Prentenboeken ‘Pooldieren’

Voor de jongste kleuters biedt dit pop-upboek de mogelijkheid om met verschillende dieren kennis te maken. De kleine pinguïn die aan zichzelf twijfelt, stelt de vraag of hij wel een pinguïn is aan de walrus, de ijsbeer, de orka en zijn mama. Stuk voor stuk antwoorden ze bevestigend. Hoe komt het dan toch dat de kleine pinguïn twijfelt? Dat komen we te weten bij de grote pop-up op de laatste dubbele bladzijde waar de pinguïn al bibberend tussen de ijsmassa’s staat en zegt dat hij het altijd zo koud heeft. Ondanks het feit dat er veel kleur te zien is op de 6 platen waarmee het verhaal verteld wordt, voel je telkens opnieuw de ijzige kou die ook de kleine pinguïn voelt. De reusachtige slagtanden van de walrus, de opengesperde snavel van de pinguïn, zijn wiebelvoeten die hij aan ijsbeer toont, de reusachtig uit het water oprijzende orka, de grote snavel van zijn mama en de rotsig uitziende ijsmassa in de verschillende pop-ups zorgen daarvoor. Het verhaal is vlot verteld, de pop-ups blijven verrassen en het einde is onverwacht.

Faulkner, K. & Lamber, J. (2024). De piekerende pinguïn. Kalmthout: Pelckmans.


‘Een ijsbeer in de sneeuw’ schittert in zijn eenvoud. Het boek opent met een witte bladzijde die opgevolgd wordt met hetzelfde wit waarop we enkel de zwarte neus van een ijsbeer zien verschijnen. Pagina na pagina krijgen we meer te zien van de ijsbeer die net wakker is geworden en op pad gaat. ‘Waar gaat hij naartoe?’ Is hij op weg naar de zeehonden? Gaat hij schuilen? Zoekt hij een mens? De suggesties van de auteur blijken telkens niet te kloppen tot in al dat wit het ijzige blauw van water opduikt. Onze ijsbeer wil duidelijk spelen in de zee! Na dat heerlijk helderblauwe avontuur eindigt het verhaal met de ijsbeer die zich weer in het eindeloze wit begeeft met de vraag: ‘En wat gaat hij daarna doen?’. Dit winterse prentenboek is op maat van de jongste toehoorders gesneden. Ze zullen de winterdieren met plezier herkennen en kunnen snel antwoorden op de herhaalde vraag naar de plannen van de ijsbeer. De gestileerde prenten gemaakt van geknipt en gescheurd wit papier passen bij het landschap en zullen vast inspireren tot zelfgemaakte winterlandschappen.

Barnett, M. (2022). Een ijsbeer in de sneeuw. Amsterdam: Ploegsma.


Dit is een winterverhaal waar je warm van wordt. Keizerpinguïns amuseren zich de godganse dag als je de prenten in dit boek mag geloven. Ze sleeën en skiën, ze houden sneeuwballengevechten en schaatsen, ze breien en hangen wat in een leunstoel. Kortom, nadat ze de ganse dag zijn bezig geweest, kruipen ze in een kluitje bij elkaar om de nacht door te brengen. Maar tot hun eigen grote verbazing geraken ze op een morgen niet meet terug los van elkaar. Ze zijn in één reusachtige pinguïnbal samengevroren. De jongste pinguïn, Pieper, stelt voor hun vrienden om hulp te vragen. Maar ook zij krijgen die pinguïnbal niet uit elkaar. Dan maar elders een oplossing gezocht. Na een lange reis met behulp van allerlei dieren komen ze in een grote stad terecht, maar ook daar kan niemand hen helpen tot… ze bij Doctopus terechtkomen. De tekst op rijm vertoont soms wat vreemde kronkels wat het voorlezen niet altijd evident maakt. De kleurrijke illustraties vol grappige details ondersteunen de tekst en bieden eindeloos kijkplezier.

Montgomery, R. & Warburton, S. (2022). Alle pinguïns op een kluitje. Amsterdam: Volt.


