Prentenboeken huisdieren

JONGE KLEUTERS

Ik wil een huisdierJonas wil erg graag een huisdier en gelukkig heeft zijn moeder geen bezwaar. Maar welk huisdier wil Jonas? De keuze is moeilijk vooral ook omdat mama een heleboel praktische bezwaren heeft. Wanneer Jonas bijvoorbeeld een olifant als huisdier voorstelt, zegt mama dat die de auto zal verpletteren en bij een ijsbeer zegt ze dat die niet van de verwarming in huis zal houden. Uiteindelijk geraken mama en Jonas het eens over een hond. Die krijg je op de laatste uitklapbare pagina te zien en ondanks het feit dat het ‘maar’ een hond is, is hij behoorlijk verrassend. Leuke tekst en stevige, grappige illustraties die de tekst echt ondersteunen.

Dodd, E. (2007). Ik wil een huisdier. Amsterdam: Van Goor.


Stoute hond!Sjors belooft zijn baasje dat hij tijdens diens afwezigheid braaf zal zijn. Maar in en rond het huis zijn zoveel verleidelijke dingen te zien en te doen. Bij zijn thuiskomst is het baasje dan ook erg teleurgesteld. Gelukkig toont Sjors tijdens een daaropvolgende wandeling dat hij wel braaf kan zijn. Telkens opnieuw stelt de auteur in het prentenboek de vraag ‘Wat zal Sjors doen?’. Die vraag nodigt uiteraard uit tot interactief voorlezen. Kinderen kunnen zelf bedenken wat het antwoord op die vraag kan zijn. De illustraties zijn uitgevoerd in oranje-bruin tinten en ogen collage-achtig. Het meest opmerkelijke zijn de details die ze bevatten en die de illustraties net dat tikkeltje meer geven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ogen van Sjors.

Haugton, C. (2012). Stoute hond! Haarlem: Gottmer.


Kat is de draad kwijtEen kat speelt met veel plezier met een bolletje wol tot het meisje de wol gebruikt om een trui voor de kat te breien. Dat zint de kat helemaal niet maar als Kat op een dag door de kou naar buiten moet, ziet hij het nut van die verandering in. Daarmee is het verhaal nog niet ten einde: meisje brengt nieuwe bollen wol binnen, maar als ze daarvan een muts en pootwarmers breit, kan kat dat maar matig waarderen. Humoristisch boek met sprekende illustraties dat kleuters vaak zal doen gniffelen.

Grant, J. (2018). Kat is de draad kwijt. Hoe zijn beste vriend een trui werd. Amersfoort: BBNC uitgevers.


Heb jij misschien mijn kat gezien?Een jongen is zijn kat kwijt en reist zowat de hele wereld rond om haar terug te vinden. Tijdens die zoektocht maakt de jongen kennis met heel veel mensen en allerlei soorten katachtigen zoals de lynx, de poema, de leeuw, … De telkens weerkerende vraag ‘Heb jij misschien mijn kat gezien?’ zorgt voor de herhaling waar jonge kinderen zoveel van houden. Komt daarbij dat er op elke dubbele pagina een uitschuifstrookje zit. Daaraan mogen trekken en ontdekken wat dat oplevert is natuurlijk ook erg fijn! Bovendien is het verhaal zo opgebouwd dat de luisteraars echt willen weten waar die kat nu gebleven is en dat ontdekken ze pas helemaal op het einde van het verhaal.

Carle, E. (2011). Heb jij misschien mijn kat gezien? Haarlem: Gottmer.


De kat van SaarWie echt plezier wil beleven aan dit prentenboek moet goed kijken naar de illustraties. Want daarop is niet alleen de kat van Saar te zien maar ook Saar zelf verkleed in een kattenpak. De tekst vertelt over alle dingen waarvan de kat houdt. Maar de prenten tonen dat het vooral Saar is die daarvan houdt terwijl de kat zelf vanuit een luie zetel toekijkt. De illustraties zijn paginagroot en sfeervol dus gemakkelijk voor een groep te gebruiken.


