JONGE KLEUTERS

la vagueDit tekstloos prentenboek laat bladzijde na bladzijde zien hoe een klein meisje gefascineerd is door de zee. Door alles wat het meisje doet aan de rand van het water, lijkt er een soort interactie te ontstaan met de zee. Die interactie eindigt met een grote golf die over het meisje spoelt, het meisje in eerste instantie verbouwereerd achterlaat tot ze de ‘gaven’ van de zee ontdekt: een schat aan zeesterren en schelpen. Een erg prettig detail zijn de meeuwen die op elke bladzijde aanwezig zijn en het meisje als het ware imiteren. Pas op de voorlaatste bladzijde komt mama tevoorschijn en breit de auteur een rustig einde aan het boek. Suzy Lee gebruikt prachtige wit-, blauw-, en grijstinten die de zee volledig tot haar recht laten komen.

Lee, S. (2009). La vague. Parijs: Kaléidoscope.


Mama kwijtAl slapend valt een uilenjong uit zijn nest en verliest het contact met zijn mama. Eekhoorn wil hem helpen zijn mama terug te vinden. Maar de gebrekkige beschrijving van het uilenjong zorgt ervoor dat niet meteen de juiste mama gevonden wordt. Zowel geschikt voor jongere kleuters omwille van de inhoud als voor oudere kleuters omwille van de humor.

Haughton, C. (2014). Mama kwijt. Haarlem: Gottmer.


Mama, jij bent de liefsteTedere en realistische beschrijving van een kleuter (konijn) die om allerlei redenen boos is op mama. Het allerergste is dat mama niet met hem wil trouwen. Dus rest er maar één mogelijkheid: weglopen. Hoewel…

Sakai, K. (2005). Mama, jij bent de liefste. Wielsbeke: De Eenhoorn.

 

 

 


de-nachtDit is geen prentenboek in de gebruikelijke betekenis van het woord, omdat het om 1 uitvouwbare bladzijde – ongeveer 2 meter lang – gaat waarvan de bovenzijde telkens anders is uitgesneden. Je ontdekt er hoe het maanlicht weerkaatst in de vijver en hoe in dat maanlicht allerlei nachtdieren zichtbaar worden. De uitvouwbare pagina is volledig uitgevoerd in blauw- en zwarttinten met witte en gele accenten. Door een bijzondere techniek – glow-in-the-dark – kan je dit boek ook in het donker bekijken. Het boek is bijna tekstloos met uitzondering van de benaming van de nachtdieren aan de ene zijde van de uitvouwbare pagina en op de andere zijde de zeer korte beschrijving van de activiteiten van die nachtdieren. Veel kans om allerlei dingen te ontdekken! Bekijk het boek op https://www.youtube.com/watch?v=hY1NHky8khc.

Dexet, H. (2016). De nacht. Wielsbeke: De Eenhoorn.


gekke tante agaatGekke tante Agaat komt oppassen. Mama en papa hebben een lijst geschreven met wat wel en wat niet mag. ‘Handig’, zegt tante Agaat. De kinderen zijn er aanvankelijk niet gerust in, maar zijn verrassend enthousiast wanneer mama en papa thuiskomen.

Cobb, R. (2014). Gekke tante Agaat. Antwerpen/Rotterdam: C. de Vries-Brouwers.

 

 

 


de grote groene wei

Terwijl ze een vlinder achterna gaat, verdwaalt een klein meisje in een grote, groene wei. Met veel verwondering kijkt ze naar alles wat er in die wei te zien is.

Sakai, K. (2014). De grote groene wei. Wielsbeke: De Eenhoorn.

 

 


Fiet wil rennenFiet de struisvogel wil maar een ding: rennen. Op een dag verhindert de wind dat, maar Fiet moet en zal rennen.

Dumon Tak, B. & Smit, N. (2010). Fiet wil rennen. Amsterdam/Antwerpen: Querido.

 

Klik hier voor de voorgelezen versie van ‘De Leesplein Voorleesdagen’.


sinterklaasDit groot formaat prentenboek vertelt op een zuiver visuele manier – het boek bevat geen tekst enkel 13 illustraties – alles wat een kind moet weten rond het feest van Sinterklaas op 5 december. En als we zeggen ‘alles’ dan bedoelen we ook werkelijk ‘alles’. Van de Spaanse achtergrond van de Sint – een huis met vijf verdiepingen in Spanje want alle Pieten wonen in bij de Sint, een pakjeshangar compleet met oefenschoorstenen, herkenbare Spaanse gebouwen, …- over de manier waarop de Sint aan al dat speelgoed en dat lekkers komt tot het laden van de stoomboot (binnenaanzicht van de boot!), de reis naar Nederland inclusief de inspectie van de hulpsinterklazen door de echte Sint, de aankomst in Nederland en ga zo maar door. Zelfs wat de Sint doet na 5 december krijgt een plaatsje in dit boek met misschien als grootste verrassing dat in het huis van de Sint in Spanje ook opvang is voorzien voor oude pieten (met of zonder rollator). Te veel om op te noemen dus!

Dematons, C. (2007). Sinterklaas. Rotterdam: Lemniscaat.


 

Fabians feest.pngFabian maakt zich klaar om samen met zijn moeder naar een groots feest te gaan. Het wonderlijke feest is helemaal zoals hij het zich had ingebeeld: taxi-olifanten, lollybomen, een gracht vol limonade en een taart zo groot als een plein. Dit prentenboek is een heerlijke ode aan het feest van de verbeelding met de kleurrijke, bladvullende illustraties van Törnqvist in de overtuigende hoofdrol.

Törnqvist, M. (2016). Fabians feest. Amsterdam: Querido.

 


Blommetjes

De Canadese afdeling van IBBY heeft met dit prentenboek een project voor Syrische vluchtelingenkinderen opgezet. Elk kind krijgt bij aankomst het prentenboek cadeau. Er zit telkens een bibliotheekkaart en toelichting in verschillende talen bij om ouders aan te zetten om met hun kinderen de plaatselijke bibliotheken te bezoeken.

Bekijk de trailer om het tekstloze prentenboek te leren kennen:

https://www.youtube.com/watch?v=50YbsqkW9-c.

Lawson, J. (2016). Blommetjes. Elburg: Karmijn.


