Nieuw in de boekhandel

MEI 2022

550x478Terwijl een kleine groenling ongelukkig op een tak zit rond te kijken, zijn de andere vogels druk in de weer. De uitbundige lente is in het land en dat kan je vooral horen: “Alle vogels zingen, kirren, koeren, gillen, gieren, tjilpen, snateren, krassen, klepperen en tjotteren.” Hoe kan die kleine groenling treurig zijn middenin dit levendige landschap vol jonge vogels die enthousiast de lente verwelkomen? Hij heeft een groenlingvrouwtje op het oog om een nest mee te maken, maar hij is te verlegen om het haar te vragen. Zijn oplossing zal voor veel kinderen herkenbaar zijn: wat als de merel het nu eens in zijn plaats vraagt? Temidden van het lawaaiige gekwetter schreeuwt hij zijn vraag: “Zou jij aan dat groen-ling-vrouwtje wil-len vra-gen of ze met mij ook een nest-je wil be-gin-nen?” De merel denkt de vraag begrepen te hebben: “Of ik aan het stoere kauwtje wil vragen of hij op het hoofd van een ekster wil gaan springen?” En weg is de merel … De groenling hoort het misverstand en vliegt de merel achterna. Eens de merel bij de kauw aankomt, speelt zich hetzelfde tafereel af. Zo stapelen de misverstanden zich op tot wel 10 vogels elkaar achterna vliegen en steeds luider discussiëren. Uiteindelijk snoert de groenling de vogels de bek en stelt hij zelf de oudste vraag die onze literatuur rijk is: “Alle vogels zijn al een nestje begonnen, behalve jij en ik … Wil jij met mij …” In die ene zin komt de schoonheid van de liefde, onze taal en de natuur samen. Om diezelfde reden is dit een prentenboek om in je hart te sluiten: in een levendige taal en met een strak opgebouwd verhaal zien we de prachtige natuur en de jonge liefde ontluiken. Voeg daar de humor van de misverstanden en de kleurrijke prenten aan toe en je weet weer waarom lezen fan-tas-tisch is.

Schutten, J.P. (2022). Het verlegen vogeltje. Haarlem: Gottmer.


9789025775865_frontBeeld je even een jong kind in dat gehurkt boven het gras met een takje in de grond zit te graven. Of kijk eens verder naar het kind dat een vlinder achternagaat. Zie je hoe nog een ander kind op het huisje van een slak tikt? “Hé, beestjes! in de tuin” weet die sfeer van ontdekken in een zonovergoten tuin helemaal te vangen. Het kartonboekje bevat zeven versjes over evenveel kriebeldiertjes. Zo eenvoudig als het concept is, zo heerlijk is het genieten van de speelse versjes in het boek. Elle van Lieshout en Erik van Os bewijzen eens te meer met wat een metier ze voor de doelgroep kunnen schrijven. De versjes kriebelen, zoemen en fladderen net als de personages die ze bezingen. Het frisse ritme en het spel met klanken maken het prettig om de versjes voor te lezen: “ik spin, ik spin een spinnenweb omdat ik daar zo’n zin in heb”. Marieke ten Berge weet met slechts één of twee kleuren per diertje de pagina’s op te fleuren. Wat een vrolijk boek om erbij te hebben!

Van Os, E. & Van Lieshout, E. (2022). Hé, beestjes! in de tuin. Haarlem: Gottmer.  


550x652Wie dit boek openslaat, wordt meteen aangeraden om het lezen op te geven. De verteller kan de titel alleen maar bevestigen: “Daar zit je dan. Met dit saaie boek in je hand.” Qua staaltje omgekeerde psychologie kan dat tellen, want net die uitspraak maakt je als lezer nieuwsgierig. Terwijl je verder leest, speelt de verteller dat trucje steeds sterker uit: “LAATSTE WAARSCHUWING! DIT WORDT SAAI!” Doordat de verteller je als lezer met een resem vragen blijft uitdagen, wordt de leeservaring net actiever dan gewoonlijk. Meer nog: door te brullen als een dinosaurus, met het boek te schudden, een high five te geven … wordt de lezer zelfs een personage in dit zogenaamde saaiste verhaal ter wereld. Ondertussen blijven we ook geprikkeld door de fantasierijke illustraties van Trui Chielens in haar typerende vintage-stijl. De hele sfeer van het boek wordt op de cover goed verbeeld: terwijl er wordt geroepen dat het boek saai is, krijg je eenhoorns en glitters.

Gielis, S. (2022). Het saaiste boek ter wereld. Tielt: Lannoo.


998x1200Mevrouw Das en Meneer Ping zijn buren. Terwijl haar huis en tuin getypeerd worden door weelderigheid en kleurrijke chaos, doet zijn huis net heel strak en sober aan. De totaal andere stijl intrigeert de buren wel. De klassieke tegenpolen trekken elkaar aan en stap voor stap integreren ze de wereld van de ander in die van zichzelf. Zo wordt het huis van Meneer Ping steeds kleurrijker en wint dat van Mevrouw Das aan structuur. Aanvankelijk stevenen ze op twee evenwichtige huizen af, maar de klepel slaat door waardoor de huizen na een tijd in niets meer op de oorspronkelijke versies lijken. In hun enthousiasme voor elkaars wereld, dreigen Mevrouw Das en Meneer Ping zichzelf wat te verliezen. Gelukkig begrijpen ze snel wat ze echt willen: samen zijn. Rindert Kromhout brengt een klassiek liefdesverhaal op maat van jonge kinderen. Nergens wordt dit verhaal sentimenteel. Het is net verfrissend dat er onderweg wat wrevel ontstaat en dat die meteen verdwijnt van zodra de buren zich herinneren wat de ander net zo bijzonder maakt. Stenvert heeft in uitgebreide illustraties zichzelf overtroffen: de contrasten tussen de twee geliefden worden tot in het detail uitgewerkt. Het hartverwarmende verhaal kan zoals de meeste goed uitgewerkte liefdesverhalen gelezen en herlezen worden.

Kromhout, R. (2022). Mevrouw Das Meneer Ping. Amsterdam: Leopold.


9789462916173_frontNa “Pokko heeft een trommel” konden we niet anders dan het nieuwe prentenboek van Matthew Forsythe snel ter hand nemen. Ook in ‘Emma’ is het genieten van een ironische ondertoon en de verbeelding van het leven in het bos in zachte oranje- en bruintinten. Emma is een wijze jonge muis die ervan houdt te verdwalen in haar fantasie terwijl ze leest of tekent in de geborgenheid van haar huis. Haar rustige leventje wordt geregeld opgeschrikt door de doldwaze initiatieven van haar vader. Ze heeft al heel wat meegemaakt met hem, maar wanneer hij een grote kat als gast in huis neemt, kan ze niet denken dat het ook dit keer goed zal aflopen. Terwijl vader zich van geen kwaad bewust lijkt, wordt de spanning door de dreigende ogen van de kat opgedreven. Dat contrast zorgt voor heel wat hilariteit. De expressie van de grote genoegzame kat contrasteert heerlijk met de reacties van een relaxte vader en een strak gespannen Emma. Vader en dochter krijgen allebei gelijk: de kat is niet te vertrouwen én ook dit avontuur loopt goed af.

Forsythe, M. (2022). Emma. Wielsbeke: De Eenhoorn.


301564_grande.jpgEen ode aan de natuur, op die manier kun je dit prentenboek wel samenvatten. Muis maakt een jaar lang een reis door het bos om al zijn vrienden te ontmoeten. Op die manier ontdekt Muis maand na maand de invloed van de seizoenen op het bos. De reis start in januari met een bezoek aan de grijze Eekhoorn. Een beetje later is het tijd om Egel uit zijn winterslaap te wekken, want de lente is in het land. In mei is het heerlijk picknicken tussen de boshyacinthen en samen met Spitmuis bessen plukken in augustus is ook heerlijk. De reis van Muis eindigt in de houten woonwagen van Vos. Daar zitten Muis en Vos – hoe vreemd dat ook mag lijken – gehuld in een warme deken samen gezellig te praten bij een kampvuur. In december vieren alle bosbewoners feest bij de overgang naar een nieuw jaar. Op bijna elke dubbele bladzijde is een ‘boswoning’ te zien. Die woningen zijn wel erg antropomorf, maar ze spreken aan omdat je er kan binnengaan door een flapje (deur of muur) te openen en dan een compleet andere wereld ontdekt. Elke ‘woning’ ziet er niet alleen anders uit maar heeft ook een verschillende indeling en inrichting. Er is het spiegelpaleis om feest te vieren in december, een soort ‘strand – of badhuis’ bij de rivier in het bos wanneer het warm is en heerlijk zwemmen in de rivier, een boomhut met een schommel, … Er is een heleboel te ontdekken op de vrij natuurgetrouwe illustraties. De gehanteerde taal – vier lijnen per dubbele bladzijde – volgt het trage ritme van de seizoenen en is beschrijvend. In april giet het van de regen. Ik heb mijn rode laarzen aan. In de kersenboom tussen de bloesem wacht ik tot de buien overgaan. Tegelijkertijd nodigt ze uit tot ‘vertragen’. Een voorbeeld voor de maand december: Van januari tot december, een heel jaar is voorbijgegaan. Ik zit op mijn stoepje en mijmer wat… Intussen begint de kringloop van voren af aan. Het rijm stoort niet. Achteraan in het boek is een dubbel bladzijde ‘Een jaar in het bos’ waarin kort per maand de belangrijkste natuurfenomenen beschreven worden. Daarnaast vind je op 1 bladzijde ook nog summiere informatie over ‘de vrienden van Muis’. Denk aan Egel, Eekhoorn, Mol, … Prettig boek om elke maand opnieuw in te kijken en de natuur te ontdekken. 

Snow, W. (2022). Het bos van Muis. Zeist: Christofoor.


APRIL 2022

1164x1200Het recept van Mühles kartonboekjes met het aandoenlijke konijn in de hoofdrol is ondertussen bekend: peuters worden in interactie met Klein Konijn uitgedaagd om deel te nemen aan een herkenbare activiteit of ritueel. Zo bracht hij eerder boekjes uit rond badtijd, slapengaan en troosten na een val. In Nog even samen spelen kunnen onze jongste lezers enkele eenvoudige spelletjes spelen met Klein Konijn. Samen spelen ze ‘kiekeboe’, spetteren ze in bad, schommelen ze hoog de lucht in en laten ze een knuffel boven het hoofd vliegen. Voor de allerjongsten is het heerlijk om de dagelijkse activiteiten terug te zien in de belevingen van Klein Konijn. De interactie geeft taal aan de spelletjes en daagt uit tot het beleven van de kleine verhaaltjes. Zo blijft de reeks een fijne manier voor peuters om de eerste stappen in de rijke boekenwereld te zetten.

Mühle, J. (2022). Nog even samen spelen. Haarlem: Gottmer.


waar-dient-het-voor00.jpgTiptoe Print brengt poëtische prentenboeken op de Nederlandstalige boekenmarkt die anders de weg niet zouden vinden. Je zou kunnen denken dat ze zo bij boeken terechtkomen die om duidelijke reden ongewenst zijn bij grotere uitgeverijen, maar net het omgekeerde is het geval. Sinds enkele jaren worden we keer op keer blij verrast door de selectie van de uitgeverij. Waar dient het voor? is een prentenboek zoals je er nog niet eerder een in je handen had. De auteur verkent het antwoord op de vraag die het boek ook als titel draagt: ‘Waar dient het voor?’ Om een antwoord te geven start hij met materialen die we allemaal kennen en waarvan het nut ook bekend is. Zo weten we bijvoorbeeld allemaal waar een sleutel, een stoel of een lamp voor dient. Stukje bij beetje wordt de lezer aan de hand van de schijnbaar eenvoudige vraag in de war gebracht. Zo gebruiken we soms een stoel als een ladder, hebben sommige zaken talloze functies en zijn bij andere zaken de functies helemaal niet duidelijk. Moet iets eigenlijk nut hebben? En wat is het nut dan van mensen? Je merkt het al: verschillende filosofische vragen passeren de revue terwijl het prentenboek nooit de speelse toon verliest waarop kinderen rechtstreeks worden aangesproken. De bijzonder kleurrijke illustraties van Madalena Matoso spelen daarbij ook een grote rol. Zin om op een plezierige manier kinderen aan het denken te zetten? Ontdek dan snel de verschillende functies van een prentenboek als Waar dient dit voor?.

