Nieuw in de boekhandel

JANUARI 2026

Blauw Monster wil met Konijn spelen, maar die heeft daar geen zin in. Wanneer Blauw Monster zich afgewezen of ongemakkelijk voelt, slokt hij zijn vrienden op. Zo groeit niet alleen zijn buik, maar ook zijn schuldgevoel en eenzaamheid. Wanneer de dierenvrienden weten te ontsnappen, denken ze samen na over zijn gedrag. Ze vergeven Blauw Monster, die oprecht berouw toont, en vinden opnieuw een manier om samen plezier te maken. Met Blauw Monster bevestigt Petr Horáček opnieuw zijn sterke inlevingsvermogen in de emotionele leefwereld van jonge kinderen. Welke kleuter heeft immers nog nooit iets gedaan wat voor een vriendje niet prettig was? Het verhaal biedt voorlezers en jonge luisteraars een mooie aanleiding om te praten over ruzies, impulsief gedrag en het belang van verzoening. De stapelstructuur, waarbij het zachtogende blauwe monster steeds meer vrienden opslokt, zorgt voor een speelse spanning en een vleugje humor. De kleurrijke illustraties versterken de grote gevoelens die centraal staan in het verhaal. Blauw Monster is dan ook een warm prentenboek dat zich uitstekend leent voor gedeeld leesplezier én betekenisvolle gesprekken met kleuters.

Horáček, P. (2025). Blauw monster. Rotterdam: Lemniscaat.


DECEMBER 2025

Soms lijkt het leven ongelooflijk oneerlijk. Puck weet daar alles van. Waarom mogen duiven wél vliegen en zij niet? Haar mama maakt het alleen maar lastiger. Als Puck een berg wil beklimmen, vindt mama dat te gevaarlijk. Wil ze in de bloementuin een put graven tot in Australië, dan wordt ze naar de zandbak gestuurd. En vrolijke regenbogen op de muur schilderen? Ook dat plan wordt niet gewaardeerd. De opeenstapeling van teleurstellingen mondt uit in een herkenbare kleuterreactie: Puck krijst en tiert tot ze helemaal is leeggelopen. Wanneer de boosheid uiteindelijk wegebt, kijkt ze met grote ogen naar het buurjongetje dat op exact dezelfde manier uitbarst. “Mama, dat kan toch écht niet zo, of wel?” Die ironische omkering is typerend voor de toon van het verhaal. Jonge luisteraars zullen ongetwijfeld grinniken om Pucks verontwaardiging,wanneer haar stoutmoedige en lichtjes stoute plannen worden afgewezen. De illustratiestijl sluit mooi aan bij het verhaal: expressieve, kleurrijke figuren versterken de humor én maken Pucks emoties invoelbaar. Zo worden alledaagse frustraties herkenbaar, luchtig en vooral heel plezierig om samen te beleven.

Morgan, A. (2025). Het is echt, echt niet eerlijk! Antwerpen: de Vries-Brouwers.


Yuki noemt zichzelf een driftkop: soms wordt ze zó boos dat ze schreeuwt, zich op de grond gooit en hard huilt. Na zo’n uitbarsting blijft ze achter met een verward gevoel. Wanneer ze op weg naar huis de sleutels bewust in een rioolput laat vallen, besluit ze erachteraan te kruipen: steeds dieper, tot in de vieze smurrie. Daar ontmoet ze de Blubberkoningin, heerseres over het rijk der Driftkoppen. Hoewel Yuki eerst bang is, gidst de Blubberkoningin haar door een ondergrondse fantasiewereld vol symbolische plekken en wezentjes: de ‘Ettertjes’ die schuldgevoel aanpraten, het ‘Verdwijnmeer’ waar driftkoppen naar verlangen en een museum met voorwerpen die vaak door de lucht vliegen tijdens een driftbui. Hoe dieper Yuki de ondergrondse fantasiewereld induikt hoe dichter ze bij de werkelijke beleving van haar woedeaanvallen komt. Beatrice Alemagna gaat de donkerte en de kracht van intense woede niet uit de weg. Haar donker-getinte, soms vuile, illustraties verbeelden hoe boosheid voor kinderen kan voelen: troebel, heftig en zelfs een beetje eng. Toch eindigt het boek hoopvol, met een schoongewassen Yuki die voelt dat de storm is gaan liggen. Een krachtig en verbeeldingsrijk verhaal dat kinderen helpt om hun emoties beter te begrijpen.

Alemagna, B. (2025). De Blubberkoningin. Een modderig avontuur in het rijk der driftkoppen. Schiedam: Parade.


We volgen het werk van Jenni Desmond al jaren met veel plezier. Ze vermaakte ons met geestige verhalen zoals Zoevende Zebra en Alberts boom en ze wist ons te informeren met haar informatieve prentenboeken over dieren, waaronder De olifant en De blauwe vinvis. In dit nieuwe prentenboek brengt ze het informatieve en het fantasierijke samen. Terwijl eenhoorns over wolken dartelen, verduidelijken korte gecursiveerde teksten enkele weersverschijnselen. Zo krijgt de lezer inzicht in het verschil tussen verschillende soorten wolken en worden fenomenen als de regenboog en vallende sterren in het kort toegelicht. Toch is het boek in de eerste plaats wat de titel belooft: een gids over eenhoorns. Desmond presenteert de weetjes over deze mythische wezens alsof het vaststaande feiten zijn. We ontdekken allerlei aspecten van hun levenswijze: hoe ze feesten, wat hun hobby’s en karaktereigenschappen zijn, … De insteek doet denken aan de kabouterboeken van Rien Poortvliet: de ernst waarmee het magische denken wordt benaderd, vormt de grootste charme van dit werk. Juist daarom had het informatieve luik er voor ons niet per se bij gehoeven. Het is net heerlijk om even helemaal aan de realiteit te mogen ontsnappen.

Desmond, J. (2025). De eenhoorngids voor wie in ze gelooft. Rotterdam: Lemniscaat.


De cover verklapt het meteen: het contrast tussen de grote, norse Grizzly en de kleine, energieke wasbeer kan nauwelijks groter zijn. De wasbeer bruist van enthousiasme en ideeën: een wandeling door de natuur, een frisse plons in een bergmeer, drogen in een zachte zomerbries en smullen van sappige bramen. Wat de wasbeer ook voorstelt, Grizzly antwoordt met een afwijzende opmerking. Toch tonen de paginagrote illustraties na elk afgewezen voorstel een ander verhaal: Grizzly en de wasbeer beleven samen duidelijk plezier aan alle activiteiten die hun tocht te bieden heeft. Kleuters zullen ongetwijfeld genieten van die komische tegenstelling tussen Grizzly’s uitgesproken weerstand en het plezier dat hij zichtbaar wél ervaart. Wanneer de wasbeer uiteindelijk vraagt waar Grizzly dan eigenlijk wél van houdt, krijgt het verhaal een zachte wending. Het verhaal heeft niet veel om het lijf, maar de illustraties dragen sterk bij aan de beleving: ze tonen zowel de geneugten van een mooie wandeling als de humor in het contrast tussen zin en tegenzin. Een herkenbaar verhaal voor elke voorlezer die jonge kinderen kent die dol zijn op wandelen… of juist op zeuren.

Le Goff, H. (2025). Grrrizzly. Schiedam: Parade.


OKTOBER 2025

“Ze zeggen dat de barbaren komen!” Met die onheilspellende boodschap wordt een hele stad in rep en roer gebracht. Niemand weet precies wie dat zegt of wie die zogenoemde barbaren zijn. Toch groeit de dreiging met elke pagina. De wachters worden steeds alerter: ze laden hun kanonnen, poetsen hun laarzen en hijsen de vlaggen. Nog nooit was de stad zo goed voorbereid op een aanval. Toch hadden ze zich de moeite en alle angst kunnen besparen, want die barbaren dagen uiteindelijk niet op. Eens onze wachters dat begrepen hebben, is er tijd en ruimte voor ontspanning in de natuur. De boodschap van dit prentenboek is helder: een samenleving die zich blindstaart op angst en vijandbeelden, sluit zichzelf af van verbinding en verwondering. Hoewel de maatschappelijke ondertoon eerder volwassenen aanspreekt, is de kern wél toegankelijk voor jonge kinderen. Kleuters herkennen moeiteloos hoe angst en boosheid kunnen verhinderen dat je samen speelt of plezier maakt. Bovendien bouwt Tallec het verhaal met veel spanning op. Ook jonge lezers zullen met een klein hartje de barbaren verwachten. Zo laat Tallec zien hoe verbeelding angst kan voeden, maar ook kan bevrijden.

Tallec, O. (2025). Wachten op de barbaren. Eke: De Eenhoorn.


Een van de bekendste metamorfoses uit de sprookjeswereld is die van de kikker die door een prinsessenkus in een prins verandert. Vanuit dat beeld vertrekt dit prentenboek: links een prinsesje dat een kikker moet vinden, rechts kikkerdril. Wat begint als een klassiek sprookje, groeit echter uit tot een verrassend hedendaags verhaal. Doorheen het boek voltrekt zich niet één, maar meerdere gedaanteverwisselingen. De witte koning en koningin uit het begin maken plaats voor een alleenstaande moeder van kleur die met een paard aan haar zijde haar dochter aanmoedigt, kikkerdril wordt kikker, een nest eieren een vogelgezin, zaadjes bloeien en keren weer terug naar hun oorsprong … Zelfs de illustraties evolueren van lichte blauw-witte tinten naar een rijk en warm kleurenpalet. Deze opeenvolging van veranderingen maakt het boek niet alleen visueel verrassend, maar ook inhoudelijk gelaagd. Het verhaal verbindt natuur en cultuur, groei en identiteit en het nodigt uit tot gesprek over leven, verandering en diversiteit. Voor jonge kinderen zijn vooral de illustraties een boeiende ontdekkingstocht. Zo worden de kleine vierkanten illustraties in de hoeken bij snel bladeren zelfs een kleine tekenfilm. Plezier verzekerd.

Geus, M. & Pluim, S. (2025). Is dit een kikker? Rotterdam: Lemniscaat.


Kleine Leo lijkt een hoopgevende leider: zijn beloften zijn groot en zijn kroning wordt met een feest voor alle dieren gevierd. Maar al snel verandert hij in een afstandelijke, wrede heerser. Wanneer de dieren protesteren, verhardt Leo zijn beleid. Zo verplicht hij vogelouders zelfs de vleugels van hun jongen te breken. Er ontstaat onrust in het rijk van koning Leo, die steeds oorlogszuchtiger wordt, maar de vogel Tiffany is met heel wat anders bezig. Nadat haar man is overleden, verwelkomt ze kleine Krikri die ze met liefde overlaadt. Helemaal ingenomen door dat prachtige wezentje denkt ze er niet aan om zijn vleugels te breken. Dat geeft vrolijke Krikri, die graag gekke fratsen uithaalt, de onbezonnen durf om op een dag ook de kroon van Leo’s hoofd te stelen. Wanneer hij de kroon op andere hoofden achterlaat, blijkt het kwaad niet in de koning, maar in de kroon zelf te schuilen. Na verschillende pogingen besluit Krikri de kroon de zee in te gooien. Probleem opgelost, of toch niet …? Ramos toont met humor hoe macht corrumpeert en hoe leiderschap verantwoordelijkheid vraagt. Hoewel het thema zwaar lijkt, maakt de auteur het herkenbaar en bespreekbaar voor jonge kinderen. De absurditeit van de nieuwe machthebbers – een ezel die lezen verbiedt, een hond die iedereen laat blaffen, een vos die kippen vrijlaat – nodigt uit tot gesprek. Samen met kleuters nadenken over eerlijk delen van macht, of over ‘wie de baas is’ in klas of gezin, maakt dit prentenboek bijzonder waardevol.

Ramos, M. (2025). De kleine Krikri. Utrecht: Parade.


Weinig auteurs in ons taalgebied weten de belevingswereld van peuters en kleuters zo vrolijk en treffend weer te geven als Erik van Os en Elle van Lieshout. Dat bewijzen ze andermaal met ‘Blote Billie’. Je kent die peuterdrang om in blote billen rond te lopen vast wel. Dat is net zo voor Billie die het meteen ook op een lopen zet. Ze krijgt een hele resem mensen achter zich aan tot ze op een poltieagent stuit … De kleurrijke en speelse illustraties van Myriam Berenschot sluiten perfect aan bij de ritmische tekst. Beluister zeker het lied dat de auteurs erbij maakten. De vrolijke toon en illustraties geven een prima beeld van dit heerlijke prentenboek:

Van Os, E.; van Lieshout, E & Berenschot, M. (2025). Blote Billie. Haarlem: Gottmer.


Het blonde jongetje op de cover heeft een geweldige opa. Samen wandelen ze telkens langs dezelfde weg naar hun geliefde Kiezelsteelsteenstrand. Onderweg praten en spelen ze, en eenmaal op het strand beleven ze de meest bijzondere avonturen: ze spotten een zeehond, spelen piraat, smullen van een ijsje … Elke uitstap eindigt volgens een vast ritueel: opa en kleinzoon kiezen elk een kiezelsteen, schilderen die in de gestrande boot en praten samen de dag door. Zo stapelen ze, letterlijk en figuurlijk, hun herinneringen op. Tot de dag komt dat opa moet verhuizen … Dit herkenbare verhaal over steentjes verzamelen is tegelijk een ode aan kleine gelukjes, familiewarmte en het koesteren van momenten die je voor altijd bijblijven. Jarvis weet met zachte humor en een warm kleurenpalet dicht bij de essentie te komen: lachen en vertellen met wie je lief is, aandacht hebben voor de wereld om je heen en herinneringen bewaren om door te geven aan de volgende generatie. We volgen Jarvis sinds Marcs grote gevaarlijke tanden met veel enthousiasme en worden daar telkens om beloond. Er kruipt steeds meer zachtheid in zijn verhalen en illustraties en dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Jarvis (2025). Onze stenen. Rotterdam: Lemniscaat.


Voor de man met de lange benen kent het leven enkele bijzondere uitdagingen. Hij moet zich overal bukken, past niet in gewone kleren en ook een fiets blijkt niet gemaakt voor zijn lange stelten. Gelukkig is hij handig: met wat geknutsel en gesleutel weet hij bijna alles aan te passen. Toch vormen de afkeurende blikken en pesterijen van de stadsbewoners de grootste beproeving. Alleen de ijzerhandelaar is dol op de vriendelijke man met de lange benen. Wanneer een zware storm de stad in puin achterlaat, verandert alles. Opeens weet iedereen de weg te vinden naar de man met de lange benen, die ook op alle hulpvragen ingaat. In dit verhaal ontdekken jonge lezers niet alleen hoe venijnig hypocrisie kan zijn, maar ervaren ze ook dat vriendelijkheid en liefde uiteindelijk zegevieren. De warme bruintinten en de subtiele jarenzestiglook geven dit boek een bijna vintage charme, die perfect aansluit bij het tijdloze thema. Een vertelling die zacht, maar krachtig laat zien dat anders zijn ook een talent kan zijn.

Phillips, B. (2025). De man met de lange benen. Schiedam: Parade.


Fans van De jongen, de mol, de vos en het paard zullen de illustratiestijl van Charlie Mackesy meteen herkennen in dit boek. Ook hier brengen zijn zwierige penstreken gevoel en beweging in elke tekening. De verhalen uit Wisselweg Woud krijgen alle ruimte in deze mooi uitgegeven bundel, die sterk doet denken aan Britse klassiekers als Winnie de Poeh en Pieter Konijn. In vijf vertellingen neemt oma haar kleinkinderen mee naar de wonderlijke wereld van Wisselweg Woud, waar magie en alledaagsheid elkaar vinden. De verhalen zijn duidelijk geïnspireerd door het Engelse platteland, het familieleven en mythologie. Zo maken we kennis met freule Pontekoek, een bijzondere dame die Slot Snittingen deelt met een geest. Wanneer haar geliefde huis wordt verkocht aan de botte Plurk, probeert ze hem met zachte hand de juiste omgangsvormen bij te brengen. Maar haar raad – wees vanaf het begin vriendelijk tegen de geest – slaat hij in de wind. En dat blijft – uiteraard – niet zonder gevolgen … De verhalen zijn telkens magisch, grappig en warm tegelijk. Dankzij Arthur Japin is de rijmtekst ook vlot voorleesbaar. Een heerlijk boek om op koudere dagen samen in weg te kruipen.

Cowie, V. & Mackesy, C. (2025). Verhalen uit Wisselweg Woud. Amsterdam: Ploegsma.


ZOMER 2025

Wie in de hoek staat, heeft vast iets uitgespookt. Met spaghettislierten tegen de muren kunnen we wel raden wat het jongetje daar staat te doen, maar zelf vertelt hij alle dieren die ernaar vragen: ‘Ze zeggen dat ik iets stouts gedaan heb.’ Bladzijde na bladzijde komen er dieren bij in de hoek die ook – ooit eens – iets stouts hebben gedaan. Slang heeft muis opgegeten, eland verschijnt met een waslijn verstrikt in zijn gewei, struisvogel heeft duidelijk met verfpotten gespeeld, neushoorn breekt door de muur … Zo ontdekt de lezer wat ‘stout zijn’ allemaal kan betekenen: ondeugend, grappig, gevaarlijk, onbedoeld, verleidelijk. Het magische woord ‘sorry’ bevrijdt iedereen uit de hoek, behalve het jongetje. Het verrassende einde doet glimlachen, net als de vele geestige details in de verfijnde illustraties van Pieter van den Heuvel. Die bewijst zich opnieuw als meester van het stapelverhaal. Het concept is eenvoudig, maar de uitwerking is vernuftig. ‘In de hoek’ nodigt uit tot kijken, herlezen en vooral: tot gesprekken de betekenis van ‘stout zijn’.

Van den Heuvel, P. (2025). In de hoek. Haarlem: Gottmer.


‘Het avontuur en andere verhalen’ is de derde bundel over de bijzondere vriendschap tussen Vogel en Beer. Het boek bevat vier korte verhalen die samen een reeks herkenbare belevenissen vormen. In het eerste verhaal doet Beer er alles aan om Vogel op te vrolijken, tot blijkt dat samen níets doen soms precies is wat nodig is. Wanneer Vogel later in een gat valt omdat hij denkt dat Beer erin verdwenen is, draait de reddingsactie hun rollen om. In het derde verhaal beleven Beer en Mol samen zoveel plezier dat Vogel jaloers wordt. Het boek eindigt met een fantasierijk avontuur dat hun vriendschap alleen maar sterker maakt. De verhalen zijn net als in de twee eerdere bundels eenvoudig maar ontwapenend. Vogel en Beer zijn zorgzaam, grappig en tonen dat ook kleine problemen grote gevoelens kunnen oproepen. Hun avonturen nodigen uit tot gesprek: Waarom doet jaloezie pijn? En waarom is samen niets doen fijner dan alleen? Met humor en een vleugje filosofie biedt dit boekje aanknopingspunten om met kleuters te praten over emoties en vriendschap.

Jarvis (2025). Vogel en Beer: Het avontuur en andere verhalen. Haarlem: Gottmer.


De Grote Show komt eraan en Duuk zou willen deelnemen. Hij kan ook prachtig zingen, alleen … op een podium lukt het niet. Voor publiek raakt zijn slurf in de knoop en komt er slechts wat gepiep uit. Plots ontmoet hij Suus, die ukelele speelt er ervaring heeft met plankenkoorts. Suus verklapt haar trucje: ‘Het geheim is dat niemand het iets kan schelen als je het verkeerd doet.’ Voor Duuk helpt dat niet meteen, maar de nieuwe vriendschap geeft hem de moed om tóch mee te doen … Plankenkoorts is een thema dat in prentenboeken zelden aan bod komt, maar voor kleuters bijzonder herkenbaar is. Of het nu gaat om een dansje voor de grootouders, een nieuwjaarsbrief of een verhaal in de kring: niet iedereen durft dat zomaar voor publiek te doen. De spanning en het verdriet die bij de plankenkoorts horen, worden zodanig in beeld gebracht dat je meteen meeleeft met het lieve olifantje. Op het einde zien we Duuk uitbundig zingen op een podium en kan je dit kleurrijke prentenboek enkel met een glimlach dichtslaan.

Porter, J. & Desmond, J. (2025). Dappere Duuk. Rotterdam: Lemniscaat.


