CV_9789044822977.inddOnderstaande boeken horen thuis in de Clavis-reeks ‘Peuter’. Op elke bladzijde staat een vogel/dier duidelijk en groot afgebeeld (met daaronder de naam). Het feit dat je niet enkel kan kijken in deze boekjes maar ook de geluiden horen van de dieren/vogels die er in afgebeeld staan, maakt deze boekjes bijzonder. Het rondje waarop peuters moeten duwen om het geluid te horen is perfect aangepast aan peutervingers. Het geluid is helder en absoluut niet schreeuwerig. Zeker bij een onderwerp als ‘vogels’ een fijne aanvulling.

Billet, M. (2011). De vogels. Hasselt-Amsterdam-New York: Clavis.
Billet, M. (2011). De natuur. Hasselt-Amsterdam-New York: Clavis.
Billet, M. (2014). Exotische vogels. Hasselt-Amsterdam-New York: Clavis.


Vrolijke vogelsDe stijl van Lucy Cousins die iedereen kent van haar ‘Muisboeken’ is ook hier zeer herkenbaar: zwartomlijnde vogels in bonte kleuren. De auteur tekent zeer uiteenlopende vogels – papegaaien, spechten, flamingo’s, uilen, kippen, pauwen, … – doorheen de dag. Op de voorste schutbladen zie je dus een heleboel vogels in actie. Het boek start met de haan die de dag op gang trekt met zijn gekraai. Andere vogels worden wakker en beginnen aan hun dagtaak: rondvliegen, voedsel zoeken, nest bouwen of holen hakken in een boom, … Vogels hebben het best druk zo blijkt en gaan dan ook vermoeid slapen wanneer de zon ondergaat. Die slapende vogels met de uil als uitzondering zie je op de achterste schutbladen. De beknopte tekst op rijm laat zich voorlezen, maar je kunt even goed samen met de kleuters kijken, benoemen en fantaseren.

Cousins, L. (2017). Vrolijke vogels. Amsterdam: Leopold.


Super UilSuper Uil vindt van zichzelf dat hij superslim is. Wanneer hij honger heeft bedenkt hij allerlei vermommingen om een prooi te verschalken. Denk aan een vermomming als wortel om een konijn te vangen, als vogelfontein om een duif te vangen, … Maar niks lukt! Super Uil laat zich echter niet ontmoedigen. ‘Mislukt. Maakt niet uit…’ en Super Uil heeft zijn teleurstelling al overwonnen. De zich voortdurend herhalende uitspraak ‘Ik ben Super Uil. Ik heb honger. Kijk maar uit…’ zullen kleuters snel zelf meeroepen. Gelukkig kan Super Uil verkleed als ober een lekkere pizza verschalken. Zijn honger is gestild en Super Uil vliegt terug de nacht in. Grappige parodie op ‘super helden’ in een leuk geïllustreerd boek waarvan de illustraties voornamelijk zwarte achtergronden hebben omdat een uil natuurlijk vooral in de duisternis opereert.

Taylor, S. (2014). Super Uil. Rotterdam: Lemniscaat.


Mama kwijtAl slapend valt een uilenjong uit zijn nest en verliest het contact met zijn mama. Eekhoorn wil hem helpen zijn mama terug te vinden. Maar de gebrekkige beschrijving van het uilenjong zorgt ervoor dat niet meteen de juiste mama gevonden wordt. Zowel geschikt voor jongere kleuters omwille van de inhoud als voor oudere kleuters omwille van de humor.

Haughton, C. (2014). Mama kwijt. Haarlem: Gottmer.


pieter-de-papegaaiduiker.jpgPieter en Pim zijn papegaaiduikers die een rustig leven leiden op een rotseiland. Op een dag steekt een zware storm op en Pieter raakt op zee het Noorden kwijt. Gelukkig maakt hij kennis met een vriendelijke walvis die op basis van Pieters beschrijvingen van Pim Pieter naar allerlei vogels over de hele wereld brengt. Maar Pim vinden ze niet tot de walvis eindelijk aankomt bij een rotseiland … Mooie illustraties in heldere kleuren en korte eenvoudige tekst maken van dit boek een mooi geheel. (De verhaalinhoud doet wat denken aan ‘Mama kwijt’.)

