Zomer 2018

Oceaan en hemelFinn denkt nog vaak aan zijn gestorven opa. Hij woont aan zee en is dikwijls aan het spelen in een oude boot. Op de dag van opa’s verjaardag zijn er veel herinneringen, maar vooral aan het feit dat opa gezegd had dat ze ooit samen op reis zouden gaan naar een plek waar hemel en oceaan elkaar raken. Wanneer Finn wakker wordt, bevindt hij zich in de oude boot op volle zee. Een gouden vis wijst hem de weg en zo komt hij steeds dichter bij de maan; is dat misschien de plek waar oceaan en hemel elkaar raken of toch niet? Net zoals in ‘De tuinman van de nacht’ en ‘De reis van vos’ van dezelfde auteurs is dit prentenboek eerder filosofisch getint. Daarnaast getuigen de prachtige, gedetailleerde illustraties van een zeer rijke fantasie – zoveel verschillende luchtmachines en ander zwevend, duikend en varend tuig heb ik nog nooit bij elkaar gezien! De illustraties vormen ook hier weer een prachtig duo met de tekst. Die is af en toe behoorlijk spitsvondig. Denk bv. aan Luilettereiland waar bladvogels, brilvogels en heel wat andere geleerde vogels nestelen tussen boeken met gekende titels als Moby Dick, Odysseus, De kleine kapitein, De vliegende Hollander, … Opnieuw een prachtig boek van The Fan Brothers waar zowel kinderen als volwassenen veel plezier aan zullen beleven.

The Fan Brothers. (2018). Oceaan en Hemel. Amsterdam: Leopold.


Ik leer fietsenPrentenboek in oblong-formaat met gestileerde maar erg mooie illustraties waarin vooral grijstinten een hoofdrol spelen. Die grijstinten worden opgefleurd met rode accenten. Helemaal op het einde van het verhaal verdwijnen ze en worden ze vervangen door rozerood, oranje en blauwe tinten.
Een jongetje dat zich verveelt gaat op straat fietsen op zijn fietsje met zijwieltjes en ontmoet daar een soort beer die als een vaderfiguur met hem omgaat. Het vreemde is wel dat die beer alles verslindt wat hem voor de mond komt. Uiteindelijk moeten ook de zijwieltjes eraan geloven. Zo leert het jongetje fietsen. Daarbij worden alle moeilijkheden, frustraties en overwinningen op zichzelf duidelijk in beeld gebracht. Of het het jongetje zal lukken en of de man met het rode hoedje echt bestaat of alleen in de fantasie van het jongetje? Dat kom je te weten als je dit prachtige boek (voor)leest.
Een kleine tip: je kunt (een deel van) de prachtige illustraties al eens bekijken op: https://baeckensbooks.com/catalogus/ik-leer-fietsen/

Peton, S. (2018). Ik leer fietsen. Mechelen: Baeckens Books.


Spelen tot het donker wordtDit kartonboekje met glanzende bladzijden is opgebouwd rond twee leuke versjes van Hans en Monique Hagen. Zoals uit de titel al duidelijk wordt, gaan ze over samen spelen en wat er gebeurt als het op het einde van de dag donker wordt. Op haar onnavolgbare manier brengt M.Törnqvist dat samen spelen in beeld: in het bad, op het strand, in het restaurant en op nog veel andere plaatsen en op nog veel andere manieren. Heerlijk boekje om samen met je peuter of kleuter te bekijken.

Törnqvist, M. (2018). Spelen tot het donker wordt. Amsterdam: Querido.


Van twee riddersEen papa vertelt elke avond een verhaal over twee ridders, een tweeling, aan zijn tweelingzonen Luuk en Lars. Overdag speelt de tweeling dan stukken uit het verhaal na. Bij dat spel is er maar één regel: als een ridder hulp vraagt, moet de andere hem helpen! Het leven gaat zijn gangetje, maar in het zinnetje ‘Ze dachten dat het altijd zo kon blijven.’ lees je al dat er iets zal gebeuren. Dat is ook zo: Lars krijgt samen met zijn ouders een auto-ongeluk en belandt in een coma. Zijn broer Luuk ontsnapt aan de tante bij wie hij voorlopig verblijft en kruipt stiekem in het ziekenhuis bij in het bed van zijn broer. Stilletjes vertelt Luuk aan Lars een verhaal over de twee ridders en zegt ook het zinnetje dat in elk verhaal voorkomt:

‘De ridderroep ‘Te wapen!’
dringt door steen,
door merg en been
en door de diepste slaap.’

Gelukkig is het dat wat Lars nodig heeft om uit zijn coma te ontwaken. Het verhaal wordt verteld door Imme Dros en haar echtgenoot, Harrie Geelen, maakte er illustraties bij. Beiden hebben hun vakmanschap in andere prentenboeken al uitvoerig bewezen. Dros met haar prachtige taal en Geelen met zijn typische stijl – wat rommelig, niet mooi afgelijnd, door elkaar lopende kleuren, … – waarvan je moet houden. Bijzonder in dit boek is het feit dat de illustraties boven- en onderaan omlijnd worden door een fries. Daarin vind je kleine details uit de hoofdtekening terug.

Dros, I. (2018). Van twee ridders. Amsterdam: Querido.


Fiep in de natuurDit boek is uitgegeven i.s.m. het Nederlandse Staatsbosbeheer en wil ervoor zorgen dat kinderen in alle seizoenen opmerkzaam zijn voor de natuur. Daartoe geeft de auteur per seizoen aan wat er te doen is buiten. Dat kan ‘Muziek aan zee’ zijn waar je opmerkzaam gemaakt wordt op de geluiden van vogels, van water en van andere dieren die je op het strand kunt horen. Dat kan ook ‘Minimonsterjacht’ in het bos zijn waar je op zoek kan gaan naar allerlei grotere en kleinere kriebeldiertjes die er onder een loep best wel griezelig uit kunnen zien. De boswachters komen ook aan het woord en geven tips mee aan de lezers. Een klein nadeel is dat sommige onderdelen wel echt Noord-Nederlands getint zijn. Denk bv. aan ‘Een kleedje voor de dieren’ waar dan het tapijt van naalden of ander bosmateriaal bedoeld wordt waarop bosdieren zich te rusten leggen. Mooie foto’s en de gekende tekeningen van Fiep Westendorp maken het geheel af.

Schutten, J.P. (2018). Fiep in de natuur. Amsterdam: Querido.


