Prentenboeken ‘Kleuren en vormen’

Schermafbeelding 2022-01-22 om 15.15.45De monsters in dit kartonboek hebben altijd honger. Met mes en vork in aanslag zijn ze klaar alles te verslinden wat hun vorm heeft. De peuter/kleuter krijgt de opdracht aan te duiden (en te benoemen) welk voedsel de verschillende monsters het liefste eten. Ze krijgen dan een bord te zien met daarop bv. een zeester, een toffee, een sinaasappelschijfje, een banaan, … en zoeken uit wat bv het driehoekmonster het liefst zou eten. Hetzelfde gebeurt voor het rechthoekmonster en het cirkelmonster. Dan is er opeens een ‘worstjesmonster’ dat heel snel wegrent van de tafel. Waar zou hij zo snel naar toe rennen? Op de volgende bladzijde zie je het worstjesmonster op het toilet zitten en als hij klaar is, liggen er – uiteraard – worstjes in het toilet. Naast vormen leren peuters ook verschillende soorten eten benoemen zoals pizza(punten), kaas(punten), radijs, croissant, … Een leuk en stevig boek waarin de monsters er absoluut niet angstaanjagend uitzien en ze eten dan ook nog een heleboel lekkere dingen.

Krejtschi, T. (2016). Mmmonsters! Rijswijk: De Vier Windstreken.


550x696Dit vormenboekje gaat een stapje verder dan het louter benoemen van vormen. De auteur gaat steeds op dezelfde manier te werk; eerst een losse vorm bv. een zeshoek, daarna een heleboel zeshoeken samen die een patroon vormen – in het geval van de zeshoek – de honingraat en daarna datzelfde patroon in de dagdagelijkse realiteit. Dat gebeurt voor 6 verschillende vormen: vele lijnen samen worden een streepjespatroon, een dikke en een dunne lijn samen wordt een ruitjespatroon, vele ‘zigzagvormen’ samen worden een visgraatpatroon, vele vierkanten samen worden een blokjespatroon, zeshoeken een honingraatpatroon en vele cirkels samen vormen een bolletjespatroon.  De illustraties zijn duidelijk herkenbaar en in snoepjeskleuren. Ze focussen bij elke vorm op een ander stukje wereld bv. de onderwaterwereld, het park, een winkelstraat, zeilboten langs de kust, … Een originele manier om jonge kinderen met vormen te confronteren. Je kunt het volledige boek bekijken:

George, B. (2020). Mijn eerste boek vol patronen. Antwerpen: Oogappel.


550x575Dit vormenboekje is er eentje in een reeks van vier, maar over de vormgeving is echt nagedacht. Er worden ook meer vormen aangeboden dan de voor de hand liggende. Denk aan: kegel, spiraal, cirkel, halve cirkel, ovaal, vierkant, ruit, … De vormen zijn uitgesneden en kunnen dus gevoeld worden. Maar nog sterker is het feit dat de afbeelding die er op de ene pagina wat uitsteekt, perfect past in de uitsnijding op de tegenoverliggende pagina. Zo is de uil een vierkant en past zijn lijf perfect in het (uitgesneden) vierkant op de tegenoverliggende bladzijde. Hetzelfde gebeurt met de slang – spiraal, het schild van het lieveheersbeestje – halve cirkel, het lijf van de giraf – driehoek … Een meer dan interessant vormenboekje dus.

Deneux, X. (2013). Van cirkel en vierkant. Vormen. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


550x585Volgens datzelfde principe –  reliëf op de linkerbladzijde en uitsnijding op de rechterbladzijde – is dit kleurenboekje vorm gegeven. Ook de hoofdkleur van de linkerbladzijde bv. de rode appel, komt als achtergrondkleur terug op de rechterbladzijde bv. een halve appel met wit vruchtvlees tegen een rode achtergrond. De kleuren worden steeds aan een figuur of voorwerp gebonden. Een witte lamp die geel wordt wanneer ze brandt, een oranje appelsien, een bruine beer, een paarse bloemkelk, …Op die manier zijn de kleuren zeer duidelijk en door de eenvoud van de afbeeldingen is er weinig afleiding mogelijk. Net zoals in het vormenboekje van dezelfde auteur is multi-zintuigelijke verkenning (voelen, zien) mogelijk en dat bevordert het leren op een erg prettige manier. Bekijk het volledige boekje:

