Nieuw in de boekhandel

Herfst 2020

IMG_4829Mies van Hout is erin geslaagd via een beknopte tekst een verhaallijn op te zetten. Die wordt volledig gedragen door de kleurrijke illustraties in collagetechniek. Het boek start met een kind dat ernaar verlangt een vlinder te zijn. De vlinder op zijn beurt verlangt ernaar een wandelende tak te zijn. De wandelende tak verlangt ernaar… Zo gaat dit cirkelverhaal maar door tot we uiteindelijk terug aanbelanden bij het kind. De libelle wil zo graag een kind zijn. Bovendien willen de dieren niet zomaar in iemand anders veranderen. Iedereen heeft zijn persoonlijke redenen om iemand anders te willen zijn. Zo wil het vuurvliegje heel graag een bij zijn want dan kan ze gezellig alles samen met anderen doen; zo wil de spin graag een lieveheersbeestje zijn want niemand vindt lieveheersbeestjes eng. Kortom: iedereen heeft wel verlangens en je mag daar best wel even bij blijven stilstaan. Mies van Hout illustreert op haar eigen vrolijke en onnavolgbare manier waardoor een prentenboek van haar hand je al bij het zien van de cover blij maakt. Het verhaal kan echt wel aanleiding geven tot eerder filosofische gesprekken met kleuters. Suggesties voor andere verwerkingsmogelijkheden krijg je op de website van de auteur zelf: miesvanhout.nl.
Wil je kort kennismaken met de auteur-illustrator kijk dan even naar een interview op youtube:

Van Hout, M.(2020). Was ik maar. Hoorn: Hoogland en Van Klaveren.


IMG_4830Hans en Monique Hagen wagen zich met ‘Daar ben je’ aan een nieuw concept. Ze schreven 12 versjes bij de eerste 12 levensmaanden van een baby. Terwijl je leest over luiers verschonen, wiegen voor het (niet) slapen gaan, samen in bad gaan, honger en dorst zie je in de illustraties de seizoenen verstrijken. De klassieke illustraties van de hand van Charlotte Dematons verbeelden op een heel herkenbare manier de zorgen en geneugten van het leven met een baby in huis. Ze wisselt de kleine binnenwereld van de kinderkamer af met de wijde buitenwereld waar plaats is voor dromen en verwachtingen. De versjes zijn ook vormelijk op maat van de allerjongsten gesneden. Ze spreken baby’s toe in een ritmische taal met veel klankspel, die jonge oortjes ook zal aanspreken. Het plezierigste is zonder twijfel dat wie voor een baby zorgt de versjes dagelijks kan opzeggen bij het uitvoeren van rituele handelingen. Het vertrouwde van de herhaling en de speelsheid van de muzikale versjes zullen de momenten eens zo kostbaar maken. ‘Daar ben je’ is een mooi geboortegeschenk voor jonge (groot)ouders, maar kan zeker ook in het kleuteronderwijs dienen om het populaire onderwerp te begeleiden.

Hagen, H. & M. (2020). Daar ben je. Amsterdam: Querido.


IMG_4831Dit gloednieuwe prentenboek van Mark Janssen is een plezier om in handen te hebben. Het is groot uitgegeven met gouden letters op de cover en indrukwekkende illustraties verspreid over dubbele pagina’s binnenin. Een terechte keuze van de uitgeverij, want in dit boek stelen vooral de illustraties de show. Ze begeleiden elf bekende sinterklaasliedjes, waarin nergens sprake is van Zwarte Piet. Een prettig extraatje is dat je de liedjes via een Spotify-lijst kan beluisteren. Het bijzondere van dit boek schuilt in hoe de donkere kleuren van de winternacht van 5 op 6 december contrasteren met het licht van de straatlantaarns, de pakjeswinkel, de maan en de gezellige woonkamers. Zo verbeeldt Janssen het authentieke gevoel van de sinterklaastraditie: warmte, gezelligheid en vrijgevigheid net in een periode waarin de dagen killer en donkerder worden. Zeker anno 2020 is de waarde daarvan niet te onderschatten.

Janssen, M. (2020). Sinterklaasliedjes. Rotterdam: Lemniscaat.


IMG_4832Toermalijn is een ongezien prachtige prinses. De verhalen over haar schoonheid en haar bijzondere ogen met verschillende kleuren – net als de edelsteen waar ze naar genoemd is – zijn wereldwijd bekend. Tragisch genoeg wordt haar schoonheid niet gezien, omdat ze gevangen zit in een afgelegen en donkere torenkamer. Dappere ridders, die elk ook de naam van een edelsteen dragen, vanuit alle hoeken van de wereld bestijgen hun paard om Toermalijn te bevrijden. Niet toevallig waagt eerst ridder Robijn zijn kans en krijgen we daarna de oranje ridder Kornalijn in beeld. Fatinha Ramos verbeeldt stelselmatig de indrukwekkende kleurenrijkdom van de edelstenen terwijl we worden geconfronteerd met de beperkingen van de ridders. Hoe dapper ze zichzelf ook noemen, ze geraken elk om een andere reden niet tot aan de veelbelovende torenkamer. Uiteindelijk komt de redding uit onverwachte hoek. Zwarte ridder Onyx overwint alle obstakels en kan Toermalijn bevrijden. De grote regenboog die de kleuren van de gevallen ridders bij elkaar brengt en hier ook verwijst naar de liefde tussen de prinses en de vrouwelijke ridder, zet de boodschap naar ons aanvoelen wat te expliciet in de kijker, maar daar zullen jonge lezers zich niet over bezorgen. En gelukkig maar, want met Toermalijn heeft onze boekenmarkt er een prachtig geïllustreerd ridderverhaal bij. Bekijk een interview met Fatinha Ramos over het boek via de website van de VRT: https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/boekenmarathon/10-november/boekenmarathon-s10-novembera1/

Cali, D. (2020). Toermalijn. Wielsbeke: De Eenhoorn.


