Nieuw in de boekhandel

OKTOBER 2021

Ik wil een wiegje wordenHet is weer zover: Henriette Boerendans heeft nog eens een prachtig prentenboek uitgegeven waarin ze ons trakteert op een reeks houtsneden die de natuur op onnavolgbare manier in beeld brengen. In ‘Ik wil een wiegje worden zei de wilg’ neemt ze ons mee naar een bos waar een reeks bomen bespreken wat ze later willen worden. Terwijl de beuk speelgoed verkiest en de berk een ledikantje, droomt de knotwilg zachtjes bewegend in de wind van een wiegje als eindbestemming. Pagina na pagina zien we de trotse boomsoorten in al hun glorie verschijnen. De bijgaande tekst van Bette Westera is rijk en spaarzaam tegelijk. In enkele zinnen duidt ze de gesprekken en het lot van de bomenvrienden. Aan het einde van het verhaal komt de verwachte houthakker en velt hij alle bomen, behalve de jongste en de oudste: Jaren gingen voorbij. De treurwilg ging door met vermolmen, het sparretje bleef groeien en werd een grote, groene fijnspar die in de winter droomt dat hij een kerstboom was. Zo’n boom met echte kaarsjes, die fonkelden als sterren in de nacht. Helemaal achteraan in het boek vind je een overzicht van de boomsoorten terug, telkens voorzien van een korte uitleg die enkele typische eigenschappen van de bomen in kaart brengt. Er valt heel wat te leren over bomen in dit boek, maar het zijn toch vooral de mooie taferelen met bomen in de hoofdrol en de poëtische tekst over de gang van het leven, die ‘Ik wil een wiegje worden zei de wilg’ meer dan de moeite waard maken.

Westera, B. & Boerendans, H. (2021). Ik wil een wiegje worden zei de wilg. Haarlem: Gottmer.


TintelvlindersTrouwe volgers weten hoe aandachtig we poëziebundels voor jonge kinderen in het oog houden. Wanneer ronkende namen als Joke Van Leeuwen, Hans & Monique Hagen, Bette Westera, Erik van Os & Elle Van Lieshout, Simon Van der Geest en Pim Lammers de handen in elkaar slaan, weten we dat ons heel wat taalplezier te wachten staat. ‘Tintelvlinders en pantoffelhelden’ lost de verwachtingen in met een bonte verzameling versjes over bang, boos, verdrietig en blij zijn. Opgetogen wakker worden op de ochtend van je verjaardag, boos zijn zonder goed te weten waarom, verdrietig zijn om stuk speelgoed of een verhuis, bang zijn voor de nacht … De gevoelens zijn herkenbaar en vertrouwd, maar de teksten zijn fris en nieuw. Sanne te Loo overtreft zichzelf in de zachte en expressieve illustraties die de herkenbare gevoelens voor jonge kinderen bijzonder mooi verbeelden. Kijk maar:

Hagen, H & Hagen, M. e.a. (2021). Tintelvlinders en pantoffelhelden. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Later wil ik klein wordenDe stoere heldendaden van brandweerlui, de zoete lekkernijen van bakkers, de epische reizen van astronauten … Er zijn nogal wat professionele activiteiten die tot de verbeelding van jonge kinderen spreken. Job van Gelder brengt die verbeelding verder op gang en doet in zijn gedichtenbundel ‘Later wil ik klein worden’ wat de titel al doet vermoeden. Hij wijkt van de platgetreden paden af en biedt zijn lezers gedichten aan die echt doen dromen over wat je later allemaal kan worden. Van een racer, een vogelspotter, een tatoeëerder en een ‘ietsenmaker’ over een musicalacteur, een schatgraver en een hartendief … allemaal passeren ze de revue. Het is prettig hoe van Gelder het antwoord op de vraag ‘wat ik later worden wil’ niet beperkt tot beroepen. Zo wordt een van de dromers later ‘nooit bang’ en een andere wordt ‘hekst’. De droomshow wordt vooral opgetrokken door de kleurrijke illustraties waarin we zien hoe kinderen hun kijk op de toekomst vormgeven. Ze gaan daarbij telkens inventief en enthousiast de toekomst tegemoet. Om dan erg mooi af te sluiten met de gedachte dat die toekomst er toch ook niet te snel moet zijn:  ‘Later lijkt me best wel fijn, want je kunt dan alles worden. / Dus word ik als ik groot ben gewoon weer lekker klein.’

Van Gelder, J. (2021). Later wil ik klein worden. Amsterdam: Condor.


Schermafbeelding 2021-10-17 om 13.24.01Bibi Dumon Taks pleidooi om kinderen niet te betuttelen wanneer ze leren lezen is erg overtuigend. De stelling dat lezen niet veilig, maar net avontuurlijk en grensverlegged moet zijn, leidt bij ons tot instemmend geknik. Het is toch net fantastisch dat in boeken zoveel meer mogelijk is dan in de realiteit? En toch slaagt Bibi Dumon Tak er in ‘Een tijger in je bed’ als geen ander in om met eenvoudig te lezen taal de lezer helemaal mee te nemen in de wereld van de tijger. Dat doet ze zelfs zo goed dat we het boek ook kleuters niet willen ontzeggen. Aan de hand van korte hoofdstukken met allerhande wetenswaardigheden over de tijger weet ze een interesse op te wekken waarvan ik niet eens wist dat ik ze had – of zelfs kon hebben. Wist je dat de tijger sterker is dan de leeuw? En dat er onder zijn vacht ook een gestreepte huid zit? De dierenweetjes – soms met ietwat educatieve toon gebracht – worden omgeven door prettige én waargebeurde verhalen over tijgers die in iemands bed kruipen en vriendschap sluiten met een geit. Lezen we haar teksten liever als die niet beteugeld worden door allerhande regels om de taal eenvoudig leesbaar te houden? Ja! Hebben we toch ook veel plezier beleefd aan ‘Een tijger in je bed’? Ja! Is onze nieuwsgierigheid naar de dierenwereld verder aangewakkerd? Ja! Lezen én voorlezen dus!