Deneux, X. (2013). Van rood naar geel. Kleuren. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


1198x1200Aan de hand van voertuigen laat Britta Teckentrup peuters en jonge kleuters kennismaken met de verschillende kleuren. Zo is er – de titel zegt het al – een rode trein met daarin een gele kat. Maar er is ook een gele raket, een oranje onderzeeër, een paarse boot, … en nog andere voertuigen. Heel eenvoudig boekje met als enige doel de taalontwikkeling te stimuleren op de eerste plaats wat betreft de kleuren.

Teckentrup, B. (2019). Een rode trein en andere kleuren. Amsterdam: Memphis Belle.


1176x1200Hoe kan het anders gezien de titel dan dat dit kartonboek vierkant is. Het hele boekje draait maar rond één vorm en wil ervoor zorgen dat peuters en jonge kleuters deze vorm kunnen herkennen. Dat gebeurt door op elke bladzijde 1 of meerdere vierkanten te verstoppen in de illustratie. Bv. het raam, een stoeptegel, een hondenhok, een trein opgebouwd met vierkante blokken, … De achtergrond van de illustraties is in 1 kleur gezet wat voor voldoende rust zorgt. De inhoud van de illustraties komt uit de leefwereld van jonge kinderen. Per illustratie zijn drie regels tekst voorzien telkens op dezelfde manier opgebouwd: regel 1 verwoordt wat je ziet op de prent, regel 2 laat je kennismaken met het geluid dat bij de betreffende prent kan horen bv. het geluid van een trein, van een hond, … regel 3 daagt de peuter uit tot denkwerk dankzij gerichte observatie. Bv. welk spelletje spelen de kinderen met de kartonnen doos? Opvallend in dit boek is ook dat onderwerpen die op eerdere bladzijden aan bod kwamen terug te vinden zijn in de vorm van kleine illustraties op de linkerbladzijde. Op die manier wordt terug kijken gemakkelijk.

Teckentrup, B. (2018). Zoek het vierkant. Antwerpen: Oogappel.


550x550Acht verschillende vormen zijn in dit boek te ontdekken. Op de linkerbladzijde een illustratie in snoepkleuren uit de leefwereld van de peuter bv. een rechthoekige brandweerwagen en op de rechterbladzijde de vorm zelf met daarin de naam bv.  rechthoek. Een vlieger is een ruit, een zeester een ster, een bijenraat een zeshoek. Op de laatste bladzijde verschijnt opeens het hart als ‘speciale’ vorm. Het volledige boek langzaam voorgelezen en met een opdracht:

Teckentrup, B. (2019). Een ovale onderzeeër. Amsterdam: Memphis Belle.


Volg de lijnWat een ‘lijn’ niet allemaal kan zijn! Ze kan geschilderd zijn op de straat – doorlopend of in stukjes; ze kan de leiband van een hond zijn die strakgespannen staat omdat die hond voor zijn baasje uitloopt; ze kan de witte streep zijn getrokken door een vliegtuig in de lucht; ze kan de draad van een bol wol zijn, … Er zijn,  in de wereld waarin peuters en kleuters leven, overal wel lijnen te vinden. Daarop maakt dit kartonboekje opmerkzaam met duidelijke illustraties in heldere kleuren en met eenvoudige tekst waarin veel vragen een antwoord verwachten.

Teckentrup, B. (2018). Volg de lijn. Antwerpen: Oogappel.


