THEMATOPPER

het-donker‘Laszlo was bang voor het donker’. Dat is de eerste zin van dit boek. Want het donker komt door spleten en kieren en daar houdt Laszlo niet van. Gelukkig bestaan er lichtjes die het donker tegen kunnen houden. Maar wat moet Laszlo doen als zijn nachtlampje stuk gaat en het donker zijn kamer binnenkomt? Het bijzondere aan dit verhaal is dat ‘het donker’ een persoon lijkt te zijn met een stem en met gevoelens. Juist daarom durft Laszlo ‘het donker’ aan en kan hij zijn angst ervoor overwinnen. Mooie, eerder poëtische tekst die ondersteund wordt door donkere illustraties. Tekst en illustraties vormen een harmonieus geheel. Samen weten ze perfect de sfeer van het verhaal te pakken.

Klik hier om het spannende voorleesverhaal te bekijken.

Snicket, L. (2014). Het donker. Haarlem: Gottmer.


JONGERE KLEUTERS

daar-buiten-slaapt-een-aapDit boek kijkt naar de slaapgewoontes van 14 verschillende dieren. Telkens beschrijft de auteur in korte informatieve teksten hoe het slapen in zijn werk gaat bij de specht, de chimpansee, de walvis, een kind, de zeeotter, de dwergmuis, … De teksten laten zich erg goed voorlezen en de volwassenen kunnen er ook nog iets van opsteken. Wie van ons weet bv. dat een zeeotter luchtbelletjes in de pels van zijn jongen blaast om ervoor te zorgen dat ze tijdens hun slaap blijven drijven op het water? Maar veel meer dan in de teksten zit de waarde van dit boek in de prachtige paginagrote houtsneden die van elk slapend dier gemaakt zijn en de aandacht trekken van iedereen die dit boek vastneemt.

Boerendans, H. (2015). Daar buiten slaapt een aap. Haarlem: Gottmer.


van-licht-en-donkerKartonboekjes over tegenstellingen zijn niet nieuw. Dit boekje valt echter op omdat er zo goed over werd nagedacht. Op de linkerpagina tref je een soort basrelief van een bepaald voorwerp aan. Op de rechterpagina een verzonken afbeelding van de tegenstelling Steeds zorgvuldig afgewerkt. Zo bv. past hoog (een ladder) in laag (een gang van een dier onder de grond). Dit boekje is onderdeel van een miniserie waarin ook cijfers, vormen en kleuren hun eigen uitgave hebben. Voor de jongste kleuters een aanrader!

Deneux, X. (2013). Tegenstellingen – van licht en donker. Hasselt – New York – Amsterdam: Clavis.


de-nachtDit is geen prentenboek in de gebruikelijke betekenis van het woord, omdat het om 1 uitvouwbare bladzijde – ongeveer 2 meter lang – gaat waarvan de bovenzijde telkens anders is uitgesneden. Je ontdekt er hoe het maanlicht weerkaatst in de vijver en hoe in dat maanlicht allerlei nachtdieren zichtbaar worden. De uitvouwbare pagina is volledig uitgevoerd in blauw- en zwarttinten met witte en gele accenten. Door een bijzondere techniek – glow-in-the-dark – kan je dit boek ook in het donker bekijken. Het boek is bijna tekstloos met uitzondering van de benaming van de nachtdieren aan de ene zijde van de uitvouwbare pagina en op de andere zijde de zeer korte beschrijving van de activiteiten van die nachtdieren. Veel kans om allerlei dingen te ontdekken!

Bekijk het boek op https://www.youtube.com/watch?v=hY1NHky8khc.

Dexet, H. (2016). De nacht. Wielsbeke: De Eenhoorn.


welterusten-allemaalAls de nacht valt, zijn alle dieren moe behalve Kleine Beer. Hij doet pogingen om de slaperige dieren tot een spelletje te verleiden, maar dat mislukt en uiteindelijk valt Kleine Beer ook in slaap in de armen van zijn mama. Alle dieren die in dit verhaal voorkomen, worden eerst slaperig en daarna slapend getoond. Dit betekent echter niet dat dit een ‘stil’ boek is want de dieren snurken en maken slaapgeluiden die heel gemakkelijk door peuters en kleuters kunnen nagebootst worden. Dankzij de vele herhalingen is dit boek zeker ook voor peuters geschikt.

