Nieuw in de boekhandel

JANUARI 2023

9789021683706  IJsbeer in de sneeuw‘Een ijsbeer in de sneeuw’ schittert in zijn eenvoud. Het boek opent met een witte bladzijde die opgevolgd wordt met hetzelfde wit waarop we enkel de zwarte neus van een ijsbeer zien verschijnen. Pagina na pagina krijgen we meer te zien van de ijsbeer die net wakker is geworden en op pad gaat. ‘Waar gaat hij naartoe?’ Is hij op weg naar de zeehonden? Gaat hij schuilen? Zoekt hij een mens? De suggesties van de auteur blijken telkens niet te kloppen tot in al dat wit het ijzige blauw van het water opduikt. Onze ijsbeer wil duidelijk spelen in de zee! Na dat heerlijk helderblauwe avontuur eindigt het verhaal met de ijsbeer die zich weer in het eindeloze wit begeeft met de vraag: ‘En wat gaat hij daarna doen?’. Dit winterse prentenboek is op maat van de jongste toehoorders gesneden. Ze zullen de winterdieren met plezier herkennen, kunnen snel mee antwoorden op de herhaalde vraag naar de plannen van de ijsbeer en leren ondertussen ook wat bij over het indrukwekkende dier. De gestileerde prenten gemaakt van geknipt en gescheurd wit papier passen bij het landschap en zullen vast inspireren tot zelfgemaakte wintertaferelen.

Barnett, M. (2022). Een ijsbeer in de sneeuw. Amsterdam: Ploegsma.


De populariteit van dinosaurussen bij kinderen straalt ook op de boekenmarkt af. ‘Als je toevallig een dinosaurus hebt’ slaagt erin om het gesmaakte thema op een originele manier in beeld te brengen. Een dinosaurus als huisdier lijkt op het eerste gezicht misschien niet zo een goed idee, maar dit prentenboek helpt je bij het zien van alle praktische voordelen. Ooit al gedacht aan een triceratops als blikopener of een brachiosaurus als regenscherm? En hoe leuk is een dinostaart als glijbaan aan het zwembad? Je kan het zo gek niet bedenken of je kan er een dino bij gebruiken. De herkenbare realistische stijl van een handleiding contrasteert heerlijk met de absurde situaties die we in de illustraties te zien krijgen. Geen nieuwe weetjes dus deze keer over de prehistorische dieren, maar wel een grappige en fantasierijke denkoefening die aan het einde van het boek opnieuw start met de vraag ‘Wat kun je doen met een kangoeroe?’.

Bailey, L. (2022). Als je toevallig een dinosaurus hebt. Amsterdam: Condor.


‘Klein in de grote stad’ verbeeldt in tal van zwartomlijnde plaatjes – soms paginagroot, soms als in een strip met veel op een blad – de wandeling van een kind door New York. De geluiden en de drukte van zo’n stad kunnen overwelmend en zelfs akelig zijn. De verteller is duidelijk thuis in de buurt en geeft tal van handige adviezen voor wie klein is en in dit barre winterweer op wandel is in de grootstad. Hij vertelt over steegjes die je beter niet ingaat, veilige verstopplekken, een vrijgevige visboer, een ventilatiegat waar je je aan kan warmen, zijn favoriete bank … De auteur speelt handig met het vertelperspectief dat naar het einde toe de lezer weet te verrassen. Toch is dat niet de voornaamste reden om het prentenboek ter hand te nemen. De schilderachtige illustraties weten de sfeer van een winterdag in de grootstad te vangen. Ook als lezer voel je je geborgen door de geruststellende verteller terwijl je het winterweer trotseert. Dat contrast zet zich verder tot een warme knuffel in het midden van het sneeuwtapijt het eindpunt van de wandeling vormt.

Smith, S. (2022). Klein in de grote stad. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


f2e346461f19ef0d10b1ae70c839c0f6Vleertje Muis woont samen met zijn moeder en heel wat andere vleermuizen in een grot midden in het bos. Na een introductie met enkele wetenswaardigheden over de ster van deze bundel ‘Vleertje Muis’ wordt de lezer getrakteerd op drie verhalen over de jonge vleermuis en zijn vrienden in het bos. In het eerste verhaal bakt Vleertje Muis muggenkoekjes voor z’n vrienden en experimenteert hij met de weegschaal. Wat hij ook doet – springen of aan zware dingen denken – hij weegt telkens evenveel. Gelukkig veranderen de mogelijkheden wanneer zijn vrienden opdagen … In het tweede verhaal krijgen Vleertje Muis en Pad het restje muggenspread niet uit de pot. De lezer wordt gevraagd het boek om te draaien en mee te schudden tot de spread loskomt. In het laatste verhaal troosten de vrienden Vleertje Muis met een winterslaapfeest. Doordat hij in winterslaap gaat, mist hij namelijk enkele wonderlijke belevingen van de winter. Hij krijgt prachtige geschenken, zoals een pot ingevroren sneeuw en een koekjesspoor dat hetzelfde geluid als een bevroren plas kan teweegbrengen. Doorheen de verhalen sluit je de kinderlijk naïeve vleermuis moeiteloos in je hart en kan je je als lezer verwarmen aan de sfeervolle prenten en mooie vriendschap tussen de dieren. Een lekker knus voorleesboek waar jonge kleuters keer op keer van zullen smullen.

Roos, S. & Bartels, A. (2022). Vleertje Muis. Amsterdam: Volt.


Een-dik-jaar-Julia-en-OtKijk, zo af en toe verschijnt er een boek waar je als kleuteronderwijzer of dagelijkse voorlezer alleen maar gelukkig van kan worden. Het concept van een verhalen- en verzenbundel die de lezer een jaar rond leidt, is niet nieuw, maar dit soort vuistdikke bundels zijn zelden zo goed geschreven en eigentijds als ‘Een dik jaar met Julia en Ot’. Samen met de twee kinderen beleef je de seizoenen en jaarlijkse feesten als Sinterklaas, Nieuwjaar en Pasen. Daarnaast is er in de bundel ook ruim plaats voor eerder dagelijkse belevingen zoals een drukke ochtend beleven, een lastige muggensteek hebben, nieuwe kleren krijgen, verkouden zijn, een lekke kraan herstellen en werken in de moestuin. Het geheel zal voor tal van kinderen en hun voorlezers heerlijk herkenbaar zijn. Zo opent de bundel met een verhaal over de vierjarige Ot die een show geeft die enkel uit een buiging bestaat. Zijn buiging wordt door papa op enthousiast applaus onthaald. De korte verhalen worden afgewisseld met versjes en liedjes. Het geheel krijgt kleur dankzij de frisse illustraties van Sandra Klaassen.

Van Lieshout, E. & Van Os, E. (2022). Een dik jaar Julia en Ot. Amsterdam: Rubinstein.


ext9789047713999_VoorkantVoor wie houdt van winterverhalen met een ijsbeer en pinguïns is dit prentenboek uitermate geschikt. IJsbeer is best tevreden met zijn rustige leventje tot hij op een dag in de krant een advertentie ziet waarin een pinguïn als huisdier wordt aangeboden. En zo gebeurt het dat de ijsbeer een levend huisdier krijgt. In het begin loopt alles goed: de twee worden de beste vrienden en doen samen een heleboel leuke dingen. Maar dan lijkt pinguïn te veranderen en is er niets meer dat hem nog kan boeien. Erger nog, op een dag is pinguïn gewoon verdwenen. IJsbeer vindt hem na lang zoeken terug en ontdekt meteen ook wat het probleem is: heimwee. Hij besluit pinguïn terug naar huis te brengen. Niet zo eenvoudig want daarvoor moeten de ijsbeer en zijn pinguïn van de bovenkant naar de onderkant van de wereld reizen. Daar aangekomen nemen ze afscheid van elkaar, maar gelukkig kunnen ze dank zij de postbodes en pakjesbezorgers voor altijd in contact blijven met elkaar. De antropomorfe ijsbeer en pinguïns zien er op de illustraties alleraardigst uit en hebben een mimiek en lichaamstaal die boekdelen spreekt. De illustraties slagen er bijzonder goed in de ijzige sfeer van de polen te schetsen voornamelijk door het gebruik van ijsblauw en sneeuwwit. Een aardig winterverhaal.

Cassanell, V. (2022). Pinguïnpakketje. Rotterdam: Lemniscaat.