IMG_4833Kleine en Grote Beer hebben het goed samen. Net voor hun winterslaap beramen ze enthousiast plannen die ze in de lente samen zullen uitvoeren: pannenkoeken bakken, spelletjes spelen, liedjes zingen, een boomhut bouwen … De heerlijke vooruitzichten vervullen de harten van beide beren net voor ze in slaap vallen. Wanneer Kleine Beer in het voorjaar wakker wordt, is zijn grote vriend er niet meer. De verbijstering en het verdriet zijn erg groot, maar gelukkig is Kleine Beer omringd door een groep vrienden die alles in het werk stelt om hem op te beuren. Dat lukt de ene keer al beter dan de andere. De eenvoudige verhaallijn brengt goed in beeld hoe gemis soms licht, maar af en toe plots ook erg zwaar kan vallen. De illustraties stralen daarbij vooral veel warmte uit. De verschillende dieren omringen doorheen het hele verhaal Kleine Beer terwijl de kleuren de seizoenen en gevoelens volgen. ‘Warme melk met honing’ geeft de lezer wat de titel belooft: zoete en warme troost in donkere en kille dagen. In onderstaand filmpje vertelt Frank Daenen zelf over het boek.

Daenen, F. (2020). Warme melk met honing. Wielsbeke: De Eenhoorn.


HenryWanneer Henry vanuit z’n steriel witte woonkamer naar de prachtige natuur buiten kijkt, krijgt hij het idee om wat van die natuurlijke schoonheid in huis te halen. Hij begint bescheiden met een houten tafel en stoelen, maar heeft al snel de smaak naar meer te pakken. Terwijl hij bladzijde na bladzijde zijn kamer verder aankleedt, ziet de lezer het uitzicht stelselmatig verschralen. Daarenboven passen zijn vrienden dezelfde methode toe, omdat ze zijn huis werkelijk prachtig vinden. De natuur ziet er stilaan even kil en kaal uit als Henry’s kamer aan het begin van het verhaal. Hoewel de boodschap hier erg duidelijk is, wordt het boek nergens moraliserend. Daar dragen zonder twijfel de stijlvolle illustraties in rood en groen toe bij. De vormen van de meubels laten dezelfde leemtes achter in de natuur, wat een kijkspel uitlokt dat het ernstige onderwerp meteen ook wat lichter maakt. De uitsnijdingen versterken het contrast tussen de binnen- en buitenwereld van Henry, die uiteindelijk besluit naar de ruimte te trekken om met een schone lei te kunnen starten. Hij is vastberaden z’n adembenemende uitzicht te behouden, maar zal hem dat ook lukken? Jacques en Lise hebben stilaan een eigen recept: hun prentenboeken bevatten veelal open eindes die jonge kinderen aan het denken durven te zetten. De tekst is spaarzaam, maar ontlokt altijd interactie met wat er in de tekeningen te zien valt. De suggestieve prenten in een beperkt aantal kleuren trekken telkens een herkenbare en tegelijk eigen wereld op. Met ‘Henry’ hebben de jonge illustratoren in elk geval hun recept mooi uitgebalanceerd.

Jacques & Lise (2020). Henry. Kalmthout: Pelckmans.


zeeHet werk van Britta Teckentrup is zowel in kwantiteit als in kwaliteit indrukwekkend. Hoewel ze aan een erg hoog tempo prentenboeken publiceert, lijken die helemaal niet onder dat tempo te lijden. Ook ‘Zee’ is weer een parel van een prentenboek om naar te kijken. Teckentrup neemt je mee in de wondere onderwaterwereld van zeepaardjes, dolfijnen en allerhande kleurrijke vissen. Als lezer lijk je diep in de zee te zwemmen en leer je gaandeweg de wereld wat beter kennen. De uitsnijdingen moedigen jonge kinderen vast en zeker aan aan om de rijkdom van de zee verder te ontdekken. De bijhorende rijmende tekst bevat telkens wat extra informatie over de dieren en hun omgeving. ‘Zee’ is zo een mooi en informatief prentenboek op maat van kleuters geworden.

Teckentrup, B. (2020). Zee. Amsterdam: Fontaine Uitgevers.


SamenAxel Scheffler is – vooral dankzij zijn bekendste figuur ‘De Gruffalo’ – een wereldberoemde kinderboekenillustrator. Vorig jaar gebruikte hij zijn naam en faam om de non-profitorganisatie ‘Three Peas’ te ondersteunen. Hij nam het initiatief om ‘Samen’ uit te geven, een prentenboek waarvan een deel van de opbrengst gaat naar de organisatie die vluchtelingen uit oorlogsgebieden ondersteunt. Dit jaar werd het prentenboek ook in het Nederlands uitgegeven en daar kunnen we niet anders dan blij om zijn. Het uitgangspunt is erg aantrekkelijk: niet minder dan 38 topillustratoren van over heel de wereld hebben elk verbeeld op welke manier je zachtaardig kan omgaan met anderen. In de indrukwekkende namenlijst bespeuren we ook onze eigenste Ingrid Godon en Gerda Dendooven. De suggesties in het boek zijn even eenvoudig als wezenlijk voor een warme samenleving: van lachen naar elkaar, over helpen als iemand in problemen zit tot iedereen hartelijk groeten. De rijke illustraties zijn een lust voor het oog terwijl de ideeën de lezers aanmoedigen om er samen wat van te maken. Aanrader!

Scheffler, A. e.a. (2020). Samen. Rotterdam: Lemniscaat.


virussenHet coronavirus is niet meer uit ons leven weg te denken. Hoezeer we het ook anders zouden willen, onvermijdelijk heeft het virus ook effect op jonge kinderen. Daar spelen verschillende uitgeverijen handig op in, want vandaag liggen er al verschillende boeken rond het onderwerp in de boekhandel.  ‘Het geheime leven van virussen’ is een uitgebreid geïllustreerd informatief prentenboek dat de werking van virussen voor kinderen bevattelijk wil maken. Het vertelt over verschillende virussen, hun werking en zelfs hun geschiedenis. Prettig is dat de informatie door een virus zelf gegeven wordt en dat er ook aandacht is voor sterke virussen waar je niet ziek van kan worden. Die elementen houden – samen met de kleurrijke illustraties – het gevoel van dreiging wat uit het boek. De inhoud gaat met momenten het kleuterniveau ver te boven. Toch willen we dit boek aanraden omwille van enkele prenten die heel helder in beeld brengen hoe virussen zich verspreiden en hoe wij er in het dagelijkse leven mee kunnen omgaan. Die prenten maken het veelbesproken onderwerp bevattelijk én vormen een goed uitgangspunt om er met kleuters over in gesprek te gaan.

