Jonge kleuters

nijntje-in-het-museum

Een typisch Nijntje-boek dat uitnodigt om met jonge kinderen naar het museum te gaan. Nijntje doet dat ook en kijkt met onbevangen blik naar alles wat hij daar ziet. Hij geeft er ook commentaar op. Op de rechterpagina een eenvoudige lijn-illustratie, links de rijmende tekst op niveau van de doelgroep. in Nijntje wordt kunstenaar maakt de auteur een soort vervolg op dit boekje.

Bruna, D. (2014). Nijntje in het museum. Rotterdam: Lemniscaat.


nijntje-wordt-kunstenaarWanneer Nijntje op een dag het museum bezoekt, ziet ze er erg mooie maar ook vreemde dingen: een schilderij van een appel, een mobile met zon, maan en sterren, een blauwe zon, … Nijntje vindt het allemaal zo mooi dat ze thuis ook een museum wil. Dus gaat ze aan de slag met potlood en papier. Typische Dick Bruna-stijl met illustraties in basale lijnen op de rechterpagina en daarnaast op de linkerpagina eenvoudige tekst Dit boekje – i.s.m. London Tate Gallery – maakt jonge kleuters duidelijk wat een museum is, wat je met kleuren en vormen kunt doen en geeft een eerste inkijk in wat ‘kunst’ is. Wie met jonge kleuters een museum wil bezoeken, heeft met dit boekje voorbereidend of verwerkend materiaal in handen. Het boekje borduurt verder op het eerder verschenen boekje Nijntje in het museum.

Bruna, D. (2008). Nijntje wordt kunstenaar. Amsterdam: Mercis.


ik-ben-een-kunstenaar

De ik-figuur in dit kleurrijke boek voelt zichzelf een kunstenaar. Alles wat hem onder ogen komt, vormt hij om tot een kunstwerk. Daarmee drijft hij zijn mama tot waanzin. Zij houdt van orde en netheid. Om zijn mama een plezier te doen, creëert de ik-figuur een kunstwerk speciaal voor haar. Maar of zijn mama daar echt blij mee is… Het boek gaat over kleuren en vormen en kunst en lijkt te willen meegeven dat kunst de wereld altijd een beetje op zijn kop zet. Verder ontdekken jonge kinderen doorheen dit boek dat mensen door een verschillende bril naar de wereld kijken en daardoor verschillende dingen zien. Ten slotte kunnen de kleurige illustraties een inspiratiebron vormen (voor kinderen) om zelf als kunstenaar aan de slag te gaan.

Altes, M. (2016). Ik ben een kunstenaar. Rotterdam: Lemniscaat.


pablo-maakt-een-kunstwerkPablo de olifant wil verschrikkelijk graag eens een schilderij maken dat zo knap is dat het kan tentoongesteld worden. Op een dag gaat hij met zijn schilderspullen naar buiten om een boom te schilderen. Dat lukt aardig tot hij in slaap valt. Terwijl hij slaapt komen andere dieren langs en doen een toevoeging aan Pablo’s schilderij: Eekhoorn schildert nootjes, Schaap schildert mals, groen gras, … Wanneer Pablo wakker wordt, meent hij gedroomd te hebben en schildert zijn droom uit op het al begonnen schilderij. Dat wordt uiteraard prachtig… De opbouw van dit prentenboek maakt dit verhaal ook geschikt voor jongere kleuters die op de grote, in vrolijke kleuren geschilderde illustraties een heleboel dingen kunnen aanwijzen.

Kitamura, S. (2005). Pablo maakt een kunstwerk. Antwerpen: De Vries-Brouwers.


Oudere kleuters

grote-kunst-voor-kleine-kenners

De bedoeling van de auteur met dit prentenboek is jonge kinderen op een prettige manier te laten kennismaken met de geschiedenis van de kunst. Daartoe maakt ze van dertig wereldberoemde kunstwerken een eigen interpretatie. Zo verandert ze ‘De schreeuw’ van Munch door een panda te laten schreeuwen ipv een mens. Op de rechterbladzijde krijgt de lezer een kleine afbeelding van het originele kunstwerk. Dat gaat gepaard met grappige anekdotes, boeiende verhaaltjes en kleine weetjes over de kunstenaar in kwestie. Op die manier weet de auteur de aandacht van jonge kinderen zo te trekken dat  ze het kunstwerk als het ware opslorpen. Om die aandacht nog eens extra gaande te houden, verstopte Vanderheyden op elke bladzijde een kleine blauwe kever. Door naar die kever op zoek te gaan, wordt het schilderij in al zijn details bekeken. Heerlijk boek om jonge kinderen warm te maken voor kunst.

