RITUELEN: NAAR BED, IN BAD, OP TOILET, KLEREN AAN

a dormir gatitosHet is tijd om te gaan slapen voor de twaalf kleurrijke katten op de cover van dit boek. Eén voor één komen ze het huis binnengeslopen via de deur die uit het papier is gesneden. Telkens er een kat is thuisgekomen, krijgt de volgende pagina er een uitsparing bij en krijg je het raam te zien van de kamer waar de kat ligt te slapen. Naarmate het verhaal vordert, verschijnen er steeds meer kleurrijke ramen. Helemaal op het einde krijg je het huis met twaalf uitsparingen en vervolgens twaalf slapende katten te zien. Peuters zullen nieuwsgierig door de ramen kijken en raden waar en wanneer welke kat zal verschijnen. Het boek leent zich tot tellen en kleuren benoemen, maar is vooral een aanrader om het geruste gevoel dat je krijgt wanneer uiteindelijk elke kat zijn plaats in het huis heeft gevonden en heerlijk ligt te slapen. Ideaal dus om voor te lezen voor het slapengaan. Het boek kwam onder onze aandacht dankzij de internationale kinderboekenbeurs van Bologna. ‘A dormir, gatets!’ is namelijk laureaat in de categorie peuterboeken. Via deze link krijg je een concreet beeld van de illustraties: https://www.barbaracastrourio.com/A-dormir-gatets

Castro Urio, B. (2018). A dormir, gatets! Spanje: Zahori Books.
Castro Urio, B. (2018). Au lit les chats. Frankrijk: Saltimbanque Editions.


zo moe en toch wakkerZes dieren liggen in het grote bed. Eén na één hebben ze een excuus om nog niet te slapen en om dat bed te verlaten. Ze hebben dorst of moeten plassen of tanden poetsen. Ze maken best wat lawaai bij het verlaten van de kamer: de deur gaat duidelijk open en dicht, ze stappen niet echt stil… Allemaal geluiden die in het verhaal verklankt worden. En waar blijven al die dieren dan na het drinken, plassen, tanden poetsen? Bij het jongetje in bed. Dat jongetje kan op zijn beurt dan ook weer niet slapen… Een grappig stapelverhaal dat niet verveelt en dat je voortdurend doet glimlachen.

Strasser, S. (2014). Zo moe en toch wakker. Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.


waarom lig jij in mijn bedjeEen jongen gaat naar bed en vindt dat zijn beer te veel plaats inneemt: ‘Ga maar in je eigen bedje liggen!’. De beer verdwijnt dus uit het bed van het jongetje en gaat naar zijn eigen bed. Maar daar ligt al iemand in: ‘Waarom lig jij in mijn bedje?’ De twee bovenstaande vragen komen voortdurend terug in dit verhaal waarin alle knuffels een reden hebben om in het bed van een andere knuffel te liggen. Alleen zijn die redenen erg duidelijk niet waar. Behalve bij de laatste knuffel ‘popje’. Zij geeft geen reden hoewel ze er wel één heeft: ze heeft nl. geen bedje. Daarom trippelt ze terug naar het bed van het jongetje – waar het verhaal begon – en omdat ze klein is en het koud heeft, mag ze bij hem in bed. De laatste illustratie toont duidelijk hoe blij popje daarmee is.  Het boek is een leporello wat het herhalende karakter waar peuters en jonge kleuters zo van houden, nog eens extra benadrukt. De illustraties zijn sterk alleen nog maar omdat ze de eigenheid van de eigenaar van elk bedje in de verf zetten. De tristesse van het popje zonder bed groeit terwijl ze langs de verschillende bedjes trippelt en spat uiteindelijk van de bladzijde in fel contrast met de blijdschap wanneer de jongen haar bij in bed neemt.

Van Leeuwen, J. (2011). Waarom lig jij in mijn bedje? Querido.


potjeOp een dag staat er midden in het oerwoud een lichtblauw potje met daarbij een briefje: ‘Voor de allerliefste billetjes’. Je kunt wel vermoeden dat er een heleboel dieren van zichzelf denken dat zij de allerliefste billetjes hebben. Maar noch zebra, noch giraf, noch olifant, noch… lukken erin op een goede manier op het potje te zitten. Tot er opeens een vreemd klein, ongestreept en onbehaard wezentje verschijnt dat heel gemakkelijk een plasje doet op het bewuste potje. Kleurrijk kartonboek met veel herhaling en een leuk einde. Auteur Mylo Freeman leest dit verhaal voor:

Freeman, M. (2011). Potje! Haarlem: Gottmer.


plasje doenElke nacht moet Leon, de kleine pinguïn, een plasje doen. Hij maakt daarvoor telkens zijn mama of papa wakker en soms zelfs hen beiden. Mama en papa pinguïn zijn dan ‘s morgens ook altijd heel moe en vragen Leon om voortaan alleen te gaan plassen. Leon belooft het en doet dat de volgende nacht ook. Hij vindt dat zo goed van zichzelf dat hij onmiddellijk naar zijn ouders loopt om hen dat te vertellen… Grappig verhaal, herkenbaar voor peuters, kleuters én hun ouders, met pinguïns die eruit zien als kleine en grote paaseieren.