MEI 2025

In wit, grijs en oranje zet Aline Portman prachtige, sprekende potloodtekeningen neer. Het zijn in wezen de tekeningen die het verhaal vertellen en dat gaat zo: Beer beweert van zichzelf dat hij echt heel goed is in het dieren zoeken met zijn verrekijker, ‘spotten’ dus. Beer wil de kleuters ook tips geven zodat ze zelf ook goed leren zoeken. Alleen… vandaag heeft hij geen geluk. Er verschijnt geen enkel dier in zijn gezichtsveld. Tenminste dat denkt hij want de aandachtige kijker weet wel beter! Zo zie je op een bepaald moment rechts van beer de oranje pluimstaart van een eekhoorn met daarnaast vijf ganzennekken en -koppen voorbij wandelen. Op dat moment zegt Beer: ‘Maar vandaag hebben we geen geluk. Er is niets te zien.’ En zo gaat dat maar door in het verhaal, bladzijde na bladzijde. Beer kijkt altijd naar de verkeerde plaatsen, zoekt dieren waar ze op dat moment niet zijn en ondertussen lopen, vliegen, klimmen, … ze hem voorbij. Kleuters zullen onmiddellijk of na even zoeken ontdekken welke verschillende dieren aan de aandacht van Beer ontsnappen en ze zullen aan dat zoekproces heel veel plezier beleven. Achteraan in het boek staat ook een lijstje van elle dieren die je zou kunnen gespot hebben. Erg leuk en humoristisch verhaal waarin de vele herhalingen tot het zoeken naar veel voorkomende dieren aansporen.

Portman, A. (2025). Dieren spotten doe je zo. Tielt: Lannoo.


Sky heeft een lievelingsbroek, zo eentje die je het liefst nooit meer uittrekt. Herkenbaar, toch? Maar op een dag is de broek te klein. Sky pakt resoluut de schaar: misschien kan ze hem zélf wel groter maken. Wanneer dat niet lukt, droogt mama haar tranen en stelt ze voor om een nieuwe te kopen. In de winkel lijkt dat eerst de logische oplossing tot een vrouw in een kleurrijke patchwork-jurk hen op een beter idee brengt. Waarom niet zélf een broek maken van oude, versleten kledingstukken? Sky tekent haar droombroek en mama naait liefdevol de favoriete lapjes aan elkaar. Het resultaat is een unieke, nieuwe oude lievelingsbroek waar Sky dolblij mee is. Sacha Khodabux stelt in ‘Ik wil geen nieuwe broek’ onze kledingconsumptie in vraag, zonder met de vinger te wijzen of een zwaar wereldbeeld te schetsen. Integendeel: het samen kiezen, ontwerpen en naaien van stofjes levert moeder en dochter een warme, creatieve middag op. Dat plezier zie je terug in de illustraties: eerst nog jeansblauw, maar hoe verder je leest, hoe kleurrijker de pagina’s worden. ‘Ik wil geen nieuwe broek’ is een vrolijk, eigentijds verhaal dat naadloos aansluit bij thema’s als duurzaamheid, creativiteit en ouder-kindmomenten.

Khodabux, S. & van Bergen, L. (2025). Ik wil geen nieuwe broek. Eke: De Eenhoorn.


Vleertje Muis is al na twee verhalenbundels een van onze favoriete kinderboekenpersonages. Dat heeft alles te maken met hoe groot en tegelijk aandoenlijk klein hij is, zijn warme vriendschappen met de andere dieren in het bos, en de humoristische ondertoon van zijn dagelijkse avonturen. Vleertje Muis en het gaapconcert behandelt het alombekende probleem van een jonge kleuter die de slaap niet kan vinden op de vooravond van zijn verjaardag. Vleertjes vrienden hebben tal van ideeën, maar Uils nest is te kriebelig, Pads bad voelt te koud aan en het toverdrankje van Vos en Das smaakt echt te vies. Zoals de titel doet vermoeden is het uiteindelijk een gaapconcert dat Vleertje naar dromenland stuurt. De grappige geluiden die het concert teweegbrengen vormen meteen ook het hoogtepunt van het verhaal. Het is een succesvolle afloop ware het niet dat de vriendjes nu klaarwakker naar de feestvoorbereidingen staan te kijken … Je mag gerust zijn: ook dit verhaal op maat van jonge kleuters doet glimlachen en zorgt voor gegarandeerd voorleesplezier.

Roos, S. & Bartels, A. (2025). Vleertje Muis en het gaapconcert. Amsterdam: Volt.


Konijn wil zich snel aankleden om naar buiten te trekken, maar waar is de tweede sok toch naartoe? Konijn zoekt onder het bed, in de kleerkast en in de badkamer, maar de sok is nergens te vinden. Op elke plek slingert wel een ander kledingstuk rond dat Konijn telkens meteen aantrekt. Zo wordt Konijns outfit elke pagina gekker en grappiger. Geen wonder dat haar vriendjes schrikken als ze haar zo in de tuin zien verschijnen! Gelukkig is de oplossing dan niet meer veraf … Dit vrolijke prentenboek is op maat gemaakt voor peuters. Dankzij de doorkijkgaten wordt het verhaal een echte ontdekkingstocht: jonge lezers kunnen telkens al een glimp opvangen van het volgende kledingstuk. De tekeningen van Petr Horáček zijn zoals altijd speels, kleurrijk en heerlijk expressief.

Horáček, P. (2025). Gevonden! Een doorkijkboek. Rotterdam: Lemniscaat.


Hans en Monique Hagen – dichters van de klassieker ‘Jij bent de liefste’ – schrijven naast poëzie ook verhalen, geven lezingen en workshops, ontwikkelen lesmateriaal én brengen poëzie tot leven op podia en in klaslokalen. Onlangs voegde het koppel met ‘Elk versje is een visje’ een tweede verzamelbundel toe aan hun palmares als leesbevorderaars. Voor deze uitgave doken ze in maar liefst duizend poëziebundels en selecteerden daaruit 111 versjes voor jonge kinderen. De beste dichters van ons taalgebied kregen een plek. Van tijdloze stemmen als Annie M.G. Schmidt en Nannie Kuiper over eigentijdse dichters als Pim Lammers, Bart Moeyaert en Bette Westera. De bundel volgt geen strak thema en is niet onderverdeeld in rubrieken – en dat is juist de kracht. De verzen zijn verbonden door taalplezier, humor, gevoeligheid en schoonheid. De Hagens kozen resoluut voor kwaliteit en dat voel je op elke pagina. Opvallend genoeg namen ze geen van hun eigen gedichten op – een bescheiden keuze, die ruimte biedt aan collega-dichters. Elk versje is een visje is een aanrader voor iedereen die jonge kinderen wil laten proeven van poëzie: leerkrachten, ouders, bibliothecarissen en leesbevorderaars. Een bundel om keer op keer open te slaan en telkens iets nieuws te ontdekken.

Hagen, H. & M, Praagman, M. (2025). Elk versje is een visje. 111 gedichten om voor te lezen. Amsterdam: Querido.


Djamila is dol op kersen, zo dol dat ze die met pit en al naar binnen smult. Haar vader waarschuwt dat er een kersenboom in haar buik zal groeien, maar Djamila lacht die waarschuwing weg. Tot ze de volgende ochtend wakker wordt met een vieze grondsmaak en een takje in haar mond… Djamila probeert op allerlei manieren van de tak af te komen, maar de boom blijft groeien. Zelfs de dokter weet geen oplossing en stelt voor om ermee te leren leven. Wanneer de tak tot een volledige boom is uitgegroeid zijn er zoveel nadelen – een vogel laat zelfs een drol vallen in haar mond (!) – dat Djamila een radicale oplossing bedenkt. Die is al even fantasierijk als leerzaam, en laat jonge lezers op een speelse manier ontdekken wat een boom écht nodig heeft om te groeien. Het verhaal is even kleurrijk als de kersenboom: er zit humor in de absurde situaties en warmte in de zorgzame vader. De illustraties brengen de zomer binnen met een immer vrolijke Djamila en kersenrood op alle pagina’s. En zo hebben we er een prettig en origineel voorleesverhaal bij dat kleuters ook aan het denken zal zetten.

Boets, J. & Neirynck, E. (2025). Een kersenboom in je buik. Eke: De Eenhoorn.


Muis wordt door Mevrouw Merel meegenomen naar een nieuw huis, waar gele en blauwe Vlinder wonen. Maar echt op zijn gemak voelt hij zich daar niet. De bloemenkledij, het behang met bloemetjes, het ontbijt met graantjes en honing — en vooral de regel dat er niet gespeeld mag worden — geven hem een unheimlich gevoel. De vlinders geloven dat je iemand anders kunt worden dan wie je bent, maar Muis weet wel beter. Stiekem sluipt hij weg. In elk volgend hoofdstukje belandt Muis in een ander huis. Telkens wordt hij vriendelijk onthaald, maar nergens voelt hij zich echt thuis of veilig. Uiteindelijk kiest hij ervoor om alleen in een grot te gaan wonen. Maar zelfs daar is hij niet alleen: de vleermuizen die hij daar ontmoet, zorgen onverwacht voor dat warme thuisgevoel waar hij al die tijd naar op zoek was. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, vertelt het boek over een pleegkind op zoek naar geborgenheid. De tekst van Kolet Janssen en de illustraties van Stien van Kerckhoven zijn gevoelig, zonder zwaar te worden. Angst en verdriet krijgen een plek, maar zijn altijd gecombineerd met hoop en avontuur. Een thuis voor Muis is een langer verhaal, opgedeeld in korte hoofdstukken. Het is ideaal om voor te lezen aan oudere kleuters die al mee kunnen denken over grote vragen. Wat is ‘thuis’? En mag je jezelf zijn?

Janssen, K. (2025). Een thuis voor Muis. Eke: De Eenhoorn.


Vol vol natuur maakt zijn titel waar: dit grote prentenboek zit boordevol kleurrijke tekeningen en weetjes over planten en dieren. Het boek neemt je mee op een wereldreis langs acht verschillende leefomgevingen: van de besneeuwde toppen van de Himalaya tot de uitgestrekte vlakte van de snikhete savanne. Elke habitat krijgt een dubbele pagina vol planten, dieren en verrassende details die typisch zijn voor die plek. Wat meteen opvalt, is de speelse toon. Dieren verschijnen soms met een bril of een hoed, wat hen een grappige, bijna menselijke uitstraling geeft. Dat maakt het boek niet helemaal natuurgetrouw, maar des te aantrekkelijker voor jonge lezers met een levendige fantasie. Tussen de beelden staan korte tekstjes die rijmen, aanzetten tot zoeken of grappige vragen stellen. Zou jij deze reuzeninktvis met acht tentakels willen knuffelen? Zo combineert het boek kennis met verwondering en plezier. Achteraan volgen nog enkele extra natuurweetjes, als vrolijke afsluiter.

Garibal, A. & Piu, A. (2025). Vol vol natuur. Eke: De Eenhoorn.


APRIL 2025

Beer geniet van een gelukzalig moment: hij zit op zijn eentje op een bank met een koekje, een boek en een ballon. Alles is perfect, tot Vos langskomt en vraagt of hij ook op de bank mag zitten. Beer heeft daar eigenlijk geen zin in, maar staat het toe. Even later verschijnt Wolf, die blijkbaar wel een hapje van Beers koekje lust… Dit scenario herhaalt zich tot Beer op een boordevolle bank zit, zonder koekje, boek of ballon. Gefrustreerd door alle toegevingen en drukte haalt Beer sterk uit. We begrijpen hem volledig, tot Eend passeert met een koekje waar Beer wel een stukje van zou lusten… De herhalende structuur en bijhorende rake tekst zijn strak uitgewerkt en perfect op maat van peuters. De echte bijzonderheid van dit boek zit echter in de illustraties van Natalia Shaloshvili. De sfeervolle illustraties in zachte tinten brengen de dieren terug tot hun essentie. Met kleine ingrepen in de expressie weet ze van Beer een sprekend personage te maken waar tal van toehoorders zich in zullen herkennen. Een echte aanrader!

Shaloshvili, N. (2025). Beer. Haarlem: Gottmer.


Het populaire duo Frank en Bert is ons ondertussen genoegzaam bekend. Ook in dit verhaal combineert Naylor-Ballesteros de warme vriendschap tussen beiden met hun geestige belevenissen. Deze keer zien we hoe de immer klunzige Bert een potje voetbal probeert te spelen. De bal komt – zoals we van hem kunnen verwachten – overal behalve in de richting van de goal terecht. Wanneer topvoetballer Barbara verschijnt, laat Frank hem al snel links liggen. Bert staat beteuterd langs de kant te kijken, maar dat houdt hem niet tegen om zijn vriend te hulp te schieten wanneer dat nodig is… De volwassen prentenboekenliefhebber ziet de herhaling in het recept, maar jonge kinderen zullen onverminderd van dit nieuwe avontuur genieten en gelijk hebben ze!

Naylor-Ballesteros, C. (2025). Frank en Bert trappen een balletje. Haarlem: Gottmer.


‘Lamelos’ opent met een bijzonder herkenbaar uitgangspunt: de jonge verteller is zo vreselijk boos dat zijn vader beslist om hem liefdevol vast te pakken en niet meer los te laten. Na wat tegenstribbelen voelt het jongetje de razende woede zijn lichaam verlaten, maar de vader blijft hem vasthouden. Op dat moment neemt het verhaal een bijzondere wending, want de vader laat zijn zoon echt nooit meer los: ook niet als het jongetje eet, slaapt, naar toilet gaat, fietst, speelt … De vader plooit zich letterlijk in allerhande bochten om doorheen dat alles zijn zoon te blijven vasthouden. Wanneer dat liefdevolle vasthouden eerder op beklemmen begint te lijken, komt de woede bij het jongetje weer op. Zo graag als vader en zoon dicht bij elkaar zijn, zo duidelijk is het dat het ‘voor altijd vasthouden’ het uiteindelijk moet afleggen tegen ‘lamelos’. Wat een slimme manier om herkenbare gevoelens voor zowel jonge kinderen als hun ouders te combineren met een speels en origineel verhaal! De frisse en uitgepuurde illustraties van Praagman werken daarbij perfect samen met de strakke dialogen van Gideon Samson. Daarbovenop heeft uitgeverij Leopold het geheel verzorgd uitgegeven, wat van ‘Lamelos’ echt een bijzonderheid voor je boekenplank maakt.

Samson, G. & Praagman, M. (2025). Lamelos. Amsterdam: Leopold.


Het liedje dat bij het zien van de cover in ieders hoofd weerklinkt, is meteen ook de opener van ‘Schipper mag ik over…’. De veerman die we op de melodie van het alombekende lied aan het werk zien, houdt bijzonder veel van zijn overzichtelijke en dienstbare job op de rivier. Tot er een storm opsteekt en zowel de pont als het schip naar de haaien zijn. In het midden van die chaos voelt de veerman zich totaal verloren. Terwijl hij verwilderd toekijkt, steken de peilkanen, de krokodil, de zeearend en zelfs de octopus een handje toe om de passagiers alsnog aan de andere oever te krijgen. Enkel de bevers lijken niet te helpen … Op de grote, schilderachtige illustraties valt heel wat te zien en te beleven, maar de verwarring die de storm veroorzaakt wordt soms wat te sterk in de drukke illustraties doorgetrokken. Toch blijft het geheel een prettig verhaal waar veel jonge kinderen zich mee kunnen identificeren, want het ontredderde gevoel wanneer de vaste structuur wegvalt, zal hen niet vreemd zijn. Aan hen de boodschap: vertrouw op je omgeving en de rust zal terugkeren.

Fisscher, T. & Van der Wateren, M. (2025). Schipper mag ik over… Amsterdam: Volt.


In een regenachtige en donkere stad lopen kleurloze mensen – veelal gebogen – door de straat. Ze lijken de schitterende kattengeest die boven hen uit rijst niet eens op te merken. Wanneer kleine Anna de kat wel ziet, besluit ze die te helpen met het vinden van de weg. Dat is verre van evident, want ook Anna weet niet welke richting ze uit moeten. Samen zwerven ze doelloos door de stad tot ze de geest van een muis in het oog krijgen. Na een lange dag zoeken vindt de kat dan toch haar bestemming in de geest van een boom. Anna blijft achter in een wereld waar de kleuren nu toch wat lichter lijken. De beschrijving van de eenvoudige verhaallijn doet dit bijzondere prentenboek tekort. De schilderachtige illustraties in blauw-grijze tinten stralen een weemoed uit die mooi contrasteert met de kleuren van het meisje en het stralende licht van de geesten. De zoektocht heeft iets magisch, wat voor jonge kinderen aantrekkelijk zal zijn. De volwassen lezer kan de boodschap niet misverstaan: Laat ons wat meer door de ogen van kinderen en de natuur naar onze wereld kijken. Misschien helpt dat om de weg terug te vinden.

Oosterwijk, J. (2025). De kattengeest. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


De immer enthousiaste Suusje Eekhoorn en haar beste vriend, de zachtmoedige August de Vos zijn alweer aan hun vierde avontuur toe. De lezers lijken maar niet genoeg te krijgen van deze goedhartige vrienden en dat kunnen wij alleen bijtreden. In dit verhaal kijkt August enorm uit naar dagje lezen, tekenen en aardbeien smullen. En dat allemaal lekker alleen. Hij trekt naar een soort geheim kamp in het bos waar hij in een gezellige cocon van lakens heerlijk kan ontspannen. Suusje heeft hem echter in de gaten en heeft het grappige idee om stiekem Augusts spullen te laten verdwijnen uit de hut. Dat August dat helemaal niet fijn vindt, heeft Suusje aanvankelijk niet in de gaten … Net als in de vorige verhalen heeft de herkenbaarheid van de verhaallijn iets troostends en sla je het boek met een glimlach dicht. In het kleurrijke bos met tal van kleine en grote dieren om te ontdekken en waar vrienden hun best doen voor elkaar, zijn we helemaal veilig. En laat dat nu een heerlijke plek zijn voor jonge kleuters om te vertoeven, alleen of samen.

Bos, M. (2025). Lekker alleen! Rotterdam: Lemniscaat.


Na het internationale succes van Zommers grote natuurboeken is hij een soort spin-off gestart met edities voor jongere kinderhanden. Eerder lazen we Het zeeboek van Kleine Schilpad en Het beestjesboek van Kleine Slak. Nu kunnen we de belevenissen van Kleine Bij en Roodborstje daaraan toevoegen. Kleine Bij zoemt en zoeft op elke bladzijde langs andere bloemen: van kleurige tulpen en stralende zonnebloemen, over kersenbloesems en orchideeën. De kleurrijke prenten boordevol bloemen worden telkens aangevuld met een korte informatieve tekst. Ook Roodborstje trekt er een dag op uit, maar die komt telkens andere vogelsoorten tegen. Denk aan duiven, eksters en eenden, maar even goed aan de exotischere flamingo’s en papegaaien. De eenvoudige structuur loopt in elk van de boeken gelijk, wat er ook voor jonge kleuters een herkenbare reeks van maakt. De informatieve kartonboeken zijn met hun rijke taal en illustraties een aanwinst voor de allerjongste lezers.

Zommer, Y. (2025). Het bloemenboek van Kleine Bij. Rotterdam: Lemniscaat.
Zommer, Y. (2025). Het vogelboek van Roodborstje. Rotterdam: Lemniscaat.


MAART 2025

Ken je dat ontredderde gevoel van een kind wanneer een geliefde volwassene huilt? Kleine hond alleszins wel. Het aandoenlijke hondje wil de tranen stoppen en bedenkt verschillende oplossingen. Misschien is grote hond gevallen of scheurt die van de honger? Dan kan een pleister of een heerlijk bot wonderen doen. Helaas, de tranen blijven stromen en kleine hond blijft zoeken naar een remedie. Uiteindelijk kan ook kleine hond de tranen niet bedwingen. Pas dan leert kleine hond dat de tranen een soort remedie zijn voor het verdriet dat vanbinnen zit. Stel je voor dat je helemaal zou opzwellen door alle tranen die niet gehuild worden? Het grappige beeld stelt kleine hond gerust en ontslaat hem gelijk ook van de taak om de tranen ‘op te lossen’. Dankzij Tamara Bos en Barbara de Wolf wordt dat verdriet ook bevattelijk gemaakt voor jonge kleuters. De spaarzame tekst wordt aangevuld door paginagrote illustraties die met humor het thema verlichten. Zo blaast grote hond echt op tot een ballon vol tranen, dient kleine hond de pleisters toe door op een trampoline te springen en krijgt grote hond eerder een douche in het gezicht wanneer kleine hond de dorst wil lessen. De complexloze benadering van huilen en verdriet geeft lezers de kans om taal te geven aan die herkenbare gevoelens, maar zorgt in de eerste plaats voor onvervalst verhaalplezier.

Bos, T. & de Wolf, B. (2024). Als grote hond huilt. Haarlem: Gottmer.


Ridder Uil is als kapitein van de Riddernachtwacht ondertussen een onmisbaar figuur aan het hof. Het leven gaat zijn gangetje tot de leergierige Vroege Vogel vraagt om zijn leerling te worden. Het nachtelijke waken van Ridder Uil en het gretige enthousiasme van Vroege Vogel overdag maakt dat mentorschap bijzonder moeilijk. Ridder Uil vindt zijn rust niet overdag en Vroege Vogel is ’s nachts te moe om iets van de nachtwacht op te steken. Tot Ridder Uil zijn geduld verliest en Vroege Vogel wegstuurt … In enkele spannende scenes ontpopt het kleine vogeltje zich tot een moedige ridder. Zo blijken ze vooral van elkaar te kunnen leren en delen ze verhalen bij de overgang van de nacht- naar de dagshift. Net als in het eerste boek weet Christopher Denise de middeleeuwse sfeer op te roepen in donkere grijs- en bruintinten. De twee vogels met hun uitgesproken mimiek en persoonlijkheden geven het verhaal een grappige twist. Ridder Uil en Vroege Vogel heeft alles wat een meeslepend voorleesverhaal nodig heeft: spanning, humor, tempo en sfeer. Lezen maar!