Vieira Mendes, J. M. (2022). Waar dient het voor? Brussel: Tiptoe Print.


1186x1200Boer Boris viert feest, want de prentenboekenreeks bestaat 10 jaar. Fans zullen niet teleurgesteld worden, want ook in het vijftiende deel Boer Boris en de luchtballon vinden we de vaste waarden terug. Passend bij de periode van het jaar vindt Boris een bijzonder ei aan de rand van het veld. Tot zijn grote verbazing verschijnt er geen boerderijdier maar een pinguïn uit het ei. Reden genoeg voor Boris om een reis naar de Zuidpool te organiseren. Na rijp beraad wordt de luchtballon als geschikt vervoersmiddel uitgekozen. Al wie in de mand past, trekt mee naar de Zuidpool om de jonge pinguïn naar huis te brengen. Vanuit de lucht ziet de wereld er prachtig uit: de vrolijke bende geniet van de kleurrijke tulpenvelden rond de boerderij, het mozaïek aan daken boven de stad en de indrukwekkende dieren in Afrika en in de oceaan. De reis bereikt zijn hoogtepunt wanneer de pinguïns de jonge telg met warmte opnemen in hun ijskoude leefomgeving. Boris en zijn kornuiten zijn alweer een avontuur rijker en de prentenboekenmarkt heeft er een kleurrijk, welluidend en vrolijk verhaal bij. Alle initiatieven rond het jubileumjaar vind je terug via volgende link: https://gottmerkinderboeken.nl/boerboris10jaar/.

Van Lieshout, T. (2022). Boer Boris en de luchtballon. Haarlem: Gottmer.


61a0be805d3c7a136c6099f1Merel heeft dringend eten nodig, maar wil haar eieren niet alleen achterlaten. Misschien kan Muis even oppassen tijdens haar afwezigheid? Dat idee inspireert meteen enkele andere bevriende dieren. Handig toch, zo’n oppasmuis? Al snel heeft Muis vier jonge eekhoorns en eieren van niet minder dan drie nesten onder haar hoede. Alsof dat nog niet genoeg is dragen de enthousiaste eekhoorns nog enkele gevonden eieren aan. De oppasmuis heeft de handen vol tot de dieren een na een hun kroost komen ophalen. Maar van wie zou dat laatste ei kunnen zijn? Kan dat echt van Das zijn, zoals die beweert? Dit eenvoudige verhaal is voor jonge kinderen herkenbaar én spannend. Net als het verhaal zelf zijn ook de illustraties erg zacht uitgewerkt. De zorgzame muis en haar vrienden ogen lief dankzij hun zachte bruin- en groentinten. Fijn boek om deze tijd van het jaar aan jonge kleuters voor te lezen.

Pauli, L. (2022). De oppasmuis. Haarlem: Gottmer.


9789493228696_VRK-1De eerste aanblik van Daan hijskraan wekt meteen nieuwsgierigheid. Torenhoog kijkt de enorme hijskraan boven alles en iedereen uit. Elke avond komen talloze bevriende vogels bij Daan uitrusten en de nacht doorbrengen. Wat hoog in de lucht op de arm van zo’n kraan gebeurt kunnen we van beneden niet zien, maar met prettige inzoomprenten krijgt de lezer toch inkijk in de gezellige boel die de vogels ervan maken. Met dit soort perspectieven maakt de illustrator tegelijk het eenzame gevoel van een kraan met het hoofd in de wolken erg inleefbaar. Daans vrienden zijn erg trouw, maar zijn verlangen naar een omgeving zonder eenzame hoogte wordt een concrete droom wanneer een tropische vogel over een woud met hoge, hoge bomen vertelt. Het verhaal komt op een hoogtepunt wanneer zwermen vogels Daans droom op wonderlijke wijze in vervulling brengen … Dit bijzondere verhaal over vriendschap, dromen en thuishoren wordt in grote prenten verbeeld die telkens alle ruimte geven aan de verschillende omgevingen waarin de hijskraan terechtkomt. Dat maakt van Daan hijskraan een innemend verhaal voor dromers en liefhebbers van kranen, die gelukkig ook in groten getale terug te vinden zijn onder kleuters. Bekijk het bladerfilmpje:

Van Diepen, A. (2022). Daan hijskraan. Amsterdam: Samsara.


MAART 2022

550x669Lang, lang geleden, toen bijna iedereen nog dacht dat de aarde zo plat was als een pannenkoek leefde er een koning met een schitterende baard. Met die eerste zin is de toon van Verplanckes langverwachte boek meteen ook gezet. ‘De gouden baard’ is een hedendaags sprookje met alle elementen die de verhalen zo aantrekkelijk maken voor kinderen. In Verplanckes koninkrijk zijn baarden bij wet verboden. De koning is onverbiddelijk: ongehoorzame onderdanen worden zelfs in duizend stukjes geknipt, met een nagelschaartje! Terwijl iedereen elke vorm van baardgroei angstvallig vermijdt en probeert te verhullen, laat de koning zijn eigen glanzend gouden baard eindeloos groeien, want ook dát is de wet. Langzaam maar zeker verdwijnt de groeiende baard achter de horizon en groeit die de de hele aarde rond tot die de achterdeur van het paleis bereikt. Bij het verschijnen van die ‘vreemde’ baard aan de achterdeur houdt de koning vast aan zijn meedogenloze aanpak, wat hem dit keer duur komt te staan … Dit spannende verhaal met grappige details is bijzonder entertainend. Kinderen kunnen gruwelen met het draconische beleid, maar zullen ook lachen met de illustraties waar de gekste figuren een baard angstvallig vermijden. Volwassen zullen onvermijdelijk de link leggen met eigentijdse didactotoriale leiders die fake news hoog in het vaandel dragen. Verplancke vermijdt gelukkig een belerende toon, waardoor het boeiende verhaal uiteindelijk in de eerste plaats een voorleeshit  kan zijn.

Verplancke, K. (2022). De gouden baard. Amsterdam: Querido.


550x668In ‘Het lied van de nachtegaal’ krijgen we de wereld in haar jonge jaren te zien: de uitbundige natuur is fris en vol van kleur. Enkel de dieren zijn nog grijs en saai. Daar beslist de schilderes iets aan te doen. Met de lange wachtrij dieren in grijstinten heeft ze een stevige werkdag voor de boeg. Ze laat haar creativiteit de vrije loop en probeert bij elke diersoort wat nieuws. Het effect van haar werk is overweldigend: kriebeldiertjes met speelse stippen, zebra’s met strepen, vijfhoeken voor de giraffen en een keurig pak voor de pinguïns. Er is ook ruimte voor toeval: vechtende papegaaien krijgen alle vier elkaars kleuren en een verstrooide mandril gaat op de verfdoos zitten met een kleurrijk achterste tot grappig gevolg. Net als de schilderes denkt klaar te zijn, verschijnt daar de nachtegaal. En met de allerlaatste druppel gouden verf probeert de schilderes alweer wat nieuws … De mooie ode aan de natuur schittert vooral in de kleurrijke paginagrote illustraties.

Landman, T. (2022). Het lied van de nachtegaal. Amsterdam: Samsara.


550x706De titel laat het al vermoeden, dit boek is een heus modern sprookje. Het bevat een heleboel elementen van een traditioneel sprookje en voegt daar hedendaagse elementen aan toe. Bv. het feit dat de illustraties vorm gegeven zijn als een soort graphic novel. Vaak in lange stroken of ingekaderd met tekst eronder. Samen met de tekst vormt dit een wonderlijk en hartverwarmend geheel. Het verhaal gaat zo: er waren eens een koning en een koningin. Ze regeerden als goede vorsten over hun land maar ze hadden geen kinderen. Daarom trekt de koning op een dag naar een uitvinder die voor hem een prachtige houten robot tot leven wekt. De koningin heeft hetzelfde idee en vraagt aan een goede heks om een kind. De heks maakt van een boomstam een heuse prinses. De prinses is moedig en slim maar heeft 1 probleem. Wanneer ze slaapt verandert ze opnieuw in een boomstam en kan enkel gewekt worden met de spreuk ‘Ontwaak, kleine boomstam, ontwaak.’ De prins-robot is dapper en vriendelijk, zelfs zo vriendelijk dat hij ondanks het gekriebel een kleine keverfamilie in zijn houten omhulsel laat wonen. Met z’n vieren vormen ze een erg gelukkig gezin tot op een morgen de dienstmeid bij het opruimen van de kamer van de prins de boomstam uit het raam keilt. Die begint daarmee aan een lange omzwerving. De prins , vervuld van schuldgevoel, start een heuse queeste naar zijn zus, voert mee op een zeilschip geladen met houtblokken naar het Noorden en ontdekt uiteindelijk zijn boomstamzusje. Hij besluit haar terug thuis te brengen maar dat gaat uiteraard niet zonder slag of stoot. De prins ‘verslijt’ en ‘roest vast’ tijdens zijn lange tocht maar voor hij het definitief opgeeft, zegt hij de ontwaakspreuk voor de boomstamprinses. De prinses zorgt daarna voor haar broer. Een leuke vondst is dat de keverfamilie tijdens de lange terugtocht ontdekt dat er iets aan de hand is met de prins omdat ze geen beweging meer voelen. Ze schakelen de dieren van het bos in. Die schakelen op hun beurt de goede heks die het tweetal veilig terug thuis brengt. Maar dat gebeurt niet vooraleer de prins én de prinses allerlei avonturen beleefd hebben die op 1 blad in 6 prenten in een kader met daaronder een ‘sleutelwoord’ worden weergegeven. Een prachtige vondst want daardoor kunnen de luisteraars/lezers die avonturen zelf fantaseren. En om de cirkel van deze bespreking rond te maken: een heerlijk, hartverwarmend modern sprookje met ruimte voor creativiteit van de lezer/luisteraar. 

Gauld, T. (2022). De kleine houten robot en de boomstam prinses. Tielt: Lannoo.


550x666Vanaf de eerste pagina hangt een speciale verstilde sfeer in het boek waar de nacht valt. Maar dat verandert snel wanneer kleine muis het veel te stil vindt om te slapen. Luister maar naar de nacht, zegt mama, de nacht fluistert. En dat doet kleine muis en tot zijn grote verbazing hoort hij allerlei geluiden. Opa die slaapgeluiden maakt in zijn schommelstoel op de veranda, de hond naast opa die ritmisch met zijn staart op de vloer klopt, krekels tsjirpen en kikkers kwaken, de uil die roept op de schouw van het huis, de motten die rond de lamp cirkelen, een hond die aanslaat in de verte, het huis zelf dat kriept, … Zoveel geluiden dat kleine muis het raam opendoet en heel luid vraagt: ‘Wat was dat?’. Dat hele gebeuren herhaalt zich nog eens want kleine muis hoort die geluiden en ze lijken – dat is ook duidelijk merkbaar aan de lettergrootte – steeds luider te klinken. Zo luid dat kleine muis er niet van kan slapen en dan maar het raam opendoet en zo hard hij kan roept: ‘En nu is het stil! Ik slaap!’. En dat is ook zo… Ondanks de steeds luider klinkende geluiden blijven de illustraties de verstilde nacht weergeven doorheen het kleurgebruik en de tekeningen waarop enkel het hoogstnodige te zien is. Denk aan sparren, een bergtop, fonkelende sterren in een nachtzwarte hemel, een vijver waarin het maanlicht zich weerspiegelt, een (typisch Midwest) huis van licht hout met een veranda ervoor, … Heerlijk boek voor het slapen gaan en dat verteller en toehoorder uitnodigt/aanzet te luisteren naar de geluiden van de nacht.

Duskey Rinker, S. (2022). En nu is het muisstil. Amsterdam: Witte Leeuw.