Dumon Tak, B. (2021). Een tijger in je bed. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


SEPTEMBER 2021

891x1200In een magisch-exotisch oerwoud wonen twee blauwe (fantasie)kikkers, Kleine Broer en Grote Broer. Ze wonen in een bloem. Grote broer is stoer, durft alles en verkent de wereld. Op een avond, wanneer hij naar de sterren gaat kijken, komt hij niet meer terug. Kleine Broer heeft weinig zelfvertrouwen. De wereld rondom hem met allerlei geluiden, geuren en kleuren boezemt hem angst in. Dus blijft hij in zijn bloem zitten. Maar wanneer Grote Broer niet terugkeert, moet hij de stap buiten zijn bloem wel wagen. Al zoekend naar zijn broer ontdekt hij de grotere wereld en voelt hij zich langzaam maar zeker wat meer op zijn gemak. Want die wereld is lang niet zo bedreigend als hij dacht! Dan opeens … verschijnt Grote Broer weer. Die was verdwenen net omdat hij Kleine Broer uit zijn bloem wilde halen. Opzet gelukt dus! Bovendien was hij de ganse tijd in de buurt van Kleine Broer. Als je terugbladert in het boek, zie je hem dan ook verstopt op verschillende bladzijden. Een sprookjesachtig boek over angst, moed en zelfvertrouwen waar op elke bladzijde superveel te ontdekken valt.

Faas, L. (2021). Waar is Grote Broer? Rotterdam: Lemniscaat.


550x730In verhalen kan alles. Dus is de kleine Maximiliaan alleen thuis en geeft hij een feestje voor zijn speelgoeddieren. Snel wordt duidelijk waarom Maximiliaan ook Modderman heet want alles wordt vies. Dus besluit Maximiliaan dat alles en iedereen in bad moet. De taart incluis. Dan komen zijn ouders thuis. En nog is het niet uit met de pret want bij het zien van de kliederboel die Maximiliaan gemaakt heeft, besluiten ze dat het volledige bad dan maar in bad moet! Joukje Akveld is niet aan haar proefstuk toe en slaagt erin met enkele woorden en eenvoudige zinnen de sfeer van de spetters en de viezigheid volledig op te roepen. Ze wordt daarbij geruggesteund door de pittige illustraties van Jan Jutte. Wat de lay-out betreft: de woorden staan overwegend in zwart behalve wanneer iemand onder de aandacht wordt gebracht bv. een speelgoedbeest dat in bad moet. Dan staat die naam of dat woord in kleur. Erg leuk boek vooral omwille van het onderwerp: vuil worden. Een onderwerp dat heel veel kleuters erg boeit en waaraan niet zoveel prentenboeken op een prettige manier gewijd zijn.

Akveld, J. (2021). Maximiliaan Modderman geeft een feestje. Tielt: Lannoo.


550x638Wat een bedrijvigheid in het kasteel! Terwijl de koning in de troonzaal bezoek ontvangt, houden tal van werklieden met noeste arbeid het kasteel draaiende. Metselaars en timmerlui bouwen aan het kasteel, bakkers kneden het brood, stalknechten verzorgen de paarden, minstrelen laten musicerend van zich horen … Terwijl grote illustraties ons verschillende hoeken van het kasteel tonen, krijgen we zicht op de taken van de middeleeuwse vaklui. In één zin wordt telkens verwoord wat de job net inhoudt. De prenten ogen vrolijk dankzij de figuren bij wie de arbeidsvreugde en -frustratie expressief is weergegeven. Aan het einde krijg je een handig overzicht van de verschillende jobs met telkens een figuur in vol ornaat erbij. Erg prettig boek dus voor al wie een andere invalshoek zoekt bij het klassieke thema van stoere ridders en roze prinsessen.

Colby, R. (2021). Aan het werk in het kasteel. Haarlem: Gottmer.


550x550Zorgende ouders vinden we niet enkel onder de mensen terug. In twee boeken – een over mama’s en een over papa’s – stelt Philip Bunting een reeks moeders en vaders voor die in het wild op hun eigen manier zorg dragen voor hun kroost. Zo leren we dat giraffenmoeders een oppas regelen wanneer ze op de lunch jagen door hun jongen bij andere vrouwen in de kudde achter te laten. Vaders van zaanhoenders zijn veel onderweg, want ze vliegen naar de verste plekken om zoet water te verzamelen voor hun gezin. De exotische sulawesi-jaarvogel heeft dan weer veel aandacht voor een gezellig nest – gemaakt van uitwerpselen – in een boomholte die de kleine vogels beschermt van slangen en andere bedreigingen. Aan het einde van de boeken spreekt de auteur de lezer aan: Wat voor een mama/papa heb jij? In grappige illustraties zien we hoe ‘mensenmoeders en -vaders’ dezelfde technieken van de wilde dieren toepassen. Kinderen kunnen er een van hun ouders vast in herkennen. Wat zijn we blij met deze prentenboeken die de rol van ouders waarderen zonder sentimenteel te worden of geromantiseerde clichébeelden op te hangen. Terwijl de dierenweetjes verbazen én doen grinniken word je herinnerd aan de enorme verscheidenheid van de natuur en de brede keur aan mogelijkheden om zorg te dragen voor elkaar. Heerlijk toch?!

