Geschenkideeën 2021

550x578Muis en haar knuffel Beer zijn dikke vrienden die alles samen doen. Dat is niet anders bij de voorbereiding van het kerstfeest. Ze doen de ‘gewone’ dingen zoals het kopen van een kerstboom, de kerstboom versieren, lekkere dingen klaarmaken, en als kers op de taart het feest zelf beleven. Sneeuwpret hoort er in dit boekje ook bij, maar dat kan je rustig weglaten indien de peuters voor wie dit boekje bestemd is, nog nooit sneeuw hebben gezien. De tekst is beperkt en op rijm, de illustraties eenvoudig en zeer herkenbaar met hier en daar een grapje. Kortom best wel een gezellig boekje.

Baartmans, P. (2021). Kerst bij Muis. Amsterdam: Witte Leeuw.


550x412Boer Boris is voor vele jonge kleuters geen onbekende meer. In dit kartonboek probeert Boer Boris verschillende voertuigen uit. De wielen spelen daarbij een hoofdrol zoals duidelijk te zien is, want aan dit boek zitten vier plastic wielen waardoor dit boekje over Boer Boris als het ware een ‘rijdend’ boek is geworden. De basisvraag van het boek is de volgende: Boer Boris gaat op pad. Met wie? Op wat? Per dubbele pagina wordt de ‘wie’ ingevuld bv. met Sam of met een dier van de boerderij. De ‘op wat’ wordt steeds groter: Boer Boris start op een motor met twee wielen en eindigt – wat het aantal wielen betreft – op 12 wielen aan een megatruck. Maar waarmee Boer Boris ook vertrekt, telkens zijn er een aantal personen of dieren die mee willen reizen. En telkens opnieuw moet Boer Boris hen teleurstellen: ‘Nee’, zegt hij, ‘We moeten door!’ Op de allerlaatste dubbele pagina lukt het dan eindelijk toch: de trein naar zee waarmee Boer Boris ditmaal rijdt, wacht op iedereen die meewil. Tot een olifant toe! De eenvoudige tekst waarvan een gedeelte zich op elke pagina herhaalt, zal snel gekend zijn door de kleuters en ongetwijfeld mee gezegd worden terwijl ze al gniffelen over het voertuig dat aan de beurt is.

Van Lieshout, T. (2021). Boer Boris op wielen! Haarlem: Gottmer.


59425875._SX318_Het is bedtijd, maar Bo heeft nog geen zin om te gaan slapen. Hij probeert zijn moeder af te leiden met allerhande fantasieën, maar in plaats van daar tegenin te gaan, vult ze de rijke fantasie aan met allerhande weetjes over dieren. Zo vertelt ze terwijl Bo in bad zit over hoe walrussen hun lange tanden in het ijs haken zodat ze niet wegdrijven tijdens het slapen. Dat vormt meteen de perfecte aanleiding om Bo zijn tanden te laten poetsen. Als hij aan de wastafel zijn nek uitsteekt, ziet hij zichzelf als een giraf. Het zal niet verbazen dat mama aansluitend weet te vertellen hoe giraffenjongen hun nek draaien om op hun eigen zachte billen te kunnen slapen. Stap voor stap speelt ze in op de jonge nieuwsgierigheid van haar zoon en slaagt ze erin hem zacht maar zeker het slaapritueel door te loodsen. De bijgaande illustraties tonen ons tegelijkertijd herkenbare huiskamers en de indrukwekkende dieren die ter sprake komen. De personages komen paginagroot, dynamisch en in veel zachte kleuren in beeld. ‘Alle dieren slapen’ is een prachtig groot uitgegeven prentenboek met eigentijdse illustraties, de warmte van een avondritueel, de herkenbaarheid van een kind dat niet meteen het bed in wil, de souplesse van een moeder die ons dan ook nog eens verblijdt met heel wat bevattelijke wetenswaardigheden over dieren. Patrick Jordens brengt met z’n kleine uitgeverij jaarlijks enkele prachtige prentenboeken op de boekenmarkt die door grotere uitgeverijen over het hoofd worden gezien. We kunnen hem daar alleen maar dankbaar voor zijn. Misschien door een jonge ontdekker dit boek te schenken?

