Geschiedenis: prehistorie & Egypte

Rockie is een peutertje dat in de oertijd in een grot leeft. Op een dag besluit hij de diertekeningen die zijn mama op de wanden van de grot heeft aangebracht te verfraaien met spetters, streepjes en sterretjes. De ingreep wordt hem niet in dank afgenomen en zijn vader dreigt ermee dat als straf voor zijn geklieder de mammoet hem zal voeren aan grote, bruine beer. Natuurlijk leidt dit tot een nachtmerrie waarin Rockie inderdaad ontvoerd wordt door de mammoet. Maar die laatste blijkt andere bedoelingen te hebben. De mammoet is vooral opgezet met de artistieke neigingen van Rockie die het hol van de mammoet mag versieren en daarna keurig terug naar huis wordt gebracht. Leuk verhaal dat mooi geïllustreerd werd door Emily Gravett. Ze slaagt er erg goed in de tegenstelling duidelijk te maken tussen de donkere, eerder beangstigende nacht en de kleurrijke, artistieke, lichte kronkels van Rockie. De tekst wordt mooi in die illustraties verwerkt.

Donaldson, J. & Gravett, E. (2010). Rockie. Rotterdam: Lemniscaat.


Wie heeft het tekenen uitgevonden? Dat is een vraag die in dit boek op een speelse manier beantwoord wordt. In de oertijd was er een kleine gemeenschap met een medicijnman, met mannen die ‘jagers’ waren, met kinderen ‘prutsers en frutselaars’ en met vrouwen ‘pluksters en zoeksters’. Op een dag voorspelt de medicijnman dat een sabeltandtijger het dorp bedreigt waarop de mannen zich klaarmaken voor de jacht. De jongen, Olun, wil graag mee op jacht maar daarvoor is hij nog te jong. Olun is echter niet bang en wil graag indruk maken op het meisje Uma. Van de medicijnman krijgt hij de toelating om op zoek te gaan naar de sabeltandtijger. De medicijnman geeft hem ook een kleine witte steen die hem zal beschermen. Olun vertrekt en hoort de brul van de tijger. Om die tijger schrik aan te jagen tekent hij met zijn wit steentje een vreselijk monster op een steen. Zo wordt de tijger in die ‘lijn’ gevangen en is de gemeenschap gered. Wanneer duidelijk wordt wat er is gebeurd, begint iedereen te tekenen. Op een morgen ontdekt Olun pijlen die een richting lijken aan te wijzen. Ze brengen hem bij Uma en bij de tekening die Uma van Olun gemaakt heeft. Zo wordt Olun ook ‘gevangen’ in de lijn van Uma. Meer dan de tekst zijn het de illustraties die van dit boek een leuk verhaal over de oertijd maken. Veel details – anachronismen – zullen vermoedelijk niet meteen kunnen geplaatst worden door de kleuters, maar bezorgen de voorlezer wel veel plezier.

Van Oudheusden, P. & Leroy, B. (2014). De jacht op de sabeltandtijger. Eke: De Eenhoorn.


Een verrassend prentenboek over twee holbewoners die jaloers zijn op elkaar en elkaar telkens opnieuw proberen te overtreffen. Heeft de een water, dan heeft de ander vuur, heeft de een paard en wagen dan heeft de ander een trein, … Op die manier maken de kleuters kennis met een heleboel uitvindingen in de geschiedenis van de mensheid. Uiteindelijk bezitten Oet en Drap zoveel spullen dat alles in elkaar stort en ze enkel nog een rotsblok overhouden dat ze dan toch maar samen delen. Door de eenvoudige tekeningen van de holbewoners en hun omgeving en door het kromme taalgebruik waarin werkwoorden bv. niet vervoegd worden, schetsten auteur en illustrator een beeld van de oertijd. Een creatieve voorlezer weet zeker raad met het gebrekkige Nederlands en door gebruik te maken van twee stemmetjes zorgt dat voor een groot inlevingsvermogen bij de kleuters. De illustraties hebben een beperkt kleurpalet met veel bruintinten, maar bevatten wel enkele leuke details zoals een muis op elke bladzijde en de ‘huisdieren’ van Oet en Drap.

Chisholm, A. & Roberts, D. (2020). Oet en Drap. Haarlem: Gottmer.


Honderdvijftigduizend jaar worden in 21 pagina’s samengevat met korte teksten en illustraties die die tijdsspanne visualiseren. Het hoofdpersonage van dit verhaal is een geduldige zwerfkei die in de ijstijd heel, heel, langzaam verder schuift en zo zich een stille weg baant doorheen de eeuwen. Hij wordt door mensen rechtop gezet, vereerd en functioneert als beschermer en trooster. Dan is hij weer het middelpunt, in een andere periode kijkt niemand nog naar hem om, maar hij merkt wel dat de aarde steeds drukker en drukker wordt. Uiteindelijk verlangt de steen nog maar 1 ding: rust. Die vindt hij wanneer de sneeuw begint te vallen en hij omringd wordt door spelende kinderen die ook van de sneeuw en de koude houden. Dat is dan ook het einde van het verhaal – de steen lijkt wel te glimlachen zoals hij daar staat. Hij houdt wel van ijskoud. Rian Visser weet op een mooie manier verschillende tijdperken in beeld te brengen. De zwerfkei fungeert daarbij als middelpunt. Het boek start met een prent in zwart en wit en naarmate het verhaal en de tijd vordert verschijnt steeds meer kleur op de bladzijden. Mooi samenspel van tekst en illustraties. DeSteenEnDeTijd_handleiding.pdf geeft informatie voor leraren bij het boek.