Jadoul, E. (2014). Plasje doen! Haarlem: Gottmer.

 


mijn truiKonijn wil zijn nieuwe trui niet aandoen: ze is stom en ze pikt. Boos legt hij de trui weg. Muis ziet de trui wel zitten en wil ze proberen, kip gelooft dat die trui haar goed als jurk zal passen, ezel denkt aan een muts en wolf aan een onderbroek, schaap denkt een nieuw hemdje te bemachtigen en ga zo maar door. Alle dieren krijgen steeds meer plezier in het kledingstuk. Alle dieren behalve konijn. Hij wordt hoe langer hoe bozer. Uiteindelijk besluit konijn dat het zijn trui is. Ze is nu wel breder en langer geworden, maar dat geeft niks meer. Herkenbaar verhaal voor peuters die soms om niet te achterhalen redenen een bepaald kledingstuk helemaal niet aan willen trekken. De gezichtsuitdrukkingen en de lichamen van de dieren spreken boekdelen!

Poussier, A. (2007). Mijn trui. Amsterdam: Van Goor.


nog even mijn haartjes wassenJörg Mühle schreef de afgelopen jaren een heerlijke reeks peuterboekjes bij elkaar. De hoofdrol is telkens weggelegd voor Klein Konijn die in elk van de verhalen een herkenbaar ritueel of voorval meemaakt: zich wassen, gaan slapen, zich pijn doen. De kwaliteit van deze kartonboekjes zit hem vooral in het interactieve karakter. De peuters worden uitgedaagd om Klein Konijn naar de badkamer te roepen, zijn haartjes te wassen, een kusje op zijn arm te geven, zijn kussen op te schudden, … Peuters zullen zonder twijfel genieten van de herkenbare situaties waarin zij nu de rol van begeleider mogen opnemen.

Mühle, J. (2016). Nog even mijn haartjes wassen. Haarlem: Gottmer.
Mühle, J. (2017). Nog even een kusje erop. Haarlem: Gottmer.
Mühle, J. (2017). Nog even achter mijn oortjes kriebelen. Haarlem: Gottmer.


MAMA EN PAPA

Wat is mama liefEen kleine panda voelt zich veilig bij zijn mama die met hem speelt, eten voor hem zoekt en hem de wereld laat ontdekken. De dag van mama panda en kleine panda wordt afgesloten met een dikke knuffel. Het boek bevat geen echt verhaal. Per dubbele pagina is een zeer beknopte beschrijving van wat er op die pagina te zien is. Het thema is duidelijk en zeer herkenbaar voor peuters. Dat de entourage waarin het ‘verhaal’ zich afspeelt oosters – de habitat van de panda – aandoet, stoort helemaal niet. Dat heeft te maken met het vrij eenduidig kleurgebruik en de accenten in zilver, felgroen en rood. Net zoals de andere boekjes in deze reeks is dit ook een voelboekje: de zwarte huid van de panda’s voelt zacht aan omdat ze in een soort vilt werd uitgevoerd. 

Hayashi, E. (2018). Wat is mama lief. Hasselt: Clavis.


Mijn papaVan ‘s morgens vroeg heeft kleine olifant heel veel energie. Hij wil dan ook dat zijn papa meteen wakker wordt, maar dat lukt niet zo goed. De kleine olifant blaast in papa’s oor, spuit papa nat of schudt hem heen en weer aan zijn slurf, maar papa valt altijd opnieuw in slaap. Hij valt zelfs in slaap tijdens het voorlezen van een verhaal. De eenvoudige, herkenbare en beknopte tekst is toegankelijk maar de eigenlijke meerwaarde haalt het boek uit de levendige illustraties van Annemarie Van Haeringen. Zij slaagt er echt in de olifanten tot leven te brengen als waren ze mensen. Heerlijk prentenboek voor de jongsten.

Van Haeringen, A. (2018). Mijn papa. Amsterdam: Leopold.


Mama kwijtAl slapend valt een uilenjong uit zijn nest en verliest het contact met zijn mama. Eekhoorn wil hem helpen zijn mama terug te vinden, maar de gebrekkige beschrijving van het uilenjong zorgt ervoor dat niet meteen de juiste mama gevonden wordt. Zowel geschikt voor jongere kleuters omwille van de inhoud als voor oudere kleuters omwille van de humor. De sterkte van het verhaal zit ook in de illustraties waarop veel meer te ontdekken valt dan op het eerste gezicht lijkt. Je kan het verhaal volledig beluisteren én de reacties van jonge kleuters waarnemen: 

Haughton, C. (2014). Mama kwijt. Haarlem: Gottmer.