Bunting, P. (2021). Wild enthousiast over mama’s. Utrecht: De Fontein.


550x657TipToe Print wil als uitgeverij over het hoofd geziene parels toch onder de aandacht van kinderboekenliefhebbers brengen. Met ‘Blad in de wind’ is de uitgeverij daar meer dan ooit in geslaagd. Het bijzondere beeldverhaal van de Zuid-Amerikaanse kunstenaars José Sanabria en Maria Laura Diaz Dominguez wordt verteld vanuit het perspectief van een krant, die ’s ochtends niet verkocht geraakt in de kiosk en daar als enige achterblijft. Het leven van de krant krijgt een verrassende wening wanneer die even later wordt meegenomen door de wind. ‘Elk van mijn bladen zou naar een andere plek reizen. En daar een ander leven leiden.’ Het ene krantenblad betekent beschutting voor een dakloze, een ander verpakt een dode goudvis, nog een ander steekt de kachel aan … In prachtige ingekaderde schilderijtjes van vaak herkenbare taferelen volgen we de bestemmingen van de verschillende krantenbladen. De sfeer is dromerig en melancholisch, de bijgaande tekst is spaarzaam en poëtisch. ‘Toen ik dacht dat mijn verhaal bijna verteld was, kwam mijn laatste blad bij een laatste man terecht. Hij keek naar mij en ik naar hem. Voor het eerst las iemand wat ik te zeggen had.’ Wat de man in de krant leest, komen we niet letterlijk te weten, maar hij wordt er opvallend gelukkig van. Hoe het lezen van die laatste bladzijde voor de man overduidelijk tot geluk leidt, ervaart de lezer zelf bij het ontdekken van dit eenvoudige verhaal dat grote levensthema’s bijzonder mooi en fijnzinnig in beeld brengt.

Sanabria, J. (2021). Blad in de wind. Brussel: Tiptoe Print.


frontImagesLinkBlijkbaar heeft de dochter van Bette Westera het literaire talent van haar moeder geërfd, want hun samenwerking resulteert in een opvallend knap boek dat ook enkele grenzen van de kinderliteratuur verlegt. ‘Toen rups een vlinder werd’ is een bundel met versjes, liedjes en verhalen over kriebelbeestjes, die samen ook één verhaal vertellen. Doorheen het boek volgen we Rups die zodra hij een mooie Vlinder wordt op zoek gaat naar Eendagsvlieg die hij ’s ochtends heeft leren kennen. Op zijn tocht door de tuin ontmoet hij verschillende beestjes die een inkijk geven in hun leven. Zo houden Oorwurm, Pissebed en Kakkerlak de eerste vergadering van de Nette-Beesten-Club waarin ze besluiten een clublied te schrijven om hun naamkeuze aanklagen. Hommel houdt een bloemenproeverij en de wandelende takken spelen verstoppertje. De mieren zijn uiteraard naarstig aan het werk en twee wevende spinnetjes zijn wel heel dikke vriendinnetjes. Het is een stralende dag in de tuin waar het leven z’n gangetje gaat, maar de uren van Eendagsvlieg zijn geteld … Djenné Fila tilt het vrolijke geheel naar een hoger niveau met bijzonder mooie illustraties in zachte kleuren die meer stralen naar het midden van het boek en tegen het einde van het verhaal beginnen te schemeren. Ze krijgt daar alle ruimte toe met paginagrote illustraties die af en toe verder uitgewerkt worden in dubbele pagina’s tussen de teksten in. De sfeervolle illustraties staan op zichzelf en sluiten tegelijk naadloos aan bij de informatieve versjes die met humor, veel ritme en taalplezier de bekommernissen van de allerkleinsten in beeld brengen. Dit dikkere prentenboek is werkelijk een plezier om in handen te hebben. De structuur geeft de lezer ook heel wat vrijheid: je droomt weg bij de prachtige prenten, grinnikt bij het lezen van een versje of leeft mee met de beestjes in een van hun verhalen. Zo doet het boek wat het inleidende versje belooft:

Het wiebelt, het vlindert,
het kriebelt, en het zindert,
het schuifelt, het scharrelt, het suist.

Het klappert, het wriemelt,
Het flappert, het friemelt,
het bromt en het snort en het ruist.

Het tjirpt en het ritselt, het zoemt en het zingt.
Het kruipt en het prikt en het danst en het swingt.

Westera, B. & Tieman, N. (2021). Toen rups een vlinder werd. Amsterdam: Volt.  


550x552Chimpansees zijn een bedreigde diersoort. Niet iedereen is zich daarvan bewust en daar kan met dit verhaal van Marc De Bel verandering in komen. Zonder te moraliseren slaagt hij erin duidelijk te maken dat mensen schuld treft wat die bedreiging betreft. Daarnaast laat hij een kleine maar dappere chimpansee de hoofdrol spelen en toont hij hoe belangrijk zelfvertrouwen is. Komt daarbij dat het verhaal geschreven is in een rijke taal en dat de illustraties de verblijfplaats van de chimpansees, het oerwoud, echt tot leven laten komen. De opbrengst van het boek komt het Jane Goodall-instituut ten goede. Jane Goodall zelf schreef het voorwoord voor dit boek. Achteraan in het boek krijgt de lezer meer informatie over het leven van de chimpansees en over hoe ze in die levenswijze bedreigd worden door de jacht die op hen gemaakt wordt en door hun steeds kleiner wordende leefgebied.