550x778Wafwáp ligt aangelijnd op straat te wachten op z’n baasje. Terwijl hij wacht, observeert hij het dagelijkse leven om zich heen: verklede kinderen lopen een trap af, een schele kat sluipt voorbij, een jongen met een vis in een zak loopt langs … Elk tafereeltje doet vragen oproepen: Is een kind verkleed in een apenpak een aap? Als een schele kat drie honden ziet, bestaan er dan ook drie? Kan je blij worden van een boze vis? Even later valt de hond in slaap en ziet diezelfde wereld er een stuk fantasierijker uit. Zo wordt bijvoorbeeld de jongen nu door de vis in een zak rondgedragen. Gelijkaardige vragen rond “Wat is echt?” dringen zich op. De rijmende tekst en de illustraties in bruintinten doen sober aan, wat eens zoveel ruimte geeft om te filosoferen rond de vragen die het verhaal oproepen. ‘Hier wacht ik’ is een prentenboek zoals je ze zelden tegenkomt. Martine Lejeune daagt jonge kinderen uit om vragen te stellen bij dagelijkse observaties, iets waar jonge kinderen doorgaans goed in zijn en wat ons inziens ook dit soort aanmoediging verdient.

Lejeune, M. (2022). Hier wacht ik. Utrecht: Levendig Uitgever.


550x763Beste vrienden Beer en Eekhoorn doen alles samen en dat vinden ze heerlijk! Kip heeft zin om mee te doen, maar daar hebben de twee vrienden niet meteen oor naar. Zou een derde vriend hun dynamiek niet verstoren? Ze hebben het toch prima naar hun zin met hun tweetjes? Wanneer ze Kip uiteindelijk laten meespelen blijkt gelukkig dat het met een nieuwe vriend erbij eens zo leuk is. Na het succes van ‘Ik blijf altijd bij jou’ belichten de auteurs in dit vervolgverhaal een ander aspect van vriendschap bij jonge kinderen, dat opnieuw voor velen erg herkenbaar is. Het verhaal in rijmende tekst is warm, maar het zijn toch vooral de illustraties die van de drie vrienden aandoenlijke figuren maken. Dat maakt van ‘Ik blijf ook altijd bij jou’ een innemend en eenvoudig verhaal om in klassen en voor het slapengaan te vertellen.

Halls, S. (2022). Ik blijf ook altijd bij jou. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


550x654Beer oogst groot succes met zijn prachtige pianomuziek. De dieren van het bos willen steeds meer van zijn muziek, maar Beer zelf verlangt vooral naar een moment om alleen te zijn. Temidden van de veeleisende massa lijkt niemand hem te begrijpen. Beer ziet geen andere uitweg dan luid te brullen, maar dan ontmoet hij Zebra … Zo ontspint zich een mooi verhaal over het verlangen naar rust en alleen zijn en het bijzondere van een vriendschap waarbij samen alleen zijn mogelijk is. De tederheid van het verhaal wordt weerspiegeld in de illustraties van Jeska Verstegen. Met zwarte krulletjes trekt ze de wereld van het bos op en geeft ze ons inkijk in de gevoelswereld van Beer. De zwart-witillustraties met rode accenten brengen de eenzaamheid in de massa bijzonder mooi in beeld.

Veerkam, M. (2021). Beer is nooit alleen. Amsterdam: Leopold.


FEBRUARI 2022

61a6e_9789045126838_cvr-scaledOtis en zijn mama gaan verhuizen. Terwijl mama spullen verzamelt en inpakt, maakt Otis gaatjes in een doos om zijn vriend en huisdier Sam de kameleon te verhuizen. Die laatste heeft daar duidelijk geen zin in en verstopt zich in het huis, wat voor een kameleon niet meteen een uitdagende opdracht is. Aanvankelijk is Otis niet bezorgd omdat ze vaak verstoppertje spelen, maar hoe dichter de verhuis nadert, hoe spannender het wordt of Otis Sam überhaupt nog zal terugvinden. Gelukkig worden de vrienden herenigd net voor ze de deur achter zich toetrekken én hoeft Sam niet in de verhuisdoos. De verhaallijn is erg eenvoudig, maar brengt het onderwerp ‘verhuizen’ op een prettige manier in beeld. De illustraties zijn bijzonder kleurrijk en speels, net als de zoekopdracht voor de lezer die Sam wel op elke spread kan terugvinden. Zoals dat gaat bij een verhuis zien we ook in de prenten aanvankelijk steeds meer spullen en chaos in het huis, wat het ook steeds moeilijker maakt om de kameleon te vinden. Naarmate de dozen stilaan uit het huis verdwijnen, wordt Sam steeds ongeruster om zijn vriend. Kleuters zullen vast van hun kennisvoorsprong op Sam genieten en kunnen zich tegelijk ook wat voorstellen bij het verdriet dat bij verlies en afscheid komt kijken. ‘Morgen gaan we verhuizen’ is voor Koolen haar eerste zelfstandige prentenboek. Vooral de eigenheid van de illustraties maken ons benieuwd naar meer.

Koolen, M. (2022). Morgen gaan we verhuizen. Amsterdam: Querido.


61cdb_9789045126586_cvr-scaledEen babysitverhaal brengt bij de ervaren lezer misschien niet meteen grote nieuwsgierigheid of enthousiasme teweeg, toch is ‘Pippa past op’ een plek in de boekenkast waard. Pippa is een enthousiaste maar ook erg onervaren babysitter. De twee kinderen onder haar hoede doen allerhande fantasierijke voorstellen, die Pippa weet te vertalen naar haalbare alternatieven. Toch lopen die telkens in het honderd, niet door baldadig kindergedrag, maar net door Pippa’s eigen onhandigheid. Dat deert de kinderen duidelijk niet. Meer nog, ze blijven met ideeën komen en nemen Pippa eerder onder hun hoede dan omgekeerd. De illustraties ogen nogal braaf, maar doordat ze ook de fantasieën van de kinderen verbeelden bieden ze heel wat ontdekkingskansen. Dit vlot geschreven verhaal met goed gevulde prenten zal warm onthaald worden tijdens voorleesmomenten.

Woltz, A. (2022). Pippa past op. Amsterdam: Querido.


JANUARI 2022

vol met wolHet is winter en het landschap is bedekt met witte, zwarte en donkerbruine tinten. In dat verlaten en kille decor vindt Annabel een kistje met gekleurde wol. Het kistje is heel bijzonder, want hoeveel truien Annabel ook breit voor vrienden en familie, de wol geraakt niet op. Als kleur en warmte eindeloos uit een kistje komen, wat zou jij er dan mee doen? Annabel laat een spoor van geluk achter: mensen en dieren krijgen het lekker warm en uiteindelijk verandert ook het hele stadje van uitzicht omdat ze Christo-gewijs ook de gebouwen en auto’s inpakt met de kleurrijke wol. Mensen komen van heinde en ver om het kleurenpalet bewonderen. Helaas bereikt het nieuws ook een afgunstige aartshertog die het kistje van haar wil kopen zodat hij er munt uit kan slaan … ‘Vol met wol’ heeft als verhaal alles van een klassiek sprookje, wat het erg prettig maakt om eruit voor te lezen op donkere, winterse dagen. De eigentijdse illustraties in Jon Klassens onnavolgbare stijl tillen het geheel naar een hoger niveau. De Engelstalige en geanimeerde versie kan je via volgende link bekijken:

Barnett, M. (2022). Vol met wol. Amsterdam: Ploegsma.


Lala's woordenPraten met planten: het is niet uit te leggen waarom mensen dat doen, maar het is wel degelijk een bestaand fenomeen. Het effect van woorden op planten valt te betwijfelen, maar dat de ons omgevende natuur – waar we ook deel van uitmaken – bijzondere aandacht verdient, staat buiten kijf. Laat dat nu net de reden zijn waarom ‘Lala’s woorden’ zo’n waardevol prentenboek is. Kleine Lala is een levendig en eigenzinnig meisje dat het beperkte groen in haar verder erg grijze buurt als vrienden beschouwt. Het enthousiaste meisje bezoekt de groene sprietjes dagelijks en toont haar liefde in woorden. Omdat haar mama die ‘bizarre’ aandacht voor wat in haar ogen onkruid is, zorgwekkend vindt, verbiedt ze haar dochter er nog naartoe te gaan. Lala’s vrienden vinden dat het uitgelezen moment om iets terug te doen … De zwierige, bijna wilde illustraties hebben een beperkt kleurenpalet. De grote grijze stad wordt zo mooi gecontrasteerd met de frisse levenskracht van Lala en haar groene vrienden. De levendigheid en de dynamiek van de illustraties sluiten mooi aan bij het karakter van het meisje en de kracht van het vermeende onkruid. Dat aandacht geven doet groeien en dat onze natuur dat ook verdient, zijn evidente ideeën die tegelijk op hun beurt blijvende aandacht verdienen en klaarblijkelijk ook nodig hebben.

Zhang, G. (2021). Lala’s woorden. Amsterdam: Condor.


de grote onderbroekenroofHet begrip ‘onderbroekenhumor’ verwijst doorgaans niet naar kwaliteit, maar voor ‘De grote onderbroekenroof’ van Kim Crabeels zouden we toch een lans willen breken. In het populaire ‘Koninklijk Museum voor Onderbroeken’ gaat het inbraakalarm af. De directeur schiet meteen in actie en gaat op zoek naar de plaats van het delict. Die zoektocht leidt de lezer rond in het bijzondere museum. Het contrast tussen de herkenbare elementen van een museum en het tentoongestelde is bijzonder grappig. Zo zien we ernstige bezoekers van de ‘Afdeling Oerbroekjes’ en krijgen we roodfluwelen, koninklijke slipjes te zien. Na een tijd blijkt het ergste: het topstuk ‘Mona Lisa’s slipje van kant’ is gestolen. Die zaak laat niemand onbewogen, want zelfs de koningin spreekt van een nationale ramp. Het mysterie blijft voor vragen zorgen tot het einde van het verhaal waarin de dief wordt ontmaskerd. Crabeels zet de rijkdom van onze woordenschat ongebreideld in om het verhaal leven in te blazen. In uitvoerige en ritmische beschrijvingen drijft ze de spanning en de humor op, wat haar tekst heel prettig maakt om voor te lezen. Ook de taalmopjes en het spel met klanken zullen tot hilariteit leiden bij zowel voorlezer als toehoorder(s). De cartooneske stijl van Melvin is ideaal voor dit knotsgekke verhaal. Net zoals in de tekst valt er ook in de rood-blauwe illustraties heel wat te ontdekken. Dat maakt dat heb boek zich niet meteen weggeeft en over verschillende lezingen heen kan blijven boeien. We zijn ervan overtuigd dat kinderen zullen smullen van de uitvergrotingen in dit onderbroekenverhaal.

Crabeels, K. (2021). De grote onderbroekenroof. Antwerpen: Pelckmans.


DECEMBER 2021

9789493228443_covrAls volwassene kun je op heel veel plaatsen informatie vinden over bomen en hun belang in het kader van klimaatverandering. Stilaan beginnen deze inzichten ook naar kinderen door te sijpelen. Het voorliggende boek vertelt op een erg bevattelijke manier hoe een boom langzaam groeit, een onderdeel is van al het leven in het bos en als alles goed gaat van een klein ‘Twijgje’ verandert in een moederboom die op haar beurt andere ‘twijgjes’ beschermt en aanmoedigt om rustig te groeien. Het verhaal is ondersteund – tekst doorheen de prenten die telkens een dubbele pagina beslaan – door prachtige natuurillustraties. Een bos dat verandert met de seizoenen, vol staat met paddenstoelen wanneer het geregend heeft of een prachtige lila-boshyacinten-ondergrond heeft in de lente. Een bos waar grote en kleine dieren en insecten leven en dus krioelt van leven. Een bos dat een eco-systeem op zich is en waar opdringerige insecten verjaagd worden op verschillende manieren. Sommige bomen doen dat door hun blaadjes slecht te laten smaken en tegelijkertijd een geurwolk ter verwittiging naar andere bomen te sturen. Doorheen de tekst en de illustraties kun je zien hoe traag een boom groeit en dus ontdekken hoeveel jaren een boom nodig heeft om tot volle wasdom te komen. Een erg mooi boek dat van kleuters bomenliefhebbers zal maken die op een andere manier naar bomen zullen kijken.

Hughes, J. (2021). Twijgje. Amsterdam: Samsara Books.


