helemaal_aan_de_rand-co-minDe samenwerking tussen Agnes De Lestrade en Valeria Docampo heeft voor de wereldvermaarde prentenboeken ‘Het land van de grote woordfabriek’ en ‘De vallei van de wentelmolens’ gezorgd. Met hun nieuwste ‘Helemaal aan de rand van mij, ben jij’ doen ze het weer: ze trekken een wereld op die ons zowel in woord als in beeld doet wegdromen. In dit verhaal zit helemaal aan de rand een grote blauwe beer. Hij nodigt de lezer uit om samen met hem een kijkje te nemen aan de rand van de winter, de zee, de verveling, de stilte, … Ga maar met hem mee, je zal het je niet beklagen.

Op de website van de uitgeverij kan je een kijkje nemen in het boek: http://www.eenhoorn.be/nl/helemaal-aan-de-rand-van-mij-ben-jij.html.

De Lestrade, A. (2017). Helemaal aan de rand van mij, ben jij. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Toen de zee stil was“De mensen zagen wat ze met hun oren niet durfden te geloven: het geluid van de zee dat er niet was.”

Toen de zee stil was is een filosofisch en sterk opgebouwd prentenboek dat volledig draait rond stilte, op een manier die kleuters kunnen begrijpen.

Beck, A. & Raeymaekers, K. (2015). Toen de zee stil was. Tielt: Lannoo.

 

 


Wat moet je doen met een ideeEen kind heeft een idee en besluit dat met respect te behandelen. In het prentenboek wordt het idee voorgesteld als een goudkleurig ei met een kroontje. Hoe beter het kind het idee behandelt, hoe meer het groeit. Tot het op een dag een andere vorm aanneemt en in de lucht lijkt te verdwijnen. Het boek bevat hoofdzakelijk prenten in grijstinten, maar naarmate het idee groeit nemen ook de kleuren in het boek toe. Dit filosofische prentenboek laat veel ruimte voor fantasie, die zo eigen is aan kleuters.

Op de website van Bol.com kan je het grotendeels inkijken: https://www.bol.com/nl/p/wat-moet-je-doen-met-een-idee/9200000072521832/?country=BE.

Yamada, K. (2017). Wat moet je doen met een idee? Kampen: Paolo.


mijn-kleine-geluksdoosjeOp een dag krijgt een meisje een mooi porseleinen doosje van haar oma. Ze beraadt zich erover wat ze ermee zou doen want ze vindt het heel mooi en wil het absoluut niet beschadigen. Ze besluit dat ze al haar geluksmomenten erin wil bewaren. Filosofisch prentenboek dat erin slaagt het concept ‘gelukkig zijn’ voor kleuters duidelijk te maken. Dat is vooral te danken aan de vele concrete geluksmomenten die benoemd en geïllustreerd worden. De glitters én de heldere kleuren in de illustraties zullen kleuters zeker ook aanspreken.

Witek, J., Roussey, C. (2016). Mijn kleine geluksdoosje. Antwerpen: WPG.


de-wachtelingIn dit filosofische prentenboek zie je bladzijde na bladzijde een jongen wachten. Op wie? Waarom? Tot wanneer? Op die vragen krijgt de lezer/toehoorder mondjesmaat een antwoord. Juist daardoor nodigt dit prentenboek uit tot zelfbezinning, want iedereen wacht wel eens. Daarover het gesprek aangaan en de ervaring die wachten oplevert visualiseren met jonge kinderen kan een weldadig effect hebben. Zeker ook omdat kleuters opgroeien in een maatschappij die steeds harder voorholt en gericht is op onmiddellijke bevrediging.

Pollet, F. (2016). De wachteling. Laakdal: De rêverie.

 


er-zit-een-gat-inDe flaptekst van dit filosofische prentenboek geeft een goede indruk van de lading van het boek: Er zit een gat in – De wereld van Spriet van filosoof Coen Simon en Linda de Haan is het vrolijkste filosofieboek over alles en over niets. Voor kinderen die durven te vragen! Er zit een gat in de wereld en wie in dat gat valt verdwijnt voor altijd. Dat is eng, maar je kunt er ook grappen over maken. En dat doet Spriet. Hoelang duurt dat eigenlijk, voor altijd? En wat is er zo erg aan verdwijnen? Als er nooit iets verdwijnt, staat de wereld stil als een foto. En dan gebeurt er dus helemaal niets. Niemand snapt de grappen van Spriet, behalve Moeloet. Maar wat gebeurt er met haar als Spriet zelf verdwijnt?

Heerlijk mooi prentenboek om met jonge kinderen te spreken over begrippen als tijd, verdwijnen, nooit, niets, oneindigheid. De makers van het boek helpen leraren een eind op weg met een lesbrief die suggesties aanreikt om met het boek aan de slag te gaan. Via deze link kom je bij de lessuggesties terecht: http://www.lindadehaan.com/lesbrief-Erziteengatin-DewereldvanSpriet.pdf.