Horacek, P. (2011). Pieter de papegaaiduiker. Rijswijk: De Vier Windstreken.


Mijn nestjeDe mooie, eenvoudige vormgeving primeert opnieuw in dit boek van Xavier Deneux. Die eenvoud komt ondermeer tot stand dankzij heldere kleuren en ronde vormen. Daarnaast zitten er ook verplaatsbare uitsteekvormpjes in het boek. Ze zorgen voor een speels element dat peuters zeker zal aanspreken. Ook de verhaallijn is aangepast aan de doelgroep en dus eenvoudig: een geel vogeltje landt op een tak en maakt het zich comfortabel. In een veranderde boom vol appels ontmoet het gele vogeltje een rood vogeltje. Samen bouwen ze een nest van takjes en twijgjes. Daarna liggen er twee eitjes in het nest en daaruit komen twee vogeltjes. De kleine vogeltjes groeien en groeien tot zij op hun beurt het nest uitvliegen.

Deneux, X. (2017). Mijn nestje. Antwerpen: Oogappel.


Je kunt het!Verhaal over Bert, een vogel, die een grote sprong moet wagen en daar na lang aarzelen ook in slaagt. Grappig geïllustreerd boek dat een perfecte spanningsboog weet op te bouwen en die dan ook nog op een mooie manier afrondt. De tekst is erg beknopt en eindigt met 1 woord: ‘Bert?’ Eigenlijk is dit een boek dat iedereen kan appreciëren of je nu een kleuter of een volwassen persoon bent.

Könnecke, O. (2017). Je kunt het. Rotterdam: Lemniscaat.


vrolijke vogels WesteraOntelbaar veel vogels – bekend en minder bekend – fladderen rond in dit boek. Per vogel wordt een bepaalde eigenschap in de verf gezet. Bette Westera kan dit als de beste en gebruikt er vrolijke rijmpjes met veel alliteraties voor. Denk aan Fedde vink heeft veel familie en ze fluiten allemaal. Felgekleurde fluiters zijn het en fantastisch muzikaal. Of aan de duiven: Dwarrelende duivenveertjes wit als sneeuw en zacht als dons. Het rijm gaat verder op de volgende bladzijde waar de wilde eenden vliegen: Douwe Eend kan ook goed vliegen. ‘Duiven, duiven, wacht op ons!’. Alle vogels zijn duidelijk afgebeeld. De illustrator toont hen meestal in groep en hanteert voor de afbeeldingen een soort retrostijl pasteltinten incluis. Alle vogels zijn perfect herkenbaar en dankzij het rijm zullen hun benamingen ook beter bijblijven. Ook bijzonder zijn de schutbladen: de voorste tonen eieren, die zijn uitgekomen op de achterste schutbladen. Mooi uitgegeven boek dat best een plaatsje mag krijgen in een kleuterbibliotheek want contact met en kennis van de natuur blijft voor iedereen – jong en oud – belangrijk.

Westera, B. (2015). Vrolijke vogels. Elburg: Karmijn.


KraaiKraai voelt zich en wordt ook uitgesloten omdat hij zo zwart is. Hij besluit daaraan iets te doen en verft zichzelf in vrolijke kleuren. Maar dat helpt niet, integendeel. Mees, Parkiet en Vink lijken nog banger te zijn. Tranen met tuiten huilt Kraai. Zoveel verdriet doet de verf op zijn veren oplossen en bezorgt hem de dankbaarheid van Mees, Parkiet en Vink die denken dat hij de grote gekleurde vogels heeft weggejaagd. Herkenbare prenten en beperkte tekst zorgen ervoor dat het verhaal verhaal blijft en nergens de moraliserende toer op gaat.

Timmers, L. (2017). Kraai. Amsterdam: Querido.


verrassingDit boek gaat niet over ‘vogels’ in de strikte zin van het woord. De vogel die je op de cover ziet vliegen, staat hier symbool voor het ouderschap en de gevoelens die hiermee gepaard gaan. Daarom is er ook geen sprake van een echt verhaal. Op elke dubbele bladzijde zie je op de ene kant op een zwarte achtergrond een vogel in pastelkrijt, kleurig getekend en op de tegenoverliggende bladzijde 1 woord, de bijhorende emotie, handgeschreven. Denk aan: hoop, verlangen, troost en loslaten. Dat woord wordt vaak vergezeld van speelse vogeltjes. Het zijn die contrasten en de speelsheid doorheen het ganse boek die de sterkte van dit boek uitmaken.