De Bel, M. (2021). Kleine Pan. Antwerpen: Houtekiet.


550x706De kaft van het boek intrigeert al: een heleboel koeien worden aan een kabel opgehesen. Ze gaan hoog want ze hangen te bungelen tussen de vogels, de wolken en de vliegtuigen. Zowel de voorste als de achterste schutbladen tonen enkel een nachtelijke sterrenhemel met daarin rondzwevende wezens of ruimtetuigen (?). Dan start het verhaal met het eenvoudige zinnetje: De koeien gaan een toren bouwen en de hele wei helpt mee. Dat zinnetje in een prent over een dubbele bladzijde: een wei aan de rand van een meer met daarachter heuvels – schemerige lucht, 1 enkele boomstam met bovenaan een ooievaarsnest met een ooievaar die met een vogel op haar kop zit te broeden, aan de stam een wasdraad met 2 rode sokken, enkele wasknijpers, 2 vogels en een spinnenweb. Op de stam kruipt een eekhoorn. Verder in de wei: 6 koeien en een kalfje, een gans met haar kuiken, 3 regenwormen die uit de grond komen gekropen, 2 rondvliegende bijen, een pauw die naar de ooievaar op het nest kijkt en een ooievaar (met een vogel op zijn rug) die naar de lucht kijkt op de rug van één van de koeien. En dit is nog maar de eerste prent. De illustraties worden steeds spectaculairder en volgen het verhaal in de tijd. Bv. op een bladzijde zie je een likkebaardende vos die naar de kippen loert, op de volgende bladzijde is de vos verdwenen en blijven er van 1 van de 2 kippen enkele veren over. Of de boom op de eerste bladzijde die sneuvelt op een van de volgende bladzijde omdat de kraan er tegenaan rijdt met enkele hulpeloze ooievaarsjongen en een gewonde koe tot gevolg. De reuze-octopus die uit het meer opduikt waarvan je eerst een arm, verderop een arm en de bovenkant van zijn kop en tenslotte de hele octopus te zien krijgt. Kortom een wemeling van prettige details die je altijd opnieuw in het boek doen kijken. Heerlijk om te zien hoe de koeien met allerlei hulpmiddelen – denk aan een kraan bestuurd door een koe, een heftruck bestuurd door een schaap, een valscherm, een tros ballonnen, een reuze-octopus, een regenboog, luchtballonnen, een raket, …- ‘een toren van koe’ bouwen tot ze werkelijk tussen de vliegtuigen en uiteindelijk in de ruimte terechtkomen. De tekst is summier maar vertelt op rijm waar het op aan komt en speelt af en toe ook taalspelletjes. Ondertussen is de nacht gevallen en komt de boer poolshoogte nemen. Hij vindt het welletjes en sommeert de koeien terug naar de begane grond. En dus is de voorlaatste prent de boer die vanop de wei in de lucht staart, grazende koeien, een in het meer gezonken vliegtuig omstrengeld door de octopus, … en het zinnetje: En in de vroege ochtend staat het vee weer aan zijn zij. Hoewel…’ De laatste prent toont een koe die in de ruimte zweeft. Schitterend prentenboek waarin Pieter van den Heuvel zijn vakmanschap nog meer bewijst dan in zijn vorige bijzondere boek ‘De Verhuisdieren’.

Van den Heuvel, P. (2021). Een toren van koe. Haarlem: Gottmer.


boekstra_9789025774141_frontDe klassieke verhaaltjes over peuters die worstelen met de potjestraining zijn bekende hits in peuterklassen en jonge gezinnen. Die prentenboeken hebben echter een zekere houdbaarheidsdatum. Oudere kleuters hebben vaak geen boodschap meer aan dergelijke verhalen. Voor hen – die vaak toch ook nog gefascineerd zijn door het onderwerp – is er nu het informatieve verhaal over de reis die ons eten aflegt van zodra we het in de mond steken. In kleurrijke illustraties voorzien van korte teksten komen kinderen te weten hoe ons lichaam eten verteert en welke weg een drol aflegt nadat we naar toilet geweest zijn. Het geheel wordt nergens platvloers of flauw, maar bereikt wat het voor ogen heeft: kinderen informeren aan de hand van een toegankelijk en prettig verhaal. In dat verhaal volgen enkele jonge kinderen de reis van een boterham op de voet op. De tekeningen vertalen de biologische en technische processen naar kleuterniveau. Zo wordt de weg door de darmen gevisualiseerd door een slang die als een soort glijbaan functioneert. En aan het einde krijgen we het heerlijke beeld te zien van de kinderen die de drol uitzwaaien vanop een waterzuiveringsstation.

Bal, F. (2020). Dag drol. De grote reis van eten: van je mond tot in de wc. Haarlem: Gottmer.