Sneeuw!Prachtig geschreven en geïllustreerd winterverhaal over een klein konijntje dat niet
naar school hoeft omdat het sneeuwt en wiens papa – piloot – door diezelfde sneeuw niet naar huis kan komen. Het verhaal toont in mooie wit-grijs en grijs-geel tinten de sfeer en de melancholie die een dag vol sneeuw kan oproepen.

Sakai, K. (2008). Sneeuw! Wielsbeke: De Eenhoorn.

 


c'est toi le printemps?

Voor de jongste telg van familie Konijn kan het niet snel genoeg lente zijn: hij is de dagelijkse notensoep tijdens de winter meer dan moe. Bovendien is hij nog te klein om samen met zijn broers op de takken van de bomen te springen. Op een koude winternacht wordt hij wakker en denkt hij de lente te horen. ‘C’est toi le printemps’ toont de kinderlijke verwondering over de aankomende lente in zachte kleuren en frisse beelden. Het enthousiaste konijntje en de eerste bloemen die kleur brengen in het kille landschap tonen een frisheid die we tijdens de winter bijna vergeten waren.

Okada, C. (2014). C’est toi le printemps? Parijs: Seuil jeunesse.


OUDERE KLEUTERS

een wereld van verhalenEen wereld van verhalen’ is zonder twijfel een van de mooiste prentenboeken die het afgelopen jaar zijn uitgegeven. Het meisje op de cover ontmoet tijdens een zeiltocht op een zee van woorden een kleine jongen, die er wat treurig bij staat. Ze neemt hem mee op avontuur langs de eindeloos boeiende wereld van verhalen. De lezer ziet hoe de fantasierijke verhalenwereld de kleine jongen bladzijde na bladzijde een kleurrijker en magischer leven bezorgt. De illustraties zijn grotendeels opgebouwd uit tekstfragmenten uit de klassieke jeugdliteratuur. Dat maakt dat dit relatief eenvoudige verhaal bij elke lezing nieuwe ontdekkingen te bieden heeft. Elke boekenliefhebber – ongeacht de leeftijd – zal verheugd zijn met deze prachtige ode aan verhalen. ‘For imagination is free.’
Bekijk ook de trailer bij het boek, je zal het je niet beklagen:https://www.youtube.com/watch?v=vUmUAXPrSZM.

Winston, S. (2016). Een wereld van verhalen. Hoorn: Hoogland en van Klaveren.


and then it's springDit boek opent met een bruin en kaal decor waarin de lente totaal niet valt te bespeuren. Toch is het net in die bruine aarde dat een jongetje de zaadjes voor de lente plant. Vervolgens observeert hij de omgeving terwijl hij lange tijd verlangend uitkijkt naar het uitkomen van zijn zaadje. Het wachten duurt lang, maar wordt rijkelijk beloond door het gestage groeien en bloeien van de natuur in de lente. Uiteindelijk is het decor helemaal omgetoverd tot een decor boordevol tinten groen. Het duo Fogliano-Stead weet als geen ander het hopend wachten op de lente in woord en beeld te brengen. Bekijk hieronder de trailer en klik hierom het volledige verhaal voorgelezen te krijgen.

Fogliano, J. (2012). And then it’s spring. New York: Roaring Brook Press.


de-beste-geweldigste-meest-fantastischeIn dit hilarische prentenboek dat behoorlijk wat tekst bevat, maken we kennis met Dirk en zijn drie opa’s. Dirk heeft ook drie oma’s, maar die werden zo gek van de drie opa’s dat ze aan de overkant van de straat zijn gaan wonen. De drie opa’s hebben voor Dirk een krakkemikkige fiets in elkaar gezet. Daarmee moet Dirk naar school. Wanneer Dirk opmerkt dat zijn fiets toch wel erg gammel is, beginnen de opa’s tegen elkaar en tegen Dirk op te scheppen op wat voor vreselijke fietsen zij veel verder naar school moesten. Van vierkante, houten wielen over 1 trapper tot enkel een stang om naar school te hoppen. De reisweg was ook niet van de poes: de hoogste bergen, het meeste sneeuw, zoveel regen dat je een snorkel nodig had en de school lag ellendig ver weg. Zo ver dat je niet alleen erg vroeg moest opstaan maar dat je moest opstaan net voor je naar bed zou gaan. En zo gaat dit heerlijke prentenboek nog een beetje verder in overdrijvingen. De opa’s zien er op zijn zachtst gezegd excentriek uit en nemen een belangrijke plaats in op de illustraties in verschillende formaten. Vier- en vijfjarigen (met of zonder fantasie) zullen hiervan genieten!

Klik hier om de voorgelezen versie te bekijken.

Schutten, J. P. (2015). De beste geweldigste meest fantastische opa’s ter wereld. Haarlem: Gottmer.


Kleine nachtverhalenKitty Crowther is in een Belgische illustrator die in 2010 de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award mocht ontvangen voor haar gehele oeuvre. In haar nieuwste prentenboek ‘Kleine nachtverhalen’ bewijst ze eens te meer dat ze haar plaats in de indrukwekkende lijst winnaars waard is. In dit verhaal vraagt Kleine Beer aan Mama Beer drie verhaaltjes voor het slapengaan. Meer dan drie keer ‘alsjeblieft’ herhalen, is niet nodig om zijn moeder te overtuigen. Er volgen drie sprookjesachtige verhalen die elk gelinkt zijn aan het slaapritueel. We maken kennis met de Slaapbewaakster, het jonge meisje Zohra dat verloren in het bos bij een vleermuis blijft slapen en een man die niet kan slapen tot hij zijn vriend-dichter de otter bezoekt. De verhalen zijn heerlijk troostend met hun klassieke opbouw en positieve afloop. De felle kleuren – waaronder het bijna overdadig gebruik van fluo roze –  en de dynamiek in de tekeningen blazen het verhaal extra leven en veel humoristische details in. Elke lezer zal voor het slapengaan dezelfde rust zal vinden als Kleine Beer die aan het einde van de drie verhalen samen met de drie hoofdpersonages de nacht ingaat.