Van Hout, M. (2013). Verrassing. Rotterdam: Lemniscaat.


‘Het is dag één van januari.
Een week geleden is de winter begonnen.
In de boom is één appel blijven hangen,
ter herinnering aan de herfst.
De pimpelmees bungelt ondersteboven. ‘

een vogel in de appelboomZo start dit prentenboek waarin een appelboom steeds vanuit eenzelfde perspectief, de hoofdrol van het ‘natuurverhaal’ opneemt. De seizoenen komen en gaan, het kan vriezen, het kan dooien, de boom blijft. En wat bijzonder is… de boom herbergt vele insecten en daar zijn vele vogels verlekkerd op. Elke week komt er dan ook een andere vogelsoort op bezoek. Het boek vertelt niet echt een verhaal. Het beschrijft het verstrijken van de tijd doorheen een jaar: dag en nacht, winter, lente, zomer en herfst. Het laat ook kennis maken met verschillende vogelsoorten die in onze streken voorkomen. De illustraties zijn afgelijnd en sober maar de vogels zijn zeer goed herkenbaar. Af en toe roept het boek door de soberheid en eenvoud, door de tekening van de tak in de winter of van de bloesems en de ontluikende appels in de vroege zomer een soort Oosterse sfeer van verstilling op. Een heel bijzonder vogelboek dat erg bruikbaar is in de kleuterklas.

Crausaz, A. (2016). Een vogel in de appelboom en nog een en nog een…  Amsterdam: Moon.


het grote bosorkestWie denkt dat het ‘s nachts stil is in het bos, luistert niet goed. Er is het Oehoe van de uil, het zachte roekoe-en van de duiven en naarmate het lichter wordt hoor je steeds meer dieren. De zanglijster laat haar trillers horen, de specht roffelt er op los, de kraaien krassen en in de verte is zelfs een haan te horen (geen bosdier natuurlijk – dat blijkt ook uit de afwijkende manier waarop die haan getekend is). Per dubbele bladzijde ontwaakt steeds een andere vogel en verandert de achtergrondkleur van de bladzijden naar hemelsblauw en ten slotte naar zonnegeel. Verrassend is de uitklapplaat aan het einde van het boek die allerlei bosdieren – hert, everzwijn, konijnen, … – toont die genieten van het bosorkest.

Van Genechten, G. (2010). Het grote bosorkest. Amsterdam- New York-Hasselt: Clavis.


De paradijsvogelNegen raven zitten zich te vervelen en te wachten tot er een wonder uit de hemel valt. En dat gebeurt onder de vorm van een bontgekleurde paradijsvogel die zich verbaast over het slome gedrag van de wachtende raven die nooit zingen maar krassen, die nooit dansen maar zitten … Hoewel de raven eerst vooral commentaar hebben op de gekleurde vogel en zijn gedrag, verandert hun gezeur van langsom meer in bewondering voor de vogel die van het leven geniet en er iets van probeert te maken. Ook letterlijk laat de paradijsvogel steeds meer kleur achter bij de zwarte raven. Mooie illustraties en goed daarbij aansluitende tekst maken van dit prentenboek een kwaliteitsvol geheel.

Pfister, M. (2015). De paradijsvogel. Rijswijk: De vier windstreken.


AntoniaIn de schitterendste kleuren wervelen de schitterendste vogels door dit boek. Antonia is één van hen. Elke morgen heft ze haar lied aan om de andere vogels te wekken. Maar die vinden dat niet fijn: ze vinden het te vroeg, ze vinden dat Antonia zo vals zingt als een kraai en beledigen haar voortdurend. Antonia heeft er genoeg van en vertrekt uit het bos. Onderweg krijgt ze heimwee en bedenkt een slim plannetje … Een prentenboek in heldere kleuren waarvan je als lezer/toehoorder helemaal blij en vrolijk wordt.