KiekeboeBaby’s en peuters spelen haast niets liever dan het spelletje ‘Kiekeboe!’. Daar spelen deze boekjes op een prettige manier op in. Wanneer je een van de drie boeken opent, zie je op het eerste gezicht enkel vormen. Maar wie de flappen aan de zijkant van elke bladzijde omklapt, komt terecht in een wonderlijke dierenwereld. Elk dier is een uitwerking van de basisvorm die je het eerst te zien krijgt. Per boekje komt een andere vorm aan bod: cirkel, driehoek en vierkant. Per boekje zie je ook andere dieren verschijnen. Je merkt duidelijk dat de illustrator het ‘karakter’ van de dieren verbonden heeft met een bepaalde vorm bv. een hoekige neushoorn, een wiegende olifant, … Telkens opnieuw willen peuters ernaar kijken, in de boekjes dingen ontdekken en bovenal verwonderd zijn over wat er onder de flapjes verborgen zit.
Er is ook een website ontwikkeld bij deze drie boeken, waarop je een filmpje van een van de boeken en allerhande lestips kan vinden: http://kiekeboeboek.nl/. Zowel het boek als de website zijn de moeite van het bekijken waard.

Van Hout, M. (2017). Kiekeboe. Amsterdam: Lemniscaat.


Een erg bijzonder kleurenboek omdat het peuters en jonge kleuters de kleuren interactief laat ontdekken. Alles begint met een grijze stip waarop je enkele malen met je vinger moet tikken. De kleuren verschijnen, ze zijn verlegen, dus nog eens tikken, ze komen dichterbij en ze zijn er allemaal. Dan wordt je hand een toverhand door ze op de bladzijde met de gekleurde stippen te leggen en daarna kan het experimenteren beginnen: kleuren mengen en zo nieuwe kleuren maken door met je vingers over een bepaalde kleur te wrijven en die op een andere kleur te zetten, door met het boek te schudden, door het boek naar rechts (te moeilijk) te draaien, het boek dicht te klappen, enz. Ook kleuren lichter en donkerder maken kan je zelf doen. Af en toe is er een opdracht die een bepaalde werkwijze herhaalt bv.’ Hoe maak je nu ook alweer groen?’ vraagt de auteur bij een bladzijde met gele en blauwe kleurvlekken. Het boek is zeer interactief, zet de kleuters aan het denken en zorgt voor kennis van de kleuren. Opdracht op een erg leuke manier volbracht dus! Het boek – weliswaar in de oorspronkelijke Franstalige versie kun je hieronder bekijken:

Tullet, H. (2014). Kleuren. Antwerpen: Oogappel.


550x544Gebruik makend van de goede herinneringen die een aantal ouders ongetwijfeld hebben aan de boeken van Roald Dahl, heeft uitgeverij De Fontein besloten om Quentin Blake illustraties te laten maken bij figuren uit de verhalen van Dahl onder de noemer ‘vormen’ en ‘kleuren’ (‘tegenstellingen’ bestaat trouwens ook). Zo komen peuters al in aanraking met de wereldberoemde jeugdschrijver. Wat het boek ‘vormen‘ betreft, komen op een leuke manier verschillende vormen aan bod: een vlieger is een ruit, de scherpe tanden van Reuzekrokodil zijn driehoeken, de zon een cirkel enz. Wat het boek ‘kleuren’ betreft zijn opnieuw herkenbare elementen uit Dahl’s verhalen met een bepaalde kleur opgevoerd: roze varkentjes, gekleurde snoepjes, …Leuk als eerste kennismaking met Dahl’s werk.

Dahl, R. & Blake, Q. (2020). Kleuren. Utrecht: De Fontein.
Dahl, R. & Blake, Q. (2021). Vormen. Utrecht: De Fontein.


kleuren-2-1De beroemde kunstenaar en illustrator J.J.Reiss maakte dit boek om jonge kinderen te leren kijken naar kleuren. Een heleboel verschillende kleuren komen in dit groot formaat kartonboek aan bod. Per dubbele bladzijde (soms zijn het er 2) krijgt een bepaalde kleur aandacht. Dat gebeurt vnl. door het tekenen van natuur. Denk aan aardbeien en appels voor de kleur rood op een rode achtergrond, of de staart van een tijger, goudvissen … op een oranje achtergrond voor oranje, gras, schildpadden en kikkers op een groene achtergrond voor de kleur groen, enz. De elementen worden benoemd en dat is de enige tekst in het boek waarin veel te bekijken valt. Maak kennis met het boek –  weliswaar in de oorspronkelijke Engelstalige versie:

Reiss, J.J. (2018). Kleuren. Amsterdam: Rubinstein.