Kom bij mijEen peuter speelt samen met zijn vader in het park en is gefascineerd door alle dieren die hij ziet. Een vlinder, een hagedis, … hij wil ze allemaal pakken maar ze zijn hem te vlug af. En dan komt het mooiste: 2 grote sterke papahanden pakken de peuter op om samen met hem in verwondering de wereld te ontdekken. Met haar gedetailleerde illustraties in sobere tinten weet Komako Sakai de juiste sfeer te creëren om van dit boek over een peuter die de wereld ontdekt, een pareltje te maken.

Hatsue, N. (2010). Kom bij mij. Wielsbeke: De Eenhoorn.


Ik hou van jou papa bromDe jonge beer Pip weet dat het een bijzondere dag is, maar hij weet niet meer waarom. Wel fijn, vindt hij, dat zijn vader Papa Brom, met hem op stap gaat door het woud waarin ze wonen. Ze varen met de kano, ze verzamelen hout, ze maken samen een kampvuur en daarop roosteren ze – Amerikaanser kan niet – marshmellows. Die Amerikaanse oorsprong is ook duidelijk merkbaar aan de soms wat melige tekst. Maar de humor vooral in de grappige tekeningen waarop de gedachtesprongen van Pip, de kleine beer goed te volgen zijn, maken veel goed. Op het einde van de dag ontdekt Pip plots dat het Vaderdag is.

Sperring, M. (2015). Ik hou van jou, Papa Brom. Rijswijk: De Vier Windstreken.


GEVOELENS

het boze boekJe kent ze vast ook: de boze peuters die stampvoeten, met de armen molenwieken of aanhoudend ‘nee’ blijven roepen. In dit verhaal is niet een kleuter, maar het prentenboek zelf erg boos. Aan het begin vraagt een eenvoudig vormgegeven roze muis de lezer een handje te helpen bij het bedaren van het boze boek dat rood ziet van woede. Zo vraagt hij onder andere om mee te tellen, een grapje te maken, even te wachten, … Langzaam maar zeker wordt het prentenboek rustig, verandert het van rood naar geel en krijgen de lezers hem terug aan het lachen. Terwijl kleuters de rol van de succesvolle trooster met plezier zullen opnemen, leren ze tegelijkertijd enkele mechanismen om een volgende boze bui in te tomen. ‘Het boze boek’ is een tof interactief prentenboek waarin veel jonge kleuters zich zullen herkennen.

Ramadier, C. (2018). Het boze boek. Wielsbeke: De Eenhoorn.


NATUUR

Het wonder van de appelAls de lente komt, begint de natuur te leven. Dat is erg duidelijk in dit boek waar de appelboom op de eerste bladzijde nog onder een laagje sneeuw ligt maar de zon ervoor zorgt dat knoppen zwellen en openbarsten. Dan zien we bloemen en blaadjes aan de appelboom en de bijen komen terug buiten! Ze houden het meest van het stuifmeel van de bloemen. Vliegend van de ene naar de andere, bestuiven ze die zodat de bloemen uiteindelijk vruchten kunnen worden. Wanneer de zomer op zijn einde loopt, is het zover: ronde, rode, sappige appels hangen klaar om geplukt en gegeten te worden! Het boekje is eenvoudig en volgt de loop van de seizoenen aan de hand van een appel, een vrucht die ook peuters al kennen. Maar wat de meeste peuters er vooral prettig aan vinden is het feit dat het een pop-up- en flapjesboek is waarmee je allerlei dingen kunt doen. Wie peuters en kleuters graag de natuur wil leren kennen, kan met dit boekje heel goed beginnen.

Német, A. (2017). Het wonder van de appel. Rijswijk: De Vier Windstreken.


het wonder van het eiDit kartonnen uitschuifboek voor peuters heeft klepjes waarmee je kan piepen naar wat er in het ei op de cover zit, je kan een mees laten opstaan in haar nest en je kan het ei langzaam laten uitkomen. Geweldig hoe de pagina op dat moment zelfs een krakend geluid maakt! Dit prentenboek over een mees die na lang wachten op de tak van een kerselaar haar kleintje mag verwelkomen, ademt in zachte pasteltinten de lentesfeer uit, maar zal vooral door de animaties peuters en jonge kleuters weten te entertainen.

Op de website van de uitgever staat een sfeervolle trailer bij het boek: KLIK HIER.

