Landschappen: vallei, vijver, rivier, fabriek

Dit grote prentenboek brengt onze blik naar de overdadige natuur van een vallei, mooi geflankeerd door enkele statige bergen en voorzien van water door de dynamische rivier. Prent na prent zien we dezelfde vallei, maar dieren en mensen zorgen ervoor dat het landschap langzaam maar zeker een hele metamorfose ondergaat. Telkens wanneer je de bladzijde omslaat, zie je hoe de mens zich doorheen de tijd meester maakt van de omgeving zonder veel acht te slaan op de natuur zelf. Het valt zelden voor dat we op zo’n toegankelijke wijze doorheen de geschiedenis geleid worden. Door de prachtige vallei doorheen de tijden te volgen, wordt ook pijnlijk duidelijk welk effect de keuzes van de mensen hebben gehad op zijn omgeving. Dubray brengt dat heel kleurrijk en overtuigend in beeld, zonder ooit belerend of prekerig te worden. Ze denkt ook vooruit en ziet een toekomst voor de vallei waar de mens geen plaats meer heeft. Een mooi kijkboek dat ook tot denken aanzet.

Dubray, H. (2021). De vallei. Amsterdam: Boycott.


Dit boek vertelt over de wonderen die gebeuren als je durft blijven te dromen, als je durft te geloven in jezelf. In de vallei van de wentelmolens doen moderne machines hun intrede. Alles kan geregeld worden met een druk op de knop. Daardoor verlangen de inwoners van de vallei nergens meer naar. Ook de wind geeft het op en de wieken van de molens draaien niet langer. Maar niet iedereen heeft het opgegeven … Anna het naaistertje blijft dromen en is dan ook dolgelukkig wanneer ze op een dag Vogelman ontmoet. Hij droomt ervan te kunnen vliegen. Anna beslist om een vleugelpak voor hem te naaien en roept de hulp van de blaasbloemen in. Daardoor begint de wind weer te waaien en wie weet komen de molens ook opnieuw tot leven … Naast het mooie verhaal biedt dit prentenboek prachtige poëtische illustraties van Valeria Docampo. Ook het kleurgebruik sluit aan bij het verhaal en wordt steeds stralender naarmate het verhaal vordert. De kleuters zullen alle symboliek in het boek nog niet begrijpen, maar dat zorgt ervoor dat ze er ook op latere leeftijd nog van zullen kunnen genieten.

Blanco, N. (2013). De vallei van de wentelmolens. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Naar aanleiding van de animatiefilm ‘Bonjour le monde’ werd dit boek vormgegeven. De paginagrote platen die er collageachtig uit zien, zijn stills uit de film waarin alle dieren van papier-maché zijn gemaakt. De vijver – want dat is de wereld waarin het boek zich afspeelt – wordt gedurende vier seizoenen (een jaar rond) gevolgd. In en rond de vijver wonen uiteraard veel dieren. Je ziet bv. een schildpadje uit het ei kruipen, roerdompouders hun jongen voeden, larfjes van vuursalamanders verwarmd worden door de zon, kuikens van de fuut op de rug van hun moeder meezwemmen, … Kortom leven dat groeit en bloeit en de wereld moet leren kennen inclusief de gevaren die die wereld inhoudt. De tekst staat in contrastkleur met de illustraties naast en in de illustraties gedrukt. Het woordgebruik is niet altijd even eenvoudig maar door voor te lezen breng je kleuters in aanraking met poëtisch en genuanceerd taalgebruik. Achteraan in het boek bevindt zich een informatief en af en toe humorvol gedeelte over de verschillende dieren. Onderstaand filmpje geeft een concreter beeld van het boek.

Dumon Tak, B. (2021). Zomaar een dag, bij zomaar een vijver. Tielt: Lannoo.


In dit vijfde verhaal over Frank en Bert leren we de twee vrienden opnieuw wat beter kennen. Ze spelen graag bij de kleine vijver met Berts boot, maar ook deze keer duikt er een probleem op. Bert is namelijk doodsbang voor kikkers en wil meteen naar huis zodra hij er een ziet. Op een warme dag overtuigt Frank hem om verkoeling te zoeken in de vijver, onder de belofte dat er geen kikkers te bespeuren zijn. Wanneer er toch een kikker op Berts boot verzeild geraakt, schrikken beide vrienden. Hun poging om de boot terug te winnen, leert hen uiteindelijk dat kikkers minder akelig zijn dan ze hadden gedacht. Hoewel de verhalen over Frank en Bert sterk op elkaar lijken, geraken we ze niet beu. De herkenbare structuur en verrassende wendingen zorgen telkens opnieuw voor een sterke verhaallijn, maar de show wordt vooral gestolen door de twee innemende hoofdpersonages. De zachtmoedige Bert, die opschrikt van de frisgroene kikkers, en de zorgzame Frank weten ook dit keer te charmeren. Veel lezers zullen zich herkennen in de angst voor dieren en de neiging zich tegenover vrienden stoerder voor te doen dan ze zich voelen. Dit geestige en warme verhaal zal de fans van Frank en Bert dan ook niet teleurstellen.