Why the face?Dit is niet meer of niet minder dan een ‘smoelentrekkersboek’. Op de linkerpagina wordt steeds de vraag gesteld ‘Why the face?’. Op de rechterpagina is dan een gezicht met een bepaalde uitdrukking afgebeeld. Het is aan de lezer te raden waarom de man of de vrouw een dergelijk gezicht opzet. Je kunt raden maar je kunt ook de rechterpagina verder opendraaien en de werkelijke reden ontdekken. Bv. iemand met toegeknepen ogen probeert zijn neus weg te houden van … een stinkend potje dat onder zijn neus staat en van stinksokken die ernaast liggen, iemand stopt zijn vingers in zijn oren omdat een muziekbandje wel erg veel herrie maakt, … Jonge kleuters zijn erg dikwijls gefascineerd door gezichten. Door hen opmerkzaam te maken op achterliggende motieven kunnen ze spelenderwijs een aanvoelen voor die motieven – en hopelijk ook empathie – en emotionele intelligentie ontwikkelen. Grappig boekje dat vaak opnieuw zal vastgenomen worden.

Jullien, J. (2018). Why the face? Londen: Phaidon.


Volg de lijnWat een ‘lijn’ niet allemaal kan zijn! Ze kan geschilderd zijn op de straat – doorlopend of in stukjes; ze kan de leiband van een hond zijn die strakgespannen staat omdat die hond voor zijn baasje uitloopt; ze kan de witte streep zijn getrokken door een vliegtuig in de lucht; ze kan de draad van een bol wol zijn, … Er zijn,  in de wereld waarin peuters en kleuters leven, overal wel lijnen te vinden. Daarop maakt dit kartonboekje opmerkzaam met duidelijke illustraties in heldere kleuren en met eenvoudige tekst waarin veel vragen een antwoord verwachten.

Teckentrup, B. (2018). Volg de lijn. Antwerpen: Oogappel.


De jager en zijn hondDe ondertitel verwoordt perfect wat je kan verwachten in dit woordeloze prentenboek van Sassafras De Bruyn: Een wonderlijke reis door de wereld van Bruegel. In het verhaal zit een jager samen met zijn hond een fazant achterna. De fazant verdwijnt in een spleet en wanneer ook de jager daar doorheen stapt komt hij in een schilderij van Bruegel terecht. Ze dwalen van het ene kunstwerk in het andere en ontmoeten beroemde figuren als De Dulle Griet. Heerlijk hoe De Bruyn erin slaagt om op haar manier de stijl van Bruegel te integreren in haar werk. Terwijl je verschillende verhaallijnen kan ontwarren, waan je je echt een heel boek lang in Bruegels wereld, waar het fijn vertoeven is.

De Bruyn, S. (2018). De jager en zijn hond. Tielt: Lannoo.


Schermafbeelding 2018-09-13 om 22.27.39De auteur neemt de lezer/toehoorder mee op stap in de muizenwereld. Die blijkt niet zoveel te verschillen van de mensenwereld: de muizen leren een beroep, bouwen, reizen, vliegen, en ga zo maar door. In een erg bijzondere lay-out (tekst en pijlen naar bepaalde elementen rondom de illustraties) en een tekenstijl in felle kleuren komt de hele muizenwereld tot leven. Een boek in groot formaat waarin heel wat te ontdekken valt.

Daniel, A. (2018). Op stap! Leuven: Davidsfonds.

 


Het meisje en haar zeven paardenHet meisje uit de titel verzint ’s avonds in haar bed een verhaal over zeven paarden, van wie telkens één uit de boot valt. Zo hebben de andere zes paarden in tegenstelling tot de zevende allemaal mooie kleuren, een eigen plaats en het vermogen om te verzinnen. Gelukkig laten ze het zevende paard niet aan zijn lot over en geven ze telkens elk een stukje van hun eigen rijkdom weg. Zo krijgt het zevende paard uiteindelijk zes verschillende kleuren, een verscheidenheid aan plaatsen om zich thuis te voelen en een ongelooflijke fantasie. Wanneer de paarden aan het einde van het verhaal elk een veulen krijgen, schenkt het zevende en kleurrijkste veulen van allemaal wat van zijn verzinvermogen terug aan het meisje. Heerlijk toch hoe haar eigen verzonnen verhaal de wereld van het meisje meer kleur geeft en haar vermogen tot verzinnen verder verrijkt!

De duidelijke waarde die aanzet tot delen en de repeteerstructuur zijn klassieke formules die het goed zullen doen bij jonge kinderen. Het zijn echter de prachtige illustraties en de oosterse sprookjessfeer die ‘Het meisje en haar zeven paarden’ echt bijzonder maken. Nooshin Safakhoo werd voor dit werk begeleid door Marit Törnqvist, wat vermoedelijk heeft geleid tot de vertaling van dit werk naar het Nederlands. En maar goed ook. Net als dat ene paard geeft dit soort publicaties onze boekenmarkt meer kleur.

Mohammadi, H. (2018). Het meisje en haar zeven paarden. Amsterdam: Querido.


Meneer Kat en het meisjeMeneer Kat houdt van alleen zijn en van schilderen. Wanneer hij op een winterse dag sneeuwvlokken wil schilderen vindt hij onder een blad een piepklein meisje dat helemaal verkleumd is. Meneer Kat neemt het meisje mee naar binnen en begint voor haar te zorgen. Stilaan groeit er vriendschap tussen die twee. Het meisje is zo vrolijk dat overal waar ze gaat bloemen groeien, dat planten sneller groeien en dat er kleur komt in het leven van de eerder sombere kat. Maar Meneer Kat stelt zich ook veel vragen over dat meisje en zoekt dingen op. Zo ontdekt hij tot zijn verbijstering dat de levensduur van het meisje één winter is. Naarmate de lente dichterbij komt, valt het meisje steeds vaker diep in slaap en op een dag is ze gewoon verdwenen. Dat stemt Meneer Kat verdrietig. Tegelijkertijd klampt hij zich vast aan de gedachte dat de winter elk jaar weerkeert en wie weet het kleine meisje ook! Poëtisch en filosofisch getint prentenboek over vriendschap en afscheid nemen met prachtig sfeervolle illustraties in gedempte winterkleuren.

Wang, Y. (2018). Meneer Kat en het meisje. Hasselt: Clavis.