Német, A. (2018). Het wonder van het ei. Rijswijk: De Vier Windstreken.


het hele jaar groentenDeze kartonboeken passen perfect in de trend om seizoensgebonden fruit en (ook regiogebonden) groenten te promoten. Ze hebben als voornaamste bedoeling kleuters te laten kennismaken met een aantal soorten (16) en hen een beeld te geven van hoe bv. doperwtjes of maïs eruit zien voor je ze op je bord krijgt. Per dubbele bladzijde wordt 1 groente- of fruitsoort besproken. Op de linkerbladzijde een afbeelding van de struik of de boom (bladeren en bloesems incluis) waaraan de soort groeit. Bovenaan die bladzijde telkens 1 of 2 zinnetjes tekst, bv. ‘Paddenstoelen vind je op natte grond in het bos.’. Op de rechterbladzijde een duidelijke afbeelding van 1 bepaalde groente of 1 soort fruit. Onderaan die bladzijde opnieuw 1 of 2 zinnetjes tekst, bv. ‘Als je sinaasappels uitperst, kan je het heerlijke sap opdrinken.’. D.m.v. een flapje kan je achter de schil of de buitenzijde van de groente of het fruit kijken en ontdekken hoe een granaatappel of een spruitje of … er vanbinnen uitziet. Op de laatste dubbele bladzijde een overzicht van de zestien soorten waarbij via een icoontje wordt aangegeven in welke seizoenen ze geoogst kunnen worden. Duidelijke en informatieve prentenboeken die dankzij de flapjes verrassen en toch een zekere speelsheid hebben.

Corman, C. (2018). Het hele jaar groenten. Wielsbeke: De Eenhoorn.
Corman, C. (2018). het hele jaar fruit. Wielsbeke: De Eenhoorn.


de sneeuwbalKlein kartonboekje waarin een muis een sneeuwbal een heuvel opduwt. De sneeuwbal wordt steeds groter en steeds meer vrienden komen de muis helpen. Wat zou er gebeuren als de sneeuwbal bovenaan de heuvel komt en wel heel groot geworden is? Dan spat hij natuurlijk uit elkaar. Maar dat laten de vrienden niet aan hun hart komen. Ze besluiten dan een sneeuwpop te maken. Prettig vormgegeven kartonboek met als voornaamste thema ‘samenwerken’. En dat is nu net iets waarin peuters nog hard moeten oefenen.

Ferri, G. (2015). De sneeuwbal. Rijswijk: De Vier Windstreken.


De wonderlijke natuurTeckentrup geeft aan een hoog tempo nieuwe prentenboeken uit. Gelukkig moet de kwaliteit daar niet aan inboeten. In dit kartonboek met grote flappen valt op elke bladzijde heel veel te ontdekken. Mooi kleurgebruik en zeker geschikt voor de jongste kleuters omwille van de eenvoudige en herkenbare vormen. Kijk het boek verder in via https://www.bol.com/nl/p/de-wonderlijke-natuur/9200000073987520/?country=BE.

Teckentrup, B. (2017). De wonderlijke natuur. Utrecht: Veltman Uitgevers.

 


DOZEN

Grote doos kleine doosDe titel zegt exact waarover dit boek gaat: over allerlei soorten dozen. De cover laat zien dat er bij die dozen ook een kat én een muis betrokken zijn. Die twee zijn vrienden van elkaar en gebruiken de verschillende soorten dozen op alle mogelijke manieren. De tekst bij de illustraties vormt geen verhaal in de eigenlijke zin van het woord. De tekst somt alle mogelijke soorten dozen op in losse woorden of korte zinnetjes. Kleuren, maten, vormen, tegenstellingen, … al deze elementen komen in dit grappige boek op een originele manier aan bod.

Hart, C. (2017). Grote doos, kleine doos. Amsterdam: Memphis Belle.


31 dozen31 dozen en evenveel vragen over de inhoud van elke doos. Het principe van het boek is dat je op één pagina een gesloten doos ziet en op de volgende pagina krijg je dan inzage in de inhoud ervan. Die inhoud is getekend én omschreven. Sommige van die omschrijvingen blokken de fantasie van de kleuters wel enigszins af. (Die kun je dan m.i. maar beter overslaan.) Maar sommige zijn eyeopeners. Denk aan een doos die muziekinstrumenten blijkt te bevatten en waarvan de inhoud omschreven wordt als ‘lawaai voor de buren’. Een dergelijke omschrijving is een doordenkertje (voor oudere kleuters). Het mag dus duidelijk zijn: de heldere illustraties zijn geschikt voor peuters en kleuters. De inhoud van de dozen is niet altijd herkenbaar voor de doelgroep. Maar dit boek heeft veel mogelijkheden tot benoemen en beschrijven in zich.

Boyer, C. (2012). 31 dozen. Hasselt: Clavis.


VORMEN

KiekeboeBaby’s en peuters spelen haast niets liever dan het spelletje ‘Kiekeboe!’. Daar spelen deze boekjes op een prettige manier op in. Wanneer je een van de drie boeken opent, zie je op het eerste gezicht enkel vormen. Maar wie de flappen aan de zijkant van elke bladzijde omklapt, komt terecht in een wonderlijke dierenwereld. Elk dier is een uitwerking van de basisvorm die je het eerst te zien krijgt. Per boekje komt een andere vorm aan bod: cirkel, driehoek en vierkant. Per boekje zie je ook andere dieren verschijnen. Je merkt duidelijk dat de illustrator het ‘karakter’ van de dieren verbonden heeft met een bepaalde vorm bv. een hoekige neushoorn, een wiegende olifant, … Telkens opnieuw willen peuters ernaar kijken, in de boekjes dingen ontdekken en bovenal verwonderd zijn over wat er onder de flapjes verborgen zit.   

