Prentenboeken ‘Schapen’

Interactiviteit is het kenmerk van dit boekje waarin een schaap de lezer rechtstreeks aanspreekt. De uitgangsbewering van het schaap luidt als volgt: Ik ben geen boek. Ik ben een schaap. Daarna vertelt het schaap dat zijn vacht veel te warm en kriebelig is. Daarom wil het schaap graag geschoren worden. Dat lukt en onder de flapjes die dan volgen, neemt het schaap met behulp van zijn vacht allerlei andere gedaanten aan tot hij uiteindelijk onder zijn berg wol in slaap valt. Het verhaal is grappig en de bijhorende prenten rustgevend (daar zit de zachtgroene achtergrond van de prenten zeker voor iets tussen). Het boekje is uitgevoerd in hardkarton en de illustraties starten meteen aan de binnenzijde van de omslag.

Praagman, M. (2017). Ik ben geen boek. Ik ben een schaap. Eke: De Eenhoorn.


Tijdens haar wandeling merkt Schaap op dat de dieren schoenen dragen: kip draagt hoge hakken, eend watersandalen, poes draagt pantoffels, … Elk dier heeft zijn of haar goede reden om schoenen te dragen. Daarom begint Schaap een beetje aan zichzelf te twijfelen – misschien heeft zij ook wel schoenen nodig. Vis vindt dat schaap zwemvliezen zou kunnen gebruiken en duikelt er één op in haar aquarium. Ekster schenkt haar een glimmend laarsje. Het is duidelijk: de dieren willen Schaap helpen. Het resultaat: vier verschillende schoenen en dat vindt Schaap niet oké. Ze bedenkt welke schoenen ze wil: springschoenen omdat ze bij het schaapjes tellen telkens over een hek moet springen. Maar waar kan ze die schoenen vinden? De dieren raden haar aan naar Bever te gaan. En eind goed al goed: prachtige springschoenen voor schaap. Elke bladzijde bevat een grote tekening – zo zie je Schaap telkens op een bladzijde – al dan niet met een schoen en op de aanpalende bladzijde een ander dier. Onderaan de bladzijde staat in kleine tekst het verhaal als het ware in stripvorm. Zo leent dit boek zich zowel voor peuters – de grote prenten – als voor kleuters – de grote prenten + de strip.

Rombaut, E. & Thyssen, E. (2019). Schaap zoekt schoen. Kapellen: Pelckmans.


In dit rustgevende boek zie je uitgestrekte grasvlakten, wolken aan de horizon, sneeuwlandschappen, … Alle foto’s hebben 1 ding gemeen: ze brengen schapen in beeld en stralen een erg ruimtelijk gevoel uit. Al snel heb je als kijker door dat op die foto’s schapen tellen geen sinecure is. Heel af en toe staat er eens een schaap alleen, vaak staan ze op een kluitje aan dezelfde graspol te knabbelen, op een andere foto lijken ze als een slingerend lint door de weide te gaan, soms liggen er een paar neer. Kortom je moet er al je aandacht bijhouden wil je op elke dubbele bladzijde het juiste aantal schapen tellen. En dat is tegelijkertijd ook het wat vreemde van dit boek: het bevat geen verhaal, het is een volledig kartonboek – dus voor peuters zou je denken – en tegelijkertijd staan er op sommige foto’s zo’n grote aantallen schapen dat zelfs kleuters die niet kunnen tellen. Een mooi, rustig makend boek maar als volwassenen moet je er wel wat verhaal bij bedenken zoniet haken de kleuters al na de helft van de 46 pagina’s af.

Van der Meer, H. (2014). Schapen tellen. Haarlem: Gottmer.


het schaap dat een ei uitbroeddeLola heeft de mooiste wol van alle schapen in de weide. Ze is er supertrots op en bewondert zichzelf veelvuldig in de spiegel. Tot de schapenscheerder langskomt en Lola er net zo dun en iel uitziet als elk ander schaap. En o ramp… wanneer haar wol terug aangroeit blijkt het een ‘wolwirwar’ te zijn. Tranen met tuiten huilt Lola en ze stopt maar wanneer een vogeleitje op haar kop terecht komt. Wat zal Lola doen met het ei? En wat met het vogeltje als dat uit het ei komt? Het ei verandert in elk geval Lola’s hele leven …