Visser, R. & Meirink, T. (2020). De steen en de tijd. Haarlem: Books2download.


Voor al wie thuis een wollige mammoet als huisdier heeft, is dit boek een absolute aanrader. Je leert immers in 10 stappen hoe je die mammoet moet wassen. Stap 1 – het bad vullen – valt mee op voorwaarde dat je mammoet niet te veel dorst heeft. Stap 3 bv. – de mammoet in bad krijgen is al wat moeilijker: een skateboard, een takelwagen, een kraan, … maar uiteindelijk blijkt een cakeje het beste hulpmiddel. Er zijn ook kriebels natuurlijk, er moet geschrobd worden en shampoo in zijn ogen daar kan de mammoet echt niet tegen. Dat vindt hij zo erg dat hij in de hoogste boom vlucht. Een trampoline om hem eruit te krijgen is een goed hulpmiddel maar wanneer hij daarnaast in de modder valt, begint alles weer van bij het begin. Maar einde goed, al goed want samen met zijn bazinnetje vindt de mammoet badderen fijn! Zeer humoristisch prentenboek waarin kleuters op een ludieke manier kennismaken met de lang uitgestorven mammoet.

Robinson, M. & Hindley, K. (2013). Hoe je een wollige mammoet moet wassen in tien lessen. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Wie kleuters wil laten kennismaken met het Oude Egypte kan zeker van dit boek gebruikmaken. Pluis en Stuiver zijn twee stokstaartjes die in de zoo wonen. Maar daar is het best wel saai. Dus bouwt Pluis een teletijdmachine en daarmee komen ze samen in het Oude Egypte terecht. Via de avonturen die ze daar beleven langs de Nijl met gevaarlijke krokodillen, met de kat Simba in een pyramide en een tempel, komen kleuters met het Oude Egypte in contact. Waar zijn er mummies, wie zijn de farao’s en welke goden werden door de Egyptenaren vereerd zijn vragen die beantwoord worden. Ook de betekenis van hiërogliefen en de manier van wonen van de oude Egyptenaren krijgen een plaats. De tekst wordt mooi ondersteund door de illustraties die gebruik maken van het woestijnachtige kleurenpalet en van de kleuren die nu nog steeds te zien zijn in de oude tempels daar. Achteraan in het boek zijn nog 4 bladzijden informatieve gegevens over het Oude Egypte onder de noemer: Wil jij alles weten over het Oude Egypte?

Schutten, J. & Celie, L. (2020). Stuiver en Pluis in het oude Egypte. Haarlem: Gottmer.


Vos en Haas gaan samen met Rob, die alles te koop heeft en zich als gids opwerpt, op bezoek in het Oude Egypte. Ze varen in een boot de Nijl af; een buitenkans voor Thé Tjong-King die meteen in zijn illustratie kan tonen welke dieren in en rond de Nijl leven. Ze stoppen bij een tempel die ze bezoeken en waar de voorwerpen die er staan gebaseerd zijn op de voorwerpen die je in het Rijksmuseum van Oudheden (Leiden) kan bewonderen. Ze ontmoeten ook een farao en willen dan zeker ook nog een mummie zien. Maar onderweg leren ze allerlei dingen bv. dat Sobek, de god is met de kop van een krokodil of dat Nijlpaarden er als lobbesen uitzien maar heel gevaarlijk zijn, net zoals de krokodillen. Ze ontdekken ook dat er vroeger veel mensen langs de Nijl woonden omdat de Nijl slib afzet op de oevers en de bodem dus vruchtbaar maakt. ‘Slib is modder. In die modder groeien plantjes. Zo krijg je mooie, groene weiden en daar grazen koeien in.’ Doorheen de tekst komen op die manier vele nieuwe woorden aan bod. Een mooi voorbeeld is ook de uitleg bij de God Osiris. De drie betekenissen van ‘iris’ worden meegegeven in de tekst: een ‘iris’ is een bloem, je hebt een ‘iris’ in je oog en ‘Osiris’ is de naam van een godheid. Informatie verstopt in een verhaal. Heerlijk toch! Het taalgebruik is vlot, grappig en speels en de illustraties zijn schitterend. Ze ondersteunen waarheidsgetrouw de tekst. (Voor kinderen van de eerste graad biedt dit boek veel mogelijkheden tot speels oefenen van lezen van letters tot woorden.)

Vanden Heede, S. & Thé Tjong-Khing (2026). Vos en Haas: Het land van de Nijl. Tielt: Lannoo.