Van Hout, M. (2017). Kiekeboe. Amsterdam: Lemniscaat.


Volg de lijnWat een ‘lijn’ niet allemaal kan zijn! Ze kan geschilderd zijn op de straat – doorlopend of in stukjes; ze kan de leiband van een hond zijn die strakgespannen staat omdat die hond voor zijn baasje uitloopt; ze kan de witte streep zijn getrokken door een vliegtuig in de lucht; ze kan de draad van een bol wol zijn, … Er zijn,  in de wereld waarin peuters en kleuters leven, overal wel lijnen te vinden. Daarop maakt dit kartonboekje opmerkzaam met duidelijke illustraties in heldere kleuren en met eenvoudige tekst waarin veel vragen een antwoord verwachten.

Teckentrup, B. (2018). Volg de lijn. Antwerpen: Oogappel.


Blokje omMet ‘Blokje om’ brengt Judith Van Istendael haar eigen versie van een steeds vaker voorkomend concept op de boekenmarkt. Ook zij toont kinderen geometrische vormen in basiskleuren om daar vervolgens dieren en andere herkenbare figuren van te maken. Van Istendael weet zich te onderscheiden door de verschillende vormen en figuren aan elkaar te linken waardoor er een eenvoudige verhaallijn ontstaat. Zo valt onder andere een rups uiteen in verschillende blokjes, waar even later een aap over struikelt. Verder is de vormgeving erg strak en hanteert ze frisse kleuren. Peuters kunnen de dieren benoemen, de kleine gebeurtenissen volgen en zich verwonderen over hoe een verhaal dat met een geel vierkant start na heel wat avonturen ook met datzelfde vierkant kan eindigen.

Van Istendael, J. (2018). Blokje om. Antwerpen: Querido.


poesje mauwOpnieuw een groot hardkartonnen boek waarin de kleurrijke illustraties gemaakt zijn om peuters te helpen bij het zingen van twaalf bekende kinderliedjes. Het boek wordt met cd geleverd, maar peuters beginnen ook spontaan met het boek op schoot liedjes te zingen van zodra dit  enkele malen samen met volwassenen gebeurd is. De kinderliedjes zijn meestal uit de kinderkribbe (of de instapklas) wel bekend. Poesje Mauw, Hansje pansje kevertje of Schaapje, schaapje wat heb je witte wol, … om er maar enkele te noemen. De bijhorende illustraties zijn fantasierijk en sterk en vormen voor de peuters een echte leidraad.

Van Hout, M. (2014). Poesje mauw. Rotterdam: Lemniscaat.


soms zie ik duizend lichtjesNannie Kuiper heeft een groot aantal boeken voor peuters en kleuters uitgebracht. Vooral de versjes waarin ze speelt met ritme, rijm en melodie blijven ook vandaag nog zeer bruikbaar. De onderwerpen die ze behandelt, zijn erg herkenbaar want komen stuk voor stuk uit de leefwereld van de peuters: de trap op en af gaan, slapen gaan, eten, boos zijn, mama en papa, … Het zijn versjes die bij elke herhaling in het peuterleven – en dat zijn er veel – kunnen gezegd worden en peuters zullen ze snel overnemen. Enkele titels zijn: Soms zie ik duizend lichtjes; Kom erbij!; Alle maanden van het jaar.

Kuiper, N. (2008). Soms zie ik duizend lichtjes. Amsterdam: Leopold.


mijn fijne geluidenboekjeGeluiden uit het dagelijkse leven inspireerden Edward Van de Vendel tot een vijftigtal versjes rond geluid en uit het dagelijkse leven. Denk aan een koffiezetapparaat of een ballon. Het metrum van de versjes die niet noodzakelijk rijmen klopt erg goed waardoor ze vlot (voor) te lezen zijn. Er zitten ook een heleboel speelse talige elementen in. Het boekje is leuk geïllustreerd door Mattias De Leeuw. Net zoals de versjes niet super afgewerkt lijken, zijn zijn illustraties met strepen en vegen dat ook niet. Suggestie is het allerbelangrijkste. Luister maar:

‘Ik wreef en ik wreef en toen gilde mijn ballon.
Sorry.
Dacht dat hij tegen kietelen kon.’

Het alledaagse leven waaruit de onderwerpen voor de versjes afkomstig zijn, is hier verbeeld door een berenfamilie. Een olifant vult dat gezin af en toe aan. Echt leuk versjesboek waar geluid in zit.