De auteur en de illustrator van dit boek zijn dankzij ‘De Gruffalo’ al erg beroemd en hebben met Pimmetje Pinguïn een leuk boek toegevoegd aan hun oeuvre. Pimmetje Pinguïn is erg tevreden in de zoo in Blijdorp. Maar zijn tantes brengen hem het hoofd op hol door voortdurend te vertellen over zijn familie op de Zuidpool. Op een dag ziet Pimmetje een gat in de afsluiting en daar begint zijn avontuurlijke reis naar de Zuidpool. Een reis die hem zelfs verkeerdelijk langs de Noordpool voert. Daar ontdekt hij dat pinguïns op de Zuidpool leven. Gedurende zijn reis ontmoet hij heel dieren die hem helpen om zijn bestemming te bereiken. Denk aan zeehonden, sterns, verschillende vissen, … Over al die dieren staat op de laatste pagina’s van het prentenboek enkele woorden uitleg. De tekst is op rijm van de hand van Bette Westera. Zij staat garant voor een vlotte stijl die het voorlezen bevordert. De illustraties zijn kleurrijk, bevatten veel humor en ondersteunen het verhaal dat een informatieve ondertoon heeft.

Donaldson, J. & Scheffler, A. (2024). Pimmetje Pinguïn. Haarlem: Gottmer.


Alex Wilmore schreef een hilarisch verhaal over een stelletje onderzoekers op Antarctica die pinguïns willen bestuderen. Één onderzoeker wil geen pinguïns bestuderen, maar is gekomen om een mammoet te zien. De andere onderzoekers vinden dat bizar en geloven de onderzoeker helemaal niet wanneer hij hen zegt dat hij een mammoet heeft gezien met een zonnebril en op een skateboard. De onderzoeker ontmoet de mammoet nog verschillende keren, telkens merkwaardiger en uitbundiger uitgedost – denk aan een roze tutu, een hoedje, een duikbril, snorkel en zwemvliezen, .. Geen enkele keer kan hij de andere onderzoekers overtuigen want ‘mammoets zijn uitgestorven’, ‘mammoets kwamen hier niet voor’, … De onderzoeker wordt er wanhopig en superboos van! Ten slotte krijgt hij de anderen zo ver dat ze hem volgen – de pinguïnkolonie in hun kielzog – want deze keer zal hij gelijk krijgen en zullen ze de mammoet zien. Maar hoe de andere onderzoekers ook de vlakte afspeuren met hun verrekijker, ze zien enkel pinguïns. De lezer/luisteraar kijkt gelukkig nauwkeuriger. Plots ontstaat er een lawine en terwijl de ene onderzoeker met een diepe zucht toegeeft dat hij zich dan misschien toch vergist heeft, vluchten de andere onderzoekers weg omdat ze de mammoet eindelijk zien. Dan volgt een heel onverwacht einde: de mammoet neemt de onderzoeker mee naar zijn grot. Daar toont de mammoet de onderzoeker aan andere mammoets zeggend: ik heb een mens gezien! Heerlijke tekeningen van de ijsvlakten vol pinguïns met daartussen telkens de oranje mammoet die door de kinderen altijd heel snel opgemerkt wordt. De illustraties zijn erg gedetailleerd en tonen het karakter van de verschillende pinguïns en de woede van de ene onderzoeker in alle hevigheid. Elke pagina bevat ook nieuwe en verrassende elementen. Denk aan een sneeuwballengevecht tussen de pinguïns, een sneeuwpop die een sneeuwmammoet blijkt te zijn , … Helemaal achteraan in het boek vind je een steekkaart over ‘mammoets’ en wat woordenschat daaromtrent. Plezier gegarandeerd bij het voorlezen van dit boek.

Wilmore, A. (2023). Ik heb wel een mammoet gezien. Kalmthout: Pelckmans.