27088-1Jacques en Lise bevestigen de hoge verwachtingen met hun recentste prentenboek ‘Pia’. In geheel eigen stijl brengen ze alweer een fijnbesnaard verhaal dat noopt tot kijken en herbekijken. Pia’s boek – en dat van de lezer – mist een pagina van onschatbare waarde. De queeste naar de ontbrekende bladzijde brengt haar naar verschillende mensen – o.a. een oude soldaat, een zanger en een duiker – die haar pagina niet kunnen teruggeven, maar elk op hun manier zelf ook zoekende zijn en Pia’s hulp kunnen gebruiken. Pia zelf echter heeft enkel oog voor haar eigen vraag en lijkt de noden van de anderen niet te zien. Zoals wel vaker bij Jacques en Lise loopt ook dit verhaal af met een onverwachte wending. Zo blijven ze onze kijk op mensen en de vaak bijhorende veronderstellingen in vraag stellen. Bijzonder hoe ze er keer op keer in slagen om schijnbaar eenvoudige verhalen meerdere dimensies te geven. Die gelaagdheid zien we ook in de illustraties terug. De gestileerde figuren worden voornamelijk in dieprode, beige en donkergroene tinten in beeld gebracht. Het geheel heeft een vintage uitstraling, wat ook heel wat jonge ouders zal aanspreken. En zo zet het jonge koppel weer een stap verder in de ontwikkeling van hun bijzondere oeuvre.

Jacques & Lise. (2021). Pia. Antwerpen: Pelckmans. 


Granaatappelmeisje‘Oma vertrok in de herfst. Ze ging met de zwaluwen op reis. Het was de eerste keer dat ze zonder wandelstok het huis uitliep.’ Oma is dus weggegaan zonder wandelstok en juist daarom is het kleine meisje ervan overtuigd dat haar oma nog ergens in of rond het huis moet zijn. Het kleine meisje zoekt haar oma overal en heeft tijdens die zoektocht de wandelstok van oma altijd bij zich. De wandelstok wordt op die manier de figuurlijke houvast van het meisje zoals die vroeger de letterlijke houvast voor haar oma was. Het is duidelijk – zonder dat dit ergens expliciet vermeld wordt – dat oma gestorven is. De seizoenen gaan voorbij en stilaan ontdekt het meisje dat oma op vele plaatsen haar sporen heeft achtergelaten. Zo vindt ze de geur van oma’s handen terug in de bladeren van de granaatappelboom en krijgen de takken ‘de kleur van oma’s haar’. Maar het belangrijkste is toch de granaatappelboom die oma zelf geplant heeft. Want daarover heeft oma gezegd ‘dat er uit één klein zaadje wel duizend nieuwe zouden groeien’. Het is ook daarom dat het kleine meisje op het einde van het verhaal kan zingen: ‘Ik ben een granaatappelmeisje, net als oma!’ Die ontdekkingen worden expliciet in de tekst vernoemd en tegelijkertijd erg sfeervol weergegeven in de illustraties. De illustraties zijn eerder wazig/dromerig met veel gebruik van blauw en groen en natuurlijk ook van het oranje-rood van de granaatappels. Een poëtisch boek – zowel in de tekst als in de illustraties – dat zeker troost kan bieden bij rouwverwerking van jonge en ook iets oudere kinderen.

Mohammadi, H. (2021). Granaatappelmeisje. Amsterdam: Querido.


550x745We hebben meer gemeen met bomen dan je op het eerste gezicht zou denken. Hun schors kun je vergelijken met onze huid, we kunnen praten, bomen ook zij het in een andere taal, bomen vormen samen een bos en dat is een volledig ecosysteem, net zoals een menselijke gemeenschap. Dat gemeenschappelijke tussen mens en boom is het uitgangspunt voor Maria Gianferrari om duidelijk te maken hoe belangrijk bomen zijn en wat ze allemaal kunnen. Door die vergelijking te maken – ondersteund door de sprekende illustraties van F. Sala – zorgt ze ervoor dat jonge kinderen met respect zullen kijken naar bomen. Dit boek probeert trouwens de inhoud van Peter Wohllebens boek Het verborgen leven van bomen te vertalen naar het niveau van jonge kinderen. Het slaagt er wonderwel in. Achteraan in het boek is nog meer informatie over bomen te vinden.

Gianferrari, M.. (2021). Als een boom. Amsterdam: Luitingh Sijthoff.


59353530._UY630_SR1200,630_‘Kom, we gaan een boek lezen’ is meteen de eerste zin van dit verhaal. Het jonge meisje roept haar dierenvrienden er gezellig bij om samen een verhaal te beleven. Wacht! Er ontbreekt nog een vriend … Telkens wanneer het meisje het verhaal wil aanvangen wordt ze onderbroken omdat de groep toehoerders nog niet compleet blijkt. Terwijl de groep steeds groter wordt, valt er ook heel wat te ontdekken op de kleurrijke prenten van dit kartonboekje. Het eenvoudige stapelverhaal kent bovendien een geestig einde dat menig peuter zal weten te bekoren. Dat het verhaal op enthousiaste wijze samen lezen bepleit, is mooi meegenomen. Heel tof boekje voor op de vaste boekenplank van een peuter(klas).

Strasser, S. (2021). Kom, we gaan een boek lezen! Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.


550x572Op een heel eenvoudige manier met taferelen uit het dagelijkse leven wordt de relativiteit van tijdsduur hier aangebracht. Vijf minuten wachten als jij wakker bent en je ouders nog niet, duurt lang. Maar vijf minuten spelen is echt heel kort of toch niet?! Vijf minuten in de tandartsstoel duurt superlang, maar vijf minuten kijken naar de puppy’s in de dierenwinkel vliegen zo voorbij. Telkens opnieuw worden de getoonde ‘vijf minuten’ benoemd en tegelijkertijd voorzien van grappige illustraties waarop het gezicht van het jongetje dat geconfronteerd wordt met ‘vijf minuten’ boekdelen spreekt. Als volwassenen dit boek eens bekijken kan een eye-opener zijn. Tekst en illustraties zorgen ervoor dat je even stilstaat hoe vaak je zegt ‘nog’ of ‘maar’ vijf minuten.

Vernick, A. & Garton Scanlon, L. (2021). Vijf minuten. Hasselt: Clavis.


front-medium-469770829‘Wat zit er in die hoed?’ is een klein telboek dat naast de cijfers van 1 tot 10 geen andere woorden bevat. Die aanpak is herkenbaar en valt door zijn eenvoud bij veel jonge lezers en hun ouders in de smaak. Wie goed kijkt, wordt met dit boek extra beloond. Het heeft namelijk meer te bieden dan je in eerste aanblik verwacht. Bladzijde na bladzijde tovert de goochelaar met dienst telkens een groeiend aantal dieren uit zijn hoed. De goochelaar is een uitgepuurd figuur samengesteld uit geometrische figuren, alsof hij geconstrueerd is met blokken. De dieren verschijnen telkens op geheel eigen wijze uit de hoed: de olifanten zijn te groot voor de pagina, de geiten komen met hun typerende sprongen tevoorschijn, de apen halen allerhande streken uit, de zeehonden liggen er maar wat bij te kijken, een jonge das komt voorzichtig piepen … Aan het einde krijgen we het hele beestengezelschap op één dubbele bladzijde te zien. Na de rustige opbouw is het heel prettig om de verschillende interacties tussen al die dieren te bekijken. Ondertussen is de goochelaar van de scene verdwenen en heeft een van de apen de hoed opgezet. Benieuwd wat ze met die hoed doen? Neem dan ook dit fijne boekje eens ter hand, liefst met een paar kinderogen erbij.

Vanistendael, J. (2021). Wat zit er in die hoed? Amsterdam: Querido.


NOVEMBER 2021

01In ‘De lieve krokodil’ grijpt Leo Timmers terug naar zijn vaste succesrecept. We kunnen de illustrator geen ongelijk geven, want ook deze keer leidt dat tot een erg prettig prentenboek om met kinderen te lezen. In zijn typerende stijl bouwt hij een stapelverhaal op dat de spanning voor jonge lezers opdrijft. De rug van de lieve krokodil blijkt in dit verhaal een veilig toevluchtsoord voor bange dieren. Zo springt een muis op de vlucht voor een slang op z’n rug en gromt de krokodil de slag weer weg. Later volgen ook een zwijn, een hert en een cheetah. De krokodil blijft – terwijl z’n rug steeds meer naar de grond buigt onder het gewicht van de toren dieren – de gevluchte dieren succesvol verdedigen, maar wat gebeurt er als de leeuw komt …? Timmers zorgt hier voor een grappige wending die voor de nodige ontlading zorgt aan het einde van het mooi uitgeven kartonboek. Je merkt het: er is spanning, er is humor en er zijn tekeningen waarvan de kleuren van de pagina’s spatten. En zo worden we zomaar weer herinnerd aan Timmers’ talent om met eenvoudige verhaallijnen en innemende illustraties jonge lezers in verhalen te betrekken.  

Timmers, L. (2021). De lieve krokodil. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


imageEen meisje dat in de zogenaamd betere milieus verkeert, vraagt elke morgen om een hond. Het antwoord van de mama is telkens opnieuw een op een andere manier uitgedrukt ‘neen’. Maar op een dag verandert dat plotseling en wordt het ‘ja, maar dan wel een uit het asiel’. De keuze in het asiel is moeilijk. Uiteindelijk nemen ze een schattig hondje (een mix van rassen) mee naar huis. Het meisje noemt haar hond Prince. Dan komt de grote dag waarop Prince aan de vriendinnen moet voorgesteld worden. Die lachen haar uit en vinden Prince een mormel. Teleurgesteld jaagt het meisje Prince weg. Daar krijgt ze snel spijt van en ze gaat op zoek naar haar hondje tot ze hem vindt en terug mee naar huis kan nemen. De volgende dag ontmoet ze een oude man die haar duidelijk maakt dat ze wel een heel bijzondere hond heeft. Hij vertelt haar het geheim dat de hond met zich meedraagt. Prettig verteld verhaal met een onverwacht einde waarin de illustraties een belangrijke rol spelen.

Crowther, K. (2021). Ik wil een hond. (En het maakt niet uit welke.) Wielsbeke: De Eenhoorn.


frontImagesLinkWat een heerlijk innemend prentenboek is ‘Brave hond! Stoute kat!’?! Het concept is al even eenvoudig als origineel: in telkens twee versjes over twee verschillende dieren worden contrasterende eigenschappen in beeld gebracht. Zo worden de voorzichtige alpenmarmot en de onbesuisde eekhoorn tegenover elkaar geplaatst, lezen we over volgzame schapen en dwarse geiten en ontdekken we hoe het geduld van de spin de rusteloze vlieg in zijn web doet vliegen. En de lijst is lekker lang: we ontmoeten snelle en trage dieren, lenige en logge, deftige en alledaagse, krachtige en kwetsbare, opvallende en onopvallende, … De brug naar onze eigen aard is makkelijk gelegd. Zo krijgen kinderen vat op de rijkdom van onze taal en de keur aan eigenschappen die ze in zichzelf en in anderen kunnen herkennen. En toch genoten we nog het meest van al van het het sprankelende taalgebruik en de tekeningen die de dieren laat schitteren in hun rol. Het speelse, dravende en ritmische van Westera’s taal loopt wondermooi samen met de kleurrijke illustraties van Mies van Hout die de verbeelding van de verschillende eigenschappen enkel nog versterken. Hier kunnen we enkel blij van worden! En we zijn ervan overtuigd dat jonge lezertjes, hun ouders en hun leraren van allerhande aard er ook hun gading in zullen vinden.

Westera, B. (2021). Brave hond! Stoute kat! Versjes over de aard van het beestje. Haarlem: Gottmer.


9789045126524_frontWat een mooie vergelijking! Stotteren is hetzelfde als ‘praten als een rivier’. D.w.z. praten met haperingen, met stroomversnellingen, met draaikolken …Dat is het beeld dat de vader de jongen aanreikt terwijl ze de natuur intrekken na weer een moeilijke dag op school. Een stotterende jongen – de auteur zelf heeft al zijn hele leven een probleem met zijn spraak – is de insteek van dit prachtig geïllustreerde prentenboek. De auteur maakt gebruik van mooie metaforen om iets duidelijk te maken van de gevoelens van de stotteraar. Denk aan: ‘de d van dennenboom krijgt wortels in mijn mond en wikkelt zich om mijn tong’ of ‘de k blijft als een kraai in zijn keel steken’. De illustraties zijn zowel klein als groot. Wanneer de jongen in de klas moet praten voel je aan de kleinere prent waarop al de figuren in het klaslokaal vervagen hoe het angstzweet de jongen uitbreekt. Het beeld van de rivier dat door de vader aangereikt wordt als steun voor de stotterende jongen is een prachtige openklapbare plaat die heel veel duidelijk maakt. In een nawoord vraagt de auteur zich af waarom vloeiend spreken de norm zou moeten zijn. Zelf blijkt hij zijn stotteren te omarmen.