Gravett, E. (2013). De kat van Saar. Houten: Unieboek/ Het Spectrum.


NeeMax is een hond die allerlei dingen doet die hem een verbod ‘Nee!’ van zijn baasje oplevert. Zelf vindt Max dat hij niks ondeugends doet: hij steelt geen eten van de tafel, hij proeft eten toch gewoon maar voor, hij zorgt ervoor dat zijn baasje snel ter bestemming is door hard aan zijn lijn te trekken, hij sorteert de kranten door er zich helemaal in te rollen en ga zo maar door. De keiharde ‘Nee’s’ van zijn baasje worden steeds langer (Néééééé!) en steeds uitdrukkelijker. Zo uitdrukkelijk dat Max zelfs denkt dat ‘Nee!’ zijn naam is. Humoristisch prentenboek over een hond die dringend naar de hondenschool moet.

Altés, M. (2011). Nee! Rotterdam: Lemniscaat.


Dagboek van een wombatHet verhaal is in telegramstijl geschreven. Het is dan ook een dagboek dat de wombat zelf gedurende een week bijhoudt. Daaruit blijkt dat de wombat vnl. slaapt en als hij zich verveelt dingen doet die ‘zijn huisdieren = de mensen’ niet graag hebben. het boek levert een prettige kennismaking op met een dier dat in Vlaanderen als huisdier zeker niet ‘gewoon’ is.

French, J. (2010). Dagboek van een wombat. Amsterdam: Van Goor.


OUDERE KLEUTERS

Olga da PolgaOlga da Polga – de cavia op de cover van het boek – is verkocht! Ze verlaat de dierenwinkel om een nieuw leven te starten bij de familie Zaagsel. In hun tuin leert ze snel de andere huis- en tuindieren kennen. Olga blijkt een rasverteller. Eenvoudige gebeurtenissen uit haar leven weet ze om te toveren tot spannende en indrukwekkende verhalen. Geniet van haar innemende persoonlijkheid in de nieuwe cadeau-editie met een verzameling van haar verhalen. De auteur – Michael Bond  – kennen we vooral van zijn wereldvermaarde verhalen over Beertje Paddington. Olga da Polga is minder bekend in ons taalgebied, maar zeker ook de moeite van het ontdekken waard. De prachtige aquarellen van Catherine Rayner zijn bovendien overtuigende argumenten om deze verhalen aan kleuters aan te bieden. Meer informatie over het boek en enkele pagina’s ter inzage vind je op de website van de uitgeverij: https://www.christofoor.nl/boek/9789060388198/olga-da-polga.

Bond, M. (2017). Olga da Polga. Zeist: Christofoor.


ScheetebeetjeOok al ben je een kleine hond, je bent wel degelijk een echte hond en je wil als echte hond behandeld worden. Dat is duidelijk te merken zowel in de illustraties als in de tekst van dit verhaal waarin een klein hondje door zijn bazin ‘Scheetebeetje’ genoemd wordt en voortdurend – tot zijn grote ergernis –  ‘mini-puppykoekjes’ in hartvorm te eten krijgt. Wanneer het hondje op een dag in het park met drie grote honden mee mag spelen en zich echt amuseert, schaamt hij zich rot wanneer zijn bazin hem met zijn troetelnaampje roept. Tot hij merkt dat de grote honden gelijkaardige ‘vreselijke’ troetelnamen hebben. Erg humoristisch verhaal waarin vooral de troetelnamen erg veel bijval zullen oogsten bij de jonge luisteraars.

Taylor, S. (2016). Ik heet geen scheetebeetje! Rotterdam: Lemniscaat.


verboden voor olifantenEen olifant als huisdier is niet evident. Dat blijkt duidelijk wanneer de jongen met zijn olifant niet welkom is in de Huisdierenclub. Hoe kan dat nu?! Je hebt toch huisdieren in alle maten en soorten? Net zoals mensen trouwens. Dus wordt het tijd voor een tolerante Huisdierenclub. Een grappig verhaal dat zich uitstekend leent om te praten over huisdieren maar ook over anders-zijn en tolerantie.