Haughton, C. (2016). Welterusten allemaal. Haarlem: Gottmer.


wat-is-het-mooi-donkerDit prentenboek met erg weinig tekst – ‘wat is het mooi donker…’ – moet het hebben van het kleine zwarte fluwelig aanvoelende poesje en de glitteraccenten bij regen, wolken, enz. Het boek heeft als voornaamste bedoeling peuters en jonge kleuters te laten kennismaken met de nacht: wat is er ‘s nachts te zien? Bv. een fluorode maan, twee ogen van een kat, vier autolampen, … Verder dan ‘vijf’ komt het boekje niet.

Hayashi, E. (2012). Wat is het mooi donker. Hasselt – New York – Amsterdam: Clavis.


tien-bolle-biggetjesDit verhaal op rijm vertelt over de avonturen van 10 biggetjes die ‘s nachts het huis uitsluipen om op avontuur te gaan, maar erg bang worden wanneer de maan achter de wolken verdwijnt en het aardedonker wordt. Gelukkig komt Mama Varken hen zoeken en loopt het voor de biggetjes goed af. Het verhaal over de vrolijke biggetjes is gemakkelijk te volgen. Het is zeker voor jonge kleuters een aanrader omdat Joke Van Leeuwen als vertaalster erin slaagt door het gebruik van een uitgebreid gamma aan adjectieven doorheen de tekst aan echte taalverrijking te doen. Bovendien zullen jonge kleuters dankzij het ritmische taalgebruik de tekst ook snel kunnen meezeggen.

Johnson, L. (2011). Tien bolle biggetjes keken naar de maan. Wielsbeke: De Eenhoorn.


s-avonds-laatWanneer het donker wordt gaan mensen en dieren naar bed. Dan vliegt er een gek mannetje rond dat mens en dier dromen bezorgt; soms vrolijke, soms rare, soms lieve, soms enge… Die dromen zijn terug te vinden in de illustraties van Marije Tolman die geen fantasie schuwt en vaak slechts 1 versregel nodig heeft om een dubbele pagina te vullen. Prachtig, kleurrijk prentenboek gebaseerd op ‘‘s Avonds laat’, één – weliswaar lang – gedicht van A.M.G. Schmidt: ‘Wanneer het buiten donker wordt, dan komt de witte maan, …’

Schmidt, A. (2014). ‘s Avonds laat. Amsterdam: Querido.


snel-naar-huis-kleine-muisOp een donkere avond wil muis zo snel mogelijk thuis geraken want ze kent de gevaren van de nacht. Gelukkig schijnt de maan rond en helder boven het bos. De tocht van muis is echt niet zonder gevaar. Het bos is bevolkt met dieren die wel een lekker muizenhapje lusten! Vooraan in dit kartonboek is een overzichtsprent waarin alle dieren die muis later tegenkomt zijn opgenomen. Kleuters aan wie het verhaal vaak genoeg verteld wordt, herkennen de dieren vast aan hun ogen. Want telkens muis een dier ontmoet in het bos zijn eerst de ogen van dat dier te zien door kleine openingen in de bladzijde. De tekst ‘Pas op, kleine muis! Daar loopt een …’ herhaalt zich dan ook om de andere bladzijde. De naam en het volledige uitzicht van het dier komt de kleuter dan op de volgende bladzijde te weten. En het is zeker dat er voor kleuters veel onbekende dieren aan bod komen!

Teckentrup, B. (2013). Snel naar huis, kleine muis. Haarlem: Gottmer.


waarom-lig-jij-in-mijn-bedjeEen jongetje, het hoofdpersonage van dit verhaal, gooit zijn beer uit zijn bed. Hij is echt te groot en te warm en moet maar in zijn eigen bed gaan liggen. Maar in het bed van beer ligt een knuffelhond. Die moet ook in zijn eigen bed gaan liggen. Oeioei, daarin ligt… en ga zo maar door. Tot het verhaal aanbelandt bij de kleinste knuffel, een lappenpopje. Is er nog ergens een slaapplaats voor lappenpopje? Een boek dat leuk is opgebouwd en de jongste kleuters zeker zal charmeren door de vele herhalingen.

