
In dit kartonboek boordevol kleurrijke illustraties vinden een broer en een zus dat ze verder mogen spelen en helemaal niet hoeven op te ruimen. Dus maken ze vrolijk verder rommel. Zoveel rommel dat ze niks terugvinden van hun mooie speelgoed. Daarom besluiten ze zelf om op te ruimen. De tekst bestaat uit korte zinnen die duidelijk zijn. Er is vaak herhaling (iets wat peuters en jonge kleuters echt fijn vinden). De beweging van de energieke broer en zus spat van de bladzijden. Door de veelheid aan details in de illustraties kunnen peuters en jonge kleuters ook kleine zoekopdrachtjes vervullen. Dat biedt een prettige afwisseling tijdens het vertellen. Tekst en illustraties vormen samen een herkenbaar verhaal dat nergens moraliserend wordt.
Vermeulen, M. & Vancoillie, G. (2021). Ik ruim niet op! Wielsbeke: De Eenhoorn.

Roki is een monster dat gespecialiseerd is in … rommel maken. Bij alles wat hij doet, laat hij geweldig veel troep achter want zijn motto is: vies, viezer, viest! Op een dag nodigt hij twee vrienden, Bako en Larza, uit. Roki wil alleen maar rommelen, maar zijn vrienden willen liever iets anders doen. Dat laat Roki niet aan zijn hart komen; hij rommelt rustig verder. Tot er een moment komt dat hij door alle troep zijn vrienden niet meer vindt. Of hebben ze zich voor hem verstopt? Om hen terug te vinden, begint Roki op te ruimen en ontdekt hij waar ze zijn. Zo groeit het inzicht dat een opgeruimde kamer het begin kan zijn van een nieuw spelletje: rommelen. De kleurrijke illustraties in dit verhaal laten gedetailleerd zien wat Roki gedaan heeft doorheen een ganse dag. Een daginvulling – eten, spelen, rommelen, … – die kleuters zeker zal aanspreken omdat ze zichzelf en veel van de gebruikte voorwerpen hierin herkennen. Eigenlijk vertelt dit verhaal dat je opruimen ook als een spel kan beschouwen.
Jacobs, K. (2023). Een echt rommelmonster. Hasselt: Clavis.

Mevrouw Stoffel poetst elke dag het huis van boven tot onder, inclusief het kale hoofd van Meneer Stoffel want je weet maar nooit dat de burgemeester opeens op bezoek zou komen. Dat is nog nooit gebeurd, maar wie weet … Plots ontdekt Mevrouw Stoffel een ontzettend vies kind onder de tomatensaus in de vuilnisbak. Samen met Mr. Stoffel haalt ze Viezeltje uit de bak en geeft Mr. Stoffel de opdracht goed op haar te letten. Maar die heeft het veel te druk met zijn krant en zie je zitten met de lege jurk van Viezeltje in zijn hand. Ondertussen maakt Viezeltje een puinhoop van het huis. En plots verschijnt de burgemeester op zoek naar zijn dochtertje. Mr. en Mevrouw Stoffel hebben zich verstopt, omdat ze zich schamen voor de troep die Viezeltje gemaakt heeft. Viezeltje, blij dat ze haar papa ziet, springt in de teil met sop die Mevrouw Stoffel ondertussen had klaargemaakt. Ze komt daar zo netjes uit dat haar papa haar niet eens herkent. Wanneer Mr. en Mevrouw Stoffel dat merken, kieperen ze met genoegen de vuilnisbak over Viezeltje heen en eisen van de burgemeester dat hij het hele huis poetst voor het geval de koningin op bezoek zou komen. Dat is nog nooit gebeurd, maar je weet maar nooit … En zo is de cirkel van het verhaal ook rond. In een duidelijke taal en met paginagrote illustraties is dit verhaal goed te begrijpen en te volgen voor kleuters vanaf een jaar of 3. Prenten en tekst bevatten heel veel humor en daardoor is het verhaal ook echt prettig om voor te lezen. Naarmate het huis vuiler wordt, zie je vele rode strepen – de tomatensaus – verschijnen, prikt Viezeltje druiven op de cactus, pikt ze koekjes, … kortom creëert ze chaos in het anders zo nette huis. De mimiek van de verschillende personages spreekt trouwens ook boekdelen.
Peeters, S. & Praagman, M. (2011). Viezeltje. Wielsbeke: De Eenhoorn.