Scott, J. (2021). Ik praat als een rivier. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


550x550Iedereen is wel eens bang en dat is maar goed ook. Toch zijn er ook kinderen die zo vaak piekeren dat het hen ervan weerhoudt om nieuwe zaken te ontdekken of prettige avonturen te beleven. Olivier is zo’n bezorgde jongen. Overal ziet hij mogelijke gevaren: in de rits van een winterjas die vast kan komen te zitten, in een banaan met bruine vlekken die hem ziek zou kunnen maken, zelfs schoenveters kunnen in zijn ogen levensbedreigend zijn. Zijn nieuwe vriendinnetje Madelief is eerder het onbevreesde type, dat altijd wel zin heeft in een nieuwe uitdaging. Wanneer ze samen op stap gaan, gaat er een hele wereld open voor Olivier. Met zijn oog voor gevaar, kruipt hij in de rol van beschermer van Madelief en verlegt hij zijn grenzen. In een doldwaas en fantasierijk avontuur ontdekt hij de voordelen van durf. Het grote prentenboek is een lust voor het oog. De paginagrote tekeningen bevatten heel wat prettige details en de rijke fantasie van het verhaal zorgt voor een luchtige benadering van het onderwerp. Een mooie aanwinst in het rijk van de prentenboeken over gevoelens.

Butchart, P. (2021). Wat als de wind komt? Haarlem: Gottmer.


550x550-1De ouders van de kinderen in dit boek weten goed wat ze van hun kroost verwachten: netjes opruimen, lief zijn voor anderen, voorzichtig zijn … Maar trekken ze die regels ook door in hun eigen dagelijkse leven? Wat doen ze eigenlijk wanneer ze niet bij hun kinderen zijn? Manen ze hun collega’s op het werk ook aan tot voorzichtigheid of springen ze in de tuin superhoog op de trampoline? Enkele jonge kinderen vinden het hoog tijd om daar eens een duchtig woordje over te spreken. Ze roepen hun ouders ter verantwoording met een hele reeks vragen die culmineert in dé vraag die op hun lippen brandt: ‘Snoep jij zonder mij?’ De omkering van de rollen en de schuldbewuste blikken van de ouders zullen in heel wat gezinnen op gegrinnik onthaald worden. De prenten zijn bijzonder kleurrijk en expressief – soms op het randje van het schreeuwerige – wat de humor van het verhaal in de verf zet. Zo eenvoudig als verhaal is, zo boeiend zullen de gesprekken zijn die er als vanzelf uit zullen voortvloeien.

Malesevic, D.J. (2021). Snoep jij zonder mij? Houten: Van Holkema & Warendorf.


616e98cd5f2d1160312aa91eThomas staat te popelen om voor het eerst naar school te gaan. Die eerste schooldag is voor hem extra bijzonder, want hij start nergens anders dan in de Pietenschool. Extra bijzonder? Wie het verhaal verder leest, ontdekt dat de Pietenschool verdacht veel weg heeft van een kleuterschool zoals wij die kennen: zijn grote zus gaat er ook al naartoe, op de speelplaats kan je er klimmen en van de glijbaan gaan, de dag in het klaslokaal is gevuld met vrij spelen en geleide activiteiten en … dé uitdaging van de Pietenschool is om op tijd naar de wc te gaan om ongelukjes te vermijden. Doet dat een belletje rinkelen? Het verhaal beslaat een volledige dag in de klas met alle indrukken en belevingen die daarbij horen. Als sinterklaasverhaal krijgt het een aantal prettige toevoegingen: de directeur is de Goedheiligman zelve, het toiletpapier bevat sinterklaastekeningen en de bomen voor het schoolgebouw zijn in herkenbare vormen gesnoeid (zoals die van een staf, een stoomboot, de maan …). De illustraties van Hengeveld sluiten erg mooi aan bij het verhaal: ze zijn eenvoudig, eigentijds, fris en hier en daar bevatten ze een knipoog voor de ouders. De humor die naar het onderwerp verwijst, zal de kinderen vast wel aanspreken en de verkenning van een schooldag creëert vertrouwen en herkenbaarheid. Wat ons betreft is het dus een prettig verhaal om in de weken na de herfstvakantie met jonge kleuters te ontdekken.

Borhuis, S. (2021). Pietje, moet je plassen? Haarlem: Gottmer.


1175x1200Na ‘Ik help… de brandweerman’ en ‘Ik help… de Sint’ is er nu ook een ‘helpverhaal’ over de speelgoedmaker uit. Als beroep is het profiel van de speelgoedmaker minder evident, maar Jonas Boets en Annelies Vandenbosch slagen er opnieuw in om met een vrolijk en interactief verhaal het takenpakket in beeld te brengen. Deze keer worden kinderen uitgedaagd om mee te helpen om van stuk hout een blokkendoos te maken. De lezers worden meteen aangesproken: ‘Help je mee? Houd je hand recht en stijf als een plank. Sla nu op het hout.’ Zo helpen de lezers over de pagina’s heen met het ‘hakken’ van houtblokjes, die later ook geschaafd worden en bijzondere vormen krijgen. Soms merk je wel dat de taken elkaar wat minder spontaan opvolgen. Zo moeten kinderen met het boek schudden om de blokken door elkaar te leggen in de doos. Een wending die minder goed in het concept past, maar daar zullen jonge kinderen niet om malen. Ik verwacht enthousiast geschud met het boek en algehele hilariteit als blijkt dat de speelgoedmaker er meteen ook een ‘geschud’ kapsel van heeft gekregen. Na het ambachtelijke werk worden de blokken in een verfmachine gestolen en zijn ze klaar om mee gespeeld te worden en zo zet het kartonnen boek niet alleen aan tot lezen, maar ook tot spelen. Prima toch?

Boets, J. (2021). Ik help… de speelgoedmaker. Antwerpen: Oogappel.


OKTOBER 2021

Ik wil een wiegje wordenHet is weer zover: Henriette Boerendans heeft nog eens een prachtig prentenboek uitgegeven waarin ze ons trakteert op een reeks houtsneden die de natuur op onnavolgbare manier in beeld brengen. In ‘Ik wil een wiegje worden zei de wilg’ neemt ze ons mee naar een bos waar een reeks bomen bespreken wat ze later willen worden. Terwijl de beuk speelgoed verkiest en de berk een ledikantje, droomt de knotwilg zachtjes bewegend in de wind van een wiegje als eindbestemming. Pagina na pagina zien we de trotse boomsoorten in al hun glorie verschijnen. De bijgaande tekst van Bette Westera is rijk en spaarzaam tegelijk. In enkele zinnen duidt ze de gesprekken en het lot van de bomenvrienden. Aan het einde van het verhaal komt de verwachte houthakker en velt hij alle bomen, behalve de jongste en de oudste: Jaren gingen voorbij. De treurwilg ging door met vermolmen, het sparretje bleef groeien en werd een grote, groene fijnspar die in de winter droomt dat hij een kerstboom was. Zo’n boom met echte kaarsjes, die fonkelden als sterren in de nacht. Helemaal achteraan in het boek vind je een overzicht van de boomsoorten terug, telkens voorzien van een korte uitleg die enkele typische eigenschappen van de bomen in kaart brengt. Er valt heel wat te leren over bomen in dit boek, maar het zijn toch vooral de mooie taferelen met bomen in de hoofdrol en de poëtische tekst over de gang van het leven, die ‘Ik wil een wiegje worden zei de wilg’ meer dan de moeite waard maken.

Westera, B. & Boerendans, H. (2021). Ik wil een wiegje worden zei de wilg. Haarlem: Gottmer.


TintelvlindersTrouwe volgers weten hoe aandachtig we poëziebundels voor jonge kinderen in het oog houden. Wanneer ronkende namen als Joke Van Leeuwen, Hans & Monique Hagen, Bette Westera, Erik van Os & Elle Van Lieshout, Simon Van der Geest en Pim Lammers de handen in elkaar slaan, weten we dat ons heel wat taalplezier te wachten staat. ‘Tintelvlinders en pantoffelhelden’ lost de verwachtingen in met een bonte verzameling versjes over bang, boos, verdrietig en blij zijn. Opgetogen wakker worden op de ochtend van je verjaardag, boos zijn zonder goed te weten waarom, verdrietig zijn om stuk speelgoed of een verhuis, bang zijn voor de nacht … De gevoelens zijn herkenbaar en vertrouwd, maar de teksten zijn fris en nieuw. Sanne te Loo overtreft zichzelf in de zachte en expressieve illustraties die de herkenbare gevoelens voor jonge kinderen bijzonder mooi verbeelden. Kijk maar:

Hagen, H & Hagen, M. e.a. (2021). Tintelvlinders en pantoffelhelden. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Later wil ik klein wordenDe stoere heldendaden van brandweerlui, de zoete lekkernijen van bakkers, de epische reizen van astronauten … Er zijn nogal wat professionele activiteiten die tot de verbeelding van jonge kinderen spreken. Job van Gelder brengt die verbeelding verder op gang en doet in zijn gedichtenbundel ‘Later wil ik klein worden’ wat de titel al doet vermoeden. Hij wijkt van de platgetreden paden af en biedt zijn lezers gedichten aan die echt doen dromen over wat je later allemaal kan worden. Van een racer, een vogelspotter, een tatoeëerder en een ‘ietsenmaker’ over een musicalacteur, een schatgraver en een hartendief … allemaal passeren ze de revue. Het is prettig hoe van Gelder het antwoord op de vraag ‘wat ik later worden wil’ niet beperkt tot beroepen. Zo wordt een van de dromers later ‘nooit bang’ en een andere wordt ‘hekst’. De droomshow wordt vooral opgetrokken door de kleurrijke illustraties waarin we zien hoe kinderen hun kijk op de toekomst vormgeven. Ze gaan daarbij telkens inventief en enthousiast de toekomst tegemoet. Om dan erg mooi af te sluiten met de gedachte dat die toekomst er toch ook niet te snel moet zijn:  ‘Later lijkt me best wel fijn, want je kunt dan alles worden. / Dus word ik als ik groot ben gewoon weer lekker klein.’

Van Gelder, J. (2021). Later wil ik klein worden. Amsterdam: Condor.


Schermafbeelding 2021-10-17 om 13.24.01Bibi Dumon Taks pleidooi om kinderen niet te betuttelen wanneer ze leren lezen is erg overtuigend. De stelling dat lezen niet veilig, maar net avontuurlijk en grensverlegged moet zijn, leidt bij ons tot instemmend geknik. Het is toch net fantastisch dat in boeken zoveel meer mogelijk is dan in de realiteit? En toch slaagt Bibi Dumon Tak er in ‘Een tijger in je bed’ als geen ander in om met eenvoudig te lezen taal de lezer helemaal mee te nemen in de wereld van de tijger. Dat doet ze zelfs zo goed dat we het boek ook kleuters niet willen ontzeggen. Aan de hand van korte hoofdstukken met allerhande wetenswaardigheden over de tijger weet ze een interesse op te wekken waarvan ik niet eens wist dat ik ze had – of zelfs kon hebben. Wist je dat de tijger sterker is dan de leeuw? En dat er onder zijn vacht ook een gestreepte huid zit? De dierenweetjes – soms met ietwat educatieve toon gebracht – worden omgeven door prettige én waargebeurde verhalen over tijgers die in iemands bed kruipen en vriendschap sluiten met een geit. Lezen we haar teksten liever als die niet beteugeld worden door allerhande regels om de taal eenvoudig leesbaar te houden? Ja! Hebben we toch ook veel plezier beleefd aan ‘Een tijger in je bed’? Ja! Is onze nieuwsgierigheid naar de dierenwereld verder aangewakkerd? Ja! Lezen én voorlezen dus!