Skomsvold, K. (2021). Alle dieren slapen. Brussel: TipToe Print.


550x575Schrijvers die versjes op kleutermaat uitgeven, zijn in ons taalgebeid dun gezaaid. Gelukkig schrijven de dichters die zich daar wel op toeleggen fantastische teksten bij elkaar. Mieke van Hooft is zo al jaren een van onze favoriete dichters. De keuze om haar nieuwe verzamelbundel in deze lijst te plaatsen, was dus snel gemaakt. ‘Een versje op de taart’ brengt namelijk een hele reeks van haar eerdere versjes samen, aangevuld met enkele nieuwigheden. Zoals we dat van haar gewoon zijn, vertrekt ze daarbij vanuit de wereld van erg jonge kinderen. De versjes brengen dagelijkse situaties thuis en op school, in de familie en tussen vriendjes in woord en beeld. De rijke bundel heeft genoeg te bieden om het hele jaar door van te genieten. De illustraties van Marijn van der Wateren zijn fris en zwierig net zoals de poëzie die ze begeleiden.

Van Hooft, M. (2021). Een versje op de taart. Hasselt: Clavis.


1192x1200Amos Muis heeft zijn leven gewijd aan zijn vriendschap voor enkele bijzondere dieren in de dierentuin. Elke dag ziet er voor deze wat oudere, tengere man exact hetzelfde uit. Voor hij de tram neemt naar de dierentuin, voert hij zijn ochtendlijke routines met een ontroerende precisie uit. Eens aangekomen in de zoo schenkt hij zijn vrienden zijn onverdeelde aandacht. Hij speelt schaak met een olifant, laat een schildpad een race winnen en leest een uil voor die bang is voor het donker. Wanneer Amos op een ochtend zijn dagtaak niet kan aanvatten door een verkoudheid, beslissen de dieren het heft in eigen handen te nemen en de rollen om te draaien. Het verhaal is bijzonder eenvoudig, net als de observaties van de auteur die in de spaarzame tekst de warme sfeer van het verhaal en de illustraties weet bij te treden. De tekeningen van Amos en de dieren daarentegen zijn minutieus uitgewerkt, waardoor hun persoonlijkheid en zorg voor elkaar meteen in het oog springen. Het geheel is vertederend, je zou elk van de personages met hun kleine menselijke kantjes willen knuffelen en bij je houden. Het prentenboek leverde het koppel verantwoordelijk voor tekst en illustraties talloze literaire prijzen op. 

Stead, P. & E. (2021). Amos Muis blijft een dagje thuis. Kampen: Aldo Manuzio.


1057x1200Heer Hermelijn krijgt in de supermarkt gratis zaadjes voor de moestuin. Hij besluit samen met Kereltje Konijn een moestuin aan te leggen. Zo’n moestuin is bij de opstart wel wat werk, maar daarna is het vooral wachten tot er iets zijn kopje boven de grond steekt. En dat lukt ook maar vreemd genoeg is dat de volgende dag telkens weer verdwenen. Hoe dat komt, is duidelijk te zien. De lezer weet het ook en begrijpt dat alle verbodsbordjes die Heer Hermelijn in zijn moestuin plaatst geen zin hebben. Want Kereltje Konijn gaat veel te vaak naar de moestuin ‘kijken’. Op de illustraties lijkt op het eerste gezicht niet zoveel te gebeuren, maar bij nader toezien is dat helemaal niet zo. Denk aan de manier waarop Marije Tolman het ‘wachten’ van de twee tuiniers in beeld brengt of hoe Kereltje Konijn op geheel ‘natuurlijke wijze’ de moestuin bemest. De leuke tekst en de schitterende illustraties zorgen er samen voor dat dit boek een pareltje is geworden.

Van Lieshout, E. & Van Os, E. (2021). De moestuin van Heer Hermelijn en Kereltje Konijn. Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.