550x531Op dezelfde manier als in het boek ‘Kleuren’ laat J.J. Reiss kleuters kijken naar vorm. Een vos is de gids doorheen vormenland. Want wie goed om zich heen kijkt, ziet overal vormen. Cirkels in parkietenschommels of in knopen, rechthoeken in kauwgomsticks, deuren of bakstenen, driehoeken in triangels, bergtoppen of tenten, vierkanten in crackers en vlaggen. Komt daarbij dat meerdere dezelfde vormen een figuur vormen: bollen, pyramides of blokken. En er zijn nog zoveel meer vormen . Denk aan vijf-, zes- of achthoeken en kijk nog maar eens goed rond. Je zult nog heel veel vormen ontdekken. Kleurig geïllustreerd boek waarin de vos ervoor zorgt dat de vormen beginnen leven. Maak kennis met het boek –  weliswaar in de oorspronkelijke Engelstalige versie:

Reiss, J.J. (2018). Vormen. Amsterdam: Rubinstein.


550x718Op een leuke picknickplaats ergens in het bos discussiëren Vos en Haas over de kleuren. De aanleiding daartoe is de uitroep van Vos dat blauw saai is. Maar dat vindt Haas niet waar want blauw is de kleur van de lucht! Geel is de kleur van bananen en citroenen. Daar houdt Vos niet van. Dus vindt hij die kleur niet leuk. En zo associëren de twee vrienden verder met andere kleuren. Dan bemoeit Uil zich met de discussie en wordt het nog een beetje moeilijker want Uil begint over roze lucht en dat is ook de kleur van de jurk van Haas. Dan heeft Vos toch liever een blauwe lucht. Blauw als zijn trui. De tekst vertelt al veel maar de prenten van Thé Tjong-Khing voegen daaraan nog heel veel gezellige details toe. Doorheen het verhaal wordt duidelijk dat discussiëren over kleuren best wel kan maar nergens toe leidt. Ook dit boek kan je volledig bekijken:

Vanden Heede, S. (2008). Vos en Haas. Blauw is saai. Tielt: Lannoo.


blokje omMet ‘Blokje om’ brengt Judith Van Istendael haar eigen versie van een steeds vaker voorkomend concept op de boekenmarkt. Ook zij toont kinderen geometrische vormen in basiskleuren om daar vervolgens dieren en andere herkenbare figuren van te maken. Van Istendael weet zich te onderscheiden door de verschillende vormen en figuren aan elkaar te linken waardoor er een eenvoudige verhaallijn ontstaat. Zo valt onder andere een rups uiteen in verschillende blokjes, waar even later een aap over struikelt. Verder is de vormgeving erg strak en hanteert ze frisse kleuren. Peuters kunnen de dieren benoemen, de kleine gebeurtenissen volgen en zich verwonderen over hoe een verhaal dat met een geel vierkant start na heel wat avonturen ook met datzelfde vierkant kan eindigen.

Van Istendael, J. (2018). Blokje om. Antwerpen: Querido.


KraaiKraai voelt zich en wordt ook uitgesloten omdat hij zo zwart is. Hij besluit daaraan iets te doen en verft zichzelf in vrolijke kleuren. Maar dat helpt niet, integendeel. Mees, Parkiet en Vink lijken nog banger te zijn. Tranen met tuiten huilt Kraai. Zoveel verdriet doet de verf op zijn veren oplossen en bezorgt hem de dankbaarheid van Mees, Parkiet en Vink die denken dat hij de grote gekleurde vogels heeft weggejaagd. Herkenbare prenten en beperkte tekst zorgen ervoor dat het verhaal verhaal blijft en nergens de moraliserende toer op gaat.