VierkantCirkel vindt de rotsblokken in de grot van Vierkant werkelijk prachtig. Ze veronderstelt ten onrechte dat het zijn beeldhouwwerken zijn en vraagt hem om ook een beeld van haar te maken. Vierkant heeft geen idee wat een beeldhouwwerk is, maar wil zijn vriendin niet teleurstellen en gaat onmiddellijk aan de slag. Hij ontdekt al snel dat een rotsblok niet zo snel tot een perfecte cirkel wordt omgetoverd. Zonder te beseffen hoe of waarom slaagt hij erin om Cirkel te verbazen met zijn geniale kunstwerk … Of is het dat niet?

‘Vierkant’ is na ‘Driehoek’ het tweede deel van een trilogie van Mac Barnett en Jon Klassen. De vormgeving is dezelfde, maar het verhaal is anders van toon. ‘Driehoek’ gaat om een gemeen grapje dat Driehoek plant uit te halen en waar vol spanning naar wordt uitgekeken. De pointe is vervolgens ook erg geestig en noopt de lezer om het boek van voor af aan te beginnen lezen. ‘Vierkant’ daarentegen heeft veel subtielere humor, die vooral in de onwetendheid van de personages schuilt. De lezer kijkt niet uit naar plagerij, maar gaat samen met Vierkant op zoek naar de betekenis van perfectie en kunst. Knap hoe de twee jongensachtige prentenboekenmakers dat soort vragen zo licht en speels kunnen brengen.

Barnett, M. (2018). Vierkant. Haarlem: Gottmer.


Lente 2018

Haren vol banaanPrettige poëziebundels voor kleuters zijn tot onze grote spijt niet dik gezaaid. En dat is niet eens de enige reden waarom ‘Haren vol banaan’ onze aandacht verdient. Erik van Os is met zijn tientallen boeken en jaren ervaring een quality label geworden. Als je daar dan de frisse illustraties van Noëlle Smit aan toevoegt, heb je wat moois in handen. ‘Haren vol banaan’ bundelt liedjes en versjes over kinderlijke observaties en fratsen. De kinderen in dit boek tekenen op het vensterraam, schminken hun knuffels en willen alles behalve schattig gevonden worden. Dat concept kennen we al sinds de eerste bundels van Annie M.G. Schmidt, maar goed uitgevoerd blijven deze jonge schelmen bekoren. Kleuters zullen grinniken om de ondeugende versjes en genieten van het ritmische taalspel. Van Os weefde tussen alle gekheid enkele originele ideeën die ook jonge kinderen aan het denken zullen zetten, zoals in het gedicht ‘Wie deed dat?’: Met een zwarte stift / het woordje IK geschreven / op het keukenraam. // Hoe kan mama weten / dat IK dat heb gedaan? / Ik is niet mijn naam. // Iedereen kan zo wel heten: / mijn papa, mijn broer, / mijn beer, mijn konijn. // Iedereen kan IK wel zijn. Enkele teksten werden samen met Lot van Os en Floor Minnaert op muziek gezet. De cd die achteraan het boek zit bijgesloten zal familieritjes met de wagen en uitgelaten namiddagen in de kleuterklas wat extra klank en kleur bezorgen.

Van Os, E. (2018). Haren vol banaan. Amsterdam: Rubinstein.


IslandbornMeer dan tien jaar geleden beloofde Junot Diaz zijn nichtjes om een boek over hen te schrijven. De meisjes frustreerden er zich destijds over dat leeftijdsgenoten met hun huidskleur in geen van de boeken die ze te lezen kregen, een rol speelden. De meisjes zijn ondertussen volwassen, maar de Amerikaanse auteur – met een Pulitzer Prize op zijn naam – is zijn belofte nagekomen. In ‘Islandborn’ speelt de New Yorkse Lola met roots in de Dominicaanse Republiek de hoofdrol. Wanneer haar juf alle leerlingen van de klas vraagt om over hun land van herkomst te tekenen, kan Lola zich tot haar grote teleurstelling niet veel herinneren van haar geboorte-eiland. Gelukkig ontdekt ze snel dat ‘The Island’ sterk leeft in de verhalen van haar buren, vrienden en familie. Zo mondt de geplande tekening uit in een uitgebreid album met vrolijke maar ook intrieste verhalen, die samen haar roots in kaart brengen.
Diaz geeft een stem aan kinderen en gemeenschappen die dat zelden krijgen in de kinderliteratuur. Dat doet hij met verve, want naast kleur durft hij ook een stuk minder gesuikerde en onschuldige realiteit aan jonge kinderen aan te bieden. Het is ongezien hoe Diaz identiteit en de integratie van gemeenschappen vormgeeft in een sterk verhaal op kindermaat. Zonder ooit een belerende of sentimentele toon aan te slaan, neemt hij je mee in de zoektocht van Lola naar identiteit. ‘Islandborn’ is een kleurrijk geïllustreerd prentenboek dat snel ook een plaats in de Nederlandstalige (kinder)literatuur verdient.

Diaz, J. (2018). Islandborn. New York: Penguin Random House.


Het boze boekJe kent ze vast ook: de boze peuters die stampen met de voeten, met de armen in de lucht slaan of aanhoudend ‘nee’ blijven roepen. In dit verhaal is niet een kleuter, maar het prentenboek zelf erg boos. Aan het begin vraagt een eenvoudig vormgegeven roze muis de lezer een handje te helpen bij het bedaren van het boze boek. Zo vraagt hij onder andere om mee te tellen, een grapje te maken, even te wachten, … Langzaam maar zeker wordt het prentenboek rustig en krijgen de lezers hem terug aan het lachen. Terwijl kleuters de rol van de succesvolle trooster met plezier zullen opnemen, leren ze gelijk enkele mechanismen bij om een volgende boze bui in te tomen. ‘Het boze boek’ is een tof interactief prentenboek waarin veel jonge kleuters zich zullen herkennen. We kijken uit naar de vertaling van de andere gevoelens in deze reeks.