Colectivo Ellas Educan & Tolosa Sisteré, M. (2020). Het geheime leven van virussen. Antwerpen: Van Halewyck.


Blauwen tegen RooienDe broers Blauwbaard en Roodvonk zijn al jarenlang beduchte tegenstanders. De strijdvaardige kreten van hun ridders liegen er niet om: ‘Blauw is goed! Rood moet dood!’ en ‘Rood is groot! Blauw moet dood!’ De kloof tussen hun twee burchten lijkt onoverbrugbaar. Wanneer de blauwen en de rooien op een ochtend de vallei betreden om voor de zoveelste keer hun moordlustige plannen waar te maken, komen de blauwen een zwart riddertje en de rooien een groen riddertje tegen. De jonge veroveraars nodigen elk een groep ridders uit om mee te spelen met hun bosspel. Nostalgische herinneringen naar hun eigen kindertijd maken dat de ridders ingaan op de uitnodiging van de kinderen om hen naar de overwinning te helpen. De plezierige strijdvaardigheid van kinderen tijdens een bosspel komt in schril contrast te staan met de agressieve bloeddorstigheid van de rooien en de blauwen. Het spel leidt de boze ridders helemaal af van hun oorspronkelijke plannen. De volgende dag hebben ze zelfs meer zin in nog een spel dan in een nieuw gevecht. ‘De blauwen tegen de rooien’ is zonder twijfel een verfrissend prentenboek. Het verhaal bevat de stoere elementen van een klassiek ridderverhaal, maar heeft ook onverwachte wendingen die nergens belerend worden. Illustrator Benjamin Leroy heeft zich duidelijk helemaal kunnen uitleven. De dynamisch geïllustreerde ridders en de donkere vallei ogen gevaarlijk terwijl de dravende tekst de adrenaline verder aanwakkert. De frisse kleuren en het naïeve staartenspel van de jonge spelers zorgen voor evenwicht. Een prettig voorleesverhaal!

Leroy, B. (2020). De blauwen tegen de rooien. Haarlem: Gottmer.


Ik wil naar schoolVlegeltje heeft totaal geen zin om samen met de andere kuikens voor de eerste keer naar school te gaan. Terwijl de anderen al klaarzitten bij juf Ooievaar op de takken van een boom, blijft Vlegeltje nog gezellig warm in zijn ei zitten. De dreiging van een heleboel onbekende kinderen en een nieuwe omgeving zijn allicht voor heel wat toehoorders herkenbaar. Gelukkig doorloopt Juf Ooievaar stap voor stap de belevenissen van een schooldag. Stilaan merkt Vlegeltje vanuit zijn ei dat er niets is om bang voor te zijn … De tekst biedt een nogal droge weergave van een klasdag, maar de illustraties van de verschillende vogelsoorten zijn echt hartverwarmend. Een ideaal prentenboek dus om met kinderen te bespreken wat naar school gaan eigenlijk betekent. Zwijsen zou niet de educatieve uitgeverij zijn zoals we die kennen als er niet enkele ondersteunende materialen bij het boek waren ontwikkeld. Op de website kan je bij het prentenboek een kleurplaat en een bingoblad voor de eerste schoolweek downloaden. Vooral dat laatste biedt mogelijkheden om vertrouwen te creëren bij de kinderen. Klik hier voor meer informatie.

Kromhout, R. (2020). Ik wil niet naar school. Antwerpen: Zwijsen.


Zomer 2020

550x830Heertje en Meneertje zijn twee mensachtige figuurtjes die met elkaar bevriend zijn, maar ze hebben een groot verschilpunt: de ene houdt van hoogtes, de ander van dieptes. Dus willen ze ook elk hun eigen woning, de ene hoog in de lucht, de ander diep onder de grond. Het bouwen van hun woning start met het opzetten van een bouwkeet waarvan ze bij elke eetpauze gebruik maken. Maar die pauzes duren nooit lang want ze hebben veel werk! Op een dag gebeurt het: de huizen zijn klaar. Daar zitten ze nu, elk in hun eigen huisje en hoe langer dat duurt hoe eenzamer ze zich voelen … Op de prachtige illustraties zie je Heertje en Meneertje zich letterlijk in alle mogelijke houdingen wringen om een oplossing te bedenken. En die komt er… Prachtig verteld en geïllustreerd verhaal met een rijk taalgebruik en met een thematiek gericht op kleuters en leerlingen van de eerste graad basisschool. De vraag ‘waarvan hou jij het meest: de hoogte of de diepte?’ is de rode draad doorheen het verhaal dat in wezen handelt over de betekenis van vriendschap. Die betekenis mag de lezer/toehoorder zelf helemaal invullen zonder een moraliserend vingertje van de auteur. Gelukkig maar!

Van Os, E. en E. Van Lieshout. (2020). Heertje en Meneertje. Amsterdam: Rubinstein bv.


550x572Dit duidelijk geïllustreerde boek in heldere kleuren vertelt alles over het leven van een mierenkolonie en van de individuele mieren daarin. Ik geef enkele voorbeelden van de manier waarop dit boek is opgebouwd. Onder een duidelijke tekening van ‘een mier’ staat een kort zinnetje: ‘Dit is een mier’. Op de rechterbladzijde wordt dit zinnetje zo’n 20 maal herhaald en zie je telkens diezelfde mier iets doen: ze draagt een blad of een bes, veel groter dan zijzelf, ze knabbelt aan een felroze donut, ze sleurt samen met andere mieren een kleurpotloodje naar het nest, … Op andere bladzijden kom je bv. alles te weten over taken en gewoontes van mieren, over het ontstaan en de opbouw van een ‘mierenmaatschappij’, over het gewicht van alle mieren op aarde (Dat is ongeveer hetzelfde is als het gewicht van alle mensen op aarde.). Het allerbelangrijkste lijkt me echter dat het boek sympathie opwekt voor de mier die nu niet meteen het meest geliefde diertje is bij de mensen. Door de manier waarop geschreven en geïllustreerd is – vaak met veel humor – krijgt de lezer inzicht in het leven van mieren en in hun belang voor het milieu en dus ook voor de mens. Aanrader.