Timmers, L. (2017). Kraai. Amsterdam: Querido.


550x560Het meest opvallende aan deze drie vierkante kartonboeken met telkens de hoofdfiguur – driehoek, vierkant, cirkel – op de cover is het feit dat er een verhaal wordt geweven rond de vormen. Iets wat in de meeste ‘vormenboeken’ niet het geval is. In het geval van ‘Driehoek’ is het verhaal dat Driehoek met Vierkant een plagerij wil uithalen waarop Vierkant woedend wordt en de achtervolging van Driehoek inzet om hem een koekje van eigen deeg te geven. Het landschap vertrekt van driehoeken (kleine, grote en hele grote wat uitdrukkelijk vermeld wordt – wel handig voor de jongste peuters) met ook voor Driehoek een driehoekig huis met een driehoekige inrichting. Ze gaat over in een landschap met vierkanten wat kleuters vast wel op het idee zal brengen dat Vierkant hier woont. Bij de achtervolging gebeurt het omgekeerde en gaat het vierkante landschap over in een driehoekig landschap. In het boek ‘Vierkant’ rolt Vierkant stenen tegen de heuvel op. Cirkel ziet dat en meent in Vierkant een groot kunstenaar te herkennen. Cirkel vraagt aan Vierkant om van hem een mooi beeld te maken. Vierkant kan dat eigenlijk helemaal niet en knoeit geweldig met de opdracht. Wanneer Cirkel ontdekt wat Vierkant gerealiseerd heeft, is hij toch reuzeblij met het resultaat. In het boek ‘Cirkel’ – het spannendste van de drie – spelen Cirkel, Vierkant en Driehoek verstoppertje rond de waterval van Cirkel. De afspraak is niet achter de waterval te verstoppen. Driehoek verstopt zich er toch en samen komen ze, daar in de donkere grot achter de waterval, nog een vorm tegen. De grootste verdienste van de auteur is de prachtige droge humor waarin hij het verhaal neerschrijft. De grootste verdienste van de illustrator is dat hij erin slaagt door de plaatsing van de pupillen in de ogen van de vormen hen een bepaalde zeer duidelijke gezichtsuitdrukking mee te geven. (Wil je daarover meer te weten komen, kijk dan even op: Auhor and illustrator of children’s books on the complexity of conveying simple emotions – YouTube) Drie heerlijke boeken waaraan je superveel plezier kunt beleven.

Barnett, M.(2017). Driehoek. Haarlem: Gottmer.
Barnett, M.(2018). Vierkant. Haarlem: Gottmer.
Barnett, M.(2019). Cirkel. Haarlem: Gottmer.


550x446De auteur gaat in dit boek uit van de idee dat er eerst alleen kleuren bestonden. Daarom opent het boek met drie dubbele bladzijden in 1 kleur: rood, blauw, geel en daarop als enige tekst de kleur benoemd. Verder verwoordt hij zijn denkpiste dat na de kleuren de vormen ontstonden. Hij speelt met drie vormen: cirkel (rood), vierkant (blauw) en driehoek (geel). Op die manier slaagt hij er in kleuters op een andere manier naar de wereld te laten kijken. Want misschien bestaan
alle vormen
uit kleine stukjes
een cirkel uit cirkeltjes
een driehoek
uit driehoekjes
een vierkant (natuurlijk
)
uit vierkantjes
De wereld wordt met die vormen en kleuren opnieuw geschapen: dieren, planten en mensen krijgen op een expressieve manier vorm en vallen daarna weer in stukjes uit elkaar. Op het einde van het boek wordt de kleuter uitgenodigd zelf ook met die vormen aan de slag te gaan. Eerder filosofisch getint prentenboek dat het belang van kleur en vorm voor deze wereld onder de aandacht brengt.