NOVEMBER 2022

soep-van-de-haas-3-scaledNog voor het verhaal echt begint, kun je het al zien: Meneer Haas stamt uit de voorname Italiaanse hazenfamilie Lepron (getuige het portret van een voorouder in zwart-wit naast de titelpagina). Aan de voorste schutbladen die vol getekend zijn met de prachtigste groenten, kun je zien dat het verhaal over eten zal gaan. Op de eerste bladzijde wordt verteld wie Meneer Haas is. Dat kan je ook zien in de prachtige illustratie van het huis van Meneer Haas tussen enkele boomwortels in een zonovergoten woud en waar een heleboel kleine haasjes ronddartelen. Het voornaamste kenmerk van Meneer Haas is toch dat hij van groenten houdt en daarvan superlekkere soep maakt. Daar helpt de hele familie aan mee: de ene kleine haas komt aangestapt met een ui op zijn kop, de ander draagt een wortel, ook spinazie of spruitjes, snijbiet en bleekselderij, …  alle soorten groenten worden aangedragen. Daarna wordt er rond een grote tafel gegeten en vaak zijn er ook gasten te zien aan die tafel. De soep van Meneer Haas wordt zo beroemd dat iedereen hem vragen stelt. Meneer Haas heeft geen geheimen en antwoordt op alle vragen. Maar zo’n lekkere soep maken lukt niemand. Van heinde en verre komen mens en dier om van de soep te proeven. Zelfs de boer van wie vaak groenten ‘gestolen worden’, komt proeven. Dus besluit Mr.Haas een soepfabriek op te richten. Onder zijn toezicht wordt daar soep gemaakt en ingeblikt. Een heel groot succes! Zo groot dat Mr.Haas begint te dromen, eerst grootse dromen daarna eerder akelige dromen en ten slotte vindt Mr.Haas geen rust meer. Vooral ook omdat men begint te zeuren over zijn soep: de groenten zijn te dik of te dun gesneden, in het begin smaakte de soep anders, … Dus stopt Mr. Haas ermee want niet de soep is veranderd maar Mr.Haas zelf… En wat dan volgt is een erg mooi einde! Heerlijk verhaal over samen tafelen, warme soep, familieverbanden, verse groenten en kruiden en dromen. De illustraties zijn sfeervol en raken de juiste toon vooral om het verschil aan te tonen tussen de grootschalige soepproductie en het meer kleinschalige familiale gebeuren. De illustraties doen het goed opgebouwde verhaal nog meer tot leven komen. Op de achterste schutbladen zie je dan ook mooie borden vol dampende soep naast de ‘beroemde ‘Lebron blikken staan. Meer dan de moeite waard wanneer je het met jonge kinderen wil hebben over planten, zaaien en groenten.

Zoboli, G, (2022). Soep van de haas. Amsterdam: Rubinstein.


ext9789045126258_VoorkantDe dieren van het bos zijn het gezelschap van een krokodil niet gewoon, maar wanneer aangestrande Krokodil vraagt of die mag blijven wordt het eens zo gezellig in het bos. Ze dobberen samen op het meer en hebben het de hele dag reuze naar hun zin. Plots breekt er een storm uit en snellen de dieren van het bos naar hun veilige nesten hoog in de bomen en holletjes onder de grond. Waar moet Krokodil nu naartoe? Hij gaat bij de verschillende dieren langs, maar er lijkt nergens plaats voor hem. Gelukkig hoort ondertussen Mol het gedaver van Krokodils paniekerige stappen tot diep onder de grond … De zorgzaamheid die daarop volgt, is zonder meer aandoenlijk. Mol verzet hemel en vooral veel aarde om Krokodil een veilige plaats te kunnen bieden. De vanzelfsprekendheid waarmee hij dat doet en het vertrouwen waarmee ze naar de toekomst kijken, doet de lezer glimlachend het boek dichtslaan. Het is uitzonderlijk dat de naam van de illustrator nadrukkelijker op de kaft staat dan die van de auteur. Zonder aan de eenvoudig rijmende tekst afbreuk te willen doen, kunnen we niet anders dan bevestigen dat de fijnzinnige illustraties de show stelen in dit boek. Het volledige verhaal én meer kan je aflezen van de zachte en lieflijke illustraties van Françoise Beck die wemelen van de prettige details. ‘Ik blijf als het mag’ is een innemend prentenboek over thuishoren, zorgzaamheid en vriendschap om snel in je hart te sluiten.

Van de Wijdeven, H. (2022). Ik blijf als het mag. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


HendrikaSchapen leven in een kudde en grazen in de wei of op de hei. Hendrika niet. Hendrika zit hoog en droog in een boom en fantaseert welke verhalen ze ziet in de voorbijdrijvende wolken. De andere schapen vinden Hendrika maar stom en manen haar aan naar beneden te komen. Maar Hendrika blijft waar ze is want de grond is veel te koud en zonder sokken begint ze daar niet aan. Af en toe klimt ze naar beneden om wat te eten en wanneer ze terug in de boom klimt, neemt ze wat spullen mee om het daar wat comfortabeler te maken. Ze bouwt met al die spulletjes een heuse boomhut en wanneer het blijft vriezen, zit ze hoog en droog lekker warm bij de kachel. Ze maant de rest van de ondergesneeuwde kudde aan naar boven te komen. Eén na één geven ze hun verzet op. Samen bouwen ze ook een lift – voor de oudjes onder de schapen – en richten ze de boomhut in. Ondertussen breit Hendrika, sokken, sjaals en mutsen. Wol genoeg om de kou het hoofd te bieden… Heerlijk winterverhaal over een bijzonder schaap. Fantastisch mooi geïllustreerd met een kleurgebruik dat voor zich spreekt. Denk aan winterluchten oranje-roze afgewisseld met lichtblauw, daarna wordt dat lichtblauwe steeds grijzer en ten slotte wordt de hele wereld wit. Wanneer de kudde de kou ontvlucht, zie je de kleuren opnieuw warmer worden. Op de laatste prent zijn de boom en de boomhut, waaruit een warm geel licht straalt, bevolkt met schapen die sokken, sjaals en mutsen dragen.

Mortier, T. (2022). Hendrika het schaap dat in een boom klom. Eke: De Eenhoorn.


WebGili wil net als haar broers herder worden, maar haar vader en broers vinden dat meisjes geen herder kunnen zijn. Op een nacht, wanneer Gili in de schaapskooi op zoek gaat naar het medaillon dat ze bij het binnendrijven van de schapen verloren is, ontsnapt Brekebeen, Gili’s lievelingsschaap. Door een lichtflits ontdekt ze gelukkig het medaillon en met het medaillon om haar nek besluit Gili Brekebeen te gaan zoeken. Ze neemt zich vast voor niet te verdwalen of in een ravijn te vallen én ze zal zich evenmin laten verschalken door de wolf. Want dat is wat meisjes doen volgens haar vader en broer. Het is pikdonker in de woestijn. Gili ontmoet enkel een vrouw op een ezeltje en een man die haar de weg naar Bethlehem vragen. Gelukkig is er weer even een lichtflits en zo vindt Gili uiteindelijk Brekebeen terug in een ravijn. Net wanneer ze het pad uit de ravijn ontdekt, verschijnt een reusachtige wolf. Door een list en met behulp van het medaillon weet Gili de wolf te overwinnen. Om te bekomen van haar avontuur besluit Gili kort even in een stal te rusten. Toevallig de stal waar ook de man en de vrouw op het ezeltje onderkomen hebben gezocht samen met hun pasgeboren baby. Het is daar dat haar familie die een fel stralende ster gevolgd zijn, haar vinden. De schrijver hanteert een mooie taal, luister maar: Wie zou de nacht geloven als hij kon praten? Wat zou de nacht vertellen als hij een stem had? Er gebeuren ’s nachts wonderlijke dingen, maar geen van die dingen was zo wonderlijk als Gili die het die winternacht in de heuvels rond Bethlehem opnam tegen de wolf. De spanningsboog is mooi opgebouwd en wordt goed aangehouden. De illustraties zijn paginagroot en weten de sfeer van het verhaal en door het kleurgebruik ook van de omgeving waar het verhaal zich afspeelt, goed te vatten. Een mooi en origineel kerstverhaal zonder sentimentaliteit.

Lindelauf, B. (2022). Ze hadden hun schaapjes geteld. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


62a01_9789021464695_cvr-scaledBij het aanbreken van een koude nacht op de zuidpool verzamelt een groep jonge pinguïns op aanraden van opa op een kluitje om samen de barre kou te doorstaan. Dicht bij elkaar is lekker warm, maar die nacht slaat de vrieskou zodanig toe dat de groep pinguïns aan elkaar vastgevroren de nacht uit komt. De enorme pinguïnijsblok vraagt hulp aan de sneeuwhazen en walrussen in de buurt, maar die brengen geen soelaas. Misschien kunnen andere dieren helpen? Via een ijsschots en een lange reis op zee komen ze in een grootstad terecht waar het wemelt van de dieren. Daar start het tweede deel van hun avontuur dat uiteindelijk een goede afloop kent in het warme (!) kantoor van ‘Doctopus’. Alle pinguïns op een kluitje oogt en leest als een tekenfilm. De illustraties lijken recht uit een Disneyfilm te komen en het klassieke avonturenrecept met tegenslagen, groepssfeer en humor zal z’n doel bij de jonge lezer niet missen. Met dit prentenboek kan je complexloos genieten van een geestig verhaal met tekeningen waarin heel wat te ontdekken valt.

Montgomery, R. (2022). Alle pinguïns op een kluitje. Amsterdam/Antwerpen: Volt.