Denise, C. (2024). Ridder Uil en Vroege Vogel. Rotterdam: Lemniscaat.


De prentenboeken van Bright en Field zijn een wereldwijd succes. De verhaallijnen zijn herkenbaar, wilde dieren nemen de glansrijke hoofdrollen in en dankzij de illustraties wanen lezers zich in een populaire tekenfilm. ‘Lars de dwarse dromedaris’ bouwt verder op die succesformule. Bij het ochtendgloren beslist een kudde dromedarissen om de tocht naar de oase verder te zetten, maar kleine Lars heeft geen zin om op te staan en al helemaal niet om te wandelen. Met de belofte van fris water proberen ze hem te motiveren, maar dat eindigt alleen in een dwarse dromedaris die steeds bozer wordt en uiteindelijk weigert nog één stap te zetten. Achtergelaten door de rest van de kudde ontmoet hij een springmuis die hem als geen ander begrijpt. Langzaam maar zeker zakt de woede en uiteindelijk liggen de twee nieuwe vrienden zelfs te schateren van het lachen. Met hernieuwde kracht bereiken ze samen de verfrissende oase. In kleine Lars herken je snel een boze peuter die met zichzelf geen blijf weet en zich dan maar op de grond smijt. We zien Lars in de expressieve illustraties ook bijna letterlijk in de knoop geraken, tot hij inziet dat een vrolijke bui alles makkelijker maakt, zelfs een lange tocht door de woestijn. De belevingen worden zodandig overtuigend verbeeld dat je niet anders kan dan kleine Lars in je hart te sluiten. De lezers die het gemok en de tegendraadsheid herkennen weten vast ook hoe heerlijk het is wanneer zin in een geweldig avontuur de boosheid overwint.

Bright, R. & Field, J. (2025). Lars de dwarse dromedaris. Haarlem: Gottmer.


In alweer het vijfde avontuur van Vos vindt hij tijdens een wandeling op het pad een bril. Uiteraard zet hij die meteen op zijn kop en vervolgt hij zijn tocht met een nieuwe look. Dat een bril de wereld niet scherper stelt voor wie goede ogen heeft, komt in Vos niet op. In tegendeel: hij is ervan overtuigd dat hij er slimmer dan ooit uitziet. In enkele grappige scenes zien we hem de ene vergissing na de andere maken. Tijdens zijn wazige avontuur ontmoet hij een dier met gelijkaardige ervaringen. Ook die weet wat het is om door slecht zicht een mistig leven te leiden. Al snel komen ze samen tot heel wijze inzichten, totdat de gesprekspartner laat vallen dat die haar bril verloor op het pad … Hoewel we vertrouwd zijn met het personage van Vos weet Daan Remmerts de Vries ons toch opnieuw te verrassen. Op geheel eigen wijze weet hij naïviteit en wijsheid, humor en ernst, voorspelbaarheid en verrassing tot één prettig verhaal te verweven. Dat alles maakt van het kleurrijke Een bril voor Vos een heerlijk prentenboek voor oudste kleuters om samen plezier aan te beleven en over te praten. Een bril voor Vos is samen met twee andere van zijn avonturen ook verschenen in het AVI-groeiboek Dit is Vos (2024).

Remmerts de Vries, D. (2025). Een bril voor Vos. Haarlem: Gottmer.


FEBRUARI 2025

We kennen het beeld allemaal: verknocht aan de smartphone hebben mensen amper oog voor wat er rond hen gebeurt. ‘Vier woorden voor jou’ opent met een illustratie waarin een papa opgeslorpt is door zijn telefoon terwijl zijn dochter haar pyjama aantrekt. Plots vraagt ze: “Als je straks eindelijk bent uitgepraat, heb je dan nog wel woorden over voor mij?” Opgeschrikt door die vraag stelt de papa alles in het werk om zijn dochter te overtuigen van het feit dat hij nooit woorden tekort kan komen voor haar. Hij vertelt over de Ondergrondse Woordenfabriek waar hij de fles ‘Oneindig Veel’ kan halen, zodat hij zijn leven lang woorden ter beschikking heeft. Het meisje is niet overtuigd, want wat als hij de weg niet terugvindt? Dan zou hij in de hoogste boom kruipen om haar bedlampje te kunnen spotten. Terwijl het meisje ‘Wat als…’-redenen blijft bedenken waarom hij niet zal slagen in zijn missie, verrijkt de papa zijn fantasierijke avontuur om haar te bereiken. Zo geraakt hij gevangen in de klauwen van een uil, reist hij de ruimte in met een raket, ontmoet hij slimme maar achterbakse wetenschappers en wordt hij gevangen door piraten. Na al die avonturen is hij haar vast vergeten, stelt het meisje. “Jou vergeten is onmogelijk,” antwoordt haar papa. En dan fluistert hij de vier woorden in haar oor, die het overtuigendst zijn van allemaal …

Sala, F. (2025). Vier woorden voor jou. Amsterdam: Querido.


Deze verhalenbundel bevat 18 verhalen die stuk voor stuk met tijd en geduld te maken hebben. Niet alle verhalen in deze bundel zijn geschikt voor kleuters, maar een aantal ervan zeker wel. Bijvoorbeeld: ‘Het verdwijnen en verschijnen van de maan’, ‘Het jaar rond in een appelboom’, ‘Maandenlang dorstig werk’, ‘Een dag aan de oever’, ‘In een uur vangt een kerkuil zijn prooi’. Het is duidelijk dat sommige dingen langer duren dan andere; een nacht, een jaar, een dag, een uur, … Elk verhaal heeft tekst – al dan niet naast en doorheen de mooie illustraties gedrukt – die bondig de essentie van de tijd die nodig is, aangeeft. Zo komen de vier seizoenen aan bod in het verhaal over de appelboom, maar ook de groeicyclus van een appelboom die wel enkele jaren op zijn appels laat wachten. Zo vertelt ‘Een dag aan de oever’ hoe een libelle zich van nimf tot acrobatische libelle transformeert in 1 dag en kom je in ‘Maandenlang dorstig werk’ te weten hoe werkmieren in Mexico hun wintervoorraad gedurende maanden geduldig opbouwen. Op een haast poëtische manier leren de verhalen in dit boek aan kinderen hoe de tijd verstrijkt en waarom sommige dingen het wachten waard zijn. Een belangrijk boek in onze samenleving waarin we bijna vergeten zijn dat ergens op wachten en geduld uitoefenen op een magische wijze beloond kunnen worden.

Williams, R. & Ford, L. (2025). Het wachten waard. Wetenswaardigheden over wonderen in wording. Zeist: Christofoor.


Meara kijkt op naar haar grootvader die wel eindeloos kan vertellen over al zijn avonturen in de natuur. Wanneer hij op een dag over de magische Gouden Haas vertelt – die in tweeënhalve sprong bij de maan is en een vacht heeft feller dan de zon – besluiten ze om die samen te zoeken. Het wordt een ware queeste, want de magische Haas weet zich goed te verstoppen. Onderweg ontdekken Meara en haar opa verschillende schatten in de natuur: een vogelnest, de zang van een winterkoninkje, holletjes onder de grond, een distelvlinder … De reis lijkt op een sisser af te lopen wanneer ze zonder de Gouden Haas gezien te hebben terug naar huis keren. Op basis van alle ontdekkingen legt Meara net als haar opa een natuurdagboek aan om haar natuurschatten in te bewaren. En zo wordt het toch een magische reis met een bijzonder resultaat. Paddy Donnelly maakt duidelijk prentenboeken met heel zijn hart. Na ‘Vos en Zoon’ over een vader-zoonrelatie brengt hij ons nu naar zijn geboortestreek in Ierland waar de gouden haas wel degelijk te vinden is. Zijn liefde voor de ons omringende natuur  en de typisch romatisch-magische Ierse sfeer spatten van de kleurrijke prenten af. Zo levert hij een prentenboek af boordevol avontuur, liefde en natuurpracht. Wie het boek goed leest, zal vast ook een magische schatten ontdekken …

Donnelly, P. (2024). De Gouden Haas. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


De schattige aanblik van een kleine poes kennen we allemaal. Niet toevallig prijken poezenkopjes op goed verkochte kalenders, stelen ze de show in populaire filmpjes en hebben ze in tal van huizen een vaste plek veroverd … Ook Joes is zo’n lieve poes die kopjes geeft en gezellig komt spinnen in de zetel. Af en toe echter ontpopt Joes zich tot een echte tijger. Wanneer hij de gordijnen, de visbokaal of een muis in het vizier krijgt, is het zachte knuffelbeestje ver zoek. Suzanne Weterings laat het jonge baasje van Joes vol overgave over haar favoriete huisdier vertellen. Het mag duidelijk wezen dat het meisje de uithalen er met plezier bijneemt. Joes de poes is tenslotte de allerliefste van de hele wereld. Haar overtuigingskracht zit ook in de kleurrijke illustraties en dynamische illustraties die de fratsen van Joes verbeelden. ‘Joes de poes’ is niet echt een verhaal, maar schept een liefdevol en herkenbaar beeld van het leven met een poes in huis. Een prettig boek voor jonge dierenliefhebbers!

Weterings, S. & Berenschot, M. (2024). Joes de poes. Haarlem: Gottmer.


De verhalen van Paul Biegel vinden steeds meer hun weg terug naar de boekenmarkt. Niet minder dan 51 jaar na de eerste uitgave kunnen we ook De tovertheepot in een nieuw geïllustreerde versie lezen. Biegels vertelkracht en fantasierijke verhaallijnen geven zijn oeuvre een tijdloos karakter, wat ook weer met De tovertheepot duidelijk wordt. De prachtige ondergrondse woning van mevrouw mol wordt brutaal overgenomen door een groep eekhoorns, waardoor de blinde dame samen met de muis die bij haar inwoont op zoek moet naar een nieuwe thuis. Onderweg sluit de egel bij hen aan en dan kan het avontuur echt beginnen. De drie komen toevalligerwijs in het rijk van de aardmannen terecht waar ze al snel voor de koning moeten verschijnen. Hij geeft hen een kans op een woning én de bijzondere theepot mee. Die wordt de bron van veel plezier, maar ook van angst wanneer diezelfde theepot gestolen wordt. Je merkt het al: dit verhaal zit boordevol avonturen die dikwijls spannend zijn, altijd magie bevatten én doorspekt zijn met de nodige humor. Zo weten we weer waarom het de moeite blijft om Biegel te lezen en voor te lezen. Voor kleuters is dit verhaal uitdagend, maar de oudste kleuters kunnen zeker meegenomen worden in dit rijke en gelaagde verhaal, dat nergens verouderd aanvoelt.

Biegel, P. & Van der Tak, S. (2024). De tovertheepot. Haarlem: Gottmer.


JANUARI 2025

882x1200Jan Jutte daagt zichzelf en zijn lezers uit: waar kan je in onze omgeving de rode ronde vorm terugvinden? Aan een rode bal, een rode neus of een rood besje heb je misschien snel gedacht, maar de ervaren illustrator kijkt uiteraard verder. Die belofte spreekt ook uit de Mondriaan-achtige cover met een penseel die net een rode cirkel heeft geschilderd. Wat volgt zijn 24 illustraties die telkens de rode cirkel laten schitteren. Jutte weet het eenvoudige concept op te tillen naar een feest van verbeelding door het plezier dat zijn krachtige beelden uitstralen. Zo is er altijd wel iets bevreemdends of grappigs aan de hand: een krokodil met laarsjes en rode lolly loopt voorbij, twee kippen kijken verrast naar een rood balletje achter zich, de tatoeages van drie matrozen vormen samen een geheel … Juttes creativiteit werkt aanstekelijk, want elke illustratie zet de lezer aan tot verder fantaseren. Een voorleesverhaal hoef je dus niet te verwachten, maar beeldplezier krijg je eens te meer.

Jutte, J. (2024). Het is ROOD en ROND… Rotterdam: Lemniscaat.


945x1200De gelauwerde Yvonne Jagtenberg voegt met ‘De wirwarwezels’ een verhalenbundel toe aan haar palmares. Op die manier treedt ze meer dan ooit als schrijfster naar voor. De bundel bevat 19 korte verhalen over de twee bevriende wezels Arti en Bub. De eenvoudige belevenissen van het duo – denk aan opruimen, wassen, taart bakken, bramen plukken… – doen niet meteen wervelende verhalen vermoeden, maar laat je daar niet door vangen. Jagtenberg geeft elke alledaagse gebeurtenis een geestige twist. Zo wordt de kerstboom met de stofzuiger kaal gezogen, krijgen de te warm gewassen kleren een nieuwe bestemming, is Arti bijzonder blij met zijn nieuwe ‘hoed’ die wel erg op een plastic tasje lijkt … Hun dagelijkse leven mag dan wel telkens in de wirwar geraken, niemand weet daar zo’n fijne draai aan te geven als de twee wezels. Dat maakt van hun kleine en zachte wereld een heerlijke plek om te vertoeven. Jagtenbergs schrijfstijl is – net als haar illustraties en verhaallijnen – ontdaan van alle franjes, wat de geestige observaties alle ruimte geeft. We kunnen ons niet anders voorstellen dan dat jonge lezers daar van zullen genieten.

Jagtenberg, Y. (2024). De wirwarwezels. Haarlem: Gottmer.


front-medium-259006819Wanneer Ludas de vos in volle vaart over Bontje het konijn struikelt, is hij op slag zijn geheugen kwijt en vraagt hij aan Bontje wie hij is. Bontje maakt Ludas wijs dat hij een hert is, wat de dynamiek tussen jager en prooi totaal verandert. De twee dieren besluiten elkaar te helpen, maar bij Bontje blijft het besef sluimeren dat het geheugen van Ludas op elk moment kan terugkeren. Doorheen hun avonturen ontstaat er een onverwachte vriendschap tussen beiden die onvermijdelijk tot een einde komt wanneer Ludas zich steeds meer begint te herinneren. Pas jaren later – wanneer Ludas en Bontje stokoud zijn – vinden ze elkaar terug en is meteen duidelijk dat ze niets aan vriendschap verloren zijn. Je merkt het: voorliggend prentenboek heeft een hoogst originele verhaallijn. De pen van Jan Paul Schutten neemt de lezer schijnbaar moeiteloos mee in het verhaal dat zich goed laat voorlezen. Sanne te Loo weet dan weer de groeiende vriendschap tussen de twee dieren mooi in beeld te brengen. De illustraties maken het moeilijke afscheid en de hereniging jaren later heel inleefbaar. En zo hebben we nog eens een echt voorleesverhaal in handen dat dankzij de humor, de spanning en de mooie vriendschap de moeite waard is om in tal van lezershanden terecht te komen.

Schutten, J. (2024). Ludas en Bontje. Haarlem: Gottmer.


969x1200Van de Vendel lokt zijn lezers het verhaal in door de onthulling van een geheim te beloven. Wie bereid is het geheim voor zich te houden, moet enkel gaan slapen om alles te weten te komen. Ondertussen zie je in de illustraties allerhande soorten dieren uit verschillende hoeken eenzelfde richting uitgaan. En of de twee makers weten hoe je een lezer nieuwsgierig moet maken! Elke dubbele pagina toont vervolgens een andere door dieren bewoonde planeet, telkens met bijzondere eigenschappen. Zo is Neptunus volgebouwd met torens en dragen de dieren astronautenpakken, blijkt Saturnus uit een soort moerasachtige jungle te bestaan en is Jupiter een paarse planeet waar alle dieren een outfit dragen die recht uit The Hunger Games lijkt te komen. Eens alle kinderen echt slapen voeren de verschillende ruimtetuigen de dieren naar de slapende lezer om daar volop ‘aan de slag’ te gaan. En zo ontstaan dus die fantastische kinderdromen! Hoewel origineel gebracht is de verhaallijn eerder beperkt en zit de rijkdom zonder twijfel in de illustraties van Floor de Goede die werkelijk alles uit de kast heeft gehaald om op overtuigende wijze de uitbundigheid en zaligheid van fantasie en verbeelding te illustreren. Eens het geheim is onthuld wil je als lezer meteen het boek weer induiken om bij volle bewustzijn te genieten van wat een kinderboek als dit allemaal mogelijk maakt.

Van de Vendel, E. & de Goede, F. (2024). Kom op we gaan! Amsterdam/Antwerpen: Querido.


9789047717003_670220e1945ef.jpgDat honden wél aan ballet doen weten we sinds het eerste boek over Roef en zijn baasje. Ondertussen is Roef een volleerde ballerina geworden, die maar wat graag de rol van Suikerfee in De Notenkraker wil opnemen. De teleurstelling is dan ook bijzonder groot wanneer blijkt dat hij en zijn baasje slechts de rol van snoepjes toebedeeld krijgen. Gelukkig geven de twee niet op en omarmen ze de kleine rol die ze inoefenen tot ze de beste snoepjesdans ooit ten tonele kunnen brengen. Wanneer de Suikerfee net voor de voorstelling ziek valt, krijgt Roef de rol alsnog aangeboden. Hij twijfelt even, maar kiest met overtuiging voor zijn baasje en de act die ze eindeloos geoefend hebben. Het is jammer dat de boodschap aan het einde zo expliciet wordt uitgesproken, maar die is daarom natuurlijk niet minder waar: “Soms ben je nou eenmaal een snoepje… Maar dan kun je net zo goed het beste snoepje van allemaal zijn!”

Kemp, A. & Ogilvie, S. (2024). De Suikerfee. Rotterdam: Lemniscaat.


NOVEMBER 2024

front-medium-867526681In het derde verhaal over de jonge jak Ukkie verkeert haar kudde in nood. Door de aanhoudende regen zit er voor de jaks namelijk niets anders op dan te verhuizen naar het noorden. Dat idee zint Ukkie helemaal niet, al zeker niet omdat ze spullen moet achterlaten. Tegen de wijze raad van haar moeder in besluit ze toch om alles torenhoog op een slee te laden, zodat ze niets van thuis moet missen tijdens de trek naar kouder oorden. Ukkie ondervindt snel dat de enorme lading moeilijk handelbaar is en komt zelfs in de problemen wanneer haar zusje ongemerkt van de berg spullen afglijdt … Het verhaal krijgt zo een spannende wending, die tot een goede afloop leidt met de gedachte dat het niet de spullen zijn die voor het thuisgevoel zorgen. Kleuters zullen herkennen hoe moeilijk het kan zijn om afscheid te nemen van speelgoed (of zelfs een huis) en krijgen dankzij de illustraties zelfs de kans om samen met Ukkie keuzes te maken. Ze zullen daarbij plezier beleven aan de details en de humor in de prenten. Zo kan je in Ukkies boekenstapel heel wat geestige titels ontdekken, als ‘Jak en de taximonsters’ en ‘Ukkie Nooitgenoeg’. Bette Westera zorgt met haar vertaalwerk voor een heerlijk ritmische en welluidende taal wat van het geheel een tof voorleesverhaal maakt.

Fraser, L. & Hindley, K. (2024). De kudde van Ukkie. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


front-medium-789880310In de tweede bundel met vier verhalen over Vogel en Beer verliest het duo niets van zijn aantrekkingskracht. Deze keer gaat Beer op zoek naar een nieuwe beste vriend na een ruzie over een lepel, bakt hij een wansmakelijke taart die hij uiteindelijk zelf voorgeschoteld krijgt en geraakt Vogel verdwaald doordat die de belofte houdt om op ‘de steen’ te blijven zitten. In het laatste verhaal kijken de twee vrienden naar de sterren en maken ze de bedenking dat ze samen het perfect moment beleven, of toch niet …? Je merkt het al: de belevenissen zijn herkenbaar en dankzij de lichte naïviteit van onze twee vrienden ontstaan geestige misverstanden en grappige situaties. Jarvis laat het nooit plat worden en zorgt ervoor dat de lezer ook telkens iets heeft om even over na te denken. Voeg daar dan nog eens de kleurrijke illustraties aan toe die dezelfde humor en zachtheid combineren en je weet waarom dit boekje je (voor)leeshanden waard is.

Jarvis (2024). Vogel en Beer. De sterren en andere verhalen. Haarlem: Gottmer.


