet! Dit boek vertelt op welke manier de verschillende dieren slapen: onder water zoals de zeehond, op het water op de buik van hun moeder zoals de otterjongen, geknield zoals de kameel, in een luchtbel zoals de papegaaivis of het grootste gedeelte van de dag in een hol zoals de vos. Watervogels, waterdieren, insecten, landdieren, de python, … de slaapgewoonten van 14 verschillende dieren komen aan bod. De eerder korte begeleidende tekst biedt informatie die meestal wat verwondering opwekt. Hij is doorheen de prachtige illustraties gedrukt die voor de dieren in en rond het water met veel verschillende tinten groen en blauw zijn uitgewerkt. Voor de dieren op het land heeft de illustrator vooral aardetinten gebruikt. Dit kleurgebruik zorgt ervoor dat de prenten er in slagen de sfeer van het leefgebied van elk dier op te roepen. Dat zorgt voor gefascineerd kijken en lezen/luisteren. Opnieuw een erg mooi en verzorgd uitgegeven boek van de jonge uitgeverij Boycott.

Stumpfova, M. & Dvorak, J. (2019). Zo slapen dieren. Amsterdam: Boycott.


De omgekeerde wereldWie naar de cover van dit boek kijkt, ziet meteen dat er iets vreemds aan de hand is. Een leeuw houdt een brandende hoepel boven zijn hoofd waar een clown doorspringt. ‘De omgekeerde wereld’ dus! En zo gaat het dit hele boek door: oerwouddieren op de ijsvlakte, vuur uit de slangen van de brandweer om water te blussen, dinosaurussen die naar menselijke resten kijken, … Er is heel veel te zien op de kleurrijke prenten waarin veel grapjes verborgen zitten en waarin ook telkens een mini Mickey Mouse te vinden is. Op een openingsgedicht na, is dit boek tekstloos en biedt dus alle mogelijkheden voor fantasievolle invullingen. Heerlijk boek dat doet nadenken.

Atak. (2019). De omgekeerde wereld. Amsterdam: Boycott.


In de voetsporen van Karel DaarwindMārtiņš Zutis is een jonge illustrator uit Litouwen die met zijn debuut meteen internationaal opvalt. ‘In de voetsporen van Karel Daarwind’ is namelijk een telboek zoals je er nog geen hebt gezien. Het vertelt het verhaal van een oude natuurwetenschapper, genaamd Karel Daarwind, die ‘s ochtends onderweg naar zijn brievenbus voetsporen ontdekt in de sneeuw. De naam wetenschapper waardig ziet hij kans om een wetenschappelijke ontdekking te doen. Naarmate hij de voetsporen volgt, ontdekt hij er steeds meer en ontwikkelt hij verschillende theorieën rond de oorsprong van de sporen, zonder te beseffen dat hij ze zelf heeft gemaakt. Zo veronderstelt hij bij zes voetsporen dat ze ofwel van een zesvoetige reus ofwel van twee drievoetige wezens of drie tweevoetige wezens afstammen. Bij het getal 10 wordt hij plots bang, omdat hij een tienbenig ruimtewezen en vijf bandieten voor ogen krijgt. Dat betekent meteen ook het einde van zijn speurtocht. Het sterke aan dit telboek is dat het naast telmogelijkheden ook ruimte laat voor fantasie. Kinderen bedenken zelf ook theorieën rond de oorsprong van de sporen, wat het herlezen van dit prentenboek de moeite waard maakt. Dat verbeelding, creativiteit, cijfers en wetenschap hand in hand kunnen gaan werd zelden zo speels en helder in beeld gebracht.

Zutis, M. (2019). In de voetsporen van Karel Daarwind. Amsterdam: Boycott Books.