Merino, G. (2017). Het schaap dat een ei uitbroedde. Rotterdam: Lemniscaat.


het-lammetje-dat-een-varken-isDit boek wil jonge kinderen op de eerste plaats out-of-the-box laten denken en laten kennismaken met transgender. Op de boerderij wordt een lammetje geboren dat veel liever in de modder wil rollen dan gras eten en het niet fijn vindt om te blaten. De boer weet er zich geen raad mee en gaat met het lam naar de dierenarts. Die vertelt de boer dat het lam er langs de buitenkant wel uitziet als een schaap, maar zich binnenin een varken voelt. Daar weet de dierenarts wel een oplossing voor. Na het lam geraadpleegd te hebben en te vragen of het toch echt een varken wil zijn, wordt het uiterlijk van het lam door het te scheren en met een krultang een krul in zijn staart te leggen, omgetoverd tot een varken. En zo is iedereen blij.

Lammers, P. (2017). Het lammetje dat een varken is. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Lodewijk is een heel gewoon lid van de kudde tot er op een dag een blauwe kroon zomaar op zijn kop komt gewaaid. Met die kroon komt ook de kolder in Lodewijks’ kop, want hij waant zich nu ‘Lodewijk I, koning der schapen’. Hij zoekt zich een scepter uit, ziet een gevorkte boomstam als zijn troon en doet een heleboel echt ‘gekke’ dingen, bv. op leeuwenjacht gaan, de andere schapen laten marcheren, een chique tuin laten aanleggen en alleen de mooiste schapen in zijn buurt tolereren. Gelukkig komt er opnieuw een winderige dag waarop de blauwe kroon van Lodewijks’ kop waait en terecht komt tussen de oren van de wolf die al op verschillende bladzijden de kudde stond te beloeren. Wordt de wolf nu koning? Grappig verhaal dat veel verwijzingen inhoudt naar het gedrag van de Zonnekoning. Die referenties werken natuurlijk alleen voor volwassenen. Maar het hele verhaal maakt wel duidelijk dat geen mens of schaap zich beter moet voelen dan andere mensen/schapen. Want zich beter wanen is een illusie die snel kan doorprikt worden. Rustige prenten in gele en groene tinten af en toe opgefleurd door iets roods.

Tallec, O. (2016). Lodewijk 1, koning der schapen. Rijswijk: De Vier Windstreken.


In dit verhaal staat de omkering centraal: mens wordt huisdier en huisdier wordt ‘baasje’. Siebe wil heel graag een huismens. Dat is niet moeilijk te begrijpen, want alle ‘kinderen’ van Siebes klas hebben een huismensje. En wat Siebe ook belooft, zijn mama blijft onvermurwbaar. Wanneer het dan op school ‘knuffelmensjesdag’ is en Siebe al de huismensjes in hun kooitje ziet, wordt Siebe echt heel verdrietig. Maar op zijn verjaardag krijgt hij dan eindelijk toch een huismens, Hummeltje. Siebe zorgt erg goed voor het kleine mensje en vertrouwt het totdat Hummeltje op een dag wegloopt. Gelukkig wordt hij teruggevonden en vanaf dat moment verliest Siebe Hummeltje niet meer uit het oog. Zo is op de laatste illustratie een lege kooi te zien terwijl Siebe slaapt met Hummeltje dicht tegen zich aan maar wel vastgebonden aan een boom. Een bevreemdend beeld dat iets triests en beangstigends tegelijk heeft. Net zoals de illustraties waarop je al de mensjes in hun kooitjes ziet zitten of aan een leiband ziet hangen. De illustraties zijn gemaakt in zachte kleuren en vormen een sterke ondersteuning van de tekst. Elke prent is omrand door een wit kader. Bijzonder prentenboek dat het uitgangspunt kan vormen voor een filosofisch gesprek over verantwoordelijkheid en over vrijheid.

Boie, K. & Waechter, P. (2010). Siebe Schaap wil ook een mensje. Haarlem: Gottmer.