Crowther, K. (2017). Kleine nachtverhalen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


De leeuw en het vogeltjeVriendschap is mooi maar kan ook pijn doen. Dat is de essentie van het verhaal van dit suggestief en subtiel geïllustreerde prentenboek. Op een dag tijdens de herfst valt een vogeltje neer in de tuin van Leeuw. Leeuw verzorgt de gewonde vleugel van het vogeltje en al snel ontwikkelt zich een vriendschap tussen beiden. Leeuw neemt vogeltje overal mee naar toe; eerst tussen zijn warme manen, later wanneer het winter wordt in zijn muts met een gaatje in. Dan wordt het lente en de vogels komen terug. Het vogeltje wordt onrustig en Leeuw neemt afscheid. Maar wanneer de herfst terug in het land komt, kijkt Leeuw verlangend naar de lucht. Dan verschijnt op een volledig witte bladzijde een trillende muzieknoot …

Dubuc, M. (2014). De leeuw en het vogeltje. Amsterdam: Querido.


Nooit denk ik aan niets

Door de uitgesproken muzikaliteit is deze bundel bijzonder geschikt om uit voor te lezen. Het taalplezier druipt ervan af. Een uniek poëzieprentenboek, eentje waar een kind van groeit, en een volwassene zich een blij kind bij voelt. (Patrick Jordens in De Morgen)

VEREN
van alle veren die ik vind
maak ik mijzelf een vogel
hocus pocus icarus
ik word een verenkind
ik leer zwemmen in de lucht
en duiken in de wind

Hagen, H., Hagen, M. & Dematons, C. (2015). Nooit denk ik aan niets. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


de-tuinman-van-de-nachtDe makers van dit boek baseerden zich voor het verhaal op hun eigen vader die van hun tuin een jungle maakte omdat hij zo van bomen hield. De tuinman in dit boek verschijnt op een dag in een stadje en slaagt erin de wonderlijkste figuren aan bomen te onttrekken door ze te knippen en te trimmen. Dat lukt uiteraard alleen ‘s nachts! En omdat er zoveel bomen zijn, kan de tuinman wel wat hulp gebruiken en leidt hij op een nacht Willem de weesjongen op om zijn werk verder te zetten. Hoewel de seizoenen het werk van de tuinman een beetje laten verdwijnen en de tuinman zelf ook plots verdwijnt, kan Willem bij elke nieuwe boom en in elke lente opnieuw aan de slag gaan om leven en vrolijkheid in het stadje te brengen.

Fan, T. & E. (2016). De tuinman van de nacht. Amsterdam: Leopold.


grote woordfabriekOoit bestond er een land waar de stilte heerst. Spreken kan er alleen als je woorden koopt. Alle woorden worden er gemaakt in ‘de grote woordfabriek’. Sommige woorden zijn heel duur, andere goedkoop en soms, heel soms, vliegen er woorden door de lucht en met wat geluk kun je die vangen. Florian, het hoofdpersonage van dit boek, heeft er drie gevangen en die wil hij geven aan Siebelle die ‘onuitsprekelijk’ lief is. Florian heeft een vijand, Oscar. Hij heeft rijke ouders en heeft een heleboel woorden gekocht om zijn liefde aan Siebelle te verklaren en haar te imponeren.  Gelukkig is Siebelle meer onder de indruk van ‘pannenlapje’, ‘kersenrood’ en ‘stoelendans’… Op de paginagrote illustraties zijn overal letters te vinden. Bovendien komen er steeds meer rode en oranje accenten in de bruintinten naarmate het duidelijker wordt dat Siebelle de liefde van Florians leven is. En zo eindigt dit verhaal in woord en beeld in een zachte warmte.

De Lestrade, A. (2009). Het land van de grote woordfabriek. Wielsbeke: De Eenhoorn.


OnderwegWat alle dagen in de berichtgeving terugkomt, wordt op kindermaat vertaald in dit prentenboek. De waarheid wordt niet geschuwd, maar we krijgen ze te zien door de ogen van een jonge vluchtelinge die samen met haar moeder haar eigen land ontvlucht. Er is sprake van een lange bootreis, treinen en grenzen en daarbij wordt bv. de vergelijking gemaakt met de vogels waarvoor geen landsgrenzen bestaan. Toch is er ook hoop in dit boek. In de eerste plaats d.z. de vastberadenheid, het doorzettingsvermogen en de troost die de moeder altijd weer biedt. Maar zeker ook door het open einde waarin de jonge vluchteling de hoop uitspreekt terecht te kunnen komen in een land waar plaats is voor hen. Kleurgebruik en illustraties in eerder gedempte kleuren ondersteunen de tekst en schetsen zonder woorden een beeld van de dingen waarmee vluchtelingen in aanraking komen. Echt een bijzonder boek!

Sanna, F. (2016). Onderweg. Leuven: Davidsfonds-Infodok.


Mijnheer Eekhoorn en de eerste SneeuwDe drie hoofdpersonages in dit verhaal, Mijnheer Eekhoorn, Egel en Beer, hebben nog nooit sneeuw gezien. Dat komt omdat ze het grootste deel van de winter in hun hol blijven om te slapen zeker als het koud is. Maar omdat ze gehoord hebben dat sneeuw erg mooi is, nemen ze het besluit ditmaal wakker te blijven tot de eerste sneeuw gevallen is. Hoe ze zich die sneeuw moeten voorstellen, weten ze echt niet. Ziet sneeuw eruit als tandenborstels als witte blikken, als witte sportsokken, …? Wanneer de sneeuw dan valt, vallen de drie dieren helemaal stil van verbazing omwille van de schoonheid van de vlokken die het landschap helemaal veranderen. Warm, winters prentenboek om knus voor te lezen als de ochtendschemering nog niet helemaal uit de klas geweken is en het buiten sneeuwt.

Meschenmoser, S. (2007). Mijnheer Eekhoorn en de eerste Sneeuw. Hoorn: Hoogland en Van Klaveren.