Alles gaat slapen want nu is het nachtDe samenwerking tussen Marit Törnqvist en Astrid Lindgren spreekt – net als hun werk – tot de verbeelding. De illustratrice klom als kind samen met de volwassen Lindgren in Zweedse bomen en kreeg later de eer om haar werk opnieuw te illustreren én zelfs een soort pretpark ter ere van Lindgrens werk mee vorm te geven. In haar nieuwste prentenboek illustreert Marit Törnqvist een klassiek niet eerder gepubliceerd slaapliedje van de hand van Astrid Lindgren. In het liedje wordt een peuter te slapen gelegd met de boodschap dat iedereen gaat slapen: kalfjes, varkens, veulentjes, kleine konijnen, … Ondertussen zien we in de prenten dat de huiskat van het gezin nog een laatste keer wordt uitgelaten en langs velden, akkers en meren rondzwerft. Overal waar het katje langskomt, zien we inderdaad heel wat slapende dieren, maar we zien ook telkens een jong dat de slaap nog niet kon vinden. Een plezierige ingreep van Törnqvist die inleving toont met peuters en aanzet tot prentlezen. Na een tijd lijkt de slaap toch de overhand te nemen en vindt de aandachtige lezer enkel nog een wakkere uil tussen de takken van de bomen. Zelfs het katje zoekt het huis terug op om op het bed van de peuter – die ondertussen ook in slaap is gevallen – de nacht in te gaan. De illustraties van Törnqvist ogen meer dan ooit als landschapsschilderijtjes. De warme kleuren en aardetinten – op mat papier gedrukt -geven de schemer mooi weer. Een hartverwarmend boek dus om samen met de allerjongsten bij weg te dromen voor het slapengaan.

Lindgren, A. & Törnqvist, M. (2019). Alles gaat slapen want nu is het nacht. Amsterdam: Querido.


Overdag is hij een krokodilDe krokodil in dit verhaal heeft duidelijk een plezierige job. In de eerste prenten zie je hoe hij welgezind zijn bed uitkruipt om zich klaar te maken voor een nieuwe werkdag. Hij doorloopt zijn ochtendroutine met een gezwindheid die aangename gewoontes eigen zijn. De herkenbare details in deze tekeningen zijn zowel grappig als geruststellend. Kleuters zullen het beeld van een krokodil op toilet zonder twijfel hilarisch vinden. Daarna trekt de krokodil zijn pak aan, zet een hoed op en neemt samen met honderden andere pendelaars de metro richting het centrum van de stad. Ieder start de dag op zijn manier en ondertussen kan je in de paginavullende prenten bijna ruiken hoe de stad zich op gang trekt. Eens op zijn werk aangekomen zie je hoe de krokodil zijn kleren opnieuw uittrekt om een groot bassin in te duiken die vanachter glas enthousiast wordt gefotografeerd door bezoekers van de dierentuin. Een professionele krokodil dus. Heerlijk hoe de routineuze start van het verhaal plots een onverwachte wending krijgt. De combinatie van de herkenbare verhaallijnen van mensen die een nieuwe dag aanvangen met de bijzondere kijk op de dieren in de dierentuin zal door kleuters gesmaakt worden. 

Zoboli, G. (2019). Overdag is hij een krokodil. Flamingo: Amersfoort.


9200000101472747_4-e1555941712968.jpgNa de vertederende introductie van vader en zoon Olifant in ‘Mijn papa’, kunnen we nu ook de moederfiguur van het gezin leren kennen in ‘Mijn mama’. De jonge olifant heeft geluk, want zijn mama houdt van schommelen, met de auto’s spelen, samen boodschappen doen, de planten water geven, en nog zoveel meer. Het verhaal heeft niet veel om het lijf, maar de illustraties van Van Haeringen zijn zoals steeds een streling voor het oog. Eentje om in huis te halen dus voor alle beste mama’s van de wereld en hun jonge kroost. De bespreking van ‘Mijn papa’ vind je hier.

