Lente 2019

9200000101472747_4-e1555941712968.jpgNa de vertederende introductie van vader en zoon Olifant in ‘Mijn papa’, kunnen we nu ook de moederfiguur van het gezin leren kennen in ‘Mijn mama’. De jonge olifant heeft geluk, want zijn mama houdt van schommelen, met de auto’s spelen, samen boodschappen doen, de planten water geven, en nog zoveel meer. Het verhaal heeft niet veel om het lijf, maar de illustraties van Van Haeringen zijn zoals steeds een streling voor het oog. Eentje om in huis te halen dus voor alle beste mama’s van de wereld en hun jonge kroost. De bespreking van ‘Mijn papa’ vind je hier.

Van Haeringen, A. (2019). Mijn mama. Amsterdam: Leopold.


os9789047711698-2.jpgHet gemis van zijn mama valt Tibula To erg zwaar. Ze is voor tien dagen op reis vertrokken en daardoor kan hij de slaap niet vatten. Opa Tibula Ta vertelt hem hoe zijn mama ‘s avonds naar dezelfde maan kijkt en ook aan hem denkt. Wanneer de kleine olifant de volgende avond de reflectie van de maan in het meer ziet, is hij bijzonder gemotiveerd om te leren zwemmen, iets wat hij eerder had opgegeven te proberen. Door te zwemmen kan hij immers tot op de maan geraken en zal zijn mama hem kunnen zien, toch? De teleurstelling wordt hem en de lezer gelukkig bespaard, want het duurt net tot zijn mama terug is voor hij effectief kan zwemmen en de maan probeert aan te raken. Het plezier van het weerzien met zijn mama en de overwinning van zijn waterangst doen Tibula zelfs dromen van wat hij kan leren wanneer mama volgende keer op reis vertrekt. De illustraties van Ingrid & Dieter Schubert voelen vertrouwd aan en blijven een plezier voor het oog. De opbouw is eenvoudig en de tekst is goed geschreven wat het verhaal vlot voorleesbaar maakt. Het gemis van mama, het leren van een moeilijke vaardigheid als zwemmen én de dromerige verbeelding zijn zo herkenbaar dat kleuters er vast plezier aan zullen beleven.  

Herzog, A. (2019). Als mama van huis is… Rotterdam: Lemniscaat.


0000295183_Even_lekker_niks_2_710_130_0_0Het doet ons telkens plezier wanneer we nog eens een mooi uitgegeven poëziebundel voor kleuters kunnen aankondigen. In ‘Even lekker niks’ nemen de makers je mee naar luilekkerland. De versjes van Bette Westera gaan namelijk over luieren in de hangmat, lekker lang in bed blijven liggen, nachtzoentjes en knuffels geven en nog heel wat andere dromerige onderwerpen. De ritmische en beeldende versjes werden door Ageeth de Haan bewerkt tot eenvoudige liedjes die je dankzij de ingesloten cd tijdens of na het voorlezen kan beluisteren. Ruth Hengeveld – die ook heel wat poëzie voor Plint heeft geïllustreerd – zorgde voor de lichtvoetige aquarellen die de antropomorfe dieren en de geborgenheid van de versjes mooi weergeven. Fijn boekje dus om voor het slapengaan of op een warme zondag samen in te kijken en te beluisteren.

De Haan, A. (2019). Even lekker niks. Haarlem: Gottmer.


9789045122823_frontDe lente schudt ons elk jaar opnieuw wakker en doet ons met verwondering kijken naar het hernieuwde leven in de natuur. Niet toevallig verschijnt in deze periode ‘In de tuin’, de opvolger van ‘Naar de markt’ van de hand van Noëlle Smit, een prentenboek waarin de tuin- en natuurliefhebber de ogen de kost kan geven. Wie de voorganger heeft gelezen, herkent op de cover meteen het jonge meisje – dat trouwens wat gegroeid is – en haar trouwe teckel. In grote, kleurrijke en stevig gevulde prenten volg je per maand hun belevenissen in de tuin, een soort volkstuin waarin mensen elkaar doorheen het jaar ook ontmoeten. Het gevarieerde leven, het vele werk en de geneugten van de tuin komen aan bod. Zo genieten ze onder andere van de sporen van het roodborstje in januari, de eerste krokussen in maart en de appelpluk in september, maar moet er ook hard gewerkt worden in de serre en wordt er met de handen in de aarde gewroet. De overdadige prenten worden aangevuld met spaarzame tekst die onderaan elke prent de kern van de maand duidt, bv. ‘Februari. In de kas is het warm, daar laten we de zaadjes voor de moestuin vast ontkiemen.’ Naast de chronologie van het natuurlijke leven in de tuin, kan je in de prenten ook kleinere verhaallijnen volgen en herken je vast ook enkele personages uit ‘Naar de markt’, want daar komt uiteindelijk ook een deel van de oogst terecht. Kortom: een mooi uitgegeven informatief prentenboek. 