Van Genechten, G. (2014). Misschien. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


550x528De titel verwijst naar kameleon die erg graag een eigen kleur zou hebben. Dat voortdurend veranderen vindt kameleon maar niks. Maar een eigen kleur vinden is niet zo gemakkelijk. Wanneer ik nu voor altijd op een mooi groen blad blijf zitten, word ik voor altijd groen, denkt de kameleon. Maar… dan komt de herfst en daarna de winter. Geen goed idee dus tot… kameleon een andere kameleon ontmoet. Ze nemen elkaars kleur aan en zolang ze dicht bij elkaar blijven houden ze die kleur ook. Zo heeft kameleon toch een beetje ‘een kleur van zichzelf’. In zijn typische stijl weet Lionni op een sfeervolle manier met waterverf de omringende natuur en de emoties van de kameleon vorm te geven. Nog altijd een prachtig prentenboek. Bekijk het hieronder:

Lionni, L. (2009). Een kleur van zichzelf. Amsterdam: Rubinstein.


983x1200“Waarom is alles zo grijs vandaag?” vraagt de poes Otto zich af wanneer hij opstaat en door het raam kijkt. Leon, zijn vriend, toont Otto dat grijs niet zomaar grijs is. Er is muisgrijs, metaalgrijs, … er zijn vele tinten grijs! In tekeningen én in woorden die door de tekeningen lopen vertelt Schamp over de verschillende kleuren. Per kleur zijn 2 dubbele pagina’s voorzien. Zo ontdek je in dit boek dat wit en zwart niet zonder elkaar kunnen, zijn er een heleboel wetenswaardigheden bv. het grootste landzoogdier is grijs en sluipen er humoristische woordspelingen doorheen de illustraties bv. in het grijze huis van de zeven witte geitjes is er een slapend geitje te zien met daarnaast de tekst ‘dit geitje telt vooral schaapjes’. Soms verschijnen kleine opdrachtjes zoals ‘wie kan er al tot 7 tellen?’ en doordenkers zoals ‘als de wolken echt te donker worden hebben ze witte sneeuw aan boord’. Zelfs uitdrukkingen zoals ‘eerbied voor mijn grijze haren’ krijgen een plaats. De illustraties zelf ontlokken zeker volwassenen een glimlach door hun fijnzinnigheid bv. op een illustratie zie je 2 x 4 fabriekshuisjes met boven de ene reeks van 4 de letters GRAU en boven de andere reeks de letters ZONE. In het ganse boek komen 11 verschillende kleuren aan bod en op het einde 2 dubbele pagina’s met alle kleuren verzameld. Een boek dat veel meer doet dan enkel de kleuren leren en waarin telkens opnieuw erg veel te zien is.

Schamp, T. (2018). Het mooiste boek van alle kleuren. Encyclopedia Otto-colorista. Tielt: Lannoo.


index.phpEr bestaan wolven in veel verschillende kleuren en zij verstoppen zich op de bladzijden waar dat het beste gaat en dat is de bladzijde in hun kleur. Op een dag is de Blauwe Wolf het echt beu op de blauwe bladzijde en hij roept luid dat hij de blauwe bladzijde te klein vindt. De Gele Wolf heeft medelijden met hem en zegt dat de Blauwe Wolf wel bij hem op bezoek mag komen maar hij moet zich dan wel achter zijn rug verstoppen. Dat maakt de Rode Wolf jaloers. Dus mag hij ook naar de gele bladzijde komen op voorwaarde dat hij zich daar achter de rug van Gele en de Blauwe Wolf verstopt. Met drie wolven op 1 bladzijde is echt wel erg klein. De drie besluiten op bezoek te gaan bij de Witte Wolf want die heeft het meeste plaats omdat er zoveel witte bladzijden zijn. De Witte Wolf is een beetje gemeen en biedt de drie andere wolven een plaatsje in zijn buik aan. De Blauwe en de Rode Wolf gaan daar meteen op in maar de Gele Wolf vertrouwt het niet helemaal en aarzelt eerst waarna hij ook toestemt. Hetzelfde gebeurt met nog 7 andere wolven (met 7 verschillende kleuren) die stuk voor stuk op zoek naar hun vrienden,  door de Witte Wolf opgeslokt worden. Maar dan verschijnt de Zwarte Wolf, de gemeenste van alle wolven. Hij wil ook met de andere wolven spelen en wringt zich door de muil van de Witte Wolf waarop diens buik ontploft. En dan – anticlimax – keert elke wolf naar zijn eigen bladzijde terug. De illustraties zijn erg kleurrijk maar ook ruw waardoor de zachtaardige wolven (‘Want kindjes bang maken dat doen wolven niet graag.’) toch een gemene uitdrukking krijgen met hun loensende ogen en blikkerende tanden. Ook in de tekst een zekere ruwheid met woorden als brullen, razen, joelen, grommen, …  Het geheel is een stapelverhaal dat eindigt met een illustratie op de achterste schutbladen waar de Witte Wolf zijn eigen buik terug toenaait.