Ramadier, C. (2018). Het boze boek. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Johannes de parkietJohannes de parkiet voelt zich gepromoveerd: zijn eigenaar plaatst zijn kleine kooitje in een riante volière waar hij vanaf dat moment heer en meester is. Heerlijk vertoeven vindt hij het in zijn nieuwe paleis, tot hij de volière moet delen met een reeks andere vogels. Stelselmatig moet hij nieuwe kleurrijke vogels in zijn omgeving – en zelfs op zijn stok – dulden: zebravinken, ara’s, Japanse meeuwen, … Johannes vindt het steeds ondraaglijker samenleven met die bonte bende. Zijn gedrag wordt vervolgens onhoudbaar, waardoor de eigenaar beslist hem opnieuw in de kleine kooi op te sluiten. Dat perspectief zal hem uiteindelijk helpen te wennen aan zijn nieuwe medebewoners. Het verhaal is eenvoudig en herkenbaar voor zowel kinderen als volwassenen. Het is de makers gelukt de onderliggende boodschap mee te geven zonder prekerig te worden. Dit prentenboek onderscheidt zich vooral door de meticuleus uitgewerkte illustraties van Medi Oberendorff, die niet toevallig een diploma wetenschappelijke illustratie op zak heeft. De prenten van de oude man die met zorg zijn volière uitbouwt lijken wel foto’s. Gecombineerd met de tekst die veel medeleven oproept met de parkiet en tegelijk een licht ironische toon heeft, hebben we met ‘Johannes de parkiet’  weer een boek in handen dat we echt mooi kunnen vinden.

Haayema, M. (2018). Johannes de parkiet. Amsterdam: Rubinstein.


EilandMark Janssen heeft een uitgebreid palmares opgebouwd als illustrator van tientallen kinderverhalen, maar weet zich pas echt te onderscheiden in zijn tekstloze prentenboeken. In ‘Eiland’ toont hij hoe hij aan vertrouwen gewonnen heeft en zijn werk sinds ‘Niets gebeurd’ heeft weten te verfijnen. ‘Eiland’ is net als ‘Dino’s bestaan niet’ en ‘Niets gebeurd’ een ware ode aan verbeeldingskracht en de overweldigende schoonheid van de natuur. De felle azuurblauwe tinten van de oceaan en de rijkgekleurde vissen en vogels zijn zonder meer prachtig. Ook deze keer krijgt de lezer kennisvoorsprong op de personages van het boek. In dit verhaal komen vader en dochter als schipbreukelingen op een eiland in het midden van de oceaan terecht. Zonder dat ze het beseffen zijn ze gestrand op het schild van een reusachtige schildpad, die op zijn beurt niet goed weet wat er zich boven het water afspeelt. De lezer krijgt een blik op de fascinerende wereld onder water en volgt hoe vader en dochter doorheen de vier seizoenen proberen te overleven op hun eiland boven water. De twee verhalen die zich zo dicht bij elkaar afspelen kennen elk hun eigen dynamiek waar ogenschijnlijk enkel de lezer volledig zicht op heeft. Pas helemaal op het einde komen de twee werelden samen in een prent die een nieuw licht werpt op het gehele verhaal. Een spannend prentenboek in sprankelende kleuren om steeds opnieuw te lezen dus.

Janssen, M. (2018). Eiland. Rotterdam: Lemniscaat.


kleine augustHet prentenboek opent met een erg dynamisch voorste schutblad waarop de lezer een kleine jongen allerlei kunstjes ziet oefenen. De jongen in kwestie blijkt August te zijn, een miskend jongetje.  Zo mag August die ontdekt heeft dat het circus in de stad is, niet mee naar de circusvoorstelling. August vindt dat oneerlijk, pakt zijn koffer en vertrekt. Onderweg ontmoet hij een reusachtige man en wijst hem de weg naar het circus. De man geeft hem een plaatsje in de circustent want hij is Max, een beroemde circusartiest en de sterkste man ter wereld. En het wordt nog beter wanneer Max hem vraagt in te vallen voor zijn assistent die ziek is.  August gaat daar graag op in. Hij beleeft de avond van zijn leven en tegelijkertijd is dit het begin van erkenning voor August. Het krachtig geïllustreerde boek ademt nostalgie naar de tijd waarin een circus iets teweegbracht in steden en dorpen. De figuren in het eerder onwaarschijnlijke verhaal passen hier perfect in. Jammer dat daarmee ook de lichtjes moraliserende toon terugkeert die ook typisch was voor prentenboeken uit die tijd. Op het achterste schutblad keert de dynamiek van het voorste terug maar ditmaal ziet de lezer Max samen met August kunstjes doen.

Boonen, S. (2018). Kleine August. Wielsbeke: De Eenhoorn.


van wie is die sok?‘Van wie is die sok?’ is de nieuwste uitgave in de peuterreeks ‘Van wie is …?’. Na hoeden, huizen, staarten en auto’s gaan we in dit boek op zoek naar kledingstukken van sprookjesfiguren. De peuters krijgen telkens een ander kledingstuk naast vier sprookjesfiguren te zien. Aan hen om te raden wie het bikinitopje, de jurk, het schort, … toebehoort. Bij de laars is duidelijk enkel de reus een schoen kwijt, maar bij de broek moet je toch al beter kijken of die nu van de dwerg, de piraat of de prins is. De blote billen van de dwerg gecombineerd met het raadspelletje zal heel wat peuters bekoren, maar de echte kwaliteit van dit boek schuilt in de kleurrijke illustraties van Charlotte Dematons, telkens op de volgende bladzijde. Daar zie je namelijk de sprookjesfiguur op het moment dat die het kledingstuk kwijtraakt. Geef je ogen de kost, want in deze tekeningen die een dubbele pagina beslaan, kan je heel wat grappige details en verwijzingen vinden. Dematons kan zich als geen ander inleven in de fantasierijke wereld van jonge kinderen en sprookjes. Om alle verwijzingen en grapjes te ontdekken, heb je een scherper oog en meer kennis dan die van peuters nodig. Een boek dus waarvan het concept aansluit bij peuters, maar dat pas tot zijn recht komt bij oudere kleuters die de sprookjes kennen en kunnen ontfutselen welke mysterieus hand op elk van de tekeningen een kledingstuk weggraait.  

Akveld, J. (2018). Van wie is die sok? Haarlem: Gottmer.


Pulletje‘Pulletje’ is een klassieke coming of age over een eendenkuiken dat staat te trappelen om de wereld te ontdekken. Aan het begin van het verhaal zien we in de prachtige houtsneden van Henriette Boerendans hoe Pulletje stilaan te groot wordt voor haar ei. Eens het eendenkuiken de wereld in stapt, kan Pulletje niet snel genoeg groot zijn. In haar dromen groeit ze zelfs uit tot een gigantische eend, die tot aan de maan reikt. In realiteit leidt moeder eend Pulletje zachtjes van het geborgen nest naar de wat grotere sloot en van de sloot naar het weidse meer. Nu is Pulletje klaar om op haar beurt een nest eieren te verzorgen. De taal van Marco Kunst is al even eenvoudig als de verhaallijn. Zijn tekst is glashelder, maar lijkt de taalgevoeligheid van kleuters wat te onderschatten en is weinig bijzonder. Dat zijn de schitterende houtsneden van Boerendans gelukkig wel. De fijnzinnige manier waarop ze een opgroeiend kuiken in een ei weet weer te geven, toont het meesterschap in haar geliefkoosde techniek. De warmte en schoonheid spatten van de pagina’s die de natuur met veel zorg in oranje-rode kleuren in beeld brengen. Kleuters zullen niet malen om de klassieke verhaallijn, ‘Pulletje’ is een prima boek om met ‘the circle of life’ kennis te maken.