Smit, N. (2019). In de tuin. Amsterdam: Querido.


9789044835144_frontHet donkere gat in het midden van de weg trekt de aandacht van jonge Charlie. Hij beslist meteen het gat mee te nemen naar huis, maar onderweg ontdekt hij dat zo’n gat in zijn broekzak of in zijn rugzak toch niet zo plezierig is als hij had verwacht. Er is vast wel iemand anders die had gat kan gebruiken, bedenkt hij. Charlie loopt het hele dorp rond, maar niemand is echt geïnteresseerd. De kleermaakster, noch de botenbouwer, noch de verkoper van spinnen en reptielen kan hij met het gat plezieren. Na nog een aantal andere pogingen besluit Charlie dat zo’n gat echt nutteloos is en legt hij het terug waar hij het heeft gevonden. De tekst stopt net voor het einde, waar we in de laatste prenten een nieuwsgierig konijn zijn hol zien vinden. Heerlijke ontknoping van een verhaal dat zich heel de tijd tussen fantasie en realiteit afspeelt. De creativiteit ervan sluit aan bij de manier van denken van jonge kleuters en zal vast ook een glimlach toveren op de mond van de voorlezer.

Canby, K. (2019). Er zit een gat in de weg. Hasselt/Amsterdam/New York: Clavis.


y648Harold Snipperpot heeft de meest norse en afstandelijke ouders die je je kan voorstellen: spelen, knuffelen, vrienden uitnodigen, feest vieren … het zijn allemaal zaken die het gezin totaal vreemd zijn. Hoewel ze alles lijken te hebben in hun prachtige huis, wil Harold niets liever dan een feestje met enkele vrienden voor zijn verjaardag. Zijn ouders kunnen hem dat zelf niet geven, maar schakelen de flamboyante Mr Ponzio in om hen te helpen. En die man kan werkelijk alles. Hij slaagt er op geheel eigen wijze in om voor Harold een verjaardagsfeest te organiseren dat alle verbeelding tart. Het lijkt wel of de hele dierentuin is uitgenodigd in het statige huis, een contrast dat inderdaad al snel rampzalig uitdraait. Gelukkig is Ponzio’s grootste talent om de meest desastreuze scenario’s toch om te buigen in één groot feest. Zo wordt Harolds verjaardag uiteindelijk een onvergetelijke dag die het gedrag van zijn ouders voor altijd zal veranderen.
Terwijl het verhaal iets sprookjesachtigs heeft met zijn stereotiepe personages, fantasierijke gebeurtenissen en positieve einde, zijn het de prachtige illustraties in bruin- en grijstinten van Beatrice Alemagna die voor het echte vuurwerk zorgen. Twee jaar lang zocht ze naar de ideale houdingen en gepaste expressies bij haar personages. Het nijlpaard in het bad, de stijve ouders op de sofa, de olifant in het kinderbed en de verklede apen: ze schitteren allemaal in hun rol. Net als in vorig werk van Alemagna krijgt ook Parijs een mooie rol toebedeeld, want het is uiteindelijk in ‘Jardin du Luxembourg’ dat Harolds ouders de liefde weer vinden en er een uitbundig verjaardagsfeest ontstaat. Terwijl we wachten op een Nederlandstalige uitgever om een vertaling op de boekenmarkt te brengen, maken we maar wat graag reclame voor de Engelse en Franse versie. Klik hier voor meer info.