JUNI 2021

1200x835Een bonte bende van vijf goede vrienden houdt ervan om samen een wandelingetje te maken. Bij het omslaan van elke kartonnen pagina – pagina’s die aan het begin heel smal zijn en steeds verbreden naar het einde toe – verdwijnt telkens één van de vrienden. Waar is de hond toch naartoe? En waar is Konijn? Ook Koe is weg? Koehoe? Uiteindelijk zien we enkel nog een lege wei. Wat is er gebeurd? Iedereen is foetsie? Heel mysterieus allemaal … Zo wordt de spanning voor de allerjongste lezers opgedreven tot de vijf vrienden op de laatste pagina samen in beeld springen: KIEKEBOE! De eenvoudige opbouw gecombineerd met het universele kiekeboesucces en de grappige dierenfiguren maken van dit kartonboekje een plezierige aanwinst voor elke baby- en peuterboekenkast.

Delwart, C. (2021). Waar is iedereen? Antwerpen: Oogappel.


9789021426280Het hele slaapritueel is netjes afgrond: de deur staat op een kier en het nachtlampje zorgt voor schemerlicht in de kamer. Toch kan jonge Mats niet slapen. Klinkt bekend? Joukje Akveld laat het jongetje met z’n knuffel door het huis sluipen, op zoek naar het lekkerste bed om in te slapen. Z’n omzwervingen brengen hem langs de bedden van z’n jongere en oudere broer en dat van z’n ouders. Zelfs het kussen van de hond des huizes en het stro in het konijnenhok worden uitgetest. Wanneer die geen soelaas bieden trekt Mats naar buiten … Het zal je niet verbazen dat uiteindelijk Mats’ ogen wel erg zwaar worden en er maar één bed de ideale plek blijkt om heerlijk in slaap te vallen. Het concept van dit verhaal kennen we van Joke Van Leeuwens ‘Waarom lig jij in m’n bedje’ uit 2011, wat alleen maar bevestigt dat het herkenbare stapelverhaal nog niets aan kracht is verloren. Liset Celie zorgde voor bijhorende illustraties in zachte schemerkleuren.

Akveld, J. (2021). Het lekkerste bed. Amsterdam: Volt.


frontImagesLink-1Er komt iemand nieuw in de stad wonen. ‘Een meisje’, zegt de verteller maar ze ziet er eerder uit als een fantasiediertje met een olifantenslurf en konijnenoren. Het is meteen duidelijk dat het meisje van een andere planeet komt, want ze heeft er geen flauw benul van waarom iedereen altijd maar op een scherm of schermpje tuurt en waarvoor dat nuttig zou kunnen zijn. Ze wil nieuwe vrienden maken en spelen maar met al die schermen heeft niemand aandacht voor het meisje. Ze besluit haar tanden eens in een scherm te zetten. Wie weet krijgt ze dan duidelijkheid. Jammer genoeg komt die duidelijkheid er niet maar wat smaken die schermen lekker! Een na één verorbert het meisje alle schermen van de stad. Dan gebeurt waarop ze al zolang hoopte – andere kinderen willen met haar spelen. De plot van het verhaal is wel een beetje flauw, maar het verhaal zelf wordt leuk verteld en is heftig geïllustreerd. De illustraties bestaan uit een dubbele pagina vol beweging en kleur of zijn een enkele pagina groot maar telkens opnieuw zetten ze  een hedendaagse stad neer zij het dan dat die bevolkt wordt door antropomorfe dieren. Soms bestaan de illustraties uit enkele raampjes waardoor een inkijk in de stad gegeven wordt. Het verhaal speelt in op een actueel thema: schermgebruik en laat zien wat er kan gebeuren wanneer het scherm je leven beheerst.

Docherty, E. (2021). Schermdiefje. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.

MEI 2021

550x606Heel af en toe krijg je een boek in handen en komen tegelijk de woorden ‘wauw’ en ‘ongezien’ spontaan in je op. Die eerste indruk wordt enkel bevestigd eens je ‘Machtige Min’ van naderbij bekijkt. Kleine Min woont samen met vier tantes in een piepklein huisje, helemaal achteraan in een tuin. Ze is onder de indruk van de stoere avonturen waarover haar tantes ’s avonds bij kampvuurlicht vertellen. Daarom ook trekt ze er op een nacht zelf op uit. Al snel wordt ze door een oehoe meegenomen, die haar vertelt over een gevaarlijk monster in de tuin dat voor chaos bij alle dieren zorgt. Min gaat de uitdaging aan om de dieren te helpen en weet op geheel eigen wijze het monster te temmen. Van dat moment af aan wordt het verhalenrepertoire van de tantes uitgebreid met het sterke verhaal van Machtige Min. Het sprookjesachtige verhaal charmeert door de dromen en heldendaden van een klein meisje dat met grote goesting de wereld wil ontdekken. Door haar kleine gestalte krijgen we het uitbundige bloeien van een tuin en zijn vele bewoners vanuit een bijzonder perspectief te zien. De show wordt daarbij gestolen door de kleurrijke illustraties van Melissa Castrillon die van bloemen en planten in de tuin overweldigende schouwstukken maakt.

Castrillon, M. (2021). Machtige Min. Amsterdam: Boycott.