De Vries, A. (2016). Antonia. Rotterdam: Lemniscaat


De vogelsZoals de zwaluw een belangrijke rol speelt in ‘De gelukkige prins’ van Oscar Wilde, zo spelen in dit verhaal over twee verliefde beelden de vogels ook een belangrijke verbindende rol. Zij brengen de liefdesboodschappen over van het beeld in het park naar het beeld op het plein en omgekeerd. Maar de beelden zelf kunnen elkaar niet bereiken tot op de dag dat ze van hun sokkel gehaald worden om samen gesmolten te worden en er een nieuw beeld komt. De beelden zijn verwijzingen naar beeldhouwwerken van beroemde kunstenaars zoals bv. Rodin en Degas.  Het verhaal over de vogels-boodschappers zorgt voor een fantasie-element. De illustraties in dit boek ondersteunen niet alleen de eerder poëtische tekst. Soms dragen ze het verhaal volledig, bijvoorbeeld waar i.p.v. een paginagrote prent gekozen wordt voor een stripachtige verdeling van het blad waarin de lezer zelf maar zijn verhaal moet maken, bedenken, zich verbeelden …

Van Lieshout, T. (2016). De vogels. Amsterdam: Leopold.


ImagineDe tekst staat in groot lettertype afgedrukt bij de kleurige prenten, die het verhaal vertellen over een postduif die vredestakjes rondbrengt naar verschillende vogelsoorten. De vogelsoorten in het boek hebben geen ruzie met elkaar, maar vechten juist onderling, binnen hun eigen soort. De boodschap is voor elke vogelsoort echter hetzelfde: stop met vechten en ruzie maken en wees lief voor elkaar. Deel met elkaar. En op het moment dat dat lukt, zie je dat de vogelsoorten in het boek gaan samenwerken en samenkomen. 

Lennon, J. (2017). Imagine. Amsterdam: Leopold.


Beer vogel en kikkerBeer en Vogel hebben afgesproken samen op avontuur te gaan. Onverwacht komt Kikker op bezoek. Oh, wat een teleurstelling: Beer en Kikker praten en praten maar en Vogel wil vertrekken. Beer stelt voor om Kikker ook mee te nemen maar dat ziet Vogel echt niet zitten. Hij zoekt allerlei uitvluchten en probeert kost wat kost niet te zien hoe fijn Beer en Kikker het samen hebben. Hij houdt zich afzijdig tot Kikker wordt aangevallen door Arend en gered door… Vogel. Het boek is fris en op een rustige manier geïllustreerd van bij de schutbladen. Het is duidelijk dat de auteur-illustrator veel verbondenheid voelt met de natuur. Ze komt in al haar schoonheid in de illustraties tot haar recht. Eén van de betere boeken om met kleuters emoties als vriendschap, jaloezie en je buitengesloten-voelen, te bespreken.

Millward, G. (2016).
Beer, vogel en kikker. Antwerpen: De Vries-Brouwers.


Een huis voor vogelFerdy vindt tijdens een van zijn speurtochten naar interessante dingen Vogel en wil een gesprek aanknopen, maar Vogel zegt niets terug. Samen met zijn vrienden bedenkt Ferdy allerhande manieren om Vogel aan de praat te krijgen, maar die blijft zich in stilte hullen. Benieuwd of Vogel zich uiteindelijk thuis zal voelen bij zijn nieuwe vrienden…

Bekijk alvast de trailer van dit vertederende verhaal: http://www.peuterplace.nl/kinderboeken/een-huis-voor-vogel.htm

Stead, P. C. (2013). Een huis voor vogel. Amersfoort: De Vrije Uitgevers.


de leeuw en het vogeltjeVriendschap is mooi maar kan ook pijn doen. Dat is de essentie van het verhaal van dit suggestief en subtiel geïllustreerde prentenboek. Op een dag tijdens de herfst valt een vogeltje neer in de tuin van Leeuw. Leeuw verzorgt de gewonde vleugel van het vogeltje en al snel ontwikkelt zich een vriendschap tussen beiden. Leeuw neemt vogeltje overal mee naar toe; eerst tussen zijn warme manen, later wanneer het winter wordt in zijn muts met een gaatje in. Dan wordt het lente en de vogels komen terug. Het vogeltje wordt onrustig en Leeuw neemt afscheid. Maar wanneer de herfst terug in het land komt, kijkt Leeuw verlangend naar de lucht. Dan verschijnt op een volledig witte bladzijde een trillende muzieknoot …

Dubuc, M. (2014). De leeuw en het vogeltje. Amsterdam: Querido.