Bunting, P. (2020) De wereldse wijsheid van mier. Amsterdam: Condor.


550x713Het concept van dit ‘informatieve’ boek is wel heel bijzonder. De instructies om er op de juiste manier mee aan de slag te gaan vind je op een eerder cryptische manier verwoord op de achterflap:

“Het boek
1. Je merkt het op
2. Je neemt het vast
3. Je opent het
4. Je leest het!”

Het boek is met andere woorden een kijkboek, dat je steeds opnieuw kunt opnemen, openen en dan erin kijken of lezen. Elke rechterbladzijde van het boek is verdeeld in 4 gelijke vakken waarop een gebeurtenis of het verloop van iets in beeld wordt gebracht. Het zijn gestileerde, realistische illustraties in heldere kleuren. Op elke linkerbladzijde staan puntsgewijs 4 korte zinnetjes in witte letters tegen een zwarte achtergrond die diezelfde gebeurtenis of datzelfde verloop van iets onder woorden brengen. Belangrijk is bij elke gebeurtenis de tijd waarbinnen die zich afspeelt. Dat kan kort zijn bv. een vogel die zijn nest bouwt, een haas die voorbij rent, … maar ook lang bv. van ei tot vlinder. Toch krijgt elke gebeurtenis telkens die zelfde vier stappen en vakken toegemeten. Sommige gebeurtenissen krijgen verderop in het boek een vervolg bv. de slak die verdergaat of terugkomt of de klaproos die uiteindelijk verwelkt. Op die manier ontstaat er een eerste aanvoelen bij kinderen van de relativiteit van de tijd. Het boek fascineert door zijn origineel concept, door het verbeelden van het moeilijke begrip ‘tijd’ en door het feit dat je goed moet kijken om soms minimale veranderingen op te merken.

Gervais, B. (2020). In 4 stappen. Amsterdam: Van Goor.


550x764Hoe zou je je gedragen wanneer je op een dag wakker wordt en een aapje blijkt te zijn?! Zou je nog stil willen zitten, welk eten zou je willen en hoe moet het dan als er in de klas een verhaal wordt voorgelezen? Dit is het uitgangspunt van het leuk geïllustreerde prentenboek met korte stukjes tekst tussen de illustraties. Elk kind gedraagt zich wel eens als een aapje. Elk kind is wel eens moe en wil dan – net zoals het aapje in dit boek – echt niks meer. De manier waarop auteur en illustrator samenwerken om het kind dat een aapje is geworden, in beeld te brengen, zorgt voor een hoge mate van herkenbaarheid en zal ongetwijfeld doen glimlachen omwille van de vele apenstreken. Een dynamisch prentenboek zowel op het vlak van de tekst, de lay-out en de illustraties in heldere kleuren.

 Baldinucci, L. (2020). Een dag vol APENSTREKEN. Hasselt-New York-Amsterdam: Clavis.


550x546 ‘Ukkie’ heeft haar naam niet gestolen: ze is namelijk de allerkleinste van een kudde jaks en dat bevalt haar allerminst. Ukkies moeder maant haar aan tot geduld, maar Ukkie wil zo snel als mogelijk groot zijn! Ze probeert snel te groeien door veel te lezen, te sporten en te eten, maar niets lijkt te helpen. Tot Ukkie ontdekt dat grootsheid niet bepaald een kwestie van gestalte is … In een noodsituatie wordt Ukkie net omwille van haar kleine gestalte de held van de kudde. Het verhaal is – hoewel lichtjes voorspelbaar – herkenbaar voor kleuters en kan als uitgangspunt dienen om rond talenten te werken. Maar het zijn vooral de heerlijke illustraties van Kate Hindley die de show stelen! De grijze en helblauwe tinten nemen de lezer mee op reis naar ijskoude bergtoppen, die mooi contrasteren met de warme en gemoedelijke sfeer in de kudde jaks. De logge dieren weten echt te charmeren met hun kleurrijke mutsen en expressieve lichaamstaal. Bovendien zorgde Bette Westera er als vertaler voor dat de rijmende tekst nooit geforceerd aanvoelt.

Fraser, L. (2020). Ukkie. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


550x687Heel weinig tekst maar des te meer wervelende illustraties waarop van alles te ontdekken valt. Dat is zo wat de samenvatting van dit boek waarin het hoofdpersonage, Nina, ons laat kennismaken met haar favoriete plek, junglestad. Het is een stad waar vroeger mensen moeten geleefd hebben – zo valt op te maken uit de illustraties – maar waar de natuur het al een tijdje terug overgenomen heeft. Daar telt Nina ook veel vrienden onder de dieren. Bij hen kan ze haar verhalen kwijt: over het heelal, over oude beschavingen, poëzie, … De verschillende diersoorten hebben zo hun voorkeur, maar het is wel duidelijk dat verhalen kracht hebben. Als lezer/toehoorder is er veel ruimte om zelf in te vullen, zelf te ontdekken en de magie van die wonderlijke plek tot leven te laten komen. Die magie wordt nog versterkt door de pagina-opmaak: geprinte tekst als stempels, zoveel door elkaar heen schuivende kleurvlakken, een boel dingen die je maar bij nader toekijken ontdekt. Bijzonder mooi en inspirerend prentenboek van uitgeverij Boycott.

Negrescolor, J. (2019). Dierenstad. Amsterdam: Boycott Books.