Aan de beknopte tekst – enkele eenvoudige zinnen per bladzijde – is duidelijk te merken dat de auteur van dit prachtige prentenboek een illustrator is. Nat papier en zeezout zijn de geheime ingrediënten voor de zachte waterverfprenten in veelal paarsige tinten bij aanvang van het verhaal. Luna, een kleine ijsbeer moet samen met haar moeder verhuizen vanuit de Noordpool omdat het voedsel er schaars wordt, de scheuren in het ijs steeds groter (dat zie je op de schutbladen) en de hele omgeving steeds minder wit. Ze belanden in een donker bos dat door Luna als erg bedreigend wordt ervaren. Ze is immers gewend aan het (Noorder)licht en de witheid van de Noordpool. Luna heeft heimwee en mist haar vrienden. Gelukkig wordt het bos lichter wanneer ze verder trekken en op een bepaald moment gebeurt er iets heel bijzonders; Luna kijkt naar boven en ontdekt er de maan. Dat is gelukkig dezelfde maan als op de Noordpool. Dat geeft dan toch een eerste thuisgevoel. Het verhaal behandelt op een eenvoudige maar duidelijke manier verschillende problematieken die verder reiken dan ijs en sneeuw. Verhuizen brengt heimwee mee of dat nu gewoon naar een andere stad is of meer ingrijpend naar een ander land (vluchtelingen). Omgaan met verandering is niet zo eenvoudig. Ten slotte is er ook nog de milieuproblematiek met het smelten van de poolkappen. Mooi toch dat in dit verhaal de maan symbool staat voor wat hetzelfde blijft waar ook ter wereld.

Heemels, S. (2024). De maan is overal dezelfde. Rotterdam: Lemniscaat.


Pinguïns oefenen een grote aantrekkingskracht uit op jonge kinderen. Dat heeft vermoedelijk te maken met hun aaibaarheid en met het feit dat ze met hun pels de kou trotseren in onherbergzame streken. In dit verhaal speelt Lucas, een pinguïn met een rode snavel een hoofdrol. Hij arriveert in een pinguïnkolonie waar iedereen ogenschijnlijk hetzelfde is en hij is bang dat hij niet aanvaard zal worden. Maar doorheen het verhaal ontdekt Lucas dat de kolonie uit heel veel verschillende pinguïns bestaat. Neem nu Lea, tot over haar oren verliefd op Jamila die niets liever wil dan écht vliegen. Of Tim die zijn verdriet maskeert door voortdurend grapjes te maken. Of… Lucas ontdekt dat elke pinguïn zijn eigen karakter heeft maar toch een pinguïn blijft. Daarom geeft het ook niet dat hij een rode snavel heeft en de andere pinguïns niet. De tekst die met mededogen geschreven is nodigt uit om de illustraties goed te bekijken. Daardoor ontdek je veel kleine details die tonen hoe de pinguïns verschillend zijn van elkaar. De illustraties zijn uitgevoerd in blauwachtig-witte tinten die de ijslandschappen mooi weergeven. In die landschappen leven dan de bruinachtig-zwart en witte pinguïns met hun onderlinge verschillen. Een verhaal dat zeker geschikt is om in de winter voor te lezen maar het eigenlijk heeft over inclusie en eigen-aard.

Pfister, M. (2023). Een pinguïn zoals ik. Rijswijk: De Vier Windstreken.


Een kleine ijsbeer houdt niet zo erg van duiken tot op een dag een Inuïtmeisje door een wak in het ijs zakt. Vrij voorspelbaar verhaal over vriendschap en moed maar dan in een sneeuwlandschap. De illustraties zijn geslaagd en lukken erin de sfeer van koude, sneeuw en ijs op te roepen.

Averiss, C. (2016). Een stipje in de sneeuw. Hasselt-New York-Amsterdam: Clavis.