Vanderheyden, T. (2016). Grote kunst voor kleine kenners. Leuven: Borgerhoff Lamberigts.


de-draad-van-alexander-calderEigenlijk vertelt dit boek over de mobile-kunstenaar Alexander Calder hoe je van dromen werkelijkheid kunt maken. De jongeman Alexander – in het boek een draadmannetje met een alpinopetje – doet dat in elk geval. Hij ontdekt wat je met (ijzer)draad allemaal kan en vouwt met draad tot werkelijkheid wat hij in zijn hoofd ziet. Maar na een tijdje is Alexander Calder het een beetje beu om enkel droomdingen te maken waarmee je eigenlijk niks bent. Hij wordt een beetje triest van al zijn ‘draad-dingen’ en raakt zelf de draad wat kwijt. Hij denkt na en begint te experimenteren met kleurvlakken. Zo ontdekt hij dat iets wat kleur heeft en beweegt hem uit de knoop kan halen. Vanaf dan ontstaan zijn nu wereldberoemde mobiles. Erg mooi prentenboek dat door Posthuma op weergaloze wijze is geïllustreerd. Doorheen de illustraties komen de draadfiguren werkelijk tot leven. Kleur spat van de witte bladzijden. (Ook dit prentenboek hebben we te danken aan de samenwerking tussen het Gemeentemuseum Den Haag en uitgeverij Leopold.)  Kijk ook eens op: https://www.youtube.com/watch?v=ftJvnNKqywY

Posthuma, S. (2011). De draad van Alexander Calder. Amsterdam: Leopold.


de-appel-van-magritteNog een prentenboek over een kunstenaar dat gemaakt is in samenwerking met een museum. Voor dit prentenboek fungeert het Moma, Museum Of Modern Art in New York, als opdrachtgever. In een soort biografie van de kunstenaar, René Magritte, komt de lezer/toehoorder te weten hoe de man tot schilderen gekomen is. Naast de tekst trekken ook de illustraties de aandacht al is het maar omdat Verplancke er goed in slaagt het surrealisme begrijpelijk te maken. Dat lukt onder meer omdat hij gebruik maakt van oningevulde vormen bv. het gezicht van René Magritte zelf, naast een heleboel elementen die tot in het detail zijn weergegeven en waarvoor hij warme kleuren gebruikt. Langzaam maar zeker gaat de wereld van Magritte voor de lezer/toehoorder open. Tot helemaal op het einde van het boek werken van Magritte zelf worden gereproduceerd. Dit prentenboek biedt jonge kinderen een erg geslaagde kennismaking met het surrealisme.

Verplancke, K. (2016). De appel van Magritte. Tielt: Lannoo.


meneer-reneEen hond met de naam Meneer René – verwijzing naar René Magritte – kan werkelijk zeer levensecht schilderen. Maar jammer genoeg wil niemand zijn schilderijen kopen. Tot op een dag een man langskomt – hij lijkt wel heel erg op René Magritte – die ervoor zorgt dat alles wat Meneer René schildert ook echt wordt. Vanaf dat moment schildert Meneer René alles wat zijn hartje wenst. Maar wanneer Meneer René een bestelling krijgt voor een echt schilderij, blijkt dat hij geen echte schilderijen meer kan maken. Hoe lost Meneer René dat op? Het boek start met de afbeelding van een geschilderde appel met daaronder de tekst ‘Dit is geen appel’. Zo verwijst het boek van het begin tot het einde naar de surrealistische schilder Magritte. De prenten zijn één tot twee pagina’s groot en de tekst is doorheen de prenten gedrukt. De hoofdpersonages zijn dieren die als mensen worden voorgesteld en wiens emoties duidelijk te herkennen zijn. Doorheen het verhaal loopt voor de aandachtige kijker ook nog het verhaal van twee roodborstjes. Leuk, humoristisch prentenboek dat op een speelse manier aanbrengt wat kunst kan zijn. Kijk ook eens op: http://www.schooltv.nl/video/meneer-rene-prentenboek-uit-koekeloere/