Van de Vendel, E. & De Leeuw, M. (2013). Mijn fijne geluidenboekje. Wielsbeke: De Eenhoorn.


spelen tot het donker wordtDit kartonboekje met glanzende bladzijden is opgebouwd rond twee leuke versjes van Hans en Monique Hagen. Zoals uit de titel al duidelijk wordt, gaan ze over samen spelen en wat er gebeurt als het op het einde van de dag donker wordt. Op haar onnavolgbare manier brengt Törnqvist dat samen spelen in beeld: in het bad, op het strand, in het restaurant en op nog veel andere plaatsen en op nog veel andere manieren. Heerlijk boekje om samen met je peuter of kleuter te bekijken.

Törnqvist, M. (2018). Spelen tot het donker wordt. Amsterdam: Querido.


GELUIDENBOEKEN

Om te beginnen moet je even wennen aan de eerder statische illustraties waarop figuren met grote, ronde hoofden te zien zijn in duidelijke kleuren. Daarna ontdek je wat dit boek kan: het kan beweging oproepen, het kan geluid maken en het leert je – als je dat belangrijk vindt – tellen. En dat allemaal met een minimum aan tekst – die bestaat enkel uit klanknabootsingen. Denk aan de FZZZZZZZZZZZZZZ van de croque-monsieur-machine als de kaas smelt, of het flap-flap-geluid dat vleugels maken. Beweging ontstaat telkens wanneer je het boek sluit omdat dan de twee tegenover elkaar liggende illustraties naar elkaar (lijken) toe te komen. Tellen heeft met het geluid te maken: een ventje slaat eenmaal de cimbalen – doing. Wil je zien hoeveel plezier ook oudere kleuters aan het boek kunnen beleven: 

Matoso, M. (2016). Klap klap. Antwerpen: Oogappel.


de vogelsOnderstaande boeken horen thuis in de Clavis-reeks ‘Peuter’. Op elke bladzijde staat een vogel/dier duidelijk en groot afgebeeld (met daaronder de naam). Het feit dat je niet enkel kan kijken in deze boekjes maar ook de geluiden horen van de dieren/vogels die er in afgebeeld staan, maakt deze boekjes bijzonder. Het rondje waarop peuters moeten duwen om het geluid te horen is perfect aangepast aan peutervingers. Het geluid is helder en absoluut niet schreeuwerig. Zeker bij een onderwerp als ‘vogels’ een fijne aanvulling.

Billet, M. (2011). De vogels. Hasselt-Amsterdam-New York: Clavis.
Billet, M. (2011). De natuur. Hasselt-Amsterdam-New York: Clavis.
Billet, M. (2014). Exotische vogels. Hasselt-Amsterdam-New York: Clavis.


AANWIJSBOEKEN

voertuigenzoekboekIn dit boek is geen plekje onbenut gelaten om peuters en kleuters te tonen wat er allemaal te zien is in en rondom de stad. Hoewel de titel suggereert dat er enkel voertuigen aan bod komen, is dat niet het geval. Het klopt wel dat de voertuigen de verbinding vormen tussen de verschillende platen in het boek. Er zijn dan ook ontzettend veel voertuigen te zien op de elf verschillende platen die zowel als zoekplaat als als praatplaat kunnen gebruikt worden. Maar daarnaast zijn er ook gebouwen om te herkennen. Denk aan een treinstation, een bouwplaats, een bushalte, … Verder zijn er straten en kruispunten in alle maten en soorten. Aangezien er zoveel getekend is op één illustratie, moet je met aandacht kijken om alles te zien en/of terug te vinden. Per illustratie is een korte tekst voorzien.

Gernhäuser, S. (2019). Mijn allereerste voertuigenzoekboek. Aartselaar: Zuid-Nederlandse Uitgeverij.


CousinsSpechten kloppen gaatjes en gaten waar ze maar kunnen. Dat doet ook de jonge specht die in dit verhaal de hoofdrol speelt. Van zodra de kleine specht geleerd heeft hoe hij moet kloppen, is hij niet meer te houden: hij maakt gaten in alles wat hij tegenkomt of het nu een lampenkap is, een deur van een keukenkastje, een hek, een stoel, … De capriolen van de kleine specht zijn eenvoudig te volgen. Dat leidt tot een ‘volledig’ doorzeefd boek, een vermoeide kleine specht en een trotse vader. Prettig boek dat veel aanwijs- en benoemmogelijkheden biedt. De auteur is vooral bekend van haar ‘Muis’-boeken.

Cousins, L. (2016). Klop klop klop. Amsterdam: Leopold.


die daarIn groot formaat en in stevig karton is dit boek uitermate geschikt voor peuters en jonge kleuters. Per dubbele pagina zijn afbeeldingen bij elkaar gebracht van allerlei voorwerpen die ‘per soort’ worden verdeeld. Denk aan dingen die pijn doen, lekkere dingen, dingen in een bepaalde kleur, … Stof genoeg dus om aan te wijzen en te benoemen.

Stut, M. (2013). Die daar: het leukste beeldwoordenboek voor dreumesen en peuters. Haarlem: Gottmer.