550x611Op een dag klopt een beer op zoek naar een woonplaats aan bij een klein jongetje. Dat wijst hem de deur. Maar de beer komt terug met zijn vriend Flamingo. Het jongetje stuurt hen weg. Maar de beer komt terug. Het jongetje doet of hij niet thuis is. Dan dringt de beer het huis binnen via de schoorsteen. ‘En nog een keer!’ staat er een aantal keren  in het boek want de beer blijft komen. Uiteindelijk is het jongetje dat al geïrriteerd is, het echt beu. Hij roept tegen de beer dat hij moet ophouden met terug te keren en naar huis moet gaan. Dat gebeurt. Maar vreemd genoeg begint het jongetje dat eerst opgelucht is, de beer steeds meer te missen. Hij mist de beer zo hard, dat hij een zoekactie opzet, bessen klaar zet aan de deur, posters ophangt, kortom alles doet om toch de beer maar terug te zien. Zonder resultaat! Het jongetje is bedroefd en doet de deur dicht. Dan gaat de bel … Sfeervol boek waarin vooral het kleurgebruik in de illustraties de stemming van de verschillende personages erg duidelijk maakt. Mede daarom kunnen kleuters dit boek ook erg gemakkelijk zelf ‘lezen’.

Sauer, T. (2018). Beer is er weer. Amersfoort: Flamingo.


550x728Onder de titel Panda en Eekhoorn, brengen Ed Franck en Thé Tjong-Khing (illustrator) 6 voorleesverhalen over verschillende aspecten van vriendschap samen. Beide heren zijn niet aan hun proefstuk toe – Thé Tjong-Khing weet ondanks zijn hoge leeftijd van geen ophouden en Ed Franck heeft al een heleboel boeken voor alle leeftijdsgroepen bij elkaar geschreven. Doorheen het boek merk je dat beide heren elkaar goed aanvoelen waardoor tekst en illustraties ook mooi samengaan. Hoewel bij verhalen over vriendschap het moraliserend vingertje gemakkelijk dreigt, bezondigt Franck zich daar niet aan. In een sober, poëtisch taalgebruik met zinnen van niet meer dan 10 woorden en veel rechtstreekse dialogen (heerlijk om voor te lezen!) slaagt de auteur erin de essentie van vriendschap in woorden te vatten. Natuurlijk komt ook ruzie aan bod, want kinderen (en volwassenen) weten maar al te goed hoeveel pijn ruzie met een vriend kan doen. Maar uiteindelijk komt het dan toch weer goed tussen Panda en Eekhoorn. Het sobere taalgebruik to-the-point zet ook aan tot nadenken over moeilijke begrippen als eerlijkheid, verdriet, eenzaamheid, tijd en traagheid, … Dit mooi uitgegeven boek – zie je de coverillustratie dan ben je ongetwijfeld al verkocht – is meer dan de moeite waard om in huis te halen en kinderen vanaf 4 jaar te laten kennismaken met de warmte van echte vriendschap.

Franck, E. (2020). Panda & Eekhoorn. Leuven: Davidsfonds-Infodok.


550x552‘Op een dag kwam er een raar dier aan. Hij zag er stoffig, moe, verdrietig en bang uit. Hij had een grote koffer bij zich.’ Zo begint dit ogenschijnlijk eenvoudige boek dat het thema vreemdeling/vluchteling – een thema dat uit onze maatschappij niet meer weg te denken valt – voor jonge kinderen behapbaar maakt. Het rare groen-blauwe dier ontmoet drie andere dieren: een Vos, een Haas en een Kip, die alleen maar vragen stellen over zijn koffer. In de vreemdeling zelf lijken ze niet geïnteresseerd. Het antwoord van de vreemdeling – in de koffer zit een theekopje, een tafel, een stoel en een huis met zicht op zee – wordt als leugenachtig gebrandmerkt. Van zodra de erg vermoeide vreemdeling in slaap valt, breken de drie – Haas protesteert wel even dat het niet hun koffer is – zijn koffer open en vinden een theekopje en een foto waarop het huis met zicht op zee, de stoel en de tafel te zien zijn. Deze confrontatie opent Vos, Haas en Kip de ogen. Ze begrijpen dat ze echt te ver zijn gegaan door te snuffelen in iemands bezittingen en de koffer stuk te maken. Dat willen ze terug goed maken. Gelukkig maar want wanneer de vreemdeling wakker wordt, voelt die alleen maar ongeloof tot … Hoewel de boodschap van dit verhaal echt nergens uitdrukkelijk aan bod komt, zorgt het samenspel tussen de illustraties en de tekst ervoor dat dit verhaal tot vanzelfsprekende conclusies bij dit thema leidt. De illustraties met beperkt kleurgebruik zijn van een sobere eenvoud. De herinneringen van de vreemdeling in sepiatinten spreken voor zich. Het verhaal doet nadenken en confronteert de lezer met zichzelf: is hij Vos of Haas of Kip of alle drie?

Naylor-Ballesteros, C. (2020). De koffer. Haarlem: Gottmer.


550x755Na Bouwers brengt Clavis het tweede boek in de nieuwe reeks Superbeesjes op de markt. Dit keer maken we kennis met de zorgzaamste ouders uit het dierenrijk. Je krijgt telkens een dubbele pagina te zien met een opvallend grote en kleurrijke illustratie van het betreffende dier. Daarop leren we over de woonplaats, het voedsel, de lichaamsbouw en de kracht van de dieren. Zo ontdekken we de snelheid van de wolf en het zangtalent van de zebravink. Ten slotte komen we te weten hoe de dieren toegewijd voor hun kroost zorgen. Wist je dat papa pinguïn twee maanden niet eet terwijl hij voor het ei in een broedzak zorgt? De man verliest daarbij niet minder dat 20kg! Alle weetjes worden door de jongen van de dieren verteld, waardoor de tekst als een gezellig onderonsje onder goed verzorgde kinderen leest. Samen met de rijke en warme illustraties zorgt dat ervoor dat het groot uitgegeven boek op verschillende niveaus en meerdere keren ontdekt kan worden. In totaal leren we het gezinsleven van 9 dieren kennen. Daar zitten heel wat figuren bij die kleuters zullen aanspreken, zoals de vos, de anemoonvis, de rode flamingo en het gele zeepaardje. Dit boek kan een mooi kraamgeschenk zijn of kan dienen als verfrissende invalshoek bij de thema’s mama en papa in de kleuterklas.