Lente! Tijd voor de grote schoonmaak vinden Haas en Uil. Vos vindt dat maar niks. Hij past liever de kleding die Uil weg wil doen en Uil vindt de spulletjes van Vos en Haas wel leuk. Dus gaan ze ruilen. Eventjes lijkt daar ruzie van te komen. Maar Haas lost dat snel op: Uil mag hun oude spulletjes en Vos en Haas nemen in ruil daarvoor de oude kledingstukken van Uil. Hebben ze nu eigenlijk opgeruimd? Zoals in elk verhaal van Vos en Haas, vormen ook in dit verhaal tekst en illustraties een mooi geheel. De gedetailleerde illustraties van Thé Tjong-Khing vormen een schat aan ontdekmogelijkheden en bieden kans tot veel kleine zoekopdrachten.
Vanden Heede, S. (2011). Vos en Haas. Troep is leuk! Tielt: Lannoo.

Alles begint op de dag dat Pien ‘Nee’ begint te zeggen. Ze zegt letterlijk op alles ‘Nee’. Op de vraag om haar bord naar de keuken te brengen, haar kamer op te ruimen, schone kleren aan te trekken, … altijd ‘nee’. Wanneer mama Pien ’s avonds komt toedekken, noemt ze Piens kamer een ‘echte beestenboel’. Maar daar trekt Pien zich niks van aan. Tot op een nacht haar kamer echt in een wilde jungle verandert; er ligt een leeuw luid snurkend te slapen en de adem die hij uitblaast lijkt wel een stormwind, er zitten toekans in de gang, er ligt een nijlpaard in bad, er zit een krokodil met zwembril die de toegang tot het zwembad verhindert en last but not least: Pien krijgt zelf een staart. Dat vindt ze nu zelf toch ook te ver gaan. Daarom besluit ze haar kamer op te ruimen. Vrij ‘gewone’ tekst (ongeveer 5 regels per dubbele bladzijde) aangevuld met heerlijke illustraties die boekdelen spreken.
Isern, S. & Bonilla, R. (2018). Wat een beestenbende! Rijswijk: De Vier Windstreken.

Meneer Konijn houdt van orde en netjes. Elke dag poetst hij, ruimt hij op en legt alles op de juiste plaats in en om zijn huis. Ook de blaadjes in het bos worden geordend. Op een dag brengt Meneer Konijn een mooi, wit-gespikkeld rond ding mee naar huis. Ook dat ding wordt elke dag opgeblonken. Tot … KRAAK, er verschijnt een scheur in het ding waaruit een vies mormeltje kruipt dat ‘Mama!’ zegt tegen Meneer Konijn. Het kleine eendje laat overal troep achter en het huis verandert in een grote smeerboel. Meneer Konijn besluit dan ook op zoek te gaan naar Moeder Eend. Een zoektocht die niet vanzelfsprekend is, maar uiteindelijk goed afloopt met een dankbare Moeder Eend tot gevolg. Opgelucht keert Meneer Konijn naar zijn huisje terug dat er al snel weer picobello uit ziet. Vreemd genoeg vindt hij het wel wat stil en een tikje ongezellig zo alleen. Dus besluit hij de familie Eend eens uit te nodigen ook al zijn de gevolgen daarvan voor orde en netheid niet te overzien. De tekst blijft beperkt tot drie zinnen per bladzijde maar laat aan duidelijkheid niet te wensen over. De eerder klassieke illustraties ook niet. Ze slagen erin een warme sfeer op te roepen met veel expressiviteit. Veel bruintinten wanneer ze het huis van Meneer Konijn illustreren, wanneer het bos en de bosbewoners in beeld gebracht worden, overheersen de groentinten.
Smallman, S. & Warnes, T. (2011). Eendje Smeerpoets. Utrecht: Veltman Uitgevers.