 


Het grote Fiep kijkboekVan de kwaliteiten van Fiep Westendorps werk hoeven we u niet meer te overtuigen. Wie zelf als kind of als voorlezer niet van Annie M.G. Schmidts verhalen heeft kunnen genieten, zal in Hema wel ontdekt hebben hoe de silhouetten van Jip en Janneke ook jaren na datum nog populair zijn. Voor peuters en de jongste kleuters is een kijkboek van haar hand opnieuw uitgegeven. Het kartonboek heeft vrij grote, dubbele pagina’s die telkens een ander thema behandelen. De kleuters zullen spontaan aanduiden wat ze herkennen in omgevingen als ‘het circus’ en ‘de dierentuin’. De begrippen staan er voor de begeleiders ook bijgeschreven. Heerlijk aanwijsboekje boordevol nostalgie en herkenbare contexten voor lezer én voorlezer.

Westendorp, F. (2017). Het grote Fiep kijkboek. Amsterdam: Querido.


REEKSEN

van wie is die sokVan wie is die sok?’ is de nieuwste uitgave in de peuterreeks ‘Van wie is …?’. Na hoeden, huizen, staarten en auto’s gaan we in dit boek op zoek naar kledingstukken van sprookjesfiguren. De peuters krijgen telkens een ander kledingstuk naast vier sprookjesfiguren te zien. Aan hen om te raden wie het bikinitopje, de jurk, het schort, … toebehoort. Bij de laars is duidelijk enkel de reus een schoen kwijt, maar bij de broek moet je toch al beter kijken of die nu van de dwerg, de piraat of de prins is. De blote billen van de dwerg gecombineerd met het raadspelletje zal heel wat peuters bekoren, maar de echte kwaliteit van dit boek schuilt in de kleurrijke illustraties van Charlotte Dematons, telkens op de volgende bladzijde. Daar zie je namelijk de sprookjesfiguur op het moment dat die het kledingstuk kwijtraakt. Geef je ogen de kost, want in deze tekeningen die een dubbele pagina beslaan, kan je heel wat grappige details en verwijzingen vinden. Dematons kan zich als geen ander inleven in de fantasierijke wereld van jonge kinderen en sprookjes. Om alle verwijzingen en grapjes te ontdekken, heb je een scherper oog en meer kennis dan die van peuters nodig. Een boek dus waarvan het concept aansluit bij peuters, maar dat pas tot zijn recht komt bij oudere kleuters die de sprookjes kennen en kunnen ontfutselen welke mysterieuze hand op elk van de tekeningen een kledingstuk weg graait.

Akveld, J. (2018). Van wie is die sok? Haarlem: Gottmer.
van wie is


wat is de sneeuw mooiDit voelboek voor de jongsten biedt veel ontdekkingsmogelijkheden door de manier waarop het geïllustreerd is – felle kleuraccenten, glitters, het konijntje kun je voelen … – en door het feit dat het wil duidelijk maken dat sneeuw op de eerste plaats mooi is. Het zinnetje ‘Wat is de sneeuw mooi’ vind je dan ook op elke linkerbladzijde terug. Verder toont het boek vooral dieren die in de sneeuw spelen. Ook hier weer de kans tot tellen met peuters en jonge kleuters. Hayashi heeft een hele reeks kartonboeken die in dezelfde lijn liggen als bovenstaande. Telkens krijg je grote prenten in felle en contrasterende kleuren. De kartonboeken bevatten eenvoudige tekst en vaak ook een voelelement. Een succesrecept voor peuters dus.

Hayashi, E. (2013). Wat is de sneeuw mooi. Hasselt/New York/Amsterdam: Clavis.
hayashi


mijn kleine eekhoornIn het bos wonen veel dieren. Een kleine eekhoorn is één van hen. Hij woont samen met zijn familie in een warm hol in een oude eikenboom. Die boom lijkt op een flatgebouw want ook andere dieren zoals vogels vinden er hun onderkomen. Eekhoorn heeft heel wat gemeen met de peuters voor wie zijn verhaal bedoeld is. Het liefste wat hij doet is spelen en eten. Hij loopt samen met zijn vriendjes van boven naar onder op de stam en in de takken van de bomen. Hij houdt heel veel van zijn mama maar ook van noten…Hij verzamelt die tijdens de herfst om een voorraad te hebben wanneer het winter wordt. Een heel eenvoudig verhaal dat zijn meerwaarde haalt uit de illustraties in frisse kleuren waarop veel te zien is. Denk aan een lieveheersbeestje tussen de grasstengels, een bij in de buurt van de nootjesetende eekhoorn, een fladderende vlinder, … Mooi vormgegeven boek dat peuters laat kennismaken met de natuur. In dezelfde reeks kun je ook kennismaken met ‘Mijn kleine vos’, ‘Mijn kleine uil’, ‘Mijn kleine kat’, ‘Mijn kleine muis’ en ‘Mijn kleine eend’.