Van Leeuwen, J. (2011). Waarom lig jij in mijn bedje? Amsterdam: Querido.

 


welterusten-kleine-beerDeze ‘Bedtijd-bestseller’ is nu al aan zijn 25ste druk toe. Het verhaal is gekend. Kleine Beer kan niet slapen, want is bang van het donker. Grote Beer die hoopte rustig zijn boek te lezen, brengt tot 3x toe een lantaarn – steeds een grotere – maar niets helpt. Tot Grote Beer Kleine Beer in zijn armen mee naar buiten neemt en hem de maan en de sterren toont. Dan pas valt Kleine Beer in slaap. De illustraties in het boek benadrukken de geborgenheid van het hol en telkens er meer licht komt bij het bed van Kleine Beer worden meer details van dat hol zichtbaar. De illustraties bevatten hier en daar ook kleine grappige details, zoals het feit dat op de bladzijde in het boek dat Grote Beer aan het lezen is in het klein de grote illustratie te zien is.

Waddell, M.(1988). Welterusten, Kleine Beer. Rotterdam: Lemniscaat.


OUDERE KLEUTERS

zaklampIs er iets spannender dan in je tent met een zaklamp een boek te lezen? Ja, toch wel, denkt het jongetje en hij trekt erop uit om met zijn zaklamp het bos te verkennen. Het feit dat dit tekstloze – er is veel stilte in het bos in het donker – prentenboek gebaseerd is op zwarte bladzijden maakt het bijzonder. De dieren en planten zijn in lichtgrijze tinten weergegeven behalve wanneer ze beschenen worden door het licht van de maan of door de zaklamp. Dan krijgen ze kleur en komen tot leven. De dieren in het bos zijn trouwens gefascineerd door het spel van licht en donker dat het jongetje met zijn zaklamp teweegbrengt. Ondanks de donkere bladzijden dus geen angstaanjagende taferelen maar wel voor wie goed kijkt: een nachtelijk bos vol leven!

Boyd, L. (2016). Zaklamp. Amsterdam: Moon.


de-ridder-die-niet-slapen-wildeDe ridder in dit verhaal wil helemaal niet slapen als het avond wordt, want er zijn nog zoveel ridderdingen te doen. Die ridderdingen worden uitvoerig beschreven en getekend. Denk aan kaarsen in 2 slaan met een zwaard, lakens in repels scheuren met andersoortig wapentuig en ga zo maar door. Ten langen leste blijft enkel een krukje met drie poten de ‘ridderdingen’ overleefd te hebben. Gelukkig maar want de ridder kan dat krukje nu gebruiken om bij zijn ouders in bed te kruipen.

Casaer, R. (2014). De ridder die niet slapen wilde (en zijn paardje Parcifal). Wielsbeke: De Eenhoorn.


magnus-kan-niet-slapenMagnus kan niet slapen. Dat komt niet door allerlei drukte en geluiden buiten maar door het lawaai in zijn hoofd. En dat is er echt, ziet mama wanneer ze met een zaklantaarn in zijn oor kijkt – een drummende oorworm – in zijn neus schijnt – een neushoorn die het gras maait – en naar zijn ogen kijkt – spetterende arenden. Dus besluit mama Magnus een verhaaltje voor te lezen tot hij in slaap valt. Maar hoe geraakt mama nu nog in slaap? Verhaal op rijm dat het meer moet hebben van de illustraties dan van de tekst.


Crabeels, K. (2013). Magnus kan niet slapen. Tielt: Lannoo.


licht-uitAangezien uilen ‘s nachts actief zijn en overdag slapen is dat bij Robbe, een jonge bosuil, niet anders. Meer zelfs: Robbe is bang van het licht. Dat is wel vervelend, zeker als Tibo de egel en Emma de eekhoorn overdag met hem willen spelen. Tibo en Emma verzinnen allerlei oplossingen tot ze de ultieme oplossing gevonden hebben: een zonnebril. Wanneer Robbe die op een dag verliest tijdens het voetballen blijkt hij de zonnebril niet langer nodig te hebben. Dit prentenboek kan zowel bij het BC ‘Licht en donker/dag en nacht’ als bij het BC ‘Bang zijn’ gebruikt worden.