1038x1200Wie de buitenkant van dit boek ziet, ziet zichzelf vermoedelijk al onder een warm dekentje zitten ondertussen voorlezend aan een (klein)kind. Het boek straalt dan ook een echt gezellige sfeer uit. Net de sfeer waaraan we in de donkerste dagen van het jaar wel behoefte hebben. Deze voorleesbundel bevat 18 verhalen van over de hele wereld. Gezien de hoeveelheid tekst bedoeld voor vijfjarigen of voor oudere kinderen die de verhalen al zelf kunnen lezen. Per verhaal is een korte inleiding over het onderwerp en de ontstaansgeschiedenis ervan voorzien. Achterin het boek is er nog verdere informatie te vinden. De illustraties – of ze nu groot zijn of klein – zijn erg mooi en dragen bij aan de sfeer van de tekst. Op de titelpagina vind je bv. al een roodborstje – een wintervogeltje bij uitstek – zittend op de tak van een egelantier. Verder is op elke bladzijde is wel een sfeervolle illustratie te vinden of het nu om een gouden kroon, een dierenspoor of een kasteelachtig tafereel gaat. De goudopdruk op de cover zorgt ervoor dat dit boek als geschenkboek niet zal misstaan.

Casey, D. (2021). Winterverhalen. Zeist: Christofoor.


550x695Yuval Zommer brengt in zijn nieuwste prentenboek een ode aan het magische kleurenspel van het poollicht. Het boek bestaat vooral uit impressies van dat bijzondere licht. Hij laat in de tekst het poollicht zelf vertellen hoe het tot stand komt én welke reacties het schouwspel met zich meebrengt. Het indrukwekkende natuurverschijnsel lokt namelijk bewonderende reacties uit van iedereen die het aanschouwt. Het hele dierenrijk geniet mee: wolven, lynxen, walvissen, vogels, rendieren, mensen … zoeken naar woorden om de ervaring uit te drukken. Toch zijn het vooral de grote illustraties in de magische kleuren van het poollicht die overtuigen. Dat de kerstperiode een uitgelezen tijd is om het bijzondere licht te eren, hoeft geen verder betoog. Laat je betoveren door de pracht van de natuur en de al even schilderachtige illustraties van Zommer.

Zommer, Y. (2021). Het licht dat door het donker danst. Zeist: Christofoor.


9002274033Wie ooit de afbeeldingen van Pettson en Findus gezien heeft, vergeet ze nooit meer! Een gekke oude opa met een brilletje die altijd aan het knutselen is en een dikkige poes met een broek en soms ook een muts, zijn de bron van heel veel grappige verhalen. Daarin spelen meestal ook opa Pettsons kippen en de mukkels – fantastisch kleine wezentjes enkel te zien door Findus en de lezers – een rol. Dat is niet anders in deze bundel waarin vier populaire verhalen opnieuw zijn opgenomen naast een nooit eerder vertaald verhaal over hoe Pettson Findus leert kennen. Het boek start met een voorstelling van Pettson en Findus voor wie hen nog niet kent. Daarna kunnen hun doldwaze avonturen beginnen. Afwisseling is er omdat er in dit boek naast verhalen ook knutseltips staan of het recept van de ‘wereldberoemde’ pannenkoekentaart of omdat je ontdekt hoe je naar het weer moet kijken. Maar er is in dit boek nog veel meer te ontdekken op elke goedgevulde bladzijde vol kleurrijke mukkels en andere figuren. Opa Pettson en Findus behoren stilaan tot de klassiekers  – het eerste verhaal over dit duo verscheen in 1984 – maar samen hun verhalen (voor)lezen geeft altijd opnieuw veel plezier!

Nordqvist, S. (2021). Op avontuur met Pettson en Findus. Een verhalenbundel. Leuven: Davidsfonds.


9789492986337Heel af en toe krijg je een boek in handen en komen tegelijk de woorden ‘wauw’ en ‘ongezien’ spontaan in je op. Die eerste indruk wordt enkel bevestigd eens je ‘Machtige Min’ van naderbij bekijkt. Kleine Min woont samen met vier tantes in een piepklein huisje, helemaal achteraan in een tuin. Ze is onder de indruk van de stoere avonturen waarover haar tantes ’s avonds bij kampvuurlicht vertellen. Daarom ook trekt ze er op een nacht zelf op uit. Al snel wordt ze door een oehoe meegenomen, die haar vertelt over een gevaarlijk monster in de tuin dat voor chaos bij alle dieren zorgt. Min gaat de uitdaging aan om de dieren te helpen en weet op geheel eigen wijze het monster te temmen. Van dat moment af aan wordt het verhalenrepertoire van de tantes uitgebreid met het sterke verhaal van Machtige Min. Het sprookjesachtige verhaal charmeert door de dromen en heldendaden van een klein meisje dat met grote goesting de wereld wil ontdekken. Door haar kleine gestalte krijgen we het uitbundige bloeien van een tuin en zijn vele bewoners vanuit een bijzonder perspectief te zien. De show wordt daarbij gestolen door de kleurrijke illustraties van Melissa Castrillon die van bloemen en planten in de tuin overweldigende schouwstukken maakt.