Naylor-Ballesteros, C. (2026). Frank en Bert en de kwakende kikker. Haarlem: Gottmer.


Heel veel verhaal vind je niet in dit mooi uitgegeven prentenboek. Tekst is ook niet echt nodig gezien de prachtige, paginagrote en gedetailleerde illustraties terecht met alle aandacht gaan lopen. Muis woont in het bos en gaat met een roeiboot op reis langs de rivier dwars door het bos, de polder, de stad en de rietvelden. Zijn aankomstpunt heeft Muis aan de riviermonding (de zee) gepland waar een vriend hem in zijn strandhuis opwacht. Als lezer/kijker reis je met hem mee. Een reis die super aangenaam wordt gemaakt door de vele kleine en grote flappen die zich in het boek bevinden. De natuur waar Muis doorheen roeit staat centraal en toont een heleboel plant-, boom- en diersoorten.  Zo is er bv. een flap die een rietkraag verbeeldt en waarin zich talrijke dieren blijken op te houden wanneer je die openklapt. Of een flap in de vorm van een kronkelige boom waarin je vogels kunt ontdekken. Je komt zelfs iets te weten van het onderwaterleven wanneer je het flapje opent waar Muis zit te vissen. Of wanneer Muis door de stad vaart toont een flap aan een winkel wat er in de winkel verkocht wordt. Of een flap die de binnenkant van een huis, de achterzijde van een brug, … verheldert. De illustraties nodigen uit tot benoemen en de beperkte tekst brengt (nieuwe) woordenschat aan. Denk aan: zilt, tij, kaai, briesje, … De lezer/kijker leert vogelsoorten als roerdomp of scholekster herkennen. Achteraan in het boek bevindt zich ook een helder informatief gedeelte rond vogels , insecten, dieren en planten die langs de rivier leven en in dit boek voorkomen. Er kan ook een kaart gebruikt worden tijdens het voorlezen die de vaarroute aangeeft en er is een overzicht van de bagage die Muis meeneemt.

Melvin, A. & Snow, W. (2024). De rivier van Muis. Zeist: Christofoor.


Als lezer/kijker wordt je op een speelse maar tegelijkertijd informatieve wijze meegenomen naar 10 verschillende fabrieken om daar het ‘maakproces’ te volgen. Uiteenlopende fabrieken: van kauwgum tot kerstbal, van chocolade tot cornflakes, van plastic tot vuurwerk, van muntstukken tot tennisballen, … een verschillend productieproces maar zeer overzichtelijk weergegeven. Dezelfde volgorde wordt per fabriek aangehouden: eerst inzicht in het voorwerp en de materialen waaruit het vervaardigd wordt. (In dit gedeelte vaak ook een weetje over de uitvinder of eerste vervaardiger van dit product.)Dan volgt in 8 stappen het maakproces zelf in woord – dikgedrukte woorden zijn essentieel – en beeld. In deel 3 tenslotte komen weetjes rond dat voorwerp aan bod: bv. het aantal ongelukken dat in de VS elk jaar gebeurt bij het versieren van een kerstboom: 8000. En dan is er nog de afsluiter. Daarin vertelt P.Gaudaseboos – 11de case – hoe het maakproces van het voorliggende boek tot stand kwam. De illustraties in dit boek zijn zeer herkenbaar Gaudaseboos: duidelijke lijnen, veel kleur, veelal ronde vormen. De tekst past er mooi in. Een boek dat in de boekenhoek van een derde kleuterklas zeker zijn waarde heeft en in de eerste graad van de basisschool veel nieuwsgierigheid zal opwekken.

Gaudesaboos, P. (2024). Hoe maak je dat? Tielt: Lannoo.