het ochtendkoorIn het bos kondigt het Ochtendkoor elke morgen de nieuwe dag aan. Piep, een grijze vogel wil heel graag deel uitmaken van dat koor en vraagt om een auditie te mogen doen. Hij oefent de hele avond maar verslaapt het tijdstip van de auditie. Dat gebeurt een tweede maal omdat hij enkel tot gapen in staat is tijdens de auditie die weer ‘s morgens plaatsvindt. Lid worden van dat koor lukt dus niet en dat stemt Piep echt verdrietig. Maar dan ontmoet Piep een grijze vogel die heel erg op hem lijkt. Van die vogel verneemt Piep dat hij een nachtegaal is. Aangezien nachtegalen enkel ‘s avonds zingen, kan het nooit lukken met het Ochtendkoor. Nu Piep dat weet en nu hij een zielsverwant gevonden heeft met wie hij de hele avond kan zingen, deert hem dat niet meer.

Barton, S.(2014). Het ochtendkoor. Utrecht: B for Bookdistribution.


Azizi‘Niet zo lang geleden en niet zo ver hier vandaan zat Azizi in een sinaasappelboom.’ Zo begint het sprookje – of is het een waargebeurd verhaal? – van Azizi en de blauwe vogel. Azizi woont in een land dat geregeerd wordt door een heerszuchtige man en vrouw: Toer en Ditta. Ze willen alles zelf hebben terwijl hun onderdanen honger lijden. Zo heeft Ditta beslist dat er geen enkele blauwe vogel – Twittervogel? – nog vrij mag rondvliegen en ze sluit hen op in een kooi op het dak van het paleis. Op een dag weet een kleine blauwe vogel te ontsnappen en komt bij Azizi terecht. Vanaf dat moment begint de jasmijn, de nationale bloem van Tunesië, een belangrijke rol te spelen in de bevrijding van de dictatuur. Het verhaal wordt vanuit het jongetje Azizi beschreven en die beschrijvingen – zo klein als een pijnboompitje in een glas muntthee – worden door Matthias De Leeuw in sprekende beelden omgezet. Alles en iedereen die machtig is of gevaarlijk, wordt reusachtig afgebeeld, terwijl bange ongelukkige mensen die zich steeds kleiner voelen ook erg klein getekend worden zoals kleuters dat zelf ook doen. De tekeningen – vaak met krijt – slagen erin de sfeer van een warm woestijnland op te roepen.

Koubaa, L. (2013). Azizi en de kleine blauwe vogel. Bristol: Book Island.


Rosa van de ravenOp een dag kruipt in een ravennest een klein meisje uit een roze ei. Uit de vier andere groene eieren komen raven. Papa en mama Raaf voeden hen alle vijf op. Alle vijf sperren ze hun snavel/mond open als er wormen en slakken te eten zijn, alle vijf proberen ze heel hard om te vliegen. Papa Raaf brengt wel een jurkje en een mutsje mee voor Rosa – uit een roze ei – omdat ze het altijd zo koud heeft. Vele dieren maken opmerkingen over Rosa omdat ze er zo anders uitziet. Eerst wordt Rosa daar heel nijdig van, maar naarmate de tijd verstrijkt vindt ze het niet erg meer anders te zijn omdat ze ontdekt dat ze andere dingen kan dan haar broertjes. Ten slotte nemen papa en mama Raaf Rosa – die niet uitgevlogen is – mee op hun trek naar het Zuiden. Zo krijgt dit boek – bedoeld of onbedoeld – een dubbele inhoud: enerzijds is er het anders-zijn waarmee we Rosa zien worstelen en anderzijds is er de informatie over het leven van de raven van geboorte over uitvliegen tot de trek naar het Zuiden. Dat alles geïllustreerd op een gevarieerde manier – soms paginagrote prenten, soms 4 of 6 kleinere prenten op 1 pagina – in sepiatinten met groene of rode accenten. Mooi boek!

Bausch, H. (2016). Rosa van de raven. Rijswijk: De Vier Windstreken.


100 vogels vouwen en vliegenDit boek bevat uitscheurbare bladen waarop vogels afgebeeld staan die bedoeld zijn om te vouwen en om daarna door de lucht te zweven, te duiken, … Veel verschillende en erg kleurrijke vogelsoorten.