Castrillon, M. (2021). Machtige Min. Amsterdam: Boycott.


906x1200Jon Klassen kennen we vooral van zijn populaire reeks rond ‘Deze hoed is niet van mij’. Terwijl het hoedenverhaal werd uitgewerkt in drie aparte prentenboeken, brengt Klassen deze keer meteen één dikker prentenboek uit met vijf korte verhalen die op elkaar aansluiten. Dat op zich is al meteen een geschenk. De stijl van de gestileerde prenten in aardetinten en de droge humor liggen in de lijn van zijn vorig werk, maar de verhalen op zich zijn hoogst origineel. We leren een schildpad, een gordeldier en een slang kennen die samen een dag doorbrengen in een verlaten, woestijnachtige omgeving. In het eerste verhaal lijkt de schildpad de perfecte plek gevonden te hebben om zijn tijd te besteden (net naast een zeldzame bloem), maar het gordeldier en de slang verkiezen een plekje een eind verder, bij een jonge plant. Ondertussen krijgen we een paginagrote rots te zien die aan hoge snelheid naar beneden aan het vallen is. De dieren zijn zich van de dreiging niet bewust al heeft het gordeldier wel een naar voorgevoel. Zo dun als dat verhaallijntje is, zo spannend en grappig is het geheel. De verschillende situaties hebben iets absurds en toch zijn de dialogen en handelingen bijzonder herkenbaar. Zo ligt de schildpad op een bepaald moment op zijn rug en is het duidelijk dat hij niet in staat is om zelf op z’n poten terecht te komen. Het gordeldier vraagt of hij hulp nodig heeft, waarop het schildpad antwoordt dat hij nooit hulp nodig heeft. Oké, antwoordt het gordeldier dat naar eigen zeggen nooit moe is. Even later valt die naast de hulpeloze schildpad in slaap. Klassen kleedt alles uit: de prenten zijn spaarzaam in kleurgebruik en omgeving, de tekst beperkt zich tot korte, uitgepuurde dialogen. En toch valt er zoveel te ontdekken. Van dit boek kan je met enige zekerheid zeggen dat je nog niet eerder iets gelijkaardigs in handen hebt gehad.

Klassen, J. (2021). De rots van boven. Haarlem: Gottmer.


910x1200Dit grote prentenboek brengt onze blik naar de overdadige natuur van een vallei, mooi geflankeerd door enkele statige bergen en voorzien van water door de dynamische rivier. Prent na prent zien we dezelfde vallei, maar dieren en mensen zorgen ervoor dat het landschap langzaam maar zeker een hele metamorfose ondergaat. Telkens wanneer je de bladzijde omslaat zie je hoe de mens zich doorheen de tijd meester maakt van de omgeving zonder veel acht te slaan op de natuur zelf. Het valt zelden voor dat we op zo’n toegankelijke wijze doorheen de geschiedenis geleid worden. Door de prachtige vallei doorheen de tijden te volgen, wordt ook pijnlijk duidelijk welk effect de keuzes van de mensen hebben gehad op zijn omgeving. Dubray brengt dat heel kleurrijk en overtuigend in beeld, zonder ooit belerend of prekerig te worden. Ze denkt ook vooruit en ziet een toekomst voor de vallei waar de mens geen plaats meer heeft. Een mooi kijkboek dat ook tot denken aanzet.

Dubray, H. (2021). De vallei. Amsterdam: Boycott.


