JONGE KLEUTERS

Mijn bange hartjeDe cover van dit boek springt meteen in het oog dankzij twee uitgesneden vormen waardoor boze ogen priemend naar je kijken. Doe je het boek open dan kijken die ogen helemaal niet meer zo boos want ze staan samen met een lachende mond. Doorheen het boek zijn meerdere van die uitsnijdingen te vinden die verschillend zijn wanneer je ze op de ene of de andere bladzijde ziet. Het verhaal zelf heeft niet zoveel om het lijf: een klein meisje is bang van een heleboel dingen maar heeft er ook allerlei oplossingen voor bedacht. Denk aan in mama’s hand knijpen bij een boze hond, een zachte pyama en een nachtlichtje tegen donkermonsters enz. De tekst die gehanteerd wordt is af en toe poëtisch en mogelijk daardoor net iets boven het niveau van de doelgroep, de jongste kleuters. Dat maakt natuurlijk dat ook oudere kleuters plezier zullen beleven aan dit boekje.

Witek, J. (2017). Mijn bange hartje. Antwerpen: Oogappel.


Bruut durft allesBruut het everzwijn lijkt van niets of niemand bang tot hij op een dag een spin tegenkomt. Daarvan is Bruut zo bang dat hij in een boom klimt en zelfs weent. Door toedoen van zijn vrienden uit het bos ontdekt Bruut dat je dapper kan zijn door te bekennen dat je bang bent. Bruut en de spin – die trouwens ook voor Bruut bang is – worden de ‘beste bange vrienden’. Vrolijk getekend prentenboek waarin vooral Bruut doet denken aan dieren uit ‘De Leeuwenkoning’. Het prentenboek maakt deel uit van de reeks ‘Mijn naam is haas’ van uitgeverij Bruna.

Tulp, W. (2011). Bruut durft alles. Amsterdam: AW Bruna uitgevers.


Koning Koen en de DraakDrie jongens, Koen, Joris en Casper, bouwen een heus fort in de tuin en amuseren zich met het vechten tegen monsters en draken. Wanneer het donker wordt, komen twee reuzen – ouders – langs om Joris en Casper op te halen. Koning Koen vecht alleen verder maar is toch wel een beetje bang van de geluiden die hij in de schemering hoort. Dan doemt een reuzegrote schim op op het tuinpad… In haar hartverwarmende stijl tekent Helen Oxenbury de leefwereld van jonge kinderen waarin draken en monsters niet angstaanjagend maar toch een beetje eng zijn. De beperkte tekst is op rijm.

Bently, P. (2012). Koning Koen en de draak. Rijswijk: De Vier Windstreken.


Er ligt een krokodil onder mijn bed!Deze klassieker onder de prentenboeken werd herdrukt in 2014. De tekenstijl én de tekst veranderden een beetje, maar nog steeds is het dappere Lotje van geen kleintje vervaard. Zelfs niet van een krokodil, die op haar beurt als opdracht kreeg 1000 kinderen van hun angst te verlossen. Dit prentenboek heeft dus enerzijds met nacht te maken omdat het over slapen gaat, maar het wil vooral kleuters helpen bij het overwinnen van hun angsten.

Schubert, I. & D. (2014). Er ligt een krokodil onder mijn bed! Rotterdam: Lemniscaat.


de moedhoedMees, een klein jongetje, is dikwijls bang. Fladderende duiven maken een angstaanjagend geluid vindt hij. Blaffende honden zijn vreselijk en uit grote gebouwen kunnen ook vreemde geluiden komen. En wat te denken van de geel en oranje strepen die ‘s nachts door zijn raam schijnen en van de krokodil onder zijn bed?! Gelukkig heeft Mees een opa die hij helemaal vertrouwt en die opa weet raad. Hij vouwt van krantenpapier een ‘moedhoed’ voor Mees. Met de moedhoed op je hoofd hoef van je niks of niemand nog bang te zijn, Mees! En het klopt… Mees ontdekt wat de geluiden en kleuren in werkelijkheid zijn en leert zo zijn angsten te overwinnen. Op de achterste schutbladen vindt de lezer een vouwschema voor een moedhoed.

Dijkstra, L. (2013). De Moedhoed. Amsterdam: Moon.