Alemagna, B. (2019). Harold Snipperpot’s best disaster ever. New York: Harper Collins.


9200000095605130Het voorliggende boek is een omkeerboek in de letterlijke betekenis van het woord: aan de ene kant van het boek, komt zus aan het woord. Keer je het boek om dan komt aan de andere kant broer aan het woord. Allebei hebben ze best wat te klagen over hun respectieve broer of zus. Maar eigenlijk vinden ze het allebei ook wel fijn om een broer/zus te hebben. Want wanneer broer op kamp is, mist zus hem echt. Wanneer broer bang is van het monster dat in de slaapkamer woont, zorgt zus ervoor dat die angst overgaat. Maar of er nu echt nog een broer of zus bij moest komen, daarover hebben beiden hun twijfels … De relatie tussen zus en broer die hier geschetst wordt, is zeer herkenbaar voor kleuters. De illustraties in pasteltinten vertellen eigenlijk het verhaal. De beknopte tekst voegt er nog wat verhaal aan toe. Afhankelijk van de situatie start je met het voorlezen van de ene of de andere kant van het boek.
Bonilla, R. (2019). Zus & broer. Broer & zus. Rijswijk: De Vier windstreken.


9200000095274406Alex kan zijn ogen niet geloven wanneer hij achter de trap in de kelder een draak ontdekt. Een draak als huisdier?! Dat is nu net wat hij altijd al wilde! Maar hoe ga je om met al dat vuur in huis? En wat geef je zo’n draak te eten? Alex kruipt in zijn pen en schrijft brieven naar al wie hem kan helpen. In het boek zelf vind je enveloppen terug waarin je telkens een brief met het antwoord vindt. Geweldig hoe de omslagen, de lettertypes en handschriften en de schrijfstijl aangepast zijn aan de verschillende verzenders. De tekeningen zijn fris met het vrolijke kleine jongetje en de grote oranje draak constant in de kijker. Het verhaal zelf heeft niet veel om het lijf, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de originele vorm en de ontdekkingen in de gevarieerde reeks brieven. De taalleraar in ons kan trouwens niet anders dan  in de brieven en woordspelingen talrijke kansen tot taalbeschouwing zien.

Yarlett, E. (2019). Drakenpost. Utrecht: Veltman.


51v30cFMbtL._SR600,315_PIWhiteStrip,BottomLeft,0,35_SCLZZZZZZZ_In dit hardkartonnen prentenboek komen een heleboel dieren aan bod. Zowel grote als kleine, denk aan beer en kikker, bekende en onbekende, denk aan giraf en quokka, dikke en dunne denk aan olifant en bij, en noem maar op. Door de uitklapmogelijkheden die in het boek voorzien zijn, wordt echt duidelijk hoe lang de nek van een giraf is of hoe groot (linkse en rechtse flap)de walvis wel is. De dieren zijn erg mooi weergegeven in heldere kleuren. Op de allerlaatste bladzijde staan alle dieren op een rij met hun naam (en uitspraak) eronder geschreven.

Lambert, J. (2019). De dierenparade. Utrecht: Veltman.


krokodil_op_weg_naar_beterOp een dag gebeurt er een ramp in het oerwoud waar krokodil altijd gelukkig is geweest. Dus besluit hij te vertrekken. Op een boot vaart hij naar een nieuw thuisland. waar dat zal zijn, weet Krokodil niet. De grote steden waar hij terecht komt, bevallen hem niet. De bewoners roepen lelijke dingen naar Krokodil en willen hem er duidelijk niet bij hebben. Doodmoe gaat hij steeds verder en verder en valt in slaap op het strand. Wanneer hij wakker wordt is hij het voorwerp van zorg en liefde van een ganse muizenkolonie (Gullivers’ reizen zijn hier niet veraf). Hij vindt het heerlijk bij de muizen en helpt hen met dingen waarvoor zij te klein of te zwak zijn. Er is één ding: hij zou zo graag zijn familie terugzien. En dat lukt ook… Erg kleurrijke illustraties die de gevoelens van Krokodil duidelijk in beeld brengen. Het boek weet zonder te moraliseren de vluchtelingenproblematiek op een realistische manier onder de aandacht te brengen. Op de voorste schutbladen zien we Krokodil in zijn bootje. Op de achterste schutbladen zien we een olifant in een gelijkaardig bootje.
Slegers, J. (2019). Krokodil op weg naar beter. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Winter 2019