550x676Jonge kinderen kunnen gefascineerd raken door paddenstoelen, bijvoorbeeld tijdens een herfstwandeling door het bos. De paddenstoel die het meeste aandacht trekt, is de vliegenzwam door zijn kleur, zijn stippelhoed en de herkenbaarheid vanuit sommige sprookjes. De vliegenzwam staat dan ook prominent te pronken op de cover van dit stevige kartonboek. In het totaal worden 12 verschillende zwammen beschreven. Daarbij wordt gewezen op de typische kenmerken zoals de kleur van de hoed, de vorm die gelijkt op …, de sporen die zich vertonen, de grootte, de levensduur, … De tekst is beperkt tot een vierregelig rijm per paddenstoel en die tekst staat doorheen de paginagrote illustraties gedrukt. Op elke dubbele bladzijde kun je ook op zoek gaan naar een slak die zich op, onder of in de buurt van de paddenstoelen verbergt. Leuk boekje om tijdens de herfst in te kijken.

Faber, A. (2024). Paddenstoelenvriendjes. Rotterdam: Lemniscaat.


OKTOBER 2024

74be425d3faf4571a6043d5125049803Een nieuw boek van de auteur van ‘Een voor jou, twee voor mij’. In dit prentenboek draait alles rond samen spelen, de baas willen zijn en jaloezie. Als Wezel ’s middags thuiskomt, is Beer aan het spelen met Das. Dat maakt Wezel jaloers, want ‘Das is mijn vriend!’. Beer vindt dat onzin: ‘Jij kan morgen weer met hem spelen.’ Das wil liever geen ruzie en stelt voor om met drie te spelen. Maar wat Das ook voorstelt, of het nu ‘vadertje en moedertje’ is of voetballen, verstoppertje of memory, er komt telkens gedonder van. Das besluit dan maar naar huis te gaan en daar schrikken Beer en Wezel wel van. Zeker ook als ze horen dat Das de volgende dag niet terugkomt, omdat hij al met Vos heeft afgesproken. Het boek staat vol heerlijke dialogen, welles-nietes-uitroepen, beschuldigingen over en weer, voorstellen … Kortom alles wat hoort bij de ruzies die voorkomen wanneer (jonge) kinderen oefenen in samenspelen. Want als dit prentenboek één ding duidelijk maakt, is het wel dat samenspelen niet altijd gemakkelijk is vooral ook omdat elke deelnemer in zijn eigen beperkte perspectief blijft zitten . ‘Jij wil altijd de baas zijn!’, ‘jij kunt nooit tegen je verlies’, en ga zo maar door … De illustraties in eerder zachte tinten tegen een witte achtergrond versterken het verhaal. Das, Wezel en Beer zijn zo expressief weergegeven dat je zonder de tekst te kennen uit de lichaamshouding en gelaatsuitdrukking kunt afleiden wat er gebeurt. Zo zie je de boosheid van Beer en Wezel en je ziet ook goed hoe Das het geruzie beu wordt en zijn spulletjes bij elkaar raapt. Een aanrader, zeker ook voor de kleuterklas!

Mühle, J. (2024). Morgen ben IK de baas. Haarlem: Gottmer.


e75e3b8f63b5aa8d31cf61a34f77cf0eBreng een foto van je familie mee naar de klas. Naar aanleiding van die vraag kiest onze verteller ervoor om zijn familie te tekenen in plaats van een foto uit te kiezen. Het wordt een fantastische tekening met drie indrukwekkende vaders, een moeder-president, een ongezien sterke supermama, 12 broers en zussen en een halve dierentuin aan huisdieren, met als pronkstuk een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan. Wat een familie! Al snel moet hij bekennen dat andere families zijn verbeelding aan het werk gezet hebben. Zijn vriendjes lijken immers allemaal veel toffere families te hebben dan hij. De ene heeft een moeder die heldhaftige daden stelt bij de brandweer, de andere heeft twee vaders, nog een andere heeft acht broers en zussen en hij heeft zelfs een vriend met twee vaders én twee moeders. In zijn ogen kan het contrast met zijn saaie, kleurloze gezin niet groter zijn. Tot hij toch even stilstaat bij de fijne momenten die ze samen meemaken. Dan blijkt zijn kleurrijke fotocollectie toch een stuk groter dan verwacht … Zo heerlijk als de tekening van het gefantaseerde gezin, zo fantastisch is dit verhaal dat in wezen het familieleven in al zijn vormen viert. Dat feestelijke straalt ook af van de kleurrijke illustraties met een zeer expressieve verteller die de lezer meeneemt in alle gevoelens die familie bij hem oproept. Pim Lammers toont ons weer hoe evident en plezierig diversiteit kan zijn, maar weet vooral ook opnieuw te overtuigen als schrijver. Met een prettig voorleesritme, een vrolijke verbeelding, geestige humor én veel zachtheid brengt hij een onweerstaanbaar verhaal, dat kleine én grote lezers in hun hart zullen sluiten.

Lammers, P. & Stenvert, N. (2024). Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan. Amsterdam-Antwerpen: Querido.


SchermafbeeldingWow, een schatkist! Oskar is bijzonder opgetogen met zijn vondst. Wanneer hij de oude kist uiteindelijk openkrijgt, kijkt hij teleurgesteld naar de berg woorden die erin zijn opgeborgen. Wat kan hij daar nu in hemelsnaam mee doen? Na wat loze pogingen om de woorden te manipuleren, gooit hij het woord ‘knalgeel’ in de struiken. En hop: plots komt daar een knalgele egel tevoorschijn! Oskar probeert meteen enkele andere woorden uit. Fantastisch gewoon wat hij ziet verschijnen dankzij de woorden ‘overdreven’, ‘behaard’, ‘schattig’ … Door al dat enthousiasme is de kist snel leeg en blijft hij woordeloos achter. Wie zou hem nieuwe woorden kunnen geven? Dat blijkt niet evident, want de ene heeft het te druk, de andere vindt woorden tijdsverspilling en nog iemand anders ziet het nut er niet van in. Gelukkig ontmoet hij Parola die als geen ander de kracht van woorden begrijpt. Zij leert hem woorden te maken die de wereld laten bloeien, mensen verrassen en vreugde schenken. En dat blijkt een prachtige schat te zijn … Als lezer (her)ontdek je samen met Oskar het wonder van woordenschat en daar kan je alleen maar blij van worden. Een prachtig prentenboek dat wat aan de klassieker ‘Het land van de grote woordfabriek’ doet denken en zonder twijfel een eigen plaats in de kinderboekenwereld verdient.

Gugger, R. & Röthlisberger, S. (2024). De woordenschat. Rijswijk: De Vier Windstreken.


front-medium-693193849

Het is tijd om op te staan voor de zes jonge muisjes die nog zalig liggen te slapen. Mama Muis is ziek en vraagt in een brief aan de lezer om de muisjes te helpen met opstaan. De muisjes zijn net kinderen, want de ene wordt heel moeizaam wakker, twee anderen zijn snel afgeleid en de drie overige muisjes zijn erg traag. Een ervaren volwassene weet alvast wat een uitdaging dat ochtendritueel wordt. Gelukkig kunnen de jonge lezers een handje toesteken door de muisjes wakker te roepen, hen te tonen hoe ze zich moeten wassen, ontbijt klaar te maken en te helpen met aankleden. Het activerende verhaal is ook een lust voor het oog, want de volle illustraties tonen geestige en herkenbare taferelen in de kamers van het bonte huishouden. Een prettig verhaal dus om voor te lezen aan jonge kleuters, die al hun kennis van het ochtendritueel kunnen etaleren. Het verhaal sluit bovendien mooi aan bij deze periode van het jaar dankzij de verkouden moeder, de herfstkleuren in de illustraties, de regenplassen in het bos en de verzamelde blaadjes en herfstvruchten.

Alves, K. & Stegmaier, A. (2024). Kom, kleine slaapmuisjes, tijd om op te staan! Alkmaar: Kluitman.


SEPTEMBER 2024

wereldreis met vriendenWasbeer leest een boek over avontuur, spanning, sensatie en de zee. Hij is meteen geïnspireerd en besluit om op wereldreis te gaan. Hij stopt wat spullen in zijn rugzak en trekt naar Das, want die heeft een boot. Een wereldreis maak je volgens Das best niet alleen, dus trekken de vrienden samen richting de rivier. Een reis met vrienden en goesting in avontuur, spanning, sensatie en de zee … daar heeft Vos ook wel zin in! Gelukkig denkt hij eraan om eten mee te nemen. Bij de rivier vinden ze Beer die hen erop wijst dat een beer gevaren onderweg kan afwenden. Ook waar! En Kraai? Die moet toch het broodnodige overzicht bewaren? Zeker! Gepakt en gezakt trekt het vijftal eropuit. Een waterslang, wespen, een kampvuur, samen voetballen en een regenbui maken van de wereldreis een dol avontuur. Aan het einde van de dag blijken ze toch niet aan alles gedacht te hebben en trekken ze terug naar huis, maar dat maakt niet uit, want de zalige dag had avontuur, spanning én sensatie. En het allerbelangrijkste: de dag was nooit zo heerlijk geweest als ze er niet alle vijf waren bij geweest.

Waechter, P. (2024). Een wereldreis met vrienden. Amsterdam: Ploegsma.


cover-1Pippa en Otto zijn ervaren reizigers. Met de camera in de hand maakten ze al de prachtigste plaatjes van dieren op de Noordpool, in het bos en in de Amazone. In dit verhaal duiken ze diep het water in om het koraalfrif te ontdekken. Ze maken foto’s van al het moois dat ze tegenkomen: een school vissen, een zeeschildpad, een octopus, kwallen en – last but not least – een haai. Voor kinderen is het prettig om mee op ontdekking te gaan, maar ze zullen vooral plezier beleven aan hoe het pop-upboek de dieren laat bewegen. Zo zien ze vissen voorbij zwemmen, kijken ze een schildpad recht in de ogen en kunnen ze naar de bewegende tentakels van de octopus grijpen. Zo is dit boek voor de allerjongsten meteen ook een belevenis.

Geis, P. (2024). Pippa en Otto en het koraalrif. Antwerpen: Oogappel.


front-medium-1916118427Dit kartonboekje brengt zes vrienden in beeld. Ze stellen zichzelf telkens met dezelfde zin aan de lezer voor: ‘Ik ben beer en wie ben jij?’ Aandachtige peuters zullen snel door hebben dat de staart aan de rand van de pagina verraadt wie op de volgende pagina zal verschijnen. Zo passeren de zes dieren op de cover de revue, telkens in frisse kleuren en met enkele kleurrijke vormen op de achtergrond. Het eenvoudige verhaaltje is dankzij de illustraties van Jan Jutte ook een lust voor het oog. Samen dieren benoemen, telkens je eigen naam roepen, raden wie daarna aan de beurt is en aan het einde gewoon opnieuw beginnen: daar is dit prettige kartonboek voor gemaakt.

Jutte, J. (2024). Wie ben jij? Rotterdam: Lemniscaat.


JUNI 2024

front-medium-3557483361Deze bundeling van vier verhalen is volgens de kaft geschreven voor lezers vanaf het tweede leerjaar, maar wij vinden de verhalen zo leuk dat we ze ook onder de aandacht willen brengen van voorlezers voor kleuters. Catharina Valckx weet op geheel eigen wijze hilarische situaties te creëren. Billy’s vader is een gevaarlijke boef die hoopt dat zijn zoon in zijn voetsporen zal treden. Hoewel hij vermoedt dat Billy te aardig is, probeert hij hem toch met een eenvoudige oefening op het boevenpad te brengen. Door ‘poten omhoog’ te roepen met een pistool in de hand moet Billy andere dieren bang maken. Billy’s naïviteit en zachtaardigheid tijdens deze uitdaging zijn bijzonder charmant. Zo begint hij de oefening door zijn pistool met een twijfelachtige ‘poten omhoog’ op een worm te richten. De worm excuseert zich voor het gebrek aan poten en samen gaan ze verder op pad. Keer op keer draait zijn bangmakerij uit op een nieuwe vriendschap. Het is pas wanneer zijn vrienden bedreigd worden dat de boef in Billy wakker wordt. In de andere verhalen probeert Billy met een lasso een bizon te vangen, gaat hij op zoek naar een schat en geeft hij een feest. Elke keer opnieuw draaien de avonturen uit in Billy’s voordeel, niet omdat hij een geboren boef is, maar net omdat hij zo goed vrienden kan maken …

Valckx, C. (2024). Het wilde leven van Billy de hamster. Haarlem: Gottmer.


front-medium-2277815178In dit verhaal stappen we samen met een jongetje en zijn vader de trein op richting de kust. We volgen de rit door de ogen van de jongen die de reis helemaal anders beleeft dan zijn vader. De eerste illustratie is al veelzeggend. Op ooghoogte van het jongetje zien we een wirwar van benen die de trein willen opstappen en in die veelheid verschijnt één oranje-zwartgestreepte poot. Een tijger vlijt zich even later neer naast de jongen, maar papa is zodanig ingenomen door zijn smartphone dat hij dat niet eens merkt. Na elke treinstop wordt het drukker en gezelliger in de wagon. De tijger blijkt nog de defigste van alle passagiers, want na hem stappen een groep krokodillen, enkele nijlpaarden, een groot gezin zwijnen, twee aangeklede honden en een muis op die er samen een bonte boel van maken. Met elk van die figuren valt er wel wat te beleven, maar papa blijft onverstoord alle aandacht aan zijn smartphone schenken. Eens aangekomen aan de kust grijpt de tijger drastisch in en eet hij de smartphone op, zodat de vader een heerlijke dag met zijn zoon kan beleven. Het eenvoudige verhaal is vast voor veel jonge kinderen herkenbaar, zowel het gedrag van de dieren als dat van de vader zijn uit het leven gegrepen. De kleurrijke illustraties van Rebecca Cobb weten de uitgelaten sfeer van de belofte van een zonovergoten dag aan zee mooi te vangen. Het kan als een vrolijk stapelverhaal aan jonge kleuters gelezen worden.

Dulak, M. & Cobb, R. (2024). Een tijger in de trein. Amsterdam: Querido.


front-medium-3709327289Imme Dros bewerkte in 2020 Pinokkio’s verhaal voor Het Balletorkest op zo’n manier dat Carll Cneut het eindelijk aandurfde om het gekoesterde verhaal uit zijn jeugd te verbeelden. Op het schutblad lijkt een reeks figuren op weg naar een spektakel en dat is ook wat de lezer krijgt in dit verrukkelijke prentenboek. De tekst behoudt de structuur van het originele verhaal, maar blaast er nieuw leven in door de moraliserende toon weg te laten en de taal dynamischer te maken. Dit maakt het verhaal niet alleen heerlijk om voor te lezen, maar biedt de luisteraar ook de ruimte om de boodschap zelf te interpreteren. Toch zijn het vooral de illustraties van Cneut die de ware schoonheid van het verhaal tot leven brengen. Met een uitgebreide reeks schilderijen creëert hij een rijke sprookjeswereld die het klassieke verhaal nieuw elan geeft. De schilderijen hebben een beperkt kleurenpalet van voornamelijk rood, zwart, blauw en groen. Daarnaast zijn er tussen de teksten ook zwarte tekeningen te vinden die kinderlijk en – wellicht niet toevallig – houterig ogen. Ook in de schilderijen zelf zien we eenvoudigere figuren tussen de gedetailleerde personages, die het contrast tussen de listige buitenwereld en Pinokkio’s naïviteit mooi illustreren. Cneut viert de contrasten die inherent zijn aan sprookjes door zijn illustraties zowel fris als donker, speels als bedreigend, klassiek als verrassend te maken. Dit prachtig uitgegeven prentenboek is een tour de force van de gelauwerde illustrator. De eerste letter van de titel is daarom een belangrijke toevoeging, want bij het herontdekken van dit verhaal valt niet zelden de mond open van verbazing: ‘O Pinnokkio!’

Dros, I. & Cneut, C. (2024). O Pinokkio. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


886x1200Kinderen zullen deze frustratie wel herkennen: je bent een schilderij aan het maken volgens een beeld dat je voor ogen hebt en plots heb je daar een vlek die het geheel helemaal in de war brengt. Veel kinderen vinden zo’n foutje vreselijk en zelfs reden genoeg om helemaal opnieuw te beginnen. Linde Faas en Pieter Koolwijk bieden in hun nieuwste prentenboek een heel andere kijk op zo’n vlek. Zo’n foutje in je werk kan namelijk net een kans zijn om je creativiteit de vrije loop te laten. Zo toveren ze zelf een zwarte inktvlek om tot een trappelende tor, een fladderende vogel, een babbelende vis en zelfs tot een banjerbeest. Of zo’n beest bestaat, is niet van belang: ‘Ik wil gewoon zijn wat ik wil zijn. Geen foutje. Wel een vlek, een pretvlek.’ Dat zien we ook in het boek gebeuren: het is net dankzij die inktvlek dat de meest fantastische taferelen verschijnen. De zwierige illustraties van Linde Faas, die volledig in haar sas is wanneer ze speelse natuurbeelden uitwerkt, doen echt goesting krijgen om te gaan schilderen mét vlekken. Koolwijk voegt extra dynamiek toe aan de levendige illustraties met ritmische taal vol klankspel. ‘Foutje? Echt niet!’ is een overtuigend pleidooi om de creativiteit ongebreideld zege te laten vieren en dat kunnen we alleen maar aanmoedigen.

Koolwijk, P. & Faas, L. (2024). Foutje? Echt niet! Rotterdam: Lemniscaat.


MEI 2024

cover-1Wanneer de lente begint, trekken Vogel en Beer eropuit om hun vrienden terug te zien. Ze nemen een picknick mee. Ze zijn nog maar net vertrokken of Beer merkt een vreemd spoor op; het is groter dan de sporen die vogel maakt, maar kleiner dan de sporen van Beer. Vogel en Beer zijn heel erg nieuwsgierig en besluiten het spoor te volgen. Ze komen verschillende dieren tegen. Helemaal op het einde van hun avonturen – de spanningsboog wordt mooi opgebouwd – ontdekken ze van welk dier de sporen zijn. Ondertussen heb je als luisteraar/kijker al een heleboel dieren en planten leren kennen. Je wordt er via zoekopdrachten attent op gemaakt, want ze zitten vaak verstopt tussen de bomen en de struiken. Zo moet je behoorlijk zoeken naar het winterkoninkje omdat het rondscharrelt op de bosgrond en door zijn schutkleur daar niet opvalt. Zo is de plant kamperfoelie ook niet de meest bekende, maar jonge kinderen leren die via de opdracht in dit boek wel kennen. De zoekopdrachten in een kadertje in de illustratie worden gegeven door 1 van de dieren zelf. Uiterst rechts op de rechterbladzijde staan in een rij onder elkaar nog andere zoekopdrachten. Daarnaast wordt er ook spelenderwijs informatie gegeven over de dieren  – de pootafdrukken – en de planten. Illustraties zijn in natuurlijke kleuren en erg leuk om te zien. Een mooi, leuk en leerzaam boek.

Lambert, J. (2024). Beer en Vogel volgen het spoor. Een zoek- en-vindavontuur in het bos. Utrecht: Veltman Uitgevers.


DE-KATTENWANDELINGIn het eerste deel van ‘De kattenwandeling’ maken een kat en haar baasje hun vertrouwde wandeling in de buurt. Alleen, vandaag heeft de kat duidelijk geen zin om het baasje te volgen en geraakt ze afgeleid. Het baasje is verward en blijft na een lange tijd wachten verloren achter. In vier prachtige illustraties maakt Lundberg invoelbaar hoe het baasje door weer en wind naar de kat verlangt. Je kan dan ook alleen maar warmte voelen wanneer het baasje de kat uiteindelijk terug in de armen sluit. In het tweede deel draaien ze de rollen om en mag de kat de wandeling kiezen. Hoewel dat heel onvertrouwd en ongemakkelijk aanvoelt, biedt het avontuurlijke pad van de kat enkele verrassende perspectieven voor het baasje … Het verhaal getuigt van een warme liefde voor de eigenzinnigheid van katten en illustreert tegelijkertijd de bijzondere verbeeldingskracht van de auteur. Ook als lezer word je meegenomen op een ongewone wandeling langs sensitieve waterverfbeelden van een vallende avond en de interacties en intense kleuren die daarbij horen. De gelauwerde Zweedse auteur en illustrator heeft dankzij TipToe Print haar weg naar de Nederlandstalige boekenmarkt gevonden en daar kunnen we alleen maar bijzonder blij om zijn.

Lundberg, S. (2024). De kattenwandeling. Brussel: TipToe Print.


550x552Wie een hondje wil, kan er een uitkiezen in hotel ‘De Hondenbrok’. Daar verblijven honden in alle verschillende vormen en maten, die zich elk op hun eigen manier onderscheiden. Het ene na het andere baasje vindt er zijn gading: Pollewop wordt gekozen omdat die zo wit en pluizig is, Bordewijk kan dankzij zijn grote gestalte en zwarte, gladde vacht zelf een baasje uitkiezen, Tesla, de hardste blaffer van allemaal, mag mee naar een groot deftig huis … Alleen Binkie blijft achter. Hij is namelijk ‘een gewoon hondje’ dat door niemand opgemerkt wordt. Wanneer de hoteluitbaatster naar een rusthuis moet verhuizen, blijft Binkie als enige over en dreigt die opgenomen te worden in het nieuwe huis van bewaring ‘De Kattenbak’. Gelukkig komt net op de valreep de gewoonste meneer van de wereld langs. Hij beseft al snel hoe bijzonder zo’n gewoon hondje kan zijn … Bette Westera schreef de ritmische tekst en de karakteristieke illustraties van Barbara de Wolf – waarin de hondjes verdacht veel op hun baasjes lijken – zijn erg geestig.