OUDERE KLEUTERS

Olivier en het BrulmonsterOlivier gaat voor de allereerste keer logeren bij oma en opa en vindt dat best spannend. Midden in de nacht wordt Oliver wakker van een vreemd geluid. Hij besluit dat het het geluid van een brulmonster is en roept om hulp. Oma verschijnt aan zijn bed en het brulmonster is niet meer te horen, maar zodra oma even weg is klinkt het gebrul weer. Dus blijft Olivier roepen en deze keer verschijnt opa. Opa hoort het geluid ook én hij weet waar het vandaan komt. Gelukkig vindt opa een oplossing voor de snurkende oma. Mooi uitgegeven prentenboek, fijne illustraties en een leuk einde.

Van Hooft, M. (2017). Olivier en het Brulmonster. Wielsbeke: De Eenhoorn.


In het pikkedonkerJeroen is een vrolijke kikker, alleen als het donker wordt, wordt Jeroen bang. Dan hoort hij akelige geluiden, fantaseert vreselijke monsters en dus lukt slapen dan niet meer. Papa besluit om samen met Jeroen naar buiten te gaan kijken waar al die vreemde geluiden vandaan komen. Dat lukt aardig want de ‘kritskrats’ blijkt een gravende mol te zijn; de hoge ‘Piep’ een nachtvogel die fluit en een vis die uit het water springt maakt ook wel een vreemd geluid. Maar nu Jeroen het weet, kan hij slapen als de beste. De illustraties zijn grappig: ze stellen de kikkers voor als mensen maar er staat wel een bodempje water in hun huis. Plits, plats …

Crowther, K. (2002). In het pikkedonker. Amsterdam: Querido.


Trol en het PietertjeEen trol die er hier uitziet als een blauw monstertje denkt dat hij het liefst van al kleine jongetjes lust. Dus probeert de trol elke dag om 12u Pietertje te vangen. Die is hem telkens te slim af en lacht de trol zelfs uit. Op een dag verschijnt de trol niet meer en Pietertje denkt tevreden dat hij hem voorgoed verslagen heeft. Om dat te vieren gaat Pietertje cupcakes bakken en dan blijkt de trol zich in de keukenkast verstopt te hebben. Hij verslindt Pietertje met huid en haar en … spuwt hem onmiddellijk terug uit omdat Pietertje zo vies smaakt. Gelukkig zijn er de lekker ruikende en smakende cupcakes die het begin vormen van de vriendschap tussen de trol en Pietertje. Op het einde van het verhaal geeft de schrijver de tip altijd een cupcake op zak te hebben voor het geval je een trol zou ontmoeten. Het recept voor cupcakes vindt de lezer dan ook op de achterflap.

Stowers, A. (2014). Trol en het Pietertje. Utrecht: De Fontein.


Mijnheer eekhoorn en de weg naar het gelukOp een dag rolt een grote gele bol kaas van de kar van de kaasboer de heuvel af en valt recht op het huis van Mr. Eekhoorn. Die schrikt zich niet alleen een hoedje maar denkt ook dat de maan op zijn dak gevallen is. Bij die gedachte wordt Meneer Eekhoorn nog banger; hij is schuldig aan het feit dat de maan niet meer aan de hemel staat. Stel je voor dat hij daarvoor in de gevangenis belandt! Dus is er maar een oplossing: de maan moet zo snel mogelijk verdwijnen. Prachtig geïllustreerd prentenboek dat duidelijk maakt dat ook je gedachten je soms onterecht bang kunnen maken.  

Meschenmöser, S. (2008). Mijnheer Eekhoorn en de maan. Utrecht: Hoogland en van Klaveren.


Bang MannetjeBang Mannetje heeft zijn naam niet gestolen; hij is werkelijk van alles bang. Hij is bang om uitgelachen te worden, om zijn plaats op te eisen bij de bakker, voor een spook onder zijn bed en ga zo maar door. Op een dag vindt hij zelf dat het genoeg geweest is en besluit naar de Toverboom te gaan om van zijn angsten bevrijd te worden. Daarvoor moet hij een tocht maken door het Wilde Woeste Woud waar – de naam zegt het zelf – een boel gevaren loeren. Het mannetje overwint ze allemaal en dat vindt de Toverboom zo knap dat hij hem omdoopt tot ‘Best Wel Dapper Mannetje’. Thuisgekomen is het mannetje dan ook niet langer bang meer…

Stein, M. (2005). Bang mannetje. Rotterdam: Lemniscaat.