speeltuinEen jongen, een meisje en een poes (met cowboyhoed) besluiten een namiddag naar de speeltuin te gaan. De speeltuin is wel een eindje lopen en de kinderen komen doorheen allerlei verschillende echte en miniatuurlandschappen. Ze snoepen van bramen in een bos vol braamstruiken, ze rennen zo hard ze kunnen langs grote mierenhopen heen, ze sluipen door de duinen, moeten langs een gevaarlijk monster dat zich schuilhoudt in een donkere grot. Onderweg sluiten steeds meer kinderen zich bij hen aan. Dan komen ze bij de speeltuin aan. Wat valt dat tegen zeg! De speeltuin is alleen maar grijs en triest en dus besluiten de kinderen dezelfde spannende weg opnieuw te nemen maar dan in omgekeerde richting. Vrolijke, felgekleurde illustraties die allerlei landschappen suggereren staan in schril contrast met de grijze speeltuin op de laatste bladzijde. De kinderen laten het evenwel niet aan hun hart komen… Heerlijk prentenboek dat voor het eerst werd uitgegeven naar aanleiding van de Kinderboekenweek 2015 maar dat nu opnieuw in de winkel ligt. Mies van Hout vertelt zelf over haar boek in onderstaand filmpje.

Van Hout, M. (2019). Speeltuin. Amsterdam: CPNB.


boven op de bergElke zondag wandelt Mevrouw Das de berg op. Ondertussen plukt ze paddenstoelen voor Vos, geniet van de mooie natuur onderweg en is bekommerd om elk dier dat ze ontmoet. Zo ontmoet ze op één van die zondagen de poes Kiki. Enigszins aarzelend wandelt Kiki mee met Mevrouw Das mee, geniet van het uitzicht aan het einde van de wandeling en kijkt en luistert naar haar oudere metgezel. Na verloop van tijd is Kiki elke zondag van de partij. Ze leert een heleboel van Mevrouw Das en zo gaan de jaren haast ongemerkt voorbij. Op een dag kan Mevrouw Das de berg niet meer op. Kiki blijft het wel doen en schenkt Mevrouw Das dan terug wat zij haar altijd gegegeven heeft door trouw verslag uit te brengen van alle dingen die tijdens de wandeling haar aandacht kregen. Meer nog dan de tekst weten de potloodprenten in zachte tinten met hier en daar een accent – het rode sjaaltje van Mevrouw Das – een bepaalde sfeer op te roepen die die verglijdende tijd en de wijsheid van het ouder worden illustreren. Dubuc slaagt erin doorheen het ganse prentenboek een rust aan te houden die illustratief is voor de rust die de natuur aan gehaaste mensen in de 21ste eeuw nog altijd kan brengen. Een boekje waar je enkel stil van kan worden.

Dubuc, M. (2019). Boven op de berg. Amsterdam: Querido.


jij geeft me vleugelsIn dit poëtische verhaal sluiten een vogel en een vogelverschrikker vriendschap. In eerste instantie zorgt de vogelverschrikker – die veel groter is dan de vogel – voor die vogel. Maar wanneer de vogelverschrikker het moeilijk heeft, is het de vogel die de vogelverschrikker troost en bemoedigt. Dat betekent niet dat vogel en vogelverschrikker alles voor elkaar doen. Soms kan kiezen voor jezelf een ander ook helpen. Je kunt in dit verhaal allerlei diepe dingen zoeken en ongetwijfeld ook vinden. In wezen gaat het echter over de eeuwenoude waarheid die mensen generatie na generatie aan elkaar moeten doorgeven: vriendschap kan enkel bestaan als er aan beide zijden van die vriendschap de intentie is om het beste te doen voor elkaar. Het is een onderwerp waar vijfjarige kleuters gerust bij mogen stilstaan. De kracht van dit boek schuilt in de illustraties  en het zijn die illustraties die kleuters uitnodigen om na te denken over de betekenis en de waarde van vriendschap.