Het boekVader en dochter Tolman gingen samen op reis naar Argentinië en verzamelden hun indrukken in hun nieuwste woordeloze prentenboek ‘Het boek’. Vader Tolman zorgde voor de etsen, dochter Marije voegde er de tekeningen aan toe. Het resultaat is een ode aan lezen en verbeelding. We zien bij de aanvang van het boek een olifant die uit een storm van boeken een exemplaar uitkiest en vervolgens al lezend op stap gaat. De verschillende dieren die zijn pad kruisen, reageren nieuwsgierig, maar maken niet meteen aanstalten om zelf ook te gaan lezen. Pas na een volgende boekenstorm lijkt het tij toch wat te keren… De ogenschijnlijk magere verhaallijn bedriegt. Wie de tijd neemt om het prentenboek meerdere keren te lezen ontdekt de details en mogelijkheden van verbeeldingskracht. Net als de nieuwsgierige dieren moeten we de olifant dus genoeg tijd gunnen om overtuigd te geraken van de kracht van ‘Het boek’. Succes verzekerd.

Bekijk de trailer om een inkijk in ‘Het boek’ te krijgen: https://www.youtube.com/watch?v=a4Dr-upEXTA.

Tolman, M. & R. (2017). Het boek. Amsterdam: Querido.


de steltenloperOp een dag breekt het hoofdpersonage van dit tekstloze prentenboek zijn hut in het bos af. Van het hout maakt hij stelten en reist daarmee de hele wereld rond.

De Leeuw, M. (2012). De steltenloper. Tielt: Lannoo.

 

 

 

 

 


Alle verhalen van Beatrix PotterNaast de prachtige illustraties vol levendige en natuurgetrouwe details hou ik ook van de verhalen van Beatrix Potter omwille van haar no nonsens-verteltrant. Een voorbeeld: ‘Kinderen,’ zei Moeder Konijn op een ochtend, ‘jullie mogen buiten spelen. Maar denk er wel aan dat je niet in de moestuin van Meneer Verhoef komt. Daar is jullie vader iets vreselijks overkomen; mevrouw Verhoef heeft een pastei van hem gemaakt.’  De dieren beleven avonturen die dicht bij de leefwereld van jonge kinderen staan en zien er met hun schoenen, jassen, mutsen en schorten erg menselijk uit. Alle bekende figuren komen aan bod: Eekhoorntje Hakketak, Minetje Miezemuis, Pieter Konijn, … Daarnaast zijn in deze bundel vier verhalen toegevoegd die voorzien zijn van commentaar over de periode waarin Beatrix Potter deze verhalen schreef en de illustraties maakte. Het samengaan van tekst en illustraties zorgt ervoor dat de bundel een warme sfeer uitstraalt. De boeken zijn prachtig uitgegeven en zitten samen in een mooie cassette. Een echt hebbeding voor de liefhebbers.

Potter, B. (2006). Alle verhalen van Beatrix Potter. Amsterdam: Ploegsma. 


Het lied van de blauwe pinguin‘Ben jij wel een echte pinguïn?’ vroegen de andere pinguïns.
‘Ik voel me een pinguïn,’ 
zei Blauwe Pinguïn.
‘Maar je bent niet zoals wij,’ zeiden de andere pinguïns en liepen 
weg.

De blauwe pinguïn is niet zoals de anderen. Toch is hij een pinguïn. Dankzij zijn eigen lied en een ontluikende vriendschap sluiten de anderen hem uiteindelijk toch in hun hart. Het sfeervolle prentenboek sluit perfect aan bij de actuele vluchtelingenproblematiek en legt op kleuterniveau uit hoe het voelt om een ander lied te zingen.

Horacek, P. (2015). Het lied van de blauwe pinguïn. Rotterdam: Lemniscaat.


papa past precies

Een meisje met een supermama plaatst samen met die supermama een advertentie om een superpapa te vinden. Er dagen verschillende kandidaten op maar ze blijken stuk voor stuk wel iets te kort te hebben. Uiteindelijk blijft er maar één over…

Cali, D. (2006). Papa past precies. Wielsbeke: De Eenhoorn.


ga-toch-fietsenWillem en Boese zijn de beste vrienden maar ook die maken wel eens ruzie. Op een dag, tijdens zo’n ruzie, roept Willem: “Ga toch fietsen!” en dat doet Boese. Hij fietst en fietst en fietst door allerlei landschappen en  door allerlei (verkeers)situaties. De illustraties beslaan telkens een dubbele bladzijde in dit grote prentenboek en krioelen van voertuigen bestuurd door dieren en dieren in alle mogelijke situaties. Daardoor is Boese vinden al een opdracht op zich. De tekst is in dit boek niet zo belangrijk behalve dan dat hij aanduidingen – meestal doordenkertjes -geeft van waar Boese zich bevindt. Prachtig geïllustreerd prentenboek dat in het kader van verkeersopvoeding op een erg prettige manier een substantiële bijdrage kan leveren.

Akveld, J. (2014). Ga toch fietsen! Amsterdam: Querido.


De koe die in een boom klomKee is een avonturier: ze houdt van fantaseren en gaat ook op zoek naar nieuwigheden in en buiten haar omgeving. Haar zussen vinden al dat dromen maar niets en geloven geen van de verhalen die Kee meebrengt na haar avonturen. Tot de zussen Kee gaan zoeken om haar definitief terug mee naar huis te nemen … Heerlijk hoe kinderlijke ontdekkingsdrang en nieuwsgierigheid met humor in woord en beeld gevierd worden in dit prentenboek.

Merino, G. (2015). De koe die in een boom klom. Rotterdam: Lemniscaat.


Sneeuwwitje breit een monsterSneeuwwitje is een geit met ambitie. Ze wil wel eens iets anders breien dan de gewoonlijke geitenwollen sokken. Na de eerste levensechte geitjes, breit Sneeuwwitje een grote bruine wolf. Die eet mevrouw Schaap op. Sneeuwwitje bedenkt een plan om haar te redden.

Van Haeringen, A. (2014). Sneeuwwitje breit een monster. Amsterdam: Leopold.

 

 


dikke-vriendenDe drie dikke vrienden zijn boerderijdieren m.n. Frans de Haan, Johnny Muis en Herman Knorrema. De achtergrond waartegen hun avonturen zich afspelen is dan ook het uitgestrekte platteland waarin hun boerderij zich bevindt. Je ziet het drietal dingen doen die normaal gesproken echt niet door dieren gedaan worden zoals bv. fietsen en zeilen.Hun avonturen zijn in mooie kleuren weergegeven op grote aquarellen die bijna de hele pagina vullen. De tekst is eenvoudig en bevat ook een aantal leuke rijmpjes. Het verhaal rond de drie vrienden getuigt vooral van veel humor en is hartverwarmend.