Westera, B. & de Wolf, B. (2024). Een heel gewoon hondje. Haarlem: Gottmer.


550x639Suzanne Weterings wist ons al te charmeren met ‘Een krekel in mijn slaapzak’, haar debuutbundel met versjes over de natuur. De poëzie in ‘Zomersneeuw’ bevestigt haar talent om kleine observaties in de natuur om te zetten naar speelse en treffende versjes. De bundel nodigt je meteen uit op een tuinbank om van een zonnige lentedag te genieten: de houten bank / in onze tuin / glundert breed / van poot tot poot // na een lange winter / eindelijk / weer eens iemand / op zijn schoot. Daarmee is de toon gezet voor een reeks versjes die ons langs verschillende zomerse taferelen leiden waarin de natuur telkens de hoofdrol speelt. De kinderlijke blik vol verwondering brengt ons herkenbare én verrassende belevingen. De beeldrijke en eenvoudige taal wordt aangevuld met sfeervolle illustraties van Miriam Bouwens die de wat vertraagde en dromerige sfeer van een hete zomer goed weet te vangen. In de tweede helft van de bundel loopt de zomer op z’n einde: wat doe je nou? / eigenwijs bos // ben je op / je allermooist, // laat je al / je blaadjes los. In het laatse versje zijn de krokussen er alweer en is de cirkel rond. En zo is ‘Zomersneeuw’ een prettige bundel versjes die jonge kinderen aanmoedigt om na het lezen de natuur te gaan verkennen.

Weterings, S. & Bouwens, M. (2024). Zomersneeuw. Versjes over de natuur. Amsterdam-Antwerpen: Querido.


front-medium-4260004022Één kleine krakkemikkige brug en twee grote dieren die tegelijk de oversteek willen maken: daar komen problemen van. Beer en Draak gaan in het midden van de brug meteen hevig de discussie in en bedenken tal van non-argumenten om de andere niet te laten passeren. De absurde discussie neemt al snel hilarische proporties aan: Draak ‘bewijst’ zijn grootte met een drakenmaatcertificaat, Beer geeft zichzelf prompt de bijnaam ‘de Beer van de Brug’ en beiden halen de gekste scheldnamen boven om toch maar de overhand te krijgen. Tot de oude brug de twee dieren niet meer kan dragen en ze in de wilde rivier terechtkomen … Gelukkig leren ze zo dat de verschillen die net nog onoverbrugbaar leken, samen net heel krachtig kunnen zijn … De felle discussie tussen Beer en Draak wordt tot leven gebracht dankzij de uitbundige en speelse taal en de expressieve illustraties. Leuk voorleesverhaal dat verder ook niet veel om het lijf heeft.

Chambers, M. & Ferreira, M. (2024). Beer of draak. Rijswijk: De Vier Windstreken.


Schermafbeelding 2024-05-11 om 19.12.41Rosie is dol op radijsjes. Op aanraden van Worm en Lieveheersbeestje kiest ze een ideale plek uit om zelf radijzen te kweken. In enkele prenten zien we hoe de bruine zaadjes stap voor stap uitgroeien tot prachtig rode radijsjes. Samen met Rosie ontdekt de lezer dat de zaadjes zon, regen én geduld nodig hebben.

Vik heeft een zonnig perkje in zijn tuin waar enkel brandnetels groeien. Opnieuw snellen Worm en Lieveheersbeestje te hulp. Deze keer suggereren ze om een bloementuin aan te leggen. Terwijl de bloemen de tijd krijgen om te groeien, gebeurt er ook heel wat bij de brandnetels. Daar groeien eitjes uit tot rupsen die gulzig van de brandnetelbladeren knabbelen. Je raadt het al: op het moment dat het perkje straalt van de kleurrijke bloemen zijn de rupsen uitgegroeid tot fleurige vlinders.

Deze infoboeken over groeien en bloeien in het voorjaar zijn erg toegankelijk dankzij de herkenbare figuren die zelf aan de slag gaan in de tuin en de eenvoudige prenten die elke stap illustreren. De boekenreeks die in samenwerking met de National Trust tot stand kwam, zal vooral succes oogsten dankzij de flapjes waaronder je zaadjes kan zien groeien en de grote pop-upverrassing aan het einde van de boeken.

Petty, K. & Scheffler, A. (2024). Rosie kweekt radijsjes. Rotterdam: Lemniscaat.
Petty, K. & Scheffler, A. (2024). Vik maakt een vlindertuin. Rotterdam: Lemniscaat.


APRIL 2024

front-medium-3143780937Vera Kloeks nest onder de bessenstruik redt haar leven. Terwijl ze daar rustig zit te broeden houdt de vos een rooftocht op de kippenweide. Achter de muur van de leeggeroofde kippenren ontdekt Vera een achtergelaten en ontroostbaar vossenwelp, dat zich al snel ‘een plek in haar warme moederhart’ huilt. Hoe ongebruikelijk ook, Vera ontfermt zich over het jong en voedt het samen met haar kuikens op. Ze noemt hem Vonk en kijkt toe hoe hij met de jonge haan Pojke speelt als met een broer. De liefdevolle manier waarop Vonk zijn plek vindt in het gezin wordt door de andere kippen op gefrons onthaald. Hoe ouder Vonk wordt, hoe moeilijker zijn aanwezigheid in de kippenren houdbaar is. Vonk moet uiteindelijk vertrekken, dus gaat Vera Kloek met hem mee. Na enkele avonturen blijkt de buitenwereld beter geschikt voor Vonk dan voor zijn moeder. Daarom keert ze naar huis terug in het vertrouwen dat Vonk klaar is om zijn eigen leven op te bouwen, al blijkt hij nooit veraf … Er zijn zoveel redenen om van dit onweerstaanbare kinderboek te houden. De bijzondere en ongewone relatie die toch zo natuurlijk aanvoelt, zal de meeste lezers niet onbewogen laten. Gesprekken over wat familie, liefde, gewoon en aanvaardbaar is, zullen niet veraf zijn. Jonge lezers zullen vast ook meeleven met de spannende belevenissen die opduiken doorheen het verhaal. Taalliefhebbers lezen een poëtische en vlot voorleesbare tekst zoals je die niet dikwijls in boeken voor jonge kinderen tegenkomt. Of misschien zijn het de schilderachtige en realistische illustraties die je over de streep trekken? Voor ons is het duidelijk: redenen in overvloed om ‘Roversjong’ in je hart te sluiten. Het verhaal is prettig voorleesmateriaal voor oudere kleuters, lagereschoolkinderen kunnen er ook zelf mee aan de slag.

Aerts, J. & van der Linden, M. (2024). Roversjong. Amsterdam: Querido.


Op-de-vriendschap-minVriendschap kun je op verschillende manieren benaderen. In dit boek gebeurt het in elk geval op een verrassende manier. Een eekhoorn stoot bij toeval op wat hij denkt dat een steen is en begint ermee te spelen. Tot zijn grote verwondering blijkt de steen te kunnen praten. Er ontwikkelt zich een pittige conversatie tussen de eekhoorn en ‘de steen’. De eekhoorn wil nu echt te weten komen wat dat ding dan wel is: ben je een noot? Ontkennend antwoord van het norse ding. Ben je een helm? De eekhoorn probeert het uit, maar kan niet op veel bijval rekenen van het ding. Je bent vast een omgekieperde boot. Ik zal terug een boot van je maken met een mast en dan kan ik … Het ding wordt boos. Zo heeft de eekhoorn nog wel enkele suggesties tot hij een besluit neemt: natuurlijk, nu weet ik het, je bent mijn vriend! Als lezer/luisteraar weet je dus absoluut niet zeker of de eekhoorn echt ontdekt dat ‘de steen’ een schildpad is, maar als lezer/luisteraar zelf heb je dat natuurlijk al lang gezien op de sprekende illustraties die erg mooi aansluiten bij de luchtige, humoristische toon van het boek. Originele en grappige benadering van het thema vriendschap in een boek dat altijd opnieuw kan verteld worden en tot lachen aanzet.

Shan, M. & Daenen, F. (2024). Op de vriendschap. Eke: De Eenhoorn.


front-medium-1529166029Het imago van de ekster als hebberige dief neemt in ‘Te veel troep!’ enorme proporties aan. Mo en Bo bouwen ijverig aan het nest van hun dromen. Het nieuwe nest vormt al snel een thuis voor vier eieren dat ze graag aanvullen met nieuwe spullen als schattige minisokken en schitterende koekoeksklokken. Het nest ziet er gezellig en vol uit, maar Mo en Bo weten van geen ophouden. Onder het motto ‘voor onze eitjes vliegen we graag op en neer’ blijven ze onophoudelijk troep aandragen. Wat als een droom van een warme thuis begint, eindigt in een torenhoge stapel rommel die de tak niet meer kan dragen … Gelukkig staan de dieren die het tafereel met lede ogen hebben aangezien, klaar om al die spullen een nieuwe thuis te bieden. Leuk extraatje is dat het eerste schutblad het ‘Troep-tijdschrift’ toont dat de spullen aanbiedt die doorheen het verhaal verzameld worden. Aan het einde biedt datzelfde tijdschrift inspiratie om duurzamer om te springen met spullen. Met de typische pret van een stapelverhaal en de spanning van de verloren eieren brengt Gravett een erg aantrekkelijk voorleesverhaal. Ze wekt de dieren tot leven in haar dynamische en klassiek aandoende tekenstijl. De eigentijdse boodschap rond duurzaamheid zit mooi verweven in het klassieke verhaal. Prima aanwinst dus voor elke boekenkast!

Gravett, E. (2024). Te veel troep! Rotterdam: Lemniscaat.


leeuwenlessenIn zeven stappen kan je een echte leeuw worden?! Dat aanbod – van een professionele leraar dan nog wel – laat het jongetje in dit verhaal niet liggen. Boordevol goesting en getooid in leeuwenpak stapt hij de zaak binnen waar hij persoonlijk onderwijs zal genieten. De zeven stappen naar een leeuwendiploma blijken helaas verre van evident. Of het nu de woeste uitstraling, het brullen of het bespringen van voorbijgangers is, het jongetje is niet angstaanjagend, te zacht en wordt door de voorbijganger zelfs schattig bevonden. De leraar-leeuw reageert keer op keer met de meest misprijzende en teleurgestelde blikken. De kansen op het diploma dalen zienderogen, tot op het moment dat een vriend van het jongetje wordt aangevallen … Wat een heerlijk en plezierig prentenboek is ‘Leeuwenlessen’! Het brengt jonge lezers ver voorbij de tot in den treure herhaalde opdracht om te brullen als een leeuw. Terwijl je nieuwsgierig de verschillende lessen ontdekt, is het telkens ook lachen om het contrast tussen de ‘professionele’ leeuw en zijn jonge discipel. De dynamische illustraties laten het verhaal lezen als een tekenfilm. Het zachte einde doet zonder zoet aan te doen nadenken over wat we allemaal kunnen als we er met volle overgave voor gaan.

Agee, J. (2023). Leeuwenlessen. Amsterdam: Boycott.


image-3Een klein jongetje houdt ontzettend veel van de natuur en nog meer van vlinders. Het kleurenpatroon op hun vleugels spreekt hem geweldig aan. Dus knipt en plakt hij voor zichzelf voelsprieten en kleurrijke vleugels waarmee hij kan fladderen en draaien en vliegen. Hij is helemaal gelukkig wanneer hij zich als een vlinder kan verkleden. Tot de andere kinderen gemene dingen tegen hem zeggen en een van zijn vleugels stukmaken. Het jongetje kruipt thuis onder zijn dons en ziet het even niet meer zitten. Gelukkig is er zijn begripvolle papa die hem aanspoort om opnieuw te beginnen en dat doet het jongetje ook. Met succes … Vrolijk en kleurrijk geïllustreerd prentenboek dat de natuur in zijn volle pracht toont. De mimiek van de verschillende personages is bovendien zo sprekend dat niet veel tekst nodig is.

Majewski, M. (2024). Vlinderkind. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


9789025778521_65fbd42169e64Het olijke duo Frank en Bert houdt in alweer het derde verhaal over hun vriendschap een picknick. Gewoonlijk loopt er iets mis, maar vandaag zijn alle omstandigheden perfect: geen regen, geen wespen, geen brutale eekhoorns en Bert heeft zelfs een verrassing meegebracht. Terwijl Bert even indoezelt onder een boom kan Frank de verleiding niet weerstaan. Hij opent de felgele doos die zijn favoriete koekjes blijkt te bewaren. Wat met één voorzichtig gestolen koekje begint, eindigt al snel in een lege doos. Wanneer Bert wakker wordt, bedenkt Frank eerst een smoesje om de verdwenen koekjes te verklaren. Gelukkig kan hij niet liegen tegen zijn vriend en bekent hij al snel dat hij de koekjes zelf heeft opgesmikkeld. Tegen Franks verwachting in is Bert helemaal niet boos – hij had ze tenslotte speciaal voor hem gebakken – en beleven ze nog een fijne picknick. De dag erop trekken ze er opnieuw op uit en heeft Frank om het goed te maken de gele verrassingsdoos gevuld. Wanneer Frank deze keer indoezelt onder een boom, verwacht je een gelijkaardig scenario als de dag ervoor, maar niets is minder waar … Net als bij hun vorige avonturen is het heerlijk grinniken om de gekke bekken en de misverstanden van de twee vrienden. Het mag duidelijk zijn: het Frank-en-Bert-recept smaakt ook na drie boeken naar meer!

Naylor-Ballesteros, C. (2024). Frank en Bert en de verdwenen koekjes. Haarlem: Gottmer.


cms_visual_2246315.jpg_1702970056000_221x320_0.8_p-fd4bd1b3a2coverWe kennen Yuval Zommer voornamelijk van zijn groot uitgegeven natuurboeken, die lezers over de hele wereld opvallend rijke illustraties van allerhande dier- en plantensoorten hebben geschonken, telkens aangevuld met tal van weetjes voor jong en oud. De twee voorliggende kartonboekjes zijn een stuk kleiner en steviger uitgegeven waardoor ze perfect in peuterhanden passen. De digitale, kleurrijke illustratiestijl en de onderwerpen zijn dezelfde, maar de informatie is eenvoudiger en duidelijker gestructureerd. We trekken een dagje op avontuur met Kleine Slak en Kleine Schildpad en maken kennis met hun omgeving en de dieren die er wonen. Met Kleine Slak reizen we langs insecten die je in de tuin en het bos zou kunnen ontdekken, Kleine Schildpad zwemt steeds dieper de zee in. Op elke dubbele pagina zien we respectievelijk kriebelbeestjes en vissen aan werk: wormen graven tunnels in de groentetuin, rupsen knabbelen aan blaadjes, zeeslangen kronkelen tussen het zeewier, haaien zijn hongerig op jacht … Aan het einde van de dag valt Kleine Slak in slaap omgeven door motten en vuurvliegjes en komt Kleine Schildpad diep in de donkere zee tot rust terwijl de kwallen voorbijdrijven. Zommer is erin geslaagd om trouw aan zijn eigen stijl ook voor jonge kleuters rijke infoboeken te maken.

Zommer, Y. (2024). Het zeeboek van Kleine Schildpad. Rotterdam: Lemniscaat.
Zommer, Y. (2024). Het beestjesboek van Kleine Slak. Rotterdam: Lemniscaat.


MAART 2024

Schermafbeelding 2024-03-10 om 12.08.11Lizette de Koning schreef 26 gedichten over evenveel verschillende diersoorten, die heel prettig zijn om samen met kleuters te lezen of te beleven. Telkens brengt ze op een speelse manier een eigenschap van een dier onder de aandacht van de lezer. Denk bijvoorbeeld aan de zachtheid van de oren van een ezel, de brutaliteit van meeuwen, de winterslaap van beren, de buidel van een kangoeroe … Het taalspel en de humor op maat van jonge kinderen zijn de sterspelers van dit prentenboek. Zo laten de versjes zich erg makkelijk lezen dankzij het vlotte ritme en het klankspel, bijvoorbeeld: Zouden krabben zich ook krabben / als ze kriebel hebben? / En krabt een krab zich altijd zelf? / Of krabben krabben soms elkaar? Bij de das en de pissebed gaat ze nog een stapje verder en stellen de dieren hun eigen naam in vraag: Een-mini-worm-in-een-korset … / Veel leuker toch? / Dan Pissebed? De dieren staan telkens op de bladzijde naast het gedicht geportretteerd. Gareth Lucas zorgde voor de kleurrijke illustraties die verschillende lagen en patronen bevatten. De brede witte kaders rond de prenten maken er echte groepsfoto’s van. Het geheel is gewoonweg plezierig waardoor je niet anders kan dan met een glimlach het prentenboek dichtslaan.

De Koning, L. & Lucas, G. (2023). Een toren van tijgers. Amsterdam: Ploegsma.


794x1200Toegegeven, Jarvis is niet de eerste die een prentenboek met korte verhalen over twee bevriende dieren uitbrengt. Toch maakt de eigenheid van Vogel en Beer het meer dan de moeite waard om ook dit duo een plek te geven op je boekenplank. In vier korte verhalen nemen ze je mee in hun leefwereld. In het eerste verhaal komt Vogel vast te zitten in een bloem. Beer heeft dat niet gezien en is oprecht verwonderd wanneer hij even later een bloem hoort huilen. Hij probeert de bloem op te vrolijken door te vertellen over enkele stommiteiten van z’n vriendin Vogel, maar dat helpt – tot zijn grote verbazing – niet. De kennisvoorsprong van de lezer maakt de hele scène werkelijk hilarisch. Er zit verder ook iets aandoenlijks in hun vriendschap. Zo vindt Beer het echt erg voor Vogel dat hij de picknick voor hun uitstap is vergeten en doet hij er onderwerg alles aan om hun dag samen zo leuk mogelijk te maken. Aan het einde van het verhaal blijkt Vogel dat de hele tijd door te hebben, maar wil ook zij haar vriend sparen. Zo hebben ze allebei een heerlijke dag én wordt de lezer aan het einde verrast. Te gekke situaties meemaken, samen op wandel gaan, elkaar troosten, bezorgd en jaloers zijn … de eerste bundel bulkt alvast van een fijne vriendschap waarvan we als (voor)lezer graag meegenieten. 

Jarvis (2024). Vogel en Beer. De picknick en andere verhalen. Haarlem: Gottmer.


front-medium-1528378874Dr. Morley is ervan overtuigd dat er op de Noordpool een reuzenkwal leeft en gaat samen met haar team op expeditie om deze gigantische kwal in levende lijve te zien. Hun schip vaart gedurende maanden tussen ijsbergen door ijskoud water. Ze zien een heleboel dieren, narwallen, baloega walvissen … maar de kwal ontdekken ze niet. Uiteindelijk begint iedereen de moed een beetje op te geven en beslist Dr. Morley terug te keren. Net op dat moment vangt ze terwijl ze op het voorplecht staat een glimp van de kwal op … Het grappige is dat de kwal voor de lezer op bijna elke bladzijde te zien is. De kwal verstopt zich telkens weer voor de onderzoekers achter een ijsberg, aan de andere zijde van het schip, tussen de algen, … De illustraties zijn erg duidelijk, meestal over een dubbele bladzijde en geven mooi de verschillende aspecten van zo’n expeditie en van de Noordpool weer. Zo vaart het schip onder het Noorderlicht. Het kleurgebruik spreekt ook aan: schip en bemanning in het rood, voor het overige grijs- en wit-blauwe tinten voor de omgeving, de dieren en uiteraard groenachtig voor het Noorderlicht. Heerlijk boek om mee te nemen wanneer je bijvoorbeeld met je klas een reis rond de wereld maakt of om ’s avonds voor te lezen wanneer je kleuter lekker in zijn warme bed ligt.   

Savage, C. (2024). Dr. Morley’s Noordpoolexpeditie. Ootmarsum: Randazzo.