Het zwarte konijnAls Konijn op een zonnige ochtend uit zijn hol springt, staat er opeens een groot zwart konijn achter hem. Konijn beseft niet dat dat zwarte konijn zijn schaduw is en is er bang voor. Snel probeert hij dat andere konijn kwijt te raken, maar het volgt hem overal. Dus loopt Konijn het bos in en dan is het zwarte konijn verdwenen. Opeens verschijnt er echter een wolf. Konijn rent voor zijn leven en aan de rand van het bos wordt hij gered door het zwarte konijn.

Leathers, P. (2015). Het zwarte konijn. Rotterdam: Lemniscaat.


het donker‘Laszlo was bang voor het donker’. Dat is de eerste zin van dit boek. Want het donker komt door spleten en kieren en daar houdt Laszlo niet van. Gelukkig bestaan er lichtjes die het donker tegen kunnen houden. Maar wat moet Laszlo doen als zijn nachtlampje stuk gaat en het donker zijn kamer binnenkomt? Het bijzondere aan dit verhaal is dat ‘het donker’ een persoon lijkt te zijn met een stem en met gevoelens. Juist daarom durft Laszlo ‘het donker’ aan en kan hij zijn angst ervoor overwinnen. Mooie, eerder poëtische tekst die ondersteund wordt door donkere illustraties. Tekst en illustraties vormen een harmonieus geheel. Samen weten ze perfect de sfeer van het verhaal te pakken.

Klik hier om het spannende voorleesverhaal te bekijken.

Snicket, L. (2014). Het donker. Haarlem: Gottmer.


Licht uit!Aangezien uilen ‘s nachts actief zijn en overdag slapen is dat bij Robbe, een jonge bosuil, niet anders. Meer zelfs: Robbe is bang van het licht. Dat is wel vervelend, zeker als Tibo de egel en Emma de eekhoorn overdag met hem willen spelen. Tibo en Emma verzinnen allerlei oplossingen tot ze de ultieme oplossing gevonden hebben: een zonnebril. Wanneer Robbe die op een dag verliest tijdens het voetballen blijkt hij de zonnebril niet langer nodig te hebben. Dit prentenboek kan zowel bij het BC ‘Licht en donker/dag en nacht’ als bij het BC ‘Bang zijn’ gebruikt worden.

Daniëls, G. (2007). Licht uit! Hasselt/New York/Amsterdam: Clavis.


Orion en het donkerOrion is een beetje een bang jongetje. Hij is bang voor een heleboel dingen, maar het meest bang is hij voor het donker. In de illustraties zie je de oplossingen die Orion bedenkt om zijn angsten te overwinnen. En een van zijn oplossingen is  op zoek te gaan naar het donker. Daarop komt het Donker tot leven en Donker blijkt helemaal niet iemand te zijn voor wie je bang moet zijn.

Yarlett, E. (2015). Orion en het donker. Sint-Niklaas: Abimo.


Ben je bang in het bos, Grote Wolf?In dit verhaal met een knipoog naar Roodkapje worden de rollen omgekeerd. De Grote Wolf is bang, de Kleine Wolf is dapper. Maar voor wie of wat de Grote Wolf bang is, kom je maar op het einde van het verhaal te weten. Om daar te geraken bouwt de auteur een grappige spanningsboog uit. Denk daarbij de paginavullende illustraties en je weet dat je een kwaliteitsvol prentenboek voor je hebt.

De Kinder, J. (2016). Ben je bang in het bos, Grote Wolf? Wielsbeke: De Eenhoorn.

 


Temmer TomUitbundig geïllustreerd prentenboek dat op een grappige manier vertelt hoe Tom gek is op dieren en hen allerlei kunstjes leert. Zijn vader daarentegen is als de dood voor dieren. Gelukkig weet Tom daar wel raad mee.

Veldkamp, T. (2010). Temmer Tom. Rotterdam: Lemniscaat.