Heine, H. (1991). Dikke vrienden. Haarlem: Gottmer.


het jaar van de dasWie met de kleuters wil associëren rond de seizoenen is met dit boek zeker aan het juiste adres. De illustraties bij dit boek dat een das volgt doorheen de verschillende seizoenen zijn gemaakt volgens de scratchboardtechniek en dat alleen al geeft een bijzonder effect. Het boek bevat weinig tekst. Vooral poëtische woorden die horen bij elk seizoen en die in een bepaalde kleur en een bepaald lettertype zijn weergegeven. Echt taalstimulerend!

De Cock, N. (2011). Het jaar van de das. Haarlem: Gottmer.


Een boom vol herinneringenVos is oud en moe en sterft. De dieren treuren om hem maar al gauw halen ze herinneringen aan hem op. Het wordt een ware ‘boom’ van herinneringen en kijk… midden op de plek waar ze altijd samenkomen, komt een klein boompje met oranje vruchtjes te voorschijn. Op die manier blijft Vos altijd in hun midden.

Teckentrup, B. (2013). Een boom vol herinneringen. Haarlem: Gottmer.

 


Mare en de dingen

Oma en Mare zijn twee handen op één buik, een duo dat blaakt van levenslust. Tot Oma ziek wordt en haar spraakvermogen verliest. Voor heel veel mensen die Oma omringen een probleem, maar niet voor Mare. Zij vindt een manier om toch nog met haar oma te kunnen communiceren. Zij is de enige die begrijpt wat Oma zegt want: ‘Ze las het in haar ogen en plukte de letters uit grootmoe’s mond. Voorzichtig. Want grootmoe was traag geworden. Heel erg traag.’ De tekst van het verhaal zit echt op niveau van de doelgroep en dat zorgt voor reflectie. Daarom is dit boek uitermate geschikt voor een gesprek met kleuters over ziek zijn, afscheid nemen van iemand zoals die altijd geweest is en omgaan met verandering.

Mortier, T. (2009). Mare en de dingen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


derk das

Derk, een das op jaren, voelt dat zijn einde nadert en heeft daar vrede mee. Hij voelt immers dat zijn lijf versleten is en denkt aan zijn eigen stramme poten wanneer hij de andere dieren ziet huppelen en rennen. Hij is wel bang dat zijn vrienden om hem zullen treuren en daarom schrijft hij hen een brief. Die avond sterft Derk Das. De auteur verhaalt het stervensproces als een droom van Derk die zichzelf door een lange tunnel ziet gaan, zijn stok niet meer nodig heeft en lijkt te zweven… De volgende morgen reageren de dieren verslagen, zelfs als Vos hen de brief van Derk voorleest. Bovendien wordt het winter en dat zorgt ervoor dat de meeste dieren eenzaam en verdrietig in hun hol zitten. Enkel Vos wandelt soms door het bos en houdt dan een praatje over Derk. Gelukkig volgt op de winter altijd de lente. De dieren zijn blij uit hun holen te kunnen komen. In lange samenkomsten halen ze herinneringen op aan Derk Das. En terwijl de sneeuw langzaam wegsmelt, verdwijnt al pratend hun verdriet om Derk.

Varley, S. (2006). Derk Das blijft altijd bij ons. Rotterdam: Lemniscaat.


doodgewoonDeze gedichtenbundel heeft de dood als onderwerp. De bundel heeft niet alleen dit onderwerp gemeen met het prentenboek van Susan Varley maar ook de benadering van de gevoelens die bij afscheid nemen horen én het harmonieuze samenspel van tekst en illustraties. Toch zit er in deze bundel – juist omdat het niet om één verhaal gaat – een erg grote diversiteit. De bundel start met een gedicht waarin de vraag gesteld wordt hoe het leven zou zijn als het niet eindig was. Het volgende gedicht behandelt de vraag naar de hemel. Ook de dood van huisdieren en de impact die dat heeft op hun baasjes komt aan bod. Sommige gedichten zijn luchtig en humoristisch gebracht. Hij was mijn verjaardag vergeten / Hij liep door de stad zonder jas / Hij vroeg aan mijn zus hoe ze heette / Hij stopte zijn krant in de was / Hij kon geen spaghetti meer koken / Hij smeerde de saus op zijn brood / Hij was weer begonnen met roken / En zomaar opeens was hij dood / Gewoon in zijn slaap overleden / Eerst was hij alleen maar verstrooid / Nu dwarrelt zijn as naar beneden en is hij verstrooider dan ooit. Maar van de gedichten die het definitieve karakter van de dood benadrukken, de wanhoop bij een zelfmoord of het gemis van de gestorvene, raak je als lezer ondersteboven. In dertien strofen het gemis beschrijven is pakkend. Bij wijze van voorbeeld de eerste en de laatste strofe van de 13: Ik mis je achter op de fiets / ik mis je in de trein/ ik mis je bij de H&M / en bij de Albert Heijn. // Ik mis je als ik keelpijn heb / ik mis je als ik val / Ik mis je nergens echt het ergst / maar altijd overal. Het sterven van een klasgenoot komt aan bod Nu zit ik naast de leegste/lege stoel die er bestaat / Hij komt niet meer terug. / Niet meer. / Hij komt nooit meer / te laat. Net als de wereld die doordraait ook al is er iemand gestorven.
Sylvia Weve, de illustrator, hanteert een divers kleurenpalet maar de roodbruine tinten overwegen. Door de mooie lay-out waarin ook met halve bladzijden wordt gewerkt, lopen illustraties soms door van de ene in de andere bladzijde. De illustraties zorgen er altijd voor dat de gedichten nog beter tot hun recht komen.

Westera, B. (2014). Doodgewoon. Haarlem: Gottmer.


Held-op-sokken-coverDe middeleeuwse ridders in Held op sokken hebben lange baarden. De jonkvrouwen staan in de rij om hun heldhaftige verhalen te aanhoren. Ridders zonder baarden tellen niet mee. Ze zijn enkel goed voor de vaat, de poets, de moestuin… Gelukkig is er slechts één ridder die noch een baard, noch straffe avonturenverhalen heeft. Toch stapt hij als eerste met een van de jonkvrouwen in het huwelijksbootje. Het geheim zit in zijn recept voor heerlijke drakenballen.