Mantchev, L. (2017). Verboden voor olifanten. Antwerpen: De Vries-Brouwers.


Ik wil een leeuwNet zoals vele kinderen wil Juul graag een huisdier. Hij weet dat zijn moeder allerlei bezwaren zal opperen en dus zet hij hoog in: Juul wil een leeuw!. Uiteraard vindt zijn moeder dat niet goed en doet een tegenvoorstel: een wandelende tak. Daarop zeurt Juul om een nijlpaard. Een cavia is het antwoord. Een aap dan? Tot Juul uiteindelijk komt waar hij wil komen: bij een hond. Een vrolijk verteld verhaal dat sterk ondersteund wordt door zeer dynamische dierenprenten die steeds een dubbele pagina beslaan. Ook in de illustraties is een duidelijk verschil te merken tussen de overweldigende wensen van Juul en de eerder saaie tegenvoorstellen van zijn moeder.

Van der Eem, A. (2017). Ik wil een leeuw! Rotterdam: Lemniscaat.


Max en MillieMax en Millie zijn twee kleuters die dolgraag een huisdier willen. Alleen geraken ze het niet eens over, een hond, een kat, … zoveel mogelijkheden! Van elk dier worden voor- en nadelen afgewogen en bovendien moet mama ook eerst nog met papa overleggen. De (voorlees)verhalen over Max en Millie sluiten sterk aan bij de leefwereld van de kleuters en daarom zijn ze zo herkenbaar. Denk bv. aan een mama die een vraag van Max niet gehoord heeft omdat ze met haar telefoon bezig was of de angst van Millie voor een loslopende hond. De verhalen hebben een goede voorleeslengte en zijn op een grappige manier geïllustreerd. In de kleuterklas kunnen ze hun dienst bewijzen. Je kan het boek gebruiken tijdens een vast voorleesmoment bv. na de namiddagspeeltijd en op die manier een rustig makend ritueel in leven roepen. Maar ook voor het slapengaan kan gemakkelijk telkens één verhaal voorgelezen worden.

Van Aar, H. (2019). Max en Millie. Allemaal beestjes. Leuven: Davidsfonds-Infodok.


Hoe verstop je een leeuw?Op een dag besluit een leeuw dat hij voortaan een hoed wil en dus wandelt hij de stad in op zoek naar een hoedenwinkel. Dat is buiten de mensen gerekend; met bezems en stokken verjagen ze de leeuw die er niks anders op vindt dan zich in een klein speelhuisje te verstoppen. Daar wordt hij ontdekt door Lisa die zich over hem ontfermt en hem het huis in smokkelt. De leeuw verborgen houden voor haar ouders die hem vast niet in huis willen is geen sinecure. Op een dag ontdekt haar mama de leeuw en de leeuw slaat opnieuw op de vlucht. Hij weet zich zo goed als onzichtbaar te maken tussen 2 stenen leeuwen boven op een monument. Vandaaruit kan de leeuw alles goed zien en zo ontdekt en klist de leeuw 2 boeven. Eind goed, al goed dus! Het boek bevat een leuk verhaal dat de spanning mooi opbouwt en waarin humor op niveau van de doelgroep verborgen zit. De tekst en de dynamische illustraties met aansprekende kleuren zijn verweven en vullen elkaar goed aan.

Stephens, H. (2019). Hoe verstop je een leeuw? Aartselaar: Deltas.


Ik ben een kat!Aan het begin van dit verhaal doet Simon – een grijze kater – een boude uitspraak: ‘Ik ben een kat!’ Jachtluipaard, Tijger, Poema, Panter en Leeuw vinden het een smakelijke grap. Zij zijn immers veel groter, sneller en gevaarlijker dan die kleine opdonder. De grijze kater is aanvankelijk kop van jut, maar wijst de katachtigen snel op hun gelijkenissen. De erg expressieve illustraties zijn een lust voor het oog en sluiten mooi aan bij de spottende toon van de dieren. Heerlijk ook hoe dit vrolijke verhaal tegelijkertijd erg informatief is. Terwijl kleuters hun favoriete dieren in actie zien, leren ze hoe alle personages familie zijn van elkaar.