Teckentrup, B. (2017). Mijn kleine eekhoorn. Utrecht: Veltman.

teckentrup


het grote kijk- en voorleesboek voor rond de 2 jaarEen hardkartonnen bundel waarin je korte verhalen, liedjes, (bewegings)versjes, aanwijsplaten, … vindt, komt niet zo vaak op de markt. Uitgeverij Ploegsma heeft hiervoor beroep gedaan op een heleboel bekende verhalenschrijvers en illustratoren. Denk aan Jet Boeke met de zowel in Vlaanderen als in Nederland bekende en geliefde kat, Dikkie Dik. Of aan Lucy Cousins die zoals steeds met ‘Muis’ hoge ogen gooit. De onderwerpen zijn herkenbaar voor peuters: op het potje gaan, logeren bij oma en opa, spelen in het park en aan de aandacht van een appende mama ontsnappen, … En dat in zeer verscheiden genres van versjes tot prentenboekverhalen. Wat de illustratoren betreft, zijn Alex De Wolf , Dagmar Stam, Mies Van Hout, … zeker ook geen onbekenden. Een aanwinst voor de jongsten.

Boeke, J., Cousins, L., e.a. (2019). Het grote kijk- en voorleesboek voor rond de 2 jaar. Amsterdam: Ploegsma.


TOPAUTEURS: HECTOR DEXET, XAVIER DENEUX, HERVE TULLET
Bovenstaande auteurs hebben de afgelopen jaren een hele reeks peuterboekjes uitgebracht. De stijl, toon én kwaliteit zijn telkens gelijkaardig. Hieronder vind je telkens één bespreking en vervolgens een aantal covers van hun ander werk. Boeken met hun naam erop garanderen in veel gevallen succes in jonge kinderhanden.

De nachtDit is geen prentenboek in de gebruikelijke betekenis van het woord, omdat het om één uitvouwbare bladzijde – ongeveer 2 meter lang – gaat waarvan de bovenzijde telkens anders is uitgesneden. Je ontdekt er hoe het maanlicht weerkaatst in de vijver en hoe in dat maanlicht allerlei nachtdieren zichtbaar worden. De uitvouwbare pagina is volledig uitgevoerd in blauw- en zwarttinten met witte en gele accenten. Door een bijzondere techniek – glow-in-the-dark – kan je dit boek ook in het donker bekijken. Het boek is bijna tekstloos met uitzondering van de benaming van de nachtdieren aan de ene zijde van de uitvouwbare pagina en op de andere zijde de zeer korte beschrijving van de activiteiten van die nachtdieren. Veel kans om allerlei dingen te ontdekken! Bekijk het boek op https://www.youtube.com/watch?v=hY1NHky8khc.

Dexet, H. (2016). De nacht. Wielsbeke: De Eenhoorn.

dexet


van licht en donkerKartonboekjes over tegenstellingen zijn niet nieuw. Dit boekje valt echter op omdat er zo goed over werd nagedacht. Op de linkerpagina tref je een soort basrelief van een bepaald voorwerp aan. Op de rechterpagina een verzonken afbeelding van de tegenstelling Steeds zorgvuldig afgewerkt. Zo bv. past hoog (een ladder) in laag (een gang van een dier onder de grond). Dit boekje is onderdeel van een miniserie waarin ook cijfers, vormen en kleuren hun eigen uitgave hebben. Voor de jongste kleuters een aanrader!

Deneux, X. (2013). Tegenstellingen – van licht en donker. Hasselt – New York – Amsterdam: Clavis.

deneux


9200000078874594

Een typisch kenmerk van H.Tullet is dat hij er elke keer weer in slaagt interactieve prentenboeken te ontwerpen. In al hun eenvoud – gebruik van primaire kleuren, gevarieerde opdrachten, stippen en lijnen – slagen deze boeken er in de aandacht van de kinderen echt gaande te houden en hen sterk bij het voorlezen te betrekken.
In dit boek staat geluid centraal. Het boek start met een kleine blauwe cirkel waaraan het woordje ‘OH!’ gekoppeld wordt. Bij een grotere blauwe cirkel hoort een luider uitgesproken ‘OH!’ en wanneer de cirkels in een rij staan bepaalt de afstand tussen de cirkels het tempo van de ‘OH’s!’ (In dit geval: hoe verder de stippen uit elkaar staan, hoe langzamer het tempo.) Uiteraard komt er een vriendje van de blauwe cirkel opdagen: de rode cirkel. Die staat voor ‘AH!’. Vanaf nu kunnen de vrienden praten met elkaar en kunnen ‘OH’s’ en ‘AH’s’ gecombineerd worden. Uiteindelijk komt er nog een derde vriendje, een gele cirkel. Hij heet WOW. Die combinatie opent weer nieuwe mogelijkheden. In al zijn eenvoud is de uitwerking van drie stippen met hun eigen klank fantastisch. Tullet creëert een wereld van geluid en laat jonge kinderen kennismaken met muziek.

Tullet, H. (2017). Een boek vol geluid. Antwerpen: Oogappel.

tullet