Westera, B. (2013). Held op sokken. Haarlem: Gottmer.


jijbentddeliefsteWe kunnen niet anders dan dit prenten-poëzieboek hier vermelden. De zonnebloemenzee waarmee deze website opent, werd oorspronkelijk getekend voor het gedicht met dezelfde naam dat in deze bundel te vinden is. (Gelukkig gaf Marit Törnqvist ons de toelating de illustratie voor onze website te gebruiken.) In Jij bent de liefste komt deze illustratie na de intens blauwe hemel met Wolken en na de eerder grijze prent die hoort bij Zon kom op. In een zuiders gele zee van zonnebloemen varen twee bootjes. In die zin is deze illustratie – eigenlijk net als alle andere in dit boek –  een gedicht op zich. Het ‘echte’ gedicht waarvan de Hagens de auteur zijn, is doorheen de illustratie gedrukt en gaat als volgt:  zonnebloemen draaien / met de zon mee / van vroeg tot laat / met de zon mee / tot hij ondergaat / ‘s nachts / draaien zonnebloemen / langzaamaan / niet vlug / ‘s nachts / draaien  zonnebloemen/ zachtjes terug/ tot de zon komt / met de zon mee/ zonnebloemenzee// Alle gedichten in deze bundel behandelen ervaringen en/of gevoelens van kleuters die filosoferend en met verwondering naar de wereld kijken.

Hagen, H. & M. (2000). Jij bent de liefste. Amsterdam: Querido.


COV_Kunst met taart.inddKhing (voornaam), Thé (achternaam) en Tjong (gemeenschappelijke naam die alle zoons van dezelfde generatie delen) is een Chinees-Nederlandse illustrator die 83 jaar geleden in Indonesië geboren werd. Zijn hoge leeftijd maakt hem niet minder productief, want sinds 2015 is er van hem ook nog een boek over Jeroen Bosch verschenen. Kunst met taart is zo bijzonder omdat het niet alleen een erg mooi  prentenboek is maar tegelijkertijd ook een kunstboek en een zoekboek. Het prentenboek is tekstloos zodat de lezer/kijker op elke bladzijde zelf een verhaal kan verzinnen. Dat is niet zo moeilijk juist omdat de verschillende personages steeds terugkeren zij het in andere soms vreemde constellaties. Doorheen het prentenboek krijgt de lezer/kijker een onbewuste rondgang doorheen de kunstgeschiedenis. Denk aan de beroemde ‘Golf’ van Hokusai  of aan het korenveld dat Van Gogh zo meesterlijk schilderde. Maar ook Kandinsky, Dali, Rousseau, Gauguin, Rodin, … komen aan bod. Achter- en vooraan in het boek vind je referenties naar de echte kunstwerken waarvan Thé-Tjong Khing zich de stijl zo meesterlijk eigen maakt en ze tegelijkertijd zijn eigen stempel geeft. Tenslotte is dit boek ook een zoekboek want zoals in alle ‘taart-boeken’ van deze auteur is er een diefstal en moet deze opgelost worden.

Thé Tjong, K. (2015). Kunst met taart. Tielt: Lannoo.


77040_Cover_Lionni-Frederick_6.Aufl._11.5.2010:77040_Cover_LionnDit poëtisch-filosofische prentenboek kende zijn eerste druk in 1974. Het verhaal is dus behoorlijk oud, maar nog steeds actueel. Alle muizen zijn economisch rendabel want ze verzamelen wintervoorraad zo hard ze kunnen. Allemaal behalve 1 muis, Frederick. Hij verzamelt beelden van de zomer en herinneringen aan zomerkleuren en ook woorden. De andere muizen vinden dat maar niks: “Waarom werk jij niet, Frederick?”, “Droom je soms, Frederick?” Telkens opnieuw ontkent Frederick dat. Wanneer de winter maar blijft voortduren en de voedselvoorraad van de muizen zienderogen slinkt, zorgt Frederick ervoor dat de muizen op de been blijven. Dat doet hij door de door hem verzamelde woorden en beelden met hem te delen. Bv. “Doe je ogen maar weer dicht’, zei Frederick. En hij vertelde over de blauwe korenbloem, de rode klaprozen in het gele graan en het groene blad van de bessenstruik. Toen zagen ze al die kleuren weer voor zich, zo duidelijk alsof hun eigen gedachten ermee opgeschilderd waren.” Pas dan beseffen de muizen de waarde van Fredericks werk.  Hoewel dit verhaal op het eerste zicht niet zo eenvoudig lijkt te zijn maakt het op een speelse manier duidelijk dat iedereen competenties heeft ook al kunnen die erg verschillend zijn én dat er meer is in het leven dan economische rendabiliteit. Dat laatste thema zorgt ervoor dat dit verhaal ook geschikt is voor volwassenen. Voor de illustraties hanteert Lionni (+1999) knip- en scheurtechnieken met allerlei papiersoorten. Dit leidt niet alleen tot bijzondere aandacht – bv. voor de kleuren van de bloemen en voor de zonnestralen die in het verhaal een belangrijke rol spelen – maar tegelijkertijd krijgt alles wat alle muizen doen bijzondere aandacht. Denk aan twee kleine muizen die een grote maiskolf dragen of aan het rugaanzicht van Frederick terwijl hij kleuren verzamelt.

Lionni, L. (2011). Frederick. Utrecht: VBK Media.


blauwe vinvisHoofdpersoon in dit informatieve verhaal is een jongetje dat een boek leest over de blauwe vinvis. of is de hoofdpersoon de blauwe vinvis zelf? de lezer mag kiezen. Zeker is dat de jonge lezer zich zal identificeren met het jongetje. En dat is goed want als je het jongetje bovenop 55 op elkaar staande nijlpaarden ziet staan, dan pas besef je hoeveel die vinvis – het grootste dier ter wereld – weegt. Of als je op zoek bent naar het jongetje tussen de vele vliegtuigen, dan ontdek je wat een luidruchtig dier de vinvis is. De illustraties lopen telkens over een dubbele bladzijde en de verhoudingen zijn consequent aangehouden. Het oog van de vinvis is bv. op ware grootte getekend en in zijn muil kunnen 50 mensen een plaatsje vinden. Die staan er dan ook in. Mooie verwevenheid van verhaal en informatie in een sfeervol maar realistisch getekend prentenboek.