550x586Het is weer zover: Henriette Boerendans heeft nog eens een prachtig prentenboek uitgegeven waarin ze ons trakteert op een reeks houtsneden die de natuur op onnavolgbare manier in beeld brengen. In ‘Ik wil een wiegje worden zei de wilg’ neemt ze ons mee naar een bos waar een reeks bomen bespreken wat ze later willen worden. Terwijl de beuk speelgoed verkiest en de berk een ledikantje, droomt de knotwilg zachtjes bewegend in de wind van een wiegje als eindbestemming. Pagina na pagina zien we de trotse boomsoorten in al hun glorie verschijnen. De bijgaande tekst van Bette Westera is rijk en spaarzaam tegelijk. In enkele zinnen duidt ze de gesprekken en het lot van de bomenvrienden. Aan het einde van het verhaal komt de verwachte houthakker en velt hij alle bomen, behalve de jongste en de oudste: Jaren gingen voorbij. De treurwilg ging door met vermolmen, het sparretje bleef groeien en werd een grote, groene fijnspar die in de winter droomt dat hij een kerstboom was. Zo’n boom met echte kaarsjes, die fonkelden als sterren in de nacht. Helemaal achteraan in het boek vind je een overzicht van de boomsoorten terug, telkens voorzien van een korte uitleg die enkele typische eigenschappen van de bomen in kaart brengt. Er valt heel wat te leren over bomen in dit boek, maar het zijn toch vooral de mooie taferelen met bomen in de hoofdrol en de poëtische tekst over de gang van het leven, die ‘Ik wil een wiegje worden zei de wilg’ meer dan de moeite waard maken.

Westera, B. & Boerendans, H. (2021). Ik wil een wiegje worden zei de wilg. Haarlem: Gottmer.


882x1200Blijkbaar heeft de dochter van Bette Westera het literaire talent van haar moeder geërfd, want hun samenwerking resulteert in een opvallend knap boek dat ook enkele grenzen van de kinderliteratuur verlegt. ‘Toen rups een vlinder werd’ is een bundel met versjes, liedjes en verhalen over kriebelbeestjes, die samen ook één verhaal vertellen. Doorheen het boek volgen we Rups die zodra hij een mooie Vlinder wordt op zoek gaat naar Eendagsvlieg die hij ’s ochtends heeft leren kennen. Op zijn tocht door de tuin ontmoet hij verschillende beestjes die een inkijk geven in hun leven. Zo houden Oorwurm, Pissebed en Kakkerlak de eerste vergadering van de Nette-Beesten-Club waarin ze besluiten een clublied te schrijven om hun naamkeuze aanklagen. Hommel houdt een bloemenproeverij en de wandelende takken spelen verstoppertje. De mieren zijn uiteraard naarstig aan het werk en twee wevende spinnetjes zijn wel heel dikke vriendinnetjes. Het is een stralende dag in de tuin waar het leven z’n gangetje gaat, maar de uren van Eendagsvlieg zijn geteld … Djenné Fila tilt het vrolijke geheel naar een hoger niveau met bijzonder mooie illustraties in zachte kleuren die meer stralen naar het midden van het boek en tegen het einde van het verhaal beginnen te schemeren. Ze krijgt daar alle ruimte toe met paginagrote illustraties die af en toe verder uitgewerkt worden in dubbele pagina’s tussen de teksten in. De sfeervolle illustraties staan op zichzelf en sluiten tegelijk naadloos aan bij de informatieve versjes die met humor, veel ritme en taalplezier de bekommernissen van de allerkleinsten in beeld brengen. Dit dikkere prentenboek is werkelijk een plezier om in handen te hebben. De structuur geeft de lezer ook heel wat vrijheid: je droomt weg bij de prachtige prenten, grinnikt bij het lezen van een versje of leeft mee met de beestjes in een van hun verhalen. Zo doet het boek wat het inleidende versje belooft:

Het wiebelt, het vlindert,
het kriebelt, en het zindert,
het schuifelt, het scharrelt, het suist.

Het klappert, het wriemelt,
Het flappert, het friemelt,
het bromt en het snort en het ruist.

Het tjirpt en het ritselt, het zoemt en het zingt.
Het kruipt en het prikt en het danst en het swingt.

Westera, B. & Tieman, N. (2021). Toen rups een vlinder werd. Amsterdam: Volt.