1200x1054Een kleine vogel met een zachte stem trekt zich graag een beetje terug, want tussen al dat gekwetter van de andere vogels wordt hij toch niet gehoord. Op een dag hoort de kleine vogel een vreemd, zwaar geluid dat de blaadjes én zijn eigen lijfje doet trillen. De andere vogels lijken het niet te horen en dus vliegt de kleine vogel in de richting van het geluid. Hij ontdekt een graafmachine die de bomen en het bos aan het verwoesten is. In eerste instantie wordt de boodschap van de kleine vogel niet gehoord door de andere bosbewoners – zijn stem is immers te zacht – maar de kleine vogel zet door en weet alle dieren van het bos op één lijn te krijgen. Samen wachten ze de graafmachine op – een prachtige illustratie trouwens. De machines komen eraan en het vogeltje begint te zingen. Na een tijdje zingen alle bosbewoners mee en dan … begrijpt iedereen het: het bos is van levensbelang – ook voor de mensen. De machines keren om. Het bos is gered. Een idealistisch verhaal dat kleuters vertelt dat samenwerken heel belangrijk is, ook al zitten er in je groep mensen waarvan jij denkt dat ze van geen betekenis zijn. Het samenspel tussen tekst en illustraties levert een hartverwarmend boek op. De collageachtige illustraties in heldere kleuren onthullen heel veel details. Meestal wordt tegen een witte achtergrond gewerkt, maar het groenblauwe van het bos is altijd aanwezig. De veelheid aan zoogdieren en vogels, het kleine vogeltje tegenover de monsterachtige gele graafmachine, het doorzettingsvermogen van het onooglijke vogeltje, … een heleboel elementen die de kleuters zullen aanspreken.

Percival, T. & Jones, R. (2024). Stil, elke stem moet gehoord worden. Utrecht: Veltman Uitgevers.


9789025885700 Lizzie en de wolk

Op een zonnige zaterdag wandelt Lizzie met haar ouders naar het park. Het is een heerlijke plek voor kinderen: tussen de bomen zien we een draaimolen, een poppentheater, een jongleur, een ijsjeskraam … Toch loopt Lizzie recht naar de onpopulaire wolkenverkoper, die net als ballonnenverkopers wolken in verschillende vormen aan touwtjes verhandelt. Ze kiest een gewone wolk uit en neemt die samen met een handleiding mee naar huis. Lizzie draagt toegewijd zorg voor haar wolk: ze noemt hem Milo, geeft hem water, laat hem haar planten beregenen en laat hem uit wanneer ze kan. Onder al die zorgen groeit het kleine wolkje uit tot een stevige regenwolk, die eigenlijk niet meer in Lizzies kamer thuishoort … Het belang van loslaten zal niet evident opgepikt worden door kleuters, maar het fantasierijke gegeven van een speelgoedwolk, die zich verder als een echte wolk gedraagt maakt, is bijzonder. Het verhaal wordt grotendeels verteld door de fijnzinnige illustraties van The Fan Brothers. De taferelen zijn realistisch getekend met veel oog voor detail. De zachte tinten zorgen voor dromerige sfeer. Het geheel doet ook wat retro aan door de klassieke kleding van de personages en de grijstinten die worden opgelicht door de gele accentkleur.

The Fan Brothers (2024). Lizzie en de wolk. Amsterdam: Leopold.


Schermafbeelding 2024-03-10 om 12.10.42Schermafbeelding 2024-03-10 om 12.10.08In acht dubbele pagina’s kunnen jonge lezers de wereld van het vliegveld/het ziekenhuis ontdekken. Daarbij krijgen ze telkens een andere ruimte of aspect van het onderwerp te zien, denk bij het vliegveld aan de hangar, de luchtverkeersleiding, de vertrekhal, de vliegtuigcontrole … De boeken gaan verder dan een oppervlakkige verkenning van het onderwerp. Zo krijgen we in het ziekenhuis ook zicht op de verschillende afdelingen, allerhande soorten scanners, leren we de therapiehond, de aanmeldzuil en de anesthesist kennen. De informatieve teksten zijn toegankelijk geschreven en de flapjes zorgen ervoor dat kinderen lang kunnen blijven ontdekken wat er zich allemaal afspeelt. De titel ‘Kleine onderzoekers in …’ dekt op die manier de lading. Fijne reeks informatieve boeken die jonge kinderen aanmoedigen om het ziekenhuis en het vliegveld goed te leren kennen.

Templar Books (2024). Kleine onderzoekers in het ziekenhuis. Haarlem: Gottmer.

Templar Books (2024). Kleine onderzoekers op het vliegveld. Haarlem: Gottmer.


JANUARI 2024

Schermafbeelding 2024-02-10 om 09.55.23De verzameling van de koning in dit verhaal is werkelijk indrukwekkend. Dagelijks is hij ermee bezig: telkens nieuwe verzamelingen aanleggen en zijn ongelooflijke collectie bezittingen ordenen. De schier eindeloze verzameling spreekt tot de verbeelding: hij bezit olifanten zonder slurf, schaatsen met karamelsmaak, rupsen die fietsen … Noem het en hij heeft het! Op een dag beseft hij dat hij op één iets na alles heeft: hij heeft alles, behalve niets. Gedreven als hij is om alles te bezitten, gaat hij ook niets achterna, maar die zoektocht loopt bijzonder moeizaam. Als ervaren verzamelaar heeft hij nochtans tal van zoekstrategieën: hij kijkt in boeken, in de woestijn, in de donkere nacht, raadpleegt alle bewoners van het kasteel, neemt er een microscoop bij … maar niets weet zich goed te verstoppen. Ten einde raad trekt hij zich terug in het park waar hij een poging doet om aan niets te denken. Dat lukt hem niet, maar het brengt hem wel op een idee … Olivier Tallec toont zich opnieuw als de rasverteller die hij is. Je blijft tot het einde benieuwd naar de volgende stap in de zoektocht naar niets en onderweg word je fantasie geprikkeld door de illustraties die de tekst veelal op humoristische wijze aanvullen. Tegelijk zet het prettige voorleesboek ook aan tot gesprek over de waarde van spullen, wat ook voor jonge kinderen een zinvol gespreksonderwerp kan zijn.

Tallec, O. (2023). De koning en niets. Eke: De Eenhoorn.


DECEMBER 2023

De-restjes-van-de-zonDe dieren in het bos zijn het grijze winterweer grondig beu. De zon moet wel de schuldige zijn: zo gul als ze zonneschijn gooit in de zomer, zo weergaloos floept ze weg in de winter. Veldmuis is ervan overtuigd dat na die zonnige zomer er toch nog restjes licht te vinden moeten zijn. De meeste dieren vinden het een belachelijk idee, maar Eekhoorn vindt het toch de moeite waard om samen op zoek te gaan naar die restjes zon. Ze zoeken op verschillende plekken in het bos, maar vangen telkens bot tot ze bovenop een paal een lichtgevende oranje schijf vinden. Opgetogen halen ze hun vrienden erbij en proberen ze het restje zonlicht los te wrikken. De stemming is bijzonder vrolijk tot iemand opmerkt dat het een wegwijzer is … Het wordt even stil in de groep, en dan beginnen ze te schateren en krijgen ze uiteindelijk samen de slappe lach omwille van de absurde situatie. En zo ontdekken ze toch waar het zonlicht zich al die tijd heeft schuilgehouden. De hoopvolle gedachte dat er altijd wel nog restjes licht te vinden zijn – zelfs in het midden van de winter – is de leidraad van dit verhaal. De originele invalshoek en de hilariteit die daarmee gepaard gaat, zorgen voor extra lichtheid in dit verhaal. Edward Van de Vendel schreef er – voor kleuters -een uitgebreide tekst bij die dankzij de geanimeerde dialogen heel tof is om voor te lezen. Samen met de grote illustraties die vanuit verschillende perspectieven de kleurschakeringen in het bos tonen, maakt dat van ‘De restjes van de zon’ een bijzonder rijk verhaal voor oudere kleuters.

Van de Vendel, E. & Parent, J. (2023). De restjes van de zon. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


Schemerwoud-minWe zijn duidelijk niet de enigen die houden van de zachte aard en ontwapenende kijk op de wereld van Boet de beer. De aandoenlijke jonge beer is ondertussen al aan zijn vijfde prentenboek toe. In ‘Schemerwoud’ vraagt hij aan een morgenroodvlinder hoe hij kan weten wanneer het dag en wanneer het nacht is. Sommige periodes blijft het namelijk erg lang licht, andere periodes wil het donker maar niet wijken. Voor de vlinder is het duidelijk: wie goed luistert naar het woud, weet wanneer het nacht is. In 8 korte verhalen ontmoeten we telkens een ander dier van het schemerwoud. We leren Eland kennen die een open plek in het woud niet durft over te steken, Wolf die niet weet waarom hij telkens dezelfde ongemakkelijke stenen kiest om op te slapen, Poolvos die z’n vertrouwde hol verlaat uit angst voor Rode Vos, Bisamrat die dagelijks dezelfde lijn trekt in het bosmeer tot hij dat niet meer doet … De korte verhalen stellen telkens vragen rond blijven of vertrekken. Sommige dieren maken een bewuste keuze en andere krijgen die kans niet, maar we krijgen nooit een volledig antwoord op de vraag. Geen beter moment dan het schemerdonker om je gedachten daarover de vrije loop te laten gaan. De kleurrijke illustraties tonen liefde voor de dieren en hun omgeving en zijn door hun eenvoud toegankelijk voor het jonge leespubliek. Niet iedereen zal houden van de open ruimtes die de licht filosofische verhalen laten, maar dat is net de kracht van dit prachtige boek dat bij elke leesbeurt waardevoller wordt.

Happonen, K. & Vasko, A. (2023). Schemerwoud. Eke: De Eenhoorn.


Schermafbeelding 2024-01-06 om 21.13.24“De natuur gaat altijd door” is het leitmotiv van dit boek over leven en dood. Iets langer dan een jaar volgen we de belevenissen en observaties van een opa en zijn kleinkind. Opa is gefascineerd door de ijsvogels, hun manier van leven, van nesten bouwen, van eten zoeken, eitjes uitbroeden en jongen voeren … Daarvoor is leven nodig aan de boorden van de rivier en in de rivier zelf. Hij weet die fascinatie ook over te dragen op zijn kleinkind dat steeds meer oog krijgt voor de ijsvogels en voor de natuur in het algemeen. In natuurgetrouwe kleurrijke illustraties zien we ijsvogels voorbijflitsen en duiken om een vis te vangen en zien we hoe de natuur langs de rivier evolueert doorheen het jaar. Doorheen datzelfde jaar wordt stilaan duidelijk dat opa ouder wordt en heel vaak vermoeid is, te moe om nog te roeien of te wandelen. Aan de hand van het gedrag van de ijsvogels legt opa uit dat niemand eeuwig leeft maar dat de natuur wel altijd doorgaat. Zoals de jongen van het ijsvogelpaar uitvliegen zodra ze er klaar voor zijn, zo groeit elk kind op tot een volwassen persoon en wordt oud. Wanneer het opnieuw lente wordt zien we de jongen alleen op de steiger zitten. Achter hem – heel subtiel – ligt de strohoed van opa. En dan herhaalt de geschiedenis zich: de jongen ziet een blauwe schicht voorbij vliegen, duiken en vis vangen. De ijsvogeljongen nemen de plaats van de ouders is, want “de natuur gaat altijd door”. Duidelijk verhaal over leven en dood dat gebracht wordt zonder pathetiek. De paginagrote illustraties waar de tekst doorheen is gedrukt, schetsen een idyllische natuur waarin de mens aanwezig is maar slechts aan de zijlijn.

Wilson, A. & Massini, S. (2023). Opa en de ijsvogel. Haarlem: Gottmer.


Schermafbeelding 2024-01-06 om 21.12.43Zo populair als dino’s zijn bij jonge kinderen, zoveel boeken zijn er ook over het onderwerp geschreven. Toch verdient voorliggend boek extra aandacht, want het is volgens ons een van de tofste infoboeken over dino’s die voor kleuters zijn geschreven. In niet minder dan 78 bladzijden stelt Simon Mole tal van dinosauriërs voor aan zijn jonge lezers. Dat doet hij telkens door enkele wetenswaardigheden naar onze eigen leefwereld te vertalen. Zo is de argentinosaurus groter dan een bus en weegt de brachiosaurus evenveel als 80 koeien. Doorheen het boek worden verschillende invalshoeken belicht. Zo lezen we ook over hoe dino’s eten en hoe ze zich voortplanten. De cedarosuarus eet blijkbaar zonder te slikken en laat in zijn maag kiezelstenen de bladeren en takken tot moes vermalen. De diplodocus begraaft dan weer zijn eieren, zodat zijn baby’s als bloemen uit de grond opduiken. Je merkt het al: de auteur verzamelde verrassende weetjes over dino’s die voor jonge kinderen bevattelijk zijn. Die worden ook telkens ondersteund door de kleurrijke illustraties die de enorme dieren erg krachtig in beeld brengen. De tekst zelf is speels en ritmisch en de auteur spreekt zijn jonge lezers geregeld aan, wat maakt dat het boek prettig voorleest. Om af te sluiten legt de auteur uit dat archeologen nog steeds op zoek zijn naar volgende dino-ontdekkingen. Wie weet wordt een van de lezers een volgende ontdekker? De nieuwsgierigheid wordt door het boek alvast aangewakkerd!

Mole, S. & Hunt, M. (2023). Welkom in de wereld van de dinosauriërs. Haarlem: Gottmer.


a247d4148c9b277433175a6903e52c1dAldo en Rino zijn verzot op de spaghetti van hun nonna. Die laatste struikelt bij het opdienen van de lekkernij over een speelgoedauto, waardoor de twee jongens het met één bord spaghetti moeten stellen. Ze slurpen de slierten vliegensvlug op tot ze elk een uiteinde van de allerlaatste spaghettisliert in hun mond hebben. Geen van beiden wil toegeven, wat maakt dat ze dagenlang met een lange sliert tussen hen in door het leven gaan. Tot één van hen noodgedwongen moet loslaten … De sliert wordt doorheen het verhaal voor tal van doeleinden gebruikt: waslijn, springtouw, leiband, vlaggenlijn, veter, enz. Terwijl de sliert aanvankelijk de oorzaak van de ruzie is, zal die uiteindelijk ook voor de nodige verbinding zorgen. Een heerlijke pizza van nonna staat als beloning te wachten, maar bij het opdienen struikelt ze … Jacques en Lise kunnen als geen ander duidelijke lijnen in een verhaal combineren met ruimte voor verbeelding. Jonge kinderen zullen heel wat herkennen in het verhaal over ruziënde broers en kunnen tegelijk plezier beleven aan de prikkelende fantasie die gepaard gaat met de spaghettisliert. Die ruimte voor suggestie zit bovendien ook in de illustraties en in de boodschap van het verhaal die in eerste instantie eenvoudig lijken. Heb je woorden nodig om een ruzie bij te leggen? Kan loslaten soms net helpen om te verbinden? Is samen spelen altijd de plezierigste optie? En zo wordt dit schijnbaar simpele verhaal enkel boeiender naarmate je het herleest.

Jacques & Lise (2023). Aldo & Rino. Antwerpen: Pelckmans.


Maar-de-leeuw-was-er-niet-minVader en zoon keren terug van een uitje naar de dierentuin. De vader vond het een fantastische dag, maar de zoon vond er niks aan, omdat zijn favoriete dier, de leeuw, er niet was. Die teleurstelling overschaduwt voor de jongen de hele uitstap. Onderweg naar huis probeert de vader hem op te beuren door alle geweldige belevenissen van de dag in herinnering te brengen. Het antwoord van de teleurgestelde zoon blijft echter consequent hetzelfde: ‘maar de leeuw was er niet’. Terwijl ze opgaan in hun discussie over de afgelopen dag, kan de lezer in de prenten zien waar vader en zoon ondertussen geen oog voor hebben. De illustrator heeft namelijk tal van dieren en grappige details verwerkt in de stad die het duo omgeeft terwijl ze naar huis gaan. Het contrast tussen het gesprek en wat er rondom hen gebeurt, is geestig en fantasierijk uitgewerkt. Een prettig voorleesverhaal dat vooral tot heel wat kijkplezier zal leiden.

Boonen, S. & Appel, F. (2023). Maar de leeuw was er niet. Eke: De Eenhoorn.


Vosje-moet-jagen-minHet is zover: Vosje is oud genoeg om alleen te gaan jagen. Z’n ouders duwen hem liefdevol het vossenhol uit voor z’n eerste jachtavontuur in het bos, maar Vosje voelt alleen angst en afkeer voor dat plan. Hij ontdekt een konijnenfamilie, maar in plaats van die op te eten, speelt hij met hen en eten ze samen wortelen en spruitjes. Een succes voor Vosje, maar z’n ouders vinden dat geen betamelijk gedrag voor een vos die zelf gevangen vlees of vis hoort te eten. Na een paar mislukte pogingen kiezen Vosjes ouders voor de strenge aanpak en zeggen ze dat ze hem niet willen terugzien zolang hij niet zelf een dier heeft gevangen. Jagen is zo weerzinwekkend voor Vosje dat hij geen kans ziet om naar huis terug te keren, tot grote ongerustheid van z’n ouders … Het verhaal maakt de keuze van vegetariërs inleefbaar zonder dat het moraliserend wordt. We zien vooral een jonge vos die iets anders wil dan zijn ouders en die ontdekt dat de liefde van zijn ouders dat verschil kan overwinnen. Minnes stijl is ritmisch en klankrijk, wat van het boek een echt voorleesverhaal maakt. Candaele is op haar best wanneer ze de konijnen en de kippen laat reageren op Vosjes komst. De speelse en expressieve houdingen zijn prettig om te ontdekken. Prima verhaal dus dat aanzet tot gesprek en dat vooral voor heerlijk verhaalplezier zorgt.

Minne, B. & Candaele, A. (2023). Vosje moet jagen. Eke: De Eenhoorn.


NOVEMBER 2023

550x741Fans zaten er al enkele jaren op te wachten: de herwerking van het bekende rode sinterklaasboek van Charlotte Dematons. Dat verscheen afgelopen oktober in de winkels (met een blauwe cover deze keer), maar de exemplaren hebben er niet lang gelegen, want in een mum van tijd waren de tienduizenden exemplaren uitverkocht. Wie het boek openslaat, begrijpt dat grote succes meteen. In zestien dubbele pagina’s brengt Dematons de hele wereld van Sinterklaas en de pieten tot in het kleinste detail tot leven. Zo krijgen we uitgebreid zicht op het landgoed van Sinterklaas – waar leveranciers van Lego en Playmobil af en aan rijden – en kunnen we in de kamers van alle pieten kijken. Elke kamertje op zich is een rondleiding waard: heerlijk hoe je de eigenheden van de verschillende pieten kan ontdekken in de gedetailleerde tekeningen. Verder in het boek kan je je ogen de kost geven dankzij prenten van het huis van Sinterklaas, de bakkerij, het pakjescentrum, de stoomboot, het trainingscentrum voor de pieten … Zestien jaar na de eerste versie is er heel wat veranderd in de samenleving en dat laat zich ook in de illustraties merken. We zien een democratischere aanpak bij de pieten (die nu ook in alle kleuren, vormen en maten verschijnen), Sinterklaas helpt ook bij het inpakken van de cadeautjes, er zijn extra bomen aangeplant, zonnepanelen sieren de daken, laadpalen verschijnen in het straatbeeld, elektrische (bak)fietsen verzamelen op de kade … Het mag duidelijk zijn: jong en oud kunnen eindeloos genieten van de liefdevolle en fantasierijke manier waarop het sinterklaasfeest in dit prentenboek in beeld is gebracht.

Dematons, C. (2023). Sinterklaas. Haarlem: Uitgeverij Dematons.


9789002274695_LRIn de langste nacht van het jaar dooft het licht van Vuurvlieg uit. “Toen vielen haar vleugels stil en dwarrelde ze als een blad naar beneden.” Bevriende insecten verzamelen rond haar, maar begrijpen niet wat er aan de hand is. Ze besluiten Mier te raadplegen, die alles kan maken wat niet meer werkt, maar die kan deze keer niet helpen. Op naar Uil, want die weet altijd raad. Die weet te vertellen dat Vuurvlieg al aan de andere kant is. Langzaam maar zeker dringt het tot de vrienden door dat ze afscheid moeten nemen van Vuurvlieg. Dan volgt het mooiste deel van het verhaal: de insecten blijven in Vuurvliegs buurt, kijken naar haar, stellen vragen, zwijgen, vertellen over wie ze was, lachen, weten het niet … Aan het einde breken een poot en een vleugel van Vuurvlieg af. Eerst schrikken de insecten, maar daarna zien ze hoe die de manke poot van Tor en de haperende vleugel van Bij kunnen herstellen. Zo laten ze het licht van Vuurvlieg op verschillende manieren verder leven. De poëtische tekst van Tom Mariën komt tot leven in de al even poëtische illustraties van Sassafras De Bruyn, die de liefde voor Vuurvlieg vangt in lichte tinten die contrasteren met het donkere van de nacht en het verdriet. Een fijngevoelig verhaal waarin in alle schoonheid en zachtheid afscheid genomen wordt van een geliefde en dat maakt het meer dan de moeite waard.

Mariën, T. & De Bruyn, S. (2023). Het eerste licht. Leuven: Davidsfonds Infodok.