Dit prentenboek oogt eerder als een stripboek met de hilarische hoofdpersonen, vader en zoon, Vik en Vik. Ze vallen meteen met de deur in huis zodat je als lezer goed weet waar je aan toe bent:
“Weet je.
Als het vuil is.
Als het plakt en stinkt.
Als het van snot en smurrie is.
Dan bel je Vìk & Vík.”
Mooi opgebouwd van vies naar viezer naar supervies, dat kunnen die twee wel aan. Of het nu gaat om 7 pony’s die niet van tandenpoetsen houden of om een jongen die uit het toilet gered moet worden, Vik en Vik hebben allerlei vernuftige machines waarmee ze al die klusjes kunnen klaren. Zelfs als ze een oplossing moeten vinden voor een viespeuk in een geurwerende koepel die elke minuut een scheet laat, vinden ze die. Pret gegarandeerd met al die viezigheden! Die kunnen ook aanleiding geven tot een gesprek over wat jij vies vindt en waarom of tot het zelf bouwen van allerlei vernuftige machines. Op de linkerbladzijde van het boek staat telkens het probleem beschreven. Op de rechterbladzijde komt er een oplossing die steeds op een andere manier omschreven wordt. Bv. “Echt een klus voor Vik en Vik!” of geen probleem voor Vik en Vik!” of … Veel herhaling dus die zorgt voor nieuwsgierigheid en spanning. Op het einde van het boek vind je een uitklapbare pagina waarin je de klas van Juf Soeba in de speeltuin ziet. Wat dat te maken heeft met viezigheid, moet je zelf in het boek ontdekken.
Boonen, S. & Melvin (2024). Vik & Vik. Een vieze dag. Eke: De Eenhoorn.

Mol, Muis, Duif, Egel, Vos, Uil en Kikker zijn zeven vrienden die samen allerlei avonturen beleven. Deze zijn gekoppeld aan duurzaamheid en milieubewustzijn. Vandaar dat de serie waarin ook dit prentenboek thuishoort, de naam ‘Klimaatjes’ heeft gekregen. In dit verhaal gaan de vrienden op bezoek bij hun vriend Egel. Hij heeft een schildersatelier. De vrienden leren er schilderen maar ook op welke manier afval moet gesorteerd of gescheiden worden. Op die manier ontdekken kleuters dat niet alle afval in dezelfde bak hoort en wie weet, kunnen ze er thuis ook mee aan de slag. Het verhaal bevat kleine grapjes en in de illustraties verwijzingen die volwassenen kunnen oppikken. Denk hier aan de zonnebloemen van Van Gogh die in een aantal illustraties voorkomen. Naast de humor bevat het boek veel voor kleuters herkenbare situaties die hen spelenderwijs leren dat ook zij een bijdrage kunnen leveren aan een duurzamere samenleving.
Koppens, J. & Engel, A. (2021). Klimaatjes: Afval in de bak. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.

Van een verhaal is geen sprake in dit boek. Het toont enkel foto’s van gebruiksvoorwerpen en dingen uit het dagelijkse leven die er opgeruimd compleet anders uitzien. Denk bv. aan een wasrek waaraan de was is opgehangen. Nadat Wehrli er zijn ‘opruimkunst’ op heeft losgelaten ziet het er helemaal anders uit want de was is op kleur, grootte en vorm gesorteerd. Of kijk enkel naar de cover van het boek: vooraan een omgekeerd kartonnen frietbakje met daarnaast de frietjes keurig in rijtjes van vijf. Op de achterzijde een frietbakje zoals wij dat kennen: een bergje frietjes met saus daarover in een wit kartonnen bakje. Of zoals de flaptekst het zegt: ‘De onvermijdelijke resten van dagelijkse of minder dagelijkse bezigheden kunnen netjes opgeruimd worden.’ Hoogst origineel en eigenzinnig kijkboek waarin zowel kinderen als volwassenen uren kunnen kijken.
Wehrli, U. (2012). Opruimen, dat is de kunst! Amsterdam: De Harmonie.