Desmond, J. (2015). De blauwe vinvis. Rotterdam: Lemniscaat.


victor jan valentijn visVictor woont naast een bejaardenhuis. Alle oude mensen – ze worden in het boek één na één voorgesteld  met hun eigenaardigheden bv. een stem als een klok – houden van hem en hij van hen. Maar het allerliefste vindt hij “Juffrouw Josefina Albertina Fieldeldij Dop omdat ze 4 namen had, net als hij.” Op een dag hoort Victor Jan zijn ouders zeggen dat het toch erg is dat juf Fina  – gemakkelijker dan de vier namen – haar geheugen en dus haar herinneringen kwijt is. Daar wil Victor Jan iets aan doen. Eerst gaat hij bij de verschillende bejaarden op zoek naar de betekenis van het woord ‘herinnering’. Hij krijgt antwoorden die variëren van “Iets warms, mijn kind, iets warms” over “Iets dat je aan het lachen maakt, liefje, iets dat je aan het lachen maakt.” tot “iets kostbaars, jongeman, zo kostbaar als goud.” Dan besluit hij herinneringen voor juf Fina te zoeken. Hij verzamelt allerlei spullen: een ‘warm’ ei uit het nest van de kippen, een marionet waar iedereen altijd om moest ‘lachen’, zijn eigen voetbal “zo kostbaar als goud” en nog veel meer. Wanneer hij die tevoorschijn haalt bij juf Fina begint de oude dame spontaan over vroeger te vertellen. “En ze keken elkaar stralend aan omdat het geheugen van juf Fina was terug gevonden door een kleine jongen, die bovendien nog niet zo oud was.”
De illustraties in zachte pasteltinten schetsen een realistisch maar tegelijkertijd relativerend beeld van bejaarden in een bejaardentehuis en sluiten erg mooi aan bij de tekst.

Fox, M. (1992). Victor Jan Valentijn Vis. Naarden: Middernacht Pers.


man in de wolkenOpeens woont er in een huis boven op de berg een man. In het huis van de man hangt een schilderij. “Een landschap, zo mooi, zo schitterend leeg, zo moet het geweest zijn toen de wereld begon.”De mensen uit het dorp komen graag kijken naar het schilderij en dan brengen ze voor de man iets mee: een fles wijn, een kastanje, een mandje paddenstoelen, … Want alleen al door te kijken, vergaten de mensen hun zorgen en verdriet. “‘Er waren er ook die vaker kwamen, zoals de geitenhoeder die door de kinderen in het dorp werd uitgejouwd en uitgelachen. Hij kwam heel vaak langs, net als het schelpenmeisje dat van de ene op de andere dag was gestopt met praten, of de oude vrouw die een kinderwagen voortduwde met een pop die ze de fles gaf; of de man die ruzie maakte met de stemmen in zijn hoofd. En dan was er ook nog de eenzame jongen die eigenlijk een meisje was.” Maar op een dag vertelt een vreemdeling aan de man dat zijn schilderij heel veel geld waard is. Daarop verandert alles. De man sluit zich op en weigert nog bezoekers toe te laten. Uiteindelijk krijgt hij heimwee naar vroeger en besluit het schilderij in zijn haard te verbranden. Hij zet ramen en deuren terug open en als hij naar buiten ziet ontdekt hij “Een landschap, zo mooi, zo schitterend leeg, zo moet het geweest zijn toen de wereld begon.” De poëzie die in dit verhaal verweven zit, wordt onderstreept door de sfeervolle illustraties van Annette Fienieg die met haar kleurgebruik de juiste toon treft.

Meinderts, K. (2010). De man in de wolken. Rotterdam: Lemniscaat.


beer bouwt een winterhuisBeer verzamelt takken en takjes, mos en bladeren in het bos. Waarom hij dat doet is een raadsel voor Kip, Eekhoorn, Varken en Egel. Beer vertelt hen dat hij een huis maakt voor de winter. Dat vinden zijn vier vrienden een onzinnig idee. Tot het echt winter wordt… Beer slaapt heerlijk beschut tegen de koude en de vier vrienden bibberen van de kou. Op kousenvoeten vragen ze Beer om een plaatsje in zijn huis. beer vindt dat goed. Maar dan lijkt slapen er voor Beer niet meer in te zitten want de dieren spelen spelletjes, zingen liedjes en amuseren zich rot tot het lente wordt. En Beer … die laat het allemaal gebeuren. Diezelfde luchtigheid vinden we terug in de sprekende – ingekleurd of met aquarel – pentekeningen van de hand van Quentin Blake.

Yeoman, J. (2010). Beer bouwt een winterhuis. Baarn: De Fontein.


morgen komt de zon weer opSPOREN

kleine koude kattenvoetjes
en sporen van een fiets
pootjes van een vogel
verder zie ik niets
de lucht is wit vol vlokken
geen kleur en geen geluid
stil sta ik te kijken
de winter op mijn huid
ik aarzel, zal ik? mag ik?
durf ik het te doen?
dan maak ik bijna plechtig
een afdruk met mijn schoen

Van Hooft, M. (2012). Morgen komt de zon weer op. Hasselt/Amsterdam: Clavis.


kom uit die kraan

Bart is bijzonder gefascineerd door een grote bouwwerf in zijn buurt. Urenlang kan hij de bouwvakkers en hun dagtaak observeren. Hij weet dat buitenstaanders niet toegestaan worden op de werf, maar wanneer stoere puberjongens hem uitdagen, durft hij de bouwwerf toch te betreden. Hij daagt hen op zijn beurt uit en zegt hen dat ze de politie moeten bellen. Kleine Bart gaat onmiddellijk aan de slag met de cementmolen, de pletwals en de kraan. De puberjongens kunnen hun ogen niet geloven, roepen onophoudelijk dat Bart uit de kraan moet komen en bellen de politie. De aandachtige kijker ziet in de tekeningen van Alice Hoogstad dat Barts acties slechts een doel voor ogen hebben: de boeven vangen die in de achtergrond een bank aan het overvallen zijn. Voor wie het niet gezien heeft, brengt de ontknoping verheldering. Bart is in elk geval de held van de dag en mag voortaan zo vaak de werf op als hij maar wil.