Ollivier, R. & Claes, K. (2020). De beste mama’s en papa’s. Hasselt: Clavis informatief.


550x503Esmaa is een Marokkaans-Nederlands meisje dat tijdens de grote vakantie met haar familie op bezoek gaat in Marokko, meer bepaald in de buurt van Marrakech. De bijzondere Noord-Afrikaanse sfeer in het dorp, op de markt in Marrakech, … springt van de bladzijden. Zoals op elke markt is het ook op de markt van Marrakech druk en is er zoveel te zien. In die drukte raakt Esmaa haar mama kwijt. Eerst is ze niet ongerust, want ze zou haar mama zeker en vast herkennen aan haar nieuwe paarse djellaba. Maar bij nader toezien dragen heel veel vrouwen zo’n paarse djellaba. Dus roept Esmaa de hulp in van de marktkramers. Zij nemen haar mee naar de waarzegster en de acrobaten. Die moedigen haar aan om op het topje van hun menselijke piramide te gaan staan (een ideetje van de waarzegster). Van daaruit ziet Esmaa haar mama en ziet Esmaa’s mama haar ook. Eind goed, al goed dus. Een voor veel kleuters ongetwijfeld herkenbaar prentenboek maar ditmaal in een andere culturele context en dat werkt verfrissend voor een al vaak herhaald thema.

Boersen, L. & Elbaamrani, H. (2020). Duizend-en-een paarse djellaba’s. Haarlem: Gottmer.


550x620De cover toont het bij de eerste aanblik: dit is een zonnig zomerverhaal over … vriendschap. Op de top van de heuvel waar Haas zijn leger heeft, zit hij met zijn vrienden de konijnen naar het landschap te kijken. Haas vraagt zich af of zijn heuvel en het landschap errond ‘de fijnste plek van de wereld is’. De konijnen twijfelen geen ogenblik en rennen al weg om in het weiland te spelen. De beer ook niet: hier vindt hij zijn honing. Eend houdt van de rivier waarin ze zwemt en Uil geraakt niet uitgepraat over zijn bos. Toch geeft Uil Haas de raad op reis te gaan en zelf de fijnste plek van de wereld te ontdekken. En dat doet Haas. Vreemd genoeg reist Haas ver en komt Haas op de allermooiste plekken ter wereld en toch heeft hij steeds opnieuw het gevoel dat er iets ontbreekt. Op die manier leert Haas dat vriendschap van een plek de fijnste plek van de wereld kan maken. Horáček heeft een bepaalde tekenstijl die we kennen van ‘Moppereend’ en van ‘Kleine muis zoekt een huis’. Die tekenstijl zorgt ook in dit prentenboek voor warme illustraties die de emoties van de personages tot hun recht laten komen. Wanneer je Haas naast Uil op de tak van een boom ziet zitten, kan je de vriendschap tussen die twee haast voelen.

Horáček, P. (2020). De fijnste plek van de wereld. Rotterdam: Lemniscaat.


550x569Een kartonboek waarin een kleine beer zijn speelgoed voorstelt aan de lezer van het boek. Het gaat om eenvoudig en herkenbaar speelgoed zoals legoblokken of een hobbelpaard. Van een verhaal is geen sprake. De tekst vertelt wat er op de verschillende bladzijden te zien is. Per dubbele bladzijde is een stuk speelgoed in kleur tegen een witte achtergrond. De tekst beperkt zich tot 1 lijn, bijvoorbeeld: “Van mijn krokodil op wieltjes ben ik niet bang!” Voor jonge peuters. Je kunt het boekje alvast inkijken op:

Deneux, X. (2020). Mijn speelgoed. Antwerpen: Oogappel.


550x545Gebruikmakend van de bekendheid van Roald Dahl bij jonge ouders, is uitgeverij De Fontein een reeks begonnen met in de verschillende delen: tegenstellingen, vormen, tellen en kleuren. De evenzeer beroemde illustrator Quentin Blake zorgt voor de leuke illustraties. De boekjes zijn gebaseerd op figuren uit de verschillende verhalen van Dahl. Zo is er de oranje ‘Fantastische Mr. Vos’, zie je de reuzenkrokodil overdag en ’s nachts en zie je in een ander boekje de vorm van zijn scherpe tanden. Het telboek is volledig gebaseerd op de reuzenkrokodil. Een prettige kennismaking met de wondere wereld van Roald Dahl, maar dan wel bedoeld voor peuters en jonge kleuters.

Dahl, R. & Blake, Q. (2020). Leren met Roald Dahl. Utrecht: De Fontein.


550x721Het verhaal van de vier jaargetijden of seizoenen in een 100% natuurboek – gedrukt met ecologische inkt op 100% kringlooppapier. Dat is alvast een mooi begin! Komt daarbij dat het concept van het boek ook goed is: per seizoen is er een prent – telkens op dezelfde plaats, dus met dezelfde boom met of zonder blaadjes, dezelfde vijver,  … – over een dubbele bladzijde met daarop een heleboel herkenbare dingen uit dat jaargetijde. Denk aan lammetjes en bloesem voor de lente, een picknick voor de zomer, pompoenen voor de herfst en schaatsen en sneeuw voor de winter. Op elke spread zijn ook mensen te zien, (trek)vogels, planten, bomen en bloemen, … Na een dergelijke overzichtsbladzijde volgt een bladzijde waarop belangrijke elementen nog eens afzonderlijk een plaats krijgen, bv. een specht die tegen een boom zit, de ontwikkeling van bol tot bloem, verschillende soorten ‘winterdieren’, … Het boek biedt een mooi overzicht en laat kleuters op een prettige en bevattelijke manier kennismaken met de veranderingen in de natuur gedurende de vier seizoenen. Mooi kleurgebruik dat ook aan de seizoenen is aangepast.

Wiehle, K. (2020). De vier jaargetijden. Hoorn: Hoogland & van Klaveren.