(2017). 100 vogels. Vouwen & vliegen. Londen: Usborne.

 

 

 


mon meilleur amiDe essentie van dit boek is: de belangrijkste ontmoetingen heb je op de meest onverwachte momenten. Het is op die manier dat Konijn kennismaakt met zijn vriend het ei waaruit een vogel komt. Konijn en Vogel doen alles samen en beleven er veel plezier aan. Op de dag dat ze gescheiden worden omdat de Vogel vertrekt, moet Konijn terug zin vinden in het leven. Maar in alles wat hij doet, denkt hij terug aan Vogel. Is terugkeer naar hun samenzijn mogelijk? Fragiel geïllustreerd kartonboek dat op een vriendelijke manier de onmogelijke vriendschap tussen Konijn en Ei in beeld brengt.

Tone, S. (2012). Mon meilleur ami. Piazzola sul Brenta: Passepartout.


gekke geppie gansGeppie Gans wil wel eens wat anders zijn dan een witte gans. Ze vindt dat er zoveel interessantere dieren zijn. Dus probeert ze een giraf te imiteren door haar nek zo lang mogelijk te maken, een toekan te imiteren door zijn geluid na te bootsen of te springen als een kangoeroe. wanneer Geppie het gebrul van een leeuw zo goed imiteert dat de leeuw er wakker van wordt, moet ze vluchten. Zo snel ze kan rept ze zich naar de ganzentroep en aangezien de leeuw haar tussen al die witte ganzen niet herkent, druipt hij af. Het prentenboek oogt erg prettig vooral omdat de illustraties en de lay-out zo dynamisch zijn. Alles wat Geppie doet hetzij om andere dieren te imiteren hetzij om te ontkomen aan de leeuw spettert – bij wijze van spreken – van de bladzijden!

Horacek, P. (2006). Gekke Geppie Gans. Rotterdam: Lemniscaat.


ModdergansModdergans heeft haar naam niet gestolen. Alle ganzen van de boerderij zijn mooi wit maar Moddergans zwemt altijd in de modderpoel. Vreemd genoeg ontsnapt Moddergans ook altijd aan de vos die op maanverlichte nachten de witte ganzen opjaagt. Wanneer de witte ganzen doorhebben hoe dat komt duiken ze allemaal de modderpoel in maar dan verschijnen er sneeuwwolken. Moddergans probeert de andere te waarschuwen maar die luisteren niet… Eenvoudig geïllustreerd verhaal over een slimme gans die haar eigen weg gaat.

Church, J. C. (2013). Moddergans. Antwerpen: De Vries-Brouwers.


DuifBasiel krijgt een duif van zijn grootvader. Basiel zorgt er goed voor en de duif wordt een echte prijsduif. Hij besluit dat hij zijn duif van de maan naar huis wil laten vliegen. De duif gaat mee met een ruimtereiziger en dan begint het wachten voor Basiel… Mooi geïllustreerd en sterk opgebouwd verhaal. Op de website van de makers kan je het prentenboek uitgebreid inkijken: http://www.jacquesandlise.com.

Jacques & Lise (2017). Duif. Antwerpen: Van Halewijck.


de wonderlijke hoed van beerBeer wordt als een gevaarlijk dier beschouwd en daarom loopt iedereen met een grote boog om hem heen. Dat deert Beer niet zo erg hoewel hij zich stiekem soms toch een beetje eenzaam voelt. Tot op een dag een specht een nest bouwt in zijn hoed. Beer weet niet of hij dit nu fijn vindt of niet maar hij kan er niks aan doen. Ook niet aan het feit dat zich steeds meer vogels in zijn hoed komen vestigen, dat zijn hoed steeds hoger en het boven zijn kop steeds drukker wordt. Tot de herfst komt en de vogels verdwenen lijken te zijn. Wat is het nu stil boven zijn kop! De natuur laat zich echter niet dwingen en Beer begint aan zijn winterslaap. Hij wordt eruit gewekt door… de vogels. Pas dan beseft Beer hoe fijn hij het vindt niet langer alleen te zijn. De illustraties van de Brits-Japanse Imai zijn erg subtiel. Daarvoor maakt ze gebruik van een erg divers kleurenpalet waarbij pasteltinten meestal de hoofdtoon vormen. Het verhaal volgt de loop van de seizoenen en dat doen de illustraties gelukkig ook. Meestal door gebruik te maken van frisse details waardoor je het boek steeds opnieuw kan bekijken.