Wessel van Texel ram-bam-banjerde, ram-ram-bulderde: ‘Opzij! De wereld is van Wessel. Ja, heel Texel is van mij!’ Dit is één van de openingszinnen van het boek en daarmee is de toon meteen gezet en de persoonlijkheid van Wessel de ram getekend. Iedereen op het hele eiland is bang van hem: de kippen die van hun stok worden geramd, het gras dat vreest voor zijn leven, de koe die in de boom wordt gebanjerd, … De andere dieren hebben er hun buik van vol. Ze vinden het dan ook niet erg wanneer Wessel op een dag zo onder de indruk raakt van Bessie, een ooi uit de Koog, dat hij omvalt op zijn rug. Een ram die op zijn rug valt, kan op eigen kracht niet meer recht. De dieren vinden dat best zo; nu zijn ze eindelijk gerust. Bessie daarentegen krijgt medelijden en wil Wessel helpen maar dat lukt haar niet alleen. De andere dieren willen haar helpen op voorwaarde dat Wessel belooft hen nooit meer te ram-bammen. Vanaf dat moment ondervindt enkel Bessie nog wat dat ram-bammen betekent … Hilarisch prentenboek gevuld met humoristische illustraties vol prachtige details. Denk dan aan de mimiek van de dieren, de kleine diertjes in het gras, de bomen met een lange ‘neus’, … Het verhaal sleept zowel voorlezer als luisteraar mee omdat het – weliswaar in rijmvorm – de vaart in de vertelling houdt.

Van Os, E., Van Lieshout, E. & Riphagen, L. (2011). Wessel van Texel. Haarlem: Gottmer.


Raymond en Marcel, twee wolven, hebben op een maiskolf na niks meer te eten. Plots wordt er op de deur geklopt en staat er een schattig lammetje dat iets te eten vraagt. De wolven kunnen hun ogen niet geloven, vragen het lammetje, Wolvientje, binnen en bedisselen samen – terwijl Wolvientje hun maiskolf opeet – hoe ze haar zullen klaarmaken. Maar Wolvientje is zo onschuldig dat ze twijfelen. Ze bieden haar dan maar een bed voor de nacht aan. ’s Morgens verrast Wolvientje hen met vegetarische hapjes en gaat ze goedgemutst met hen het bos in. Er is iets dat Marcel en Raymond tegenhoudt haar op te peuzelen. Zeker als Wolvientje dan ook nog eens een mand paddenstoelen voor hen plukt. De spanningsboog wordt mooi aangehouden en dan is het des te verrassender dat wat je verwacht en waarvoor je bang bent niet gebeurt in dit verhaal. De illustraties ondersteunen de tekst, omdat ze heel goed de verschillende gevoelens van de personages weergeven én omdat ze door het kleurgebruik een ietwat onverwachte intimiteit oproepen tussen de wolven en Wolvientje.

Brissy, P. & Masson, A. (2015). Wat eten we vanavond? Hasselt: Clavis.


Manfred het schaap wil dolgraag kunnen zwemmen. Hij droomt van verschillende soorten zwemslagen, van zwemdiploma’s, van snorkelen en duiken. Zijn ouders en de andere schapen raden het hem af: Schapen zwemmen niet Manfred! Je vacht wordt veel te zwaar als ze vol water zit! Schapen grazen, Manfred! Maar Manfred drijft zijn wil door en plonst het water in. Even vindt hij het heerlijk maar dan zuigt zijn vacht zich vol en wordt hij onder water getrokken. Gelukkig helpt de kudde hem op het droge. Daarna moet Manfred echt heel lang wachten tot zijn vacht terug droog is. De oplossing komt er in de vorm van de schapenscheerder. En zonder vacht … lukt het Manfred wel een ‘waterschaap’ te worden. De waterverfillustraties die telkens over een dubbele bladzijde staan, dragen het verhaal dat een beperkte tekst heeft. Ze zijn erg kleurrijk en geven de sfeer van een landelijke omgeving mooi weer. Ze worden ronduit humoristisch wanneer ze Manfred en zijn ouders eerder antropomorfe trekken geven en in een ‘menselijk’ kader plaatsen.

Rahou, J. & Van Uden, A. (2019). Het waterschaap. Rijswijk: De Vier Windstreken.


Alle dieren van Boer Boris zoeken verkoeling onder de bomen. De schapen hebben het met hun dikke vacht helemaal niet gemakkelijk wanneer de zon brandt. Gelukkig weet Boer Boris dat ook en komt hij hen scheren. Daarna dartelen ze terug vrolijk door de wei. Boer Boris verzamelt de wol en brengt die naar de wolfabriek. Daar wordt die gewassen en bewerkt tot er uiteindelijk kleding van gemaakt wordt. Die neemt Boer Boris terug mee naar zijn boerderij en dan komt er… regen. De paginagrote prenten zijn – zoals gewoonlijk – erg kleurrijk en herkenbaar. De beknopte tekst is onder of boven de illustraties gedrukt. Het verhaal spoort kleuters aan tot nadenken o.a. over de zomer (de seizoenen) en over de manier waarop je wol kunt gebruiken.