Van Haeringen, A. (2019). Mijn mama. Amsterdam: Leopold.


os9789047711698-2.jpgHet gemis van zijn mama valt Tibula To erg zwaar. Ze is voor tien dagen op reis vertrokken en daardoor kan hij de slaap niet vatten. Opa Tibula Ta vertelt hem hoe zijn mama ‘s avonds naar dezelfde maan kijkt en ook aan hem denkt. Wanneer de kleine olifant de volgende avond de reflectie van de maan in het meer ziet, is hij bijzonder gemotiveerd om te leren zwemmen, iets wat hij eerder had opgegeven te proberen. Door te zwemmen kan hij immers tot op de maan geraken en zal zijn mama hem kunnen zien, toch? De teleurstelling wordt hem en de lezer gelukkig bespaard, want het duurt net tot zijn mama terug is voor hij effectief kan zwemmen en de maan probeert aan te raken. Het plezier van het weerzien met zijn mama en de overwinning van zijn waterangst doen Tibula zelfs dromen van wat hij kan leren wanneer mama volgende keer op reis vertrekt. De illustraties van Ingrid & Dieter Schubert voelen vertrouwd aan en blijven een plezier voor het oog. De opbouw is eenvoudig en de tekst is goed geschreven wat het verhaal vlot voorleesbaar maakt. Het gemis van mama, het leren van een moeilijke vaardigheid als zwemmen én de dromerige verbeelding zijn zo herkenbaar dat kleuters er vast plezier aan zullen beleven.  

Herzog, A. (2019). Als mama van huis is… Rotterdam: Lemniscaat.


0000295183_Even_lekker_niks_2_710_130_0_0Het doet ons telkens plezier wanneer we nog eens een mooi uitgegeven poëziebundel voor kleuters kunnen aankondigen. In ‘Even lekker niks’ nemen de makers je mee naar luilekkerland. De versjes van Bette Westera gaan namelijk over luieren in de hangmat, lekker lang in bed blijven liggen, nachtzoentjes en knuffels geven en nog heel wat andere dromerige onderwerpen. De ritmische en beeldende versjes werden door Ageeth de Haan bewerkt tot eenvoudige liedjes die je dankzij de ingesloten cd tijdens of na het voorlezen kan beluisteren. Ruth Hengeveld – die ook heel wat poëzie voor Plint heeft geïllustreerd – zorgde voor de lichtvoetige aquarellen die de antropomorfe dieren en de geborgenheid van de versjes mooi weergeven. Fijn boekje dus om voor het slapengaan of op een warme zondag samen in te kijken en te beluisteren.

De Haan, A. (2019). Even lekker niks. Haarlem: Gottmer.


9789045122823_frontDe lente schudt ons elk jaar opnieuw wakker en doet ons met verwondering kijken naar het hernieuwde leven in de natuur. Niet toevallig verschijnt in deze periode ‘In de tuin’, de opvolger van ‘Naar de markt’ van de hand van Noëlle Smit, een prentenboek waarin de tuin- en natuurliefhebber de ogen de kost kan geven. Wie de voorganger heeft gelezen, herkent op de cover meteen het jonge meisje – dat trouwens wat gegroeid is – en haar trouwe teckel. In grote, kleurrijke en stevig gevulde prenten volg je per maand hun belevenissen in de tuin, een soort volkstuin waarin mensen elkaar doorheen het jaar ook ontmoeten. Het gevarieerde leven, het vele werk en de geneugten van de tuin komen aan bod. Zo genieten ze onder andere van de sporen van het roodborstje in januari, de eerste krokussen in maart en de appelpluk in september, maar moet er ook hard gewerkt worden in de serre en wordt er met de handen in de aarde gewroet. De overdadige prenten worden aangevuld met spaarzame tekst die onderaan elke prent de kern van de maand duidt, bv. ‘Februari. In de kas is het warm, daar laten we de zaadjes voor de moestuin vast ontkiemen.’ Naast de chronologie van het natuurlijke leven in de tuin, kan je in de prenten ook kleinere verhaallijnen volgen en herken je vast ook enkele personages uit ‘Naar de markt’, want daar komt uiteindelijk ook een deel van de oogst terecht. Kortom: een mooi uitgegeven informatief prentenboek. 

Smit, N. (2019). In de tuin. Amsterdam: Querido.