9789047714330_front_E79ED7EA09512880705DA963B2A75EF9_20220711Sommige dieren zijn als echte ‘masters of disguise’ uitstekend in camouflage. Afhankelijk van hun biotoop nemen ze vormen aan die hen volledig doen opgaan in hun omgeving. Sommige dieren – zoals de gabonadder, wapendrager en peper-en-zoutvlinder – lijken op takken, bladeren of boomschors zodat ze nagenoeg ongemerkt in het bos kunnen overleven. Andere dieren lijken dan weer eerder op de kleurrijke bloemen of de keien waartussen ze leven. De poolvos is niet zonder reden wit als sneeuw en de woestijnrat heeft zijn bruintinten niet toevallig gekregen. Zo biedt ‘Dierenvermomming’ de lezer zicht op een hele keur aan bijzondere dieren die zich dankzij camouflagetechnieken staande houden. Aan het einde van het boek ontmoeten we bij wijze van contrast enkele felgekleurde dieren die net omdat ze zo gevaarlijk zijn graag in de kijker lopen. Jonge dierenliefhebbers kunnen hun kennis weer wat uitbreiden terwijl voorlezers zelf ook versteld zullen staan van de wonderen van de natuur.

Jenkins, M. (2022) Dierenvermomming. Rotterdam: Lemniscaat.


Olifant-onderstebovenOlifant is zo verdrietig dat hij er helemaal ondersteboven van is. In het nieuwste prentenboek van illustrator Jan De Kinder kan je dat letterlijk opvatten. Wanneer Konijn zijn beste vriend zoekt, vindt hij die namelijk op z’n kop en bedolven onder de takken terug. Konijn snelt z’n vriend ter hulp, maar verdriet laat zich niet zo makkelijk manipuleren. De lange lijst initiatieven van Konijn – een laken, schommelen, bloemen, muziek, kunstjes … – leiden telkens enkel tot een diepe zucht. Gelukkig gaat het verdriet met de tijd en de aanhoudende vriendschap van Konijn gewoon weer voorbij. Het staartje aan het verhaal is een tikje zoet, maar de manier waarop verdriet en vriendschap in beeld worden gebracht is herkenbaar en kan op die manier troost bieden. Een zacht boek dus dat aanleiding geeft tot gesprek over gevoelens.

De Kinder, J. (2022). Olifant ondersteboven. Eke: De Eenhoorn.


OKTOBER 2022

631051e4f25a0644eb5d8767Wanneer je kinderen spelenderwijs op de klimaatproblematiek wil wijzen, bestaat er geen betere openingszin dan ‘Een boom is kwetsbaar. Je moet er heel goed voor zorgen.’. Dat is dan ook het eerste wat Eekhoorn zegt. Eekhoorn blijkt doorheen het verhaal veel menselijke trekken te vertonen. Hij beseft de kwetsbaarheid van de natuur heel goed en herhaalt voortdurend voor zichzelf dat hij er daarom niet meer van mag nemen dan hij nodig heeft. Maar toch put hij de natuur telkens opnieuw volledig uit. Het begint bij de denappels, het vervolgt met de sappige naalden die Eekhoorn zo lekker vindt: ‘Opgelet, je mag niet alle naalden opeten! Een boom is erg kwetsbaar, daar moet je oog voor hebben. Eet niet een naaldje hier en nog een naaldje daar. Neen, je eet alleen wat je nodig hebt.’ Dan zijn het de takken die zo nuttig blijken om een vuur mee te maken, tenslotte zijn er ook de stam en de wortels … Uiteindelijk bouwt Eekhoorn een huis voor zichzelf met wat na al zijn geknabbel nog rest van de boom. Maar dan wordt hij door een aantal kinderen ontdekt en … verrassend genoeg  ‘Een eekhoorn is erg kwetsbaar. Je moet er echt heel goed voor zorgen.’ Zonder ook maar ergens te moraliseren toont Tallec door middel van een repetitief verhaal dat mens/eekhoorn de natuur nodig heeft. De sobere illustraties in warme kleuren waarop – op 1 bladzijde na – enkel een superexpressieve Eekhoorn en een boom te zien zijn, versterken de tekst. Na Dit is mijn boom een nieuw staaltje van een humoristische, toegankelijke vertelstijl die zorgt voor een verhaal met inhoud.

Tallec, O. (2022). Een beetje veel. Eke: De Eenhoorn.


CV-HetMonsterMeer-v1.inddVier eenden waggelen richting een meer om het in typische eendenformatie over te steken. De laatste in de rij – Erik – heeft een twijfelende waggelpas, omdat hij zich heeft laten vertellen dat er zich een verschikkelijk monster verschuilt in het meer. De eerste drie wuiven het gerucht in de wind en dobberen gedecideerd verder. Ondertussen neemt Erik toch een kijkje onder water waar hij meteen een reuzegroot monster recht in de ogen kijkt! Hij schreeuwt het uit, maar z’n compagnons zijn nog steeds niet overtuigd. Wanneer Erik opnieuw de diepte induikt, ontdekt hij een veelkleurige rijkdom aan grote en kleine monsters, die lang niet zo gevaarlijk zijn als de anderen beweren. Op een dubbele uitvouwbladzijde krijgt de lezer inkijk in de wereld onder water waar die niet snel op uitgekeken zal geraken. In felle kleuren brengt Leo Timmers in z’n herkenbare stijl een monsterwereld tot leven die tot de verbeelding spreekt. Verbeelding is helaas wat bij de eerste drie eenden ontbreekt. Aangekomen aan de andere kant van het meer stelt Erik hen gerust dat er geen monsters bestaan. Lezers weten gelukkig beter.

Timmers, L. (2022). Het monstermeer. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


0ce83f44e467abba58e0b66c65d10935Frank en Bert zijn beste vrienden die samen graag verstoppertje spelen. Volgens Frank is Bert niet goed in verstoppen, maar Bert is ervan overtuigd dat Frank gewoon niet lang genoeg telt. De oplossing ligt voor de hand: Frank belooft tot 100 te tellen terwijl Bert een goede verstopplaats uitzoekt. Helaas blijft bij het wegrennen een draadje van Berts fluoroze sjaal aan een boom hangen, waardoor het zelfs na 100 tellen niet bijster moeilijk is om Bert terug te vinden. Bovendien wacht hij tot de laatste tel om zich dan enkel met het hoofd tussen de rotsen te verstoppen. Frank is z’n vriend dus snel op het spoor, maar besluit hem deze keer niet te vinden om hem de teleurstelling te besparen. Die keuze wordt rijkelijk beloond met de enthousiaste knuffel van z’n beste vriend. De kracht van dit eenvoudige verhaal zit hem niet alleen in het herkenbare spel en de mooie vriendschap, maar zeker ook in de hilarische illustraties. De naïeve uitstraling van de knuffelbare Bert en de ironische blikken van Frank zorgen voor een heerlijke dynamiek tussen de twee vrienden. De illustraties geven alle ruimte aan de twee hoofdpersonages en hun felgekleurde accessoires, de fluoroze sjaal van Bert en de felblauwe muts van Frank. Het olijke duo zorgt voor een warm en vooral ook grappig verhaal dat heel wat kinderharten zal veroveren.  

Naylor-Ballesteros, C. (2022). Frank en Bert. Haarlem: Gottmer.


Schermafbeelding 2022-11-02 om 18.37.15Anouk vertelt opgetogen aan haar vrienden dat Sinterklaas dit jaar bij haar thuis komt logeren. Daar is ze zeker van, want een koffer met zijn kleren staat klaar in de logeerkamer en bij die kleren hoort vanzelfsprekend de Sint. De vriendjes op de speelplaats zijn meteen geïntrigeerd door Anouks verhaal, maar hebben tegelijk nog heel wat twijfels. De volgende nacht sluipt Anouk door de gangen van haar huis op zoek naar bevestiging, die ze gelukkig ook vindt. De volgende ochtend zetten de kinderen het gesprek verder. Als de Sint écht bij Anouk blijft logeren zou die de ochtend van 6 december toch aan de ontbijttafel moeten zitten? Het eenvoudige verhaal weet vragen rond Sinterklaas en de spanning van het hele gebeuren mooi bij elkaar te brengen. Paul Biegel schreef het meer dan 40 jaar geleden, maar dat is nergens aan te merken. Sanne te Loo herwerkte de illustraties uit 2008 en gaf het boek zo een eigentijdse uitstraling. In de zachtgetinte illustratries hangen de herkenbare magische sfeer en het spannende gevoel van verwachten. Een prettig prentenboek dus om in deze tijd van het jaar voor te lezen.

Biegel, P. (2022). De kleren van Sinterklaas. Haarlem: Gottmer.