550x579Chris Haughton is wereldbekend geworden met z’n innemende prentenboek ‘Mama kwijt’. Met een gelijkaardig recept maakte hij enkele andere prentenboeken die – hoewel verdienstelijk – het oorspronkelijke succes niet leken te kunnen evenaren. Gelukkig is er nu ‘Misschien’, Haughtons nieuwste prentenboek waarin hij zijn gekende ingrediënten weer ideaal weet te doseren.
Wanneer drie jonge apen door hun moeder hoog in de bomen worden achtergelaten met de boodschap ‘Wat jullie ook doen, ga NIET naar de mangoboom. Daar lopen tijgers.’ weet de geoefende lezer al dat hij die mangoboom vast nog wel te zien zal krijgen. De dynamiek op weg naar de mangoboom is al even hilarisch als herkenbaar. Beetje bij beetje overtuigen de jonge apen elkaar dat het ‘misschien’ toch niet zo erg is om enkel wat dichter te gaan … of om gewoon eens naar de boom te kijken … of om slechts één mango te plukken of … Zo worden grenzen stelselmatig verlegd en wordt de spanning mooi opgedreven tot – zoals de moeder voorspeld had – de tijgers daadwerkelijk verschijnen. Een spannende scene ontvouwt zich waarbij de drie waaghalzen ternauwernood aan de dood kunnen ontsnappen. Even later stemt het mama aap tevreden dat ze haar drie jongelingen ‘braaf’ terugvindt op de vertrouwde tak waar ze hen had achtergelaten. De verschrikte gezichten verraden het geheime avontuur dat de lezer ook kent. ‘Misschien’ hebben ze hun les nu geleerd …? Heerlijk verhaal met rood-blauwe illustraties die vooral dankzij de expressie van de drie kornuiten echt kostelijk zijn. En zo hebben we Haughtons succesrecept op z’n best: een herkenbaar, grappig, spannend, kleurrijk en expressief prentenboek dat gelezen en herlezen kan worden.

Haughton, C. (2021). Misschien. Haarlem: Gottmer.


9789002272929_lrMet de decennialange ervaring in het kinderboekenvak, hoeft het niet te verbazen dat Ed Franck en Thé Tjong-Khing met veel metier de vrienschapsverhalen van Panda en Eekhoorn weten uit te werken. In de zes korte verhalen over de twee vrienden passeren heel wat emoties de revue: ze zijn samen bang, maken ruzie, beleven plezier, missen elkaar, zijn nieuwsgierig … Het leven zoals het is dus in het bos waar Eekhoorn en Panda elkaar steeds opnieuw vinden. Jonge kinderen zullen zich goed kunnen inleven in de verhalen die hen vast ook op weg zullen helpen bij het benoemen van gevoelens. Zowel de taal als de illustraties zijn mooi in hun eenvoud.

Franck, E. (2021). Een vriend, wat is dat? Leuven: Davidsfonds/Infodok.


lou_en_lily_-_kriebeltenen-minKriebeltenen is het eerste prentenboek in een nieuwe reeks over het leven van twee kleuters, Lou en Lily. In dit verhaal heeft Lily nieuwe schoenen nodig. Ze mag van haar mama kiezen welke ze wil. Wauw! Lily begint meteen te dromen : wil ze schoenen met hakken, of dansschoenen of wandelschoenen of … ? Er is zoveel keuze! Samen met haar beste vriend probeert ze een hele reeks schoenen uit. Lou heeft snel gekozen, maar voor Lily is dat veel moeilijker … Een prettig verhaal dat mooi aansluit bij de interesses en de leefwereld van jonge kleuters.

Dieltiens, K. (2021). Lou en Lily. Kriebeltenen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


UnknownWeinig prentenboeken voor kleuters durven het aan om te spelen met de chronologie van het verhaal. ‘Er lag een trommeltje in het gras’ maakt tijdssprongen net tot centraal onderwerp door de levensloop van een kistje in beeld te brengen. Sebas koopt dat kistje op de rommelmarkt, maar het valt onderweg naar huis uit zijn fietszak. Zo komt het in het gras terecht. Op dat moment beginnen de sprongen in de tijd. Het kistje behoorde namelijk tevoren toe aan oma Lina bij wie het een hele geschiedenis kende die start in haar kindertijd in Afrika. Maar ook nadat het kistje in het gras terecht is gekomen, staat het nog een heel leven te wachten. Het verhaal toont de reis van een eenvoudig kistje, dat verbonden is met mensenlevens en tezelfdertijd mensenlevens verbindt. Jonge kinderen die graag verzamelen en hechten aan bijvoorbeeld speelgoed van hun ouders, zullen zich zeker herkennen in het bovendien door Sanne te Loo erg sfeervol geïllustreerde prentenboek. Auteur Edward Van de Vendel slaagt er alweer in om met weinig woorden een rijk en gelaagd verhaal uit te tekenen.

Van de Vendel, E. (2020). Er lag een trommeltje in het gras. Antwerpen: Querido.


869x1200‘Het fortuin van Fausto’ is vorig jaar al uitgegeven, maar we zijn zo enthousiast over het prentenboek dat we het met plezier hier alsnog onder de aandacht brengen. In het door Oliver Jeffers geïllustreerde en geschreven verhaal leren we de hebzuchtige Fausto kennen. Hij eigent zich zonder enige schroom achtereenvolgens een bloem, een schaap, een boom en een wei toe. Telkens voelt hij zich even tevreden met z’n nieuwe aanwinst, maar vervolgens heeft hij al snel een nieuwe verovering op het oog. Zijn hebzucht neemt doorheen het verhaal steeds grotere proporties aan: ook een bos en een meer moeten eraan geloven. Jeffers brengt de aanzwellende grootheidswaan prachtig in beeld met sobere illustraties die dankzij de witruimte en handig perspectiefgebruik het machtsvertoon versterken. Uiteindelijk breekt Fausto z’n tanden stuk wanneer hij de zee probeert te domineren … Noch het personage van Fausto, noch de uitgesproken waarden in het verhaal zijn nieuw, toch hoeft het geen betoog dat ook in 2021 de gedachte niet genoeg kan uitgedragen worden. Feit dat Jeffers erin slaagt die bevattelijk te maken voor kleuters en die bovendien in een erg mooie vorm heeft verwerkt overtuigt eens te meer. Je kan de Engelstalige versie volledig bekijken via volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=hB9_7r0Wjrg.