Wie onze boekenvoorkeuren wat in het oog houdt, zal niet verbaasd zijn dat een boek van Bette Westera en Mattias De Leeuw onze aandacht heeft. Met ‘Gered’ bevestigen de makers dat vertrouwen. Arend is nog niet goed en wel z’n ei uit of z’n nest glijdt van een smeltend ijsblok af, recht in het woelige zeewater. Arend kan gelukkig vliegen, maar wat hij vanuit de lucht ziet, stelt hem niet gerust. Hij wil de dieren op het land waarschuwen voor het stijgende water, maar zij wuiven z’n bezorgde boodschappen weg. Tot het moment dat ze het water echt niet meer kunnen negeren … Westera weet naar gewoonte in een ritmische en rijmende tekst de grote lijnen van het verhaal te verwoorden. Naast de dreiging van het stijgende water toont ze gelukkig ook de kracht van vriendschap en samenwerking die voor een hoopvol einde van het verhaal zorgen. De meeste ruimte is weggelegd voor de schilderachtige illustraties van De Leeuw die de schoonheid van de natuur in zachte kleuren laat schitteren. De dieren en hun belevingen springen tegen die achtergronden van het blad, wat het verhaal voor jonge kinderen inleefbaar maakt.

Westera, B. (2022). Gered. Tielt: Lannoo.


Voor wie houdt van winterverhalen met een ijsbeer en pinguïns is dit prentenboek uitermate geschikt. IJsbeer is best tevreden met zijn rustige leventje tot hij op een dag in de krant een advertentie ziet waarin een pinguïn als huisdier wordt aangeboden. En zo gebeurt het dat de ijsbeer een levend huisdier krijgt. In het begin loopt alles goed: de twee worden de beste vrienden en doen samen een heleboel leuke dingen. Maar dan lijkt pinguïn te veranderen en is er niets meer dat hem nog kan boeien. Erger nog, op een dag is pinguïn gewoon verdwenen. IJsbeer vindt hem na lang zoeken terug en ontdekt meteen ook wat het probleem is: heimwee. Hij besluit pinguïn terug naar huis te brengen. Niet zo eenvoudig want daarvoor moeten de ijsbeer en zijn pinguïn van de bovenkant naar de onderkant van de wereld reizen. Daar aangekomen nemen ze afscheid van elkaar, maar gelukkig kunnen ze dank zij de postbodes en pakjesbezorgers voor altijd in contact blijven met elkaar. De antropomorfe ijsbeer en pinguïns zien er op de illustraties alleraardigst uit en hebben een mimiek en lichaamstaal die boekdelen spreekt. De illustraties slagen er bijzonder goed in de ijzige sfeer van de polen te schetsen voornamelijk door het gebruik van ijsblauw en sneeuwwit. Een aardig winterverhaal.

Cassanell, V. (2022). Pinguïnpakketje. Rotterdam: Lemniscaat.


Petr Horacek verhuisde als jonge illustrator naar Groot-Brittannië. Tot op vandaag herinnert hij zich glashelder hoe eenzaam het voelt om ‘vreemd’ te zijn. Zijn talent als illustrator gaf hem gelukkig een taal die anderen begrepen. Terwijl vandaag vluchtelingen overal ter wereld aansluiting zoeken, hoopt hij met ‘De blauwe pinguïn’ zijn steentje bij te dragen aan een verdraagzamer wereld.
‘Ben jij wel een echte pinguïn?’ vroegen de andere pinguïns.
‘Ik voel me een pinguïn,’ zei Blauwe Pinguïn.
‘Maar je bent niet zoals wij,’ zeiden de andere pinguïns en liepen weg.
De blauwe pinguïn is niet zoals de anderen. Toch is hij een pinguïn. Overdag probeert hij zijn bestaansrecht te bewijzen, ‘s avonds zingt hij alleen op het puntje van een ijsberg een lied van eenzaamheid waarin hij de witte walvis aanroept. Net dat lied wordt opgepikt door een kleine pinguïn die vraagt om samen te spelen en het lied aan te leren. Dankzij die ontluikende vriendschap sluiten ook de anderen hem uiteindelijk in hun hart. De verhaallijn zet de waarde misschien net wat te uitgesproken in de kijker, maar de fantastische illustraties compenseren dat kleine gebrek rijkelijk.

Horacek, P. (2015). Het lied van de blauwe pinguïn. Rotterdam: Lemniscaat.