SEPTEMBER 2022

9789492986481_frontHeksje Hazel is niet de innemende, boze of toverende heks die we van andere verhalen kennen. Deze robuuste en tegelijk zachtaardige dame is een kloeke kabouter met rode wangen en is omringd door een heerlijk diverse keur aan boswezens. Wie het boek opent, komt in het levendige Bos van Moswoud terecht waar elfen, feeën, trollen, muizen, kikkers en kleine mensen in alle vormen en maten leven. In dit gezellige bos volgen we Heksje Hazel doorheen de vier seizoenen. In elk van de verhalen leren we wat het betekent om zorg te dragen voor elkaar. In de lente vindt Heksje Hazel een ei dat ze onder haar hoede neemt, in de zomer moet ze overtuigd worden om toch even vakantie te nemen, in de herfst gaat ze samen met de buren op zoek naar de bron van een akelig geschreeuw en in de winter komt ze in een sneeuwstorm terecht die ze zonder hulp niet zou overleven. Een seizoenenboek dat zich in een bos afspeelt is niet meteen verrassend, maar de idyllische wereld die opgetrokken wordt in de rijke illustraties is dat wel. Er vallen in de sfeervolle prenten heel wat bijzondere personages en grappige huisjes te ontdekken. Wahl trekt zo een magische wereld op die tegelijk herkenbaar is, ze vertelt zachte verhalen zonder sentimenteel te worden en presenteert lieflijke figuren die niet suikerzoet zijn. Een boek om je het hele jaar door aan op te warmen. Neem al eens een kijkje:

Wahl, P. (2022). Heksje Hazel. Een jaar in het bos. Amsterdam: Boycott.


coverEen boek als ‘Het spookt in dit huis’ heb je nog niet eerder in handen gehad. Jeffers ging aan de slag met foto’s van een oud huis dat van nature de allure van een spookhuis heeft. De foto’s lijken rechtstreeks uit een fotoboek van Victoriaanse huizen te komen. Die vormen het perfecte decor voor het jonge meisje dat in dit verhaal op zoek gaat naar spoken, maar die maar niet lijkt te vinden. Terwijl zij zich vragen blijft stellen over het bestaan van spoken en speurt in alle hoeken en kamers van het huis, krijgt de lezer meer kansen op een succesvolle zoektocht. Jeffers tekende namelijk spoken op de kalkpapieren die tussen de foto’s van het huis inzitten. Aanvankelijk zie je enkel het wit van het kalkpapier, maar als je die omdraait op de foto’s, kan je meer zien dan het meisje dat door de kamers dwaalt … Pagina na pagina ontdekt de lezer hoe er in het huis gespookt wordt. Die ontdekkingen zijn plezierig en zullen kinderen eens zo sterk entertainen dankzij het contrast met het meisje dat vruchteloos blijft rondkijken. Zuiver leesplezier dus dat naadloos aansluit bij de griezeltochten en donkere avonden zo eigen aan deze periode van het jaar. Jeffers zelf leest voor:

Jeffers, O. (2022). Het spookt in dit huis. Utrecht: De Fontein.


Milo tekent de wereldElke maand onderneemt Milo samen met zijn oudere zus een lange metrorit. Onderweg neemt hij zijn tekenboek mee, zodat hij zijn verbeelding de vrije loop kan laten. Zo fantaseert hij een heel leven bij de mensen die hij om zich heen ziet. Bij een man met een stoppelbaard tekent hij een wat treurig en rommelig appartement, bij een nette jongen in pak bedenkt hij een kasteel en butlers, bij een vrouw in een trouwjurk verbeeldt hij een klassiek trouwfeest, enzovoort. Zijn tekeningen doen hem afvragen wat mensen zien als ze naar hem kijken. Misschien zitten zijn eigen ideeën over de anderen er ook helemaal naast? Zo doet Milo lezers stilstaan bij wat vooroordelen zijn. Wanneer hij aan het einde z’n moeder in de gevangenis ontmoet, zien we in Milo’s tekening zijn beeld van z’n moeder. We kunnen niet anders dan denken dat we maar zoveel mogelijk naar de wereld moeten kijken zoals Milo naar z’n moeder kijkt. De naïviteit van de jonge Milo zit ook in de kleurrijke tekenstijl en maakt van het verhaal een avontuur en feest van verbeelding.

Matt de la Peña, M. (2022). Milo tekent de wereld. Amsterdam: Querido.


987x1200-1.jpgMarc Ter Horst gaat met ‘Scheten uit de schoorsteen’ een stevige uitdaging aan, hij wil namelijk het concept van klimaatverandering bevattelijk maken voor jonge kinderen. Met ‘scheten’ in zijn titel lijkt hij de boodschap op een makkelijke manier te willen verkopen, maar dat blijkt bij nader inzien goed mee te vallen. De scheten van koeien verbindt hij samen met uitlaatgassen van auto’s en fabrieken met de stijgende temperaturen. Die zorgen op hun beurt dan weer voor het smelten van de ijskappen. Vooraleer hij het einde van de wereld afkondigt, stelt hij de jonge lezers gerust met de boodschap dat slimme mensen de opwarming van de aarde kunnen tegengaan. Zo passeren elektrische auto’s, vleesvervangers en windmolens de revue. De eenvoudige taal maakt de complexe problematiek niet meteen behapbaar voor kleuters, maar de grafische illustraties van Yoko Heiligers maken het boek meer dan de moeite waard. Ze zijn een lust voor het oog en brengen het klimaatverhaal naar het dagelijkse leven van de lezers. Een mooi boek dus voor de slimme mensen van de toekomst.

Ter Horst, M. (2022). Scheten uit de schoorsteen. Haarlem: Gottmer.


cover-1Wie onze boekenvoorkeuren wat in het oog houdt, zal niet verbaasd zijn dat een nieuw boek van Bette Westera en Mattias De Leeuw meteen onze aandacht heeft. Met ‘Gered’ bevestigen de makers dat vertrouwen. Arend is nog niet goed en wel z’n ei uit of z’n nest glijdt van een smeltend ijsblok af, recht in het woelige zeewater. Arend kan gelukkig vliegen, maar wat hij vanuit de lucht ziet, stelt hem niet gerust. Hij wil de dieren op het land waarschuwen voor het stijgende water, maar zij wuiven z’n bezorgde boodschappen weg. Tot het moment dat ze het water echt niet meer kunnen negeren … Westera weet naar gewoonte in een ritmische en rijmende tekst de grote lijnen van het verhaal te verwoorden. Naast de dreiging van het stijgende water toont ze gelukkig ook de kracht van vriendschap en samenwerking die voor een hoopvol einde van het verhaal zorgen. De meeste ruimte is weggelegd voor de schilderachtige illustraties van De Leeuw die de schoonheid van de natuur in zachte kleuren laat schitteren. De dieren en hun belevingen springen tegen die achtergronden van het blad, wat het verhaal voor jonge kinderen inleefbaar maakt.

Westera, B. (2022). Gered. Tielt: Lannoo.


front-small-1279294326De ingrediënten van Tullets succesformule zijn bekend: met gebruik van de basiskleuren en veelal abstracte vormen gaat hij in interactie met de allerjongste lezers die zo op jonge leeftijd de magie van boeken spelenderwijs kunnen ontdekken. In ‘Dans je mee’ daagt hij de lezers uit met de handen te dansen. Via eenvoudige opdrachten betrekt hij kinderen bij het verloop van het boek. Alweer een prettig en creatief boek dat bewegen met lezen weet te verbinden. Volgend filmpje toont hoe het boek werkt:

Tullet, H. (2022). Dans je mee? Antwerpen: Oogappel.


UnknownIn een groot uitgegeven kijkboek brengt Bernadette Gervais tal van spullen, dieren, planten … realistisch in beeld. Zo speelt ze in op de drang van kinderen om de wereld te verkennen en daar enige orde in te vinden. Op elke dubbele pagina brengt ze elementen bij elkaar die een bepaalde eigenschap delen: zo ontdekt de lezer wat er allemaal gaatjes heeft, wat schittert, wat rolt, wat springt, wat kleeft, wat gaatjes heeft … Een prachtig aanwijsboek dat doet glimlachen om de leuke vondsten en tegelijk in al zijn herkenbaarheid houvast geeft. Een bijzondere aanwinst voor boekenkasten thuis, op school of in de bibliotheek.

Gervais, B. (2022). Het grote boek over ditjes en datjes. Tielt: Lannoo.


AUGUSTUS 2022

Kalm aanHet gebeurt al te vaak dat we als volwassenen de kleine wonderen niet zien in de natuur om ons heen. Dat maakt het dan ook moeilijk kinderen hierop attent te maken. Daar wil dit boek – zowel bruikbaar voor kinderen als voor volwassenen – iets aan doen: per dubbele pagina vind je een grote (of een aantal kleinere) illustratie(s) van zo’n groot of klein natuurwonder. 50 in het totaal. Denk aan een vlinder die uit zijn cocon kruipt, een eekhoorn die wintervoorraad verzamelt, een boom die verandert naargelang de seizoenen, een oogverblindende zonsondergang, een lieveheersbeestje dat opstijgt, … Per illustratie is ook beknopt informatie voorzien. Achteraan vind je een lijst met andere natuurboeken waarmee je die info kan uitdiepen en uitbreiden. Het is duidelijk dat dit boek zijn doel bereikt: mensen erop attent maken dat ze veel meer ‘zien’ wanneer ze echt kijken, zeker als ze dat buiten doen.

Williams, R. (2022). Kalm aan. Rust in een drukke wereld. 50 natuurverwonderverhalen. Rotterdam: Lemniscaat.


dit is mijn boomtOp een dag besluit een eekhoorn terwijl hij zijn wintervoorraad verzamelt dat de boom waarin hij denappels en andere eetbare dingen opbergt, ‘zijn’ boom is. Vanaf dat ogenblik verandert het leven van de eekhoorn. Hij lijkt voor niks meer tijd te hebben dan voor het beschermen van ‘zijn boom’ en ‘zijn denappels’. Eerst bouwt hij een walletje rond zijn boom. Maar nog is de hebzuchtige eekhoorn niet tevreden. Dus bouwt hij een hoge muur rond zijn boom en terwijl hij tussen de vier muren tegen zijn boom zit, bedenkt hij dat aan de andere kant van de muur wel eens grotere of betere denappels zouden kunnen liggen. Dus neemt hij een ladder en klimt erop om over de muur te zien. Wat hij ziet, is verbijsterend: een heleboel eekhoorns die rond rennen en wintervoorraad verzamelen en er gelukkig uit zien … Het verhaal is uitermate geschikt voor kleuters die ook erg de neiging hebben iets als ‘van hen’ te beschouwen zeker op het moment dat een andere kleuter interesse in hetzelfde toont. Zonder zich op het moraliserende pad te begeven, slaagt dit boek erin de kleuters een spiegel voor te houden. En wie in die spiegel wil kijken, ziet hoe hebzucht tot jaloezie kan leiden.