Van Lieshout, T. & Hopman, P. (2020). Boer Boris heeft het heet! Haarlem: Gottmer.


Russel en de andere schapen van de kudde maken zich klaar voor de nacht. Al heel snel slapen alle schapen behalve Russell. Hij zoekt alle mogelijke manieren om in slaap te vallen: het moet donker zijn, denkt Russel. Dus trekt hij zijn slaapmuts over zijn ogen, maar dan wordt hij bang. Ik heb een kussen nodig. Maar het kussen dat hij kiest – een kikker – springt weg. In een boom slapen, vindt hij griezelig. Dus gaat hij dingen tellen en uiteindelijk gaat hij schaapjes tellen, maar niks helpt. Zou dat kunnen zijn omdat hij telkens het allerbelangrijkste schaap vergeet mee te tellen?  Ja hoor, nadat hij zichzelf ook geteld heeft, valt Russell in slaap. De volgende morgen zijn alle schapen flink vroeg uit de veren. Alle schapen, behalve Russell! Hilarisch prentenboek met heerlijke illustraties vol grappige details. Denk aan schapen met hun poten omhoog onder een dekentje, schapen met een teddybeer, tanden poetsende en cornflakes etende schapen, … Het verhaal neemt zowel de voorlezer als de luisteraars mee en doet hen meeleven met de slapeloze Russell.

Scotton, R. (2022). Russell het schaap. Noordwijk-Binnen: Rebo Publishers.


Schaap 507 heeft alleen maar een oormerk en wil vreselijk graag een naam zoals de andere schapen. Zou de herder hem er één willen geven als hij laat zien dat hij iets heel goed kan? Wie weet! Dus begint Schaap 507 fanatiek ‘koorddansen’ te oefenen. Jammer genoeg gaat dat mis en blijft het schaap gewond liggen. Maar dan vindt de herder hem en neemt hem mee. En kort daarna gaat zijn grootste wens in vervulling en geeft de herder hem een naam. Dit verhaal is in wezen gebaseerd op de gelijkenis van de Goede Herder. Het hervertelt die gelijkenis op een voor kinderen aangename en begrijpelijke wijze.

De Weerd, W. & Leeuwrik, E. (2014). Schaap 507. VBK Media.


Hendrika

Schapen leven in een kudde en grazen in de wei of op de hei. Hendrika niet. Hendrika zit hoog en droog in een boom en fantaseert welke verhalen ze ziet in de voorbijdrijvende wolken. De andere schapen vinden Hendrika maar stom en manen haar aan naar beneden te komen. Maar Hendrika blijft waar ze is want de grond is veel te koud en zonder sokken begint ze daar niet aan. Af en toe klimt ze naar beneden om wat te eten en wanneer ze terug in de boom klimt, neemt ze wat spullen mee om het daar wat comfortabeler te maken. Ze bouwt met al die spulletjes een heuse boomhut en wanneer het blijft vriezen, zit ze hoog en droog lekker warm bij de kachel. Ze maant de rest van de ondergesneeuwde kudde aan naar boven te komen. Eén na één geven ze hun verzet op. Samen bouwen ze ook een lift – voor de oudjes onder de schapen – en richten ze de boomhut in. Ondertussen breit Hendrika, sokken, sjaals en mutsen. Wol genoeg om de kou het hoofd te bieden… Heerlijk winterverhaal over een bijzonder schaap. Fantastisch mooi geïllustreerd met een kleurgebruik dat voor zich spreekt. Denk aan winterluchten oranje-roze afgewisseld met lichtblauw, daarna wordt dat lichtblauwe steeds grijzer en ten slotte wordt de hele wereld wit. Wanneer de kudde de kou ontvlucht, zie je de kleuren opnieuw warmer worden. Op de laatste prent zijn de boom en de boomhut, waaruit een warm geel licht straalt, bevolkt met schapen die sokken, sjaals en mutsen dragen.

Mortier, T. (2022). Hendrika het schaap dat in een boom klom. Eke: De Eenhoorn.