Dumon Tak, B. (2021). Een tijger in je bed. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


SEPTEMBER 2021

891x1200In een magisch-exotisch oerwoud wonen twee blauwe (fantasie)kikkers, Kleine Broer en Grote Broer. Ze wonen in een bloem. Grote broer is stoer, durft alles en verkent de wereld. Op een avond, wanneer hij naar de sterren gaat kijken, komt hij niet meer terug. Kleine Broer heeft weinig zelfvertrouwen. De wereld rondom hem met allerlei geluiden, geuren en kleuren boezemt hem angst in. Dus blijft hij in zijn bloem zitten. Maar wanneer Grote Broer niet terugkeert, moet hij de stap buiten zijn bloem wel wagen. Al zoekend naar zijn broer ontdekt hij de grotere wereld en voelt hij zich langzaam maar zeker wat meer op zijn gemak. Want die wereld is lang niet zo bedreigend als hij dacht! Dan opeens … verschijnt Grote Broer weer. Die was verdwenen net omdat hij Kleine Broer uit zijn bloem wilde halen. Opzet gelukt dus! Bovendien was hij de ganse tijd in de buurt van Kleine Broer. Als je terugbladert in het boek, zie je hem dan ook verstopt op verschillende bladzijden. Een sprookjesachtig boek over angst, moed en zelfvertrouwen waar op elke bladzijde superveel te ontdekken valt.

Faas, L. (2021). Waar is Grote Broer? Rotterdam: Lemniscaat.


550x730In verhalen kan alles. Dus is de kleine Maximiliaan alleen thuis en geeft hij een feestje voor zijn speelgoeddieren. Snel wordt duidelijk waarom Maximiliaan ook Modderman heet want alles wordt vies. Dus besluit Maximiliaan dat alles en iedereen in bad moet. De taart incluis. Dan komen zijn ouders thuis. En nog is het niet uit met de pret want bij het zien van de kliederboel die Maximiliaan gemaakt heeft, besluiten ze dat het volledige bad dan maar in bad moet! Joukje Akveld is niet aan haar proefstuk toe en slaagt erin met enkele woorden en eenvoudige zinnen de sfeer van de spetters en de viezigheid volledig op te roepen. Ze wordt daarbij geruggesteund door de pittige illustraties van Jan Jutte. Wat de lay-out betreft: de woorden staan overwegend in zwart behalve wanneer iemand onder de aandacht wordt gebracht bv. een speelgoedbeest dat in bad moet. Dan staat die naam of dat woord in kleur. Erg leuk boek vooral omwille van het onderwerp: vuil worden. Een onderwerp dat heel veel kleuters erg boeit en waaraan niet zoveel prentenboeken op een prettige manier gewijd zijn.

Akveld, J. (2021). Maximiliaan Modderman geeft een feestje. Tielt: Lannoo.


550x638Wat een bedrijvigheid in het kasteel! Terwijl de koning in de troonzaal bezoek ontvangt, houden tal van werklieden met noeste arbeid het kasteel draaiende. Metselaars en timmerlui bouwen aan het kasteel, bakkers kneden het brood, stalknechten verzorgen de paarden, minstrelen laten musicerend van zich horen … Terwijl grote illustraties ons verschillende hoeken van het kasteel tonen, krijgen we zicht op de taken van de middeleeuwse vaklui. In één zin wordt telkens verwoord wat de job net inhoudt. De prenten ogen vrolijk dankzij de figuren bij wie de arbeidsvreugde en -frustratie expressief is weergegeven. Aan het einde krijg je een handig overzicht van de verschillende jobs met telkens een figuur in vol ornaat erbij. Erg prettig boek dus voor al wie een andere invalshoek zoekt bij het klassieke thema van stoere ridders en roze prinsessen.

Colby, R. (2021). Aan het werk in het kasteel. Haarlem: Gottmer.


550x550Zorgende ouders vinden we niet enkel onder de mensen terug. In twee boeken – een over mama’s en een over papa’s – stelt Philip Bunting een reeks moeders en vaders voor die in het wild op hun eigen manier zorg dragen voor hun kroost. Zo leren we dat giraffenmoeders een oppas regelen wanneer ze op de lunch jagen door hun jongen bij andere vrouwen in de kudde achter te laten. Vaders van zaanhoenders zijn veel onderweg, want ze vliegen naar de verste plekken om zoet water te verzamelen voor hun gezin. De exotische sulawesi-jaarvogel heeft dan weer veel aandacht voor een gezellig nest – gemaakt van uitwerpselen – in een boomholte die de kleine vogels beschermt van slangen en andere bedreigingen. Aan het einde van de boeken spreekt de auteur de lezer aan: Wat voor een mama/papa heb jij? In grappige illustraties zien we hoe ‘mensenmoeders en -vaders’ dezelfde technieken van de wilde dieren toepassen. Kinderen kunnen er een van hun ouders vast in herkennen. Wat zijn we blij met deze prentenboeken die de rol van ouders waarderen zonder sentimenteel te worden of geromantiseerde clichébeelden op te hangen. Terwijl de dierenweetjes verbazen én doen grinniken word je herinnerd aan de enorme verscheidenheid van de natuur en de brede keur aan mogelijkheden om zorg te dragen voor elkaar. Heerlijk toch?!

Bunting, P. (2021). Wild enthousiast over mama’s. Utrecht: De Fontein.


550x657TipToe Print wil als uitgeverij over het hoofd geziene parels toch onder de aandacht van kinderboekenliefhebbers brengen. Met ‘Blad in de wind’ is de uitgeverij daar meer dan ooit in geslaagd. Het bijzondere beeldverhaal van de Zuid-Amerikaanse kunstenaars José Sanabria en Maria Laura Diaz Dominguez wordt verteld vanuit het perspectief van een krant, die ’s ochtends niet verkocht geraakt in de kiosk en daar als enige achterblijft. Het leven van de krant krijgt een verrassende wening wanneer die even later wordt meegenomen door de wind. ‘Elk van mijn bladen zou naar een andere plek reizen. En daar een ander leven leiden.’ Het ene krantenblad betekent beschutting voor een dakloze, een ander verpakt een dode goudvis, nog een ander steekt de kachel aan … In prachtige ingekaderde schilderijtjes van vaak herkenbare taferelen volgen we de bestemmingen van de verschillende krantenbladen. De sfeer is dromerig en melancholisch, de bijgaande tekst is spaarzaam en poëtisch. ‘Toen ik dacht dat mijn verhaal bijna verteld was, kwam mijn laatste blad bij een laatste man terecht. Hij keek naar mij en ik naar hem. Voor het eerst las iemand wat ik te zeggen had.’ Wat de man in de krant leest, komen we niet letterlijk te weten, maar hij wordt er opvallend gelukkig van. Hoe het lezen van die laatste bladzijde voor de man overduidelijk tot geluk leidt, ervaart de lezer zelf bij het ontdekken van dit eenvoudige verhaal dat grote levensthema’s bijzonder mooi en fijnzinnig in beeld brengt.

Sanabria, J. (2021). Blad in de wind. Brussel: Tiptoe Print.


frontImagesLinkBlijkbaar heeft de dochter van Bette Westera het literaire talent van haar moeder geërfd, want hun samenwerking resulteert in een opvallend knap boek dat ook enkele grenzen van de kinderliteratuur verlegt. ‘Toen rups een vlinder werd’ is een bundel met versjes, liedjes en verhalen over kriebelbeestjes, die samen ook één verhaal vertellen. Doorheen het boek volgen we Rups die zodra hij een mooie Vlinder wordt op zoek gaat naar Eendagsvlieg die hij ’s ochtends heeft leren kennen. Op zijn tocht door de tuin ontmoet hij verschillende beestjes die een inkijk geven in hun leven. Zo houden Oorwurm, Pissebed en Kakkerlak de eerste vergadering van de Nette-Beesten-Club waarin ze besluiten een clublied te schrijven om hun naamkeuze aanklagen. Hommel houdt een bloemenproeverij en de wandelende takken spelen verstoppertje. De mieren zijn uiteraard naarstig aan het werk en twee wevende spinnetjes zijn wel heel dikke vriendinnetjes. Het is een stralende dag in de tuin waar het leven z’n gangetje gaat, maar de uren van Eendagsvlieg zijn geteld … Djenné Fila tilt het vrolijke geheel naar een hoger niveau met bijzonder mooie illustraties in zachte kleuren die meer stralen naar het midden van het boek en tegen het einde van het verhaal beginnen te schemeren. Ze krijgt daar alle ruimte toe met paginagrote illustraties die af en toe verder uitgewerkt worden in dubbele pagina’s tussen de teksten in. De sfeervolle illustraties staan op zichzelf en sluiten tegelijk naadloos aan bij de informatieve versjes die met humor, veel ritme en taalplezier de bekommernissen van de allerkleinsten in beeld brengen. Dit dikkere prentenboek is werkelijk een plezier om in handen te hebben. De structuur geeft de lezer ook heel wat vrijheid: je droomt weg bij de prachtige prenten, grinnikt bij het lezen van een versje of leeft mee met de beestjes in een van hun verhalen. Zo doet het boek wat het inleidende versje belooft:

Het wiebelt, het vlindert,
het kriebelt, en het zindert,
het schuifelt, het scharrelt, het suist.

Het klappert, het wriemelt,
Het flappert, het friemelt,
het bromt en het snort en het ruist.

Het tjirpt en het ritselt, het zoemt en het zingt.
Het kruipt en het prikt en het danst en het swingt.

Westera, B. & Tieman, N. (2021). Toen rups een vlinder werd. Amsterdam: Volt.  


550x552Chimpansees zijn een bedreigde diersoort. Niet iedereen is zich daarvan bewust en daar kan met dit verhaal van Marc De Bel verandering in komen. Zonder te moraliseren slaagt hij erin duidelijk te maken dat mensen schuld treft wat die bedreiging betreft. Daarnaast laat hij een kleine maar dappere chimpansee de hoofdrol spelen en toont hij hoe belangrijk zelfvertrouwen is. Komt daarbij dat het verhaal geschreven is in een rijke taal en dat de illustraties de verblijfplaats van de chimpansees, het oerwoud, echt tot leven laten komen. De opbrengst van het boek komt het Jane Goodall-instituut ten goede. Jane Goodall zelf schreef het voorwoord voor dit boek. Achteraan in het boek krijgt de lezer meer informatie over het leven van de chimpansees en over hoe ze in die levenswijze bedreigd worden door de jacht die op hen gemaakt wordt en door hun steeds kleiner wordende leefgebied.

De Bel, M. (2021). Kleine Pan. Antwerpen: Houtekiet.


550x706De kaft van het boek intrigeert al: een heleboel koeien worden aan een kabel opgehesen. Ze gaan hoog want ze hangen te bungelen tussen de vogels, de wolken en de vliegtuigen. Zowel de voorste als de achterste schutbladen tonen enkel een nachtelijke sterrenhemel met daarin rondzwevende wezens of ruimtetuigen (?). Dan start het verhaal met het eenvoudige zinnetje: De koeien gaan een toren bouwen en de hele wei helpt mee. Dat zinnetje in een prent over een dubbele bladzijde: een wei aan de rand van een meer met daarachter heuvels – schemerige lucht, 1 enkele boomstam met bovenaan een ooievaarsnest met een ooievaar die met een vogel op haar kop zit te broeden, aan de stam een wasdraad met 2 rode sokken, enkele wasknijpers, 2 vogels en een spinnenweb. Op de stam kruipt een eekhoorn. Verder in de wei: 6 koeien en een kalfje, een gans met haar kuiken, 3 regenwormen die uit de grond komen gekropen, 2 rondvliegende bijen, een pauw die naar de ooievaar op het nest kijkt en een ooievaar (met een vogel op zijn rug) die naar de lucht kijkt op de rug van één van de koeien. En dit is nog maar de eerste prent. De illustraties worden steeds spectaculairder en volgen het verhaal in de tijd. Bv. op een bladzijde zie je een likkebaardende vos die naar de kippen loert, op de volgende bladzijde is de vos verdwenen en blijven er van 1 van de 2 kippen enkele veren over. Of de boom op de eerste bladzijde die sneuvelt op een van de volgende bladzijde omdat de kraan er tegenaan rijdt met enkele hulpeloze ooievaarsjongen en een gewonde koe tot gevolg. De reuze-octopus die uit het meer opduikt waarvan je eerst een arm, verderop een arm en de bovenkant van zijn kop en tenslotte de hele octopus te zien krijgt. Kortom een wemeling van prettige details die je altijd opnieuw in het boek doen kijken. Heerlijk om te zien hoe de koeien met allerlei hulpmiddelen – denk aan een kraan bestuurd door een koe, een heftruck bestuurd door een schaap, een valscherm, een tros ballonnen, een reuze-octopus, een regenboog, luchtballonnen, een raket, …- ‘een toren van koe’ bouwen tot ze werkelijk tussen de vliegtuigen en uiteindelijk in de ruimte terechtkomen. De tekst is summier maar vertelt op rijm waar het op aan komt en speelt af en toe ook taalspelletjes. Ondertussen is de nacht gevallen en komt de boer poolshoogte nemen. Hij vindt het welletjes en sommeert de koeien terug naar de begane grond. En dus is de voorlaatste prent de boer die vanop de wei in de lucht staart, grazende koeien, een in het meer gezonken vliegtuig omstrengeld door de octopus, … en het zinnetje: En in de vroege ochtend staat het vee weer aan zijn zij. Hoewel…’ De laatste prent toont een koe die in de ruimte zweeft. Schitterend prentenboek waarin Pieter van den Heuvel zijn vakmanschap nog meer bewijst dan in zijn vorige bijzondere boek ‘De Verhuisdieren’.