Tallec, O. (2022). Dit is mijn boom. Wielsbeke: De Eenhoorn.


SchoenbekZoals je op de cover kan zien geven de enorme bek en de plompe kop de schoenbekooievaar een bizarre aanblik. Terwijl Schoenbek hongerig de jacht op vis opent, zetten de andere vogels in het Afrikaanse moeras hun eigen superioriteit in de kijker. Zadelbekooievaar vindt haar kleurrijke snavel veel prachtiger, Bonte Ijsvogel acht zijn verfijnde kop met kuif een stuk aantrekkelijker, Kleine Zilverrijger zet de eigen voeten in de kijker en Afrikaanse Zeearend benadrukt hoeveel sierlijker hij vliegt. Terwijl die indrukwekkende vogels het druk hebben met hun ijdelheid laat Schoenbek zich niet van de wijs brengen en slaagt die er zelfs nog in hun leven te redden door de aanval van een krokodil te verijdelen. Met schaamrood op de wangen schrikken de criticasters op, maar Schoenbek heeft niets van het geroddel opgepikt en is alweer onverstoorbaar verder op zoek naar vis. Wat een heerlijk eenvoudig én origineel verhaal! De moraal is niet ver te zoeken, maar wordt nergens op een belerende toon geëxpliciteerd. Alle aandacht gaat naar de kleurenpracht en natuurrijkdom van het Afrikaanse moeras, de inspiratiebron van Joukje Akveld. De Zuid-Afrikaanse illustrator Piet Grobler brengt met veel kleur en dynamiek het leven tussen de vogels in beeld. Een voorleesvoltreffer voor jonge kleuters.

Akveld, J. (2022). Schoenbek. Amsterdam: Querido.


mees en molIn deze heerlijke verhalenbundel worden de verhoudingen tussen Mees en Mol geschetst doorheen dagelijkse gebeurtenissen en de vragen die daarbij rijzen. Mees is een optimistische vogel die houdt van ‘flierefluiten’ en dingen ontdekken. Mol heeft een veel terughoudender karakter, is voorzichtig en soms zelfs wat droevig. Doorheen de dagelijkse gebeurtenissen waarin Mees en Mol elkaar ontmoeten groeit hun vriendschap. Ze voeren mooie dialogen bv. over de vraag of sneeuwklokjes de lente inluiden. De optimistische Mees vindt van wel, voorzichtige Mol twijfelt want ‘De grond is nog hard hoor, en de wind guur.’ Ook taal komt aan bod: Mees legt aan Mol het woord ‘aanwippen’ uit en die dialoog vormt alweer een mooi verhaal. De meeste verhalen blijven dicht bij de natuur omdat dat de biotoop is van Mees en Mol, zij het dat Mees hoog in de bomen en de lucht verblijft en Mol meestal onder de grond. Toch ontdekken ze heel dikwijls elementen die hen in hun verschillend-zijn verbinden. Leuke verhalen die 5-jarigen zeker zullen weten te boeien. Een aantal van die verhalen zijn zeker ook geschikt om dagelijkse ‘wachtmomenten’ in de kleuterklas op te vrolijken. De illustraties van de hand van Marije Tolman maken het geheel af.

Biessels, C. (2022). Tussen Mees en Mol. Amsterdam: Van Goor.


mijn boomIn ‘Mijn boom’ worden jonge lezers door de verteller uitgenodigd om alle geheimen van de grote boom in de tuin te ontdekken. Vanop afstand ziet de boom er kalm uit, maar wie tussen de wortels of de bladeren gaat kijken, ontdekt een en al bedrijvigheid. Pagina na pagina kunnen de kleinste kinderhanden achter de flapjes het bruisende leven van de mieren, de mol, de uilen, de poes, de eekhoorn, de wormen, de kabouters, de bijen … in en rond de boom verkennen. De verteller houdt belofte, want op elke pagina kan je in de kleine details verschillende verhaallijnen ontdekken met de boom en zijn bewoners in de hoofdrol. De allerkleinsten zullen met plezier de dieren benoemen, maar bij nader kijken zullen ook ervarener lezers opmerken hoe alle personages met elkaar verbonden zijn door die ene prachtige boom. Zo tilt Dubuc het niveau van het doorsnee kartonboekje omhoog en hebben wij er een mooi geschenkboekje bij.

Dubuc, M. (2022). Mijn boom. Amsterdam: Querido.


9789047713944_frontDavids beste vriend vertelt vol liefde over hem. Met de kleurrijke bos bloemen in zijn haar is hij een opvallende verschijning, maar de vrolijke en zachtaardige jongen is werkelijk door iedereen geliefd, zelfs door de voor bloemen allergische juf. Op een dag begint David de bloemblaadjes te verliezen tot hij enkel nog prikkelige takken op z’n hoofd overhoudt. De blozende bloemenjongen wordt een bleke verschijning aan wiens takken z’n klasgenoten schrammen overhouden. Gelukkig heeft hij z’n beste vriend die de schrammen er graag bijneemt en tegelijk een manier zoekt om David te helpen. De bloemen die hij samen met enkele andere vrienden knutselt, brengen de oude David niet helemaal terug, maar toveren wel terug een glimlach op z’n gezicht. Tot er uiteindelijk tussen de papieren versies een nieuwe bloem, mooier dan ooit, in Davids haar verschijnt … Jarvis weet in dit zachtmoedige prentenboek een heel spectrum aan gevoelens op een zeer eenvoudige manier samen te brengen. De uitgepuurde illustraties in zachte kleuren op een witte achtergrond versterken de evolutie van Davids gevoelens terwijl het vertelperspectief van het klasgenootje de vriendschap heel meeleefbaar maakt. Zonder het verdriet sentimenteel of expliciet te maken weet de auteur feilloos de juiste snaar te raken. Die boodschap zullen ook jonge lezers moeiteloos oppikken.

Jarvis. (2022). De jongen met bloemen in zijn haar. Rotterdam: Lemniscaat.


Schermafbeelding 2022-08-23 om 21.26.48In het midden van de nacht kunnen de slapende jungledieren het gedaver van een stoet met niet minder dan tien vrolijke olifanten niet negeren. Het enthousiaste gezelschap is uitgelaten op weg naar een dansfeest. De andere dieren sluiten spontaan aan bij de uitbundige optocht die steeds feestelijker wordt dankzij ballonnen, muziek, eten … Naarmate de stoet aanzwelt, groeit ook de verwachting van een ongezien spetterend dansfeest. Totdat ze op hun bestemming aankomen … De zwierige tekenstijl van Van Straaten leent zich perfect voor dit soort vrolijke taferelen. Onvermijdelijk ontstaat ook bij de toehoorder een glimlach op het gezicht en zo vallen uiteindelijk het onderwerp en de beleving van dit verhaal helemaal samen. Heerlijk lezen heet dat dan!

Van Straaten, H. (2022). Tien olifanten op weg naar een dansfeest. Amsterdam: Leopold.


heerlijke honing‘Heerlijke honing’ is een rijkelijk geïllustreerde vertaling van een kinderversje van Margaret Wise Brown, een bekende Amerikaanse kinderboekenschrijfster uit het begin van de vorige eeuw. In het versje maken Beer en Vlinder een dag én een nacht lang ruzie om tot het besluit te komen dat je toch maar beter geen ruzie zoekt met Vlinder. Die omkering is geestig en spreekt tot de verbeelding. Die ruimte voor verbeelding wordt door Marije Tolman dankbaar ingevuld met bijzonder sferige en droomachtige illustraties. In de tekeningen zien we hoe Beer ervandoor gaat met de heerlijk zoete honingboterham van Vlinder en dat komt hem duur te staan. In zijn zoektocht naar meer stuit hij op een enorme zwerm vlinders die hem het stelen willen afleren. De kleurrijke illustraties met een glansrol voor de vlinders zijn een lust voor het oog. Gelukkig laat Tolman op haar beurt ook ruimte voor verbeelding, omdat tussen droom en daad en dag en nacht nooit helemaal duidelijk wordt wat er zich tussen het duo afspeelt.

Tolman, M. (2022). Heerlijke honing. Amsterdam: Querido.