Imai, A. (2014). De wonderlijke hoed van Beer. Rijswijk: De Vier Windstreken.


SnipHoewel Snip een trekvogel is, slaagt hij er niet in mee te vliegen naar het zuiden. Tijdens de herfst en de winter helpt hij andere bosdieren die wat blij zijn met zijn hulp. Dan wordt het lente. De andere vogels keren terug. Snip is zo blij dat het vliegen hem plots als vanzelf afgaat.

Lagermann, C. (2014). Snip. Hoorn: Hoogland en Van Klaveren.


De lange reisVoor de eerste keer vertrekt Roodsnaveltje samen met duizenden andere vogels voor een lange reis naar de warmte. Wat Roodsnaveltje tijdens die reis te zien krijgt, krijgen de kleuters ook te zien aan de hand van een ‘magisch vergrootglas’. Daarmee worden de in het blauw getekende verborgen illustraties ook zichtbaar in dit kijk- en zoekboek. Zo vallen ze van de ene verrassing in de andere.

Demois, A. (2015). De lange reis. Leuven: Davidsfonds.

 

 


wauw pauOp een dag wordt in de zoo een witte pauw geboren. Het eerste wat de kleine pauw te horen krijgt, is dat hij ‘geen ogen’ heeft. Dat vindt de kleine pauw maar niks en dus gaat hij in de zoo kijken naar alle mogelijke ogen die er bestaan en dat zijn er nogal wat … Bij thuiskomst ontmoet hij een pauwoogvlinder die hem meeneemt naar een zaal vol van soortgelijke vlinders. Ze bedekken zijn staart en zo heeft de kleine pauw uiteindelijk toch ogen. Weinig tekst maar de prachtige, kunstzinnige en uitgekiende illustraties spreken voor zich.

Heiligers, Y. (2016). Wauw pauw. Baarn: Marmer.


Het geheim van de keel van de nachtegaalDe Keizer heeft alles wat zijn hartje begeert: de Tuin der Tuinen, een prachtig paleis, … enkel een nachtegaal ontbreekt nog. Wanneer die gevangen wordt, schermt de keizer hem af van alles en iedereen af en voorziet als gezelschap een gouden met edelstenen belegd exemplaar dat steeds hetzelfde wijsje zingt. Maar dat vindt de echte nachtegaal maar niks… Een prentenboek dat ongeveer alle prijzen in de jeugdliteratuurwereld gewonnen heeft en omschreven wordt als de volmaakte symbiose van tekst, beeld en vormgeving.

Verhelst, P. (2008). Het geheim van de keel van de nachtegaal. Wielsbeke: De Eenhoorn.


De gouden kooiPrinses Valentina heeft alles wat haar hart verlangt maar ze blijft ontevreden. Meer nog haar wensen en verlangens worden steeds grilliger en kosten vele dienaren het leven. In de tuin van het paleis staan 101 reusachtige vogelkooien gevuld met de meest uitzonderlijke exemplaren. De gouden kooi – bedoeld voor een sprekende vogel – blijft echter leeg hoeveel dienaren er ook hun best voor doen en hun zoektocht met hun leven bekopen. Dan verschijnt een nieuwe dienaar in het paleis: een jongeman met mooie blauwe ogen en een lieve glimlach. Zal hij erin slagen de grillen van de prinses in te willigen? Het verhaal is mooi vertaald en de illustraties van de hand van Carl Cneut blijven verrassen. Olieverf, potlood, bijzondere kleuren, het gebruik van wit… zorgen voor een erg bijzondere sfeer die de personages van het boek en hun karakters als het ware nog meer body geven.

Castagnoli. A. (2014). De gouden kooi. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Een jaar met de spechtDeze boeken horen thuis in een reeks ‘Een jaar met…’ en volgt vogels zoals de zwaluw, de mus, de uil, de specht en de ooievaar gedurende de vier seizoenen. Elk boek start in de lente en laat zien op welke plaatsen het vogelpaar, dat onderwerp is van het boek, nestelt, hoeveel eieren in het nest liggen, hoelang het duurt eer de jongen geboren worden, enz. Je ziet de hongerige jongen in het nest zitten en hun ouders met voedsel aanvliegen. De manier waarop de jonge vogels uitvliegen en langzaam maar zeker zelfstandig worden krijgt ook zijn plaats. Kortom een informatieve reeks die de interesse van kleuters in de natuur zeker kan voeden.