“Leer van Kasper hoe je zelf je lekke band kunt repareren.” staat er op de achterflap van het boek. En dat klopt helemaal! Kasper en Flip willen picknicken en nemen daarvoor hun fiets. Onderweg krijgt Flip een lekke band. Gelukkig hebben ze naast de picknickmand ook het fietsreparatiesetje meegenomen. Stap voor stap laat Kasper aan Flip zien hoe je een lekke band plakt. Een typisch boekje in de reeks over Kasper waar altijd een element van techniek aanwezig is. Denk aan ‘Kasper wil timmeren’, ‘Kasper in de werkplaats’, ‘Kasper de bakker’ of ‘Kasper de schilder’.

Klinting, L. (2013). Kasper de fietsenmaker. Utrecht: Veltman.


grote woordfabriek

Ooit bestond er een land waar de stilte heerst. Spreken kan er alleen als je woorden koopt. Alle woorden worden er gemaakt in ‘de grote woordfabriek’. Sommige woorden zijn heel duur, andere goedkoop en soms, heel soms, vliegen er woorden door de lucht en met wat geluk kun je die vangen. Florian, het hoofdpersonage van dit boek, heeft er drie gevangen en die wil hij geven aan Siebelle die ‘onuitsprekelijk’ lief is. Florian heeft een vijand, Oscar. Hij heeft rijke ouders en heeft een heleboel woorden gekocht om zijn liefde aan Siebelle te verklaren en haar te imponeren.  Gelukkig is Siebelle meer onder de indruk van ‘pannenlapje’, ‘kersenrood’ en ‘stoelendans’… Op de paginagrote illustraties zijn overal letters te vinden. Bovendien komen er steeds meer rode en oranje accenten in de bruintinten naarmate het duidelijker wordt dat Siebelle de liefde van Florians leven is. En zo eindigt dit verhaal in woord en beeld in een zachte warmte.

De Lestrade, A. (2009). Het land van de grote woordfabriek. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Nog voor het verhaal echt begint, kun je het al zien: Meneer Haas stamt uit de voorname Italiaanse hazenfamilie Lepron (getuige het portret van een voorouder in zwart-wit naast de titelpagina). Aan de voorste schutbladen die vol getekend zijn met de prachtigste groenten, kun je zien dat het verhaal over eten zal gaan. Op de eerste bladzijde wordt verteld wie Meneer Haas is. Dat kan je ook zien in de prachtige illustratie van het huis van Meneer Haas tussen enkele boomwortels in een zonovergoten woud en waar een heleboel kleine haasjes ronddartelen. Het voornaamste kenmerk van Meneer Haas is toch dat hij van groenten houdt en daarvan superlekkere soep maakt. Daar helpt de hele familie aan mee: de ene kleine haas komt aangestapt met een ui op zijn kop, de ander draagt een wortel, ook spinazie of spruitjes, snijbiet en bleekselderij, …  alle soorten groenten worden aangedragen. Daarna wordt er rond een grote tafel gegeten en vaak zijn er ook gasten te zien aan die tafel. De soep van Meneer Haas wordt zo beroemd dat iedereen hem vragen stelt. Meneer Haas heeft geen geheimen en antwoordt op alle vragen. Maar zo’n lekkere soep maken lukt niemand. Van heinde en verre komen mens en dier om van de soep te proeven. Zelfs de boer van wie vaak groenten ‘gestolen worden’, komt proeven. Dus besluit Mr.Haas een soepfabriek op te richten. Onder zijn toezicht wordt daar soep gemaakt en ingeblikt. Een heel groot succes! Zo groot dat Mr.Haas begint te dromen, eerst grootse dromen daarna eerder akelige dromen en ten slotte vindt Mr.Haas geen rust meer. Vooral ook omdat men begint te zeuren over zijn soep: de groenten zijn te dik of te dun gesneden, in het begin smaakte de soep anders, … Dus stopt Mr. Haas ermee want niet de soep is veranderd maar Mr.Haas zelf… En wat dan volgt is een erg mooi einde! Heerlijk verhaal over samen tafelen, warme soep, familieverbanden, verse groenten en kruiden en dromen. De illustraties zijn sfeervol en raken de juiste toon vooral om het verschil aan te tonen tussen de grootschalige soepproductie en het meer kleinschalige familiale gebeuren. De illustraties doen het goed opgebouwde verhaal nog meer tot leven komen. Op de achterste schutbladen zie je dan ook mooie borden vol dampende soep naast de ‘beroemde ‘Lebron blikken staan. Meer dan de moeite waard wanneer je het met jonge kinderen wil hebben over planten, zaaien en groenten.

Zoboli, G, (2022). Soep van de haas. Amsterdam: Rubinstein.