MEI 2022

550x609Marit Törnqvist heeft haar tijd genomen om met haar nieuwe werk ‘Schildpad en ik’ voor het voetlicht te treden en daar kunnen we alleen maar dankbaar om zijn. Hoe je het verhaal ook draait, met welk perspectief je het ook bekijkt, hoeveel keer je de prenten ook bekijkt: naarmate je meer ziet, stapelen ook de vragen zich op. Het raamverhaal zelf is helder: een grootvader vertelt zijn vijfjarige kleinzoon hoe hij zelf als vijfjarig jongetje in een land ver van hen af een schildpad kreeg voor z’n verjaardag. Aanvankelijk hebben de twee het heerlijk samen, maar naarmate Schildpad groeit en de jongen ouder wordt, wordt het ook moeilijker om Schilpad een plaats te geven in z’n leven. Als je aan het einde van het verhaal zijn leven beschouwt, dan is het duidelijk dat de mooiste periodes net die waren waarin het lukte om samen met Schildpad gelukkig te zijn: spelend als kind, op reis in z’n thuisland, bij de ontmoeting met de liefde van z’n leven, met z’n gezin en als trotse grootvader met z’n kleinzoon op de schoot. Je zou kunnen denken dat dit verhaal over ‘sense of belonging’ eerder volwassenen adresseert, maar niets is minder waar. Samen met volwassenen zullen jonge kinderen ook geïntrigeerd zijn door de enorme schildpad aan een leiband, zullen ze zich ook afvragen of het duo uiteindelijk ‘voor het leven’ vrienden blijven en zullen ze hun hart verwarmen aan de intimiteit van een grootvader die over z’n leven vertelt aan z’n kleinzoon. Voeg daar de typerende en schilderachtige illustraties van Törnqvist aan toe die telkens fijngevoelig de sfeer weten te vangen en je hebt alweer een te koesteren prentenboek voor op de boekenplank.

Törnqvist, M. (2022). Schildpad en ik. Amsterdam: Querido.


9789047713838_frontSuus kondigt aan dat zij een verrassing heeft voor haar vriend August. Terwijl Suus straalt van enthousiasme, zie je de schrik August om het hart slaan. De twee vrienden zijn namelijk elkaars tegenpolen: terwijl avontuurlijke Suus houdt van rennen en springen, verkiest August rust en veiligheid. Hij houdt dus ook helemaal niet van het oncontroleerbare van verrassingen. Zijn fantasie slaat op hol en hij ziet allemaal wilde activiteiten voor ogen die Suus typeren. Gelukkig kent Suus haar vriend goed genoeg om een verrassing op zijn maat gesneden te voorzien … Het angstaanjagende van verrassingen is veel kinderen niet vreemd. De manier waarop Miriam Bos die herkenbare beleving uitwerkt, is hartverwarmend. Het bos waarin de eekhoorn en de vos wonen is prachtig kleurrijk met een breed scala aan groentinten en felroze en oranje accenten. In de illustraties waarin de personages worden voorgesteld, laat Bos meer witruimte waardoor alle aandacht gaat naar de twee persoonlijkheden van wie de lichaamstaal boekdelen spreekt. Terwijl jonge kinderen de vrienden leren kennen, ontdekken ze de Suus of August in zichzelf, maar zien ze vooral hoe je als vriend onderlinge verschillen kan overstijgen.

Bos, M. (2022). Help! Een verrassing! Rotterdam: Lemniscaat.


550x766In dit prachtige boek wordt het wonderlijke leven van bijen met veel liefde en fascinatie geïllustreerd en beschreven. Het boek start na de winter wanneer het bijenvolk in zijn kast terug tot leven komt. Bladzijde na bladzijde wordt in maximum vier lijntjes per bladzijde beschreven wat je op die bladzijde of dubbele pagina ziet gebeuren. Zo is er de beschrijving van de manier waarop de bijen van bloem tot bloem vliegen, en met lijfjes vol stuifmeel terug naar de kast vliegen. Ook het bestuivingsproces krijgt vier lijntjes:

Ze knoeien dat poeder
in de bloemen die bloeien
en in elke bloem
begint een vruchtje te groeien.

Die vier regeltjes staan onder een bloesemtak waaraan een gele citroen hangt te blinken. Op de bladzijde ernaast zie je aan diezelfde tak hoe de bloesem verandert in  piepkleine vruchtjes. Het wordt steeds duidelijker: dankzij de bijen wordt de tuin een voorraadkast vol lekkernijen voor dier en mens. Je ziet de imker aan het werk bij zijn bijenkast tussen de bloemen. Je ziet op een uitklapbare pagina een familie werken en oogsten in de moestuin. Op de achterzijde van die uitklapbare pagina werd achtergrondinfo verzameld. Denk aan informatie rond de verschillende soorten bijen, hun nesten, het belang van nectar en stuifmeel, hoe bestuiving echt in zijn werk gaat … Die informatie biedt antwoord op de vragen die ongetwijfeld bij de kleuters zullen rijzen. Een aanrader voor elke kleuterbibliotheek.

Webber, J. (2022). Het begint met een bij. Ontdek hoe een kleine bij de wereld tot bloei brengt. Zeist: Christofoor.


isbn-9789026160264_front_cover_1Freek mag met zijn papa naar het formule1-circuit. De auto’s razen voorbij – optrekken, schakelen, afremmen – dat geeft een boel lawaai. Slecht voor het gehoor, dus moet Freek een koptelefoon opzetten. Vreselijk vindt hij dat! Om hem te troosten krijgt hij een hotdog met veel ketchup en mag hij in papa’s nek zitten. Geen superidee want die ketchup druipt natuurlijk … Papa  zet Freek even terug op de grond, maar het is zo druk dat Freek zijn papa opeens niet meer ziet. Hij dringt door de benen van de vele toeschouwers naar voren om alles goed te kunnen zien. Dan  ontdekt hij een hond op het circuit. Die moet gered worden … Een verhaal over een origineel onderwerp met leuke, veelkleurige illustraties en een verrassend einde.

Upperman, I. (2022). Weg! Utrecht: De Fontein.


1033x1200In het oorspronkelijke Russische volkssprookje ‘De oliebol’ ontsnapt een oliebol aan een heleboel gulzige dieren die hem graag willen opeten tot de sluwe vos er toch in slaagt. Dit boek is een soort herwerking daarvan. Een vader van een gezin van 7 vraagt wie er een pannenkoek wil. Iedereen natuurlijk! En iedereen wil natuurlijk ook eerst een stukje. Maar dat is zonder de pannenkoek zelf gerekend. Die wil helemaal niet opgegeten worden en rolt de deur uit wanneer hij omhoog gegooid wordt. Dat is het vrolijke begin van een stapelverhaal waarin de pannenkoek een heleboel dieren zoals de vos, de eend, de egel, de das, de haan, … te vlug af is. Maar het sprookje blijft niet duren want het everzwijn is de pannenkoek uiteindelijk te slim af. Samen met de auteur heeft illustrator Sophie Pluim van dit verhaal een boek gemaakt waarin alle dieren en mensen echt tot leven komen, waarin de natuur een belangrijke plaats krijgt – de pannenkoek rolt door het bos – en waarin een sprookjesachtige sfeer hangt die echt kan bekoren.

Fisscher, T. (2021). Wij willen een pannenkoek! Zeist: Christofoor.


550x642Aron wil dolgraag een huisdier, maar bij elk concreet voorstel zien zijn ouders een reden om er niet op in te gaan: geen tijd voor een hond, geen plaats voor een konijn, een giraf is een te gek idee … Zoals jonge kinderen dat kunnen, blijft Aron zijn ouders onophoudelijk bestoken met zijn huisdierwens tot papa hem bij wijze van grapje een ingepakte aardappel cadeau doet. Aron ziet er de humor niet meteen van in en laat de aardappel aanvankelijk links liggen. Uiteindelijk vindt hij het zicht van die verlaten aardappel toch maar sneu en besluit hij Aardappel in zijn spel te betrekken. Dan krijgen we een reeks van heerlijke illustraties uit Arons dagelijkse leven, dat op slag een stuk vrolijker aandoet nu hij er een nieuw speelmaatje bij heeft. Voor de lezer is de creativiteit waarmee Aardappel meespeelt prettig om te volgen. Helaas is zo’n aardappel geen lang leven beschoren en bij het zien van Arons verdriet wanneer Aardappel wordt begraven, stellen de ouders dan toch voor een hamster in huis te halen. Ondertussen heeft Aron daar natuurlijk geen interesse meer in … Je merkt het aan de verhaallijn: de makers slagen erin om herkenbare gevoelens en handelingen van een kind te combineren met vrolijke fantasie-elementen. De aandoenlijke illustraties nemen de lezer mee in de affectie van Aron voor z’n aardappelvriend die met kleine ingrepen heel expressief en met momenten zelfs grappig uit de hoek komt. Aan het einde zien we hoe Aron van z’n eenzaamheid verlost is en hoe Aardappel daar een cruciale rol in speelt.

Lacey, J. (2022). Aron en Aardappel. Haarlem: Gottmer.


550x596Elke zonovergoten weekend- of vakantiedag zijn lange files en overladen treinen het onweerlegbare bewijs van de populariteit van ‘een dag aan zee’. Velen kennen het gevoel van kindsbeen af: zand tussen de tenen, met de benen in het zilte water, languit liggen op kleurrijke handdoeken, vliegers hoog in de lucht, verkoelende ijsjes op de tong … De ingrediënten van zo’n dag aan zee zijn niet nieuw, maar toch is het elke keer opnieuw genieten. Net dat gevoel weet Noëlle Smit te verbeelden in ‘Aan zee’. Zoals in ‘Naar de markt’ en ‘In de tuin’ toont ze in 12 grote prenten de herkenbare gang van zaken, dit keer van een uitje naar zee. De fans zullen personages herkennen en kunnen opnieuw meeleven met herkenbare activiteiten en zoeken naar details in de prenten. Zonnig prentenboek waarin je samen met kinderen kan uitkijken naar een zeedag of die net kan herbeleven.