Met een voorwoord waarin de auteur stelt dat de ijsbeer een bedreigde en dus kwetsbare soort is geworden opent dit informatieve boek. Daarna volgt een leuke vondst: een Inuïtmeisje slaat een boek open dat over ijsberen gaat en begint te lezen. In dat boek word je meegenomen en volg je de ijsbeer op zijn kilometerslange tochten om eten te vinden, ontdek je welke trucjes de ijsbeer gebruikt om op het ijs te lopen, leer je dat een ijsbeer zichzelf met sneeuw wast nadat hij gegeten heeft, … Zo krijg je als lezer/luisteraar veel en goede informatie over dit reusachtige landroofdier dat zichzelf dankzij zijn enorme omvang en dikke vacht toch warm kan houden in dit berenkoude gebied. Naast de tekst zijn er de prachtige en functionele illustraties in waterverf, steeds over een dubbele pagina. Heerlijk prentenboek om samen met kleuters te bekijken en daarin het leven van deze bedreigde diersoort te ontdekken.

Desmond, J. (2017). De ijsbeer. Rotterdam: Lemniscaat.


De titel van dit boek dekt echt de lading: een verhalend en informatief boek in één adem. Op de eerste prent worden de verschillende bewoners van de Noordpool voorgesteld: elk prachtig getekend dier – 13 in het totaal – heeft een plaats op deze bevroren oceaan in een cirkel van land. Het verhaal vertelt hoe de verschillende dieren van herfst tot lente de winter overleven en leert tussen de regels hoe elk van deze dieren aangepast is aan de ijzige omstandigheden op de Noordpool. De informatie die ook wordt meegegeven in gekleurde kaders en in een ander lettertype leert bv. dat de hoorn van de Narwal eigenlijk een tand vol zenuwuiteinden is of vertelt over de manier waarop de muskusossen hun jongen tegen de poolwolf beschermen. Spectaculair om weten is ook dat de houtkikker zich tijdens de winter gewoon laat bevriezen – zijn hart stopt zelfs met kloppen – om de winter te overleven en dat de poolvos de dikste vacht op aarde heeft. Het geheel wordt in een haast poëtische taal verteld. Daarbij sluiten de prachtige illustraties in zachte kleuren en heel veel tinten wit mooi aan. Tekst en illustraties samen zorgen voor een warme sfeer in dit ijskoude gebied. Op de laatste dubbele bladzijde vormt de voorstelling van de Noordpool in lentetooi de perfecte afsluiter.

Burnard, J. & Binney, K. (2022). De dieren van het bevroren noorden: een noordpoolverhaal. Rotterdam: Lemniscaat.


Twee boeken in één in de letterlijke betekenis van het woord: het ene boek is gewijd aan de Noordpool, het andere aan de Zuidpool. Door de originele lay-out krijg je hier in 1 omslag 2 boeken naast elkaar (rug aan de buitenzijde) waardoor je beide boeken tegelijkertijd kunt openslaan en voor de verschillende onderwerpen vergelijken. De onderwerpen zijn voor beide gebieden gelijk opgaand; denk aan dieren, zomer en winter, landschappen, gevaren, natuurbescherming, … Zo ontdek je bv. dat de Zuidpool een echt continent is, de Noordpool daarentegen is een bevroren oceaan. Je krijgt met andere woorden een mooie introductie in beide gebieden onder de vorm van weetjes. Diepgaandere informatie vergt andere bronnen dan dit boek. Wat wel duidelijk wordt gemaakt op niveau van de doelgroep is dat beide polen dringend beschermd moeten worden om smelten te voorkomen en de klimaatopwarming af te remmen. Nog één kleine opmerking: het boek vindt moeilijk het juiste evenwicht wat tekst en illustraties betreft. De teksten zijn eerder geschikt vanaf 8 jaar terwijl de illustraties 5-jarigen zullen aanspreken en dus net wat te kinderlijk zijn voor de 8-jarigen en ouder. Maar zoals ik al zegde is het een aangename kennismaking met beide gebieden.

Rongbin, L. & Motzko, J. (2024). Zuidpool en Noordpool: twee boeken in één. Hasselt: Clavis.