Jeffers, O. (2020). Het fortuin van Fausto. Utrecht: De Fontein.


847x1200Het mysterie van de verdwenen sokken is een wereldbekend fenomeen. Hoewel we doorgaans sokken per twee dragen, lijken er in de wasmachine telkens exemplaren op onverklaarbare wijze te verdwijnen. Waar zijn die toch naartoe? Justyna Bednarek heeft een verhalenbundel geschreven waarin ze het wel en wee van 10 van die verdwenen sokken in kaart brengt. Gedreven door de onderzoeksdrang van kleine Bee, leren we de levensloop van uiteenlopende sokpersonages kennen. Daarbij laat de auteur haar fantasie de vrije loop: de sokken worden zelfs filmster en detective. De illustraties zijn al even prettig, kleurrijk en fantasierijk als de opzet van de bundel. Met deze verhalenbundel haal je dus complexloos voorleesplezier in huis, waar je meerdere dagen zoet mee bent.

Bednarek, J. (2020). Het grote voorleesboek over verdwenen sokken. Amsterdam: Volt.


1200x1200Het meisje op de cover viert binnenkort haar verjaardag. Daar hoort een nieuwe outfit én een kappersbeurt bij. Onderweg naar het kapsalon zien we al talloze coupes de revue passeren. Eens in de kappersstoel wordt het register helemaal opengetrokken: terwijl het meisje in een boekje kijkt, overschouwt ze ook de brede keur aan kapsels die haar vrienden en familieleden hebben uitgekozen. De keuze is eindeloos! Zou ze kiezen voor vlechtjes, knotjes, een stoere high fade of krullen? Wil ze haar haar kort of lang, verkiest ze een brede of een smalle coupe? Als lezer sta je versteld van de mogelijkheden, wat echt een kracht is van dit boek: de makers slagen erin om met het alledaagse onderwerp tot de verbeelding te spreken. Ze trekken je wereld open en verbreden je blik. Jonge kleuters – die wel vaker gefascineerd zijn door haar en kapsels – zullen vast hun gading vinden in dit prettige verhaal. Het jonge meisje kiest uiteindelijk voor een natuurlijke look? Wat verkies jij?

Lee, H. (2020). Mijn haar! Antwerpen: Pelckmans.


550x650Het uitgangspunt van dit verhaal is een situatie die we allemaal wel kennen: aan het einde van een gezellig etentje, volgt de confrontatie met een grote stapel afwas. Om de beurt haalt ieder van de elf vrienden een reden aan waarom hij/zij het opruimwerk niet kan leveren. Het werk wordt doorgeschoven tot een enorme stapel bij Bij terechtkomt … Zoals de titel het al weggeeft, biedt ‘Kleintje’ heel wat wiskundige kansen. De eerste met een excuus – Beer – is namelijk ook de grootste in het gezelschap en de laatste – Bij – is de kleinste. De kleurrijke prenten van Barbara De Wolf in – haar ondertussen al erg herkenbare – collagestijl brengen het verhaal op een prettige manier in beeld. Benieuwd welke wiskundige geesten een oplossing voor dit probleem kunnen bedenken? Je kan de auteur alvast aan het werk zien via volgende link:

De Wolf, B. (2020). Kleintje. Amsterdam: Ploegsma.


HenryWanneer Henry vanuit z’n steriel witte woonkamer naar de prachtige natuur buiten kijkt, krijgt hij het idee om wat van die natuurlijke schoonheid in huis te halen. Hij begint bescheiden met een houten tafel en stoelen, maar heeft al snel de smaak naar meer te pakken. Terwijl hij bladzijde na bladzijde zijn kamer verder aankleedt, ziet de lezer het uitzicht stelselmatig verschralen. Daarenboven passen zijn vrienden dezelfde methode toe, omdat ze zijn huis werkelijk prachtig vinden. De natuur ziet er stilaan even kil en kaal uit als Henry’s kamer aan het begin van het verhaal. Hoewel de boodschap hier erg duidelijk is, wordt het boek nergens moraliserend. Daar dragen zonder twijfel de stijlvolle illustraties in rood en groen toe bij. De vormen van de meubels laten dezelfde leemtes achter in de natuur, wat een kijkspel uitlokt dat het ernstige onderwerp meteen ook wat lichter maakt. De uitsnijdingen versterken het contrast tussen de binnen- en buitenwereld van Henry, die uiteindelijk besluit naar de ruimte te trekken om met een schone lei te kunnen starten. Hij is vastberaden z’n adembenemende uitzicht te behouden, maar zal hem dat ook lukken? Jacques en Lise hebben stilaan een eigen recept: hun prentenboeken bevatten veelal open eindes die jonge kinderen aan het denken durven te zetten. De tekst is spaarzaam, maar ontlokt altijd interactie met wat er in de tekeningen te zien valt. De suggestieve prenten in een beperkt aantal kleuren trekken telkens een herkenbare en tegelijk eigen wereld op. Met ‘Henry’ hebben de jonge illustratoren in elk geval hun recept mooi uitgebalanceerd.