Smit, N. (2022). Aan zee. Amsterdam: Querido.


550x624De zonnige cover van ‘Ik mis Milo’ toont meteen wat een bijzondere band het hoofdpersonage met z’n huisdier heeft. Het kleurrijke plaatje klopt helemaal: de jongen geniet van een stralende dag met z’n huisdier en speelmaatje dicht bij hem. Dat beeld wordt in de eerste drie zinnen al gebroken: “Ik mis Milo. Milo is mijn schildpad. Of nee, hij wás mijn schildpad.” Terwijl de omgeving even zonnig blijft, is de jongen helemaal overmand door verdriet. In wat volgt, wordt dat gemis steeds tastbaarder. De jongen kan enkel aan Milo denken en ziet alleen nog wat er niet meer is. De mensen om hem heen proberen hem te troosten, maar dat maakt de eenzaamheid van zijn verdriet enkel groter. Gelukkig houden ze vol en weet z’n moeder uiteindelijk hoe ze het verdriet kan verzachten … Al is het gemis nooit helemaal weg. Pim Lammers en Sanne te Loo maakten met ‘Ik mis Milo’ een prachtig boek over missen, dat erin slaagt het verdriet te vangen zonder ooit sentimenteel of zwaarmoedig te worden. In tegendeel: ze doen het gevoel alle eer aan in een fris en kleurrijk verhaal.  

Lammers, P. (2022). Ik mis Milo. Amsterdam: Querido.


550x478Terwijl een kleine groenling ongelukkig op een tak zit rond te kijken, zijn de andere vogels druk in de weer. De uitbundige lente is in het land en dat kan je vooral horen: “Alle vogels zingen, kirren, koeren, gillen, gieren, tjilpen, snateren, krassen, klepperen en tjotteren.” Hoe kan die kleine groenling treurig zijn middenin dit levendige landschap vol jonge vogels die enthousiast de lente verwelkomen? Hij heeft een groenlingvrouwtje op het oog om een nest mee te maken, maar hij is te verlegen om het haar te vragen. Zijn oplossing zal voor veel kinderen herkenbaar zijn: wat als de merel het nu eens in zijn plaats vraagt? Temidden van het lawaaiige gekwetter schreeuwt hij zijn vraag: “Zou jij aan dat groen-ling-vrouwtje wil-len vra-gen of ze met mij ook een nest-je wil be-gin-nen?” De merel denkt de vraag begrepen te hebben: “Of ik aan het stoere kauwtje wil vragen of hij op het hoofd van een ekster wil gaan springen?” En weg is de merel … De groenling hoort het misverstand en vliegt de merel achterna. Eens de merel bij de kauw aankomt, speelt zich hetzelfde tafereel af. Zo stapelen de misverstanden zich op tot wel 10 vogels elkaar achterna vliegen en steeds luider discussiëren. Uiteindelijk snoert de groenling de vogels de bek en stelt hij zelf de oudste vraag die onze literatuur rijk is: “Alle vogels zijn al een nestje begonnen, behalve jij en ik … Wil jij met mij …” In die ene zin komt de schoonheid van de liefde, onze taal en de natuur samen. Om diezelfde reden is dit een prentenboek om in je hart te sluiten: in een levendige taal en met een strak opgebouwd verhaal zien we de prachtige natuur en de jonge liefde ontluiken. Voeg daar de humor van de misverstanden en de kleurrijke prenten aan toe en je weet weer waarom lezen fan-tas-tisch is.

Schutten, J.P. (2022). Het verlegen vogeltje. Haarlem: Gottmer.


9789025775865_frontBeeld je even een jong kind in dat gehurkt boven het gras met een takje in de grond zit te graven. Of kijk eens verder naar het kind dat een vlinder achternagaat. Zie je hoe nog een ander kind op het huisje van een slak tikt? “Hé, beestjes! in de tuin” weet die sfeer van ontdekken in een zonovergoten tuin helemaal te vangen. Het kartonboekje bevat zeven versjes over evenveel kriebeldiertjes. Zo eenvoudig als het concept is, zo heerlijk is het genieten van de speelse versjes in het boek. Elle van Lieshout en Erik van Os bewijzen eens te meer met wat een metier ze voor de doelgroep kunnen schrijven. De versjes kriebelen, zoemen en fladderen net als de personages die ze bezingen. Het frisse ritme en het spel met klanken maken het prettig om de versjes voor te lezen: “ik spin, ik spin een spinnenweb omdat ik daar zo’n zin in heb”. Marieke ten Berge weet met slechts één of twee kleuren per diertje de pagina’s op te fleuren. Wat een vrolijk boek om erbij te hebben!

Van Os, E. & Van Lieshout, E. (2022). Hé, beestjes! in de tuin. Haarlem: Gottmer.  


550x652Wie dit boek openslaat, wordt meteen aangeraden om het lezen op te geven. De verteller kan de titel alleen maar bevestigen: “Daar zit je dan. Met dit saaie boek in je hand.” Qua staaltje omgekeerde psychologie kan dat tellen, want net die uitspraak maakt je als lezer nieuwsgierig. Terwijl je verder leest, speelt de verteller dat trucje steeds sterker uit: “LAATSTE WAARSCHUWING! DIT WORDT SAAI!” Doordat de verteller je als lezer met een resem vragen blijft uitdagen, wordt de leeservaring net actiever dan gewoonlijk. Meer nog: door te brullen als een dinosaurus, met het boek te schudden, een high five te geven … wordt de lezer zelfs een personage in dit zogenaamde saaiste verhaal ter wereld. Ondertussen blijven we ook geprikkeld door de fantasierijke illustraties van Trui Chielens in haar typerende vintage-stijl. De hele sfeer van het boek wordt op de cover goed verbeeld: terwijl er wordt geroepen dat het boek saai is, krijg je eenhoorns en glitters.

Gielis, S. (2022). Het saaiste boek ter wereld. Tielt: Lannoo.


998x1200Mevrouw Das en Meneer Ping zijn buren. Terwijl haar huis en tuin getypeerd worden door weelderigheid en kleurrijke chaos, doet zijn huis net heel strak en sober aan. De totaal andere stijl intrigeert de buren wel. De klassieke tegenpolen trekken elkaar aan en stap voor stap integreren ze de wereld van de ander in die van zichzelf. Zo wordt het huis van Meneer Ping steeds kleurrijker en wint dat van Mevrouw Das aan structuur. Aanvankelijk stevenen ze op twee evenwichtige huizen af, maar de klepel slaat door waardoor de huizen na een tijd in niets meer op de oorspronkelijke versies lijken. In hun enthousiasme voor elkaars wereld, dreigen Mevrouw Das en Meneer Ping zichzelf wat te verliezen. Gelukkig begrijpen ze snel wat ze echt willen: samen zijn. Rindert Kromhout brengt een klassiek liefdesverhaal op maat van jonge kinderen. Nergens wordt dit verhaal sentimenteel. Het is net verfrissend dat er onderweg wat wrevel ontstaat en dat die meteen verdwijnt van zodra de buren zich herinneren wat de ander net zo bijzonder maakt. Stenvert heeft in uitgebreide illustraties zichzelf overtroffen: de contrasten tussen de twee geliefden worden tot in het detail uitgewerkt. Het hartverwarmende verhaal kan zoals de meeste goed uitgewerkte liefdesverhalen gelezen en herlezen worden.

Kromhout, R. (2022). Mevrouw Das Meneer Ping. Amsterdam: Leopold.


9789462916173_frontNa “Pokko heeft een trommel” konden we niet anders dan het nieuwe prentenboek van Matthew Forsythe snel ter hand nemen. Ook in ‘Emma’ is het genieten van een ironische ondertoon en de verbeelding van het leven in het bos in zachte oranje- en bruintinten. Emma is een wijze jonge muis die ervan houdt te verdwalen in haar fantasie terwijl ze leest of tekent in de geborgenheid van haar huis. Haar rustige leventje wordt geregeld opgeschrikt door de doldwaze initiatieven van haar vader. Ze heeft al heel wat meegemaakt met hem, maar wanneer hij een grote kat als gast in huis neemt, kan ze niet denken dat het ook dit keer goed zal aflopen. Terwijl vader zich van geen kwaad bewust lijkt, wordt de spanning door de dreigende ogen van de kat opgedreven. Dat contrast zorgt voor heel wat hilariteit. De expressie van de grote genoegzame kat contrasteert heerlijk met de reacties van een relaxte vader en een strak gespannen Emma. Vader en dochter krijgen allebei gelijk: de kat is niet te vertrouwen én ook dit avontuur loopt goed af.

Forsythe, M. (2022). Emma. Wielsbeke: De Eenhoorn.