Boerendans, H. (2018). Pulletje. Haarlem: Gottmer.


Het hele jaar groentenDeze kartonboeken passen perfect in de trend om seizoensgebonden fruit en (ook regiogebonden) groenten te promoten. Ze hebben als voornaamste bedoeling kleuters te laten kennismaken met een aantal soorten (16) en hen een beeld te geven van hoe bv. doperwtjes of maïs eruit zien voor je ze op je bord krijgt. Per dubbele bladzijde wordt 1 groente- of fruitsoort besproken. Op de linkerbladzijde een afbeelding van de struik of de boom (bladeren en bloesems incluis) waaraan de soort groeit. Bovenaan die bladzijde telkens 1 of 2 zinnetjes tekst, bv. ‘Paddenstoelen vind je op natte grond in het bos.’. Op de rechterbladzijde een duidelijke afbeelding van 1 bepaalde groente of 1 soort fruit. Onderaan die bladzijde opnieuw 1 of 2 zinnetjes tekst, bv. ‘Als je sinaasappels uitperst, kan je het heerlijke sap opdrinken.’. D.m.v. een flapje kan je achter de schil of de buitenzijde van de groente of het fruit kijken en ontdekken hoe een granaatappel of een spruitje of … er vanbinnen uitziet. Op de laatste dubbele bladzijde een overzicht van de zestien soorten waarbij via een icoontje wordt aangegeven in welke seizoenen ze geoogst kunnen worden. Duidelijke en informatieve prentenboeken die dankzij de flapjes verrassen en toch een zekere speelsheid hebben.

Corman, C. (2018). Het hele jaar groenten. Wielsbeke: De Eenhoorn.
Corman, C. (2018). het hele jaar fruit. Wielsbeke: De Eenhoorn


blokje omMet ‘Blokje om’ brengt Judith Van Istendael haar eigen versie van een steeds vaker voorkomend concept op de boekenmarkt. Ook zij toont kinderen geometrische vormen in basiskleuren om daar vervolgens dieren en andere herkenbare figuren van te maken. Van Istendael weet zich te onderscheiden door de verschillende vormen en figuren aan elkaar te linken waardoor er een eenvoudige verhaallijn ontstaat. Zo valt onder andere een rups uiteen in verschillende blokjes, waar even later een aap over struikelt. Verder is de vormgeving erg strak en hanteert ze frisse kleuren. Peuters kunnen de dieren benoemen, de kleine gebeurtenissen volgen en zich verwonderen over hoe een verhaal dat met een geel vierkant start na heel wat avonturen ook met datzelfde vierkant kan eindigen.

Van Istendael, J. (2018). Blokje om. Antwerpen: Querido.


De wolf de eend en de muis.jpgNadat een muis wordt opgegeten door de grote boze wolf komt zij ongeschonden in zijn buikholte terecht waar zij tot haar grote verbazing een eend aantreft, die gezellig aan een tafeltje een ontbijtje zit te nuttigen. De muis en de eend hebben het samen bijzonder naar hun zin in de buik van de wolf. Die warme sfeer wordt sterk in beeld gebracht door Jon Klassen in retroprenten met verschillende oranje- en bruintinten, zoals we die van hem kennen. Wanneer verder in het verhaal de wolf achterna wordt gezeten door de jager, schieten zijn buikbewoners hem ter hulp. In ruil voor kost en inwoon beschermen ze hun gastheer met plezier. De wolf is verrast door de hulp uit onverwachte hoek en laat de twee vrienden graag verder in zijn buikholte resideren. De perspectiefwissel in dit sprookjesachtige verhaal is verfrissend. De prenten en bijhorende tekst geven het grappige verhaal als eerder evident weer en zal door jonge kinderen ook zo aangenomen worden. Het verhaalplezier van Mac Barnett en Jon Klassen herkennen we van ‘Bas en Daan graven een gat’ en ‘Driehoek’. Wie de twee makers aan het werk ziet in volgend promofilmpje begrijpt meteen hoe ze tot zulke prettige prentenboeken komen: 

Barnett, M. (2018). De wolf, de eend en de muis. Haarlem: Gottmer.


Kleine Vogel leert een stout woordWanneer een worm de snavel van Papa ontglipt, laat hij zich spontaan een vloek ontvallen. Kleine Vogel vindt nieuwe woorden heerlijk en gaat enthousiast met het ‘stoute woord’ aan de slag. Hij is trots op zijn nieuw aangeleerde woord en spreekt het uit tegen iedereen die hij tegenkomt. Kleine Vogel merkt al gauw dat hij er bij de andere dieren in het bos weinig succes mee oogst. Sommige dieren worden er zelfs boos of verdrietig van. Gelukkig heeft Papa nog een ander nieuw woord in petto, een woord waarmee hij iedereen weer tevreden kan stemmen.
Deze verhaallijn klinkt heel wat ouders meer dan waarschijnlijk bekend in de oren. Jonge kinderen kopiëren taal naar hartelust en kennen het onderscheid tussen zogenaamde stoute en lieve woorden nog niet. Ouders geven de les verweven in dit luchtige verhaal met plezier mee, leraren ruiken ongetwijfeld de kans om aan taalbeschouwing te doen. De tekeningen zijn erg sober met eenvoudige en kleurrijke dieren op een witte achtergrond, telkens met veel ruimte voor het vloekwoord. Het verhaal heeft verder weinig om het lijf, maar het taalplezier en de onderliggende les in register maken het de moeite waard om het boek het onderwijs of de woonkamer in te brengen.  

Grant, J. (2018). Kleine Vogel leert een stout woord. Heist-op-den-Berg: Flamingo.