Coen, S. (2016). Er zit een gat in – De wereld van Spriet. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


This is a poem that heals fish‘This is a poem that heals fish’ is ondertussen meer dan tien jaar geleden verschenen en is vandaag enkel in het Engels te verkrijgen. Toch loont het de moeite de zoektocht naar dit prentenboek te ondernemen.
Wanneer het jongetje in dit verhaal aan zijn moeder vraagt wat hij moet aanvangen met zijn goudvis, die van verveling dreigt te sterven, raadt zijn moeder hem aan een gedicht te schrijven voor de vis. Het jongetje weet niet meteen raad en vraagt aan verschillende mensen in zijn omgeving wat volgens hen de definitie van een gedicht is. Eerder dan een abstracte definitie te formuleren, antwoordt ieder wat poëzie in hun leven betekent: de bakker, de Algerijnse buurman, de kunstenaar uit de buurt, de winkeljuffrouw, … allemaal hebben ze een eigen kijk op de zaak. Zo wordt naarmate het verhaal vordert het abstracte begrip steeds tastbaarder. Wanneer je al die invalshoeken op een rij zet, heb je niet enkel een zinnige definitie van poëzie, maar ontstaat er ook een nieuw gedicht. Het effect ervan op het jongetje en de goudvis laat zich al raden. Het verhaal en de prenten leiden als vanzelf tot gesprekken over poëzie, waarbij enkele grotere levensvragen onvermijdelijk zijn, zonder daar ooit zwaarmoedig of klef over te doen. Wie van poëzie, kleur en hoop houdt, zal dit prentenboek vast en zeker koesteren. Een boek voor jong en oud dus.

Siméon, J. (2007). This is a poem that heals fish. New York: Enchanted Lion Books.


77040_Cover_Lionni-Frederick_6.Aufl._11.5.2010:77040_Cover_LionnDit poëtisch-filosofische prentenboek kende zijn eerste druk in 1974. Het verhaal is dus behoorlijk oud, maar nog steeds actueel. Alle muizen zijn economisch rendabel want ze verzamelen wintervoorraad zo hard ze kunnen. Allemaal behalve 1 muis, Frederick. Hij verzamelt beelden van de zomer en herinneringen aan zomerkleuren en ook woorden. De andere muizen vinden dat maar niks: “Waarom werk jij niet, Frederick?”, “Droom je soms, Frederick?” Telkens opnieuw ontkent Frederick dat. Wanneer de winter maar blijft voortduren en de voedselvoorraad van de muizen zienderogen slinkt, zorgt Frederick ervoor dat de muizen op de been blijven. Dat doet hij door de door hem verzamelde woorden en beelden met hem te delen. Bv. “Doe je ogen maar weer dicht’, zei Frederick. En hij vertelde over de blauwe korenbloem, de rode klaprozen in het gele graan en het groene blad van de bessenstruik. Toen zagen ze al die kleuren weer voor zich, zo duidelijk alsof hun eigen gedachten ermee opgeschilderd waren.” Pas dan beseffen de muizen de waarde van Fredericks werk.  Hoewel dit verhaal op het eerste zicht niet zo eenvoudig lijkt te zijn maakt het op een speelse manier duidelijk dat iedereen competenties heeft ook al kunnen die erg verschillend zijn én dat er meer is in het leven dan economische rendabiliteit. Dat laatste thema zorgt ervoor dat dit verhaal ook geschikt is voor volwassenen. Voor de illustraties hanteert Lionni (+1999) knip- en scheurtechnieken met allerlei papiersoorten. Dit leidt niet alleen tot bijzondere aandacht – bv. voor de kleuren van de bloemen en voor de zonnestralen die in het verhaal een belangrijke rol spelen – maar tegelijkertijd krijgt alles wat alle muizen doen bijzondere aandacht. Denk aan twee kleine muizen die een grote maiskolf dragen of aan het rugaanzicht van Frederick terwijl hij kleuren verzamelt.


man in de wolkenOpeens woont er in een huis boven op de berg een man. In het huis van de man hangt een schilderij. “Een landschap, zo mooi, zo schitterend leeg, zo moet het geweest zijn toen de wereld begon.”De mensen uit het dorp komen graag kijken naar het schilderij en dan brengen ze voor de man iets mee: een fles wijn, een kastanje, een mandje paddenstoelen, … Want alleen al door te kijken, vergaten de mensen hun zorgen en verdriet. “‘Er waren er ook die vaker kwamen, zoals de geitenhoeder die door de kinderen in het dorp werd uitgejouwd en uitgelachen. Hij kwam heel vaak langs, net als het schelpenmeisje dat van de ene op de andere dag was gestopt met praten, of de oude vrouw die een kinderwagen voortduwde met een pop die ze de fles gaf; of de man die ruzie maakte met de stemmen in zijn hoofd. En dan was er ook nog de eenzame jongen die eigenlijk een meisje was.” Maar op een dag vertelt een vreemdeling aan de man dat zijn schilderij heel veel geld waard is. Daarop verandert alles. De man sluit zich op en weigert nog bezoekers toe te laten. Uiteindelijk krijgt hij heimwee naar vroeger en besluit het schilderij in zijn haard te verbranden. Hij zet ramen en deuren terug open en als hij naar buiten ziet ontdekt hij “Een landschap, zo mooi, zo schitterend leeg, zo moet het geweest zijn toen de wereld begon.” De poëzie die in dit verhaal verweven zit, wordt onderstreept door de sfeervolle illustraties van Annette Fienieg die met haar kleurgebruik de juiste toon treft.


Mijn steenVogel heeft uit honderden stenen een steen uitgekozen die precies goed voor hem is. Hij is bijzonder tevreden over zijn vondst, maar de andere dieren betwisten hem die steen. Zo wil hagedis die steen om te zonnen. Een oplossing ligt niet meteen voor de hand…

Een bijzonder herkenbaar verhaal in de rake schrijfstijl van Elvis Peeters en met de kleurrijke prenten van Sebastiaan Van Doninck. Een aanrader!

Peeters, E. (2017). Mijn steen. Tielt: Lannoo.