301564_grande.jpgEen ode aan de natuur, op die manier kun je dit prentenboek wel samenvatten. Muis maakt een jaar lang een reis door het bos om al zijn vrienden te ontmoeten. Op die manier ontdekt Muis maand na maand de invloed van de seizoenen op het bos. De reis start in januari met een bezoek aan de grijze Eekhoorn. Een beetje later is het tijd om Egel uit zijn winterslaap te wekken, want de lente is in het land. In mei is het heerlijk picknicken tussen de boshyacinthen en samen met Spitmuis bessen plukken in augustus is ook heerlijk. De reis van Muis eindigt in de houten woonwagen van Vos. Daar zitten Muis en Vos – hoe vreemd dat ook mag lijken – gehuld in een warme deken samen gezellig te praten bij een kampvuur. In december vieren alle bosbewoners feest bij de overgang naar een nieuw jaar. Op bijna elke dubbele bladzijde is een ‘boswoning’ te zien. Die woningen zijn wel erg antropomorf, maar ze spreken aan omdat je er kan binnengaan door een flapje (deur of muur) te openen en dan een compleet andere wereld ontdekt. Elke ‘woning’ ziet er niet alleen anders uit maar heeft ook een verschillende indeling en inrichting. Er is het spiegelpaleis om feest te vieren in december, een soort ‘strand – of badhuis’ bij de rivier in het bos wanneer het warm is en heerlijk zwemmen in de rivier, een boomhut met een schommel, … Er is een heleboel te ontdekken op de vrij natuurgetrouwe illustraties. De gehanteerde taal – vier lijnen per dubbele bladzijde – volgt het trage ritme van de seizoenen en is beschrijvend. In april giet het van de regen. Ik heb mijn rode laarzen aan. In de kersenboom tussen de bloesem wacht ik tot de buien overgaan. Tegelijkertijd nodigt ze uit tot ‘vertragen’. Een voorbeeld voor de maand december: Van januari tot december, een heel jaar is voorbijgegaan. Ik zit op mijn stoepje en mijmer wat… Intussen begint de kringloop van voren af aan. Het rijm stoort niet. Achteraan in het boek is een dubbel bladzijde ‘Een jaar in het bos’ waarin kort per maand de belangrijkste natuurfenomenen beschreven worden. Daarnaast vind je op 1 bladzijde ook nog summiere informatie over ‘de vrienden van Muis’. Denk aan Egel, Eekhoorn, Mol, … Prettig boek om elke maand opnieuw in te kijken en de natuur te ontdekken. 

Snow, W. (2022). Het bos van Muis. Zeist: Christofoor.


APRIL 2022

1164x1200Het recept van Mühles kartonboekjes met het aandoenlijke konijn in de hoofdrol is ondertussen bekend: peuters worden in interactie met Klein Konijn uitgedaagd om deel te nemen aan een herkenbare activiteit of ritueel. Zo bracht hij eerder boekjes uit rond badtijd, slapengaan en troosten na een val. In Nog even samen spelen kunnen onze jongste lezers enkele eenvoudige spelletjes spelen met Klein Konijn. Samen spelen ze ‘kiekeboe’, spetteren ze in bad, schommelen ze hoog de lucht in en laten ze een knuffel boven het hoofd vliegen. Voor de allerjongsten is het heerlijk om de dagelijkse activiteiten terug te zien in de belevingen van Klein Konijn. De interactie geeft taal aan de spelletjes en daagt uit tot het beleven van de kleine verhaaltjes. Zo blijft de reeks een fijne manier voor peuters om de eerste stappen in de rijke boekenwereld te zetten.

Mühle, J. (2022). Nog even samen spelen. Haarlem: Gottmer.


waar-dient-het-voor00.jpgTiptoe Print brengt poëtische prentenboeken op de Nederlandstalige boekenmarkt die anders de weg niet zouden vinden. Je zou kunnen denken dat ze zo bij boeken terechtkomen die om duidelijke reden ongewenst zijn bij grotere uitgeverijen, maar net het omgekeerde is het geval. Sinds enkele jaren worden we keer op keer blij verrast door de selectie van de uitgeverij. Waar dient het voor? is een prentenboek zoals je er nog niet eerder een in je handen had. De auteur verkent het antwoord op de vraag die het boek ook als titel draagt: ‘Waar dient het voor?’ Om een antwoord te geven start hij met materialen die we allemaal kennen en waarvan het nut ook bekend is. Zo weten we bijvoorbeeld allemaal waar een sleutel, een stoel of een lamp voor dient. Stukje bij beetje wordt de lezer aan de hand van de schijnbaar eenvoudige vraag in de war gebracht. Zo gebruiken we soms een stoel als een ladder, hebben sommige zaken talloze functies en zijn bij andere zaken de functies helemaal niet duidelijk. Moet iets eigenlijk nut hebben? En wat is het nut dan van mensen? Je merkt het al: verschillende filosofische vragen passeren de revue terwijl het prentenboek nooit de speelse toon verliest waarop kinderen rechtstreeks worden aangesproken. De bijzonder kleurrijke illustraties van Madalena Matoso spelen daarbij ook een grote rol. Zin om op een plezierige manier kinderen aan het denken te zetten? Ontdek dan snel de verschillende functies van een prentenboek als Waar dient dit voor?.

Vieira Mendes, J. M. (2022). Waar dient het voor? Brussel: Tiptoe Print.


1186x1200Boer Boris viert feest, want de prentenboekenreeks bestaat 10 jaar. Fans zullen niet teleurgesteld worden, want ook in het vijftiende deel Boer Boris en de luchtballon vinden we de vaste waarden terug. Passend bij de periode van het jaar vindt Boris een bijzonder ei aan de rand van het veld. Tot zijn grote verbazing verschijnt er geen boerderijdier maar een pinguïn uit het ei. Reden genoeg voor Boris om een reis naar de Zuidpool te organiseren. Na rijp beraad wordt de luchtballon als geschikt vervoersmiddel uitgekozen. Al wie in de mand past, trekt mee naar de Zuidpool om de jonge pinguïn naar huis te brengen. Vanuit de lucht ziet de wereld er prachtig uit: de vrolijke bende geniet van de kleurrijke tulpenvelden rond de boerderij, het mozaïek aan daken boven de stad en de indrukwekkende dieren in Afrika en in de oceaan. De reis bereikt zijn hoogtepunt wanneer de pinguïns de jonge telg met warmte opnemen in hun ijskoude leefomgeving. Boris en zijn kornuiten zijn alweer een avontuur rijker en de prentenboekenmarkt heeft er een kleurrijk, welluidend en vrolijk verhaal bij. Alle initiatieven rond het jubileumjaar vind je terug via volgende link: https://gottmerkinderboeken.nl/boerboris10jaar/.

Van Lieshout, T. (2022). Boer Boris en de luchtballon. Haarlem: Gottmer.


61a0be805d3c7a136c6099f1Merel heeft dringend eten nodig, maar wil haar eieren niet alleen achterlaten. Misschien kan Muis even oppassen tijdens haar afwezigheid? Dat idee inspireert meteen enkele andere bevriende dieren. Handig toch, zo’n oppasmuis? Al snel heeft Muis vier jonge eekhoorns en eieren van niet minder dan drie nesten onder haar hoede. Alsof dat nog niet genoeg is dragen de enthousiaste eekhoorns nog enkele gevonden eieren aan. De oppasmuis heeft de handen vol tot de dieren een na een hun kroost komen ophalen. Maar van wie zou dat laatste ei kunnen zijn? Kan dat echt van Das zijn, zoals die beweert? Dit eenvoudige verhaal is voor jonge kinderen herkenbaar én spannend. Net als het verhaal zelf zijn ook de illustraties erg zacht uitgewerkt. De zorgzame muis en haar vrienden ogen lief dankzij hun zachte bruin- en groentinten. Fijn boek om deze tijd van het jaar aan jonge kleuters voor te lezen.

Pauli, L. (2022). De oppasmuis. Haarlem: Gottmer.


9789493228696_VRK-1De eerste aanblik van Daan hijskraan wekt meteen nieuwsgierigheid. Torenhoog kijkt de enorme hijskraan boven alles en iedereen uit. Elke avond komen talloze bevriende vogels bij Daan uitrusten en de nacht doorbrengen. Wat hoog in de lucht op de arm van zo’n kraan gebeurt kunnen we van beneden niet zien, maar met prettige inzoomprenten krijgt de lezer toch inkijk in de gezellige boel die de vogels ervan maken. Met dit soort perspectieven maakt de illustrator tegelijk het eenzame gevoel van een kraan met het hoofd in de wolken erg inleefbaar. Daans vrienden zijn erg trouw, maar zijn verlangen naar een omgeving zonder eenzame hoogte wordt een concrete droom wanneer een tropische vogel over een woud met hoge, hoge bomen vertelt. Het verhaal komt op een hoogtepunt wanneer zwermen vogels Daans droom op wonderlijke wijze in vervulling brengen … Dit bijzondere verhaal over vriendschap, dromen en thuishoren wordt in grote prenten verbeeld die telkens alle ruimte geven aan de verschillende omgevingen waarin de hijskraan terechtkomt. Dat maakt van Daan hijskraan een innemend verhaal voor dromers en liefhebbers van kranen, die gelukkig ook in groten getale terug te vinden zijn onder kleuters. Bekijk het bladerfilmpje:

Van Diepen, A. (2022). Daan hijskraan. Amsterdam: Samsara.