Timmers, L. (2010). Meneer René. Amsterdam: Querido.


het-blauwe-paardDe auteur en illustrator, Eric Carle,  is zijn leraar aan de kunstacademie ontzettend dankbaar dat hij hem heeft leren kijken naar het expressionisme van de kunstenaarsgroep ‘Die Blaue Reiter’. Een van de leden van die kunstenaarsgroep was Franz Marc. Hij sneuvelde in WO I maar hij is de schepper van ‘Het blauwe paard’, dé inspiratiebron voor Carles kunstenaarschap. Daarom is dit prentenboek ook een hommage aan Franz Marc. Daarnaast wil Carle kinderen ook een boodschap meegeven: in je hoofd is alles mogelijk van blauwe paarden, over rode krokodillen en gele koeien tot een gespikkelde ezel… Het boek eindigt met een reproductie van ‘Het blauwe paard’ van Franz Marc. Achteraan in het boek staat informatie over Die Blaue Reiter en dat maakt dit boek ook in de eerste graad van de basisschool nog interessant.  (Dit prentenboek draagt, afhankelijk van het jaar van uitgave, ook soms kortweg de titel ‘Het blauwe paard’.)

Carle, E. (2012). De kunstenaar en het blauwe paard. Haarlem: Gottmer.


ensor-de-grote-maskeradeMarije Tolman heeft voor een erg prettig opzet gekozen met dit prentenboek: de lezer/toehoorder kennis laten maken met Ensors werk door hen op stap te laten gaan met de kunstenaar zelf en met een heleboel personages uit zijn werk. De uitstap situeert zich – hoe kan het anders – aan zee. Doorheen het avontuur dat Ensor samen met de ‘hippogrief’ op het strand en in het water beleeft, maken kinderen kennis met de wereld van Ensor die op zijn minst ‘bijzonder’ te noemen is. En dat lukt aardig omdat kinderen de illustraties eerder zullen zien als een verbeelding van de poëtische tekst terwijl volwassenen die dit boek bekijken wel duidelijk Ensor in de illustraties zullen herkennen. Dit boek – het resultaat van de samenwerking tussen het Gemeentemuseum Den Haag en uitgeverij Leopold – slaagt er in kinderen spontaan te laten kijken naar kunst en hen daarvoor warm te maken.

Tolman, M. (2011). Ensor de grote maskerade. Amsterdam: Leopold.


de-parkiet-de-zeemeermin-en-de-slakDe parkiet en de zeemeermin zijn personages uit het bekende werk ‘La péruche et la sirène’ van de schilder Henri Matisse. Het prentenboek vertelt hoe Matisse op een dag in het ziekenhuis terecht komt in een witte kamer waar alle kleur ontbreekt. Omdat schilderen hem haast niet lukt door een hechting in zijn buik, begint Matisse te experimenteren met schaar en (gekleurd) papier. Zo ontdekt hij dat knippen tekenen en schilderen tegelijk is. Het helpt hem de vervelende tijd in het ziekenhuis door te komen. Eenmaal thuis experimenteert hij verder op de ingeslagen weg. Met de hulp van zijn assistente met acrobatische competenties, herschept hij de muur van zijn atelier tot een heuse oase. Daar ontstaat ‘La péruche et la sirène’. Alleen de uitgeknipte slak heeft nog geen plaats gekregen. Maar volgens Matisse hoeft dat ook niet want hij is de slak en zijn bed zijn slakkenhuis waarin we de schilder zien verdwijnen. Van Haeringen hanteert in dit prentenboek de gele kleur van Matisse, ‘de schilder met de zon in zijn buik’, het felrode van zijn atelier en het groen van een kronkelende plant die ook in de steriele ziekenhuiskamer aanwezig blijft. De vorm van de plant is een soort voorafbeelding van de vormen die Matisse later uit gekleurd papier zal knippen. Het wit dat eerst erg overheersend aanwezig is, wordt langzaam maar zeker door steeds meer kleur vervangen. Wie dit verhaal leest of voorgelezen krijgt, heeft in elk geval ook zin om te knippen en te blijven knippen tot er iets moois ontstaat. (Het boek is het resultaat van de samenwerking tussen het Stedelijk Museum Amsterdam en uitgeverij Leopold n.a.v. een tentoonstelling rond Matisse in dat museum.)