Van Hest, P. (2019). Jij geeft me vleugels. Hasselt-New York-Amsterdam: Clavis.


bas de bange boomkikkerDat Britta Teckentrup aan een hoog tempo prentenboeken publiceert is opvallend, maar dat ze de kwaliteit in veel gevallen zo hoog kan houden, is ronduit indrukwekkend. In ‘Bas de bange boomkikker’ krijgen we niet enkel haar typische kleurrijke illustraties van de natuur, maar zorgt Jane Clarke ook voor een interactief en mooi opgebouwd verhaal. Bas de boomkikker is verdwaald en wordt de stuipen op het lijf gejaagd door allerhande akelige geluiden in de jungle. ‘Ritsel-ritsel’, ‘Splets! Splats!’, ‘Krak! Krutsj!’, …  Bas springt telkens angstig weg voor hij kan ontdekken waar de geluiden vandaan komen. De lezer daarentegen komt wel te weten dat er achter die onbekende geluiden een vriendelijke schildpad, een schuifelend kevertje, twee lieve apen, … schuilen. De kleuters worden rechtstreeks aangesproken door de verteller die hen uitdaagt de kikker in de prenten te zoeken, hem gerust te stellen, de pagina om te slaan, … Zo krijgen ze het gevoel dat ze deel uitmaken van het verhaal én dat ze een stuk stoerder zijn dan Bas. Gelukkig vindt de kikker uiteindelijk dé ideale plaats om tot rust te komen … Plezierig voorleesverhaal voor jonge kleuters.

Clarke, J. (2019). Bas de bange boomkikker. Utrecht: Veltman Uitgevers.


Ik verzamel opa'sDe ik-figuur in dit verhaal heeft in tegenstelling tot zijn vrienden geen opa’s en enkel 1 oma. Die oma woont in een RVT, negeert hem soms compleet of vergeet hoe hij heet. Dus besluit de ik-figuur opa’s te verzamelen want in dat RVT zijn er genoeg: lange en korte, met en zonder wielen, groentekwekers, dierentemmers, schilders, unieke opa’s, … Het is fijn om zoveel opa’s te hebben met zoveel eigenaardigheden maar uiteindelijk besluit de ik-figuur dat zijn eigen oma hem het liefste is ook al negeert ze me soms volkomen of geeft me een verkeerde naam. Een erg knap geïllustreerd verhaal over de relatie tussen grootouders en kleinkinderen en over verschillen die tussen mensen bestaan.

Wouters, T. (2019). Ik verzamel opa’s. Tielt: Lannoo.


het konijn het donker en de koektrommelKonijn heeft nooit, geen enkele avond, zin om te gaan slapen want hij is NIET MOE! En dus bedenkt Konijn een geniaal plan: hij zal ervoor zorgen dat het nooit meer donker wordt. Dan hoeft hij niet meer naar bed! Konijn lokt met de belofte van een koek uit de koektrommel het Donker – antropomorf personage in dit boek – naar zich toe en sluit het Donker op in de koektrommel. ‘Gelukt!’ zegt Konijn. ‘Nu blijft het licht en hoef ik niet naar bed.’ Maar het Donker legt zich niet zomaar neer bij zijn gevangenschap. Hij begint op Konijn in te praten door hem te vertellen hoe belangrijk hij is, wie hem – het Donker – nodig heeft en wat voor goede dingen hij allemaal doet. De uilen en de vossen roepen dat ze het Donker nodig hebben om eten te kunnen vinden. Het laat Konijn onberoerd. Wanneer het Donker aanvoelt dat Konijn een beetje mopperig wordt omdat hij moe en hongerig begint te worden – ook al is het nog licht – wil Konijn van geen toegeven weten. De twijfel slaat pas toe als het loof van de worteltjes in de moestuin na een overdosis zonlicht helemaal slap begint te hangen. Het Donker overhaalt Konijn om de koektrommel een beetje open te doen zodat hij kan laten zien hoe prachtig de nacht is (In het boek kun je dan een soort doos openvouwen waarin zich een prachtige sterrenhemel bevindt.) Uiteraard ontsnapt het donker dan. Zo leert Konijn dat de afwisseling van dag en nacht nodig en nuttig is  en legt hij er zich bij neer dat hij moet slapen. Bekijk de korte trailer: 