Jacques & Lise (2020). Henry. Kalmthout: Pelckmans.


550x764Hoe zou je je gedragen wanneer je op een dag wakker wordt en een aapje blijkt te zijn?! Zou je nog stil willen zitten, welk eten zou je willen en hoe moet het dan als er in de klas een verhaal wordt voorgelezen? Dit is het uitgangspunt van het leuk geïllustreerde prentenboek met korte stukjes tekst tussen de illustraties. Elk kind gedraagt zich wel eens als een aapje. Elk kind is wel eens moe en wil dan – net zoals het aapje in dit boek – echt niks meer. De manier waarop auteur en illustrator samenwerken om het kind dat een aapje is geworden, in beeld te brengen, zorgt voor een hoge mate van herkenbaarheid en zal ongetwijfeld doen glimlachen omwille van de vele apenstreken. Een dynamisch prentenboek zowel op het vlak van de tekst, de lay-out en de illustraties in heldere kleuren.

 Baldinucci, L. (2020). Een dag vol APENSTREKEN. Hasselt-New York-Amsterdam: Clavis.


550x546 ‘Ukkie’ heeft haar naam niet gestolen: ze is namelijk de allerkleinste van een kudde jaks en dat bevalt haar allerminst. Ukkies moeder maant haar aan tot geduld, maar Ukkie wil zo snel als mogelijk groot zijn! Ze probeert snel te groeien door veel te lezen, te sporten en te eten, maar niets lijkt te helpen. Tot Ukkie ontdekt dat grootsheid niet bepaald een kwestie van gestalte is … In een noodsituatie wordt Ukkie net omwille van haar kleine gestalte de held van de kudde. Het verhaal is – hoewel lichtjes voorspelbaar – herkenbaar voor kleuters en kan als uitgangspunt dienen om rond talenten te werken. Maar het zijn vooral de heerlijke illustraties van Kate Hindley die de show stelen! De grijze en helblauwe tinten nemen de lezer mee op reis naar ijskoude bergtoppen, die mooi contrasteren met de warme en gemoedelijke sfeer in de kudde jaks. De logge dieren weten echt te charmeren met hun kleurrijke mutsen en expressieve lichaamstaal. Bovendien zorgde Bette Westera er als vertaler voor dat de rijmende tekst nooit geforceerd aanvoelt.

Fraser, L. (2020). Ukkie. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


doe_die_deur_dicht-minHoewel op het eerste gezicht de sfeer van een brasserie uit de jaren 50 eerder iets lijkt wat jonge ouders kan aanspreken, slaagt Koen Van Biesen er in zijn nieuwe prentenboek in om een humoristisch verhaal te brengen waar kleuters vast ook plezier aan zullen beleven. De cover van het prentenboek verbeeldt een deur die de lezer opentrekt aan het begin van het verhaal. Een sticker op die deur waarschuwt nochtans: ‘mensen niet toegelaten’. En zo brengt de lezer het verhaal zelf op gang … Twee honden zitten in ‘Brasserie Bulldog’ rustig te lezen en te werken tot er ergernis ontstaat over de deur die bij dit hondenweer opengelaten wordt. Hoewel de aanvang erg herkenbaar is, worden de gevolgen van die open deur hoe langer hoe surrealistischer. De illustraties met collagetechniek in bruintinten doen wat retro aan en zullen kleuters zeker aanspreken dankzij hun expressiviteit en de brede keur aan hondenrassen die de revue passeren. Daarnaast heeft Van Biesen ook heel wat taalhumor verweven in het verhaal. Zo bericht ‘Het Algemeen Wafblad’ over het weer om geen hond door te jagen en kan de tekst die in de brasserie ophangt – ‘Duik eens in een boek’ – steeds letterlijker opgevat worden. We zijn er zeker van: ook jij zal helemaal ‘in dit verhaal’ geraken.

Van Biesen, K. (2020). Doe die deur dicht. Wielsbeke: De Eenhoorn.


550x425Een hele reeks dieren is samen op weg naar hun nieuwe huis. Dat huis ligt volgens de pijl op de cover 4 meter verder, net zo lang als deze bijzonder mooi uitgegeven leporello in uitgevouwen versie. Een elastiek achteraan houdt het geheel samen, waardoor je het boek ook kan lezen wanneer je niet meteen 4 meter ter beschikking hebt. Ondanks de beperkte afstand hebben de dieren duidelijk keuzes moeten maken, want ze verhuizen enkel wat ze kunnen dragen. Dat leidt tot grappige beelden van onder andere een neushoorn met een auto in z’n nek, flamingo’s met sokken over hun kop en een stinkdier dat tactisch de kluis weet te beschermen, terwijl een konijn die voorttrekt. Van den Heuvel heeft een fijnzinnige tekenstijl die de ogen moeiteloos naar de details in de tekeningen leidt. Toch schuilt de climax van het verhaal niet in de details, maar moet je daarvoor bij de poten van het dier zijn dat zo groot is, dat het niet om de pagina’s past … Een leporello is sowieso een bijzondere ontdekking voor jonge kinderen, de dierenstoet met allerlei geestige details zal dat ongetwijfeld ook zijn.

Van den Heuvel, P. (2020). De verhuisdieren. Haarlem: Gottmer.