Wendel de muis is een straffe uitvinder. Hij vindt de ene machine na de andere uit. Wanneer ze niet voldoen gaan ze op de afvalberg. Op een dag maakt Wendel een robot om zijn werkplaats wat te helpen opruimen. De robot voldoet echter niet en komt dus op de afvalberg terecht. Wendel maakt een nieuwe robot. Die doet wat hij moet doen: opruimen. Jammer genoeg kan die robot daar niet mee stoppen. Zelfs Wendel moet voor hem vluchten en komt zo op de afvalberg terecht. Daar ontmoet hij de weggegooide robot opnieuw en samen ontwerpen ze een legertje robots om de opruimrobot te verslaan. En of dat lukt … Heerlijk verhaal over mens en machine met inspirerende illustraties vol details en grappige accenten. De illustraties zijn zo sprekend dat het feit dat het om een Engelstalig prentenboek gaat, niet stoort.
Riddell, C. (2015). Wendel and the Robots/Wendell’s Workshop. London: MacMillan Children’s Books.

In verhalen kan alles. Dus is de kleine Maximiliaan alleen thuis en geeft hij een feestje voor zijn speelgoeddieren. Snel wordt duidelijk waarom Maximiliaan ook Modderman heet, want alles wordt vies. Dus besluit Maximiliaan dat alles en iedereen in bad moet. De taart incluis. Dan komen zijn ouders thuis. En nog is het niet uit met de pret want bij het zien van de kliederboel die Maximiliaan gemaakt heeft, besluiten ze dat het volledige bad dan maar in bad moet! Joukje Akveld is niet aan haar proefstuk toe en slaagt erin met enkele woorden en eenvoudige zinnen de sfeer van de spetters en de viezigheid volledig op te roepen. Ze wordt daarbij geruggesteund door de pittige illustraties van Jan Jutte. Wat de lay-out betreft: de woorden staan overwegend in zwart behalve wanneer iemand onder de aandacht wordt gebracht bv. een speelgoedbeest dat in bad moet. Dan staat die naam of dat woord in kleur. Erg leuk boek vooral omwille van het onderwerp: vuil worden. Een onderwerp dat heel veel kleuters erg boeit en waaraan niet zoveel prentenboeken op een prettige manier gewijd zijn.
Akveld, J. (2021). Maximiliaan Modderman geeft een feestje. Tielt: Lannoo.

Het imago van de ekster als hebberige dief neemt in ‘Te veel troep!’ enorme proporties aan. Mo en Bo bouwen ijverig aan het nest van hun dromen. Het nieuwe nest vormt al snel een thuis voor vier eieren dat ze graag aanvullen met nieuwe spullen als schattige minisokken en schitterende koekoeksklokken. Het nest ziet er gezellig en vol uit, maar Mo en Bo weten van geen ophouden. Onder het motto ‘voor onze eitjes vliegen we graag op en neer’ blijven ze onophoudelijk troep aandragen. Wat als een droom van een warme thuis begint, eindigt in een torenhoge stapel rommel die de tak niet meer kan dragen … Gelukkig staan de dieren die het tafereel met lede ogen hebben aangezien, klaar om al die spullen een nieuwe thuis te bieden. Leuk extraatje is dat het eerste schutblad het ‘Troep-tijdschrift’ toont dat de spullen aanbiedt die doorheen het verhaal verzameld worden. Aan het einde biedt datzelfde tijdschrift inspiratie om duurzamer om te springen met spullen. Met de typische pret van een stapelverhaal en de spanning van de verloren eieren brengt Gravett een erg aantrekkelijk voorleesverhaal. Ze wekt de dieren tot leven in haar dynamische en klassiek aandoende tekenstijl. De eigentijdse boodschap rond duurzaamheid zit mooi verweven in het klassieke verhaal. Prima aanwinst dus voor elke boekenkast!
Gravett, E. (2024). Te veel troep! Rotterdam: Lemniscaat.