LAMMETJE

Lammetje kom
kom bij mij
kom een beetje dichterbij
ik wil je lieve kopje aaien
met mijn handje
naar je zwaaien
lammetje, lammetje,
in de wei
kom eens hier
heel dicht bij mij.

Van Der Linden, E. (2006). Seizoentjes. Hasselt/Amsterdam: Clavis.


bij de boer

weet je wat ik hoor?
zoem zoem zoem.
tok tok tok.
boe boe boe.
mei mei mei.
roe koe koe.

weet je wat ik hoor?
een bij.
een kip.
een koe.
een lam.
een duif.

weet je wat ik hoor?
een koor in mijn oor.

Wille, R. (2013). Die hoed zit goed. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Ik ben zo moe, zo moe, zei het geitje
Het zakte door zijn knieën
en plofte op het weitje.
Het weitje zei: ik ben ook zo moe.
Het rolde zich op
en dekte het geitje zo toe.

Ienne Biemans


STEKKIE

een jonge hond dat is een puppie
een kleine koe een kalf
een baby-bedje is een wiegje
een baby-vliegtuig is een vliegje
een baby-brood is een kadetje
een zachte z een zetje
een kleine gek een gekkie
en een baby-plant heet stekkie

Hagen, H. & M. (2002). Jij bent de liefste. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Het schaap heeft slaap,
de koe is moe,
het varken doet
zijn oogjes toe.

Het paard kijkt over
’t prikkeldraad
en denkt: het is ontzettend laat.

De kip zegt zacht
nog één keer: tok.
En ach, dan slaapt ze
op haar stok.

De boer kruipt ook
het bed maar in,
lekker dicht
bij zijn boerin.

Willem Wilmink


Een ei met rode rozen

‘Mijn eitjes zijn zo wit’,
zegt Trees.
‘Ze zijn zo saai en kaal’.

‘Praat toch niet zo mal!’
zegt Trien.
‘Een wit ei is normaal!

Wat wil je dan?
Een gouden ei?
Wat zit je nu te blozen?’

‘Ik wil het liefst’,
zegt Trees heel zacht,
‘een ei met rode rozen.’

Mieke van Hooft


Lijmen

Ik had drie beestjes,
drie beestjes van steen.
Een vogeltje,
Een veulentje,
Een varkentje.

Ze zijn gevallen.
Ze braken stuk.
Ik heb ze gelijmd.
’t is bijna gelukt.

Ik heb drie beestjes,
drie beestjes van steen.
Een volentje,
Een veukentje,
Een vargeltje

Joke van Leeuwen