Van den Heuvel, P. (2021). Een toren van koe. Haarlem: Gottmer.


boekstra_9789025774141_frontDe klassieke verhaaltjes over peuters die worstelen met de potjestraining zijn bekende hits in peuterklassen en jonge gezinnen. Die prentenboeken hebben echter een zekere houdbaarheidsdatum. Oudere kleuters hebben vaak geen boodschap meer aan dergelijke verhalen. Voor hen – die vaak toch ook nog gefascineerd zijn door het onderwerp – is er nu het informatieve verhaal over de reis die ons eten aflegt van zodra we het in de mond steken. In kleurrijke illustraties voorzien van korte teksten komen kinderen te weten hoe ons lichaam eten verteert en welke weg een drol aflegt nadat we naar toilet geweest zijn. Het geheel wordt nergens platvloers of flauw, maar bereikt wat het voor ogen heeft: kinderen informeren aan de hand van een toegankelijk en prettig verhaal. In dat verhaal volgen enkele jonge kinderen de reis van een boterham op de voet op. De tekeningen vertalen de biologische en technische processen naar kleuterniveau. Zo wordt de weg door de darmen gevisualiseerd door een slang die als een soort glijbaan functioneert. En aan het einde krijgen we het heerlijke beeld te zien van de kinderen die de drol uitzwaaien vanop een waterzuiveringsstation.

Bal, F. (2020). Dag drol. De grote reis van eten: van je mond tot in de wc. Haarlem: Gottmer.


JUNI 2021

1200x835Een bonte bende van vijf goede vrienden houdt ervan om samen een wandelingetje te maken. Bij het omslaan van elke kartonnen pagina – pagina’s die aan het begin heel smal zijn en steeds verbreden naar het einde toe – verdwijnt telkens één van de vrienden. Waar is de hond toch naartoe? En waar is Konijn? Ook Koe is weg? Koehoe? Uiteindelijk zien we enkel nog een lege wei. Wat is er gebeurd? Iedereen is foetsie? Heel mysterieus allemaal … Zo wordt de spanning voor de allerjongste lezers opgedreven tot de vijf vrienden op de laatste pagina samen in beeld springen: KIEKEBOE! De eenvoudige opbouw gecombineerd met het universele kiekeboesucces en de grappige dierenfiguren maken van dit kartonboekje een plezierige aanwinst voor elke baby- en peuterboekenkast.

Delwart, C. (2021). Waar is iedereen? Antwerpen: Oogappel.


9789021426280Het hele slaapritueel is netjes afgrond: de deur staat op een kier en het nachtlampje zorgt voor schemerlicht in de kamer. Toch kan jonge Mats niet slapen. Klinkt bekend? Joukje Akveld laat het jongetje met z’n knuffel door het huis sluipen, op zoek naar het lekkerste bed om in te slapen. Z’n omzwervingen brengen hem langs de bedden van z’n jongere en oudere broer en dat van z’n ouders. Zelfs het kussen van de hond des huizes en het stro in het konijnenhok worden uitgetest. Wanneer die geen soelaas bieden trekt Mats naar buiten … Het zal je niet verbazen dat uiteindelijk Mats’ ogen wel erg zwaar worden en er maar één bed de ideale plek blijkt om heerlijk in slaap te vallen. Het concept van dit verhaal kennen we van Joke Van Leeuwens ‘Waarom lig jij in m’n bedje’ uit 2011, wat alleen maar bevestigt dat het herkenbare stapelverhaal nog niets aan kracht is verloren. Liset Celie zorgde voor bijhorende illustraties in zachte schemerkleuren.

Akveld, J. (2021). Het lekkerste bed. Amsterdam: Volt.


frontImagesLink-1Er komt iemand nieuw in de stad wonen. ‘Een meisje’, zegt de verteller maar ze ziet er eerder uit als een fantasiediertje met een olifantenslurf en konijnenoren. Het is meteen duidelijk dat het meisje van een andere planeet komt, want ze heeft er geen flauw benul van waarom iedereen altijd maar op een scherm of schermpje tuurt en waarvoor dat nuttig zou kunnen zijn. Ze wil nieuwe vrienden maken en spelen maar met al die schermen heeft niemand aandacht voor het meisje. Ze besluit haar tanden eens in een scherm te zetten. Wie weet krijgt ze dan duidelijkheid. Jammer genoeg komt die duidelijkheid er niet maar wat smaken die schermen lekker! Een na één verorbert het meisje alle schermen van de stad. Dan gebeurt waarop ze al zolang hoopte – andere kinderen willen met haar spelen. De plot van het verhaal is wel een beetje flauw, maar het verhaal zelf wordt leuk verteld en is heftig geïllustreerd. De illustraties bestaan uit een dubbele pagina vol beweging en kleur of zijn een enkele pagina groot maar telkens opnieuw zetten ze  een hedendaagse stad neer zij het dan dat die bevolkt wordt door antropomorfe dieren. Soms bestaan de illustraties uit enkele raampjes waardoor een inkijk in de stad gegeven wordt. Het verhaal speelt in op een actueel thema: schermgebruik en laat zien wat er kan gebeuren wanneer het scherm je leven beheerst.

Docherty, E. (2021). Schermdiefje. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.

MEI 2021

550x606Heel af en toe krijg je een boek in handen en komen tegelijk de woorden ‘wauw’ en ‘ongezien’ spontaan in je op. Die eerste indruk wordt enkel bevestigd eens je ‘Machtige Min’ van naderbij bekijkt. Kleine Min woont samen met vier tantes in een piepklein huisje, helemaal achteraan in een tuin. Ze is onder de indruk van de stoere avonturen waarover haar tantes ’s avonds bij kampvuurlicht vertellen. Daarom ook trekt ze er op een nacht zelf op uit. Al snel wordt ze door een oehoe meegenomen, die haar vertelt over een gevaarlijk monster in de tuin dat voor chaos bij alle dieren zorgt. Min gaat de uitdaging aan om de dieren te helpen en weet op geheel eigen wijze het monster te temmen. Van dat moment af aan wordt het verhalenrepertoire van de tantes uitgebreid met het sterke verhaal van Machtige Min. Het sprookjesachtige verhaal charmeert door de dromen en heldendaden van een klein meisje dat met grote goesting de wereld wil ontdekken. Door haar kleine gestalte krijgen we het uitbundige bloeien van een tuin en zijn vele bewoners vanuit een bijzonder perspectief te zien. De show wordt daarbij gestolen door de kleurrijke illustraties van Melissa Castrillon die van bloemen en planten in de tuin overweldigende schouwstukken maakt.

Castrillon, M. (2021). Machtige Min. Amsterdam: Boycott.


550x579Chris Haughton is wereldbekend geworden met z’n innemende prentenboek ‘Mama kwijt’. Met een gelijkaardig recept maakte hij enkele andere prentenboeken die – hoewel verdienstelijk – het oorspronkelijke succes niet leken te kunnen evenaren. Gelukkig is er nu ‘Misschien’, Haughtons nieuwste prentenboek waarin hij zijn gekende ingrediënten weer ideaal weet te doseren.
Wanneer drie jonge apen door hun moeder hoog in de bomen worden achtergelaten met de boodschap ‘Wat jullie ook doen, ga NIET naar de mangoboom. Daar lopen tijgers.’ weet de geoefende lezer al dat hij die mangoboom vast nog wel te zien zal krijgen. De dynamiek op weg naar de mangoboom is al even hilarisch als herkenbaar. Beetje bij beetje overtuigen de jonge apen elkaar dat het ‘misschien’ toch niet zo erg is om enkel wat dichter te gaan … of om gewoon eens naar de boom te kijken … of om slechts één mango te plukken of … Zo worden grenzen stelselmatig verlegd en wordt de spanning mooi opgedreven tot – zoals de moeder voorspeld had – de tijgers daadwerkelijk verschijnen. Een spannende scene ontvouwt zich waarbij de drie waaghalzen ternauwernood aan de dood kunnen ontsnappen. Even later stemt het mama aap tevreden dat ze haar drie jongelingen ‘braaf’ terugvindt op de vertrouwde tak waar ze hen had achtergelaten. De verschrikte gezichten verraden het geheime avontuur dat de lezer ook kent. ‘Misschien’ hebben ze hun les nu geleerd …? Heerlijk verhaal met rood-blauwe illustraties die vooral dankzij de expressie van de drie kornuiten echt kostelijk zijn. En zo hebben we Haughtons succesrecept op z’n best: een herkenbaar, grappig, spannend, kleurrijk en expressief prentenboek dat gelezen en herlezen kan worden.

Haughton, C. (2021). Misschien. Haarlem: Gottmer.


9789002272929_lrMet de decennialange ervaring in het kinderboekenvak, hoeft het niet te verbazen dat Ed Franck en Thé Tjong-Khing met veel metier de vrienschapsverhalen van Panda en Eekhoorn weten uit te werken. In de zes korte verhalen over de twee vrienden passeren heel wat emoties de revue: ze zijn samen bang, maken ruzie, beleven plezier, missen elkaar, zijn nieuwsgierig … Het leven zoals het is dus in het bos waar Eekhoorn en Panda elkaar steeds opnieuw vinden. Jonge kinderen zullen zich goed kunnen inleven in de verhalen die hen vast ook op weg zullen helpen bij het benoemen van gevoelens. Zowel de taal als de illustraties zijn mooi in hun eenvoud.

Franck, E. (2021). Een vriend, wat is dat? Leuven: Davidsfonds/Infodok.


lou_en_lily_-_kriebeltenen-minKriebeltenen is het eerste prentenboek in een nieuwe reeks over het leven van twee kleuters, Lou en Lily. In dit verhaal heeft Lily nieuwe schoenen nodig. Ze mag van haar mama kiezen welke ze wil. Wauw! Lily begint meteen te dromen : wil ze schoenen met hakken, of dansschoenen of wandelschoenen of … ? Er is zoveel keuze! Samen met haar beste vriend probeert ze een hele reeks schoenen uit. Lou heeft snel gekozen, maar voor Lily is dat veel moeilijker … Een prettig verhaal dat mooi aansluit bij de interesses en de leefwereld van jonge kleuters.

Dieltiens, K. (2021). Lou en Lily. Kriebeltenen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


UnknownWeinig prentenboeken voor kleuters durven het aan om te spelen met de chronologie van het verhaal. ‘Er lag een trommeltje in het gras’ maakt tijdssprongen net tot centraal onderwerp door de levensloop van een kistje in beeld te brengen. Sebas koopt dat kistje op de rommelmarkt, maar het valt onderweg naar huis uit zijn fietszak. Zo komt het in het gras terecht. Op dat moment beginnen de sprongen in de tijd. Het kistje behoorde namelijk tevoren toe aan oma Lina bij wie het een hele geschiedenis kende die start in haar kindertijd in Afrika. Maar ook nadat het kistje in het gras terecht is gekomen, staat het nog een heel leven te wachten. Het verhaal toont de reis van een eenvoudig kistje, dat verbonden is met mensenlevens en tezelfdertijd mensenlevens verbindt. Jonge kinderen die graag verzamelen en hechten aan bijvoorbeeld speelgoed van hun ouders, zullen zich zeker herkennen in het bovendien door Sanne te Loo erg sfeervol geïllustreerde prentenboek. Auteur Edward Van de Vendel slaagt er alweer in om met weinig woorden een rijk en gelaagd verhaal uit te tekenen.