9789044835144_frontHet donkere gat in het midden van de weg trekt de aandacht van jonge Charlie. Hij beslist meteen het gat mee te nemen naar huis, maar onderweg ontdekt hij dat zo’n gat in zijn broekzak of in zijn rugzak toch niet zo plezierig is als hij had verwacht. Er is vast wel iemand anders die had gat kan gebruiken, bedenkt hij. Charlie loopt het hele dorp rond, maar niemand is echt geïnteresseerd. De kleermaakster, noch de botenbouwer, noch de verkoper van spinnen en reptielen kan hij met het gat plezieren. Na nog een aantal andere pogingen besluit Charlie dat zo’n gat echt nutteloos is en legt hij het terug waar hij het heeft gevonden. De tekst stopt net voor het einde, waar we in de laatste prenten een nieuwsgierig konijn zijn hol zien vinden. Heerlijke ontknoping van een verhaal dat zich heel de tijd tussen fantasie en realiteit afspeelt. De creativiteit ervan sluit aan bij de manier van denken van jonge kleuters en zal vast ook een glimlach toveren op de mond van de voorlezer.

Canby, K. (2019). Er zit een gat in de weg. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


y648Harold Snipperpot heeft de meest norse en afstandelijke ouders die je je kan voorstellen: spelen, knuffelen, vrienden uitnodigen, feest vieren … het zijn allemaal zaken die het gezin totaal vreemd zijn. Hoewel ze alles lijken te hebben in hun prachtige huis, wil Harold niets liever dan een feestje met enkele vrienden voor zijn verjaardag. Zijn ouders kunnen hem dat zelf niet geven, maar schakelen de flamboyante Mr Ponzio in om hen te helpen. En die man kan werkelijk alles. Hij slaagt er op geheel eigen wijze in om voor Harold een verjaardagsfeest te organiseren dat alle verbeelding tart. Het lijkt wel of de hele dierentuin is uitgenodigd in het statige huis, een contrast dat inderdaad al snel rampzalig uitdraait. Gelukkig is Ponzio’s grootste talent om de meest desastreuze scenario’s toch om te buigen in één groot feest. Zo wordt Harolds verjaardag uiteindelijk een onvergetelijke dag die het gedrag van zijn ouders voor altijd zal veranderen.
Terwijl het verhaal iets sprookjesachtigs heeft met zijn stereotiepe personages, fantasierijke gebeurtenissen en positieve einde, zijn het de prachtige illustraties in bruin- en grijstinten van Beatrice Alemagna die voor het echte vuurwerk zorgen. Twee jaar lang zocht ze naar de ideale houdingen en gepaste expressies bij haar personages. Het nijlpaard in het bad, de stijve ouders op de sofa, de olifant in het kinderbed en de verklede apen: ze schitteren allemaal in hun rol. Net als in vorig werk van Alemagna krijgt ook Parijs een mooie rol toebedeeld, want het is uiteindelijk in ‘Jardin du Luxembourg’ dat Harolds ouders de liefde weer vinden en er een uitbundig verjaardagsfeest ontstaat. Terwijl we wachten op een Nederlandstalige uitgever om een vertaling op de boekenmarkt te brengen, maken we maar wat graag reclame voor de Engelse en Franse versie. Klik hier voor meer info.

Alemagna, B. (2019). Harold Snipperpot’s best disaster ever. New York: Harper Collins.


9200000095605130Het voorliggende boek is een omkeerboek in de letterlijke betekenis van het woord: aan de ene kant van het boek, komt zus aan het woord. Keer je het boek om dan komt aan de andere kant broer aan het woord. Allebei hebben ze best wat te klagen over hun respectieve broer of zus. Maar eigenlijk vinden ze het allebei ook wel fijn om een broer/zus te hebben. Want wanneer broer op kamp is, mist zus hem echt. Wanneer broer bang is van het monster dat in de slaapkamer woont, zorgt zus ervoor dat die angst overgaat. Maar of er nu echt nog een broer of zus bij moest komen, daarover hebben beiden hun twijfels … De relatie tussen zus en broer die hier geschetst wordt, is zeer herkenbaar voor kleuters. De illustraties in pasteltinten vertellen eigenlijk het verhaal. De beknopte tekst voegt er nog wat verhaal aan toe. Afhankelijk van de situatie start je met het voorlezen van de ene of de andere kant van het boek.
Bonilla, R. (2019). Zus & broer. Broer & zus. Rijswijk: De Vier windstreken.