Lente 2020

550x763

De familie Zapato is formidabel. De moeder van het circusgezelschap is een ware evenwichtskunstenares die een handstand op vijf bewegende ballen kan houden, de oom tovert talloze konijnen uit zijn hoed, de vader is een echte krachtpatser en de zus kan hoelahoepen als geen ander. De circusacts komen wonderlijk tot leven dankzij ‘de magische folie’ die in het boek is ingesloten. Als je daarmee over de illustraties beweegt, zie je konijnen springen, ballen rollen, halters de lucht in gaan, hoepels rond een middel dansen … De indrukwekkende acts maken het jonge meisje dat haar familie aan de lezer voorstelt, bijzonder onzeker. Telkens zien we haar proberen haar familieleden te evenaren, maar onderzoek met de folie bevestigt elke keer opnieuw dat de acrobatische toeren en goocheltrucs niet aan haar besteed zijn. Wat heeft zij haar familie te bieden? Gelukkig weet moeder weet raad, want in de fantastische familie Zapato blijkt voor ieder familielid een rol weggelegd …

Brouant, J. De fantastische familie Zapato. Amsterdam: Boycott. 


550x747

Na drie jaar – bijna obsessief – werken heeft de Nederlandse Charlotte Dematons haar nieuwe solowerk af. Zo doorsnee als de titel ‘Alfabet’ klinkt, zo uitzonderlijk is dit fenomenale prentenboek. Elke prent verbeeldt talloze woorden die met een bepaalde letter van het alfabet beginnen. Het is moeilijk in te beelden hoe verregaand Dematons het concept heeft uitgewerkt tot je het ziet. Nooit eerder bulkte een ‘woordeloos’ prentenboek van zoveel ongebreideld taalplezier. In Dematons favoriete prent zit bijvoorbeeld een nijl­paard in een nest met een nachtpon aan haar nagels Napels-geel te lakken. Zo schuilen er niet minder dan 3000 woorden in de gedetailleerde prenten. Onze taal dwingt sommige illustraties tot eindeloze details, andere letters laten dan weer heel wat ruimte. Elke keer opnieuw heeft Dematons andere manieren gezocht om de woorden in de beelden met elkaar te verbinden, soms verrassend, soms schijnbaar evident. De letterdief op de cover heet ‘Alfabet’ en weeft de bladzijden aan elkaar.
Dematons zou Dematons niet zijn als ze niet talloze culturele verwijzingen, details en grapjes in haar prenten zou integreren. Hoe meer je het boek ter hand neemt, hoe indrukwekkender het wordt. Je blijft zoeken, ontdekken en glimlachen bij de vondsten. De uitgever ontwikkelde een website met de woordenlijsten en een app waarmee je de prenten kan scannen. Ze vullen het boek mooi aan en bevestigen de eindeloze mogelijkheden, maar gun ‘Alfabet’ de eerste keer jouw onbevangen blik. Enkel zo kom je dicht bij de rechtlijnige en fantasierijke kijk van Dematons en die van kinderen, voor wie ze het boek uiteindelijk gemaakt heeft.

Dematons, C. (2020). Alfabet. Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.


doe_die_deur_dicht-minHoewel op het eerste gezicht de sfeer van een brasserie uit de jaren 50 eerder iets lijkt wat jonge ouders kan aanspreken, slaagt Koen Van Biesen er in zijn nieuwe prentenboek in om een humoristisch verhaal te brengen waar kleuters vast ook plezier aan zullen beleven. De cover van het prentenboek verbeeldt een deur die de lezer opentrekt aan het begin van het verhaal. Een sticker op die deur waarschuwt nochtans: ‘mensen niet toegelaten’. En zo brengt de lezer het verhaal zelf op gang … Twee honden zitten in ‘Brasserie Bulldog’ rustig te lezen en te werken tot er ergernis ontstaat over de deur die bij dit hondenweer opengelaten wordt. Hoewel de aanvang erg herkenbaar is, worden de gevolgen van die open deur hoe langer hoe surrealistischer. De illustraties met collagetechniek in bruintinten doen wat retro aan en zullen kleuters zeker aanspreken dankzij hun expressiviteit en de brede keur aan hondenrassen die de revue passeren. Daarnaast heeft Van Biesen ook heel wat taalhumor verweven in het verhaal. Zo bericht ‘Het Algemeen Wafblad’ over het weer om geen hond door te jagen en kan de tekst die in de brasserie ophangt – ‘Duik eens in een boek’ – steeds letterlijker opgevat worden. We zijn er zeker van: ook jij zal helemaal ‘in dit verhaal’ geraken.

Van Biesen, K. (2020). Doe die deur dicht. Wielsbeke: De Eenhoorn.


9200000117183596Monsta is het beu! Jarenlang heeft hij alle monsterregels en -trucjes toegepast, maar niets kon het jongetje onder wiens bed hij woonde bang maken. Daarom schrijft Monsta een afscheidsbrief waarin hij de gebeurtenissen van de afgelopen jaren op een rijtje zet en besluit dat het kind ‘onrepareerbaar’ is. Tijd dus voor een andere job! De omkering in dit verhaal is erg grappig: we zien hoe het jongetje zich nooit van iets bewust geweest is terwijl Monsta verwoede pogingen bleef ondernemen om de aandacht te trekken. Verder is het prentenboek rijk geïllustreerd in zachte paars- en aardetinten en de tekst wordt op vuil briefpapier weergegeven met het handschrift en de gebrekkige spelling van Monsta. De illustrator is erin geslaagd om het lelijk ogende monstertje toch een hoge aaibaarheidsfactor te geven. Als lezer krijg je gaandeweg steeds meer sympathie voor het wezentje dat echt alles uit de kast haalt om ‘Kint’ bang te maken. Uiteindelijk vind je het zelfs bijna jammer dat hij zich gedwongen ziet om te vertrekken. Gelukkig stuurt Monsta helemaal aan het einde van het boek een tweede briefje waarin hij ‘Kint’ uitnodigt voor zijn huiveringwekkende show in het circus. Zijn tweede carrière als monster blijkt dus succesvol en daar ben je dan als lezer gelijk ook blij om. Een grappig monsterverhaal dat zich erg vlot laat voorlezen!