O’Byrne, N. (2019). Het konijn, het Donker en de koektrommel. Haarlem: Gottmer.


de-wolf-komt-echt-niet.png

‘De wolf komt echt niet’ is een heerlijk spannend verhaal waarbij een jong konijn dat ondergestopt wordt door zijn moeder, zich onrustig blijft afvragen of de (grote boze?) wolf die avond tot bij hen kan komen. Moeder konijn neemt – zoals van haar verwacht kan worden – een geruststellende houding aan. Het lijkt haar wel heel erg onwaarschijnlijk dat een wolf vanuit een ver bos vol jagers ongemerkt door de stad zou kunnen komen om vervolgens hun adres te vinden, de code van hun voordeur te kraken en de lift te nemen tot bij het appartement van het konijnengezin. Haar argumenten klinken erg overtuigend, ware het niet dat de lezer telkens op de rechterpagina kan zien hoe de wolf toch al die hindernissen weet te overwinnen en steeds dichterbij komt. Die kennisvoorsprong op de twee nietsvermoedende konijnen maakt de spanning bijna onhoudbaar tot op het moment dat de wolf effectief voor de deur van het gezin staat. De ontknoping die de lezer dan te wachten staat, zorgt voor ontlading én humor.
Dat dit prentenboek een bestseller is in Frankrijk kan ons niet verbazen. De combinatie van een spannend stapelverhaal met rollen en verwachtingen die worden omgekeerd maakt het verhaal gelaagd én toegankelijk. Daarbij zijn er nog de suggestieve illustraties in hoofdzakelijk blauwgrijs, bruin en roze die vooral uitblinken in de sprekende mimiek van de personages. Het betere werk dus!

Ouyessad, M. (2019). De wolf komt echt niet. Haarlem: Gottmer.


wat eet een miereneterDe miereneter op de cover heeft na een deugddoend dutje knagende honger, maar kan zich met de beste wil van de wereld niet herinneren wat miereneters nu weer graag eten. Hij gaat te rade bij andere dieren, maar met hun voedingsadvies geraakt hij niet veel verder. Terwijl de miereneter telkens dezelfde vraag stelt aan onder anderen de luiaard, de krokodil en de vleermuizen, ziet het aandachtige kleuteroog vast de mierenkolonie passeren die steeds talrijker voedselvoorraad richting een mierenhoop draagt. Hoewel de kleuters zich doorheen het verhaal stukken slimmer zullen wanen dan de miereneter, zal het einde hen toch verbazen. De grote en expressieve illustraties werken het geheel af. Het verhaal is waarschijnlijk wat vlak voor oudere kleuters, maar het wordt heerlijk ‘smullen’ voor jongere kleuters.

Collins, R. (2019). Wat eet een miereneter? Haarlem: Gottmer.


Vinnie en FlosVinnie is net verhuisd en vindt het best moeilijk om te wennen aan de totaal nieuwe omgeving. Gelukkig ontdekt hij een Flos in zijn nieuwe kamer. Het kleine wezentje – dat wel een pluizige kruising lijkt tussen een egel en een rat – daagt de eerder teruggetrokken Vinnie met plezier uit om nieuwe dingen uit te proberen en samen avonturen te beleven. Met de kleine (maar geheime!) vriend aan zijn zijde durft Vinnie veel meer. Jongbloed laat het duo voor kleuters erg herkenbare avonturen beleven: naar de kapper gaan, leren zwemmen, gaan logeren, … De verhaaltjes zijn kort en in een eenvoudige taal geschreven. Natascha Stenvert zorgde voor enkele kleine dynamische illustraties die de grote lijnen van de verhaaltjes duiden. Hoewel de verhalen duidelijk inspelen op vaak voorkomende kleuterangsten, wordt de toon nergens belerend. Verhalenbundels op maat van kleuters liggen niet dik gezaaid. Het is nochtans erg plezierig dat kleuters de twee vrienden dagelijks beter kunnen leren kennen door telkens een nieuw avontuur te beluisteren.

Jongbloed, M. (2019). Vinnie & Flos. Nieuwe vrienden. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.