Meneer Zee. (2008). Over de blauwe gele rode oranje roze paarse groene bruine grijze appelblauwzeegroene witte en zwarte wolf. Gent: Abimo.


1176x1200-1Teun, een jongetje dat wil kleuren vindt ipv zijn kleurkrijtjes een stapel brieven met zijn naam erop. Wanneer hij die brieven openmaakt merkt hij dat elk van zijn kleurkrijtjes een brief geschreven heeft om duidelijk te maken hoe hij zich voelt bv. ondergewaardeerd – het zwarte krijtje mag enkel lijntjes tekenen. Tegenover de brieven is er telkens een bladzijde met een tekening in de betreffende kleur waarin getoond wordt hoe het krijtje het dan wel zou willen. Teun bedenkt een oplossing voor zijn kleurkrijtjes door zijn kleurenpalet volledig te veranderen. Bv. rood voor een olifant of geel-groen voor de lucht. Zijn klasjuf kan zoveel originaliteit wel waarderen en beloont de tekening met een 10. De illustraties in dit boek zijn van de hand van Oliver Jeffers, van 7 kinderen en foto’s van een fotograaf (bv. van het stapeltje brieven dat Teun vindt). Ze worden door elkaar gebruikt. Door de witte achtergrond stralen de illustraties veel frisheid uit.

Daywalt, D. (2014). De krijtjes staken. Utrecht: De Fontein.


het meisje en haar zeven paardenHet meisje uit de titel verzint ’s avonds in haar bed een verhaal over zeven paarden, van wie telkens één uit de boot valt. Zo hebben de andere zes paarden in tegenstelling tot de zevende allemaal mooie kleuren, een eigen plaats en het vermogen om te verzinnen. Gelukkig laten ze het zevende paard niet aan zijn lot over en geven ze telkens elk een stukje van hun eigen rijkdom weg. Zo krijgt het zevende paard uiteindelijk zes verschillende kleuren, een verscheidenheid aan plaatsen om zich thuis te voelen en een ongelooflijke fantasie. Wanneer de paarden aan het einde van het verhaal elk een veulen krijgen, schenkt het zevende en kleurrijkste veulen van allemaal wat van zijn verzinvermogen terug aan het meisje. Heerlijk toch hoe haar eigen verzonnen verhaal de wereld van het meisje meer kleur geeft en haar vermogen tot verzinnen verder verrijkt!
De duidelijke waarde die aanzet tot delen en de repeteerstructuur zijn klassieke formules die het goed zullen doen bij jonge kinderen. Het zijn echter de prachtige illustraties en de oosterse sprookjessfeer die ‘Het meisje en haar zeven paarden’ echt bijzonder maken. Nooshin Safakhoo werd voor dit werk begeleid door Marit Törnqvist, wat vermoedelijk heeft geleid tot de vertaling van dit werk naar het Nederlands. En maar goed ook. Net als dat ene paard geeft dit soort publicaties onze boekenmarkt meer kleur.

Mohammadi, H. (2018). Het meisje en haar zeven paarden. Amsterdam: Querido.