Daniëls, G. (2007). Licht uit! Hasselt/New York/Amsterdam: Clavis.


de-keizer-kan-niet-slapenDit prentenboek houdt het midden tussen een verhaal en een sprookje. Het speelt zich af aan het Chinese keizerlijke hof maar alle personages – keizer incluis – zijn dieren. Keizer Li-Fant heeft echt alles wat zijn hartje begeert, maar kampt met één probleem: hij kan niet slapen. Verschillende hovelingen raden de keizer middeltjes aan, maar niets helpt. Dus roept Li-Fant de hulp van zijn onderdanen in. De slang heeft ‘slaapthee’, de panda een ‘nachtlamp’ en de pauw een bijzondere sprei met goud doorweven. Het kan allemaal niet baten. Tot een minidraak een slaapplaats zoekt en zich in het bed van Li-Fant nestelt… Mooi uitgegeven prentenboek dat erin slaagt de sprookjesachtige sfeer aan het keizerlijke hof weer te geven doorheen het gebruik van rood- en gouddruk voor de tekst en doorheen de vele details die de illustraties rijk zijn.

De Pelseneer, R. (2012). De keizer kan niet slapen. Wielsbeke: De Eenhoorn.


de-tuinman-van-de-nachtDe makers van dit boek baseerden zich voor het verhaal op hun eigen vader die van hun tuin een jungle maakte omdat hij zo van bomen hield. De tuinman in dit boek verschijnt op een dag in een stadje en slaagt erin de wonderlijkste figuren aan bomen te onttrekken door ze te knippen en te trimmen. Dat lukt uiteraard alleen ‘s nachts! En omdat er zoveel bomen zijn, kan de tuinman wel wat hulp gebruiken en leidt hij op een nacht Willem de weesjongen op om zijn werk verder te zetten. Hoewel de seizoenen het werk van de tuinman een beetje laten verdwijnen en de tuinman zelf ook plots verdwijnt, kan Willem bij elke nieuwe boom en in elke lente opnieuw aan de slag gaan om leven en vrolijkheid in het stadje te brengen.

Fan, T. & E. (2016). De tuinman van de nacht. Amsterdam: Leopold.


het-gaat-me-opetenHet opzet van dit boek is niet bijster origineel: een jongetje, Arthur, dat niet naar bed wil omdat hij er zeker van is dat er een monster onder zijn bed zit. Hoewel zijn vader hem niet gelooft en vindt dat hij niet flauw moet doen en zijn moeder enkel een sok onder zijn bed  vindt, duikt het monster wel onmiddellijk na het vertrek van Arthurs ouders op. De angst van Arthur is heel goed op zijn gezicht af te lezen zeker wanneer het monster aankondigt hem te zullen opeten. Maar dan slaat het verhaal om en kunnen Arthur en het monster fijn samen spelen. Of het voor de kleuters 100% duidelijk is dat het kussen van Arthur zijn denkbeeldige monster is, is niet zeker.

Foccroulle, L. (2016). Het gaat me opeten! Hasselt/New York/Amsterdam: Clavis.


word-wakker-walterWalter valt werkelijk overal in slaap. Zelfs tijdens zijn eigen verjaardagsfeestje. Erger nog: op een dag krijgen zijn ouders hem niet gewekt en dus schakelen ze de brandweer in, een 75-koppig orkest, een dokter, … Niets helpt en toch blijkt Walter wakker maken erg eenvoudig.

Gaudesaboos, P. (2016). Word wakker Walter. Tielt: Lannoo.