Van Haeringen, A. (2015). Parkiet, de zeemeermin en de slak. Amsterdam: Leopold.


holland-op-zn-mooistOp een fijnzinnige manier slaagt Charlotte Dematons erin een liefdesverhaal te verweven met een kennismaking met de 19de-eeuwse schilders van de Haagse school. De constante factor in dit tekstloze prentenboek én in de schilderijen van deze schilders zijn de lage luchten/horizon. Doorheen de schilderijen weeft Dematons hedendaagse elementen en mensen. Het liefdespaar dat toevallig ontstaat is er één van. Daarnaast kan de aandachtige kijker op elke dubbele  bladzijde een gele ballon ontdekken (wat zorgt voor het aandachtig bekijken van de schilderijen). De ontknoping van het liefdesverhaal speelt zich af in het museum tussen muren vol schilderijen uit de tentoonstelling ‘Holland op z’n mooist’. Dit boek is ontstaan n.a.v. deze tentoonstelling en in samenwerking met het Gemeentemuseum Den Haag. Heerlijk prentenboek om spelenderwijs kinderen met kunst te confronteren.

Dematons, C. (2015). Holland op z’n mooist. Op reis met de Haagse School. Amsterdam: Leopold.


de-stipDit bijna vierkante prentenboek met pagina grote illustraties in sobere kleuren vertelt dat als je echt graag iets wil en je krijgt daarbij de nodige ondersteuning, dat vaak toch wel lukt. Floor vindt van zichzelf dat ze niet kan tekenen. Gelukkig gelooft haar tekenjuf dat niet en zegt ze aan Floor gewoon een stip op papier te zetten. Wanneer Floor de volgende week haar stip ingelijst aan de muur van het lokaal ziet hangen, vindt ze dat dat beter kan en begint ze aan een stippenreeks die op de schooltentoonstelling veel succes oogst. Een jongen die Floors werk bewondert, beweert dat hij ook niet kan tekenen. Hij kan nauwelijks een rechte lijn trekken. Floor suggereert hem dat laatste toch maar te doen en de geschiedenis herhaalt zich…. Het boek pakt het thema ‘kunnen tekenen’ op een fijnzinnige en humoristische manier aan. Het gebruik van waterverf en inkt maakt het een aardig boek om in te kijken en kan inspirerend werken.

Reynolds, P. (2015). De stip. Rotterdam: Lemniscaat.


meneer-kandinskyOp een dag schildert Mr. Kandinsky een paard in een landschap. Opeens springt het rosbruine paard uit het schilderij en wordt blauw. Vanaf dat moment volgt het paard Mr. Kandinsky overal en leert hem anders naar de wereld kijken: een huis mag best scheef zijn, de lucht groen, een boom oranje, … Daar start de abstracte schilderkunst van Kandinsky, een wereldberoemde Russische schilder die leefde van het einde van de 19de – tot het begin van de 20ste eeuw. De auteur/illustrator zorgt ervoor dat elke pagina in dit prentenboek een schilderij op zich is. Doorheen een allegaartje van materialen (textiel, krantenpapier, verf, papier, …) slaagt hij erin de kleurrijke wereld op te roepen die Kandinsky vorm heeft gegeven en doet de lezer/kijker zin krijgen om het werk van Kandinsky in het echt te gaan bewonderen.