DropDrop is een schattig, bruin eendje. Zijn vrienden vinden hem zodanig onweerstaanbaar dat ze hem beginnen te knuffelen en te zoenen van zodra ze hem zien. Wanneer Drop het beu is om altijd schattig gevonden te worden, beslist hij om het over een andere boeg te gooien. Vanaf dat moment is hij stout. Zijn rebelse versie wordt een stuk minder gesmaakt door zijn vrienden. Enkel mier Nounie wil met hem wel wat dobberen op de vijver. Wanneer Nounie – die niet kan zwemmen – in het water terechtkomt, komt gelijk ook Drops ware aard bovendrijven.
Auteur en illustratrice Catharina Valckx heeft een goed gevoel voor fijnzinnige verhalen op maat van jonge kinderen. Zo zal in dit verhaal de kleine stouterik door heel wat lezers in het hart gesloten worden. Peuters kunnen zich herkennen in de kleine rebel en volwassenen kunnen moeilijk anders dan begrip opbrengen van het geworstel van de kleine Drop. Tussen de spanning en de humor van het verhaal door, begrijpt bovendien iedereen de impliciete boodschap dat aardig zijn voor anderen nog niet zo’n slecht gedacht is. De uitgeverij geeft in de trailer de sfeer van het verhaal alvast prijs: 

Valckx, C. (2018). Drop het stoute eendje. Haarlem: Gottmer.


Het eiEieren zijn zo dagelijks en beschikbaar voor de meesten onder ons dat we niet makkelijk meer stilstaan bij hoe bijzonder ze eigenlijk zijn. Britta Teckentrup heeft de tijd genomen om ons daar in woord en beeld aan te herinneren. Ze toont eieren in verschillende kleuren en maten en illustreert er de mooiste vogels bij. Op zich is ze niet de eerste die het ei op die manier benadert, maar de zorg waarmee ze dat doet is wel uitzonderlijk. Zo tekent ze in acht prenten uit hoe een gewoon ei evolueert tot een kuiken en voegt ze er verhelderende tekst aan toe. Wat dit boek extra lezenswaardig maakt, zijn de uitweidingen over eieren in godsdienst en mythologie. Zo komen we onder andere te weten waarom we vandaag woonkamers aankleden met paasbomen en handgeschilderde eieren. Teckentrup illustreerde ongeveer 100 prentenboeken, maar aan dit eerder lijvige boek schonk ze extra aandacht en die verdient het ook van ons.

Teckentrup, B. (2018). Het ei. Hilversum: Fontaine Uitgevers.


Winter 2018

leeuwwitje

Caro verhuist met haar moeder naar een alleenstaand huis boven op een heuvel. Wanneer zij daar ’s avonds laat aankomen, voel je in de donkere prent de dreigende onzekerheid van zo’n nieuwe omgeving. Caro voelt zich bijzonder eenzaam in het grote, kale huis. Gelukkig verschuilt Leeuwwitje – een grote leeuw zo wit als sneeuw – zich in de witte muren van het huis en sluit hij vriendschap met het kleine meisje. Ze hebben het zo gezellig samen dat Caro niet geneigd is naar buiten te gaan wanneer enkele vriendjes uit de buurt op de heuvel komen vliegeren. Toch spoort Leeuwwitje haar aan om de andere kinderen te leren kennen. ‘Blijven proberen’, is zijn devies en zo brengt hij voor de tweede keer kleur in Caro’s leven. Het is heerlijk spelen met haar nieuwe vrienden. Wanneer zij na verloop van tijd de muren kleurrijk komen schilderen, verdwijnt Leeuwwitje uit Caro’s huis maar niet uit haar leven. Want wie goed kijkt kan in sneeuwtapijten en witte wattenwolken de grote, vriendelijke leeuw terugvinden.
Jim Helmore won in Engeland al aanzien en literaire prijzen met ‘Stripy Horse’, maar met dit prentenboek breekt hij voor het eerst ook internationaal door. Daar zitten de vertederende prenten van Richard Jones ongetwijfeld voor iets tussen. ‘Mijn grote vriend Leeuwwitje’ is een delicaat prentenboek waarin de sfeervolle tekeningen de evolutie van het eenzame meisje naar de vrolijk spelende Caro die erop uittrekt met nieuwe vrienden overtuigend weten te verbeelden. Na de paginagrote prenten en het strak geschreven verhaal, onthouden we vooral dat we met vriendschap en vertrouwen net dat tikkeltje meer aandurven. En terecht.

Helmore, J. (2018). Mijn grote vriend Leeuwwitje. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Ik ben een kat!Aan het begin van dit verhaal doet Simon – een grijze kater – een boude uitspraak: ‘Ik ben een kat!’ Jachtluipaard, Tijger, Poema, Panter en Leeuw vinden het een smakelijke grap. Zij zijn immers veel groter, sneller en gevaarlijker dan die kleine opdonder. De grijze kater is aanvankelijk kop van jut, maar wijst de katachtigen snel op hun gelijkenissen. De erg expressieve illustraties zijn een lust voor het oog en sluiten mooi aan bij de spottende toon van de dieren. Heerlijk ook hoe dit vrolijke verhaal tegelijkertijd erg informatief is. Terwijl kleuters hun favoriete dieren in actie zien, leren ze hoe alle personages familie zijn van elkaar.

Bernstein, G. (2018). Ik ben een kat! Amsterdam: Leopold.


De muis en de muurZoals je op de cover kan zien, trippelt Muis over een grote bakstenen muur. Onderweg komt ze verschillende dieren tegen: Bange Kat, Oude Beer, Vrolijke Vos, … Niemand van hen lijkt nog te weten waar die gigantische muur vandaan komt, maar één ding is voor hen wel duidelijk: ze durven zich niet naar de andere kant van de muur te begeven, omdat het daar hoogstwaarschijnlijk gevaarlijk is. Muis kan haar nieuwsgierigheid toch niet bedwingen en vliegt uiteindelijk op de rug van Hemelsblauwe Vogel naar de andere kant van de muur. De schoonheid die ze daar ontdekt, had Muis zich niet kunnen inbeelden. Dit kleurrijk vormgegeven verhaal met treffende woordkeuze spoort kleuters aan hun natuurlijke zin voor ontdekking en verwondering te blijven verkennen, liever dan die om te zetten in angst en onzekerheid. Een aanrader!

Teckentrup, B. (2018). De muis en de muur. Haarlem: Gottmer.