Van de Vendel, E. (2020). Er lag een trommeltje in het gras. Antwerpen: Querido.


869x1200‘Het fortuin van Fausto’ is vorig jaar al uitgegeven, maar we zijn zo enthousiast over het prentenboek dat we het met plezier hier alsnog onder de aandacht brengen. In het door Oliver Jeffers geïllustreerde en geschreven verhaal leren we de hebzuchtige Fausto kennen. Hij eigent zich zonder enige schroom achtereenvolgens een bloem, een schaap, een boom en een wei toe. Telkens voelt hij zich even tevreden met z’n nieuwe aanwinst, maar vervolgens heeft hij al snel een nieuwe verovering op het oog. Zijn hebzucht neemt doorheen het verhaal steeds grotere proporties aan: ook een bos en een meer moeten eraan geloven. Jeffers brengt de aanzwellende grootheidswaan prachtig in beeld met sobere illustraties die dankzij de witruimte en handig perspectiefgebruik het machtsvertoon versterken. Uiteindelijk breekt Fausto z’n tanden stuk wanneer hij de zee probeert te domineren … Noch het personage van Fausto, noch de uitgesproken waarden in het verhaal zijn nieuw, toch hoeft het geen betoog dat ook in 2021 de gedachte niet genoeg kan uitgedragen worden. Feit dat Jeffers erin slaagt die bevattelijk te maken voor kleuters en die bovendien in een erg mooie vorm heeft verwerkt overtuigt eens te meer. Je kan de Engelstalige versie volledig bekijken via volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=hB9_7r0Wjrg.

Jeffers, O. (2020). Het fortuin van Fausto. Utrecht: De Fontein.


847x1200Het mysterie van de verdwenen sokken is een wereldbekend fenomeen. Hoewel we doorgaans sokken per twee dragen, lijken er in de wasmachine telkens exemplaren op onverklaarbare wijze te verdwijnen. Waar zijn die toch naartoe? Justyna Bednarek heeft een verhalenbundel geschreven waarin ze het wel en wee van 10 van die verdwenen sokken in kaart brengt. Gedreven door de onderzoeksdrang van kleine Bee, leren we de levensloop van uiteenlopende sokpersonages kennen. Daarbij laat de auteur haar fantasie de vrije loop: de sokken worden zelfs filmster en detective. De illustraties zijn al even prettig, kleurrijk en fantasierijk als de opzet van de bundel. Met deze verhalenbundel haal je dus complexloos voorleesplezier in huis, waar je meerdere dagen zoet mee bent.

Bednarek, J. (2020). Het grote voorleesboek over verdwenen sokken. Amsterdam: Volt.


1200x1200Het meisje op de cover viert binnenkort haar verjaardag. Daar hoort een nieuwe outfit én een kappersbeurt bij. Onderweg naar het kapsalon zien we al talloze coupes de revue passeren. Eens in de kappersstoel wordt het register helemaal opengetrokken: terwijl het meisje in een boekje kijkt, overschouwt ze ook de brede keur aan kapsels die haar vrienden en familieleden hebben uitgekozen. De keuze is eindeloos! Zou ze kiezen voor vlechtjes, knotjes, een stoere high fade of krullen? Wil ze haar haar kort of lang, verkiest ze een brede of een smalle coupe? Als lezer sta je versteld van de mogelijkheden, wat echt een kracht is van dit boek: de makers slagen erin om met het alledaagse onderwerp tot de verbeelding te spreken. Ze trekken je wereld open en verbreden je blik. Jonge kleuters – die wel vaker gefascineerd zijn door haar en kapsels – zullen vast hun gading vinden in dit prettige verhaal. Het jonge meisje kiest uiteindelijk voor een natuurlijke look? Wat verkies jij?

Lee, H. (2020). Mijn haar! Antwerpen: Pelckmans.


550x650Het uitgangspunt van dit verhaal is een situatie die we allemaal wel kennen: aan het einde van een gezellig etentje, volgt de confrontatie met een grote stapel afwas. Om de beurt haalt ieder van de elf vrienden een reden aan waarom hij/zij het opruimwerk niet kan leveren. Het werk wordt doorgeschoven tot een enorme stapel bij Bij terechtkomt … Zoals de titel het al weggeeft, biedt ‘Kleintje’ heel wat wiskundige kansen. De eerste met een excuus – Beer – is namelijk ook de grootste in het gezelschap en de laatste – Bij – is de kleinste. De kleurrijke prenten van Barbara De Wolf in – haar ondertussen al erg herkenbare – collagestijl brengen het verhaal op een prettige manier in beeld. Benieuwd welke wiskundige geesten een oplossing voor dit probleem kunnen bedenken? Je kan de auteur alvast aan het werk zien via volgende link:

De Wolf, B. (2020). Kleintje. Amsterdam: Ploegsma.


HenryWanneer Henry vanuit z’n steriel witte woonkamer naar de prachtige natuur buiten kijkt, krijgt hij het idee om wat van die natuurlijke schoonheid in huis te halen. Hij begint bescheiden met een houten tafel en stoelen, maar heeft al snel de smaak naar meer te pakken. Terwijl hij bladzijde na bladzijde zijn kamer verder aankleedt, ziet de lezer het uitzicht stelselmatig verschralen. Daarenboven passen zijn vrienden dezelfde methode toe, omdat ze zijn huis werkelijk prachtig vinden. De natuur ziet er stilaan even kil en kaal uit als Henry’s kamer aan het begin van het verhaal. Hoewel de boodschap hier erg duidelijk is, wordt het boek nergens moraliserend. Daar dragen zonder twijfel de stijlvolle illustraties in rood en groen toe bij. De vormen van de meubels laten dezelfde leemtes achter in de natuur, wat een kijkspel uitlokt dat het ernstige onderwerp meteen ook wat lichter maakt. De uitsnijdingen versterken het contrast tussen de binnen- en buitenwereld van Henry, die uiteindelijk besluit naar de ruimte te trekken om met een schone lei te kunnen starten. Hij is vastberaden z’n adembenemende uitzicht te behouden, maar zal hem dat ook lukken? Jacques en Lise hebben stilaan een eigen recept: hun prentenboeken bevatten veelal open eindes die jonge kinderen aan het denken durven te zetten. De tekst is spaarzaam, maar ontlokt altijd interactie met wat er in de tekeningen te zien valt. De suggestieve prenten in een beperkt aantal kleuren trekken telkens een herkenbare en tegelijk eigen wereld op. Met ‘Henry’ hebben de jonge illustratoren in elk geval hun recept mooi uitgebalanceerd.

Jacques & Lise (2020). Henry. Kalmthout: Pelckmans.


550x764Hoe zou je je gedragen wanneer je op een dag wakker wordt en een aapje blijkt te zijn?! Zou je nog stil willen zitten, welk eten zou je willen en hoe moet het dan als er in de klas een verhaal wordt voorgelezen? Dit is het uitgangspunt van het leuk geïllustreerde prentenboek met korte stukjes tekst tussen de illustraties. Elk kind gedraagt zich wel eens als een aapje. Elk kind is wel eens moe en wil dan – net zoals het aapje in dit boek – echt niks meer. De manier waarop auteur en illustrator samenwerken om het kind dat een aapje is geworden, in beeld te brengen, zorgt voor een hoge mate van herkenbaarheid en zal ongetwijfeld doen glimlachen omwille van de vele apenstreken. Een dynamisch prentenboek zowel op het vlak van de tekst, de lay-out en de illustraties in heldere kleuren.

 Baldinucci, L. (2020). Een dag vol APENSTREKEN. Hasselt-New York-Amsterdam: Clavis.


550x546 ‘Ukkie’ heeft haar naam niet gestolen: ze is namelijk de allerkleinste van een kudde jaks en dat bevalt haar allerminst. Ukkies moeder maant haar aan tot geduld, maar Ukkie wil zo snel als mogelijk groot zijn! Ze probeert snel te groeien door veel te lezen, te sporten en te eten, maar niets lijkt te helpen. Tot Ukkie ontdekt dat grootsheid niet bepaald een kwestie van gestalte is … In een noodsituatie wordt Ukkie net omwille van haar kleine gestalte de held van de kudde. Het verhaal is – hoewel lichtjes voorspelbaar – herkenbaar voor kleuters en kan als uitgangspunt dienen om rond talenten te werken. Maar het zijn vooral de heerlijke illustraties van Kate Hindley die de show stelen! De grijze en helblauwe tinten nemen de lezer mee op reis naar ijskoude bergtoppen, die mooi contrasteren met de warme en gemoedelijke sfeer in de kudde jaks. De logge dieren weten echt te charmeren met hun kleurrijke mutsen en expressieve lichaamstaal. Bovendien zorgde Bette Westera er als vertaler voor dat de rijmende tekst nooit geforceerd aanvoelt.

Fraser, L. (2020). Ukkie. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


doe_die_deur_dicht-minHoewel op het eerste gezicht de sfeer van een brasserie uit de jaren 50 eerder iets lijkt wat jonge ouders kan aanspreken, slaagt Koen Van Biesen er in zijn nieuwe prentenboek in om een humoristisch verhaal te brengen waar kleuters vast ook plezier aan zullen beleven. De cover van het prentenboek verbeeldt een deur die de lezer opentrekt aan het begin van het verhaal. Een sticker op die deur waarschuwt nochtans: ‘mensen niet toegelaten’. En zo brengt de lezer het verhaal zelf op gang … Twee honden zitten in ‘Brasserie Bulldog’ rustig te lezen en te werken tot er ergernis ontstaat over de deur die bij dit hondenweer opengelaten wordt. Hoewel de aanvang erg herkenbaar is, worden de gevolgen van die open deur hoe langer hoe surrealistischer. De illustraties met collagetechniek in bruintinten doen wat retro aan en zullen kleuters zeker aanspreken dankzij hun expressiviteit en de brede keur aan hondenrassen die de revue passeren. Daarnaast heeft Van Biesen ook heel wat taalhumor verweven in het verhaal. Zo bericht ‘Het Algemeen Wafblad’ over het weer om geen hond door te jagen en kan de tekst die in de brasserie ophangt – ‘Duik eens in een boek’ – steeds letterlijker opgevat worden. We zijn er zeker van: ook jij zal helemaal ‘in dit verhaal’ geraken.

Van Biesen, K. (2020). Doe die deur dicht. Wielsbeke: De Eenhoorn.


550x425Een hele reeks dieren is samen op weg naar hun nieuwe huis. Dat huis ligt volgens de pijl op de cover 4 meter verder, net zo lang als deze bijzonder mooi uitgegeven leporello in uitgevouwen versie. Een elastiek achteraan houdt het geheel samen, waardoor je het boek ook kan lezen wanneer je niet meteen 4 meter ter beschikking hebt. Ondanks de beperkte afstand hebben de dieren duidelijk keuzes moeten maken, want ze verhuizen enkel wat ze kunnen dragen. Dat leidt tot grappige beelden van onder andere een neushoorn met een auto in z’n nek, flamingo’s met sokken over hun kop en een stinkdier dat tactisch de kluis weet te beschermen, terwijl een konijn die voorttrekt. Van den Heuvel heeft een fijnzinnige tekenstijl die de ogen moeiteloos naar de details in de tekeningen leidt. Toch schuilt de climax van het verhaal niet in de details, maar moet je daarvoor bij de poten van het dier zijn dat zo groot is, dat het niet om de pagina’s past … Een leporello is sowieso een bijzondere ontdekking voor jonge kinderen, de dierenstoet met allerlei geestige details zal dat ongetwijfeld ook zijn.

Van den Heuvel, P. (2020). De verhuisdieren. Haarlem: Gottmer.