Veldkamp, T. (2015). Kom uit die kraan. Rotterdam: Lemniscaat.


lied van de blauwe pinguïn

Petr Horáček is geboren in Tsjechië en verhuisde als jonge illustrator naar Groot-Brittannië. Tot op vandaag herinnert hij zich glashelder hoe eenzaam het voelt om ‘vreemd’ te zijn. Zijn talent als illustrator gaf hem gelukkig een taal die anderen begrepen. Terwijl vandaag vluchtelingen overal ter wereld aansluiting zoeken, hoopt hij met ‘De blauwe pinguïn’ zijn steentje bij te dragen aan een verdraagzamer wereld.
‘Ben jij wel een echte pinguïn?’ vroegen de andere pinguïns.
‘Ik voel me een pinguïn,’ 
zei Blauwe Pinguïn.
‘Maar je bent niet zoals wij,’ zeiden de andere pinguïns en liepen 
weg.
De blauwe pinguïn is niet zoals de anderen. Toch is hij een pinguïn. Overdag probeert hij zijn bestaansrecht te bewijzen, ‘s avonds zingt hij alleen op het puntje van een ijsberg een lied van eenzaamheid waarin hij de witte walvis aanroept. Net dat lied wordt opgepikt door een kleine pinguïn die vraagt om samen te spelen en het lied aan te leren. Dankzij die ontluikende vriendschap sluiten ook de anderen hem uiteindelijk in hun hart. De verhaallijn zet de waarde misschien net wat te uitgesproken in de kijker, maar de fantastische illustraties compenseren dat kleine gebrek rijkelijk.

Horacek, P. (2015). Het lied van de blauwe pinguïn. Rotterdam: Lemniscaat.


de_boomhut_0Dit boek is het resultaat van een bijzondere samenwerking tussen vader en dochter. De vader maakte etsen, de dochter ging op die etsen met verf en kwasten aan de slag. Het resultaat is een bijzonder mooi prentenboek waarbij de prenten het verhaal vertellen – tekstloos dus. Wie het boek vastneemt, is al gefascineerd door de vrolijke ijsbeer op de rug van de walvis. Ze blijken onderweg te zijn naar een grote boom met een boomhut die midden in de zee boven het water uitsteekt. Kort nadat de ijsbeer er zijn intrek heeft genomen, komt er een bruine beer bij. Naarmate de waterspiegel daalt arriveren steeds meer dieren: pandaberen, een nijlpaard, een pauw en een flamingo, … Ze spelen samen in de boom maar na een tijdje vertrekken ze ook weer en blijven de ijsbeer en de bruine beer achter wanneer de eerste sneeuw valt. Meer heeft het verhaal niet om het lijf. Maar de frisse illustraties waarop zoveel te zien is nodigen uit tot fantaseren en het ontwikkelen van je eigen verhaal.

Tolman, M. (2009). De boomhut. Rotterdam: Lemniscaat.


De geboorte VivasTijdloze en licht humoristische aquarellen illustreren het verhaal van de geboorte van Jezus. Vooral de figuur van engel Gabriel met zijn grote vleugels en onhandig groot uitgevallen schoenen toont de fijnzinnigheid van Vivas. Dit boek is niet meer te vinden in de boekhandel, maar is zeker een zoektocht in de bibliotheek of op de tweedehandsmarkt waard.

Vivas, J. (1988). De geboorte. Brussel: Casterman.

 


helemaal_aan_de_rand-co-minDe samenwerking tussen Agnes De Lestrade en Valeria Docampo heeft voor de wereldvermaarde prentenboeken ‘Het land van de grote woordfabriek’ en ‘De vallei van de wentelmolens’ gezorgd. Met hun nieuwste ‘Helemaal aan de rand van mij, ben jij’ doen ze het weer: ze trekken een wereld op die ons zowel in woord als in beeld doet wegdromen. In dit verhaal zit helemaal aan de rand een grote blauwe beer. Hij nodigt de lezer uit om samen met hem een kijkje te nemen aan de rand van de winter, de zee, de verveling, de stilte, … Ga maar met hem mee, je zal het je niet beklagen.

Op de website van de uitgeverij kan je een kijkje nemen in het boek: http://www.eenhoorn.be/nl/helemaal-aan-de-rand-van-mij-ben-jij.html.

De Lestrade, A. (2017). Helemaal aan de rand van mij, ben jij. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Pool

Een jongen duikt in het zwembad waar hij samen met een vriendin de onderwaterwereld verkent. De lezer van dit tekstloze prentenboek duikt mee in de fantasie van de twee kinderen. De illustrator balanceert op de grens van het herkenbare en de fantasie. Via volgende link kan je heel wat van de illustraties bekijken en zo de sfeer van het boek opsnuiven: https://www.brainpickings.org/2015/06/18/pool-jihyeon-lee/.

Lee, J. (2015). Pool. New York: Chronicle Books.

 


TJ217-6-2012 JKT 150L CTP.inddLaat je vooral niet afschrikken door het feit dat dit een Engelstalig prentenboek is. Maar kijk eerst eens – alleen of samen met de kleuters – op https://www.youtube.com/watch?v=AfTNRCGCy60. Je zal een prachtig geïllustreerd, erg poëtisch en grappig prentenboek ontdekken. Het boek bevat een minimum aan tekst maar vooral paginagrote sprekende illustraties die niets meer doen dat tonen wat je moet doen om een walvis te zien. Ten stelligste aanbevolen.

Fogliano, J. (2013). If you want to see a whale. New York: Roaring Brook Press.


WTS_cassette.inddNarcis

Ze droeg haar gele zonnehoed,
ze droeg haar groene jas.
Ze wiegde op de zuidenwind,
zo stond ze in het gras.
Ze keek voorzichtig naar de zon,
ze was vandaag zo blij.
Het leek  wel of ze zeggen wou:
‘De winter is voorbij.’

Milne, A. (1994). Winnie de Poeh. De volledige verzameling verhalen en gedichten. Londen: Methuen Children Books.


Leven ne werken van de Kabouter