9200000095274406Alex kan zijn ogen niet geloven wanneer hij achter de trap in de kelder een draak ontdekt. Een draak als huisdier?! Dat is nu net wat hij altijd al wilde! Maar hoe ga je om met al dat vuur in huis? En wat geef je zo’n draak te eten? Alex kruipt in zijn pen en schrijft brieven naar al wie hem kan helpen. In het boek zelf vind je enveloppen terug waarin je telkens een brief met het antwoord vindt. Geweldig hoe de omslagen, de lettertypes en handschriften en de schrijfstijl aangepast zijn aan de verschillende verzenders. De tekeningen zijn fris met het vrolijke kleine jongetje en de grote oranje draak constant in de kijker. Het verhaal zelf heeft niet veel om het lijf, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de originele vorm en de ontdekkingen in de gevarieerde reeks brieven. De taalleraar in ons kan trouwens niet anders dan  in de brieven en woordspelingen talrijke kansen tot taalbeschouwing zien.

Yarlett, E. (2019). Drakenpost. Utrecht: Veltman.


51v30cFMbtL._SR600,315_PIWhiteStrip,BottomLeft,0,35_SCLZZZZZZZ_In dit hardkartonnen prentenboek komen een heleboel dieren aan bod. Zowel grote als kleine, denk aan beer en kikker, bekende en onbekende, denk aan giraf en quokka, dikke en dunne denk aan olifant en bij, en noem maar op. Door de uitklapmogelijkheden die in het boek voorzien zijn, wordt echt duidelijk hoe lang de nek van een giraf is of hoe groot (linkse en rechtse flap)de walvis wel is. De dieren zijn erg mooi weergegeven in heldere kleuren. Op de allerlaatste bladzijde staan alle dieren op een rij met hun naam (en uitspraak) eronder geschreven.

Lambert, J. (2019). De dierenparade. Utrecht: Veltman.


krokodil_op_weg_naar_beterOp een dag gebeurt er een ramp in het oerwoud waar krokodil altijd gelukkig is geweest. Dus besluit hij te vertrekken. Op een boot vaart hij naar een nieuw thuisland. waar dat zal zijn, weet Krokodil niet. De grote steden waar hij terecht komt, bevallen hem niet. De bewoners roepen lelijke dingen naar Krokodil en willen hem er duidelijk niet bij hebben. Doodmoe gaat hij steeds verder en verder en valt in slaap op het strand. Wanneer hij wakker wordt is hij het voorwerp van zorg en liefde van een ganse muizenkolonie (Gullivers’ reizen zijn hier niet veraf). Hij vindt het heerlijk bij de muizen en helpt hen met dingen waarvoor zij te klein of te zwak zijn. Er is één ding: hij zou zo graag zijn familie terugzien. En dat lukt ook… Erg kleurrijke illustraties die de gevoelens van Krokodil duidelijk in beeld brengen. Het boek weet zonder te moraliseren de vluchtelingenproblematiek op een realistische manier onder de aandacht te brengen. Op de voorste schutbladen zien we Krokodil in zijn bootje. Op de achterste schutbladen zien we een olifant in een gelijkaardig bootje.
Slegers, J. (2019). Krokodil op weg naar beter. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Winter 2019