Remmerts de Vries, D. (2010). Meneer Kandinsky was een schilder. Amsterdam: Leopold.


karel-appelDit boek is het vijftiende in een reeks die het Gemeentemuseum van Den Haag en uitgeverij Leopold samen uitgeven waarbij elk prentenboek gekoppeld is aan een tentoonstelling van de kunstenaar in kwestie. In dit prentenboek over Karel Appel ontdekken de kleuters en jonge lezers dat Karel Appel niet zomaar een kunstenaar kon en mocht worden. Hij had heel wat tegenkanting te overwinnen, maar omdat hij zo gemotiveerd was voor de schilderkunst lukte hem dat ook. De tekst en de illustraties zijn in dit prentenboek erg harmonisch verweven en zijn allebei nodig om inzicht te geven in het leven van Karel Appel. Imme Dros heeft voor de tekst getekend en doet dat in eenvoudige bewoordingen op rijm. Er zit ook humor in het boek verweven bv. waar Karel Appels’ vader zijn zoon vooral geschikt vindt om bij hem in de kapperszaak haar te verven. De illustraties van de hand van Harrie Geelen overtuigen nog meer (dan de tekst) dankzij hun grote verscheidenheid: van eenvoudige, eerder verstilde kleuren tot prenten waarvan de kleur afspat. Door het bijzondere kleur- en verfgebruik leunen de illustraties aan bij het werk van Karel Appel zelf en stimuleren ze jonge kinderen om zelf te experimenteren met kleur, verf, papier, … en dat is prettig.  

Dros, I. (2016). Karel Appel uit de kapperszaak in de Dapperstraat. Amsterdam: Leopold.


jan-tooropHoewel Jan Toorop in Vlaanderen misschien iets minder bekend is dan in Nederland, is deze in Java geboren Nederlander toch een schilder die de moeite van het kennen waard is. Hij evolueerde van impressionisme via pointillisme tot symbolistisch schilder. Zijn levensverhaal wordt in dit boek beperkt tot één bladzijde. Het boek is dan ook een prentenboek in de letterlijke zin van het woord en haalt zijn kracht uit de illustraties. De vaak gelauwerde Kitty Crowther slaagt erin door middel van kleurpotloden een magische wereld neer te zetten waarin haar eigen stijl moeiteloos vervlochten wordt met die van Jan Toorop zelf. Doorheen die illustraties worden jonge kinderen ingewijd in de wereld van Toorop die – Java is daar ongetwijfeld niet echt vreemd aan – zelf ook een magische wereld schildert. (Dit boek is het zestiende prentenboek over een kunstenaar in de samenwerking tussen het Haagse Gemeentemuseum en uitgeverij Leopold.)

Crowther, K. (2016). Jan Toorop. Het lied van de tijd. Amsterdam: Leopold.


COV_Kunst met taart.inddKhing (voornaam), Thé (achternaam) en Tjong (gemeenschappelijke naam die alle zoons van dezelfde generatie delen) is een Chinees-Nederlandse illustrator die 83 jaar geleden in Indonesië geboren werd. Zijn hoge leeftijd maakt hem niet minder productief, want sinds 2015 is er van hem ook nog een boek over Jeroen Bosch verschenen. Kunst met taart is zo bijzonder omdat het niet alleen een erg mooi  prentenboek is maar tegelijkertijd ook een kunstboek en een zoekboek. Het prentenboek is tekstloos zodat de lezer/kijker op elke bladzijde zelf een verhaal kan verzinnen. Dat is niet zo moeilijk juist omdat de verschillende personages steeds terugkeren zij het in andere soms vreemde constellaties. Doorheen het prentenboek krijgt de lezer/kijker een onbewuste rondgang doorheen de kunstgeschiedenis. Denk aan de beroemde ‘Golf’ van Hokusai  of aan het korenveld dat Van Gogh zo meesterlijk schilderde. Maar ook Kandinsky, Dali, Rousseau, Gauguin, Rodin, … komen aan bod. Achter- en vooraan in het boek vind je referenties naar de echte kunstwerken waarvan Thé-Tjong Khing zich de stijl zo meesterlijk eigen maakt en ze tegelijkertijd zijn eigen stempel geeft. Tenslotte is dit boek ook een zoekboek want zoals in alle ‘taart-boeken’ van deze auteur is er een diefstal en moet deze opgelost worden.

Thé Tjong-Khing (2015). Kunst met taart. Tielt: Lannoo.