 

 


de-zonneprinsesSterres mama is de koningin van de zon. Dat betekent dat ze één dag per jaar de zon mag aansturen. Vandaag is toevallig die dag en Sterre mag haar helpen. Zo wordt ze zonneprinses. Samen met haar moeder zingt en danst Sterre tot de vogels beginnen te fluiten en de zon stilaan volop begint te schijnen. In het licht van de zon die ze zelf tevoorschijn heeft geholpen, gaat Sterre een bijzondere dag tegemoet. Grossman en Rovner maakten samen deze prachtige ode aan de kinderlijke verwondering voor de natuur. De subtiliteit van het prentenboek is niet voor jonge kleuters weggelegd, maar met de oudste kleuters kan je de magie van het verhaal ten volle beleven.

Grossman, D. (2016). De zonneprinses. Amsterdam: Cossee.


slaap-lekker-rosalieOok dit prentenboek is stilaan een klassieker rond ‘slapengaan’. Rosalie de eend ontwijkt het slaappoeder van Mr. Maan en valt dus niet onmiddellijk in slaap zoals schaap en hond. Rosalie wil nog een heleboel dingen doen die overdag niet toegelaten zijn of waarvoor ze geen tijd heeft gehad. Wat ze uitspookt, is ongetwijfeld  erg herkenbaar voor kleuters. Maar dan is Mr. Maan het beu en besluit hij naar de aarde te komen want Rosalie moet slapen! Hij springt van wolk naar wolk en wanneer hij op de aarde aankomt, blijkt Rosalie al in slaap gevallen te zijn moe van al haar deugnieterij.

Minne, B. (2002). Slaap lekker, Rosalie. Wielsbeke: De Eenhoorn.


ik-wil-het-licht-aanDe Kleine Prinses is niet bang voor het donker wel voor de spoken die in de duisternis komen. Niemand kan haar van het spokenidee af te brengen tot iemand tegen haar zegt dat als spoken bestaan ze vast piepklein zijn. Dat brengt een verandering in de gedachtegang van de Kleine Prinses te weeg: als die spoken zo klein zijn, zijn ze vast ook bang. En dat blijkt meer dan waar te zijn. Want na het bange kleine spookje lijkt het boek weer te herbeginnen met een mama spook die klein spookje ervan probeert te overtuigen dat ‘kleine meisjes’ niet bestaan. Grappige tekst en humoristische illustraties.

Ross, T. (2009). Ik wil het licht aan! Amsterdam: Memphis Belle.


als-iedereen-slaaptHet meisje Hanna ontwaakt tijdens de nacht en trekt samen met de poes op verkenning in het nachtstille huis. Onder het deken van de nacht kan Hanna allerlei dingen doen zoals kersen snoepen en speelgoed van haar oudere zus ongevraagd gebruiken. Het boek bevat weinig tekst en het zijn vooral de illustraties in blauw, zwart, turquoise en roze die erin slagen de sfeer en de schoonheid van de nacht en de nachtelijke stilte op te roepen.

Sakai, K. (2013). Als iedereen slaapt. Wielsbeke: De Eenhoorn.


er-ligt-een-krokodil-onder-mijn-bedDeze klassieker onder de prentenboeken werd herdrukt in 2014. De tekenstijl én de tekst veranderde een beetje maar nog steeds is het dappere Lotje van geen kleintje vervaard. Zelfs niet van een krokodil. Die op haar beurt als opdracht kreeg 1000 kinderen van hun angst te verlossen. Dit prentenboek heeft dus enerzijds met nacht te maken omdat het over slapen gaat, maar het wil vooral kleuters helpen bij het overwinnen van hun angsten.

Schubert, I. & D. (2014). Er ligt een krokodil onder mijn bed! Rotterdam: Lemniscaat.


orion-en-het-donkerOrion is een beetje een bang jongetje. Hij is bang voor een heleboel dingen, maar het meest bang is hij voor het donker. In de illustraties zie je de oplossingen die Orion bedenkt om zijn angsten te overwinnen. En een van zijn oplossingen is  op zoek te gaan naar het donker. Daarop komt het Donker tot leven en Donker blijkt helemaal niet iemand te zijn voor wie je bang moet zijn.

 

Yarlett, E. (2015). Orion en het donker. Sint-Niklaas: Abimo.