Bernstein, G. (2018). Ik ben een kat! Amsterdam: Leopold.


os9789047710714_optJosefien ontmoet tijdens haar vertrouwde wandeling in het bos een imposante tijger. Na de eerste verbaasde aanblik, voelt Tijger meteen ook vertrouwd aan en ze neemt hem mee naar haar huis in de stad, waar ze snel vrienden worden. Zoals te verwachten valt, wennen buitenstaanders een stuk moeilijker aan de tijger in hun omgeving, wat enkele grappige beelden oplevert. Toch gaan ook zij na verloop van tijd overstag en ze sluiten het prachtige zachtaardige dier in hun hart. Maar wanneer de tijger stilaan kleur verliest en echt ziek begint te worden, moet Josefien een moeilijke beslissing nemen … De stijl van de ervaren Jan Jutte is herkenbaar, maar is meer dan ooit overtuigend. De huiselijke en kleurrijke illustraties van Josefien en de tijger zijn hartverwarmend en maken hun vanzelfsprekende vriendschap bijna tastbaar. De spaarzame tekst is nagenoeg overbodig, want de thema’s gemis, vriendschap en troost spreken de lezer rechtstreeks in de illustraties aan. Bekijk hier de trailer: 

Jutte, J. (2019). Tijger. Rotterdam: Lemniscaat.


Lola en de leasekatNadat haar man gestorven is, blijft Lola alleen achter. Ze besluit een kat in huis te halen. Lola en de kat kunnen het goed met elkaar vinden. De kat helpt Lola zich alle fijne momenten uit haar leven te herinneren.

Jitta, C. (2007). Lola en de leasekat. Amsterdam: Zirkoon.

 


siens hemelSien de hond gaat dood. De kinderen begraven haar in de tuin en besteden veel zorg aan die begrafenis. Maar na afloop, terug in huis komen vele vragen omdat daar zovele dingen herinneren aan Sien. En wat blijkt… hoe meer herinneringen worden opgehaald hoe meer ze met de dood van Sien kunnen leven. Dat is ook duidelijk in de erg mooie illustraties die eerst erg zwart en donker zijn maar naarmate het boek vordert steeds lichter en zonniger worden. Een aanrader om over huisdieren te praten maar zeker ook over afscheid nemen.

Dumon Tak, B. (2016). Siens hemel. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Jij bent een kip!Tim is vast van plan een halfdode kip die hij langs de kant van de weg vindt terug tot leven te wekken. Maar dat blijkt niet zo eenvoudig: de kip staat wel op haar poten maar verder zegt ze enkel ‘Burp’. Kakelen, eieren leggen, … het lijkt de kip helemaal niet te interesseren. Misschien wil de kip wel liever een eend of een papegaai zijn, denkt Tim. Dus probeert hij de kip zwemles te geven. Dat is geen succes! Daarna schildert hij de kip in alle kleuren van de regenboog. Maar hier is de regen is dan weer spelbreker. Als Tim ten einde raad is, verschijnt opeens een haan…

Vriens, J. (1999). Jij bent een kip! Houten: Van Holkema en Warendorf.


Willewete de hond‘Willewete’ is een informatieve reeks. Onder de hoofding ‘Natuur’ zit een categorie ‘Huisdieren’ en daarvan maakt dit prentenboek over ‘De hond’ deel uit. De hond is voorgesteld als een vriend van de mens tenminste als je voor je hond zorgt en er op een fijne manier mee omgaat. Hoe dat moet? Daarvoor reikt dit boek tips aan. Verder krijgt de kijker/lezer informatie over puppy’s, de dierenarts, gedrag van honden, … Achteraan zit er zoals gewoonlijk een uitvouwbare dubbele pagina die een mooi overzicht biedt.  

Douglas, J. (2013). Willewete. De hond. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.