speeltuinEen jongen, een meisje en een poes (met cowboyhoed) besluiten een namiddag naar de speeltuin te gaan. De speeltuin is wel een eindje lopen en de kinderen komen doorheen allerlei verschillende echte en miniatuurlandschappen. Ze snoepen van bramen in een bos vol braamstruiken, ze rennen zo hard ze kunnen langs grote mierenhopen heen, ze sluipen door de duinen, moeten langs een gevaarlijk monster dat zich schuilhoudt in een donkere grot. Onderweg sluiten steeds meer kinderen zich bij hen aan. Dan komen ze bij de speeltuin aan. Wat valt dat tegen zeg! De speeltuin is alleen maar grijs en triest en dus besluiten de kinderen dezelfde spannende weg opnieuw te nemen maar dan in omgekeerde richting. Vrolijke, felgekleurde illustraties die allerlei landschappen suggereren staan in schril contrast met de grijze speeltuin op de laatste bladzijde. De kinderen laten het evenwel niet aan hun hart komen… Heerlijk prentenboek dat voor het eerst werd uitgegeven naar aanleiding van de Kinderboekenweek 2015 maar dat nu opnieuw in de winkel ligt. Mies van Hout vertelt zelf over haar boek in onderstaand filmpje.

Van Hout, M. (2019). Speeltuin. Amsterdam: CPNB.


boven op de bergElke zondag wandelt Mevrouw Das de berg op. Ondertussen plukt ze paddenstoelen voor Vos, geniet van de mooie natuur onderweg en is bekommerd om elk dier dat ze ontmoet. Zo ontmoet ze op één van die zondagen de poes Kiki. Enigszins aarzelend wandelt Kiki mee met Mevrouw Das mee, geniet van het uitzicht aan het einde van de wandeling en kijkt en luistert naar haar oudere metgezel. Na verloop van tijd is Kiki elke zondag van de partij. Ze leert een heleboel van Mevrouw Das en zo gaan de jaren haast ongemerkt voorbij. Op een dag kan Mevrouw Das de berg niet meer op. Kiki blijft het wel doen en schenkt Mevrouw Das dan terug wat zij haar altijd gegegeven heeft door trouw verslag uit te brengen van alle dingen die tijdens de wandeling haar aandacht kregen. Meer nog dan de tekst weten de potloodprenten in zachte tinten met hier en daar een accent – het rode sjaaltje van Mevrouw Das – een bepaalde sfeer op te roepen die die verglijdende tijd en de wijsheid van het ouder worden illustreren. Dubuc slaagt erin doorheen het ganse prentenboek een rust aan te houden die illustratief is voor de rust die de natuur aan gehaaste mensen in de 21ste eeuw nog altijd kan brengen. Een boekje waar je enkel stil van kan worden.

Dubuc, M. (2019). Boven op de berg. Amsterdam: Querido.


jij geeft me vleugelsIn dit poëtische verhaal sluiten een vogel en een vogelverschrikker vriendschap. In eerste instantie zorgt de vogelverschrikker – die veel groter is dan de vogel – voor die vogel. Maar wanneer de vogelverschrikker het moeilijk heeft, is het de vogel die de vogelverschrikker troost en bemoedigt. Dat betekent niet dat vogel en vogelverschrikker alles voor elkaar doen. Soms kan kiezen voor jezelf een ander ook helpen. Je kunt in dit verhaal allerlei diepe dingen zoeken en ongetwijfeld ook vinden. In wezen gaat het echter over de eeuwenoude waarheid die mensen generatie na generatie aan elkaar moeten doorgeven: vriendschap kan enkel bestaan als er aan beide zijden van die vriendschap de intentie is om het beste te doen voor elkaar. Het is een onderwerp waar vijfjarige kleuters gerust bij mogen stilstaan. De kracht van dit boek schuilt in de illustraties  en het zijn die illustraties die kleuters uitnodigen om na te denken over de betekenis en de waarde van vriendschap.