Schermafbeelding 2023-11-25 om 17.42.11Het is een klassieke grap: een personage is – dikwijls op een stuntelige manier – op zoek naar z’n bril terwijl die de hele tijd op z’n hoofd staat. Zeker bij jonge kleuters wekken de kennisvoorsprong en het onbeholpen gedrag van iemand die niet goed ziet hilariteit op. Ook Beer kan z’n rode bril – die op z’n kop staat – nergens vinden. Hij wandelt naar z’n vriend Giraf, vermoedend dat hij die daar heeft achtergelaten. Onderweg ziet hij op z’n vertrouwde route dieren die hij daar nooit eerder zag: in een boom met kale takken ziet hij een hert, in een laaghangende struik een krokodil, in een rots een olifant en in een roze bloem een flamingo. Bij Giraf aangekomen, ziet die de bril natuurlijk meteen staan en wandelen de twee vrienden terug op zoek naar de wonderlijke ontdekkingen. Uiteraard ziet de wereld er mét bril weer net als gewoonlijk uit, wat Beer niet begrijpt. Misschien is z’n bril stuk? De naam Leo Timmers op een prentenboek is een soort kwaliteitslabel geworden en ook hier kan je daarop vertrouwen. De figuren springen van de pagina’s met witte achtergrond af, wat de hoofdpersonages en de vermeende dieren mooi in de verf zet. De expressie van de personages versterkt de humor in het verhaal, perfect gesneden op de maat van peuters en jonge kleuters. Het boek bevat bovendien een kartonnen brilletje dat er net als dat van Beer uitziet, een leuk extraatje om de speelse beleving kracht bij te zetten.

Timmers, L. (2023). De bril van Beer. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


HEb-jij-misschien-dinosaurusNa het succesvolle ‘Heb jij misschien Olifant gezien?’ hebben we even moeten wachten op de opvolger ‘Heb jij misschien Dinosaurus gezien?’. Ook in dit verhaal wordt tevergeefs gezocht naar iets wat voor de lezer duidelijk zichtbaar is en dat leidt natuurlijk tot geestige situaties. De hoofdpersonages uit het eerste boek – een jongetje, zijn hond en Olifant – trekken deze keer naar de stad om dino’s te zoeken. Een stadsduif voegt zich bij het trio en kijkt in tegenstelling tot de drie anderen telkens in de juiste richting, maar daar hebben de vrienden geen oog voor. Tussen de wolkenkrabbers, achter winkelramen, in metrostations en skateparken zien we telkens delen van enorme dino’s verschijnen, maar de vrienden lopen er niets vermoedend voorbij en zetten de speurtocht verder. Net wanneer ze de handdoek in de ring gooien, komen ze oog in oog te staan met een prachtige dino. Terwijl de lezers genieten van het feit dat ze betere zoekers zijn dan de personages, kunnen ze ook gniffelen om de reacties van de stedelingen op het nogal onverwachte groepje bezoekers. Een aanrader dus voor peuters en jonge kleuters!

Barrow, D. (2023). Heb jij misschien Dinosaurus gezien? Haarlem: Gottmer.


9789044850628_1Auteur en illustrator Francesca Pirrone zorgt in dit boekje dat de egeltjes die erin voorkomen er alleraardigst uitzien. Spillo, een egel met een brilletje, heeft een erg goede vriend, Lisca, met wie hij alles samen doet. Maar op een dag heeft Lisca voor hem geen tijd; hij heeft een afspraakje met Gaia om samen naar de ondergaande zon te kijken. Spillo heeft nog nooit zoiets belachelijks gehoord maar niks aan te doen; hij gaat wel in z’n eentje wormen zoeken. Titta, een egelmeisje, vraagt belangstellend waar Spillo heen gaat, maar de boze Spillo snauwt haar af en loopt weg. Daarbij struikelt hij en sneuvelt zijn bril. Gelukkig vindt hij toch enkele wormen die hij graag wil delen met een egelmeisje dat er erg aardig uitziet maar vreemd genoeg niet reageert op wat hij haar ook aanbiedt. Tot Spillo ontdekt dat hij zonder bril enkel dacht dat er een egelmeisje was. Nu is hij naast boos ook nog verdrietig. Maar dan komt Titta eraan. Zij heeft zijn bril hersteld. Wie weet wil Titta wel met hem naar de ondergaande zon kijken … Het boek bevat vrij veel tekst maar die is perfect op niveau van de doelgroep. Bovendien bieden de heldere illustraties waar de tekst doorheen is gedrukt een mooie ondersteuning van de tekst. Dit samenspel zorgt ervoor dat kleuters zich goed kunnen inleven in het verhaal. En wie weet volgt na afloop wel een gesprekje over de liefde.  

Pirrone, F. (2023). Liefde is stom. Hasselt: Clavis.  


Schermafbeelding 2023-11-25 om 17.44.12Het onderwerp van dit boek is niet nieuw: dieren die er genoeg van hebben dat mensen hun leefomgeving verknoeien en dus vertrekken. In dit boek gaat het om een steeds groter wordende zwerm vogels die de bijeneters volgen. Zij hebben namelijk gehoord van een mensenvrij eiland dat een paradijs voor vogels zou zijn, ‘Vogeleiland’ dus. De bedoeling van dit boek is tweeledig: enerzijds jonge kinderen warm maken voor natuur en natuurbehoud, anderzijds jonge kinderen veel informatie geven over al dan niet exotische vogels – denk aan kolibrie, specht, hop, flamingo, valk, ijsvogel …  Zo ontdekken de lezers/luisteraars waarom spechten op de bomen kloppen of welke vogels gek zijn op mango? Maar ook over verschillende soorten andere dieren wordt informatie gegeven  – wezels, vissen, hagedis, nachtvlinders, hommels … Die leer je voornamelijk kennen via zoekopdrachten die doorheen het boek bij de paginagrote illustraties gegeven worden. Het boek is van een grote kleurenpracht waardoor het geheel wel een erg exotisch uitzicht krijgt. Maar zoiets is natuurlijk mogelijk op een Vogeleiland dat je na een lange tocht eindelijk bereikt. Het feit dat de illustrator/auteur werkzaam is in de modewereld zal ook wel invloed gehad hebben op dat exotische karakter. Dit is een boek dat door de kleurenpracht een aantrekkingskracht zal uitoefenen op kleuters die het ongetwijfeld herhaaldelijk terug zullen vastnemen.

Nille, P. (2023). Vogeleiland. Utrecht: Parade.


OKTOBER 2023

Schermafbeelding 2023-10-22 om 20.14.31Wie goed naar het voorste en het achterste schutblad kijkt, weet meteen waar dit boek over gaat: een stomme dag kan in een leuke stomme dag veranderen. Wanneer Wolfie op een ochtend wakker wordt, is het hem meteen duidelijk: dit wordt een stomme dag. Er zijn te veel wolken, er zit te weinig chocola in zijn koekje, zijn glas melk is halfleeg, de tandpasta te scherp, het badwater te koud, zijn knuffelbeer niet blij. Alleen Wolfie vindt dat, de rest van de wereld ziet dat duidelijk anders. Daar wordt Wolfie nog chagrijniger van. Ook op school zit alles tegen want er is niemand die begrijpt hoe Wolfie zich voelt hoewel dat heel erg goed te merken is aan zijn snoet. Maar… opeens merkt Wolfie op dat Pinguïn uit zijn klas eenzelfde bui heeft als hij. Dus zoeken ze steun bij elkaar en dat werkt. Want wanneer je samen met een vriendje een stomme dag hebt, zou die weleens kunnen veranderen in een leuke stomme dag. De illustraties tonen op een prachtige en in een voor de doelgroep zeer herkenbare wereld hoe je manier van denken je perceptie van de wereld beïnvloedt. Denk bv. aan Wolfie die vindt dat het bewolkt is hoewel de zon duidelijk te zien is samen met een piepklein wolkje of aan de zwarte kribbels boven het hoofd van Wolfie wanneer hij aan het tekenen is of zijn boos gezicht als hij bij het verstoppen snel gevonden wordt, … Maar kijk vooral naar de laatste prent waar Wolfie met een stralend gezicht zegt: ‘Dit wordt een prachtige dag!’ terwijl het echt heel bewolkt is.

Coppo, M. (2023). Een leuke stomme dag. Haarlem: Gottmer.


Nooit-nietHet is maandagochtend en kleine Josefien wordt voor de eerste keer op school verwacht, maar daar heeft het aandoenlijke en felle vleermuisje helemaal geen zin in. Haar antwoord is duidelijk: nooit niet! Wat haar ouders ook proberen, ze klampt zicht hardnekkig vast aan alles wat ze kan vinden en weigert naar school te gaan. Tot ze zodanig hard ‘nooit niet’ brult dat haar ouders krimpen tot piepkleine wezentjes ter grootte van een pindanoot. Met haar mini-ouders onder de vleugels ziet ze het wel zitten om naar school te gaan. Wat volgt is een herkenbare dag in de kleuterklas: met een liedje in de kring, speeltijd, lunch en een middagdutje. Al snel blijkt Josefien alleen maar gehinderd door de ouders die ze aanvankelijk zo graag bij zich wilde houden … Beatrice Alemagna brengt dit herkenbare verhaal met fantasierijk kantje in haar typerende stijl. De warme aardetinten van de natuurlijke omgeving contrasteren met het fluoroze dat aansluit bij de felheid van kleine Josefien. De expressie van de figuren is bijzonder sprekend en maakt het verhaal inleefbaar. Alemagna mocht internationaal al verschillende prijzen in ontvangst nemen voor haar prentenboeken. De keuze van uitgeverij Boycott om een van haar verhalen naar de Nederlandstalige boekenmarkt te brengen juichen we toe. Je kan het boek volledig inkijken op Alemagna’s website: http://www.beatricealemagna.com/meme-pas-en-reve/fdf1tjr61xetxhwrifzgl51hadgvvk.

Alemagna, B. (2023). Nooit niet! Amsterdam: Boycott.


Schermafbeelding 2023-10-22 om 20.12.56Toen we Vleertje Muis vorig jaar in handen kregen, waren we meteen verkocht. Echt verbaasd zijn we dus niet dat er een jaar later een nieuwe verhaalbundel over het personage verschenen is. Ook ‘Vleertje Muis waait weg’ bevat drie verschillende verhalen over Vleertje en zijn vrienden. Samen met de lieve vleermuis duiken we de wereld van jonge kleuters in. Wie anders weet hoe het voelt als je favoriete knuffel stuk gaat? Egel repareert Vleertjes knuffel zo goed hij kan, maar toch voelt en ruikt Knuf niet als voorheen … Even later worden de lezers uitgenodigd om mee verstoppertje te spelen. Dolle pret beleven de vrienden tot ze beseffen dat ze Mot vergeten zijn … Hoe maak je het goed wanneer je een vriend pijn hebt gedaan? In het laatste verhaal toont Vleertje hoe fantastisch het voelt wanneer je een angst kan overwinnen. De drie nieuwe verhalen vullen de eerste drie mooi aan. Jonge kleuters zullen genieten van de reeks verhalen met dezelfde personages die in ideeën en gevoelens perfect aansluiten bij hun leefwereld. De tekst is rijk en leest prettig voor terwijl de illustraties met veel bruin- en groentinten de gebeurtenissen treffend in beeld brengen. De makers ontwikkelden een aparte website met tips voor ouders en leraren: https://www.vleertjemuis.nl.

Roos, S. & Bartels, A. (2023). Vleertje Muis waait weg. Amsterdam: Volt.


550x654Na ‘Spelen tot het donker wordt’ is er nu ook ‘We bakken een dierentuin’ waarin Marit Törnqvist de speelse wereld van twee peuters verbeeldt. De lezer wordt samen met een vriendje meteen in die wereld meegenomen: “Kom je bij me spelen? Vandaag, de hele dag? Zal ik je vertellen wat bij mij thuis allemaal mag?” Wat er allemaal kan in de verbeelding is heerlijk: ze stappen in de berentrein (gemaakt van kartonnen dozen en knuffels), spelen in het buiten-beesten-bad (met het typische speelzwembadje), worden met wat hulp van stoepkrijgt prachtige vlinders … tot ze lekker laat gaan slapen in het dierendroomhotel. Een dag vol schijnbaar alledaags spel wordt met wat fantasie een heerlijk avontuur. Wie zou het aanbod om een dag in die vrije speelwereld te verblijven willen afslaan? Al wie het boek toeslaat, is overtuigd. En zo hebben we alweer een kleurrijke en innemende ode aan de verbeelding in handen van de onovertroffen Marit Törnqvist.

Törnqvist, M. (2023). We bakken een dierentuin. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


9789045129075_frontWat op het eerste gezicht een fotoboek lijkt over een jongen en zijn Poolse grootmoeder, is dat helemaal niet. Het is een prentenboek met geschilderde, levensechte illustraties in aardetinten – het verhaal maakt duidelijk waarom deze tinten gebruikt worden – en het is een pareltje. De auteur vertelt hoe hij als kleine jongen elke ochtend naar zijn Poolse grootmoeder, zijn Baba, werd gebracht. Zij woonde in een klein houten huisje. Van die ochtenden zijn de auteur verschillende dingen bijgebleven. Het eerste: elke morgen hetzelfde reusachtige havermoutontbijt met liefde voor hem klaargemaakt. Zijn Baba vindt eten erg belangrijk. Ze ‘humt’ en danst terwijl ze kookt. Overal in haar huis is eten verstopt: knoflookstrengen, potten met augurken, bieten … Ook het kleinste stukje eten dat op de grond valt, wordt opgeraapt en met liefde – het opgeraapte voedsel krijgt een zoen – verorbert. Een andere herinnering is – en nu komen we bij de aardetinten – dat zijn Baba telkens wanneer het regende samen met hem regenwormen ging zoeken bv. onderweg naar school. Die regenwormen gebruikte ze voor haar moestuintje. Omdat zijn Baba niet erg goed Engels sprak, toonde ze hem door met haar vinger over de lijnen in zijn handpalmen te gaan wat regenwormen in de aarde doen. Op een dag komt Baba bij de jongen en zijn gezin inwonen. Met prachtige tekstloze platen toont de auteur dat de rollen dan omgedraaid worden. De jongen brengt zijn Baba nu elke morgen havermout met appelschijfjes. Zij deelt de appelschijfjes met hem. De door oma bewaarde tomatenzaadjes worden nu in een potje geplant dat op de vensterbank gezet wordt. Dan loopt Baba met haar vingers over de lijnen van zijn handpalm en de jongen weet wat hem te doen staat … Edward van de Vendel heeft het verhaal vertaald en gebruikt daarvoor een rijke, poëtische taal die perfect aansluit bij de schitterende illustraties en bij de heimwee die in dit verhaal verborgen zit.

Scott, J. & Smith, S. (2023). De tuin van mijn Baba. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


550x638Je moet het maar doen: een prentenboek schrijven dat de verschillende tijdzones in de wereld op een speelse manier onder de aandacht brengt en tegelijkertijd – geholpen door illustraties waarop ontzettend veel te zien is – de klimaatproblematiek brengen voor jonge kinderen. Zoöloge Nicola Davies doet het samen met illustratorJenni Desmond. Die laatste kennen jullie ongetwijfeld van het prentenboek ‘De blauwe vinvis’. Een meisje en haar zusje vliegen samen in 24 u tijd de wereld rond om te zien wat er overal op hetzelfde uur – middernacht Greenwich Time – in de wereld gebeurt. Dus gaat het van Spitsbergen waar de ijsberen om 1u ’s nachts jagen in de lentezon en steeds minder ijs hebben naar Zambia op het Afrikaanse continent waar het op dat moment 2u is en dieren zoals olifanten en leeuwen druk in de weer zijn en hopelijk niet in de val van stropers terecht komen.  Op hetzelfde moment komen duizenden zeeschildpadjes uit hun ei in India en gaan op zoek naar de zee. Het is dan 5u30 in India. Verder ontmoeten we doorheen het boek en de reis van de zusjes, walvishaaien – herkenbaar aan hun uniek vlekkenpatroon – in de Filipijnen, door bosbrand en hitte bedreigde kangoeroes in Australië, bultrugwalvissen in Hawaï, bijen en kolibries in Californië, en ga zo maar door… Ongelooflijk hoeveel leven er op hetzelfde moment overal ter wereld bezig is. Er zijn prachtige dingen te zien over de hele wereld – zo blijkt uit de illustraties – maar die pracht wordt wel bedreigd over de hele wereld – zo blijkt uit de teksten. De 24 uren durende reis van de zusjes is een fascinerend verhaal over schoonheid en de bedreiging ervan.

Davies, N. & Desmond, J. (2023). Eén wereld. 24 uur op aarde. Rotterdam: Lemniscaat.


AUGUSTUS 2023

9789021475684_frontWie denkt dat er wel genoeg prentenboeken over de dokter bestaan, heeft ‘Komt giraf bij de dokter’ nog niet in handen gehad. De verhaallijn op zich is erg eenvoudig. We volgen de werkdag van dokter Kip die achtereenvolgens vier patiënten behandelt. De werkwijze is bekend: de patiënt vertelt wat er aan de hand is, dokter Kip onderzoekt de patiënt en behandelt ten slotte op basis van de diagnose. Het zijn de heerlijke illustraties die het boek tot een bijzondere aanwinst voor elke boekenkast maakt. Terwijl de patiënten de reden van hun bezoek vertellen zien we telkens een soort strip waarin de gebeurtenissen in vier prenten staan afgebeeld. Op die manier krijgen kleuters de kans om het verhaal telkens zelf af te lezen. De situaties doen bovendien telkens grinniken: mevrouw Egel die door haar slechte zicht een romance is begonnen met een borstel, mevrouw Giraf die een ‘cabrio-koutje’ heeft opgelopen, een huishoudelijke ruzie die meneer Vos een pijnlijke staart heeft opgeleverd en een iets te bont verjaardagspartijtje dat meneer Beer met een rommelende maag achterliet. Gelukkig weet dokter Kip telkens raad, zodat die tegen de avond ook tevreden naar haar haan en kuikens kan terugkeren. Prettig hoe we op de laatste bladzijde in vier prenten kunnen zien hoe de dag voor de patiënten afloopt. De vele grappige details maken dat het plezierig blijft om het boek keer op keer voor te lezen. Een topper dus dankzij de bijzondere structuur, de herkenbaarheid en de humor.

Sarnes, N. (2023). Komt een giraf bij de dokter. Amsterdam: Volt.


front-medium-2368627933Vader Ole en zoon Hans Könnecke sloegen de handen in elkaar om niet minder dan 52 muziekinstrumenten te introduceren aan hun lezers. Daarmee hebben ze voor nagenoeg alle lezers wat in petto. Bij de sitar en de tuba kunnen de meeste volwassenen zich wat voorstellen, maar de dulcimer en de theremin zullen ook voor hen ware ontdekkingen zijn. Toch is het boek ook op maat van kinderen gesneden: instrumenten als de gitaar en de piano zijn evengoed opgenomen, de paginagrote illustraties verbeelden dieren die de instrumenten bespelen en de bijgaande tekst geeft in heldere taal duiding. Hoewel niet alles voor kleuters bevattelijk zal zijn, is de essentie dat zeker wel. Bij elk instrument staat namelijk een QR-code die naar een luisterfragment leidt. Net de speelse reis langs al die verschillende instrumenten in tal van genres is wat de makers beogen met dit boek. Het plezier dat vader en zoon duidelijk beleefd hebben aan het maken van dit muziekboek werkt aanstekelijk. De prenten, teksten en muziekfragmenten zetten aan tot ontdekken en garanderen prettige vondsten onderweg.

Könnecke, O. & H. (2023). Klinkt goed! Ontdek 50 muziekinstrumenten. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


550x745Na ‘Help! Een verrassing!’ ontmoeten we beste vrienden Suusje en August opnieuw in ‘Cadeautje’. De rollen worden omgedraaid: deze keer heeft de rustige en zachtaardige August een verrassing in petto voor de ongedurige en nieuwsgierige Suusje. Terwijl August het verjaardagsfeestje voorbereidt, vecht Suusje tegen de drang om het cadeau vroegtijdig open te maken. Buiten het oog van August doet ze zowat alles met het cadeautje in de hoop te onthullen wat erin zit: eraan ruiken en voelen, erop zitten en staan, enz. Suusjes experimenten met het cadeau lopen niet goed af, maar gelukkig is August ook daarop voorbereid … Miriam Bos gooide hoge ogen met het eerste prentenboek waar ze illustraties én verhaal voor uitwerkte en slaagde erin dat niveau te bewaren in deze opvolger. ‘Cadeautje’ oogt even fris met zijn kleurrijke prenten die alle hoeken en kanten van het vriendenplekje in het bos tonen. Het herkenbare verhaal betrekt jonge lezers die zich vast ook zullen afvragen wat er in het cadeau zit en of August erin zal slagen Suusje te verrassen. Met ‘Cadeautje’ hebben we er een vrolijk en warm verhaal bij dat voor jonge kleuters en hun voorlezers een geschenk op zich is.