BoschThé Tjong-Khing is ondanks zijn leeftijd een bijzonder productief illustrator. Dit keer laat hij zich inspireren door de schilderijen van Jheronimus Bosch, die in 2016 exact 500 jaar is overleden. Om het werk van deze meester bevattelijk te maken voor jonge kinderen, plaatst Thé Tjong-Khing de schilder in een verhaal. Hiëronymus Bosch – in het boek kortweg Jeroen genoemd – komt tijdens het buitenspelen in een ravijn terecht. In die ravijn bevindt zich een compleet andere wereld vol met de meest vreemdsoortige wezens – zo kenmerkend voor Bosch. Jeroen laat zich door hen niet afschrikken en gaat op onderzoek uit in deze hem onbekende wereld. Hij moet trouwens ook op zoek naar zijn pet, zijn bal en zijn rugzak die hij tijdens zijn val is kwijtgespeeld. Hij wordt daarbij soms geholpen maar soms ook tegengewerkt. Als de tegenwerking te groot wordt, verschijnt een ‘reddende engel’. Zoals we gewoon zijn van  deze auteur, kun je het woordeloze prentenboek dat uitmunt in sterke beeldtaal, eindeloos herlezen om telkens weer nieuwe details en verhaallijnen te ontdekken.

Thé Tjong-Khing (2015). Bosch. Het vreemde verhaal van Jeroen, zijn pet, zijn rugzak en zijn bal… Amsterdam: Leopold.


man in de wolkenOpeens woont er in een huis boven op de berg een man. In het huis van de man hangt een schilderij. “Een landschap, zo mooi, zo schitterend leeg, zo moet het geweest zijn toen de wereld begon.”De mensen uit het dorp komen graag kijken naar het schilderij en dan brengen ze voor de man iets mee: een fles wijn, een kastanje, een mandje paddenstoelen, … Want alleen al door te kijken, vergaten de mensen hun zorgen en verdriet. “‘Er waren er ook die vaker kwamen, zoals de geitenhoeder die door de kinderen in het dorp werd uitgejouwd en uitgelachen. Hij kwam heel vaak langs, net als het schelpenmeisje dat van de ene op de andere dag was gestopt met praten, of de oude vrouw die een kinderwagen voortduwde met een pop die ze de fles gaf; of de man die ruzie maakte met de stemmen in zijn hoofd. En dan was er ook nog de eenzame jongen die eigenlijk een meisje was.” Maar op een dag vertelt een vreemdeling aan de man dat zijn schilderij heel veel geld waard is. Daarop verandert alles. De man sluit zich op en weigert nog bezoekers toe te laten. Uiteindelijk krijgt hij heimwee naar vroeger en besluit het schilderij in zijn haard te verbranden. Hij zet ramen en deuren terug open en als hij naar buiten ziet ontdekt hij “Een landschap, zo mooi, zo schitterend leeg, zo moet het geweest zijn toen de wereld begon.” De poëzie die in dit verhaal verweven zit, wordt onderstreept door de sfeervolle illustraties van Annette Fienieg die met haar kleurgebruik de juiste toon treft.

Meinderts, K. (2010). De man in de wolken. Rotterdam: Lemniscaat.


frans-haasWie Pasen en kunst wil verbinden, is met dit boek aan het juiste adres. Maar ook los van Pasen, leent dit boek zich uitstekend om met jonge kinderen kunstenaars te ontdekken.  Frans Haas is het beu om zomaar eieren te schilderen voor het paasfeest. In het diepste van zijn hart is Frans Haas een kunstenaar. Dus wil hij dit jaar echte kunstwerken maken van de eieren én ze tentoonstellen. Dat lukt wonderwel. De kinderen die op paasmorgen op zoek gaan naar eieren, vinden ze prachtig. Bovendien maken ze meteen kennis met kunst van beroemde schilders als Picasso, Mondriaan, Van Gogh, … En wie weet zit er in jouw klas wel een kleuter die de Mona Lisa herkent! En om het iedereen gemakkelijk te maken, vind je achtergrondinformatie over de schilders die Frans Haas kopieert, achteraan in het prentenboek.

Pfister, M. (2010). Frans Haas. Een reis door schilderijenland. Rijswijk: De Vier Windstreken.