Van Hest, P. (2019). Jij geeft me vleugels. Hasselt-New York-Amsterdam: Clavis.


bas de bange boomkikkerDat Britta Teckentrup aan een hoog tempo prentenboeken publiceert is opvallend, maar dat ze de kwaliteit in veel gevallen zo hoog kan houden, is ronduit indrukwekkend. In ‘Bas de bange boomkikker’ krijgen we niet enkel haar typische kleurrijke illustraties van de natuur, maar zorgt Jane Clarke ook voor een interactief en mooi opgebouwd verhaal. Bas de boomkikker is verdwaald en wordt de stuipen op het lijf gejaagd door allerhande akelige geluiden in de jungle. ‘Ritsel-ritsel’, ‘Splets! Splats!’, ‘Krak! Krutsj!’, …  Bas springt telkens angstig weg voor hij kan ontdekken waar de geluiden vandaan komen. De lezer daarentegen komt wel te weten dat er achter die onbekende geluiden een vriendelijke schildpad, een schuifelend kevertje, twee lieve apen, … schuilen. De kleuters worden rechtstreeks aangesproken door de verteller die hen uitdaagt de kikker in de prenten te zoeken, hem gerust te stellen, de pagina om te slaan, … Zo krijgen ze het gevoel dat ze deel uitmaken van het verhaal én dat ze een stuk stoerder zijn dan Bas. Gelukkig vindt de kikker uiteindelijk dé ideale plaats om tot rust te komen … Plezierig voorleesverhaal voor jonge kleuters.

Clarke, J. (2019). Bas de bange boomkikker. Utrecht: Veltman Uitgevers.


Ik verzamel opa'sDe ik-figuur in dit verhaal heeft in tegenstelling tot zijn vrienden geen opa’s en enkel 1 oma. Die oma woont in een RVT, negeert hem soms compleet of vergeet hoe hij heet. Dus besluit de ik-figuur opa’s te verzamelen want in dat RVT zijn er genoeg: lange en korte, met en zonder wielen, groentekwekers, dierentemmers, schilders, unieke opa’s, … Het is fijn om zoveel opa’s te hebben met zoveel eigenaardigheden maar uiteindelijk besluit de ik-figuur dat zijn eigen oma hem het liefste is ook al negeert ze me soms volkomen of geeft me een verkeerde naam. Een erg knap geïllustreerd verhaal over de relatie tussen grootouders en kleinkinderen en over verschillen die tussen mensen bestaan.

Wouters, T. (2019). Ik verzamel opa’s. Tielt: Lannoo.


het konijn het donker en de koektrommelKonijn heeft nooit, geen enkele avond, zin om te gaan slapen want hij is NIET MOE! En dus bedenkt Konijn een geniaal plan: hij zal ervoor zorgen dat het nooit meer donker wordt. Dan hoeft hij niet meer naar bed! Konijn lokt met de belofte van een koek uit de koektrommel het Donker – antropomorf personage in dit boek – naar zich toe en sluit het Donker op in de koektrommel. ‘Gelukt!’ zegt Konijn. ‘Nu blijft het licht en hoef ik niet naar bed.’ Maar het Donker legt zich niet zomaar neer bij zijn gevangenschap. Hij begint op Konijn in te praten door hem te vertellen hoe belangrijk hij is, wie hem – het Donker – nodig heeft en wat voor goede dingen hij allemaal doet. De uilen en de vossen roepen dat ze het Donker nodig hebben om eten te kunnen vinden. Het laat Konijn onberoerd. Wanneer het Donker aanvoelt dat Konijn een beetje mopperig wordt omdat hij moe en hongerig begint te worden – ook al is het nog licht – wil Konijn van geen toegeven weten. De twijfel slaat pas toe als het loof van de worteltjes in de moestuin na een overdosis zonlicht helemaal slap begint te hangen. Het Donker overhaalt Konijn om de koektrommel een beetje open te doen zodat hij kan laten zien hoe prachtig de nacht is (In het boek kun je dan een soort doos openvouwen waarin zich een prachtige sterrenhemel bevindt.) Uiteraard ontsnapt het donker dan. Zo leert Konijn dat de afwisseling van dag en nacht nodig en nuttig is  en legt hij er zich bij neer dat hij moet slapen. Bekijk de korte trailer: 

O’Byrne, N. (2019). Het konijn, het Donker en de koektrommel. Haarlem: Gottmer.