Bos, M. (2023). Cadeautje! Lemniscaat: Rotterdam.


9789045129112Het is een gewone dag in de kleuterklas wanneer de kinderen een nieuw liedje over een prinses aanleren. Terwijl de hele klas zingt en danst, mag telkens iemand anders de prinses spelen in het midden van de kring. Levi voelt zich heerlijk tijdens het zingen en dansen, wat zichtbaar wordt in de kleurrijke vlinders en hazen die hem in de illustraties omgeven. Wanneer hij door de juf wordt aangeduid als volgende prinses valt alles stil voor Levi. Hoe kan een jongen een prinsesje zijn? Hij ziet geen andere optie dan wegrennen, recht naar oma’s huis waar Levi in haar armen stilaan de woorden terugvindt om te vertellen wat er is gebeurd. Oma maakt duidelijk dat Levi altijd Levi blijft, ook als hij haar juwelen draagt of als prinses in de kring van zingen en dansen geniet. Saskia Halfmouw en Edward Van de Vendel bewijzen met ‘Levi’s nieuwe liedje’ wat goede kinderliteratuur vermag. Gender is een veelbesproken onderwerp dat onder volwassen voor heel wat frictie zorgt. ‘Levi’s nieuwe liedje’ verbeeldt in een voor kinderen herkenbaar en bevattelijk verhaal hoe moeilijk de gevoelens en hoe eenvoudig de oplossing kan zijn. Zonder sentimenteel of belerend te worden tonen de makers het belang van een fijne en liefdevolle omgeving. De potloodillustraties van Saskia Halfmouw weten de sfeer in de klas en Levi’s gevoelens mooi te vangen terwijl Van de Vendels uitgepuurde taal de lezer doorheen het verhaal begeleidt.

Halfmouw, S. & van de Vendel, E. (2023). Levi’s nieuwe liedje. Amsterdam/Antwerpen: Querido.


cms_visual_2034785.jpg_1690333837000_600x736In een bos met veel dieren – denk aan een beleefde haas, een naïeve egel, een merel-boodschapper, een uil met poëtische kwaliteiten, jonge konijntjes, een eekhoorn, … – woont ook een boze heks. Ze is niet echt boosaardig, maar wel snel boos en ze dreigt voortdurend met toverspreuken wanneer de dieren iets doen wat haar niet zint. In tientallen verhalen – die los van elkaar kunnen verteld worden – beleef je als luisteraar de avonturen van de boze heks en de dieren. Zo heeft de heks niet meer dan een toverspreuk nodig om de stekels van de egel in de knoop te leggen en is het de beleefde haas die de boze heks vaak tot rede weet te brengen opdat ze haar dreigementen niet echt zou uitvoeren. Uiteindelijk houden de dieren wel van ‘hun’ heks, vooral ook omdat ze met een enkele toverspreuk heerlijke appeltaart of soep kan toveren. De avonturen worden met veel humor verteld, bevatten leuke dialogen en worden opgevrolijkt door de mooie – soms paginavullende – illustraties van Annemarie van Haeringen. Lemniscaat bracht alle verhalen van de boze heks samen in deze vuistdikke verzamelbundel, die urenlang leesplezier verzekert.

Kraan, H. (2023). De grote boze heks. Rotterdam: Lemniscaat.


550x552Beste vrienden Frank en Bert wisten ons in hun eerste verhaal meteen te charmeren. Berts naïviteit, de warmte van hun vriendschap en de hilarische prenten maakten van hun debuut een internationaal succes. In de opvolger krijgen we een gelijkaardig recept opgediend. Deze keer willen Frank en Bert gaan fietsen, maar alweer laten Berts vaardigheden het afweten. Ondanks Franks – naar eigen zeggen – briljante pogingen om z’n vriend te leren fietsen, lukt het niet om hem zonder kleerscheuren een fietstochtje te laten maken. Tot het moment aanbreekt dat Frank het zelf niet meer ziet zitten … Het is prettig hoe de rollen aan het einde van het verhaal worden omgekeerd, zodat Bert toch niet de eeuwige klungelaar hoeft te zijn. Ondertussen blijft het smullen van de geestige scènes en de bijhorende mimiek van de personages. Naylor-Ballesteros leverde opnieuw een grappig en complexloos verhaal af dat dicht bij de belevingen van kinderen blijft.

Naylor-Ballesteros, C. (2023). Frank en Bert op de fiets. Haarlem: Gottmer.


JUNI 2023

9789083263014_frontIn 25 prenten toont Yoko Heiligers op welke manier dieren en mensen met elkaar verbonden zijn. Zo eenvoudig het opzet, zo bijzonder is het uitgewerkt. Elke dubbele pagina toont een dier in een soort vintage schoolplatenstijl dat telkens in verschillende stukken is opgedeeld. Die delen bevatten tekeningen die verwijzen naar hoe de mens met het dier omgaat. Zo zie je in de illustratie van de kat een heks, een laars, een hiëroglief, een aaiende hand, een muis, een kattencafé, kattenvoer … De duif zie je dan weer als postduif en vredesduif en wordt geflankeerd door een duiventil en een jongen die duiven op een plein voedert. Terwijl het dier in één oogopslag herkenbaar is en het beeld domineert, krijg je dus als lezer een brede kijk op hoe het dier met onze cultuur is verweven. Onder de prent staan telkens enkele woorden die het kijken en denken op weg kunnen helpen. Dit boek kan op verschillende niveaus gelezen worden: jonge kinderen kunnen dieren en andere elementen benoemen, oudere kinderen leren bij over de dieren en denkers van alle leeftijden zullen zich verwonderen en spontaan vragen stellen over hoe we ons tot dieren verhouden. Ondanks de schoolplatenstijl doet het prachtige boek nergens belerend of opdringerig aan. Het verwondert in elk geval niet dat het in Italië – waar het eerst is uitgegeven – al verschillende prijzen heeft mogen ontvangen. Je kan enkele prenten bekijken en een lesbrief downloaden via deze link.

Heiligers, Y. (2023). Mensendieren. Arnhem: Loopvis.


6507228aBoer Boris ligt verdrietig in bed. Hij heeft met veel zorg de moestuin onderhouden, maar wat hij ook doet, de bietjes willen maar niet groeien. In de uitbundige tuin zien we dikke kroppen sla, stevige kolen en bossen loof met daarachter verscholen een wel heel erg treurig rijtje bietenblaadjes. De diagnose is duidelijk: de biet is ziek. Terwijl Boer Boris wat rust neemt, beginnen Berend en Sam met de verzorging van de bietenplantjes. Heerlijk is het hoe ze samen met alle bewoners van de boerderij op een voor kinderen herkenbare wijze voor de bietjes zorgen: ze leggen verbanden, zingen liedjes, geven kusjes, brengen wollen dekens … De hele dag door groeit de groep boerderijdieren die bij de bietjes verzamelen om hun zorgen toe te dienen. Wanneer Boer Boris ’s nachts iedereen bij de bietjes ziet slapen, sluit hij zich bij hen aan. Je kan al raden wie er ’s ochtends uit de aarde is gekropen … Het bietjesverhaal bevat alle heerlijke ingrediënten die de verhalenreeks kenmerken. Het eenvoudige verhaal in ritmische taal wordt aangevuld met rijkelijke prenten die de boerderij met zijn omgeving en goedhartige bewoners in beeld brengen. Het is prettig dat we in dit verhaal dicht bij de kerntaken van de boerderij blijven: samenwerken en zorg dragen voor elkaar zodat iedereen kan groeien en bloeien. Voor het kleuteronderwijs vormt dit verhaal bovendien een mooie aanvulling op het aanbod boerderijboeken en verhalen over moestuinieren.

Van Lieshout, T. & Hopman, P. (2023). Boer Boris en de bietjes. Haarlem: Gottmer.


937x1200Jonathan is zenuwachtig. Hij heeft lang geoefend op een kunstje: op één been op een koffer staan. Met die truc biedt hij zich aan bij het circus, waar hij doodgraag wil werken. De giraffe van de ticketbalie is niet onder de indruk, maar laat Jonathan toch de piste betreden om de circusartiesten te ontmoeten. Bij welke act hij ook probeert aan te sluiten, het wil maar niet lukken: hij valt flauw van angst bij Toets de krokodil, kan geen pirouettes draaien met de poedels, doet de konijnenpiramide in elkaar stuiken en laat de trapeze in het midden van de act los. Net wanneer Jonathan geen mogelijkheden meer ziet, blijkt dat het aandoenlijke eendje de artiesten toch heeft weten te beroeren. Wat als hij nu eens zijn ingoefende kunstje als circusact brengt? Jonathan ontpopt zich niet tot wonderlijke acrobaat, maar wordt door de anderen uiteindelijk erkend als bijzonder om wie hij is: Jonathan circuseend. Een zacht verhaal in al even zachte bruinrode tinten dat de klassieke verhaallijn waarbij het lelijke eendje een mooie zwaan wordt doorbreekt.

Stein, M. & Bonten-Slenders, N. (2023). Jonathan. Rotterdam: Lemniscaat.


Kleine-kraai-minKleine Kraai woont met z’n zorgzame ouders in een oude boom. De jonge vogel is nieuwsgierig naar de wereld en kijkt ernaar uit om voor de eerste keer uit te vliegen. In afwachting van dat grote avontuur komen Roodborstje, Merel, Winterkoninkje en Uil langs. Kleine Kraai bewondert hen om hun bijzondere kwaliteiten die zij bij hem in geen geval herkennen. Kleine Kraai bruist gelukkig nog steeds van enthousiasme en onder de liefdevolle begeleiding van zijn ouders mag hij uiteindelijk toch uitvliegen. Terwijl de wereld voor hem opengaat, ontdekt hij – en met hem de lezer – enkele bijzondere kwaliteiten van de kraai die hem doen blinken van trots. Achteraan het boek wordt duidelijk dat Brigitte Minne een opleiding voor natuurgids volgde en een deel van de opbrengst van het boek aan Natuurpunt schenkt. Dat ze haar schrijftalent inzet om haar liefde en kennis voor de natuur met jonge lezers te delen kunnen we alleen toejuichen. Het eenvoudig opgebouwde verhaal laat zich vlot voorlezen en doet nadenken over talenten zonder ooit zoet te worden. De zachte illustraties in de typerende stijl van Verster sluiten perfect aan bij de toon van het verhaal.

Minne, B. & Verster, A. (2023). Kleine Kraai. Eke: De Eenhoorn.


550x733De beroemde redder in nood ‘Dino Detective’ heeft alweer een drukke werkdag voor de boeg. De lezer wordt uitgedaagd hem te helpen bij het opsporen van allerhande verdwaalde figuren. Dino Detective levert met zijn transformeerbare vliegmachine speurwerk in totaal verschillende omgevingen: de oude stad, de grot, het museum, de boomgaard, het pretpark … De lezer krijgt telkens in de kantlijn de figuur te zien die Dino Detective inhuurt, aangevuld met enkele andere zoekopdrachten. Op het eerste gezicht een klassiek zoekboek dus, maar de bijzonderheid zit in wat er net allemaal in de prenten valt te ontdekken. In de grot bijvoorbeeld vind je zowel oermensen als een draak als een metrostel en zie je vleermuizen slapen tussen ijverige kabouters en mijnwerkers in. Guerrive heeft elke omgeving met veel zin voor detail én humor vormgegeven. Dat maakt dat je eindeloos wil blijven ontdekken in het groot uitgegeven prentenboek, dat tegelijkertijd leerzaam, fantasierijk, prikkelend en geestig is.

Guerrive, S. (2023). Dino Detective. Een kijk- en zoekboek. Amsterdam: Boycott Books.


958x1200Het kijkmeneertje houdt van wat zijn naam al doet vermoeden: kijken. Gretig kijkt hij de hele dag naar alles wat de wereld rond hem te bieden heeft. En dat is duidelijk heel wat: hoge en lage dingen, rode en blauwe dingen, grote en kleine mensen, rustige en drukke … Wie nog niet zo’n kijker was als hij wordt in dit boek vast en zeker tot nieuwe observaties verleid. De dubbele illustraties in combinatie met de eigenschappen in de tekst dagen de lezer uit om goed te speuren naar details. Je begint vanzelf te zoeken bij teksten als ‘Mensen met een lange nek en hele korte benen. Mensen met zwierige armen, en wiebelende tenen.’ Het zal je niet verbazen dat kijkmeneertje niet van slapen houdt, want dan sluit hij onvermijdelijk de ogen. Wanneer zijn luikjes ondanks alle weerstand uiteindelijk toch dichtvallen, volgt wat hij nooit had verwacht. In de wonderlijke droomwereld kan hij meer dan ooit zijn ogen uitkijken. En zo zijn we weer waar we begonnen zijn: met verwonderen en kijken. Dit originele kijkboek zal spontaan reacties uitlokken bij zijn jonge lezers. Dat alleen al maakt het de moeite van het bekijken waard.

Van der Lubbe, M. & Gorduwener, M. (2023). Het kijkmeneertje. Haarlem: Gottmer.


MEI 2023

9789021037127_front‘Vos en Zoon Staarten’ is een vermaarde staartenwinkel die al generaties lang van vader op zoon wordt doorgegeven. De winkel is een gevestigde waarde die deftige dieren van heinde en ver in allerhande staarten voorziet: werkstaarten, bruilofsstaarten, verjaardagsstaarten en zelfs staarten voor de eerste schooldag. Zoon Robbie draait als jonge snaak mee in de winkel, maar vindt het klassieke gebeuren maar niets. Hij ziet meer mogelijkheden in nieuwe creaties als stekelige slijmstaarten of elastische pluisstaarten, maar die ideeën categoriseert Robbies vader steevast onder malligheid. Tot een bijzondere klant in de winkel een uitzonderlijke staart komt zoeken … De grote aantrekkingskracht van dit prentenboek zit hem in de rijkelijke en kleurrijke illustraties die de hele wereld van vader en zoon Vos optrekken. De lezer krijgt zicht op het reilen en zeilen van een drukbezochte winkel en leert ook de buurt kennen waarin de winkel zich bevindt. Bij herlezing leer je de personages en hun omgeving steeds beter kennen. Dat maakt van ‘Vos en zoon’ een prettig en gelaagd boek dat telkens opnieuw kan voorgelezen worden.

Donnelly, P. (2023). Vos en zoon. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff.


kersenrood‘Het land van de grote woordfabriek’ is een wereldwijde klassieker die tal van mensen in hun hart hebben gesloten. Telkens wanneer de makers wat nieuws op de boekenmarkt brengen, kan je niet anders dan met de hoop op nog zo’n topper het boek openslaan. Met ‘Kersenrood’ komen ze alleszins in de buurt. Nine en Oma leven in een kleurloze wereld, waar jaren geleden een wervelstorm de kleuren meenam en nagenoeg iedereen vergeten is wat ze zijn. Met alle gevolgen vandien: bloemen laten hun kop hangen, mensen lopen gebogen, eten smaakt niet en zelfs muziek kwijnt weg. Nine droomt weg bij Oma’s verhalen over vroeger, wanneer er gele citroenen, pompelmoezen en frietjes bestonden. Op een dag vindt Nine bij toeval oude kleurpotloden van haar oma en gelooft ze stellig dat ze kleur kan laten groeien door die te planten en te voeden met water en dromen. Tegen alle verwachtingen in komen er algauw kleine kleurpotloden in alle mogelijke tinten kijken. Terwijl de wereld letterlijk weer kleur krijgt, verandert ook het innerlijke leven van de bewoners naarmate ze kleurrijke smaken en beelden herontdekken. Het boek zelf geeft de lezer ook die ervaring door te openen met illustraties in grijstinten die stilaan meer kleur krijgen tot de laatste pagina’s waar de uitbundigheid van de kleuren van de prenten spat. ‘Kersenrood’ is een overtuigende ode aan wat kleur voor mensen kan betekenen, in een verhaal dat ook voor kinderen inleefbaar is. De boodschap lijkt evident, maar het mag duidelijk zijn dat we onszelf en jonge lezers niet genoeg kunnen herinneren aan het belang van wat kleur in onze wereld.

De Lestrade, A. & Docampo, V. (2023). Kersenrood. Eke: De Eenhoorn.


front-small-3771101017Kleine Uil droomt ervan een echte ridder te worden, want ridders zijn dapper en slim en hebben veel vrienden. De wereld van die stoere kerels in harnas lijkt wel erg veraf voor een jonge vogel die enkel vanop een afstand en in verhalen inkijk krijgt in de ridderwereld. Wanneer op een dag ridders uit het kasteel beginnen te verdwijnen, meldt Uil zich aan bij de Ridderschool en wordt hij tot zijn eigen grote verbazing toegelaten. Uil munt uit in theorie, maar de praktische uitdagingen zijn niet min: een zwaard optillen is lastig, zelfs het kleinste schild verplettert hem en hij valt in het midden van de dag in slaap. Toch slaagt hij met de hoogste eer en wordt hij ingedeeld bij de Riddernachtwacht. Het zal je niet verbazen dat Uil erg goed is in die nachtelijke observaties die hem uiteindelijk oog in oog brengen met een indrukwekkende draak die verantwoordelijk blijkt voor de mysterieuze verdwijningen. Gelukkig weet Uil op ridderlijke én heel eigen wijze het gevaar af te wenden … Het verhaal is spannend en speels: het contrast tussen de indrukwekkende harnassen en de kleine Uil is aandoenlijk en de pizzadozen die plots ten tonele verschijnen in het erg middeleeuws aandoende decor doen glimlachen. De illustraties in sepia- en bruintinten zijn ongebruikelijk voor het jonge doelpubliek, maar zonder levendigheid te verliezen brengen ze een sfeer die perfect aansluit bij het verhaal.

Denise, C. (2023). Ridder Uil. Rotterdam: Lemniscaat.


Schermafbeelding 2023-05-21 om 13.32.32‘Zeno zaait een zonnebloem’ en ‘Bibi plant een boom’ zijn informatieve prentenboeken die in samenwerking met The National Trust – een Britse organisatie die historische plekken en natuurgebieden beschermt – zijn uitgegeven. Ze zijn beide op dezelfde manier opgevat. Zeno en Bibi zijn kinderen die voor het eerst respectievelijk een zonnebloem zaaien en een eikenboom planten. Ze worden daarbij geassisteerd door Worm en Lieveheersbeestje die de jongelingen stap voor stap uitleggen wat ze moeten doen en wat er gebeurt. Jonge lezers worden bij het proces betrokken door de flapjes die onthullen wat er onder de grond en binnenin de bloemknop aan de gang is. De zorgzaamheid waarmee ze de bloemzaadjes zaaien en de eikel planten en het geduld dat ze moeten uitoefenen wordt uitgebreid beloond met uitbundige natuurpracht. De lezers kunnen meegenieten dankzij de pop-uppagina’s met een zonnebloem en een eikenboom die het prachtige resultaat benadrukken. De prentenboeken vormen een meerwaarde door de erg bevattelijke manier waarop ze zaaien en planten voor de allerjongsten in beeld brengen.

Petty, K. & Scheffler, A. (2023). Zeno zaait een zonnebloem. Rotterdam: Lemniscaat.

Petty, W. & Scheffler, A. (2023). Bibi plant een boom. Rotterdam: Leminscaat.


APRIL 2023

index.php.pngIn Keverburg zijn de zespotigen – denk aan tientallen soorten vlinders, kevers en vliegen – druk in de weer met de voorbereiding van de jaarlijkse kookwedstrijd. De meest begeerde plaats is de vierde, want die betekent winnen. De mestkevers willen aanvankelijk niet deelnemen, omdat ze al meer dan 100 jaar onderaan de ranking eindigen, maar dankzij het enthousiasme van de larven over hun vaste gerecht ‘poep op een bedje van poep’ en de overtuigingskracht van de oudste mestkever wagen ze toch hun kans … Terwijl het verhaal zich ontvouwt, wordt het oog van de lezer telkens naar de verbluffende illustraties getrokken. Geertje Aalders maakte gebruik van papercuts om Keverburg tot leven te brengen. Met honderden tot in de kleinste details uitgesneden insecten en bloemen maakte ze taferelen die veel meer dan enkel de verhaallijn verbeelden. Voeg daar de heerlijke taal van Bibi Dumon Tak aan toe (‘De bidsprinkhaan had zoals ieder jaar haar eigen man weer eens lekker gebakken en gestoofd in zijn eigen jus.’) en je hebt een onweerstaanbaar – en bovendien door Gottmer mooi uitgegeven – boek. ‘Heel Keverburg kookt’ is vooral een bijzonder gul prentenboek: het bulkt van de kleuren, toont ontzagwekkende papiersnijkunst, is rijk van taal, bevat humor om van te smullen en enthousiasmeert voor de rijkdom van de natuur én de verbeelding.

Aalders, G. & Dumon Tak, B. (2023). Heel Keverburg kookt. Haarlem: Gottmer.