Zipfel, D. (2020). Monsta. Rijswijk: De Vier Windstreken.


pokko_heeft_een_trommel-min‘Papa en mama gaven Pokko een trommel. Dat was hun grootste fout ooit. Ze hadden wel eens eerder fouten gemaakt …’ Bij de opstart van dit verhaal en de reeks ‘mislukte’ kindercadeaus die daarop volgen, kunnen de meeste ouders zich wel wat voorstellen. Maar de trommel blijkt dus uitzonderlijk vervelend, want moeder en vader kikker houden van rust en kalmte in hun gezellige paddenstoel, waar vooral gekookt en gelezen wordt. Daarom vraagt vader kikker aan Pokko om buiten te gaan trommelen. Opnieuw schat hij de gevolgen niet goed in, want naarmate Pokko door het bos wandelt, sluiten steeds meer muzikanten zich aan bij de optocht die stelselmatig ook in volume aanzwelt … De illustraties in zachte herfsttinten zijn echt een lust voor het oog, alleen al de reeks paddenstoelen op de schutbladen leiden tot heel wat kijkplezier. De spaarzame tekst bevat heel wat droge humor die vooral de volwassenen zal doen gniffelen. Ten slotte laat het verhaal zelf heel wat open ter discussie. Zo wordt het nooit duidelijk of de trommel nu echt een fout was en of vader kikker geloof krijgt in het muzikale talent van zijn dochter. Een boek om samen met jonge kinderen van te genieten en vooral ook om over in gesprek te gaan.

Forsythe, M. (2020). Pokko heeft een trommel. Wielsbeke: De Eenhoorn.


550x425Een hele reeks dieren is samen op weg naar hun nieuwe huis. Dat huis ligt volgens de pijl op de cover 4 meter verder, net zo lang als deze bijzonder mooi uitgegeven leporello in uitgevouwen versie. Een elastiek achteraan houdt het geheel samen, waardoor je het boek ook kan lezen wanneer je niet meteen 4 meter ter beschikking hebt. Ondanks de beperkte afstand hebben de dieren duidelijk keuzes moeten maken, want ze verhuizen enkel wat ze kunnen dragen. Dat leidt tot grappige beelden van onder andere een neushoorn met een auto in z’n nek, flamingo’s met sokken over hun kop en een stinkdier dat tactisch de kluis weet te beschermen, terwijl een konijn die voorttrekt. Van den Heuvel heeft een fijnzinnige tekenstijl die de ogen moeiteloos naar de details in de tekeningen leidt. Toch schuilt de climax van het verhaal niet in de details, maar moet je daarvoor bij de poten van het dier zijn dat zo groot is, dat het niet om de pagina’s past … Een leporello is sowieso een bijzondere ontdekking voor jonge kinderen, de dierenstoet met allerlei geestige details zal dat ongetwijfeld ook zijn.

Van den Heuvel, P. (2020). De verhuisdieren. Haarlem: Gottmer.


550x833Het succes van ‘Vos is een boef’ heeft al snel geleid tot een opvolger: ‘Dokter Vos’. De pluimen op de schutbladen en het daaropvolgend silhouet van een vos op pad met een spade bevestigen het bekende beeld van de onbetrouwbare vos. Wanneer Vos aan het begin van het verhaal een bord met “Dokter Vos maakt u beter” vooraan zijn huis ophangt, verwacht elke (volwassen) lezer alweer een listig plan van de sluwe vos. Hoewel Vos wel degelijk oprecht als genezer wil optreden, is hij zo gefocust op zijn doel dat hij bereid is eerst dieren letterlijk de val in te lokken, zodat hij ze later kan verzorgen. Wanneer dat verkeerd uitdraait en door omstandigheden een sprinkhaan zijn hulp inroept voor het huishouden, krijgt het verhaal een andere wending … Kinderen kunnen de verhaallijn makkelijk volgen in de frisse en kleurrijke illustraties die telkens ongeveer een halve bladzijde beslaan. Net als in ‘Vos is een boef’, slaagt Remmerts De Vries erin de lezer enkele keren op het verkeerde been te zetten. De verhaalwendingen en de expressieve illustraties maken er een echt voorleesboek van. De boodschap dat je geluk vindt in het zorgen voor anderen wordt uiteindelijk mooi impliciet meegegeven.

Remmerts De Vries, D. (2020). Dokter Vos. Haarlem: Gottmer.


9200000125491683‘De fantastische vliegwedstrijd’ is een boek als geen ander. Het verhaal is namelijk geschreven in de vorm van een live sportverslag. Als voorlezer waan je je al snel een volleerde Michel Wuyts die enthousiast een wielerwedstrijd rapporteert vanachter een microfoon. Dit verhaal is een stuk onwaarschijnlijker dan een doorsnee sportwedstrijd. Aan de start verschijnen namelijk verschillende soorten vogels die met allerhande soorten vliegmachines de strijd met elkaar aanbinden. De openingsprent is meteen een heerlijke ontdekplaat: zo hangen de vleermuizen omgekeerd in een soort ufo, hebben de kippen hun hok aan een zeppelin vastgemaakt, kozen de haviken voor een straaljager en zie je groene spechten die zich tikkend tegen een tandwiel plannen te verplaatsen. De absurde wedstrijd zelf verloopt niet zonder slag of stoot en zal veel kinderen nagelbijtend laten uitkijken naar wie de uiteindelijke winnaar wordt. Tjibbe Veldkamp en Sebastiaan Van Doninck laten zich van hun beste kant zien. De dravende tekst is doorspekt met wielertermen die op hilarische wijze worden gecombineerd met de wereld van de vogels. Ondertussen zie je op de grote, kleurrijke illustraties fantastische en komische situaties. Het verhaal leest als een trein, waardoor je heel wat grappige details en schermutselingen in de tekeningen dreigt mis te lopen. Aan het einde word je terecht uitgedaagd om de wedstrijd te herbekijken, want pas in de herhalingen zal je echt zicht krijgen op het ware verloop van de wedstrijd. Op en top leesplezier!

Veldkamp, T. & Van Doninck, S. (2020). De fantastische vliegwedstrijd. Amsterdam/Antwerpen: Querido.