Moemf heeft een vriendWanneer het fictieve wezen Moemf wakker wordt, leert hij Sneeuwuil kennen. Terwijl ze samen wachten op de lente worden ze vrienden. De gevoeligheid voor het veranderen van de seizoenen en het sluiten van nieuwe vriendschappen zijn tijdloze thema’s die kinderen aan het einde van deze winter zeker zullen weten te boeien. Annette Herzog zorgde voor de warme verhalen en de niet-aflatende illustratoren Ingrid en Dieter Schubert zorgden voor de krachtige prenten die veelal de zwart-witte contrasten van de hoofdpersonages in de kijker zetten.

Herzog, A. (2018). Moemf heeft een vriend. Rotterdam: Lemniscaat.


KonijnentangoIngrid en Dieter Schubert publiceren prentenboeken aan een bijzonder hoog tempo. De klassieke illustratiestijl van het koppel is erg herkenbaar, waardoor de verschillende prentenboeken op het eerste gezicht variaties op hetzelfde thema lijken. In het geval van ‘Konijnentango’ is niets minder waar. Het prentenboek is tot stand gekomen in samenwerking met schrijver Daan Remmerts de Vries, die vreemd genoeg een woordeloze bijdrage heeft geleverd. Het is nochtans net zijn ingenieuze verhaalconcept dat het prentenboek zo uniek maakt.

We zien twee konijnen die elkaar aan een meer ontmoeten en elkaars zwierige bewegingen lijken te spiegelen. Wie goed kijkt, ziet dat de twee konijnen toch een eigen licht werpen op de bewegingen en zo elk hun eigen verhaal schrijven. Terwijl de twee figuren met uitgesproken expressie in harmonie bewegen behouden ze heel duidelijk hun eigenheid. Eens je het boek uitgekeken hebt, kan je het omdraaien en lezen vanuit het perspectief van het andere konijn. Je zal merken dat je op wonderlijke wijze in een heel ander verhaal terechtkomt. Je hoeft bij dit boek niet eens te kiezen: je kan met verwondering kijken naar het vernuftig tekenwerk van de Schuberts, maar je kan evengoed plezier beleven aan het gelaagde verhaal zonder woorden dat in de dans van deze konijnen zit verweven.

Remmerts de Vries, D. (2017). Konijnentango. Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.


Ssst! De tijger slaaptHet concept van dit ‘prentenboek van het jaar 2018’ is bijzonder eenvoudig. Terwijl een grote tijger ligt te slapen willen heel wat dieren voorbij de tijger geraken. Ssst! Stil zijn, want ze willen de tijger niet wakker maken! De jonge lezers worden uitgedaagd om ervoor te zorgen dat de tijger niet wakker wordt. Ze worden gevraagd een slaapliedje te zingen, de tijger te aaien, het boek te wiegen … Tegen het einde van het boek wordt de tijger ondanks alle inspanningen toch wakker. Gelukkig maar, want de dieren hebben net alles voor zijn verjaardagsfeestje klaargezet.

Kleurrijk en expressief geïllustreerd door Britta Teckentrup en een dankbaar voorleesverhaal dankzij het uitgesproken interactieve karakter. Een veilige keuze dus van Stichting Lezen Nederland waar veel voorlezers en jonge kinderen talloze keren plezier aan zullen beleven. ‘Prentenboek van het jaar’ gaat in Nederland altijd gepaard met heel wat extra aandacht voor het boek en alles wat je ermee kan doen. Je vindt een bijhorend liedje, een interactieve app, voorleesfilmpjes en een reeks verwerkingsactiviteiten als je het prentenboek even googelt.

Prentenboek van het jaar 2018: Teckentrup, B. (2016). Ssst! De tijger slaapt. Haarlem: Gottmer.


De boer en de dierenarts‘Het lammetje dat een schaap is’ wist ons vorig jaar te charmeren met zijn vrolijke verhaal en complexloze benadering van het thema transseksualiteit. Een jaar later zetten Pim Lammers en Milja Praagman de succesformule verder met ‘De boer en de dierenarts’. Deze keer zit de boer met zijn hoofd in de wolken: hij is bijzonder verward en maakt vreemde fouten op de boerderij. Hij is namelijk verliefd op de dierenarts, maar hij durft hem dat niet te vertellen. De dieren besluiten hem een duwtje in de rug te geven en veinzen allerhande kwaaltjes, waardoor de boer met regelmaat van de klok in de dierenartsenpraktijk verschijnt. Aangezien hij te verlegen blijft, bedenken de dieren een plan om de dierenarts naar de boerderij te krijgen. Op hoop van zegen!

Het verrassende effect van het eerste boek is verdwenen, maar de vrolijke toon en de complexloze benadering van een onderwerp waar volwassenen al eens gewichtiger over doen, blijven redenen om ook dit boek mee te nemen naar de klas.

Lammers, P. (2017). De boer en de dierenarts. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Mijn fantastische breiende omaOma stopt nooit met breien. Haar kleindochter is volledig uitgedost in gebreide kledingstukken en nog stopt oma niet. Gelukkig ziet ze op een dag een reportage over bibberende pinguïns. Onmiddellijk neemt oma samen met haar kleindochter het vliegtuig naar de Zuidpool. Daar breit ze truien voor alle pinguïns, een muts voor de walvis die langs zwemt, een sjaal voor de poolvossen en ga zo maar door. En nog is het niet gedaan. Oma reist met haar tas vol wol de wereld rond om alles en iedereen warmte te geven. Tot het op een dag begint te regenen en de gebreide stukken beginnen te krimpen. Dus moet alles weer uitgehaald worden en daarvoor is er veel hulp nodig. Grappig verhaal over een ondernemende oma die er jammer genoeg met haar brilletje en grijze knoet wel erg stereotiep uitziet.

Blyth, R. (2017). Mijn fantastische breiende oma. Mechelen: Baeckers Books.


Herfst 2017

Kleine nachtverhalenKitty Crowther is in een Belgische illustrator die in 2010 de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award mocht ontvangen voor haar gehele oeuvre. In haar nieuwste prentenboek ‘Kleine nachtverhalen’ bewijst ze eens te meer dat ze haar plaats in de indrukwekkende lijst winnaars waard is. In dit verhaal vraagt Kleine Beer aan Mama Beer drie verhaaltjes voor het slapengaan. Meer dan drie keer ‘alsjeblieft’ herhalen, is niet nodig om zijn moeder te overtuigen. Er volgen drie sprookjesachtige verhalen die elk gelinkt zijn aan het slaapritueel. We maken kennis met de Slaapbewaakster, het jonge meisje Zohra dat verloren in het bos bij een vleermuis blijft slapen en een man die niet kan slapen tot hij zijn vriend-dichter de otter bezoekt. De verhalen zijn heerlijk troostend met hun klassieke opbouw en positieve afloop. De felle kleuren – waaronder het bijna overdadig gebruik van fluo roze –  en de dynamiek in de tekeningen blazen het verhaal extra leven en veel humoristische details in. Elke lezer zal voor het slapengaan dezelfde rust zal vinden als Kleine Beer die aan het einde van de drie verhalen samen met de drie hoofdpersonages de nacht ingaat.