de-wolf-komt-echt-niet.png

‘De wolf komt echt niet’ is een heerlijk spannend verhaal waarbij een jong konijn dat ondergestopt wordt door zijn moeder, zich onrustig blijft afvragen of de (grote boze?) wolf die avond tot bij hen kan komen. Moeder konijn neemt – zoals van haar verwacht kan worden – een geruststellende houding aan. Het lijkt haar wel heel erg onwaarschijnlijk dat een wolf vanuit een ver bos vol jagers ongemerkt door de stad zou kunnen komen om vervolgens hun adres te vinden, de code van hun voordeur te kraken en de lift te nemen tot bij het appartement van het konijnengezin. Haar argumenten klinken erg overtuigend, ware het niet dat de lezer telkens op de rechterpagina kan zien hoe de wolf toch al die hindernissen weet te overwinnen en steeds dichterbij komt. Die kennisvoorsprong op de twee nietsvermoedende konijnen maakt de spanning bijna onhoudbaar tot op het moment dat de wolf effectief voor de deur van het gezin staat. De ontknoping die de lezer dan te wachten staat, zorgt voor ontlading én humor.
Dat dit prentenboek een bestseller is in Frankrijk kan ons niet verbazen. De combinatie van een spannend stapelverhaal met rollen en verwachtingen die worden omgekeerd maakt het verhaal gelaagd én toegankelijk. Daarbij zijn er nog de suggestieve illustraties in hoofdzakelijk blauwgrijs, bruin en roze die vooral uitblinken in de sprekende mimiek van de personages. Het betere werk dus!

Ouyessad, M. (2019). De wolf komt echt niet. Haarlem: Gottmer.


wat eet een miereneterDe miereneter op de cover heeft na een deugddoend dutje knagende honger, maar kan zich met de beste wil van de wereld niet herinneren wat miereneters nu weer graag eten. Hij gaat te rade bij andere dieren, maar met hun voedingsadvies geraakt hij niet veel verder. Terwijl de miereneter telkens dezelfde vraag stelt aan onder anderen de luiaard, de krokodil en de vleermuizen, ziet het aandachtige kleuteroog vast de mierenkolonie passeren die steeds talrijker voedselvoorraad richting een mierenhoop draagt. Hoewel de kleuters zich doorheen het verhaal stukken slimmer zullen wanen dan de miereneter, zal het einde hen toch verbazen. De grote en expressieve illustraties werken het geheel af. Het verhaal is waarschijnlijk wat vlak voor oudere kleuters, maar het wordt heerlijk ‘smullen’ voor jongere kleuters.

Collins, R. (2019). Wat eet een miereneter? Haarlem: Gottmer.


Vinnie en FlosVinnie is net verhuisd en vindt het best moeilijk om te wennen aan de totaal nieuwe omgeving. Gelukkig ontdekt hij een Flos in zijn nieuwe kamer. Het kleine wezentje – dat wel een pluizige kruising lijkt tussen een egel en een rat – daagt de eerder teruggetrokken Vinnie met plezier uit om nieuwe dingen uit te proberen en samen avonturen te beleven. Met de kleine (maar geheime!) vriend aan zijn zijde durft Vinnie veel meer. Jongbloed laat het duo voor kleuters erg herkenbare avonturen beleven: naar de kapper gaan, leren zwemmen, gaan logeren, … De verhaaltjes zijn kort en in een eenvoudige taal geschreven. Natascha Stenvert zorgde voor enkele kleine dynamische illustraties die de grote lijnen van de verhaaltjes duiden. Hoewel de verhalen duidelijk inspelen op vaak voorkomende kleuterangsten, wordt de toon nergens belerend. Verhalenbundels op maat van kleuters liggen niet dik gezaaid. Het is nochtans erg plezierig dat kleuters de twee vrienden dagelijks beter kunnen leren kennen door telkens een nieuw avontuur te beluisteren.

Jongbloed, M. (2019). Vinnie & Flos. Nieuwe vrienden. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.