Müller, T. (2017). Een jaar met de specht. Amsterdam-New York-Hasselt: Clavis.
Müller, T. (2017). Een jaar met de uil. Amsterdam-New York-Hasselt: Clavis.


vogelgeluiden in de tuinIn de drie boeken maak je kennis met 12 verschillende vogels ofwel tuinvogels ofwel vogels die meer in beboste omgevingen voorkomen ofwel water- en weidevogels. Naast een duidelijke foto op de ene bladzijde staat op de volgende een beschrijving van het uiterlijk van de vogel en worden kenmerken zoals vindplaats, voedsel, vorm van de snavel (uiterlijk), aantal en kleur van de eieren, … opgesomd. Maar het leukste is uiteraard het paneel waarmee elk boek is uitgerust.  Afbeeldingen van de vogelkoppen zijn in cirkelvormige uitsparingen afgedrukt. Wanneer je op een afbeelding drukt kun je de zang van de vogel horen. Zeker de tuinvogels kunnen een aanwinst voor de klas betekenen omdat kleuters vogels leren herkennen (zowel wat hun uiterlijk als wat hun zang betreft) die bij elke school voorkomen, denk aan merels, mussen en vinken, …

Pinnington, A. (2016). Vogelgeluiden in de tuin. Utrecht: Veltman.
Pinnington, A. (2017). Vogelgeluiden in het bos. Utrecht: Veltman.
Buckingham, C. (2017). Vogelgeluiden bij water en weide. Utrecht: Veltman.


Zeg kleine ooievaar wat vlieg jij verDit boek is een onderdeel van de reeks ‘Zeg kleine…’ waar kinderen kunnen kennismaken met een bepaalde diersoort d.m.v. een verhaal en een liedje. In dit boek krijgen kleuters een verhaal te horen over de trek van de ooievaars naar West-Afrika. Een heel lange reis waarop de ooievaars zich voorbereiden en waar ook heel wat gevaar dreigt. Het geheel bevat illustraties die vrij natuurgetrouw zijn. Het liedje dat net zoals het verhaal op de bijhorende cd staat vat het verhaal nog eens mooi samen. (Op de cd vind je ook de liedjes die bij de andere dieren uit deze reeks horen). Daarnaast bevat dit boek ook 4 bladzijden informatie over de ooievaar (nestplaats, eieren, jongen, …). Altijd handig om bij de hand te hebben wanneer kleuters vragen stellen.

De Backker, V. (2013). Zeg kleine ooievaar… wat vlieg jij ver? Zeist: KNNV.


Klein vogelboekVogels die je in de tuin kunt zien, vormen het onderwerp van dit erg mooie en natuurgetrouwe geïllustreerde kartonboekje. Het is bedoeld voor peuters want het bevat enkel de afbeeldingen met daaronder de naam van de vogel. Meer informatie biedt het boekje niet. Maar het is echt mooi en daarom alleen al het aanschaffen waard.

Botman, L. (2017). Klein vogelboek. Zeist: Christofoor.

 


Wie is hier de grootste?Een informatief boek dat 26 veel voorkomende vogels in België bespreekt. Het verrassende aan dit boek dat eigenlijk voor oudere kinderen bedoeld is, is dat het ingaat op de manier waarop de lengte van vogels bepaald wordt. Iets wat vijfjarige kleuters zeker ook kan interesseren. Blijkt dat dit gebeurt door die vogels te meten met een liniaal. Eerst van snavelpunt tot het einde van de staart, daarna – om de spanwijdte van de vleugels te bepalen – van rechter- tot linkervleugelpunt. Op die manier kun je van vogels zeggen of ze klein, middelgroot of groot zijn. Verder komen – zoals hierboven gezegd – 26 vogels één na één aan bod. Elke vogel wordt ook duidelijk afgebeeld. Waar het om grote vogels gaat, zijn de pagina’s uitklapbaar.

Strauss, D. (2016). Wie is hier de grootste? Onze vogels op ware grootte. Quebec: Fontaine.