Crowther, K. (2017). Kleine nachtverhalen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Het boekVader en dochter Tolman gingen samen op reis naar Argentinië en verzamelden hun indrukken in hun nieuwste woordeloze prentenboek ‘Het boek’. Vader Tolman zorgde voor de etsen, dochter Marije voegde er de tekeningen aan toe. Het resultaat is een ode aan lezen en verbeelding. We zien bij de aanvang van het boek een olifant die uit een storm van boeken een exemplaar uitkiest en vervolgens al lezend op stap gaat. De verschillende dieren die zijn pad kruisen, reageren nieuwsgierig, maar maken niet meteen aanstalten om zelf ook te gaan lezen. Pas na een volgende boekenstorm lijkt het tij toch wat te keren… De ogenschijnlijk magere verhaallijn bedriegt. Wie de tijd neemt om het prentenboek meerdere keren te lezen ontdekt de details en mogelijkheden van verbeeldingskracht. Net als de nieuwsgierige dieren moeten we de olifant dus genoeg tijd gunnen om overtuigd te geraken van de kracht van ‘Het boek’. Succes verzekerd.

Bekijk de trailer om een inkijk in ‘Het boek’ te krijgen: https://www.youtube.com/watch?v=a4Dr-upEXTA.

Tolman, M. & R. (2017). Het boek. Amsterdam: Querido.


Een huis voor HarryHarry is een behoorlijke dikke kater die vooral binnen wil zijn. Tot hij op een dag een vlinder ziet die vraagt of hij tikkertje wil spelen. Dat lijkt Harry wel wat en hij gaat Vera de vlinder achterna. Hij slaagt er niet in haar te vangen, meer zelfs Vera verdwijnt en op dat moment ontdekt Harry dat hij verdwaald is. Hij wil kost wat kost terug naar huis en met een omweg langs een kartonnen doos die snel verregend is en een vuilnisbak, ontmoet Harry een andere poes die bereid is Vera mee te zoeken. Wat er dan gebeurt, is adembenemend mooi op de illustraties weergegeven en gelukkig… eind goed, al goed. Sobere tekst ondersteund door sobere illustraties vormen samen een erg mooi prentenboek.

Timmers, L. (2017). Een huis voor Harry. Amsterdam: Querido.


DuifBasiel krijgt een duif van zijn grootvader. Basiel zorgt er goed voor en de duif wordt een echte prijsduif. Hij besluit dat hij zijn duif van de maan naar huis wil laten vliegen. De duif gaat mee met een ruimtereiziger en dan begint het wachten voor Basiel… Mooi geïllustreerd en sterk opgebouwd verhaal. Op de website van de makers kan je het prentenboek uitgebreid inkijken: http://www.jacquesandlise.com.

Jacques & Lise (2017). Duif. Antwerpen: Van Halewijck.


This Beautiful DayHet is niet omdat het regent dat een dag niet prachtig kan zijn! Een klein jongetje ontdekt wat er gebeurt als het regent. Met een paraplu in de hand laat hij zijn fantasie de vrije loop. De beperkte tekst is ondersteunend voor de prachtige illustraties die voornamelijk in grijs en blauw zijn uitgevoerd. Een echte aanrader voor zowel zomerse als herfstige regendagen, van de hand van de gelauwerde Suzy Lee (bekend van ‘Wave’).

Jackson, R. (2017). This Beautiful Day. New York: Atheneum Books.

 


Pas op, een krokodilWe kennen de krokodil op de cover van dit boek van de succesvolle voorganger ‘Pas op! Dit boek bijt!’. Deze maal is de krokodil echter niet boosaardig. Integendeel, ze heeft de hulp nodig van de kleuters om terug thuis te komen. Met dit soort boeken wordt voorlezen een echte belevenis. Twijfel dus niet om dit interactief prentenboek dat beroep doet op fantasie te verkennen.

O’Byrne, N. (2017). Pas op, een krokodil! Haarlem: Gottmer.  

 


de wonderlijke natuurTeckentrup geeft aan een hoog tempo nieuwe prentenboeken uit. Gelukkig moet de kwaliteit daar niet aan inboeten. In dit kartonboek met grote flappen valt op elke bladzijde heel veel te ontdekken. Mooi kleurgebruik en zeker geschikt voor de jongste kleuters omwille van de eenvoudige en herkenbare vormen. Kijk het boek verder in via https://www.bol.com/nl/p/de-wonderlijke-natuur/9200000073987520/?country=BE.

Teckentrup, B. (2017). De wonderlijke natuur. Utrecht: Veltman Uitgevers.

 


Kiekeboe

Elk peutertje kent en geniet van het spelletje ‘kiekeboe’. Mies van Hout maakt in haar prentenboekenreeks ‘Kiekeboe’ handig gebruik van die achtergrond. Ze maakte drie kartonboekjes die telkens rond een andere basisvorm zijn opgebouwd: vierkant, rond, driehoek. Als je een van de kartonboeken openslaat zie je één of meerdere vormen, bijvoorbeeld een grote cirkel. De pagina’s laten zich verder openvouwen waardoor je telkens te zien krijgt welke mogelijkheden die vormen bieden. Zo komt er rond de grote cirkel een prachtige olifant tevoorschijn. De prenten zijn zwierig en kleurrijk, zoals we dat kennen bij Mies van Hout, bekend van ‘Bang mannetje’ en ‘Vrolijk’. De boekjes kunnen op speelse manieren voorgelezen worden en stimuleren de creativiteit en vormgevoeligheid van jonge kleuters. Dat heeft Mies van Hout zelf goed begrepen. Er is namelijk een website ontwikkeld bij deze drie boeken, waarop je een filmpje van een van de boeken en allerhande lestips kan vinden: http://kiekeboeboek.nl/. Zowel het boek als de website zijn de moeite van het bekijken waard.

Van Hout, M. (2017). Kiekeboe. Amsterdam: Lemniscaat.